GS3363I2V - Vriezer NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GS3363I2V NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer |
| Merk | Neff |
| Model | GS3363I2V |
| Afmetingen (H x B x D) | Ongeveer 178 x 54 x 54 cm |
| Gewicht | Ongeveer 75 kg |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50 Hz, 10-16 A |
| Nuttige inhoud | Ongeveer 250 L |
| Maximale vriescapaciteit / 24u | Ongeveer 18 kg |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (volgens typeplaatje) |
| Ontdooitype | Automatisch NoFrost |
| Temperatuurinstelling | Van -16 °C tot -26 °C |
| Speciale functies | Automatische en handmatige supervriezen, deur- en temperatuuralarm, ijsblokjesdispenser, AquaStop, LED-verlichting, toetsenvergrendeling, zelftest |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar) |
| Onderhoud | Reiniging met zachte doek, lauwwarm water en neutraal afwasmiddel. Gebruik geen stoomreiniger of vaatwasser voor de legroosters. |
| Veiligheid | Bewaar geen explosieve producten, gebruik geen elektrische apparaten binnenin, explosiegevaar bij gaslek. |
| Onderdelen | Originele onderdelen verkrijgbaar bij de klantenservice |
| Garantie | Inclusief fabrieksgarantie, Aqua-Stop dekt waterschade gedurende de levensduur |
| Algemene informatie | Gebruiks- en montagehandleiding meegeleverd, huishoudelijk gebruik, max. hoogte 2000 m |
Veelgestelde vragen - GS3363I2V NEFF
Gebruikersvragen over GS3363I2V NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GS3363I2V - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GS3363I2V van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING GS3363I2V NEFF
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 76
Aanwijzingen over de afvoer 79
Omvang van de levering 79
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 80
Apparaat aansluiten 80
Kennismaking met het apparaat 82
Inschakelen van het apparaat 82
Instellen van de temperatuur 83
Alarmfunctie 83
Netto-inhoud 84
De diepvriesruimte 85
Maximale invriescapaciteit 85
Invriezen en opslaan 85
Verse levensmiddelen invriezen 85
Supervriezen 86
Ontdooien van diepvrieswaren 87
IJsdispenser 88
Uitvoering 90
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 90
Ontdooien 91
Schoonmaken van het apparaat 91
Verlichting (LED) 92
Energie besparen 93
Bedrijfsgeluiden 93
Kleine storingen zelf verhelpen 94
Zelftest apparaat 97
Aqua-Stopgarantie 98
Klantenservice 98
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift nauwkeurig door. U vindt hierin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; contact opnemen met de servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmakers etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vloeistoffen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het invriezen van levensmiddelen, en voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor particulier gebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU-richtlijn 2004/108/EG.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 10.
Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5°C.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten.
De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen.
Het apparaat eerst op de waterleiding aansluiten, daarna pas op het elektriciteitsnet.
Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteits- en waterleidingbedrijf in acht worden genomen.
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Wateraansluiting
De wateraansluiting mag alleen door een vakkundig monteur volgens de plaatselijke voorschriften van het waterleidingbedrijf worden uitgevoerd.
De waterkraan moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en moet ook na plaatsing van het apparaat goed toegankelijk zijn.
De bijgevoegde slangenset heeft een lengte van 2 meter.

Attentie
Voor de aansluiting op het drinkwaternet uitsluitend de bijgevoegde of een bij de klantenservice gekochte slangenset gebruiken.
In geen geval aanwezige of reeds gebruikte slangensets gebruiken.
Het apparaat alleen aansluiten op een drinkwaterleiding:
Min. druk: 0,2 MPa (2 bar) Max. druk: 0,8 MPa (8 bar) Druk hoger dan 0,8 MPa (8 bar): drukbegrenzer installeren tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset

Attentie
Watertoevoerslang niet knikken, afknellen, wijzigen of doorsnijden! Afb. 8
Aanwijzing
De maximale uitwendige diameter van de waterleiding (zonder verbindingsstukken) bedraagt 25 mm.

Attentie
Controleer na de eerste afname de dichtheid van de aansluitingen! Afb. 9
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 10.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-5 Bedieningselementen 6 Verlichting (LED) 7 NoFrost-systeem 8 Klep van het vriesvak 9 Glasplaat 10 IJsbereider/ijsblokjesreservoir 11 Diepvrieslade (klein) 12 Diepvrieslade (groot) 13* Koude-accu 14 Schroefvoetjes 15 IJsdispenser 16 Deurontluchting
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets "super"
Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.
Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.
3 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.
4 Temperatuurindicatie
Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk "Alarmfunctie").
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
Druk de alarmtoets 5 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 4 branden.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Voor die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
De eerst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.
Alarmfunctie
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Ontdooialarm
Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie gedurende enkele seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist.
Indicatie 4 geeft zonder te knipperen de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan.
Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is, waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend wordt.
Stroomuitval-alarm
Afb. 2
Het stroomuitval-alarm wordt ingeschakeld als het door het uitvallen van de stroom in het apparaat te warm wordt en de levensmiddelen gevaar lopen.
De alarmtoets 5 brandt en „PI" verschijnt op de temperatuurindicatie 4.
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
De alarmtoets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
AquaStop-alarm
Het geïntegreerde AquaStop-systeem wordt ingeschakeld wanneer er water weglekt uit het leidingsysteem. De watertoevoer wordt automatisch onderbroken. De toetsen „lock" en „on/off" knipperen. De koelfunctie van het apparaat wordt niet beïnvloed.
Sluit de watertoevoer af en neem contact op met de klantenservice.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 10
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4. Bij apparaten met een ijsbereider kan het ijsblokjesreservoir worden verwijderd. Afb. 5.

Attentie
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar!
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van de diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 10.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoopkoelkast moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp. diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen. - Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen
In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethyleen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitamines, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.
Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.
Supervriezen inschakelen
Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken.
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld,\ kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen en\ de weergave Super Licht op, afb. 2/2.
Automatisch supervriezen
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest:
in de tweede diepvrieslade van andereen van rechtsbuiten met groot oppervlak
Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.
Handmatig supervriezen
Vries grotere hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Als u het maximale invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Druk de temperatuurinsteltoets 3 zo vaak in tot de indicatie Super 2 oplicht.
Supervriezen uitschakelen
Afb. 2
Druk de temperatuurinsteltoets 3 zo vaak in tot de gewenste temperatuur wordt weergegeven.
De indicatie Super 2 verdwijnt.
Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking.
Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren is. Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 1/2 dag.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
IJsdispenser
Naar wens kunt u eruit halen/tappen:
crushed ice, ijsblokjes.

Waarschuwing
Nooit in de opening van de ijsblokjesdispenser grijpen! Kans op verwondingen.

Attentie
Leg nooit flessen of levensmiddelen in het ijsblokjesreservoir om snel te laten koelen. De ijsbereider kan geblokkeerd en daardoor beschadigd worden.
Attentie bij ingebruikneming
De ijsdispenser werkt alleen wanneer het apparaat is aangesloten op het waterleidingnet en de ijsbereider is ingeschakeld.
Nadat het apparaat in gebruik is genomen duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is aangemaakt.
Als de ijsbereider voor het eerst wordt gebruikt: de eerste 30-40 ijsblokjes om hygiënische redenen niet gebruiken.
Aanwijzingen bij het gebruik van de ijsbereider
Zodra het vriesvak de vriestemperatuur heeft bereikt, start de ijsblokjesproductie. Na 2-3 uur worden de geproduceerde ijsblokjes automatisch in het ijsblokjesreservoir gestort.
Aanwijzing
Het apparaat produceert ijs wanneer u de vriesvaktemperatuur kouder instelt. Daardoor wordt het energieverbruik van uw apparaat iets hoger.
Soms vriezen ijsblokjes aan elkaar en blokkeren de afgifte:
- De deur openen en binnenin controleren of er ijsblokjes vastzitten in de ijs- en waterafgifte.
- Als de ijs- en waterafgifte niet geblokkeerd is:

Attentie
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar.
Het ijsblokjesreservoir voorzichtig uittrekken en aan elkaar gevroren ijsblokjes verwijderen.
Als het ijsblokjesreservoir vol is, dan wordt de ijsbereiding automatisch uitgeschakeld.
Tijdens het aanmaken van de ijsblokjes is het gezoem van het waterventiel, het binnenstromen van het water in het ijsblokjesreservoir en het vallen van de ijsblokjes te horen.
Alle materialen van de ijsbereider zijn geur- en smaakneutraal.
Als het ijs een bijsmaak heeft, kan dit de volgende oorzaken hebben:
het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater; het materiaal van de waterleiding in huis en van de toevoerleiding; de versheid van het drinkwater. Wanneer er lange tijd geen ijs uit het apparaat is genomen, kan het ijs "verschaald" smaken. In dit geval ca. 30-40 ijsblokjes verwijderen en weggooien.
IJs eruit halen
Afb. 6
Aanwijzing
De ijsbereider moet enkele uren ingeschakeld zijn voordat er ijs kan worden afgenomen.
- Toets ijsdispenser aan/uit 1 een seconde indrukken. Wanneer de ijsdispenser is ingeschakeld, brandt de toetsverlichting.
- Toets van de ijsdispenser (ijsblokjes 3 of fijngemalen ijs 4) kiezen.
- Met het glas tegen de dispenser-pad drukken tot de gewenste hoeveelheid is afgegeven.
Aanwijzing
Afhankelijk van de hoeveelheid ijs in het ijsblokjesreservoir kan het enkele uren duren voordat er ijs wordt afgegeven.
Aanwijzing
De geproduceerde hoeveelheid ijs kan worden verhoogd door de diepvriesruimte in te stellen op een zo laag mogelijke temperatuur.
IJsbereider buiten werking stellen
Als er vermoedelijk langer dan 1 week geen ijsblokjes uitgehaald worden (bijv. tijdens een vakantie) dan moet de ijsbereider tijdelijk buiten werking worden gesteld om te voorkomen dat de ijsblokjes aan elkaar vriezen.
De ijsbereider uitschakelen:
- Toets ijsdispenser aan/uit 1 een seconde indrukken. De toetsverlichting is uitgeschakeld wanneer de ijsdispenser is uitgeschakeld.
- IJsblokjesreservoir eruit halen.

Attentie
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar!
- IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken. Reservoir er weer in zetten. Let erop dat het ijsblokjesreservoir op de steunen vastklikt.
- Watertoevoer afsluiten.
Om het apparaat weer in gebruik te nemen:
- Watertoevoer weer inschakelen.
- Toets ijsdispenser aan/uit 1 seconde indrukken. De toets brandt wanneer de ijsdispenser is ingeschakeld.
De ijsblokjesproductie begint weer. Het duurt minstens 2 uur voordat er nieuwe ijsblokjes beschikbaar zijn.
Aanwijzing
De eerste 30-40 ijsblokjes niet gebruiken om hygiënische redenen.
Toetsblokkering in- en uitschakelen
Afb. 6
Met de toetsblokkering kan het apparaat worden beveiligd tegen ongewenste bediening.
Toets Toetsblokkering 2 3 seconden ingedrukt houden. De toets brandt wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot)
Afb. 1/12
Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
Koude-accu
Afb. 1/13*
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koude-element in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelen van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Watertoevoer naar het apparaat beslist een paar uur voor het uitschakelen onderbreken.

Attentie
De ijsbereider moet ingeschakeld blijven tot het apparaat definitief wordt uitgeschakeld!
- IJsblokjesreservoir verwijderen, leegmaken en daarna weer aanbrengen (zie IJsdispenser).
- Enkele uren wachten tot eventueel nog in de ijsbereider aanwezige ijsblokjes zich aan het ijsblokjesreservoir hebben afgegeven.
- IJsblokjesreservoir opnieuw verwijderen, leegmaken, reinigen en daarna weer aanbrengen (zie IJsdispenser).
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
- Apparaat schoonmaken.
- Deur van het apparaat open laten.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Gebruik geen schurende of krassende sponsjes.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ongeveer 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langer op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
U gaat als volgt te werk:
- Schakel het apparaat uit voordat u het schoonmaakt.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los, respectievelijk schakel deze uit.
- Haal de diepvrieswaren eruit en bewaar ze op een koele plaats. Leg de koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen.
- Maak het apparaat schoon met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Maak de deurafdichting alleen met schoon water schoon en wrijf deze grondig droog.
- Reinig de afvoergoot in de afdruipunit; verwijder daartoe de afdekking en reinig en droog de goot met een doek.
- Sluit het apparaat na het schoonmaken weer aan en schakel het in.
- Leg de diepvrieswaren weer in het apparaat.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).
IJsblokjesreservoir schoonmaken
Als er langere tijd geen ijsblokjes uit de dispenser worden gehaald, dan krimpen de kant-en-klare ijsblokjes, smaken ze verschaald en plakken ze aan elkaar. Daarom dient de ijsblokjesbak regelmatig gereinigd te worden.

Attentie
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar.
- IJsblokjesreservoir eruit halen.
- Het reservoir legen en met lauw water schoonmaken.
Aanwijzing
Reservoir niet schoonmaken door het in water te dompelen. Er mag geen water in het reservoir komen!
- Reservoir goed droogwrijven om te voorkomen dat de nieuwe ijsblokjes vastvriezen.
- IJsblokjesreservoir er weer inzetten.
De productie van ijsblokjes gaat verder.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. - Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. - Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de onderkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. Indien aanwezig: Wandafstandshouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de leidingen of water in de ijsbereider.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Kloppende geluiden
De kant en klare ijsblokjes van de ijsbereider vallen in het ijsblokjesreservoir.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controlleden of de temperatuur de temperatuurinstilling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controlleden. |
| Geen enkele individatie brandt. Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zich Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| Er is een alarmsignaal te horen; de indication „Alarm" brandt. In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Om het alarmsignaal uit te schaken de alarmtoets indrukken. Afb. 2/5 |
| De deur is geopend. Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in=eén keer ingeladen om in te vriezen. | |
| Als de storing is verholpen gaht het alarmindicatie na eenijdje uit. | |
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatur wordt Nieteererekt. | Er zit zo veel ijop de verdamper dat het NoFrost-systeem Nieteer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koeleplaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open lately. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 7 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkung stellen. |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controleren of het apparaat koelt. |
| Automatisch supervriezen schakelt Niet in. | Het apparaat beslist zichstandig of het automatische supervriezen nodig is en schakelt deze functie automatisch in of UIT. | |
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| IJsbereider werkt nicht. IJsbereider is Niet aangesloten op de stroomvoorziening. | Contact opnemen met de klantenservice. | |
| De ijsbereider is uitgeschakeld. | IJsbereider inschakelen (zie IJsdispenser). | |
| IJsbereider ontvangt geen vers water. | Ervoir zorgen dat de wateraansluiting in orde is. | |
| De vriesruimte-temperatuur is te hoog. | Vriesruimte-temperatuur controlleden en eventueel iets kouder instellen. | |
| Toevoerslang is geknikt of afgekneld. Afb. 3 | Ervoir zorgen dat de toevoerslang correct is aangelegd. | |
| De ijsbereider produeert nicht genoeg ijrs of de ijsblokjes zijn verrormd. | Het apparaat of de ijsbereider wird pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uu rot de ijssproductie begint. |
| Er werk een große hoeveelheid ijrs uitgehaald. | Het duurt ca. 24 uu rot het ijsblokjesreservoir weer gemuld is. | |
| Lage waterdruk. Het apparaat uitsluitend aansluten op de voorgeschreven waterdruk (zie het hoofdstuk „Apparaat aansluten“, paragraaf „Wateraansluiting"). | ||
| De vriesruimte-temperatuur is te hoog. | Temperatuur kouder zetten. | |
| Zeef van de watertoevoer is vuil. | Zeef reinigen. | |
| IJsdispenser werkt nicht. De toetsen „lock“ en „on/off“ knipperen. | Er is water wegelekt uit het leidingensystem. Het geintegreerde AquaStop-systeme heeft de watertoevoer onderbroken. | Sluit de watertoevoer af en neem contact op met de klantenservice (zie hoofdstuk „Alarm function"). |
| IJsdispenser werkt nicht. Er worden geen ijsblokjes gemaakt. | IJsbereider is leeg. Complete ijslading is verwijderd. | Wachten tot er neuen ijis is gemaakt. |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten

Attentie
- Om te voorkomen dat de zelftest wordt afgebroken, dient men de deur van het apparaat gesloten te houden terwijl het zelftestprogramma loopt.
- Omdat er tijdens de test mogelijk water of ijs afgegeven worden, dient men tijdens de zelftest een glas in de afgifte-eenheid te houden.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen. Als er een alarmsignaal klinkt, wordt dit na enige tijd automatisch uitgeschakeld.
- Binnen de eerste 10 seconden na inschakeling van het apparaat gedurende 3 tot 5 seconden de super-toets, afb. 2/2, ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Daarna direct de deur sluiten. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest loopt, klinkt er eenmalig een lang geluidssignaal en gaan de bedieningselementen van de afgifte-eenheid knipperen.
Wanneer de zelftest is beëindigd en een geluidssignaal
tweemaal klinkt, is uw apparaat in orde. Vijfmaal klinkt en de super-toets 10 seconden knippert, is er een fout opgetreden. Op de temperatuurindicatie 4 wordt een foutcode weergegeven. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Aqua-Stop garantie
Als aanvulling op de garantie-aanspraken tegenover de verkoper in de koopovereenkomst en als aanvulling op onze garantie op het apparaat worden u schadeloos gesteld als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- Als door een fout in ons Aqua-Stopsysteem waterschade wordt veroorzaakt, vergoeden wij de schade aan particuliere gebruikers.
- Deze aansprakelijkheidsgarantie geldt voor de levensduur van het apparaat.
- Voorwaarde voor aanspraak op garantie is dat het apparaat met Aqua-Stop vakkundig en overeenkomstig ons installatievoorschrift is opgesteld en aangesloten. Hiertoe behoort ook de vakkundig gemonteerde verlenging van de Aqua-Stop (origineel toebehoren). Onze garantie heeft geen betrekking op defecte toevoerleidingen of armaturen tot aan de Aqua-Stop-aansluiting op de kraan.
- Tijdens het gebruik van het apparaat hoeft u er in principe niet bij te blijven resp. na het gebruik om veiligheidsredenen de kraan niet te draaien. Alleen bij langere afwezigheid, bijv. als u een paar weken op vakantie gaat, moet de kraan worden dichtgedraaid.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 10
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meer kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL0884244040
B070222143
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10


REGISTREER UW PRODUCT
ONLINE OP NEFF-HOME.COM