KG7393I30 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG7393I30 NEFF in PDF-formaat.
| Merk | Neff |
| Model | KG7393I30 |
| Producttype | Gecombineerde koelkast met vriesvak NoFrost |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T |
| Toegestane omgevingstemperatuur | +10 °C tot +43 °C afhankelijk van klasse |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50 Hz, beschermingsklasse I |
| Aanbevolen zekering | 10 A tot 16 A |
| Koelmiddel | R600a (isobutaan) |
| Superkoeling | Ja, maximale verlaging gedurende ongeveer 6 uur |
| Supervriezen | Ja, handmatig en automatisch |
| Speciale modi | Frisheid, Eco, Vakantie, Sabbat |
| NoFrost-systeem | Ja, voor het vriesvak |
| Binnenverlichting | LED, niet door gebruiker vervangbaar |
| Ontdooiing | Automatisch (koelvak en vriesvak) |
| Inbegrepen uitrusting | Flessenrek, groentelade met vochtigheidsregelaar, boter- en kaasvak, ontbijtset, ijsblokjesbak, koude-accu's, vrieskalender |
| Reiniging | Lauw water en neutraal afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Veiligheid | Kinderslot niet ingebouwd; veiligheidsinstructies in de handleiding |
| Klantenservice | Neem contact op met de NEFF-klantenservice met de E-Nr. en FD-Nr. |
| Productieland | Niet gespecificeerd in de handleiding |
| Afmetingen (ongeveer) | Niet vermeld in de handleiding |
Veelgestelde vragen - KG7393I30 NEFF
Gebruikersvragen over KG7393I30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG7393I30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG7393I30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KG7393I30 NEFF
nl Gebruiksaanwijzing 75
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 75
Aanwijzingen over de afvoer 78
Omvang van de levering 79
De juiste plaats 79
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 80
Apparaat aansluiten 80
Kennismaking met het apparaat ..... 81
Inschakelen van het apparaat 82
Instellen van de temperatuur 83
Speciale functies 83
Alarmfuncties 84
Netto-inhoud 85
De koelruimte 85
Superkoelen 86
Diepvriesruimte 87
Maximale invriescapaciteit 87
Invriezen en opslaan 87
Verse levensmiddelen invriezen ..... 88
Supervriezen 89
Ontdooien van diepvrieswaren ..... 89
Uitvoering 90
Sticker "OK" 91
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen .... 91
Ontdooien 91
Schoonmaken van het apparaat ..... 92
Verlichting (LED) 93
Energie besparen 93
Bedrijfsgeluiden 94
Kleine storingen zelf verhelpen ..... 95
Zelftest apparaat 97
Klantenservice 97
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
nl
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!
- Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
- Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden.
■ De be- en
ontluchtingsopeningen van
het apparaat nooit afdekken
of dichtmaken.
■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!
■ Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!
■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
■ Vrijstaand apparaat
■ Uitrusting (modelafhankelijk)
■ Zakje met montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
■ Montagevoorschrift
■ Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm.
■ Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Het apparaat zodanig opstellen dat de deur 90° kan worden geopend.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 14.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
Afb. 2
De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 14.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
* Niet bij alle modellen.
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
1–11 Bedieningselementen
13 Voorraadvak voor kleine flesjes
14 Vak voor grote flessen
15 Verlichting (LED)
16* Flessenrek
17* Ontbijtset
18 Verskoelvak
19 Groentelade met vochtigheidsregelaar
20* Diepvrieslade
Bedieningselementen
Afb. 4
1 Toets „super” (Koelruimte)
Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
3 Temperatuurinsteltoetsen koelruimte
Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
4 Toets „fresh”
Dient voor het in- en uitschakelen van de fresh-modus.
5 Toets „eco”
Dient voor het in- en uitschakelen van de eco-modus.
nl
6 Toets Vacation
Dient voor het in- en uitschakelen van de vakantiemodus (zie het hoofdstuk Vakantiemodus).
7 Toets 'On/Off'
Dient voor het in- en uitschakelen van het hele apparaat.
8 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
9 Toets „super” (Diepvriesruimte)
Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.
10 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.
11 Temperatuurinsteltoetsen diepvriesruimte
Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.
Inschakelen van het apparaat
Afb. 4
- Het apparaat met de toets Aan/Uit inschakelen 7.
Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie 10 knippert en de alarmtoets 8 brandt. - Door de alarmtoets 8 in te drukken wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
■ Koelruimte: +4 °C
■ Diepvriesruimte: -18 °C
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
■ Door het volledig automatische NoFrost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. - De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 4
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets koelruimte 3, net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie van de koelruimte 2.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.
Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte 11 meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie diepvriesruimte 10.
Speciale functies
Afb. 4
Vers-modus
Met de vers-modus blijven levensmiddelen nog langer houdbaar.
Inschakelen:
De fresh-toets indrukken.
Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:
■ Koelcompartment: +2 °C
■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd
Uitschakelen:
De fresh-toets indrukken.
Eco-modus
Met de Eco-modus schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.
Inschakelen:
Druk op de eco-toets.
Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:
■ Koelcompartiment: +8 °C
■ Diepvriescompartiment: -16 °C
Uitschakelen:
Druk op de eco-toets.
nl
Vakantie-modus
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantie-modus schakelen.
Bij het inschakelen van de vakantie- modus wordt het automatische supervriezen uitgeschakeld.
De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C gezet.
Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment.
Inschakelen:
Druk op de Vacation-toets.
Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:
■ Vriescompartiment: blijft ongewijzigd
Uitschakelen:
Druk op de Vacation-toets.
sabbath-modus
Bij het inschakelen van de sabbathmodus worden de volgende instellingen uitgeschakeld:
Geluidssignalen
■ Binnenverlichting
■ Meldingen op de display
■ De achtergrondverlichting van de display wordt verminderd
■ De toetsen worden geblokkeerd
■ Automatisch supervriezen
sabbath-modus inschakelen en uitschakelen:
De toets super vriesruimte gedurende 15 seconden indrukken.
Alarmfuncties
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Na indrukken van de toets alarm 8, geeft de temperatuurindicatie diepvriesruimte 10 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie diepvriesruimte 10 toont de ingestelde diepvriesruimtetemperatuur, zonder te knipperen.
Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat,
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
■ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
De alarm-toets 8 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 14
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 10
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
■ Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
- Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- De koudste zones bevinden zich voor de ontluchtingsopeningen en in de chiller, afb. 1/18.
nl
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
■ De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Harde kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 8
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden ingesteld:
- bij overwegend groente, gemengde belading of geringe belading – hoge luchtvochtigheid
- bij overwegend fruit en hoge belading – lagere luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoelvak
Afb. 9
In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden.
Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.
De temperatuur van de chillers kunt u variëren met behulp van de ventilatieopening. Temperatuurregelaar omhoog schuiven om de temperatuur te verlagen. Temperatuurregelaar omlaag schuiven om de temperatuur te verhogen. Afb. 7
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
■ om dranken snel te koelen.
In- en uitschakelen
Afb. 4
Toets „super“ 1 indrukken.
De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.
Aanwijzing
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 14
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”).
Houders eruit nemen, levensmiddelen rechtstreeks op het legplateau en de bodem van het vriesvak stapelen.
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
■ De verpakking mag niet beschadigd zijn.
■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
■ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in de bovenste diepvrieslade invriezen. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
■ De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met reeds ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Zo nodig de diepgevroren levensmiddelen in de diepvrieslades omstapelen.
■ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen
In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
■ Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.
Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.
Supervriezen inschakelen
Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Automatisch supervriezen
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest:
■ in de onderste diepvrieslade
links
Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.
Handmatig supervriezen
Afb. 4
Vries grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Als u het max. invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Toets Super diepvriescompartiment 9 indrukken.
Is supervriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.
Supervriezen uitschakelen
Afb. 4
Toets Super diepvriescompartiment 9 indrukken.
Het supervriezen is nu uitgeschakeld.
Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking.
- Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren is.
Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 ½ dag.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron
nl

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
Legplateaus en voorraadvakken
U kunt de legplateaus en de voorraadvakken in de deur naar wens verplaatsen. Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken. Voorraadvak iets optillen en eruit halen.
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Boter en kaasvak
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen.
Ontbijtset
Afb. 5
De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden.
U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de ontbijtset optillen en eruit trekken. De houder van de bakjes kunt u verschuiven.
Flessenrek
Afb. 6
In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard.
IJsbakje
Afb. 13
- Ijsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Diepvrieskalender
Afb. 12
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Aanwijzing
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 4
Aan/uit-toets 7 3 seconden lang indrukken om het apparaat uit te schakelen.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open laten.
Aanwijzing
Om schade aan het apparaat te voorkomen, moeten de deuren van het apparaat zo ver zijn geopend, dat ze vanzelf open blijven staan. Klem geen voorwerpen in de deur om deze open te houden.
Ontdooien
Koelcompartiment
Wanneer het apparaat in bedrijf is, vormen zich dooiwaterdruppels of rijp op de achterwand van de koelruimte.
Omdat de achterwand automatisch ontdooit, is het niet nodig om de rijp of de dooiwaterdruppels te verwijderen.
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. - De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ze kunnen vervormen!
Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen:
Bedieningselementen
Verlichting
■ Ventilatieopeningen
■ Openingen in de scheidingsplaat
Ga als volgt te werk:
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Het spoelwater mag niet in de bedieningselementen, verlichting, ventilatieopeningen of in de openingen van de scheidingsplaat komen!
Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten.
- Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Matte glazen deur reinigen
De glazen deur van enkele modellen bevat een matte speciale laag die u met bordkrijt kunt beschrijven.
Aanwijzing
Gebruik geen krijtstiften, deze laten resten achter.
Neem voor glazen deuren met deze speciale laag de volgende reinigingsinstructies in acht:
■ Verwijder bordkrijt met zuiver water en een spons of pluisvrije doek. Oefen hierbij slechts weinig druk uit.
■ Verwijder vingerafdrukken of andere vettige vlekken met glasreiniger en een zachte, droge doek.
■ Verwijder hardnekkige vlekken met oplosmiddelen zoals spiritus of wasbenzine en een zachte, droge doek.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. 3
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. 9
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Diepvrieslade verwijderen
Afb. 10
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Glasplateau boven de groentelade verwijderen
Afb. 11
Het glasplateau kunt u verwijderen en uit elkaar nemen om het te reinigen.
Aanwijzing
De groentelade uittrekken voordat u het glasplateau verwijderd.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
■ Voor een zo laag mogelijk energieverbruik: aan de zijkanten enige afstand tot de wand aanhouden.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Het is te koud in het koelcompartiment of in het koelvak. | Stel een hogere temperatuur voor het koelcompartiment in. | |
| Temperatuurregelaar voor het koelvak omlaag schuiven. Afb. 7 | ||
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb 4/8, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. |
| De zijwanden van het apparaat zijn warm. | In de zijwanden lopen buizen die tijdens het koelproces warm worden. | Dat is normaal voor het apparaat, en geen storing.Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door deze warmte. |
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
| De verlichting functioneert niet. | De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)". | |
| De deur stond te lang open.De verlichting wordt naca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandtde verlichting weer. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zitniet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleerof er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| De deur vande diepvriesruimte stondte lang open; de temperatuurwordt niet meer bereikt. | Er zit zo veel ijs opde verdamper dat hetNoFrost-systeem niet meervolautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden metdiepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerdop een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wandwegschuiven. Deur van het apparatopen laten.Na ca. 20 minuten begint het dooiwater inde dooiwateropvanschaal aan de achterwandvan het apparaat te lopen.Om te voorkomen datde dooiwateropvangschaal overloopt:het dooiwater met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer inde opvangschaal loopt, is de verdamperontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimteschoonmaken. Het apparaat weer in werkingstellen. |
| Automatisch supervriezenschakelt niet in. | Het apparaat beslist zelfstandig of theautomatische supervriezen nodig isenschakelt deze functie automatisch in of uit. | |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden een van de „super"-toetsen, 9 of 1, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.
Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.
Als de „super"-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 14
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4040
B 070 222 143