iQ300 KG36EVL4A - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis iQ300 KG36EVL4A SIEMENS in PDF-formaat.
| Kenmerken | Details |
|---|---|
| Type koelkast | Combi-koelkast |
| Totale bruto capaciteit | 336 liter |
| Koelkastcapaciteit | 242 liter |
| Vriezer capaciteit | 94 liter |
| Energieklasse | A++ |
| Geluidsniveau | 39 dB |
| Afmetingen (HxBxD) | 186 cm x 60 cm x 65 cm |
| Koelsysteem | Gevulde koeling (ventilatiekoeling) |
| Extra functies | Supervriezen, LED-verlichting |
| Gewicht | 70 kg |
| Garantie | 2 jaar |
| Onderhoud | Automatisch ontdooien van de koelkast |
| Jaarlijks energieverbruik | 259 kWh |
| CO2-uitstoot | 95 kg/jaar |
| Kleur | RVS |
Veelgestelde vragen - iQ300 KG36EVL4A SIEMENS
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding iQ300 KG36EVL4A - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. iQ300 KG36EVL4A van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING iQ300 KG36EVL4A SIEMENS
nlInhoud nlGebruiksaanwijzing Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Brandgevaar Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.nl
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters. Brandgevaar Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat. Bij het gebruik ■ Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar! ■ Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken! ■ Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar! ■ Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■ Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!nl
■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■ Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■ Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■ Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden. ■ De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken. ■ Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden! ■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. ■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan.Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!nl
Kinderen in het huishouden ■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! ■ Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren! Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt ■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau. Aanwijzingen over de afvoer
- Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
- Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluidennl
De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: ■ Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. Afstand tot de wand Afb. # Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven. Deuraanslag wisselen (indien nodig) Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio. m Waarschuwing Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen. Aanwijzing Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.nl
Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 4. Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. Beluchting Afb. $ De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt! Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. m Waarschuwing Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 4. Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °Cnl
m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt. Kennismaking met het apparaat De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. !
- Niet bij alle modellen. Bedieningselementen Afb. " A Koelruimte B Diepvriesruimte 1-9 Bedieningselementen 10 Verlichting (LED) 11 Glasplateau in de koelruimte 12* Flessenrek 13 Verskoelvak 14 Groentelade 15* Boter en kaasvak 16* Voorraadvak in de deur „EasyLift” 17 Vak voor grote flessen 18 Diepvrieslade (klein) 19 Glasplateau in de diepvriesruimte 20 Diepvrieslade (groot) 21 Dooiwaterafvoergootje 22 Schroefvoetjes 1 Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Toets „super” (Diepvriesruimte) Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. 3 Temperatuurinsteltoetsen diepvriesruimte Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld. 4 Temperatuurindicatie Diepvriesruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.nl
Inschakelen van het apparaat Afb. "
1. Het apparaat met de toets Aan/Uit
inschakelen 1. Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
2. Door de alarmtoets 5 in te drukken
wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. De fabriek adviseert de volgende temperaturen: ■ Koelruimte: +4 °C ■ Diepvriesruimte: -18 °C Aanwijzingen bij het gebruik ■ Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ■ De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. ■ Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. Instellen van de temperatuur Afb. " Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C. Temperatuur-insteltoets koelruimte 7, net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie van de koelruimte 8. Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren. 5 Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”). 6 Holiday-toets Dient voor het in- en uitschakelen van de Vakantie-modus (zie het hoofdstuk Vakantiemodus). 7 Temperatuurinsteltoetsen koelruimte Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld. 8 Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C. 9 Toets „super” (Koelruimte) Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.nl
Diepvriesruimte De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C. Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte 3 meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie diepvriesruimte 4. Vakantie-modus Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantie-modus schakelen. Bij het inschakelen van de vakantie- modus wordt het automatische supervriezen uitgeschakeld. De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C gezet. Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment. In- en uitschakelen Afb. " Holiday-toets 6 indrukken. Als de vakantiemodus is ingeschakeld, brandt de toets en geeft de temperatuurindicatie van de koelruimte 8 geen temperatuur meer aan. Alarmfuncties Deuralarm Er wordt een alarmsignaal ingeschakeld als de deur van het apparaat langere tijd openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal uitgeschakeld. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien. Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie diepvriesruimte 4 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie diepvriesruimte 4 toont de ingestelde diepvriesruimtetemperatuur, zonder te knipperen. Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen: ■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ■ als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.nl
Aanwijzing Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Alarm uitschakelen Afb. " De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen. Netto-inhoud De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 4 Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Onderdelen eruit halen Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 0 De koelruimte De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit. Attentie bij het inruimen De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren. Aanwijzing Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd. Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen. Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones: ■ Koudste zone is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak Afb. !/13 Aanwijzing In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.nl
■ De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzing Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. Superkoelen Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv. ■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. ■ om dranken snel te koelen. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. In- en uitschakelen Afb. " Super-toets koelruimte 9 indrukken. De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld. Diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken ■ voor het opslaan van diepvriesproducten, ■ om ijsblokjes te maken, ■ om levensmiddelen in te vriezen. Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik! Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 4 Voorwaarden voor max. invriesvermogen ■ Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”). ■ Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. ■ Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. ■ Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.nl
Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ■ De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen. Levensmiddelen invriezen ■ Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. ■ Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■ De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. Diepvrieswaren opslaan De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen. Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op de glasplateaus en op de bodem van de diepvriesruimte opstapelen.
2. Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 0 Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen. Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■ Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. ■ Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.nl
Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer. Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. ■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. ■ Groente, fruit: tot 12 maanden. Supervriezen Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden. Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking. Supervriezen inschakelen Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken. Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Automatisch supervriezen Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest: ■ in het bovenste diepvriesbakje ■ links Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.nl
Handmatig supervriezen Afb. " Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Als u het max. invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Toets Super 2 indrukken. Is supervriezen ingeschakeld, dan licht de toets op. Supervriezen uitschakelen Afb. " Toets Super 2 indrukken. Het supervriezen is nu uitgeschakeld. Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking. ■ Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren is. ■ Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 ½ dag. Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■ bij omgevingstemperatuur■ in de koelkast■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■ in de magnetron m Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Uitvoering (niet bij alle modellen) Boter en kaasvak Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open. Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen. Verstelbaar deur-legplateau „EasyLift” Afb. % Het legplateau kan in de hoogte versteld worden zonder dat het eruit gehaald hoeft te worden. De knoppen op de zijkant van het legplateau gelijktijdig indrukken om het legplateau naar beneden te verplaatsen. Het kan naar boven worden verplaatst zonder de knoppen in te drukken. Flessenhouder Afb. ' De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.nl
Glasplateaus Afb. ( U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Variabel legplateau Afb. ) Het legplateau kan desgewenst omlaag worden geklapt. Het legplateau naar voren trekken, laten zakken en naar achteren drukken. Deze is geschikt voor het bewaren van levensmiddelen en flessen. Ontbijtset Afb. * De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden. U kunt de ontbijtset eruit nemen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de ontbijtset optillen en eruit trekken. De houder van de bakjes kunt u verschuiven. Flessenrek Afb. + In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel. Verskoelvak Afb. !/13 In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0 °C optreden. Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen. Groentelade met vochtigheidsregelaar Afb. - Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen: ■ kleine hoeveelheid fruit en groente – hoge luchtvochtigheid ■ grote hoeveelheid fruit en groente – lage luchtvochtigheid Aanwijzingen ■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.nl
Inzetbak voor de groentelade Bild . De inzetstuk kan eruit gehaald worden. Diepvrieslade (groot) Afb. !/20 Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen. Aanwijzing Scheidingsplaat (indien aanwezig) kan niet worden verwijderd. IJsbakje Afb. 2
1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden. Koude-accu De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden. Sticker "OK" (niet bij alle modellen) Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd. Aanwijzing Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Correcte instelling Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen Afb. " Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 8 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.nl
Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien Koelruimte Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje naar het verdampingsgedeelte van het apparaat. Diepvriesruimte De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koude- afgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs. m Attentie Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. U gaat als volgt te werk: Aanwijzing Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
1. Het apparaat uitschakelen om te
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
3. Diepvriesladen met
de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
4. Dooiwaterafvoer openen. Afb. /
5. Het legplateau voor grote flessen kan
worden gebruikt om het dooiwater op te vangen. Hiertoe het plateau voor grote flessen verwijderen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen) en onder de open dooiwaterafvoer zetten.
6. Om het ontdooiproces te versnellen
twee pannen met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.nl
7. Na het ontdooien het opgevangen
dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen.
8. Dooiwaterafvoer sluiten.
9. Plateau voor grote flessen weer in de
deur plaatsen. 10.Na het ontdooien het apparaat weer aansluiten en inschakelen. Schoonmaken van het apparaat m Attentie ■ Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■ Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen! Ga als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat
2. De stekker uit het stopcontact trekken
of de zekering uitschakelen.
3. Diepvrieswaren verwijderen en
bewaren op een koele plaats. Koude- accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
5. Het apparaat schoonmaken met een
zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
6. Deurafdichting alleen met schoon
water schoonmaken en grondig droogwrijven.
7. Na het schoonmaken apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
8. Diepvrieswaren opnieuw in het
diepvriesvak leggen. Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Legplateaus uit de deur nemen Afb. & Legplateaus optillen en verwijderen. Glasplateaus eruit halen Afb. ( De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken. Schuiflade verwijderen Schuiflade iets optillen en eruit halen. Dooiwater-afvoerklep Voor het reinigen van de dooiwater- afvoergoot moet het glasplateau boven de groentelade, afb. !/14, worden losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep:
1. Glazen legplateau verwijderen.
2. Dooiwater-afvoerklep optillen en
verwijderen. Afb. , Aanwijzing De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.nl
Groentelade Afb. / De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd. De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen. Reservoir verwijderen Afb. % Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Luchtjes Als u onaangename luchtjes ruikt:
1. Apparaat uitschakelen met de Aan/
2. Alle levensmiddelen uit het apparaat
3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk
Schoonmaken van het apparaat).
4. Alle verpakkingen schoonmaken.
5. Sterk ruikende levensmiddelen
luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
6. Apparaat weer inschakelen.
7. Levensmiddelen inruimen.
8. Na 24 uur controleren of er opnieuw
luchtjes zijn ontstaan. Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd. Energie besparen ■ Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ■ Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien. Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik. ■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ■ Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. ■ Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. ■ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.nl
Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Aanwijzing Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.nl
Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak Oplossing De temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. Inschakelen van de Servicedienst. Alarmsignaal klinkt, de toets „alarm” brandt. Afb. "/5 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! Om het alarmsignaal uit te schakelen de toets „alarm” 5 indrukken. Het apparaat is geopend. Het apparaat sluiten. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. De be- en ontluchting moet gewaarborgd zijn. Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. Max. invriescapaciteit niet overschrijden. Nadat de storing is verholpen, gaat de toets „alarm” 5 na enige tijd uit.nl
Storing Eventuele oorzaak Oplossing Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. "/4. Het alarmsignaal is te horen. De alarmtoets brandt. Afb. "/5 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets, afb "/5, indrukken. De deur is geopend. Deur sluiten. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekking verwijderen. Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. Max. invriescapacitiet niet overschrijden. Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit. Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. "/4. Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest. Na het indrukken van de alarmtoets 5 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. "/4 De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Alarmtoets, afb "/5, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. Automatisch supervriezen schakelt niet in. Het apparaat beslist zelfstandig of het automatische supervriezen nodig is en schakelt deze functie automatisch in of uit.nl
Zelftest apparaat Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden. Zelftest starten
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
2. Apparaat inschakelen en binnen de
eerste 10 seconden de super-toets, afb. "/2, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal. Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice. Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. Klantenservice Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 4 Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4020 B 070 222 142!
Notice-Facile