VVIV3420 - Koelkast VIVA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VVIV3420 VIVA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - VVIV3420 VIVA
Gebruikersvragen over VVIV3420 VIVA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VVIV3420 - VIVA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VVIV3420 van het merk VIVA.
GEBRUIKSAANWIJZING VVIV3420 VIVA
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 68
Aanwijzingen over de afvoer 71
Omvang van de levering 71
Dejuisteplaats 72
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 72
Apparaat aansluiten 72
Kennismaking met het apparatusat .... 73
Inschakelen van het apparatus 73
Instellen van de temperatuur 74
Netto-inhoud 74
De koelruimte 75
De diepvriesruimte 75
Maximaleinvriescapaciteit 76
Invriezen en opslaan 76
Verse levensmiddelen invriezen 76
Ontdooien van diepvrieswaren 77
Uitvoering 78
Sticker "OK" 78
Apparaat uitschakelen en buiten werkig stellen 78
Ontdooien 78
Schoonmaken van het apparatus 79
Energie bespare 80
Bedrijfsgeluiden 80
Kleine storingen zelf verhelsen 81
Servicedienst 82
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordatu het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waarin belangrijke informatatie overplaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing nicht
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet beschadigd worden. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij eenlek een ontvlambaarmengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1m^3 groot়n. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon. Onvakkundige installment en reparations hunn groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan deveiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen verechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! -
Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buitens spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
-
Geen producten met brandbare vrijfussen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparatus opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nicht als opstapje gebruiken of om opte leunen.
- Om te ontdooien of schoonte make: stekker uithet stopcontact trekken resp.de zekering uitschakelen oflosdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können poreus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten!
nl
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijd langdurig contact van uw handen met die depvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/
personen met lichamelijke,
geestelijkde zintuigelijk
beperkingen, evenals
personen die onvoldoende
kennis hebben over de veilige
bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en
kwetsbare personen begrijpen
wat de gevaren zich.
Een voor de veriligheid verantwoordelijkste persoon要去 zicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instruieren.
Alleen kinderen vanaf 8aar het apparaat lately gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmaterial en onderdelen ervan zich geen speléelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen.
Dit apparaat is bestemd voor privilegegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparatus voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP) apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en+kunnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterialiaal van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer+kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te makeerin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk fevoor mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten Aunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagematerialial
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellenলen zijn droge, ventilierbare vertrekken. Het apparaat liefst Niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebronplaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron Niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plank of neem de volgende minimumafstanden in acht:
- Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30~cm
Omgevings-temperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur,+kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
De lucht aan deincerzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd konnen worden. Anders moet de koelmachineeer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een Kleinere nisdiepte - minstens 550~mm - wordt het energieverbruik ie's hoger.
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Voor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan
beschemklasse I. Het apparaat
aansluiten op een volgens
de voorschriften geinstalleerd
220-240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met
aardleiding. Het stopcontact要去ন
beveiligd met een zekering van
10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb.
Kennismaking met het apparaat

De LASTE bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich möglichk.
Afb. 1
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
1 Temperatuurregelaar/Verlichting
2 Lichtschakelaar
3 Glasplateau in de koelruimte
4 Groentelade
5 Diepvrieslade
6 Voorraadvak in de deur
7 Vak voor große flessen
Inschakelen van het apparaat
Temperatuurregelaar, afb. 2/A,uit regelstand ,0" draaien. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wonneer de deur open is.
Aanwijzingen bij het gebruik
De voorzijde van het apparaat awhile de deur worden gedeelteklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
nl
De temperatuur in de koelruimte worden warmer:
doordat de deur van het apparaat vaak geopend wordt,
door het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen,
door een hoge omgevingstemperatuur.
Instellen van de temperatuur
Temperatuurregelaar, afb. 2/A, op de gewenste instelling draaien.
Bij een gemiddelde instelling worden de temperatuur in de koudste zone ca. +4^ . Afb. 3
Hogere instellingenveroorzakenkoudere temperaturen in de koel- end diepvriesruimte.
Wij adviseren:
- Gevoelige levensmiddelen nicht opslaan op een temperatuur lager dan +4^ .
Een lage instelling voor het kortstondig opslaan van levensmiddelen (energiebesparingsstand).
Een gemiddelde instelling voor het langdurig opslaan van levensmiddelen.
Een hoge instelling alleen voor korteijd instellen wanner de deur vaak wordt geopend en wanner er grothe hoeveelheden levensmiddelen worden opgeslagen in de koelruimte.
Koelcapaciteit
De temperatuur in de koelruimte kan door het inladen van grotere hoeveelheden levensmiddelen of dranken tijdelijk warmer worden.
Daarom moet de temperatuurkiezer voor ca. 7 eer op een hoge instelling gedraaid worden.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimteteperaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimteteperaturen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen,{kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kuren danrechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4
De koelruimte
De koelruimte is een idealeplaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken erst latenten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelende hinterwand raken. Anders worden de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan de hinterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculation in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 3
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo+zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade
Afb. 1/4
Bij hoge luchtvochtigheid blijft
bladgroente langer vers. Groente en fruit
bij een iets lagere temperatuur bewaren.
De luchtvochtigheid in de groentelade is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen.
Aanwijzing
Een te hoge luchtvochtigheid kan tot de vorming van waterdruppels en hierdoor tot verrotting leiden.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes temaken,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouderহn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen
mogen nicht met de al ingevroren
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Tot in de Kern bevroren
levensmiddelen eventueel in een
andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevrøren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookee eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Aanwijzing
Bij het invriezen van verse levensmiddelen is de looptijd van de vriesmachine langer. Onder omstandigheden kan daardoor ook de koelruimteteperatuur te laag worden. Stel een hogere temperatuur voor de koelruimte in.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodate ze Niet uitdrogen of hun smoak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zich in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruike boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kut u kiezenuit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-en-klaargerecht konnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 5
U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimteaar wens verplaatsen: Plateau optillen,aar voren trekken,laten zakken en zijwaartsaar buiten draaien.
Flessenrek
Afb. 6
In de flessenrek{kunnen flessen veilig
worden bewaard. De houder is variabel.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole
kunnen temperaturen onder +4^ worden geregisteerd. Stel
de temperatuur trapsgewijs kouder in als
de sticker nicht „OK“ aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Uitschakelen van het apparatus
Temperatuurregelaar, afb. 2/A, op stand "0" draaien. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparatus
Als u het apparaat langerearend Niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparatus.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
De koelruimte worden volautomatisch ontdooid
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. Dit is normal. U hoeft de waterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De hinterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 8. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje maar de koelmachine waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Ontdooien van de diepvriesruimte
De diepvriesruimte worden nicht automatisch ontdooid odomat de diepvrieswaren Niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik worden verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

Attentie
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp afterschrapen. U kunth hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in de diepvriesruimte zetten. Afb. 9
- Dooiwater met een spons of doeke afwissen.
- De diepvriesruimte droogwrijven.
- Apparaat wee inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen Niet in de afwasautomaat gereinigd worden. Ze können verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.uitschakelen!
- Levensmiddleslen verwijderen en op een koele plaats bewaren. De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddleslen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het afwaswater mag Niet in de verlichting of via het afvoergat in het verdampingsgedeelterechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat waar aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weeer aanbrengen.
nl
Uitvoering
Voor het reinigen kuren alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 5
De glasplateaus optillen, waar voren trekken, lately zakken en zijdelings eruit zwenken.
Reservoir verwijderen
Afb. 4
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Dooiwatergoot
Afb. 8
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodate het dooiwater goed kan weglopen.
Legplateausuitde deur nemen
Afb. 10
Legplateaus optillen en verwijderen.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.
Een Kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
- Warme gerechten en dranken eerst latent afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig latent ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden,要去 de onderkant van het apparatusaat af en toe worden gereinigd.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaat wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kuren worden en zet ze eventueel opniew in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordatu de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te gehen om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
| De verlichting functioneert niet. | Het lampje is kapot. Lampje verrangen. Afb. 7/B | |
| 1. Apparaat uitschakelen. | ||
| 2. Stekkeruit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. | ||
| 3. Afdekking maar voren eraf trekken. | ||
| 4. Lampje verrangen. (Reservelamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zich het kapotte lampje.) | ||
| De lichtschakelaar klemt. Controller of er beweging in de lichtschakelaar zit. Afb. 7/A | ||
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergat+zijn verstopt. | De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat"). Afb. 8 |
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| In de koelruimte is het te koud. | Deur van het diepvriesruimte is geopend. | Deur van het diepvriesruimte sluiten. |
| Er werden te veel levensmiddelen in=eén keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet nicht overschrijden. | |
| De temperatuurregelaar is te hoog ingesteld. | Temperatuurregelaar lager instellen. | |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Inviezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. | |
| Het apparaat koelt nicht. De temperatuurregelaar staat op de stand „0". | Temperatuurregelaar uit stand „0" draaien.Afb. 2/A | |
| Stroomuitval. | ||
| Dezekering isuitgeschakeld. | ||
| De stekker zit Niet goed in het stopcontact. | ||
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb.
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meer Kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.


1
2

3

4

5

6


7

8

9

10

11
