LA GERMANIA P910 1 CN9 X - Fornuis

P910 1 CN9 X - Fornuis LA GERMANIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis P910 1 CN9 X LA GERMANIA in PDF-formaat.

📄 41 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice LA GERMANIA P910 1 CN9 X - page 27
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kenmerken Details
Type kookplaat Inductie
Aantal kookzones 4 kookzones
Afmetingen (B x D x H) 60 x 60 x 85 cm
Totaal vermogen 7,4 kW
Extra functies Timer, kinderslot, automatische uitschakeling
Oppervlakte materiaal Vitrokeramiek
Energieverbruik A
Gewicht 70 kg
Onderhoud Gemakkelijk schoon te maken met geschikte producten voor vitrokeramiek
Veiligheid Bescherming tegen oververhitting, restwarmte-indicatoren
Garantie 2 jaar

Veelgestelde vragen - P910 1 CN9 X LA GERMANIA

Hoe zet ik het fornuis LA GERMANIA P910 1 CN9 X aan?
Draai de knop van het fornuis naar de stand "aan" en druk op de elektronische ontstekingsknop totdat de vlam aangaat.
Wat te doen als de vlam uitgaat tijdens het koken?
Als de vlam uitgaat, draai dan onmiddellijk de knop uit, wacht een paar minuten zodat het gas kan verdwijnen, en probeer dan de vlam opnieuw aan te steken.
Hoe maak ik het kookoppervlak van het fornuis schoon?
Gebruik een zachte, vochtige doek met een mild reinigingsmiddel. Vermijd schurende producten die het oppervlak kunnen krassen.
Het fornuis wordt niet goed warm, wat moet ik doen?
Controleer of de branders correct zijn geïnstalleerd en of er geen blokkades in de openingen zijn. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met een technicus.
Hoe stel ik de temperatuur van de oven in?
Gebruik de temperatuurregelknop op het bedieningspaneel om de gewenste temperatuur te selecteren.
Hoe weet ik of de oven is voorverwarmd?
Het ovenlampje gaat uit wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, wat aangeeft dat de oven is voorverwarmd.
Is er een beveiliging om gaslekken te voorkomen?
Ja, het fornuis is uitgerust met een beveiligingssysteem dat de gastoevoer afsluit als de vlam uitgaat.
Hoe vervang ik een lampje in de oven?
Koppel het fornuis los, verwijder het lampdeksel door het tegen de klok in te draaien, vervang het lampje door een lampje van hetzelfde type en plaats het deksel terug.
Hoe stel ik de tijd in op het fornuis?
Druk op de knop "klok" en gebruik de knoppen "+" en "-" om de tijd in te stellen. Bevestig door nogmaals op de knop "klok" te drukken.
Wat te doen als het digitale display niet werkt?
Controleer of het fornuis correct van stroom wordt voorzien. Als het display uit blijft, neem dan contact op met een professional voor inspectie.

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P910 1 CN9 X - LA GERMANIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P910 1 CN9 X van het merk LA GERMANIA.

GEBRUIKSAANWIJZING P910 1 CN9 X LA GERMANIA

(NL) Lees met aandacht het instructieboekje alvorens over te gaan tot installatie en gebruik van het apparaat. Deze instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de identificatiesymbolen op het omslag van het instructieboekje en op het typeplaatje van het apparaat zijn aangeduid. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade aan goederen of personen die het gevolg is van een niet correcte installatie of van een verkeerd gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele onregelmatig- heden in dit boekje als gevolg van druk- of overschrijvingsfouten. Ook de esthetiek van de aangegeven figuren is uitsluitend indicatief. De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering. INHOUDSOPGAVE: TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR.. ............................................................................... pag. 27 Inbouw van het kookvlak ..................................................................................................................................... pag. 27 Bevestiging van het kookvlak - Waarschuwingen voor de installatie ................................................................... pag. 27 Ventilatie van de lokalen - Aansluiting op het gasnet. ......................................................................................... pag. 28 Aanpassing op de verschillende gassoorten........................................................................................................ pag. 28 Regeling branders .............................................................................................................................................. pag. 28 Elektrische aansluiting ........................................................................................................................................ pag .29 ONDERHOUD VAN HET APPARAAT - Vervanging onderdelen......................................................................... pag. 29 HANDBOEKJE VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD.......................................................................... pag. 30 Beschrijving modellen kookvlakken...................................................................................................................... pag. 30 Gebruik van de branders ..................................................................................................................................... pag. 30 Gebruik van de elektrische kookplaten ................................................................................................................ pag. 31 Schoonmaak van het apparaat ............................................................................................................................ pag. 31 Tekeningen .......................................................................................................................................................... pag. 37 Elektrisch schema ............................................................................................................................................... pag. 39 DIT APPARAAT IS ONTWORPEN VOOR HUISHOUDELIJK NIET PROFESSIONEEL GEBRUIK. Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2011/65/EU (RoHS) Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Deze richtlijn legt de bepalingen vast voor de inzameling en de recycling van afgedankte apparatuur die op heel het grondgebied van de Europese Unie gelden.

TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR TIPJES VOOR DE INSTALLATEUR De installatie, de regelingen, de veranderingen en het onderhoud die in deze afdeling zijn aangeduid moeten uitsluitend door gekwalificeerd personeel verricht worden. Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of voorwerpen, t.o.v. welke de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. De veiligheidsinrichtingen of de automatische regeling van de apparaten tijdens het leven van de installatie kunnen uitsluitend door de fabrikant of door de bevoegde geautoriseerde leverancier veranderd worden.

INBOUW VAN DE KOOKVLAKKEN

Na de verschillende delen uitgepakt te hebben, zie of het kookvlak ongeschonden is. Bij twijfel gebruik het apparaat niet en roep assistentie in van gekwalificeerd personeel. De verpakkingscomponenten(polystyrool expans, zakjes, karton, spijkers, enz.) zijn gevaarlijke voorwerpen en moeten niet binnen bereik van kinderen blijven. Gezien de afmetingen van het apparaat (zie tabel n. 1) maak een gat in het vlak (zie tekeningen):28 ° Vlakken model P61/P61V (59x50 cm) P71/P71V(74x50 cm) P91/P91V(86x50 cm) rechte hoek fig. 1A. ° Vlakken model P61/P61V (59x50 cm) P91/P91V (86x50 cm) afgeronde hoek fig. 1B en volg de in tabel 1 aangeduide afmetingen. Het apparaat wordt in klasse 3 geklassificeerd en is dus onderhevig aan de voorschriften die door de normen voor deze apparaten zijn voorzien. Tabel n.1

Rechthoekige versie Afgeronde versie

Om penetratie van vloeistoffen in het onderliggend meubelstuk te voorkomen, is het apparaat voorzien van een speciale pakking. Om deze pakking aan te brengen, volg aandachtig de volgende instructies: 1) Strek de verzegelingspakking uit langs de openingsboord en zorg dat de verbindingspunten op elkaar komen te liggen (fig. 2)

2) Plaats het vlak in de ruimte van het meubelstuk

3) Monteer met een schroevedraaier de 4 plaatjes A middels de passende schroef B (fig. 3)

4) Laat de plaatjes lopen en blokkeer ze door schroef B vast te schroeven

5) Snij recht het pakkingsgedeelte aan de buitenkant van het vlak.

Dit kookvlak is van het type Y zodat het vrij afzonderlijk geïnstalleerd kan worden, of tussen keukenmeubels of tussen een meubelstuk en een muurwand. De achterwand en de omringende oppervlakten moeten weerstand kunnen bieden aan een overtemperatuur van 65 K. Om te voorkomen dat de geplastificeerde platen die het meubelstuk bekleden zich loslaten, moet de lijm die ze aan elkaar vastplakt weerstand bieden aan temperaturen niet lager dan 150°C. De installatie van het apparaat moet geschieden met inachtneming van de plaatselijke nationale normen en in een goed geventileerd lokaal. Het apparaat is niet aangesloten op inrichtingen voor de ontruiming van verbrandingsproducten. Het moet dus aangesloten worden in overeenstemming met de hierboven aangeduide installatienormen. Vooral de normen voor de ventilatie van de lokalen dienen gevolgd te worden.

VENTILATIE VAN DE LOKALEN

Om het apparaat goed te laten functioneren, is het noodzakelijk dat het lokaal waar het geïnstalleerd is steeds goed geventileerd is. Het volume van het lokaal moet niet minder dan 25 m

zijn en de nodige hoeveelheid lucht moet gebaseerd worden op een regelmatige verbranding van het gas en op de ventilatie van het lokaal. De normale toevoer van lucht zal geschieden door permanente openingen in de wanden van het te ventileren lokaal:deze openingen zijn met de buitenkant verbonden en moeten een minimum doorsnede hebben van 100 cm

(zie fig.4). De openingen moeten zo gemaakt worden dat ze niet verstopt kunnen raken.

PLAATSING EN VENTILATIE

De op gas lopende kookapparaten moeten de verbrandingsgassen ontruimen door middel van op schoortenen, op rookpijpen of rechtstreeks met de buitenkant verbonden kappen (zie fig. 5A). Indien geen kap geplaatst kan worden, is het gebruik van een ventilator geïnstalleerd op een venster of rechtstreeks met de buitenkant verbonden toegestaan; de ventilator moet tezamen met het apparaat in werking gesteld worden (zie fig. 5B), mits de nationale normen inzake de ventilatie van de lokalen in acht genomen zijn. AANSLUITING VAN HET APPARAAT OP HET GASNET Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten, verwijder allereerst de plastieke beschermingstap van het gascircuit die onder druk in de ingangsverbindingsstuk gestoken is;om deze tap te verwijderen schroef hem gewoon los. Zie daarna of de gegevens van het typeplaatje dat aan de onderkant van de bak geplaatst is, overeenkomen met die van het gasnet. Een etiketje geplaatst op de laatste pagina van dit boekje en op de laagste kant van de bak, geeft de regelingsvoorwaarden aan van het apparaat: soort gas en werkingsdruk. BELANGRIJK: Dit apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale bestaande normen en moet alleen in goed geventileerde lokalen gebruikt worden. WAARSCHUWING: Het verbindingsstuk van ingang van het gas is voorzien van een 1/2 gas cilindrische schroefdraad volgens UNI-ISO 228-1 (zie fig. 6).

AANPASSING OP DE VERSCHILLENDE SOORTEN GAS

Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet. VERVANGING VAN DE GASPITTEN VOOR FUNCTIONERING MET ANDER SOORT GAS: Om de gaspitten van de branders te vervangen, ga als volgt te werk: Trek de branders omhoog en schroef de gaspitten los (fig. 7) door middel van een engelse sleutel van 7 mm. en vervang ze met die die voor het nieuwe gassoort geschikt zijn volgens de gegevens van de hieronder staande TABEL n. 2. LET OP: Na de hierboven genoemde vervangingen verricht te hebben, dient de technicus het typeplaatje met het nieuw gassoort29 op het apparaat te plaatsen ter vervanging van het voorgaande. Het typeplaatje bevindt zich in het zakje van de reservegaspitten. TABEL N. 2 : Aanpassing op de verschillende soorten gas APPARATEN VAN CATEGORIE: II2L3B/P Brander Soort gas Druk Diameter gaspit Nominaal draagvermogen Gereduceerd draagvermogen Diameter by-pass 1/100mm mbar 1/100mm

1) Regeling van de "MINIMUMSTAND" van de branders

Om tot een regeling van de minimumstand van de branders over te gaan ga als volgt te werk:

1) Steek de brander aan en zet de knop op positie MINIMUM (kleine vlam).

2) Verwijder de knop (fig. 8) van de kraan die door een gewone druk op het staafje van dezelfde is bevestigd.

3) Gebruik een kleine schroevedraaier langs het staafje van de kraan op het werkvlak bij de (vergulde) schroef die zich op de onderste kant van de kraan bevindt (fig. 8) en draai naar rechts of naar links de vernauwingsschroef totdat de vlam van de brander passend op de MINIMUMSTAND is geregeld.

4) Zie dat de vlam niet uitgaat bij het snel passeren van de MAXIMUMSTAND naar de MINIMUMSTAND.

LET OP: De genoemde regeling moet verricht worden bij branders die op aardgas en stadsgas lopen (waar voorzien), terwijl bij branders die op vloeibaargas lopen, de schroef volledig naar rechts gedraaid en geblokkeerd moet worden. ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN HET APPARAAT: De elektrische aansluiting moet verricht worden met inachtneming van de bestaande normen en wetsbepalingen. Alvorens tot de elektrische aansluiting over te gaan, controleer: - of het elektrisch draagvermogen van de installatie en van het stopcontact passend is bij het maximum vermogen van het apparaat (zie het typeplaatje dat op de onderkant van de kas is geplaatst) - of het stopcontact of de installatie voorzien zijn van een behoorlijke aardverbinding volgens de bestaande normen en wetsbepalingen. Elke aansprakelijkheid wordt afgewezen bij een niet nakoming van deze voorschriften. Wanneer de aansluiting op het elektrischnet gedaan wordt door middel van een stopcontact: - breng op het snoer (indien niet voorzien) een genormaliseerde stekker aan geschikt voor het dragen van het op het typeplaatje aangegeven vermogen. Sluit de kabeltjes aan volgens het schema van fig. 9 en respecteer de volgende verhoudingen: letter L (fase) = bruin kabeltje letter N (neutraal) = blauw kabeltje symbool ” ’’ aard = geel-groen kabeltje - Het elektrisch snoer moet geplaatst worden zodat het in geen enkel punt een overtemperatuur bereikt van 75 K. - Gebruik nooit voor de aansluiting reducteurs, aanpasbare-of afleidingselementen daar deze valse contacten kunnen veroorzaken met consequente gevaarlijke oververwarmingen. Wanneer de aansluiting rechtstreeks op het elektrisch net is gedaan: - plaats tussen het apparaat en het net een omnipolaire schakelaar, passend op het draagvermogen van het apparaat, met een minimum opening tussen de contacten van 3 mm. - Zorg dat het aardsnoer niet door de schakelaar wordt onderbroken. - Alternatief kan de elektrische aansluiting ook beschermd worden door een differentiële schakelaar met zeer hoge sensibiliteit. - Zorg dat het passend geel-groen aardverbindingskabeltje aangesloten wordt op een efficiënte aardinstallatie. ATTENTIE: Het apparaat is in overeenstemming met de voorschriften van de EEG-Richtlijnen 2009/142/CE (Gasrichtlijn) met betrekking tot gastoestellen voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke toestellen, 2006/95/CE (Laagspanningsrichting) met betrekking tot de elektrische veiligheid en 2004/108/EG, (EMC-Richtlijnen) met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit.

ONDERHOUD VAN HET APPARAAT

Vervanging van de onderdelen Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet. Voor de vervanging van de onderdelen zoals branders, kranen en elektrische componenten, trek het kookvlak uit het meubelstuk door het losmaken van de bevestigingshaakjes, maak de schroeven die de branders aan het werkvlak bevestigen los, maak de schroeven van de moeren die de elektrische vlakken die te zien zijn aan de onderste kant van het vlak los, verwijder het werkvlak, en vervang daarna de gebrekkige componenten. NOTA: Bij de vervanging van kranen, maak ook de twee schroeven los die de gashelling aan de boden van het vlak bevestigen en die zich aan de bovenkant van deze bevinden.30 Bij apparaten voorzien van automatische ontsteking, demonteer, alvorens de kranen te vervangen, het kettingstel van de ontstekingsschakelaars. Het is raadzaam de pakking van de kraan te vervangen wanneer een kraan vervangen wordt om een perfecte houding tussen blok en helling te verzekeren. LET OP: Het voedingssnoer dat met het apparaat wordt meegeleverd is aan deze verbonden door een verbindingsstuk van het type X zodat het vervangen kan worden zonder speciale gereedschappen met een snoer van hetzelfde al geïnstalleerde type. Bij slijtage of beschadiging van het snoer, vervang het volgens de gegevens van tabel n.3:

Tabel n. 3: Soorten en doorsneden van voedingssnoeren van de kookvlakken Afmetingen kookvlak Soort kookvlak Soort/en doorsnede van het snoer 59 x 50 cm. 74 x 50 cm. Gasbranders H05VV-F 3x0,75 mm2 86 x 50 cm. Gasbranders + 1 elektrische plaat H05VV-F 3x1 mm2

LET OP: Bij vervanging van het voedingssnoer, dient de installateur te zorgen dat de aardgeleider ongeveer 2 cm langer is dan de fasegeleiders en de voorschriften in acht te nemen inzake de elektrische aansluiting. Het smeren van de kranen:( moet verricht worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel van een technische servicedienst). Indien het gebruik van een kraan moeilijk wordt, dan dient deze onmiddelijk gesmeerd te worden volgens de onderstaande instructies:

1) Demonteer het kraanstel door de twee schroeven die zich op het kraanstel bevinden los te schroeven (fig. 10).

2) Trek uit zijn plaats en maak schoon de houdingskegel en zijn zetel met een met een oplosmiddel doortrokken doek.

3) Smeer voorzichtig de kegel met een passend smeermiddel.

4) Plaats de kegel op zijn plaats, beweeg hem enkele malen, trek hem daarna weer uit zijn zetel, verwijder het overbodig smeermiddel en zie dat de zone's van doorgang van het gas niet verstopt zijn.

5) Monteer weer alle onderdelen op omgekeerde wijze en controleer of de kraan goed functioneert.

7. Knop voorbrander links 7. Omschakelaar elektrische plaat (6+0)

8. Knop voorbrander rechts L. Bruin (fase)

9. Knop omschakelaar achterplaat rechts N. Blauw (neutraal)

13. Knop omschakelaar centrale plaat

14. Drukknop voor de ontsteking (indien voorzien)

Op het bedieningspaneel boven elke knop is een schema afgedrukt dat aangeeft aan welke brander de knop zich refereert. De ontsteking van de branders kan op verschillende wijze verrichtworden al naar gelang van het soort apparaat en van zijn eigenschappen. - Ontsteking met de hand (is steeds mogelijk ook bij onderbreking van de elektrische energie): Draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam

benader de brander met een lucifer. - Elektrische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk daarna op de ontstekingsknop en laat hem los zodra de brander aangestoken is. - Elektrische automatische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk op de knop;laat deze los zodra de brander aangestoken is.31 - Ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsinrichting (thermokoppel): draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam, druk op de knop en activeer een van de boven omschreven ontstekingsinrichtingen. Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 10 seconden zodat de vlam de thermokoppel verwarmt. Gaat de brander uit na het loslaten van de knop, herhaal de hele handeling. N.B.: Probeer een brander niet te ontsteken wanneer de passende vlammenscheider niet goed op zijn plaats staat. Tipjes voor een optimaal gebruik van de branders: - Gebruik voor elke brander passende kookpannen (zie tabel n. 4 en fig. 12) - Wanneer het kookpunt bereikt is, breng de knop op positie MINIMUM - Gebruik steeds kookpannen met deksel. Tabel n. 4: Diameters aangeraden kookpannen. BRANDER DIAMETERS aangeraden KOOKPANNEN (cm) Hulpbrander 12 – 14 Semi-snelle brander 14 – 26 Snelle brander 18 – 26 Dubbele kroon brander 22 – 26 LET OP: gebruik steeds pannen met een vlakke bodem. LET OP: Bij onderbreking van de elektrische netstroom, steek de branders aan met een lucifer. De ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsthermokoppel kan alleen geschieden wanneer de knop op de MAXIMUM positie staat (grote vlam). Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven. Gebruik nooit spray in de nabijheid van het apparaat wanneer deze in werking is. Tijdens het gebruik van de branders zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Zorg dat kinderen niet bij het apparaat komen. Indien het inbouwkookvlak voorzien is van een deksel, zorg dat het vlak goed schoon gemaakt wordt en resten van gerechten verwijderd worden alvorens de deksel te sluiten. NOTA's: Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte en vochtigheid in het lokaal waar het geïnstalleerd is. Het is dus noodzakelijk dat het lokaal goed geventileerd wordt, dat de openingen voor een natuurlijke ventilatie niet verstopt raken (fig. 4) en dat de mechanische ventilatieinrichting/opzuikap of de elektroventilator geactiveerd zijn (fig. 5A en 5B). Een intensief en voortdurend gebruik van het apparaat kan een aanvullende ventilatie nodig maken, bv. het openen van een raam of een meer efficiënte ventilatie door vermeerdering van het vermogen van de mechanische opzuiginrichting indien deze bestaat.

GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE KOOKPLATEN

De platen zijn bediend door een omschakelaar met 6 posities (fig. 13). De inschakeling van de platen geschiedt door het draaien van de knop op een van de gewenste posities. Op het bedieningsbord van het apparaat bevindt zich een serigrafie dat aangeeft op welke plaat de knop zich refereert. De inschakeling van de plaat is aangegeven door een controlelampje dat zich ook op het bedieningsbord bevindt. Hoe een elektrische kookplaat gebruikt dient te worden: Wanneer een plaat voor de eerste keer wordt gebruikt of na een lange tijd van ongebruik, is het raadzaam de plaat te laten functioneren op positie 1 voor ongeveer 30 minuten om de eventuele door het binnenste isolatiemateriaal geabsorbeerde vochtigheid te doen verwijderen. Uitsluitend indicatief, geven wij een tabel aan met de nodige regelingen voor een optimaal gebruik van de elektrische platen. LET OP: Bij de eerste inschakeling of indien de plaat voor een lange tijd ongebruikt is gebleven, is het noodzakelijk om de eventuele door het binnenste isolatiemateriaal geabsorbeerde vochtigheid te verwijderen, de plaat in te schakelen voor 30 minuten op positie 1 van de omschakelaar.

Niet ontstoken plaat

Het smelten van boter, chocolade, enz. - Het verwarmen van kleine hoeveelheden vloeistoffen

Het verwarmen van grotere hoeveelheden vloeistoffen - Het klaarmaken van vla en sausen die een lange kooktijd eisen.

Het ontdooien van gerechten, het koken op kookpunttemperatuur.

Het roosteren van fijn vlees en vis

Het roosteren van kotelets en biefstukken, het koken van grote hoeveelheden vlees

Het op kookpunt brengen van grote hoeveelheden water, het bakken.

Tipjes voor een correct gebruik: - Droog de bodem van de kookpannen alvorens deze op de plaat te zetten - Gebruik steeds kookpannen met een vlakke bodem en een grote dikte (zie fig. 14) - Gebruik nooit kookpannen die kleiner zijn dan de kookplaat - Schakel de elektrische stroom in na de kookpannen op de plaat gezet te hebben - Na het gebruik, voor een goed behoud, behandel de kookplaten met de normale producten voor elektrische kookplaten die op de markt te vinden zijn zodat de oppervlakten steeds goed schoon blijven; deze handeling voorkomt een eventuele oxydatie (roest). - Ook na het gebruik blijven de kookplaten warm voor een lange tijd, raak ze dus niet aan met de handen of met andere voorwerpen om brandwonden te voorkomen. - Tijdens het functioneren van de kookplaten, zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Houd kinderen ver weg van het apparaat. - Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven.32

WAARSCHUWING: zodra een barst op de oppervlakte van de kookplaten te merken is, trek de stekker onmiddelijk uit het stopcontact.

SCHOONMAAK VAN HET APPARAAT

Alvorens over te gaan tot schoonmaak van het apparaat, trek de stekker uit het stopcontact en sluit de algemene gaskraan. Schoonmaak van het werkvlak: maak de brandershoofden, de geëmailleerde stalen roosters, de geëmailleerde dekseltjes en de vlammenscheiders regelmatig schoon met lauw zeepsop, spoel en droog daarna goed af. Haal het eventueel uit de kookpannen overgelopen vloeistof weg met een doekje. Indien het openen en het sluiten van een kraan moeilijk is, forceer hem niet, maar roep meteen assistentie in van de servicedienst. Schoonmaak van de geëmailleerde onderdelen: om de geëmailleerde onderdelen intact te houden, maak ze vaak schoon met zeepsop. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen. Zorg dat op de geëmailleerde onderdelen geen zure of alkalische stoffen achterblijven (azijn, citroensap, zout, tomatensap, enz.) en was de geëmailleerde onderdelen niet wanneer ze nog warm zijn. Schoonmaak van de inoxstalen onderdelen: Maak deze onderdelen schoon met zeepsop en droog ze daarna af met een zachte doek. De glans wordt behouden door ze regelmatig te boenen met passende producten die gewoon op de markt te vinden zijn. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen. Schoonmaak van de vlammenscheiders van de branders: Gezien deze gewoon neergelegd zijn, haal ze uit hun plaats en maak ze schoon met zeepsop. Droog ze daarna goed af en na gecontroleerd te hebben dat de gaten niet verstopt zijn, zet ze weer correct op hun plaats.

(BE) Lees aandachtig dit instructieboekje alvorens over te gaan tot installatie en gebruik van het apparaat. Deze instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de identificatiesymbolen op het omslag van het instructieboekje en op het typeplaatje van het apparaat zijn aangeduid. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade aan goederen of personen als gevolg van een niet correcte installatie of van een verkeerd gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele onregelmatigheden in dit boekje wegens druk-of overschrijvingsfouten. Ook de esthetiek van de aangegeven figuren is uitsluitend indicatief. De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering. INDEX: TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR.................................................................................. pag. 32 Inbouw van het kookvlak ..................................................................................................................................... pag. 32 Bevestiging van het kookvlak - Waarschuwingen voor de installatie ................................................................. pag. 32 Ventilatie van de lokalen - Aansluiting op het gasnet. ......................................................................................... pag. 33 Aanpassing op de verschillende gassoorten........................................................................................................ pag. 33 Regeling branders ............................................................................................................................................... pag. 33 Elektrische aansluiting ......................................................................................................................................... pag. 34 ONDERHOUD VAN HET APPARAAT - Vervanging onderdelen......................................................................... pag. 34 HANDBOEKJE VOOR HET GEBRUIK EN HET ONDERHOUD.......................................................................... pag. 35 Beschrijving modellen kookvlakken..................................................................................................................... pag. 35 Gebruik van de branders ..................................................................................................................................... pag. 35 Gebruik van de elektrische kookplaten ................................................................................................................ pag. 36 Schoonmaak van het apparaat ............................................................................................................................ pag. 36 Tekeningen .......................................................................................................................................................... pag. 37 Elektrisch schema ............................................................................................................................................... pag. 39 DIT APPARAAT IS ONTWORPEN VOOR HUISHOUDELIJK NIET PROFESSIONEEL GEBRUIK. Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 211/65/EU (RoHS) Dit apparaat is voorzien van een merkteken zoals bedoeld in de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). Deze richtlijn legt de bepalingen vast voor de inzameling en de recycling van afgedankte apparatuur die op heel het grondgebied van de Europese Unie gelden.

TECHNISCH HANDBOEKJE VOOR DE INSTALLATEUR TIPJES VOOR DE INSTALLATEUR De installatie, de regelingen, de veranderingen en het onderhoud die in deze afdeling zijn aangeduid moeten uitsluitend door gekwalificeerd personeel verricht worden. Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken aan personen, dieren of voorwerpen, t.o.v. welke de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden. De veiligheidsinrichtingen of de automatische regeling van de apparaten tijdens de duur van de installatie kunnen uitsluitend door de fabrikant of door de bevoegde geautoriseerde leverancier veranderd worden.

INBOUW VAN DE KOOKVLAKKEN33

Na de verschillende delen uitgepakt te hebben, zie of het kookvlak ongeschonden is.Bij twijfel gebruik het apparaat niet en roep assistentie in van gekwalificeerd personeel. De verpakkingscomponenten(polystyrool expans, zakjes, karton, spijkers, enz.) zijn gevaarlijke voorwerpen en moeten niet binnen bereik van kinderen blijven. Gezien de afmetingen van het apparaat (zie tabel n.1) maak een gat in het vlak (zie tekeningen): ° Vlakken model P61/P61V (59x50 cm) P71/P71V(74x50 cm) P91/P91V(86x50 cm) rechte hoek fig.1A. ° Vlakken model P61/P61V(59x50 cm) P91/P91V(86x50 cm) afgeronde hoek fig.1B en volg de in tabel 1 aangeduide afmetingen. Het apparaat wordt in klasse 3 geklassificeerd en is dus onderhevig aan de voorschriften die door de normen voor deze apparaten zijn voorzien. Tabel n.1

Rechthoekige versie Afgeronde versie

Om penetratie van vloeistoffen in het onderliggend meubelstuk te voorkomen, is het apparaat voorzien van een speciale garnituur.Om deze garnituur aan te brengen, volg aandachtig de volgende instructies: 1) Strek de verzegelingsgarnituur uit langs de openingsboord en zorg dat de verbindingspunten op elkaar komen te liggen (fig.2)

2) Plaats het vlak in de ruimte van het meubelstuk

3) Monteer met een schroevedraaier de 4 plaatjes A middels de passende schroef B (fig.3)

4) Laat de plaatjes lopen en blokkeer ze door schroef B vast te schroeven

5) Snij recht het garnituurgedeelte aan de buitenkant van het vlak.

Dit kookvlak is van het type Y zodat het vrij afzonderlijk geïnstalleerd kan worden, of tussen keukenmeubels of tussen een meubelstuk en een muurwand. De achterwand en de omringende oppervlakten moeten weerstand kunnen bieden aan een overtemperatuur van 65 K. Om te voorkomen dat de geplastificeerde platen die het meubelstuk bekleden zich loslaten, moet de lijm die ze aan elkaar vastplakt weerstand bieden aan temperaturen niet lager dan 150°C. De installatie van het apparaat moet geschieden met inachtneming van de plaatselijke nationale normen en in een goed geventileerd lokaal. Het apparaat is niet aangesloten op inrichtingen voor de ontruiming van verbrandingsproducten. Het moet dus aangesloten worden in overeenstemming met de hierboven aangeduide installatienormen. Vooral de normen voor de ventilatie van de lokalen dienen gevolgd te worden.

VENTILATIE VAN DE LOKALEN

Om het apparaat goed te laten functioneren, is het noodzakelijk dat het lokaal waar het geïnstalleerd is steeds goed geventileerd is. Het volume van het lokaal moet niet minder dan 25 m

zijn en de nodige hoeveelheid lucht moet gebaseerd worden op een regelmatige verbranding van het gas en op de ventilatie van het lokaal. De normale toevoer van lucht zal geschieden door permanente openingen in de wanden van het te ventileren lokaal:deze openingen zijn met de buitenkant verbonden en moeten een minimum doorsnede hebben van 100 cm

(zie fig.4). De openingen moeten zo gemaakt worden dat ze niet verstopt kunnen raken.

POSITIE EN VENTILATIE

De op gas lopende kookapparaten moeten de verbrandingsgassen ontruimen door middel van op schoortenen, op rookpijpen of rechtstreeks met de buitenkant verbonden kappen (zie fig.5A). Indien geen kap geplaatst kan worden, is het gebruik van een ventilator geïnstalleerd op een venster of rechtstreeks met de buitenkant verbonden toegestaan; de ventilator moet tezamen met het apparaat in werking gesteld worden. (zie fig.5B), mits de nationale normen inzake de ventilatie van de lokalen in acht genomen zijn. AANSLUITING VAN HET APPARAAT OP HET GASNET Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten, verwijder allereerst de plastieke beschermingstap van het gascircuit die onder druk in de ingangsverbindingsstuk gestoken is;om deze tap te verwijderen schroef hem gewoon los. Zie daarna of de gegevens van het typeplaatje dat aan de onderkant van de bak is geplaatst, overeenkomen met die van het gasnet. Een etiketje geplaatst op de laatste pagina van dit boekje en op de laagste kant van de bak, geeft de regelingsvoorwaarden aan van het apparaat: soort gas en werkingsdruk. BELANGRIJK: Dit apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale bestaande normen en moet alleen in goed geventileerde lokalen gebruikt worden. ATTENTIE : Het verbindingsstuk van ingang van het gas is voorzien van een 1/2 gas cilindrische schroefdraad volgens UNI- ISO 228-1 (zie fig.6).

AANPASSING OP DE VERSCHILLENDE SOORTEN GAS

Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet. VERVANGING VAN DE GASPITTEN VOOR FUNCTIONERING MET ANDER SOORT GAS: Om de gaspitten van de branders te vervangen, ga als volgt te werk: Trek de branders omhoog en schroef de gaspitten los (fig.7) door middel van een engelse sleutel van 7 mm. en vervang ze met die die voor het nieuwe gassoort geschikt zijn volgens de gegevens van de hieronder staande TABEL n.2. ATTENTIE: Na de hierboven genoemde vervangingen verricht te hebben, dient de technicus het typeplaatje met het nieuw gassoort op het apparaat te plaatsen ter vervanging van het voorgaande.Het typeplaatje bevindt zich in het zakje van de reservegaspitten.34 TABEL N. 2 : Aanpassing op de verschillende soorten gas APPARATEN VAN CATEGORIE: II2E+3+ Brander Soort gas Druk Diameter gaspit Nominaal draagvermogen Gereduceerd draagvermogen Diameter by-pass 1/100mm

1) Regeling van de "MINIMUMSTAND" van de branders

Om tot een regeling van de minimumstand van de branders over te gaan ga als volgt te werk:

1) Steek de brander aan en zet de knop op positie MINIMUM (kleine vlam).

2) Verwijder de knop (fig.8) van de kraan die door een gewone druk op het staafje van dezelfde is bevestigd.

3) Gebruik een kleine schroevedraaier langs het staafje van de kraan op het werkvlak bij de (vergulde) schroef die zich op de onderste kant van de kraan bevindt (fig.8) en draai naar rechts of naar links de vernauwingsschroef totdat de vlam van de brander passend op de MINIMUMSTAND is geregeld.

4) Zie dat de vlam niet uitgaat bij het snel passeren van de MAXIMUMSTAND naar de MINIMUMSTAND.

ATTENTIE: De genoemde regeling moet verricht worden bij branders die op aardgas en stadsgas lopen (waar voorzien), terwijl bij branders die op vloeibaargas lopen, de schroef volledig naar rechts gedraaid en geblokkeerd moet worden. ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN HET APPARAAT: De elektrische aansluiting moet verricht worden met inachtneming van de bestaande normen en wetsbepalingen. Alvorens tot de elektrische aansluiting over te gaan, controleer: - of het elektrisch draagvermogen van de installatie en van het stopcontact passend is bij het maximum vermogen van het apparaat (zie het typeplaatje dat op de onderkant van de kas is geplaatst) - of het stopcontact of de installatie voorzien zijn van een behoorlijke aardverbinding volgens de bestaande normen en wetsbepalingen.Elke aansprakelijkheid wordt afgewezen bij niet nakoming van deze voorschriften. Wanneer de aansluiting op het elektrischnet gedaan wordt door middel van een stopcontact: - breng op het snoer (indien niet voorzien) een genormaliseerde stekker aan geschikt voor het dragen van het op het typeplaatje aangegeven vermogen.Sluit de kabeltjes aan volgens het schema van fig.9 en respecteer de volgende verhoudingen: letter L (fase) = bruin kabeltje letter N (neutraal) = blauw kabeltje symbool ” ” aard = geel-groen kabeltje - Het elektrisch snoer moet geplaatst worden zodat het in geen enkel punt een overtemperatuur bereikt van 75 K. - Gebruik nooit voor de aansluiting reducteurs, aanpasbare-of afleidingselementen daar deze valse contacten kunnen veroorzaken met consequente gevaarlijke oververwarmingen. Wanneer de aansluiting rechtstreeks op het elektrisch net is gedaan: - plaats tussen het apparaat en het net een omnipolaire schakelaar, passend op het draagvermogen van het apparaat, met een minimum opening tussen de contacten van 3 mm. - Zorg dat het aardsnoer niet door de schakelaar wordt onderbroken. - Alternatief kan de elektrische aansluiting ook beschermd worden door een differentiële schakelaar met zeer hoge sensibiliteit. - Zorg dat het passend geel-groen aardverbindingskabeltje aangesloten wordt op een efficiënte aardinstallatie. ATTENTIE: Het apparaat voldoet aan de voorschriften van de EEG Richtlijn 2009/142/CE met betrekking tot de op gas lopende huishoudelijke kookapparaten. Onze apparaten zijn ontworpen en vervaardigd volgens de Europese Normen EN 60 336-1 en EN 60 335-2-6 en daarop volgende wijzigingen in overeenstemming met de voorschriften van de Europese Richtlijn Lage Spanning 2006/95/CE en voldoen tevens aan de voorschriften van de Europese Richtlijn inzake de elektromagnetische verenigbaarheid.35

ONDERHOUD VAN HET APPARAAT

Vervanging van de onderdelen Alvorens over te gaan tot onderhoudswerkzaamheden, schakel het apparaat elektrisch uit en maak het los van het gasnet. Voor de vervanging van de onderdelen zoals branders, kranen en elektrische componenten, trek het kookvlak uit het meubelstuk door het losmaken van de bevestigingshaakjes, maak de schroeven die de branders aan het werkvlak bevestigen los, maak de schroeven van de moeren die de elektrische vlakken die te zien zijn aan de onderste kant van het vlak los, verwijder het werkvlak, en vervang daarna de gebrekkige componenten. NOTA: Bij de vervanging van kranen, maak ook de twee schroeven los die de gashelling aan de boden van het vlak bevestigen en die zich aan de bovenkant van deze bevinden. Bij apparaten voorzien van automatische ontsteking, demonteer, alvorens de kranen te vervangen, het kettingstel van de ontstekingsschakelaars. Het is raadzaam de pakking van de kraan te vervangen wanneer een kraan vervangen wordt om een perfecte houding tussen blok en helling te verzekeren. ATTENTIE: Het voedingssnoer dat met het apparaat wordt meegeleverd is aan deze verbonden door een verbindingsstuk van het type X zodat het vervangen kan worden zonder speciale gereedschappen met een snoer van hetzelfde al geïnstalleerde type. Bij slijtage of beschadiging van het snoer, vervang het volgens de gegevens van tabel n.3: Tabel n.3: Soorten en doorsneden van voedingssnoeren van de kookvlakken Afmetingen kookvlak Soort kookvlak Soort/en doorsnede van het snoer 59 x 50 cm. 74 x 50 cm. Gasbranders H05VV-F 3x0,75 mm2 86 x 50 cm. Gasbranders +1 elektrische plaat H05VV-F 3x1 mm2 ATTENTIE:Bij vervanging van het voedingssnoer, dient de installateur te zorgen dat de aardgeleider ongeveer 2 cm langer is dan de fasegeleiders en de voorschriften in acht te nemen inzake de elektrische aansluiting. Het smeren van de kranen: (moet verricht worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel van een technische servicedienst). Indien het gebruik van een kraan moeilijk wordt, dan dient deze onmiddelijk gesmeerd te worden volgens de onderstaande instructies:

1) Demonteer het kraanstel door de twee schroeven die zich op het kraanstel bevinden los te schroeven (fig. 10).

2) Trek uit zijn plaats en maak schoon de houdingskegel en zijn zetel met een met een oplosmiddel doortrokken doek.

3) Smeer voorzichtig de kegel met een passend smeermiddel.

4) Plaats de kegel op zijn plaats, beweeg hem enkele malen, trek hem daarna weer uit zijn zetel, verwijder het overbodig smeermiddel en zie dat de zone's van doorgang van het gas niet verstopt zijn.

5) Monteer weer alle onderdelen op omgekeerde wijze en controleer of de kraan goed functioneert.

7. Knop voorbrander links 7. Omschakelaar elektrische plaat (6+0)

8. Knop voorbrander rechts L. Bruin (fase)

9. Knop omschakelaar achterplaat rechts N. Blauw (neutraal)

13. Knop omschakelaar centrale plaat

14. Drukknop voor de ontsteking (indien voorzien)

Op het bedieningspaneel boven elke knop is een schema afgedrukt dat aangeeft aan welke brander de knop zich refereert. De ontsteking van de branders kan op verschillende wijze verricht worden al naar gelang van het soort apparaat en van zijn eigenschappen. - Ontsteking met de hand (is steeds mogelijk ook bij onderbreking van de elektrische energie):36 Draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam

benader de brander met een lucifer. - Elektrische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk daarna op de ontstekingsknop en laat hem los zodra de brander aangestoken is. - Elektrische automatische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk op de knop;laat deze los zodra de brander aangestoken is. - Ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsinrichting (thermokoppel): draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam, druk op de knop en activeer een van de boven omschreven ontstekingsinrichtingen. Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 10 seconden zodat de vlam de thermokoppel verwarmt. Gaat de brander uit na het loslaten van de knop, herhaal de hele handeling. N.B.: Probeer een brander niet te ontsteken wanneer de passende vlammenscheider niet goed op zijn plaats staat. Tipjes voor een optimaal gebruik van de branders: - Gebruik voor elke brander passende kookpannen (zie tabel n. 4 en fig. 12) - Wanneer het kookpunt bereikt is, breng de knop op positie MINIMUM - Gebruik steeds kookpannen met deksel. Tabel n. 4: Diameters aangeraden kookpannen. BRANDER DIAMETERS aangeraden KOOKPANNEN (cm) Hulpbrander 12 – 14 Semi-snelle brander 14 – 26 Snelle brander 18 – 26 Dubbele kroon brander 22 – 26 ATTENTIE: gebruik steeds pannen met een vlakke bodem. ATTENTIE: Bij onderbreking van de elektrische netstroom, steek de branders aan met een lucifer. De ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsthermokoppel kan alleen geschieden wanneer de knop op de MAXIMUM positie staat (grote vlam). Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven. Gebruik nooit spray in de nabijheid van het apparaat wanneer deze in werking is. Tijdens het gebruik van de branders zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Zorg dat kinderen niet bij het apparaat komen. Indien het inbouwkookvlak voorzien is van een deksel, zorg dat het goed schoon gemaakt wordt en dat resten van gerechten verwijderd worden alvorens de deksel te sluiten. NOTA's: Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte en vochtigheid in het lokaal waar het geïnstalleerd is. Het is dus noodzakelijk dat het lokaal goed geventileerd wordt, dat de openingen voor een natuurlijke ventilatie niet verstopt raken (fig. 4) en dat de mechanische ventilatieinrichting/opzuikap of de elektroventilator geactiveerd zijn (fig. 5A en 5B). Een intensief en voortdurend gebruik van het apparaat kan een aanvullende ventilatie nodig maken, bv. door het openen van een raam of een meer efficiënte ventilatie door vermeerdering van het vermogen van de mechanische opzuiginrichting indien deze bestaat.

GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE KOOKPLATEN

De platen zijn bediend door een omschakelaar met 6 posities (fig.13). De inschakeling van de platen geschiedt door het draaien van de knop op een van de gewenste posities. Op het bedieningsbord van het apparaat bevindt zich een serigrafie dat aangeeft op welke plaat de knop zich refereert. De inschakeling van de plaat is aangegeven door een controlelampje dat zich ook op het bedieningsbord bevindt. Hoe een elektrische plaat gebruikt dient te worden: Wanneer een plaat voor de eerste keer wordt gebruikt of na een lange tijd van ongebruik, is het raadzaam de plaat te laten functioneren op positie 1 voor ongeveer 30 minuten om de eventuele door het binnenste isolatiemateriaal geabsorbeerde vochtigheid te doen verwijderen. Uitsluitend indicatief, geven wij een tabel aan met de nodige regelingen voor een optimaal gebruik van de elektrische platen. ATTENTIE: Bij de eerste inschakeling of indien de plaat voor een lange tijd ongebruikt is gebleven, is het noodzakelijk om de eventuele door het binnenste isolatiemateriaal geabsorbeerde vochtigheid te verwijderen, de plaat in te schakelen voor 30 minuten op positie 1 van de omschakelaar. PLAAT 1500 W

Niet ontstoken plaat

Het smelten van boter, chocolade, enz. - Het verwarmen van kleine hoeveelheden vloeistoffen

Het verwarmen van grotere hoeveelheden vloeistoffen - Het klaarmaken van vla en sausen die een lange kooktijd eisen.

Het ontdooien van gerechten, het koken op kookpunttemperatuur.

Het roosteren van fijn vlees en vis

Het roosteren van kotelets en biefstukken, het koken van grote hoeveelheden vlees

Het op kookpunt brengen van grote hoeveelheden water, het bakken.

Tipjes voor een correct gebruik: - Droog de bodem van de kookpannen alvorens deze op de plaat te zetten - Gebruik steeds kookpannen met een vlakke bodem en een grote dikte (zie fig. 14) - Gebruik nooit kookpannen die kleiner zijn dan de kookplaat - Schakel de elektrische stroom in na de kookpannen op de plaat gezet te hebben - Na het gebruik, voor een goed behoud, behandel de kookplaten met de normale producten voor elektrische kookplaten die op de markt te vinden zijn zodat de oppervlakten steeds goed schoon blijven; deze handeling voorkomt een eventuele oxydatie (roest). - Ook na het gebruik blijven de kookplaten warm voor een lange tijd, raak ze dus niet aan met de handen of met andere voorwerpen om brandwonden te voorkomen.37 - Tijdens het functioneren van de kookplaten, zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Houd kinderen ver weg van het apparaat. - Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven. WAARSCHUWING: zodra een barst op de oppervlakte van de kookplaten te merken is, trek de stekker onmiddelijk uit het stopconact.

SCHOONMAAK VAN HET APPARAAT

Alvorens over te gaan tot schoonmaak van het apparaat, trek de stekker uit het stopcontact en sluit de algemene gaskraan. Schoonmaak van het werkvlak: maak de brandershoofden, de geëmailleerde stalen roosters, de geëmailleerde dekseltjes en de vlammenscheiders regelmatig schoon met lauw zeepsop, spoel en droog daarna goed af. Haal het eventueel uit de kookpannen overgelopen vloeistof weg met een doekje. Indien het openen en het sluiten van een kraan moeilijk is, forceer hem niet, maar roep meteen assistentie in van de servicedienst. Schoonmaak van de geëmailleerde onderdelen: om de geëmailleerde onderdelen intact te houden, maak ze vaak schoon met zeepsop. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen. Zorg dat op de geëmailleerde onderdelen geen zure of alkalische stoffen achterblijven (azijn, citroensap, zout, tomatensap, enz.) en was de geëmailleerde onderdelen niet wanneer ze nog warm zijn. Schoonmaak van de inoxstalen onderdelen: Maak deze onderdelen schoon met zeepsop en droog ze daarna af met een zachte doek. De glans wordt behouden door ze regelmatig te boenen met passende producten die gewoon op de markt te vinden zijn. Gebruik nooit bijtende reinigingsmiddelen. Schoonmaak van de vlammenscheiders van de branders: Gezien deze gewoon neergelegd zijn, haal ze uit hun plaats en maak ze schoon met zeepsop. Droog ze daarna goed af en na gecontroleerd te hebben dat de gaten niet verstopt zijn, zet ze weer correct op hun plaats.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LA GERMANIA

Model : P910 1 CN9 X

Categorie : Fornuis