Dalara - Open haard FABER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Dalara FABER in PDF-formaat.

📄 18 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs 🖨️ Afdrukken
Notice FABER Dalara - page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FABER

Model : Dalara

Categorie : Open haard

SKIP

Veelgestelde vragen - Dalara FABER

Download de handleiding voor uw Open haard in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Dalara - FABER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Dalara van het merk FABER.

GEBRUIKSAANWIJZING Dalara FABER

3. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 4

4. VOORBEREIDING EN PLAATSING VAN DE HAARD 6

4.1 Gasaansluiting 6

4.2 Plaatsing van de haard 6

4.3 Plaatsing van de thermostaatvoeler 7

6.2 Bediening van het toestel 10

6.3 Aansteken/uitschakelen van de waakvlam 10

6.4 Aansteken/uitschakelen van de hoofdbrander 11 + 12

6.5 Aansteken/uitschakelen van de sfeerbrander 12

7. REINIGING EN ONDERHOUD 13

7.1 Reiniging van de brander 13

7.2 Reiniging van het glas 13

7.3 Onderhoud van de mantel 13

In deze bedienings- en installatiehandleiding vindt u, naast informatie over de opstelling en installatie, bediening en het onderhoud van de gashaard, ook adviezen over de veiligheid tijdens het gebruik. Als u deze handleiding doorleest, bent u snel op de hoogte van de werking en het gebruik van de gashaard. De haard is voorzien van een thermische terugslag beveiliging (TTB). Deze beveiliging schakelt de haard uit indien rookgassen zich in het vertrek verspreiden. Dit kan gebeuren indien ventilatie onvoldoende is en/of de schoorsteen niet goed werkt.

Bij deze haard ontvangt u een bedienings- en installatiehandleiding. Hierin vindt u naast informatie over het gebruik ook adviezen omtrent veiligheid en onderhoud. Bij het samenstellen van de bedienings- en installatiehandleiding is er van uitgegaan dat de haard wordt geplaatst door een erkend gastechnisch installateur, die op de hoogte is van de nationaal en lokaal geldende voorschriften. In dit boekje wordt eerst de inbouw van de haard beschreven, daarna komt de bediening aan bod. Wij adviseren u het boekje eerst in zijn geheel door te nemen, voordat u het toestel plaatst. Bewaar dit boekje, zodat een volgende gebruiker er zijn voordeel mee kan doen.NL NL 5

3. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN

Laat de gashaard alleen door een erkende installateur plaatsen, overeenkomstig de nationaal en lokaal geldende (brandveiligheids-) voorschriften. Controleer het toestel op dichtheid van gas en het verbrandingsproductencircuit. Controleer de gastoevoer en de rookafvoer op lekken. Controleer de juiste werking van de regelapparatuur, vlambewakingscircuit, thermokoppelcircuit, en het ontsteken van de brander. Laat de schoorsteen voor elk stookseizoen vegen. Controleer de schoorsteen voor gebruik op een goede werking. Het toestel mag alleen gebruikt worden in een goed geventileerde ruimte. Het toestel is alleen geschikt voor het verwarmen van de ruimte. Het toestel is ontworpen voor verwarmingsdoeleinden. Dit houdt in dat alle oppervlaktes, inclusief het glas en de handgreep, zeer heet kunnen worden (> 100 °C). Een uitzondering hierop vormen de bedieningsknoppen. Wij adviseren u na installatie van de haard deze enige uren op de hoogste stand te stoken en daarbij tevens goed te ventileren, zodat het zich op het binnenwerk van de haard bevindende beschermingsvet gelegenheid krijgt tot verdampen. Omdat een haard een warmtebron is die zorgt voor de circulatie van de lucht in de kamer, is het van belang dat u de haard niet kort na een verbouwing stookt. Door de natuurlijke luchtcirculatie wordt vocht en nog niet uitgeharde verf en lak aangezogen en zal zich op koude vlakken afzetten. Een gebroken ruit dient vervangen te worden alvorens het toestel in bedrijf te stellen. De constructie van de gashaard mag niet worden gewijzigd. De gashaard mag alleen gerepareerd worden met originele onderdelen. Het toestel is afgesteld en verzegeld in de fabriek, overeenkomstig de op de kenplaat aangegeven cat. I2+ en I3+ en op de juiste nominale belasting. De waakvlambrander is afgesteld op het juiste verbruik. Controleer of de gegevens op de kenplaat overeenkomen met de lokale gassoort en de druk. Controleer of de gegevens op de typeplaat overeenkomen met de aard van uw installatie (zie technische gegevens voor controle). De typeplaat vindt u aan de binnenkant van de deur. Plaats geen gordijnen, kleren, wasgoed, meubels of andere brandbare materialen in de nabijheid van het toestel. De minimale veilige afstand bedraagt 110 cm boven het toestel en 50 cm naast het toestel.NL NL 7

Zorg voor een gasaansluiting G3/8" met in de toevoerleiding een (CE goedgekeurde) afsluitkraan G1/2". Let erop dat tijdens het aansluiten de regelapparatuur niet wordt verdraaid. Vermijd spanningen op de regelapparatuur en de leidingen. Controleer na het aansluiten alle gemaakte aansluitingen op gasdichtheid.

4.2 PLAATSING VAN DE HAARD

Plaats de voet van het toestel minstens 10 cm van de schoorsteenwand. De afstand tot een wand links en rechts van het toestel bedraagt 20 cm. Sluit het toestel aan op de gasleiding. Het toestel is voorzien van een drukregelaar. Controleer alle gasaansluitingen op gasdichtheid. Gebruik hiervoor zeepwater en/of een gaslekdetector. Sluit het toestel met een pijp van ø 100 mm aan op het schoorsteenkanaal. Voor de verbinding tussen de pijpmond en het schoorsteenkanaal dient corrosievast materiaal te worden gebruikt. Deze verbindingspijp mag nooit lager worden geplaatst dan de pijpmond van het toestel. Bij een verlengde verbindingspijp van de pijpmond naar het schoorsteenkanaal moet deze onder een afschot van 2% in de richting van de pijpmond worden gelegd. Om condensvorming in een stenen rookkanaal tegen te gaan en om de trek, indien nodig, te verbeteren wordt geadviseerd het rookkanaal te voorzien van een aluminium of RVS pijp met een doorsnede van minimaal 100 mm.

4.3 PLAATSING VAN DE THERMOSTAATVOELER

Monteer de bijgeleverde thermostaatklem op een koele plaats in de nabijheid van de haard. Druk hierin vervolgens de thermostaatvoeler, welke zich in de branderunit bevindt.NL NL 9

- Sluit de gaskraan. - Open de bedieningsdeur en koppel de gastoevoerleiding A af. - Koppel kabel B en de TTB-kabel H los. - Koppel de bedieningsstangen C en D los. - Draai de bevestigingsschroeven E en F los. - Neem de gehele branderunit uit het binnenwerk. - Neem de thermostaatvoeler uit de klem, wees hier voorzichtig mee.

Voer de bovenstaande handelingen in omgekeerde volgorde uit. Controleer de gasaansluitingen op gasdichtheid. fig. 3 regelblok

8. Drukmeetnippel voordruk

9. Aansluitpunt thermokoppel

10. Gasleiding waakvlam

1. Waakvlamregelschroef

4. Drukmeetpunt werkdruk

De waakvlam schakelt u uit door knop A naar stand O te draaien, en daarna in te drukken.

6.3.3 Uitgaan van de waakvlam:

WAARSCHUWING: Indien door welke oorzaak ook de waakvlam dooft, beslist 5 minuten wachten alvorens de waakvlam opnieuw te ontsteken. Mogelijke oorzaken van het uitgaan van de waakvlam zijn: - bedieningsfout; - ingrijpen T.T.B.; dit wordt veroorzaakt door slechte schoorsteenwerking of te geringe luchttoevoer; - defect in waakvlamsysteem; - vervuiling van de waakvlam. Indien de haard geregeld uitschakelt, neem dan contact op met uw installateur.

Draai knop A linksom vanuit stand S. De hoofdbrander zal nu ontsteken. Controleer of het ontsteken van de brander vlot verloopt. U kunt daarna d.m.v. knop A de temperatuur in de kamer regelen. Cijfer 1 betekent een lage temperatuur, ieder opvolgend cijfer een hogere temperatuur waarbij op stand 7 de hoogste temperatuur bereikt wordt. De modulerende thermostaat handhaaft automatisch de door u ingestelde temperatuur. De ervaring zal leren welke stand van de thermostaat voor uw kamer het meest gewenst is. De thermostaat zal de kamer altijd op een minimum temperatuur houden. Draai hiertoe de thermostaatknop op de laagste stand. Deze stand bevindt zich tussen stand 1 en stand S. Dit betekent dat als u de thermostaatknop op deze lage stand zet, de haard b.v. 's nachts laag kan doorbranden. Het voordeel hiervan is dat 's morgens lange opwarmtijden worden voorkomen. Voor extra zuinig gasverbruik kunt u de haard op de spaarstand zetten. U bereikt dit door thermostaatknop A op stand O te draaien.

Op de typeplaat kunt u zien voor welke gassoort de haard geschikt is. De typeplaat vindt u aan de achterkant van de deur.

6.2 BEDIENING VAN HET TOESTEL

De bedieningsknoppen bevinden zich rechts boven of aan de zijkant van de gasconvector. De haard is te bedienen met 3 knoppen. Met bedieningsknop C kunt u de waakvlam ontsteken. Met thermostaatknop A kunt u de stand van de hoofdbrander instellen. Met bedieningsknop B kunt u de sfeerbrander regelen. Belangrijk: Altijd eerst één brander ontsteken om de haard op temperatuur te brengen (ca. 2 minuten).

Draai de thermostaatknop A op stand S en regelknop B op stand O. Druk nu knop A in en druk met de andere hand knop C een aantal keren achter elkaar in. De waakvlam wordt nu ontstoken door een vonk, hetgeen het geluid van een tik geeft. Brandt de waakvlam, dan knop A ca. 30 sec. ingedrukt houden. Nu moet de waakvlam blijven branden. Zo niet, dan bovenstaande handelingen herhalen.

De haard dient jaarlijks te worden gereinigd en gecontroleerd door een erkend installateur. Dit geldt ook voor het rookkanaal. Controle op: - dichtheid van het gas- en verbrandingsproductencircuit; - de juiste werking van de regelkraan, het thermokoppelcircuit en het ontsteken van de brander. Reiniging van: - het waakvlamsysteem; - de brander; - de verbrandingsruimte; - de rookgasafvoer.

7.1 REINIGING VAN DE BRANDER

Wanneer de haard is afgekoeld, kan de brander gereinigd worden.

Afhankelijk van de gebruiksintensiteit kan zich in de loop der tijd een aanslag vormen op het glas. Deze aanslag kunt u verwijderen met een speciale glasreiniger of ceramische kookplaatreiniger. Raadpleeg de instructies op de verpakking. Een slecht functionerende schoorsteen zorgt voor een grotere vervuiling van het glas. Het glas demonteert u als volgt: - schuif de mantel aan de onderzijde naar voren en neem deze naar boven weg; - draai de bevestigingsschroeven van het glas los en verwijder het glas; - na reiniging in omgekeerde volgorde weer monteren.

7.3 ONDERHOUD VAN DE MANTEL

Het toestel kan het beste met een droge doek worden schoongehouden. Indien op de mantel is gemorst, zet dan de kachel direct uit. Als de mantel is afgekoeld kunt u met behulp van een schoonmaakmiddel voorzichtig proberen de vlekken te verwijderen.

De hoofdbrander schakelt u uit door de thermostaatknop A op stand S te zetten.

6.5 AANSTEKEN/UITSCHAKELEN SFEERBRANDER

De sfeerbrander is met knop B in te stellen op een stand naar keuze. Het sfeervuur blijft onveranderd branden. Indien een andere stand gewenst is, dan knop B opnieuw instellen.

Trek knop B uit en draai deze linksom van stand O naar kleinstand . De sfeerbrander brandt nu laag. Geeft de sfeerbrander te weinig warmte, dan kunt u knop B doordraaien tot volstand .

Knop B maximaal rechtsom draaien naar kleinstand en vervolgens iets omhoog trekken en doordraaien naar O.NL NL 15

TOESTEL De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn: - karton; - CFK-vrij schuim (zacht); - hout; - kunststof - papier. Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen worden afgevoerd. De overheid kan u ook informatie verschaffen over het op verantwoorde wijze afvoeren van afgedankte apparaten. STORING Niet aangaan of uitgaan van de haard. REMEDIE - Ontluchten. - Controleer of de gastoevoer- leiding is vervuild of dat de aansluitkraan niet open staat. - Maak de brander voorzichtig schoon met een stofzuiger. - Controleer het thermo- elektrisch circuit. - De TTB schakelt in als er verbrandingsgassen de ruimte in stromen doordat de verbrandingsgassen niet door de schoorsteen naar buiten kunnen. Zorg voor een goede schoorsteenwerking en een goede ventilatie. Indien de TTB regelmatig in werking treedt, waarschuw dan de installateur. - Controleer op het typeplaatje voor welke gassoort de haard geschikt is en raadpleeg uw installateur. OORZAAK - Lucht in de toevoerleiding (na stilstand van het toestel). - Onvoldoende gasdruk. - Waakvlam is vervuild. - De aansluiting van het thermokoppel maakt geen goed contact. - De Thermische Terugslag Beveiliging (TTB) is ingeschakeld. - De haard is op een andere gassoort ingesteld dan dat er toegevoerd wordt.