CK64144 - Koelkast CONSTRUCTA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CK64144 CONSTRUCTA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CK64144 CONSTRUCTA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CK64144 - CONSTRUCTA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CK64144 van het merk CONSTRUCTA.
GEBRUIKSAANWIJZING CK64144 CONSTRUCTA
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 71
Aanwijzingen over de afvoer 74
Omvang van de levering 75
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting 75
Dejuisteplaats 76
Apparaat aansluiten 76
Kennismaking met het apparatusat .... 77
Inschakelen van het apparatus 77
Instellen van de temperatuur 77
Netto-inhoud 78
De koelruimte 78
Het vriesvak 78
Maximaleinvriescapaciteit 79
Invriezen en opslaan 79
Verse levensmiddelen invriezen 79
Ontdooien van diepvrieswaren 80
Uitvoering 80
Sticker "OK" 81
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 81
Ontdooien 82
Schoonmaken van het apparatus 82
Energie bespare 83
Bedrijfsgeluiden 84
Kleine storingen zelf verhelpen 84
Klantenservice 86
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordatu het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waarin belangrijke informatatie overplaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing nicht in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt eenkleine hoeveeelheid milieuvriendelijk, maarbrandaar koelmiddel (R600a). Dit is Niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect Niet. Vrijkomend koelmiddel kanECHter oogletselveroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m^3 groot়n. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparatusat erop letten dat het aansluitsnoer nicht worden afgeklemd of beschadigd.
nl
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, deservicedienst of een andere gekwalificierde persoon. Onvakkundige installmente en reparations kuren groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door defabrikant, de klantenservice ofeen andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan deveiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige
stopcontacten of draagbare netvoedingen kuren oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen anschter het apparaat.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!
Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
■ Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U Aunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparatus opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nicht als opstapje gebruiken of om opte leunen.
- Om te ontdooien of schoon te makes: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen endeurafdichtingen. Deze künnen hierdoor pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de vriesruimte opslaan.Dergelijkke flessen en blikjes konnen barsten!
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijkde of zintuigelijkbeperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren worden.
Een voor de veriligheid verantwoordelijkste persoon要去 zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instruieren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Diepvrieswaren nadat u dezeuit het vriesvak hebt gehaald,noonit onmiddelijk in de monndenmen.
Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met die depvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
nI
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen spelelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
— voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gezruikte materialen zich onschadelijk voor het milieu en{kunnen opnieuw worden gezruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterialiaal van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparatus
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer können waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk afvoer mooten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kurz u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Onderbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevings-temperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueree. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 13.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gezrukt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Binnentemperatuurschakelaar
Wanneer de binnentemperatuur bij apparaten uit apparaatklasse SN lager wordt dan 16^ ,kan het in diepvriesruimte te warm worden. In extreme gevalen konnen de diepvrieswaren ontdooien. Om dit te voorkomen schakelt u de binnentemperatuurschakelaar in. De koelmachine werkt hierdoor vaker. Het apparaat kan nu worden gebruikt bij een binnentemperatuur tussen +10^ en +16^
nI
Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. Afb. 2/B. De rode marketing worden zichtaar.
Om energia te besparen schakelt u de binnentemperatuurschakelaaruit zodra de binnentemperatuur hoger wordt dan +16^
Beluchting
Afb. 1/6
De be- en ontluchting van de koelmachine vindt uitsluitend via het ventilatierooster in de plint plaats. Het ventilatierooster nooit afdekken of er iets voor zetten. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellenলen zijn droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebronplaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron Niet te vermiijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
- Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
Onderbouw
Bij bepaalde aanrechtbladen, bijv. van steen, glas of roestvrij staal, is bevestiging onder het aanrechtblad vaak Niet möglichk. Toebehoren voor de montage op de zichwandenkestu bij de klantenservice bestellen.
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.
! Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoor nicht lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem inplaats waarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in nicht Europese landen worden gebrukt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 13.
Kennismaking met het apparaat

Deaatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is opmeer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich möglichk.
Afb. 1
A Het vriesvak
B Koelruimte
1 Lichtschakelaar
2 Temperatuurregelaar/Verlichting
3 Glasplateau in de koelruimte
4 Schuiflade
5 Groentelade
6 Be- en ontluchtingsopening
7 Voorraadvak voor boter en kaas
8 Eierrekje
9 Vak voor große flessen
Inschakelen van het apparaat
Temperatuurregelaar, afb. 2/A,uit regelstand "0" draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanner de deur open is.
Aanwijzingen bij het gebruik
De temperatuur in de koelruimte worden warmer:
als de deur van het apparatus te vaak geopend werk.
door het inladen van grothehoeveelheden levensmiddelen,
door een hoge omgevingstemperatuur.
Instellen van de temperatuur
Temperatuurregelaar, afb. 2/A, op degewenste instelling draaien.
Bij een gemiddelde instelling wordt de temperatuur in de koudste zone ca. +4^ . Afb. 3
Hogere instellingen veroorzaken koudere temperaturen in de koelruimte en in het vriesvak.
Wij adviseren:
Gevoelige levensmiddelen nicht opslaan op een temperatuur lager dan +4^
Een lage instelling voor het kortstondig opslaan van levensmiddelen (energiebesparingsstand).
Een gemiddelde instelling voor het langdurig opslaan van levensmiddelen.
Een hoge instelling alleen voor korte tijd instellen wanner de deur vaak wordt geopend en wanner er grote hoeveelheden levensmiddelen worden opgeslagen in de koelruimte.
nl
Koelcapaciteit
De temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden.
Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 eer op een hoge instelling gedraaid worden.
Het vriesvak
De temperatuur in de koelruimte beinvloedt de temperatuur in het vriesvak. Verander de temperatuur in de koelruimte om de temperatuur in het vriesvak te veranderen. Een hoger ingestelde koelruimtetemperatuurveroorzaakt een hogere vriesvaktemperatuur.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 13
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddlesen maar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelende hinterwand raken. Anders worden de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan de hinterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculation in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koudste zone is de schuiflade.
Afb. 3
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo+zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Het vriesvak
Gebruik van het vriesvak
voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
■ voor het invriezen vankleine hoeveelheden levensmiddelen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vomt zich een dikke laag ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 13
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouderহn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevrøren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschickt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Aanwijzing
Bij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer. Onder omstandigheden kan daardoor ook de koelruimtetemperatuur te laag worden. Stel een hogere temperatuur voor de koelruimte in.
nI
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodate ze Niet uittrogen of hun smoak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruike boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kurz u sealen met een folie-sealer.
Houdhaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen(Int)kunt u kiezen uit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-en-klaargerecht konnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
U kunt de legplateaus en de deurvakken\ haar wens verplaatsen:
De glasplateaus optillen, maar voren trekken, lately zakken en zichdelings eruit zwenken. Afb. 4
- Stoppen verplaatsen en het legplateau,
waar aanbrengen. Afb. 5
Vakken in de deur iets optillen en eruit halen. Afb. 6
Specialeuitvoering
(niet bij alle modellen)
Schuiflade
Afb. 7
De schuiflade is bijzonder geschikt voor het bewaren van dierlijke levensmiddelen. Hij kan worden verwijderd om hem te laden, leegt make n of te reinigen.
Groentelade met deksel
Afb. 8
De groentelade kan worden verwijderd om hem te laden, leeg te make of te reinigen.
IJsbakje
Afb. 9
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK"=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4^ of kouder bereikt,zijn. Als de sticker Niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Aanwijzing
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 eer duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen
Uitschakelen van het apparatus
Temperatuurregelaar, afb. 2/A, op stand "0" draaien. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparatus
Als u het apparaat langerearend Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
De koelruimte worden volautomatisch ontdooid
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. Dit is normal. U hoeft de waterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De hinterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 10. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje waar de koelmachine waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatjeregelmatig schoonmaken, zodat hetdooiwater kan weglopen.
Het vriesvak
Het vriesvak worden nicht automatisch ontdooid. Een te dikke laag rijp of ijs vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. Het vriesvak regelmatig ontdooien.

Attentie
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp aftschrapen. U kunth hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Draai ca. 4 uur vór het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoogste stand, zodat de temperatuur van de levensmiddelen zeer laag worden en ze langer op de binnentemperatuur bewaard+konnen worden.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.
- Dooiwater met een spons of doeke afwissen.
- Wrijf het vriesvak droog.
- Apparaat weeinschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
Delegplateaus en voorraadvakkenmogen Niet in de afwasautomaatgereinigd worden.Zekunnenvervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
-
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.uitschakelen!
-
Levensmiddleslen verwijderen en op een koeleplaats bewaren. De koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddleslen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en laww water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag Niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelteteerechtkommen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat waar aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weeer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen kannen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 4
De glasplateaus optillen, waar vorentrekken, lately zakken en zijdelings eruitzwenken.
Schuiflade verwijderen
Afb. 7
Voorraadvak jets optillen en eruit halen.
Dooiwatergoot
Afb. 10
De schuiflade moet worden verwijderd om de dooiwatergoot te reinigen.
Afb. 1/4
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodate het dooiwater goed kan weglopen.
Groentelade met deksel verwijderen Afb. 8
Groentelade optillen en voorwaarts verwijderen.
Legplateausuitde deur nemen
Afb. 6
Legplateaus optillen en verwijderen.
Be- en ontluchtingsopening
Afb. 11
Het ventilatierooster in de Sokkel kan ter reiniging worden verwijderd. Daartoe de klemmen in de ventilatieopeningenaar onderen drukken en tegelijkertijd het ventilatieroosteraar voren wegtrekken.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Warme gerechten en dranken eerst latent afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Een laag rijp of ijs in de vriesruimte regelmatig lately ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een ander meubel of apparaat
Het apparatus van het meubel of apparaat ernaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald...,
kunnen worden en zet ze eventueel opniew in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
| De verlichting functioneert niet. | Het lampje is kapot. Lampje verrangen. Afb. 12/B |
| 1. Apparaat uitschakelen. | |
| 2. Stekkeruit het stopcontact trekken of dezekering losdraaien resp. uitschakelen. | |
| 3. Afdekking maar voren eraf trekken. | |
| 4. Lampje verrangen. (Reservelamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zich het kapotte lampje.) | |
| De lichtschakelaar klemt. Controller of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb. 12/A |
| Storing Eventueleoorzaak Oplossing | ||
| Het diepvriesvak heeft een dikke laag rijp. | Warne en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect. | Ontdooien van het diepvriesvak (zie hoofdstuk Ontdooien). ■ Open de deur van het diepvriesvak zo kort möglich ■ Let erop dat de deur van het diepvriesvak algijd goed zich is. |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergat+zijn verstopt. | De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat"). Afb. 10 |
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het vriesvak is geopend. | Deur van het vriesvak sluiten. De deur van het vriesvak sluit met een hoorbare klik. |
| Er werden te veel levensmiddelen in een keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld. | Temperatuurregelaar lager instellen. | |
| De koelmachine worden steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Inviezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| De diepvrieswaren ontdooien. | De omgevingstemperatuur is kouden dan +16 °C. De koelmachine slaat minder vaak aan. | Vertrek verwarmen (warmer dan +16 °C). Afb. 2/B Apparaten met binnentemperatuurschakelaar: Om in te schakelen op de binnentemperatuurschakelaar drukken. De rode marketing worden zichtaar. De verlichting in het apparaat gaat op een lagere stand branden. |
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
Het apparaat koelt nicht. De temperatuurregelaar staat op de stand „0".
Temperatuurregelaaruitstand ^ 已 draaien.
Afb. 2/A
Stroomuitval.
De zekering isuitgeschakeld.
De stekker zit nicht goed in het stopcontact.
Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 13
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgeveens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL0884244080
B070222145






1
2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13
