GI7813C30 - Vriezer NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GI7813C30 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer |
| Merk | Neff |
| Model | GI7813C30 |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (volgens typeplaatje) |
| Toegestane omgevingstemperatuur | +10°C tot +43°C afhankelijk van klasse |
| Nuttige inhoud (vriezer) | Ca. 250 L (schatting) |
| Maximale vriescapaciteit | Tot 24 kg/24u (schatting) |
| Temperatuurbereik | -16°C tot -26°C |
| Ontdooisysteem | Automatische NoFrost |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~, 50 Hz, 10-16 A |
| Nettogewicht | Tot 67 kg |
| Aanbevolen nisdiepte | 56 cm (min. 55 cm) |
| Speciale functies | Supervriezen, deur- en temperatuuralarm, zelftest |
| Inbegrepen accessoires | Legplateau, vriesbakken, ijsblokjesbak, koudeaccumulator, vrieskalender |
| Onderhoud | Reiniging met zachte doek en lauw water, geen handmatig ontdooien |
| Veiligheid | Slot (sleutel), kinderbeveiliging, noodstop, vorstbeveiliging |
| Garantie | Afhankelijk van landelijke voorwaarden, neem contact op met klantenservice |
| Repareerbaarheid | Zelftest, originele onderdelen via klantenservice |
| Repareerbaarheidsindex | Niet vermeld |
Veelgestelde vragen - GI7813C30 NEFF
Gebruikersvragen over GI7813C30 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GI7813C30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GI7813C30 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING GI7813C30 NEFF
Veiligheidsvoorschriften 73
Over deze gebruiksaanwijzing 73
Kans op explosie 73
Risico van een elektrische schok 73
Verbrandingsgevaar door kou 73
Risico op letsel 74
Gevaren door of van het koelmiddel 74
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen 74
Materiële schade 75
Gewicht 75

Correct gebruik van het apparaat 75

Milieubescherming 75
Verpakking 75
Oude apparaten 76

Installeren en aansluiten 76
Inhoud van de verpakking .76
Voor het eerste gebruik .79
Elektrische aansluiting 79

Het apparaat leren kennen.... 80
Apparaat .80
Bedieningselementen 80
Uitrusting 80

Apparaat bedienen. .81
Apparaat inschakelen. 81
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen. 82
Temperatuur instellen. 82
Supervriezen. 82

Alarm 82
Deuralarm. 82
Temperatuuralarm 83

Vriesvak. 83
Maximale invriescapaciteit. 84
Vriesvermogen volledig benutten . . . 84
Inkopen van diepvriesproducten . . . 84
Attentie bij het inruimen 84
Verse levensmiddelen invriezen . . . 85
Ontdooien van diepvrieswaren 86

Ontdooien. 86
Vriesvak 86

Schoonmaken. . 86
Schoonmaken van het interieur . . . 87

Geluiden 87
Normale geluiden. 87
Voorkomen van geluiden 87

Storingen, wat te doen? . . . 87

Servicedienst 89
Zelftest apparaat 89
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 89
Garantie 89

Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Over deze gebruiksaanwijzing
Lees de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding en neem deze in acht. U vindt hierin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. - De fabrikant is niet aansprakelijk wanneer u de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing en de montagehandleiding negeert. Bewaar alle documenten voor later gebruik en voor eventuele volgende eigenaars.
Kans op explosie
- Gebruik nooit elektrische apparaten in het apparaat (bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders).
- Geen producten met brandbare gassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Risico van een elektrische schok
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Bij een beschadigd aansluitsnoer: apparaat direct losmaken van het stroomnet. Het apparaat uitsluitend laten repareren door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruiken. De fabrikant garandeert dat deze onderdelen voldoen aan de veiligheidseisen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Verbrandingsgevaar door kou
Diepvrieswaren nadat u ze uit het vriesvak hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
Risico op letsel
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Gevaren door of van het koelmiddel
De leidingen van het koelcircuit bevatten een kleine hoeveelheid van het milieuvriendelijk, maar brandbare koelmiddel R600a. Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging van de leidingen:
Vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden. - De ruimte ventileren. - Het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. - Contact opnemen met de servicedienst.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen
Er bestaat gevaar voor:
kinderen; personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen; - personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Maatregelen:
Zorg dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. - Een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. - Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kans op stikken
Bij een apparaat met deurslot: Sleutel buiten bereik van kinderen opbergen. - Verpakkingsmateriaal en onderdelen van het apparaat zijn geen speelgoed voor kinderen.
Materiële schade
Om materiële schade te voorkomen:
Niet op de sokkel, uitschuifdelen of deuren staan of leunen. Kunststof onderdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij houden. Aan de stekker trekken - Niet aan de aansluitkabel.
Gewicht
Houd er bij plaatsing en transport van het apparaat rekening mee dat het apparaat erg zwaar kan zijn.
"De juiste opstelplaats" op pagina 77

Correct gebruik van het apparaat
Gebruik dit apparaat
■uitsluitend voor het invriezen van levensmiddelen en voor ijsbereiding. ■uitsluitend voor privégebruik en huishoudelijk gebruik. ■uitsluitend volgens deze gebruiksaanwijzing.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Milieubescherming
Verpakking
Alle materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen hergebruikt worden.
Zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat kunt u opvragen bij uw speciaalzaak of bij de gemeente.
Oude apparaten
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Waarschuwing
Kinderen kunnen zichzelf in het apparaat opsluiten en stikken!
Legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen, om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen. ■ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Attentie!
Er kan koelmiddel en schadelijk gas vrijkomen.
Buizen van de koelmiddelkringloop en isolatie niet beschadigen.
- Stekker uit het stopcontact halen.
- Aansluitsnoer doorknippen.
- Apparaat op deskundige wijze laten afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
Deze richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldende terugneming en verwerking van oude apparaten.

Installeren en aansluiten
Inhoud van de verpakking
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.
→ "Servicedienst" op pagina 89
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, installatievoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Technische gegevens
Koelmiddel, netto inhoud van het apparaat en andere technische gegevens vindt u op het typeplaatje. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
Apparaat installeren
De juiste opstelplaats
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 67 kg bedragen.
Toegestane omgevingstemperatuur
De toegestane binnentemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
Informatie over de klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
⟶ "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
Klimaatklasse Toegestane omgevingstemperatuur
SN +10°C ... 32°C
N +16°C ... 32°C
ST +16 °C ... 38 °C
T +16°C ... 43°C
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een binnentemperatuur van +5°C.
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 56 cm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 55 cm - wordt het energieverbruik iets hoger.
Side-by-side-opstelling
Als u naast dit apparaat een ander apparaat met een vriesvak wilt gebruiken, moet u minimaal een tussenafstand van 15 cm aanhouden.
Zonder minimumafstand kunt u dit apparaat slechts naast 556 mm brede apparaten zonder vriesvak opstellen.
Energie besparen
Wanneer u de volgende aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
| Apparaat installeren | |
| Apparaat Niet bloatstellen aan direct zonlicht. Bij een lage omgevingstemperatuur hoeft het appa-raat minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. | |
| Het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnenplaatsen:Naast elektrische of gasfornuizen: 3 cm.Naast een cv-installatie: 30 cm.Aanwijzing: Als dat Niet mogelijk is een isolatie-ptaat aanbrengen:tussen het apparaat en de warmte-bron. | |
| Een opstelplaats met een binnentemperatuur van ca. 20 °C kiezen. | |
| Een nisdiepte van 56 cm aanhouden.Attentie!Gevaar voor verbranding!Sommige onderdelen van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. Aanraking van deze onderden kan brandwonden verroorzaken.Ventilatieopengen Niet afdekken of versperren.De ruimte dagelijks luchten. | De lucht bij dechterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wonneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Gebruik van het apparaat | |
| Deur van het apparaat slechts kort openen. | De lucht in het apparaat worden nicht veel warmer. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Gekochtete levensmiddelen in een koeltas transporte- ren en snel in het apparaat leggen. | |
| Wärme gerechten en dranken eerst laden afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen. | |
| Diepvrieswaren ter ontdooling in het koelvak leggen, om de kou van de diepvrieswaren te benutten. | |
| Altijd wat ruimte openlaten:tussen de levensmidde- len en dechterwand. | De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen en verbruikt daardoor minder stroom. |
| Levensmiddelen luhtdicht verpakken. | |
| Achterkant van het apparaat eenmaal per一年多 schoon zuigen. | De lucht bij dechyterwand van het apparaat worden nicht zo warm. Het apparaat verbruikt minder stroom wanneer de warme lucht kan wegrekken. |
| Ventilatieopeningen Niet afdekken of versperren. | |
Voor het eerste gebruik
- Informatiemateriaal eruit nemen en zowel plankband als beschermfolie verwijderen.
- Apparaat schoonmaken. → "Schoonmaken" op pagina 86
Elektrische aansluiting
Attentie!
Het apparaat niet aansluiten op een elektronische energiebesparende stekker.
Aanwijzing: U kunt het apparaat aansluiten op netvoedingsinverters en sinusinverters. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties met rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen dient u sinusinverters te gebruiken. Losstaande systemen, bijv. op schepen of in berghutten, hebben geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet.
- Na plaatsing van het apparaat minstens 1 uur wachten met aansluiten, om beschadiging van de compressor te voorkomen.
- Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact. Het stopcontact moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Stopcontact met 220 V ... 240 V, aardleiding, 50 Hz, zekering 10 A ... 16 A. Buiten Europa: controleren of de vermelde stroomsoort van het apparaat overeenkomt met de waarden van uw elektriciteitsnet. De gegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
- Het apparaat aansluiten op een stopcontact in de buurt van het apparaat. Het stopcontact moet vrij toegankelijk zijn na de plaatsing van het apparaat.

Het apparaat leren kennen
Klap het laatste blad met afbeeldingen open. Afhankelijk van de uitrusting kunnen er verschillen zijn tussen uw apparaat en de afbeeldingen.

Apparaat
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1...5 Bedieningselementen 6 NoFrost-systeem 7 Legplateau 8* Klep van het vriesvak 9 Diepvrieskalender 10 Diepvrieslade (groot) 11 Diepvrieslade 12 Typeplaatje
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets ①
Schakelt het apparaat in of UIT.
2 Toets Super vriesvak
Schakelt het supervriezen in of uit.
3 Toets / vriesvak
Stelt de temperatuur van het vriesvak in.
4 Indicatie temperatuur
diepvriesvak
Toont de ingestelde temperatuur in °C
5 Toets Alarm
Schakelt het alarmsignaal UIT.
Uitrusting
(niet bij alle modellen)
Klep van het vriesvak
Afb. 3
U kunt de klep van het vriesvak verwijderen:
Klep van het vriesvak openen en uit de bevestiging losmaken.
Legplateau
Afb. 4
U kunt het legplateau variëren:
Legplateau eruit trekken en verwijderen.
Reservoir → Afb. 5
U kunt de lade verwijderen: reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Diepvrieskalender
→Afb.1/9
De vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
IJsbakje
U kunt ijsblokjes maken.
- Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak zetten. Aanwijzing: Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (bijv. steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Koude-accu
Bij stroomuitval of een storing:
- Het koelelement zorgt ervoor dat de opgeslagen diepvrieswaren langzamer opwarmen.
Aanwijzing: De bewaartijd is het langst wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
U kunt het koelelement uit het vriesvak nemen om er tijdelijk levensmiddelen te koelen, bijv. in een koeltas.
Apparaat bedienen Apparaat inschakelen
- Toets ① indrukken. Het apparaat begint te koelen. Een alarmsignaal, een knipperende temperatuurindicatie van het diepvriesvak en een brandende toets Alarm geven aan dat het diepvriesvak nog te warm is.
- Toets Alarm indrukken. Het alarmsignaal gaat UIT.
- De gewenste temperatuur instellen. → "Temperatuur instellen" op pagina 82
Opmerkingen bij/voor het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Geen levensmiddelen inruimen voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft het vriesvak ijsvrij. Ontdooien is niet nodig.
- De voorzijde van het apparaat en de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
nI Alarm
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Apparaat buiten werking stellen
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Toets ① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Apparaat schoonmaken.
- Apparaat open laten.
Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuur
Vriesvak: -18 °C
Vriesvak
Toets ◂/▸ herhaaldelijk indrukken tot de gewenste temperatuur op de display verschijnt.
Supervriezen
Bij het supervriezen wordt het vriesvak zo koud mogelijk gemaakt.
Het supervriezen inschakelen bijv.:
- Om levensmiddelen snel tot in de kern in te vriezen: 4-6 uur voor het inruimen van een levensmiddelhoeveelheid vanaf 2 kg
- Om het max. vriesvermogen te benutten → "Maximale invriescapaciteit" op pagina 84
Aanwijzing: Als het supervriessysteem is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Na ca. 2 1/2 dag schakelt het apparaat over op de normale werking.
Supervriezen in-/uitschakelen:
Toets Super indrukken. De toets brandt als het supervriessysteem is ingeschakeld.

Alarm
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Deur sluiten of op toets Alarm drukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Wanneer het te warm wordt in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm (intervaltoon) geactiveerd.
Attentie!
Bij het ontdooien kan er bacterievorming ontstaan en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Aanwijzing: In de volgende gevallen kan een alarmsignaal klinken zonder dat er gevaar voor de diepvrieswaren bestaat:
Het apparaat wordt in gebruik genomen. Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. - De deur van het vriesvak staat te lang open.
Hoogste temperatuur weergeven en alarmsignaal uitschakelen:
Toets Alarm indrukken.
De indicatie toont kort de hoogste temperatuur die in het diepvriesvak heeft geheerst. Daarna toont de indicatie weer de ingestelde temperatuur. Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en opgeslagen.
Aanwijzing: Toets Alarm brandt tot de ingestelde temperatuur weer is bereikt.

Vriesvak
Het vriesvak is geschikt voor:
■ bewaren van diepvriesproducten; ■ maken van ijsblokjes; ■ levensmiddelen invriezen.
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
Door diepvriesopslag kunt u bederfelijke levensmiddelen vrijwel zonder kwaliteitsafname langdurig bewaren, omdat de lage temperatuur het bederf sterk vertraagt of stopzet. Het uiterlijk, het aroma en alle belangrijke inhoudsstoffen blijven grotendeels behouden.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van de volgende factoren:
■ ingestelde temperatuur; ■ soort levensmiddel; ■ vulling van het vriesvak; ■ bewaarde hoeveelheid en soort levensmiddelen.
Vriesvak
Maximale invriescapaciteit
Het maximum vriesvermogen geeft de hoeveelheid levensmiddelen aan die in 24 uur tot in de kern kunnen worden ingevroren.
Gegevens over de maximale invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje.
→ "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
Om het maximale vriesvermogen te benutten, het supervriezen inschakelen 24 uur voordat de verse levensmiddelen worden ingeruimd.
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
- Circa 24 uur voordat u verse waar inruimt: supervriezen inschakelen. → "Supervriezen" op pagina 82
- Houders uit het vriesvak nemen en de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de vriesvakbodem stapelen.
- Eerst het bovenste vak vullen met levensmiddelen. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
- Wanneer het bovenste vak niet groot genoeg is, de resterende hoeveelheid in het vak eronder inruimen.
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen:
- Tot een apparaathoogte van 1.300 mm alle uitrustingsdelen - behalve het bovenste - verwijderen. Vanaf een apparaathoogte van 1.300 mm alle uitrustingsdelen verwijderen. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak leggen.
Inkopen van diepvriesproducten
Op onbeschadigde verpakking letten. Houdbaarheidsdatum niet overschrijden. - De temperatuur in de supermarktvriezer moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze bijzonder snel en behoedzaam ingevroren. Levensmiddelen uitgespreid in de vakken of diepvrieslades leggen. In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in diepvrieslades omstapelen. Belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat: Diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen
Uitsluitend verse en onberispelijke levensmiddelen invriezen.
Levensmiddelen die gekookt, gebraden of gebakken worden geconsumeerd, zijn geschikter voor invriezen dan levensmiddelen die rauw worden gegeten.
Om voedingswaarde, aroma en kleur zo goed mogelijk te behouden, dienen de levensmiddelen voorbereid te worden:
Groente: wassen, kleiner maken, blancheren. Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Aanwijzingen hierover vindt u in de desbetreffende literatuur.
Geschikt voor invriezen
brood en banket; vis en zeevruchten; vlees; wild en gevogelte; groente, fruit en kruiden; eieren zonder schaal; melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark; bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen
- groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes; ongepelde of hardgekookte eieren; wijndruiven/druiven; hele appels, peren en perziken;
- yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De juiste verpakking en materiaalkeuze bepalen in belangrijke mate het behoud van de productkwaliteit en het voorkomen van vriesbrand.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Als verpakking geschikt:
kunststoffolie; - wrapfolie van polyethyleen (PE); aluminiumfolie; diepvriesdozen.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden
Vlees, gevogelte: tot 8 maanden
Groente, fruit: tot 12 maanden
Ontdooien van diepvrieswaren
De ontdooimethode dient te worden aangepast aan het levensmiddel en het gebruiksdoel, om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden.
Ontdooimethoden:
in het koelvak (vooral geschikt voor dierlijke levensmiddelen zoals vis, vlees, kaas, kwark) op kamertemperatuur (brood) ■ magnetron (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding) oven/fornuis (levensmiddelen voor directe consumptie of directe toebereiding)
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
Pas nadat het is verwerkt tot een panklaar gerecht (gekookt of gebraden), kunt u het opnieuw invriezen.
De maximale opslagduur van de diepvrieswaren niet meer volledig benutten.

Ontdooien
Vriesvak
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft het vriesvak ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken
Attentie!
Beschadiging van het apparaat en de uitrustingsonderdelen vermijden.
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze kunnen vervormen.
Ga als volgt te werk:
- Apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Indien aanwezig: wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel.
Attentie!
Het afwaswater mag niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Deurafdichting afvegen met schoon water en goed afdrogen.
- Apparaat vóór aansluiten, inschakelen en levensmiddelen inruimen.
Schoonmaken van het interieur
De variabele onderdelen uit het apparaat nemen.
→ "Uitrusting" op pagina 80

Geluiden
Normale geluiden
Brommen: Er loopt een motor, bijv. koelaggregaat, ventilator.
Borrelen, zoemen of gorgelen:
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden: Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Gekraak: automatische ontdooiing wordt uitgevoerd.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas: Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Indien nodig er iets onderleggen.
Lades, legplateaus of flessenrekken wiebelen of klemmen: Uitneembare uitrustingsonderdelen controleren en eventueel opnieuw aanbrengen.

Storingen, wat te doen?
Controleer aan de hand van deze tabel of u de storing zelf kunt verhelpen, voordat u de klantenservice belt.
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Apparaat 5 minuten uitschakelen.
→ "Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen" op pagina 82
Wanneer de temperatuur te hoog is, de temperatuur na een uur opnieuw controleren.
Wanneer de temperatuur te laag is, de temperatuur de volgende dag opnieuw controleren.
Geen enkele indicator brandt.
De stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken.
De zekering is geactiveerd. Zekeringen controleren.
De stroom is uitgevallen. Controleren of er stroom is.
De indicator geeft E... aan.
De elektronica heeft een fout geconstateerd. Contact opnemen met de klantenservice.
→ "Servicedienst" op pagina 89
Storingen, wat te doen?
Er klinkt een alarmsignaal en toets Alarm brandt.
| Toets Alarm indrukken. Het alarm isuitgeschakeld. | |
| De deur van het apparaat is open. Apparaatdeur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. De beluchtings- en ontluchtingsopeningen vrijma- ken. | |
| Erijken große hoeveelheden verse levensmiddelen opgeslagen. | Maximaal invriesvermögen Niet overschrijden. |
De indicatie knippert, het alarmsignaal klinkt en toets Alarm brandt.
| Toets Alarm indrukken. Het alarm isuitgeschakeld. | |
| De deur van het apparaat is open. Apparaatdeur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. De beluchtings- en ontluchtingsopeningen vrijma- ken. | |
| Er+zijn groe hoeveelheden verse levensmiddelen opgeslagen. | Max. invriescapaciteit Niet overschrijden. |
Indicatie brandt.
| De temperatuur in het vriesvak was te hoog. | Na het indrukken van de toets Alarm worden gedu-rende vrij seconden de warmste temperatuur aange-geven die in het vriesvak heeft geheerst. ToetsAlarm indrukken. De individatie knippert Nieteer. |
Het apparaat koelt niet, de indicatie en verlichting branden.
| Het presentatiemodus is ingeschakeld. | Zelftest starten.→ "Servicedienst" op pagina 89 |
| Na afloop van het programme schakelt het apparatusaatweek over op het normale gebruik. |

Servicedienst
Als het u niet lukt om de storing zelf te verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen.
De contactgegevens van de dichtstbijzijnde servicedienst vindt u hier of in de lijst met servicedienstadressen.
Vermeld bij het telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (E-Nr.) en het productnummer (FD), die u op het typeplaatje vindt. → "Het apparaat leren kennen" op pagina 80
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Zelftest apparaat
Uw apparaat beschikt over een zelftestprogramma dat fouten aangeeft, die uw klantenservice kan verhelpen.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden na het inschakelen de toets Super Vriesvak gedurende 3 ... 5 seconden indrukken en ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. De zelftest start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
■ Als na afloop van de zelftest twee maal een signaal klinkt en de ingestelde temperatuur weer wordt weergegeven, is uw apparaat in orde. ■ Als de toets Super Vriesvak 10 seconden knippert en er 5 signalen klinken, neemt u contact op met de servicedienst.
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL0884244040
B070222143
Garantie
Meer informatie over de garantieperiode en de garantievoorwaarden in uw land zijn verkrijgbaar bij uw klantenservice, uw speciaalzaak en op onze website.





3
4
5
