GEBRUIKSAANWIJZING GSN36VI30 BOSCH
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 80
Aanwijzingen over de afvoer 83
Omvang van de levering 83
Dejuisteplaats 84
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting 85
Apparaat aansluiten 85
Kennismaking met het apparatusat 86
Apparaat inschakelen 87
Instellen van de temperatuur 87
Alarmfunctions 88
Netto-inhoud 88
De diepvriesruimte 89
Maximaleinvriescapaciteit 89
Invriezen en opslaan 89
Verse levensmiddelen invriezen 90
Supervriezen 91
Ontdooien van diepvrieswaren 91
Uitvoering 92
Apparaat uitschakelen en buiten Werking stellen 93
Ontdooien 93
Schoonmaken van het apparatus 93
Energie bespare 94
Bedrijfsgeluiden 95
Kleine storingen zelf verhelpen 95
Zelftest apparatus 97
Servicedienst 97
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordatu het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waarin belangrijke informatatie overplaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing nicht
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet beschadigd worden. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m^3 groot়n. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installment en reparations können groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gezruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan deveiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen verechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nicht als opstapje gebruiken of om opte leunen.
- Om te ontdooien of schoonte make: stekker uithet stopcontact trekken resp.de zekering uitschakelen oflosdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aande aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage alsijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen endeurdichtingen. Ze{kunnen poreus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Flessen enblickjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten können barsten!
nl
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijkde zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gezaren worden.
Een voor de veiligheid verantwoordelijkpersoon要去zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen spelęelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
- voor het invriezen van levensmiddelen,
— voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparatus voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en konnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterialiaal van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer+kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te makeerin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk fevoor mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten Aunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparatus
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron Niet te vermijden, kaak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in ache:
- Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op deplaats van opstelling mag Niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door eriets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb. 3
Het apparaat heeft geen wandafstand aan deijken nodig. De laden en legplateaus konnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
(indien nodig)
Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te lately verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kutu opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

Waarschuwing
Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat Niet op het elektriciteitsnet� aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat dechterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op�ug leggen.
Aanwijzing
Wanner het apparaat op de rug worden gelegd, mag de wandafstandhouser nicht gemonteerd zich.
Let op de omgevings-temperatuuren de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 12.
| Klimaatklasse Toelaaatbare
omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,+kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
Afb. 4
De lucht aan de achechterzijde van het apparaat worden warm. De verwarmde lucht要去 ongehinder afgevoerd hunnen worden. Anders要去 de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
nl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met
aardleiding. Het stopcontact要去ন
beveiligcd met een zekering
van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 12

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onsze apparaten kuren netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De)[-]tstbe bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op更是 dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen
5 NoFrost-systeem
6 Klep van het vriesvak
7 Glasplaat
8 IJsbereider/ijsblokjesreservoir
9 Diepvrieslade (klein)
10 Diepvrieslade (groot)
11 Schroefvoetjes
12 Koude-accu
13 Diepvrieskalender
14 Deurontluchting
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie
Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessystem is ingeschakeld.
4 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets worden de gewenste temperatuur ingesteld.
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparatus met de toets Aan/Uit inschakelen 1.
Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert.
Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal gaat UIT.
Zodra de vriesruimte de ingesteldet temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden.
Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóor diearend geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
Door het volledig automatische NoFrost system blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is Niet nodig.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeeltekijklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
DeIRST ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.
Alarmfunctions
Afb. 2
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) worden ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal weeuitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm worden
ingeschakeld als het in de
diepvriesruimte te warm is waardoor de
diepvrieswaren können ontdooien.
De temperatuurindicatie, afb. 2/2, knippert.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat,
■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte telang geopend werk.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht konnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaaluit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindtu op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 12
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen,{kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kuren danrechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 5
Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. 6
Klep van het vriesvak Afb. 7
- Klep van het vriesvak half openen.
- Houder aan een zijde van het apparatusat losmaken.
- Klep van het vriesvak waar voren trekken en van de houder nemen.
- Houder aan de andere zijde van het apparaat losmaken.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vomt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 12
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen").
Uitrustingsdelen verwijderen.
Stapel de levensmiddelenrechtstreeks op de legplateaus en debodem van de diepvriesruimte.
Aanwijzing
De ventilatiesleuf aan de hinterwand Niet met diepvrieswaren afdekken.
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snugendaardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouderশn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
nl
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
De ventilatiesleuf aan de hinterwand Niet met diepvrieswaren afdekken.
De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen nicht met de al ingevroren levensmiddelen in aanrakingkommen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.
- Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodate ze Niet uitdrogen of hun smoak verliezen.
- Levensmiddleslen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethene en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een folie- lasapparaat worden dichtgelast.
Houdhaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel möglichk dooren door invriezen zodate vitamine,voedingswaarden, uiterlijk en smaakbehouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Na het inschakelen werkht het apparaat permanent, in de diepvriesruimte worden een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessystem is ingeschakeld können de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 4eermaals indrukken, tot de individatie super 3 brandt.
Het supervriessystem wird na 21 / 2 davon automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen(Int)kunt u kiezen uit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht konnen ze opniew worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot)
Afb. 1/10
Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
IJsbereider
Afb. 8
Gebruik voor het make van ijsblokjesuitsluitend drinkwater.
- Waterreservoir verwijderen en tot de markering vullen met drinkwater.
Aanwijzing
Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes hunnen Niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanner het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.
- Drinkwater toevoegen via develupening.
- Waterreservoir weer aanbrengen.
- Zodra de ijsblokjes bevroren zich, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes lately los en vallen in het voorraadbakje.
- Voorraadbakje uittrekken en ijsblokjes verwijderen.
Diepvrieskalender
Afb. 9/A
Om kwaliteitverminderung van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur Niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
Afb. 9/B
De koude-accu vertraagt bij het uittvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagendiepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanner u het koeelement in het bovenste vak op de levensmiddelen lept.
Om ruimte te besparen kan de accu in hetvakindeurbewaard worden.
De koude-accu kan ook voor hetijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genommen worden.
IJsbakje
Afb. 10
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine worden uitgeschakeld.
Buiten werkig stellen van het apparatus
Als u het apparaat langerearend Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparatus.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeme blijdt de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
Deleglateaus en Voorraadvakkenmogen Niet in de afwasmachinegereinigd worden.
Ze können verrormen!
Aanwijzing
Ca. 4aar voor het reinigende supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard+kunnen worden.
nl
Ga als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutral schoonmaakmiddel. Het sop mag nicht in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren opniew in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen+kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).
Reinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.
- IJsbereider verwijderen. Afb. 6
- Voorraadbakje verwijderen en leegmaken.
- Afdekking van de ijsbereider verwijdersen.
- Alle onderdelen van de ijsbereider reinigen met warm water.
- Onderdelen goed latent opdogen.
- IJsbereider samenbouwen en aanbrengen.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in debuurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Warme gerechten en dranken eerst lately afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden,要去 de onderkant van het apparatusaat af en toe worden gereinigd.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouser monteren om de geplande energiaopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een Kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werkig van het apparaat. Het energieverbruik kan daniets hoger worden. De afstand van 75mm mag nicht worden overschreten.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisystem treedt in werkung.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een andermeubel of apparaat
Het apparatus van het meubel of apparaat ernaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kuren worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controeren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele individatie brandt. Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zitniet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen.
| Storing Eventueleoorzaak Oplossing |
| Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert. Afb. 2/2 | Storing - in de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren. De deur is geopend. Deur sluiten. | Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, om het alarmsignaal uit te schakelen. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. |
| Erijken teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. | Max. invriescapaciteit nicht overschrijden. |
| Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen. |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur worden nicht meer bereikt. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem Niet meer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geisoleerd op een koele plaatsbewaren. Apparaat uitschakenen van van de wandwegschuiven. Deur van het apparat open latent. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 11 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spon opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkung stellen. |
| Het apparaat koelt nicht, temperatuurindicatie, afb. 2/2, brandt. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Temperatuur-insteltoets, afb. 2/4, gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controeren of het apparaat koelt. |
Zelftest apparatus
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 minutes wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie -26 °C gaat branden.
Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Wanner het apparaat na korteijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.
Als de indicate tie super gedurende 10 seconden knippert, is er spreke van een fouit.
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparatus beeindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 12
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meer Kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL0884244010
B070222141



1
2

3

4

5

6

7

8

9

11

10

12