PerfectPower DCDC40 - Batterijlader WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectPower DCDC40 WAECO in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - PerfectPower DCDC40 WAECO
Gebruikersvragen over PerfectPower DCDC40 WAECO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectPower DCDC40 - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectPower DCDC40 van het merk WAECO.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectPower DCDC40 WAECO
Montagehandleiding en gebruiks- aanwijzing
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorg-vuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen....88
2 Algemene veiligheidsinstructies....89
3 Omvang van de levering 93
4 Gebruik volgens de voorschriften 94
5 Technische beschrijving. 94
6 Convertor monteren 96
7 Omvormer aansluiten....97
8 Omvormer gebruiken 99
9 Convertor onderhouden en reinigen 100
10 Garantie .... 100
11 Afvoer.... 100
12 Technische gegevens 101
1 Verklaring van de symbolen

GEVAAR!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven leidt tot overlijden of ernstig letsel.

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
▶ Handeling: dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
√Dit symbool beschrijft het resultaat van een handeling.
Afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3”.
2 Algemene veiligheidsinstructies
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem de volgende essentiële veiligheidsmaatregelen in acht bij het gebruik van elektrische toestellen, ter bescherming tegen:
• elektrische schokken
- brandgevaar
- verwondingen
2.1 Essentiële veiligheid

GEVAAR!
- Gebruik in het geval van brand een brandblusser die geschikt is voor elektrische toestellen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel alleen volgens de voorschriften.
- Let erop dat de rode en zwarte klem elkaar nooit raken.
- Koppel het toestel los van het elektricieitsnet – voor iedere reiniging en ieder onderhoud – voor het vervangen van een zekering
- Als u het toestel demonteert: - Maak alle verbindingen los. - Zorg ervoor dat alle in- en uitgangen spanningsvrij zijn.
- Als het toestel of de aansluitkabel zichtbaar beschadigd zijn, mag u het toestel niet in gebruik nemen.
- Als de aansluitkabel van dit toestel wordt beschadigd, moet deze, om gevaren te vermijden, door de fabrikant, de betreffende klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon vervangen worden.
- Reparaties aan dit toestel mogen uitsluitend door vakmonteurs uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan.
- Personen (ook kinderen) die door hun fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of hun onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn om het toestel veilig te gebruiken, mogen dit niet zonder toezicht of instructie door een verantwoordelijk persoon doen.
- Elektrische toestellen zijn geen speelgoed!
Bewaar en gebruik het toestel buiten het bereik van kinderen.
- Er moet toezicht worden gehouden op kinderen, zodat ze niet met het toestel gaan spelen.

LET OP!
- Vergelijk voor de ingebruikneming de spanning op het typeplaatje met de aanwezige energievoorziening.
- Let erop dat andere voorwerpen geen kortsluiting bij de contacten van het toestel veroorzaken.
- Bewaar het toestel op een droge en koele plaats.
2.2 Veiligheid bij de montage van het toestel

GEVAAR!
- Monteer het toestel niet op plaatsen waar gevaar voor gas- of stofexplosie bestaat.

VOORZICHTIG!
- Let op een stabiele stand! Het toestel moet zo veilig opgesteld en bevestigd worden, dat het niet kan omvallen of naar beneden kan vallen.

LET OP!
- Stel het toestel niet bloot aan een warmtebron (zonnestraling, verwarming enz.). Vermijd zo een extra opwarming van het toestel.
- Stel het toestel op een droge en tegen spatwater beschermde plaats op.
2.3 Veiligheid bij de elektrische aansluiting van het toestel

GEVAAR! Levensgevaar door stroomschok!
- Bij installatie op boten:
Bij een verkeerde installatie van elektrische toestellen op boten kan er corrosieschade aan de boot ontstaan. Laat de installatie van het toestel door een deskundige (boot-)elektricien uitvoeren.
- Als u aan elektrische installaties werkt, zorg er dan voor dat er iemand in de buurt is die u in geval van nood kan helpen.

WAARSCHUWING!
- Gebruik altijd een passende zekering in de plus-leiding tussen het toestel en de accu.
- Zorg voor een voldoende grote leidingdoorsnede.
- Leg de leidingen zo aan, dat ze niet door deuren of motor-kappen beschadigd kunnen raken.
Geplette kabels kunnen tot levensgevaarlijke verwondingen leiden.

VOORZICHTIG!
- Installeer de leidingen zodanig dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is.

LET OP!
- Gebruik holle buizen of leidingdoorvoeren, als leidingen door plaatwanden of andere wanden met scherpe randen geleid moeten worden.
- Plaats het 230-V-netsnoer en de 12-V-gelijkstroomleiding niet in dezelfde kabelgoot (holle buis).
- Leg de leidingen niet los of scherp geknikt.
- Bevestig de leidingen goed.
- Trek niet aan leidingen.
2.4 Veiligheid bij het gebruik van het toestel

WAARSCHUWING!
- Gebruik het toestel uitsluitend in gesloten, goed geventileerde ruimtes.
- Gebruik het toestel niet in installaties met loodzuuraccu's. Uit deze accu's komt explosief waterstofgas vrij, dat door een vonk bij de elektrische verbindingen kan worden ontstoken.

VOORZICHTIG!
- Gebruik het toestel niet
-
in een zouthoudende, vochtige of natte omgeving
– in de buurt van agressieve dampen
– in de buurt van brandbare materialen
– in explosieve omgevingen -
Let er voor de ingebruikneming op dat de toevoerleidingen droog zijn.
- Onderbreek bij werkzaamheden aan het toestel altijd de stroomtoevoer.
- Let erop dat ook na het activeren van de veiligheidsinrichting (zekering) delen van het toestel onder spanning kunnen blijven staan.
● Maak geen kabels los als het toestel nog in gebruik is.

LET OP!
- Let erop dat de luchtinlaat- en uitlaatopeningen van het toestel niet worden afgedekt.
- Let op een goede ventilatie.
2.5 Veiligheid bij de omgang met accu's

WAARSCHUWING!
- Accu's kunnen agressieve en bijtende zuren bevatten. Voorkom elk lichaamscontact met de accuvloeistof. Als u toch in aanraking komt met de accuvloeistof, spoel dan het betreffende lichaamsdeel grondig met water af.
Zoek bij verwondingen door zuren absoluut een arts op.

VOORZICHTIG!
- Draag geen metalen voorwerpen zoals horloges of ringen als u aan accu's werkt.
Loodzuuraccu's kunnen kortsluitstromen opwekken, die tot ernstige verbrandingen kunnen leiden.
- Explosiegevaar!
Probeer nooit om een bevroren of defecte accu te laden.
Plaats de accu in dit geval op een vorstvrije plaats en wacht tot de accu zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast.
Begin pas dan met het laden.
- Draag een veiligheidsbril en beschermende kleding, als u aan accu's werkt. Raak uw ogen niet aan, terwijl u aan accu's werkt.
- Rook niet en zorg ervoor, dat er geen vonken in de buurt van de motor of de accu ontstaan.

LET OP!
- Gebruik uitsluitend herlaadbare accu's.
- Voorkom, dat er metallische voorwerpen op de accu vallen. Dat kan vonken veroorzaken of de accu en andere elektrische onderdelen kortsluiten.
- Let bij het aansluiten op de correcte polariteit.
- Neem de handleidingen van de accufabrikant en van de fabrikant van de installatie of het voertuig in acht, waarin de accu wordt gebruikt.
- Als u de accu moet uitbouwen, verbreek dan eerst de massa-verbinding. Verbreek alle verbindingen en maak alle verbruikers van de accu los, voordat u deze uitbouwt.
3 Omvang van de levering
Aantal Omschrijving
1 Converter
1 Gebruiksaanwijzing
4 Gebruik volgens de voorschriften
De convertors dienen voor een transformatie van een 12-V--- of 24-V--- spanning van een voertuig- of bootaccu in een stabiele gelijkspanning:
- DC08 (art.-nr. 9102500055), DC20 (art.-nr. 9102500045), DC40 (art.-nr. 9102500056): 12-V----ingangsspanning in 14,2-V----uitgangsspannung (laadomvormer)
- DCDC10 (art.-nr. 9102500057), DCDC20 (art.-nr. 9102500058): 12-V---ingangsspanning in 27,6-V---uitgangsspanning (spanningsomvormer)
- DCDC20 (art.-nr. 9102500059), DCDC40 (art.-nr. 9102500060): 24-V---ingangsspanning in 13,8-V---uitgangsspanning (spanningsomvormer)
- DCDC10 (art.-nr. 9102500061): 24-V---ingangsspanning in 27,6-V---uitgangsspanning (spanningsomvormer)
Alle convertors kunnen ook voor het laden van loodaccu's worden gebruikt.

LET OP!
Het toestel mag in geen geval voor het laden van andere accu-types (b.v. NiCd, NiMH enz.) gebruikt worden!
De laadspanning komt overeen met een IU-laadkarakteristiek met een laadspanning van 13,8 V/27,6 V.
Bij de laadomvormers is de uitgangsspanning op 14,2 V ingesteld. Daardoor vindt een snellere lading van de accu plaats.

LET OP!
Laadomvormer: na twaalf uur laden moet het laden worden beëindigd.
5 Technische beschrijving
Door het geringe gewicht en de compacte constructie kunnen de convertors zonder problemen in campers, bedrijfsvoertuigen of motor- en zeilboten worden ingebouwd.
De convertors dienen voor de transformatie van een 12-V--- of 24-V--- spanning van een voertuig- of bootaccu in een stabiele 12-V--- of 24-V--- gelijkspanning voor de aansluiting van toestellen.
Door de galvanische scheiding van ingangs- en uitgangsspanning kan de uitgangsspanning onafhankelijk van storingen in het ingangscircuit stabiel worden gehouden.
Omdat de maximale uitgangsstroom elektronisch is geregeld, kunnen de laadomvormers ook als acculader voor accu's dienen die aan boord van voertuigen of boten voor stroomopwekking worden gebruikt.
De toestellen zijn met een korstluitings- en overbelastingsbeveiliging uitgerust. Bij het activeren van de veiligheidsfunctie schakelt het toestel uit en bij correcte aansluiting of voldoende verlaging van de last weer in.
5.1 Bedieningselementen
| Pos. in afb. 1, Betekenis pagina 3 |
| 1 Uitgangsklemmen |
| 2 LED „Power On”: op de uitgangsklemmen van de convertor staat spanning. De convertor is bedrijfsklaar. |
| 3 LED „Battery Low”: de ingangsaccu is niet meer voldoende geladen. |
| 4 LED „Overload“: - Bij aansluiting van een verbruiker: de convertor is kortgesloten of overbelast. - Bij aansluiting als lader: de convertor bevindt zich in de volledige stroom-laadfase. |
| 5 Luchtuitlaat |
| 6 Hoofdschakelaar |
| 7 Rood: Plus-kabel voor de ingangsaccu Zwart: Min-kabel voor de ingangsaccu |
| 8 Aansluitleiding voor het inschakelen met boordnetspanning (b. v. ontsteking of externe schakelaar) |
6 Convertor monteren
6.1 Montage-instructies
Als u de convertor vast wilt monteren, neem dan de volgende montage-instructies in acht:
- U kunt het toestel horizontaal of verticaal monteren.
● Monteer het toestel niet
– in vochtige of natte omgeving,
– in de buurt van brandbare materialen,
– in explosieve omgevingen.
- De montageplaats moet goed geventileerd zijn. Bij installaties in gesloten, kleine ruimtes moet er ventilatie mogelijk zijn. De vrije minimumafstand rondom het toestel moet minstens 5 cm bedragen (afb. 2, pagina 3).
- De luchtinlaat aan de onderkant resp. de luchtuitlaat aan de achterkant van het toestel moet vrij blijven.
- Bij omgevingstemperaturen van meer dan 40 °C (bijv. in motor- of verwarmingsruimtes, directe zonnestraling), kan door de zelfverwarming van de convertor bij belasting een automatische uitschakeling optreden.
- Het montagevlak moet vlak zijn en voldoende stevigheid bieden.

LET OP!
Controleer voor het boren of er geen elektrische kabels of andere delen van het voertuig door boren, zagen en vijlen beschadigd kunnen raken.
6.2 Convertor monteren
Houd de convertor op de door u gekozen montageplaats en markeer de bevestigingspunten (afb. 3 A, pagina 3).
▶Bevestig de convertor met de door u gekozen bevestigingsmethode (afb. 3 B, pagina 3).
7 Omvormer aansluiten
7.1 Convertor aan ingangsaccu aansluiten

WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de polariteit niet wordt verwisseld. Bij verkeerd polen van de accu-aansluitingen kan lichamelijk letsel ontstaan en kan het toestel beschadigd raken.

LET OP!
Draai de schroeven of moeren met een aanhaalmoment van 12 – 13 Nm vast. Losse verbindingen kunnen tot oververhittingen leiden.
▶ Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 6, pagina 3) op „0”.
Leg de plus-kabel (rood) (afb. 1 7, pagina 3) van de omvormer naar de pluspool van de accu en sluit deze daar aan.
Leg de min-kabel (zwart) (afb. 1 7, pagina 3) van de omvormer naar de minpool van de accu en sluit deze daar aan.
7.2 Aansluitleiding aansluiten
U kunt het toestel als volgt inschakelen:
● door de hoofdschakelaar op het toestel (afb. 1 6, pagina 3)
● door het contact (afb. 5 A, pagina 4)
Klem 15: geschakelde plus
- via een externe schakelaar (afb. 5 B, pagina 4)
Omvormer voor inschakelen via hoofdschakelaar aansluiten
▶Isoleer de aansluitleiding, zodat er geen storing ontstaat.
Omvormer voor inschakelen via het contact aansluiten
▶ Sluit de aansluitleiding aan op klem 15 (geschakelde plus) (afb. 5 A, pagina 4).
Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 6, pagina 3) aan de achterkant van de omvormer permanent op „0”.
Omvormer voor inschakelen via externe schakelaar aansluiten
▶ Sluit de aansluitleiding aan op een externe schakelaar (afb. 5 B, pagina 4).
Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 6, pagina 3) aan de achterkant van de omvormer permanent op „0”.
7.3 Verbruiker op de omvormer aansluiten
Draai de schroef (afb. 4 2, pagina 4) in de plus-klem (rood) (afb. 4 4, pagina 4) los.
Duw de kabelschoen (afb. 4 3, pagina 4) van de plus-kabel van de verbruiker in de plus-klem (rood) (afb. 4 4, pagina 4) en bevestig deze met de schroef (afb. 4 2, pagina 4) en veerring (afb. 4 1, pagina 4).
▶Sluit de min-kabel van de verbruiker correct aan op de min-klem (zwart) (afb. 4 4, pagina 4).
8 Omvormer gebruiken
U kunt het toestel afhankelijk van de aansluiting als volgt inschakelen:
● door de hoofdschakelaar op het toestel (afb. 1 6, pagina 3)
● door het contact (afb. 5 A, pagina 4)
- via een externe schakelaar (afb. 5 B, pagina 4)
Omvormer inschakelen
Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 6, pagina 3) aan de achterkant van de omvormer op „1” ...
... of start het contact ...
... of zet de externe schakelaar om.
√ De LED's (afb. 1 3 tot 5, pagina 3) geven de bedrijfstoestand weer:
LED Kleur Betekenis
Power On Groen Het toestel is ingeschakeld en op de uitgangsklemmen van de convertor staat spanning. De convertor is bedrijfsklaar.
Battery Low Geel De ingangsaccu is niet meer voldoende geladen.
▶Laad de accu op of gebruik een geladen accu.
Overload Rood
Bij aansluiting van een verbruiker:
de convertor is kortgesloten of overbelast.
▶Verwijder de kortsluiting of verlaag de uitgangsbelasting.
Bij aansluiting als lader:
de convertor bevindt zich in de volledige stroomlaadfase.

INSTRUCTIE
De interne ventilator werkt temperatuur gestuurd. Deze werkt alleen als de interne tempertuur te hoog is. Tijdens deze tijd wordt de convertor uitgeschakeld om een oververhitting te voorkomen.
Omvormer uitschakelen
Zet de hoofdschakelaar (afb. 1 6, pagina 3) aan de achterkant van de omvormer op „0” ...
... of schakel de ontsteking uit ...
... of zet de externe schakelaar om.
9 Convertor onderhouden en reinigen

LET OP! Gevaar voor beschadiging van het toestel!
Reinig het toestel nooit onder stromend water of in afwaswater. Gebruik voor het reinigen geen bijtende schoonmaakmiddelen of harde voorwerpen, het toestel zou hierdoor beschadigd kunnen raken.
▶Reinig het toestel af en toe met een vochtige doek.
10 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
11 Afvoer
Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| DCDC10 DCDC20 | ||
| Art.-nr.: 9102500057 9102500058 | ||
| Transformatie: 12 V → 24 V | ||
| Nominale ingangsspanning: 12 V--- | ||
| Ingangsspanningsbereik: 8 V – 16 V | ||
| Uitgangsstroom: 10 A 20 A | ||
| Uitgangsspanning: 27,6 V ± 0,1 V | ||
| Rendement tot: 87 % | ||
| Storingsonderdrukking: 40 mA | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Afmetingen b x d x h: | 140 x 115 x 70 mm | 240 x 115 x 70 mm |
| Gewicht: | 1,0 kg | 1,9 kg |
| DCDC20 DCDC40 | ||
| Art.-nr.: 9102500059 9102500060 | ||
| Transformatie: 24 V → 12 V | ||
| Nominale ingangsspanning: 24 V--- | ||
| Ingangsspanningsbereik: | 20 V – 32 V | |
| Uitgangsstroom: 20 A 40 A | ||
| Uitgangsspanning: 13,8 V ± 0,1 V | ||
| Rendement max.: | 87 % | |
| Storingsonderdrukking: 20 mA | ||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C | |
| Afmetingen b x d x h: | 140 x 115 x 70 mm | 240 x 115 x 70 mm |
| Gewicht: | 1,0 kg | 1,9 kg |
| DC08 DC20 | DC40 | ||
| Art.-nr.: 9102500055 9102500045 | 9102500056 | ||
| Transformatie: 12 V → 12 V | |||
| Nominale ingangsspanning: 12 V= | |||
| Ingangsspanningsbereik: 8 V – 16 V | |||
| Uitgangsstroom: 8 A 20 A 40 A | |||
| Uitgangsspanning: 14,2 V ± 0,1 V | |||
| Rendement max.: 87 % | |||
| Storingsonderdrukking: 20 mA | |||
| Omgevingstemperatuur bedrijf: -20 °C tot +50 °C | |||
| Afmetingen b x d x h: | 100 x 115 x 70 mm | 160 x 115 x 70 mm | 270 x 115 x 70 mm |
| Gewicht: | 0,75 kg | 1,2 kg | 2,1 kg |
| DCDC10 | |
| Art.-nr.: | 9102500061 |
| Transformatie: | 24 V → 24 V |
| Nominale ingangsspanning: | 24 V--- |
| Ingangsspanningsbereik: | 20 V – 32 V |
| Uitgangsstroom: 10 A | |
| Uitgangsspanning: | 27,6 V ± 0,1 V |
| Rendement tot: | 87 % |
| Storingsonderdrukking: | 40 mA |
| Omgevingstemperatuur bedrijf: | -20 °C tot +50 °C |
| Afmetingen b x d x h: | 140 x 115 x 70 mm |
| Gewicht: | 1,0 kg |
Certificaties
e24