MB 448 TC - Grasmaaier VIKING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MB 448 TC VIKING in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MB 448 TC VIKING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MB 448 TC - VIKING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MB 448 TC van het merk VIKING.
GEBRUIKSAANWIJZING MB 448 TC VIKING
NL Gebruiksaanwijzing
Grasfangkorb entleeren 22
Wartung 22
Allgemein 22
11.4 Grasfangkorb entleeren


Hartelijk dank voor uw aankoop van een kwaliteitsproduct van de firma VIKING.
Dit product werd volgens de meest moderne procedures en met veel zorg voor kwaliteit gefabriceerd, want wij hebben ons doel pas bereikt als u tevreden bent over uw apparaat.
Neem contact op met uw dealer of met onze verkoopafdeling als u vragen over uw apparaat heeft.
Veel plezier met uw VIKING apparaat.

Dr. Peter Pretzsch
Directeur
1. Inhoudsopgave
Over deze gebruiksaanwijzing 56
Algemeen 56
Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 56
Beschrijving van het apparaat 56
Voor uw veiligheid 57
Algemeen 57
Tanken – omgaan met benzine 58
Kleding en uitrusting 58
Transport van het apparaat 59
Vóór het werken 59
Tijdens het werken 59
Onderhoud en reparaties 61
Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 62
Afvoer 63
Toelichting van de symbolen 63
Leveringsomvang 64
Apparaat klaarmaken voor gebruik 64
Algemeen 64
Enkele duwstang monteren (MB 448 TC, MB 448 VC) 64
Dubbele duwstang monteren (MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX) 64
Grasopvangbox in elkaar zetten 65
Startkabel vast- en loshaken 65
Brandstof en motorolie 65
Bedieningselementen 65
Enkele duwstang instellen (MB 448 TC, MB 448 VC) 65
Dubbele duwstang omklappen (MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX) 66
Grasopvangbox 66
Centrale snijhoogteverstelling 66
Inhoudsindicatie 66
Veiligheidsvoorzieningen 66
Veiligheidsvoorzieningen 67
Beugel motorstop 67
Aanwijzingen voor werken 67
Werkgebied van de gebruiker 67
Apparaat in gebruik nemen 67
Verbrandingsmotor starten 67
Verbrandingsmotor uitschakelen 68
Wielaandrijving (MB 443 T,
MB 448 T, MB 448 TX, MB 448 TC, MB 448 VC) 68
Grasopvangbox ledigen 68
Onderhoud 68
Algemeen 68 Verbrandingsmotor 68
Apparaat reinigen 69
Messenslijtage controleren 69
Maaiimes demonteren en monteren 70
Maaiimes slijpen 70
Opslag en stilleggen (winterpauze) 70
Transport 71
Transport 71
Milieubescherming 71
Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 71
Standaard reserveonderdelen 72
CE-conformiteitsverklaring van de fabrikant 72
2. Over deze gebruiksaanwijzing
2.1 Algemeen
Deze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC.
VIKING werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in het product qua vorm, techniek en uitvoering blijven daarom voorbehouden.
Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt.
Deze gebruiksaanwijzing wordt beschermd door het auteursrecht. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht van verveelvoudiging, vertaling en de verwerking met elektronische systemen.
2.2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
Afbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht.
Kijkrichting:
kijkrichting bij gebruik 'links' en 'rechts' in de gebruiksaanwijzing: de gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren.
Hoofdstukverwijzing:
naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (⇔ 2.1)
Markeringen van tekstpassages:
de beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.
Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:
- Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...
Algemene opsommingen:
- productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementen
Teksten met aanvullende betekenis:
tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.

Gevaar!
Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.

Waarschuwing!
Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.

Voorzichtig!
Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.

Aanwijzing
Informatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.
Teksten met afbeeldingverwijzing:
afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.

3. Beschrijving van het apparaat

1 Beugel motorstop
2 Beugel wielaandrijving (MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX, MB 448 TC, MB 448 VC)
3 Hendel vario-aandrijving (MB 448 VC)
4 Bovenstuk duwstang
5 Startkabel
6 Snelspanner (MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX)
7 Onderstuk duwstang (MB 443,
MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX)
8 Verbrandingsmotor
9 Geluiddemper met beschermrooster
10 Bougiestekker
11 Handgreep voor
12 Voorwiel
13 Achterwiel
14 Primer (MB 443, MB 443 T, MB 448 TX)
15 Grasopvangbox
16 Handgreep achter
17 Hendel snijhoogteverstelling
18 Typeplaatje
19 Duwstangconsole (MB 448 TC, MB 448 VC)
20 Vergrendelingshendel duwstang (MB 448 TC, MB 448 VC)
4. Voor uw veiligheid
4.1 Algemeen

Tijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht
worden genomen.

Vóór de eerste inbedrijfstelling moet u de hele gebruiksaanwijzing goed doorlezen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats.
Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen.
Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van het apparaat.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken.
Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn.

Levensgevaar door verstikking!
Verstikkingsgevaar voor kinderen bij het spelen met verpakkingsmateriaal. Houd verpakkingsmateriaal altijd buiten het bereik van kinderen.
Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven.
Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.
Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kinderen, personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of onvoldoende ervaring en kennis of personen die niet met de instructies vertrouwd zijn.
Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen het apparaat niet gebruiken. De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepalingen.
Het apparaat is bedoeld voor privé gebruik.
Let op – gevaar voor ongevallen!
De grasmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben.
Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag de grasmaaier bijvoorbeeld niet worden ingezet voor volgende taken (onvolledige opsomming):
- het trimmen van bosjes, heggen en struiken,
– het snoeien van rankgewas, - gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken,
- het hakselen en klein hakken van boom- en heggensnoeisel,
- het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),
- het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen.
- het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox.
Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve vakkundige montage
van toebehoren die door VIKING zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren contact op met uw VIKING vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden.
Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat.
Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan.

Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen! Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de
bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt.
Deze symptomen treden voornamelijk op bij de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):
- gevoelloosheid,
- p i j n ,
– slappe spieren,
– huidverkleuringen, - onaangenaam kriebelen.
4.2 Tanken – omgaan met benzine

Levensgevaarlijk!
Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen.
Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken.

Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!
Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen.
De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.
Tank de brandstoftank niet te vol!
Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.


Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).
Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.
Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.
4.3 Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of eld op sandalen.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige
handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.).

Bij het slijpen van het maairnes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.
De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen.
Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.
4.4 Transport van het apparaat
Werk uitsluitend met handschoenen aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen.
Het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor verplaatsen. Schakel voor het transport de verbrandingsmotor uit, laat de messen uitlopen en trek de bougiestekker los.
Transporteer het apparaat alleen met een afgekoelde verbrandingsmotor en zonder brandstof.
Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling).
Maak het apparaat en de erbij getransporteerde apparatuur (bijv. grasopvangbox) met geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz.) vast aan het laadoppervlak.
Maaimes bij het optillen en dragen niet aanraken.
Raadpleeg de informatie in het hoofdstuk "Transport". Daar wordt beschreven hoe het apparaat op te tillen of vast te sjorren is. (⇒ 13.)
Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.
4.5 Vóór het werken
Het moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen.
Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten –
Brandgevaar!
Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren.
Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht.
Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (bijv. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden.
Vervang voordat u het apparaat gebruikt defecte en alle andere versleten en beschadigde delen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw VIKING vakhandelaar.
Voor het gebruik van het apparaat dient men te controleren of de bougiestekker goed vastzit op de bougie.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het in goede staat verkeert. Controleer vóór elk gebruik:
- of het apparaat volgens de voorschriften is gemonteerd.
- of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, bevestigingselementen, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, beschadigingen (kerven of scheuren) alsook slijtage.(⇒ 12.4)
- of de tankdop goed vastgeschroefd is.
- of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn.
- of de veiligheidsvoorzieningen (bijv. motorstopbeugel, uitwerpklep, behuizing, duwstang) in perfecte toestand zijn en naar behoren functioneren.
- of de grasopvangbox onbeschadigd en volledig gemonteerd is; een beschadigde grasopvangbox mag niet gebruikt worden.
- of de olie afsluitschroef goed opgeschroefd is.
Indien nodig de noodzakelijke werkzaamheden uitvoeren of toevertrouwen aan de vakhandelaar. VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan.
4.6 Tijdens het werken

Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen het gevaarlijke gebied bevinden.
De op het apparaat geïnstalleerde schakel- en veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of overbrugd. In het bijzonder de motorstopbeugel nooit aan de duwstang vastzetten (bijv. door afbinden).

Opgelet - kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het
ronddraaiende mes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening.
Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet steeds goed gemonteerd zijn en mag niet veranderd worden. Gebruik het apparaat nooit met neergeklapte duwstang.
Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang (bijv. werkkleding).
Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.
Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat.
Om uitglijden te voorkomen moet er bijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken.
Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen
bevatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet.
Starten:
start het apparaat voorzichtig - de aanwijzingen in het hoofdstuk "Apparaat in gebruik nemen" (⇒ 11.) opvolgen. Bij het starten volgens deze instructies is er minder kans op letsel.
Kans op letsel!
Wanneer de startkabel snel terugspringt, worden hand en arm sneller naar de verbrandingsmotor getrokken, dan dat de startkabel kan worden losgelaten. Deze kickback kan botbreuken, kneuzingen en verstuikingen veroorzaken.
Houd uw voeten bij het starten steeds op voldoende afstand van het snijgereedschap.
Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld.
Bij het starten mag de beugel voor wielaandrijving niet bediend worden.
Start de verbrandingsmotor niet wanneer het uitwerpkanaal niet door de uitwerpklep of de grasopvangbox is afgedekt.
Werken op hellingen:
hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in de lengterichting bewerken.
Als de gebruiker bij het maaien in langsrichting de controle verliest over de grasmaaier kan hij overreden worden door het maaiende apparaat.
Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van richting verandert.
Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd om met het apparaat te werken op zeer sterke hellingen.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een stijging van de helling van 25° betekent een verticale stijging van 46,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.

text_image
max. 25° 100 46,6Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen.
Werken:

Kans op letsel!
Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.

Probeer niet om het mes te inspecteren zolang de grasmaaier werkt. Zolang het
maaimes loopt, mag de uitwerpklep niet worden geopend en/of mag de grasopvangbox niet worden weggenomen. Het ronddraaiende mes kan letsel veroorzaken.
Werk altijd stapvoets en ga bij het werken met het apparaat vooral niet rennen. Door snel te lopen met het apparaat is er meer kans op letsel door struikelen, uitglijden enz.
Wees bijzonder voorzichtig als u het apparaat omdraait of naar u toe trekt.
Struikelgevaar!
Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.
U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen.

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.
Schakel de verbrandingsmotor uit, laat het werkgereedschap tot stilstand komen en trek de bougiestekker eruit,
- wanneer u het apparaat verlaat of als het apparaat zonder toezicht is,
- voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld.
Brandgevaar!
- voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
- voordat u het apparaat optilt en draagt,
- voordat u het apparaat transporteert,
- voordat er werkzaamheden aan het maaimes worden verricht,
- voordat het apparaat getest of gereinigd wordt of voordat sommige werkzaamheden uitgevoerd worden (bijv. omklappen van de duwstang),
- wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd of als de grasmaaier abnormaal hard begint te trillen. Controleer in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer de noodzakelijke herstellingen uit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee aan de slag gaat.

Kans op letsel!
Hard trillen wijst meestal op een storing.
De grasmaaier mag met name niet worden gebruikt als de krukas beschadigd of verbogen is of als het maaiimes beschadigd of verbogen is.
Laat de noodzakelijke herstellingen door een vakman – VIKING beveelt de VIKING vakhandelaar aan – uitvoeren, indien u niet over de nodige kennis beschikt.
Schakel de verbrandingsmotor uit,
- wanneer u het apparaat van en naar het te bewerken gazon duwt,
- voordat u het apparaat over een niet met gras begroeide ondergrond gaat duwen,
- voor u de uitwerpklep opent of de grasopvangbox wegneemt,
- wanneer het apparaat voor het transport gekanteld moet worden,
- voor u de snijhoogte aanpast.
4.7 Onderhoud en reparaties
Voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden:
- apparaat op een vaste, vlakke ondergrond zetten,
- verbrandingsmotor uitschakelen en laten afkoelen,
• bougiestekker lostrekken.
Opgelet – kans op letsel!
Houd de bougiestekker van de bougie vandaan. Een
onbedoelde ontstekingsvonk kan brand of stroomschokken veroorzaken.
Bij een onbedoeld contact van de bougie met de bougiestekker kan de verbrandingsmotor ineens aanslaan.


Kans op letsel door het maaiimes!
Door aan de startkabel te trekken krijgt het werkgereedschap een draaibeweging. Houd altijd voldoende afstand tot het maairnes, in het bijzonder de handen en de voeten, wanneer u aan de startkabel trekt.
Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80 °C en meer oplopen. Kans op brandwonden!
Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst.
VIKING adviseert het bijvullen resp. verversen van motorolie door een VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren.
Reiniging:
na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (⇒ 12.3)
Ledig vóór het plaatsen in reinigingspositie de brandstoftank (bijv. door leegrijden).
Maak de aangekoekte resten gras in de behuizing met een houten staaf los. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een borstel en water.
Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijv. met een tuinslang).
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke reinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw VIKING apparaat wellicht in het geding komt.
Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet.
Onderhoudswerkzaamheden:
er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren.
Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren. VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door VIKING zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.
Originele VIKING gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele VIKING vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het VIKING onderdeelnummer, het VIKING logo en eventueel het VIKING symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Om veiligheidsredenen moeten brandstof bevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen (VIKING raadt de VIKING vakhandelaar aan).
Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw VIKING vakhandelaar door nieuwe originele
stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.
Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.
Zorg voor een veilig gebruik van het apparaat en zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, en zeker de mesbout goed zijn vastgedraaid.
Inspecteer het gehele apparaat en de grasopvangbox op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat de machine altijd in veilige staat is.
Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren.
Als onderdelen of veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht.
4.8 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen
Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.
Bewaar het apparaat met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte.
Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd.
Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden.
Als de tank moet worden geledigd zoals voor het stilleggen voor de winterpauze, mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (bijv. leegrijden door de motor te laten draaien).
Reinig het apparaat voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig.
Apparaat alleen met uitgetrokken bougiestekker bewaren.
Sla het apparaat in een veilige staat op.
Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt.
4.9 Afvoer
Afvalproducten zoals verbruikte olie of brandstof, verbruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen en moeten derhalve deskundig worden afgevoerd.
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt
verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af.
Kans op letsel door het maaiimes!
Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maairnes altijd buiten het bereik van kinderen.
5. Toelichting van de symbolen

Let op!
Lees vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing.

Kans op letsel!
Houd andere personen uit de gevarenzone.

Kans op letsel!
Vóór werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhoud- en reinigingswerkzaamheden de bougiestekker eruit trekken.

Kans op letsel!
Houd handen en voeten uit de buurt van de messen!
De snijvoorziening loopt na het uitschakelen nog een aantal seconden na (rem van de verbrandingsmotor/messenrem).

MB 443, MB 443 T,
MB 448 T, MB 448 TX:
Verbrandingsmotor starten

MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX:
Verbrandingsmotor uitschakelen

MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX:
Wielaandrijving inschakelen
Verbrandingsmotor uitschakelen
Wielaandrijving inschakelen

MB 448 VC:
Rijsnelheid instellen.
(⇒ 11.3)
6. Leveringsomvang

Pos. Omschrijving Stk.
A Basisapparaat 1
B Bovenste gedeelte van de 1 grasopvangbox
C Onderste gedeelte van de 1 grasopvangbox
D Pin 2
- Gebruiksaanwijzing 1
- Gebruiksaanwijzing 1 Verbrandingsmotor
MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX:
Pos. Omschrijving Stk.
E Snelspanner 2
F Bout 2
G Kabelgeleiding 2
H Beschermhulzen 2
Pos. Omschrijving Stk.
I Huls 1
J Bout 1
K Ring 2
L Moer 1
7. Apparaat klaarmaken voor gebruik
7.1 Algemeen

Kans op letsel!
Neem de veiligheidswaarschuwingen in het hoofdstuk 'Voor uw veiligheid' in acht. (⇔ 4.)
- Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond.
7.2 Enkele duwstang monteren (MB 448 TC, MB 448 VC)
- Huls (I) in de boring van de duwstang (1) invoeren.
- De beide ringen (K) met welving naar binnen over de huls van de duwstang (1) schuiven.
- Huls (I) en ringen (K) vasthouden en samen met de duwstang (1) in de houder van de duwstangconsole (2) duwen.
- Bout (J) van buiten naar binnen door de boringen in de duwstang (1) en aan de duwstangconsole (2) steken. Moer (L) erop schroeven en bout (J) vastdraaien.
Aandraaimoment: 18 - 22 Nm

Kabels monteren:
- MB 448 TC:
motorstopkabel (3) en
wielaandrijvingskabel (4) zoals
afgebeeld in de kabelgeleiders (6) op
de duwstangconsole en op de
duwstang leggen.
MB 448 VC:
Motorstopkabel (3), wielaandrijvingskabel (4) en kabel vario-aandrijving (5) zoals afgebeeld in de kabelgeleiders (6) op de duwstangconsole en op de duwstang leggen.
7.3 Dubbele duwstang monteren (MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX)

- Beschermingshulzen (H) op beide onderstukken duwstang (1) steken.
- Bout (F) door de boring van de kabelgeleiding (G) steken.
- Bovenstuk duwstang (2) aan het onderstuk duwstang (1) vasthouden.
- Linkerzijde: kabelgeleiding (G) aan de kabel motorstop (3) vasthaken.
- Rechterzijde (MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX): kabelgeleiding (G) aan de kabel wielaandrijving (4) vasthaken.
- Bout (F) aan beide zijden van binnen naar buiten door de boringen steken.
- Snelspanner (E) op de bouten (F) schroeven (er moet ongeveer één schroefdraad van de bout uitsteken) en naar boven klappen.
- Correcte montage controleren: de snelspanners (E) dienen zo sterk aangetrokken te zijn dat ze dicht bij de duwstang aansluiten en dat het bovenstuk duwstang vast met het onderstuk duwstang verbonden is. Als de duwstang niet vast gemonteerd zit of de snelspanners niet juist zitten, de snelspanners openen en zover verdraaien totdat ze vastzitten.
7.4 Grasopvangbox in elkaar zetten

- Bovenste gedeelte van de grasopvangbox (B) aan het onderste gedeelte van de grasopvangbox (C) bevestigen. De juiste positie in de geleiders respecteren.
- Bouten (D) van binnen door de betreffende openingen drukken.
- Laat het bovenste gedeelte van de grasopvangbox (B) in het onderste gedeelte van de grasopvangbox klikken door hier licht op te drukken.
- Grasopvangbox vasthaken ( 8.3).
7.5 Startkabel vast- en loshaken

Vasthaken
- Bougiestekker uit de verbrandingsmotor trekken.
- Motorstopbeugel (1) naar de duwstang drukken en vasthouden.
• Startkabel (2) langzaam eruit trekken. - Motorstopbeugel (1) loslaten en startkabel (2) in de startkabelgeleiding (3) inhaken.
- Bougiestekker aansluiten.
Loshaken
- Bougiestekker uit de verbrandingsmotor trekken.
- Startkabel (2) uit de kabelhouder (3) losshaken.
7.6 Brandstof en motorolie


Voorkom schade aan het apparaat!
Vul voor de eerste start motorolie bij. Voor het vullen met motorolie en tanken een aangepast vulhulpstuk (bijv. trechter) gebruiken.
Motorolie:
gegevens over de te gebruiken motorolie en de vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor. Controleer de inhoud regelmatig (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Zorg ervoor dat de olie niet onder of bover het juiste peil komt te staan. Olietankdop voor het in gebruik nemen van de verbrandingsmotor goed vastschroeven.
Brandstof:
Advies: Verse merkbrandstoffen, Loodvrije benzine. Gegevens over de brandstofkwaliteit (octaangetal) vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor;


8. Bedieningselementen
8.1 Enkele duwstang instellen (MB 448 TC, MB 448 VC)


Gevaar voor klemmen!
Bovenstuk duwstang bij het bedienen van de vergrendelingshendel met één hand op het hoogste punt vasthouden.
Nooit vingers tussen de duwstang en de console (boven en onder de vergrendelingshendel) steken.
Duwstang omklappen:
Transportstand (voor het reinigen van het apparaat en voor ruimtebesparend transporteren en opslaan):
- startkabel uit de kabelhouder loshaken. (⇒ 7.5)
- Bovenstuk duwstang (2) met één hand op het hoogste punt vasthouden en iets optillen (ontlasten).
- Vergrendelhendel (1) omlaag drukken en vasthouden.
• Duwstang (2) naar voren omklappen.
Werkstand (voor het duwen van het apparaat):
- Duwstang (2) naar achter omklappen en erop letten dat de duwstang volledig vastklikt.
- Startkabel in de kabelhouder vasthaken. (⇒ 7.5)
Hoogteverstelling:
De hoogte van de enkele duwstang kan in 2 standen worden ingesteld:
- bovenstuk duwstang (2) met één hand op het hoogste punt vasthouden en iets optillen (ontlasten).
- Vergrendelhendel (1) omlaag drukken en vasthouden.
- Duwstang (2) in de gewenste positie zetten.
- Vergrendelhendel (1) loslaten en erop letten dat de duwstang weer volledig vastklikt.
8.2 Dubbele duwstang omklappen (MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX)


Gevaar voor knellen!
Door het losdraaien van de snelsluitingen kan het bovenstuk duwstang omklappen. Houd het bovenstuk van de duwstang (2) daarom steeds op het hoogste punt met één hand vast, terwijl u de snelsluitingen opent.
Transportstand (voor het reinigen van het apparaat en voor ruimtebesparend transporteren en opslaan):
- Startkabel uit de kabelhouder nemen. (⇒ 7.5)
- Snelspanner (1) openen – naar onder klappen – en bovenstuk duwstang (2) naar voor omklappen.
Werkstand (voor het duwen van het apparaat):
- Bovenstuk duwstang (2) naar achter opklappen en met een hand vasthouden.
- Snelspanner (1) sluiten (naar boven klappen).
- Startkabel in de kabelhouder inhaken. (⇒ 7.5)
8.3 Grasopvangbox
Monteren:
- Uitwerpklep (1) openen en vasthouden.
- Haak de grasopvangbox (2) met de bevestigingsnokken in de bevestigingen (3) achterop het apparaat.
- Uitwerpklep (1) sluiten.
Demonteren:
- Uitwerpklep (1) openen en vasthouden.
- Grasopvangbox (2) optillen en naar achter wegnemen.
- Uitwerpklep (1) sluiten.
8.4 Centrale
snijhoogteverstelling
Er kunnen 6 verschillende snijhoogtes worden ingesteld.
Stand 1 = 25 mm

Stand 6 = 75 mm
Snijhoogte instellen:
- handgreep (1) vastpakken, hendel (2) naar boven trekken en vasthouden.
- Gewenste snijhoogte instellen door het apparaat omhoog en omlaag te bewegen. De huidige snijhoogte kan aan de aanduiding van de snijhoogte (3) met behulp van de markering (4) worden afgelezen.
- Vergrendelhendel (2) loslaten en laten vastklikken.
8.5 Inhoudsindicatie
Op het bovenste gedeelte van de grasopvangbox bevindt zich een inhoudsindicatie (1).

De luchtstroom die door het draaien van het maairnes wordt veroorzaakt en waardoor de grasopvangbox wordt gevuld, tilt de inhoudsindicatie op (2): de grasopvangbox wordt gevuld met maaigoed.
Naarmate er meer gras in de grasopvangbox komt, wordt deze luchtstroom minder krachtig en zakt de inhoudsindicatie (3):
- Volle grasopvangbox ledigen (⇒ 11.4).
9. Veiligheidsvoorzieningen
Voor een veilige bediening en ter voorkoming van ondeskundig gebruik is de machine met meerdere veiligheidsvoorzieningen uitgevoerd.

Kans op letsel!
Bij een eventueel defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag de machine niet in bedrijf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
9.1 Veiligheidsvoorzieningen
De grasmaaier is met veiligheidsvoorzieningen uitgerust om een onopzettelijk contact met de maaimessen en het uitgeworpen maaigoed te voorkomen.
Hiertoe behoren de behuizing, de uitwerpklep, de grasopvangbox en de correct gemonteerde duwstang.
9.2 Beugel motorstop
De grasmaaier is voorzien van een motorstop-toestel.
Tijdens het gebruik wordt na het loslaten van de motorstopbeugel de verbrandingsmotor uitgeschakeld. De verbrandingsmotor en de maaimessen komen binnen 3 seconden tot stilstand.

Kans op letsel!
Indien de uitlooptijd van de messen groter is, dan mag u het apparaat niet verder gebruiken en moet u het naar de vakhandelaar brengen.
Meten van de nalooptijd
Na het starten van de verbrandingsmotor draaien de messen en is er een windgeruis te horen. De uitlooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen van de verbrandingsmotor. Dit kan met een stopwatch worden gemeten.
10. Aanwijzingen voor werken
Een fraai en vol gazon ontstaat,
- wanneer met lage snelheid gemaaid wordt.
- wanneer het gazon vaak gemaaid en kort gehouden wordt.
- wanneer bij warm en droog weer het gazon niet te kort gemaid wordt, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt.
- wanneer met scherpe maaimessen gewerkt wordt - daarom de maaimessen regelmatig laten slijpen (dealer).
- wanneer de snijrichting regelmatig wordt gewisseld.
10.1 Werkgebied van de gebruiker
- Bij het starten en bij draaiende verbrandingsmotor moet de gebruiker zich om veiligheidsredenen altijd in het werkgebied bevinden achter de duwstang. Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht.
- De grasmaaier mag uitsluitend door één persoon bediend worden, derden moeten zich buiten de gevarenzone bevinden. (⇒ 4.)
11. Apparaat in gebruik nemen
11.1 Verbrandingsmotor starten


Verbrandingsmotor niet in hoog gras starten. Bij moeilijk starten hogere instelling snijhoogte selecteren. Na het starten werkt de verbrandingsmotor dankzij de vaste aandrijfsnelheid steeds op een optimaal toerental.
- MB 443, MB 443 T, MB 448 TX: Bij een koude verbrandingsmotor primer (1) driemaal indrukken.

Schade aan het apparaat vermijden!
Bij een warme verbrandingsmotor de primer niet bedienen.
- Beugel motorstop (2) naar de duwstang drukken en vasthouden.
- Startkabel (3) langzaam uitrekken tot de compressieweerstand. Aansluitend krachtig en snel tot de volledige armlengte doortrekken. Laat de startkabel (3) weer langzaam teruggaan, opdat deze weer correct wordt opgerold.
- Deze actie opnieuw uitvoeren totdat de verbrandingsmotor aanslaat.
11.2 Verbrandingsmotor uitschakelen

- Laat de motorstopbeugel (1) los om de verbrandingsmotor uit te schakelen.
Verbrandingsmotor en maaiimes komen na een korte uitlooptijd tot stilstand.
11.3 Wielaandrijving (MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX, MB 448 TC, MB 448 VC)

De grasmaaiers MB 443 T, MB 4 4 8 T, MB 4 4 8 TX, MB 4 4 8 TC MB 448 VC zijn voorzien van een wielaandrijving.
MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX, MB 448 TC:
Eén aandrijfsnelheid vooruit (transmissie met één versnelling)
MB 448 VC:
Onderweg traploos instelbare aandrijfsnelheid vooruit (vario-transmissie)
Wielaandrijving inschakelen:
• verbrandingsmotor starten. (⇒ 11.1)
- Beugel wielaandrijving (1) naar de duwstang trekken en vasthouden. De wielaandrijving schakelt in en de grasmaaier zet zich vooruit in beweging.

Schade aan het apparaat vermijden!
Beugel wielaandrijving steeds volledig (tot aan de aanslag) indrukken om gevolgschade aan de transmissie te vermijden.
Aandrijfsnelheid instellen (MB 448 VC):

Schade aan het apparaat vermijden!
Hendel vario-aandrijving (2) bij draaiende verbrandingsmotor bedienen.
- Rijsnelheid verhogen: hendel vario-aandrijving (2) onderweg naar voren drukken.
- Rijsnelheid verlagen: hendel vario-aandrijving (2) onderweg naar achteren trekken.
Wielandrijving uitschakelen:
- beugel wielaandrijving (1) loslaten. De wielaandrijving schakelt uit en de grasmaaier blijft staan. De verbrandingsmotor draait verder.
11.4 Grasopvangbox ledigen




Kans op letsel!
Vóór het loshaken van de grasopvangbox moet de verbrandingsmotor om veiligheidsredenen worden uitgeschakeld.
• Grasopvangbox losshaken. ( 8.3)
- De grasopvangbox aan de sluitlip (1) openen. Bovenste gedeelte van de grasopvangbox (2) naar boven openklappen en houden.
Grasopvangbox naar achter omklappen en maaigoed ledigen.
- Grasopvangbox sluiten.
- Grasopvangbox vasthaken. ( 8.3)
12. Onderhoud
12.1 Algemeen

Kans op letsel!
Neem de veiligheidswaarschuwingen in het hoofdstuk 'Voor uw veiligheid' in acht. (⇔ 4.).
Jaarlijks onderhoud door de vakhandelaar:
De grasmaaier moet elk jaar door een vakhandelaar worden geïnspecteerd. VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
12.2 Verbrandingsmotor
Onderhoudsinterval:
zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Algemene aanwijzingen:
Neem de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de bijgevoegde gebruiksaanwijzing onder het punt van de verbrandingsmotor in acht.
Voor een lange levensduur is het van belang de olie op peil te houden, regelmatig de olie te verversen alsook het luchtfilter te vervangen.
Voor de aanbevolen oliewissel-intervallen en informatie over motorolie en de vulhoeveelheid olie verwijzen wij u ook naar het punt van de verbrandingsmotor in de gebruiksaanwijzing.
De koelvinnen moeten altijd schoon worden gehouden om een goede koeling van de verbrandingsmotor te garanderen.
12.3 Apparaat reinigen
Onderhoudsinterval: na elk gebruik

Door het apparaat zorgzaam te behandelen, beschermt u het tegen beschadigingen en verlengt u de levensduur.

Kans op letsel!
Verbrandingsmotor uitschakelen, bougiestekker lostrekken en apparaat laten afkoelen.
Alvorens het apparaat in de reinigingsstand te plaatsen dient men de brandstoftank te ledigen (leegrijden).
Apparaat staat alleen met geopende uitwerpklep veilig in de reinigingsstand.
• Hoogste snijstand selecteren. (⇒ 8.4)
• Grasopvangbox loshaken. ( 8.3)
Reinigingsstand MB 443, MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TX:
- Bovenstuk duwstang (1) vasthouden en snelspanner openen – naar onder klappen.
- Bovenstuk duwstang (1) naar achter leunen.
- Uitwerpklep (2) openen en vasthouden.
- Apparaat voor opheffen en zoals afgebeeld in de reinigingsstand zetten.
Reinigingsstand MB 448 TC, MB 448 VC:
- ga voor het op zijn kant zetten rechts naast het apparaat staan.
- Zet het bovenstuk duwstang in de laagste stand (tot aan de aanslag, de vergrendelingshendel klikt in deze stand niet vast). (⇒ 8.1)
- Uitwerpklep (2) met de rechterhand openen en vasthouden.
- Console zoals afgebeeld met de linkerhand vastpakken en de uitwerpklep open houden. Tegelijkertijd vergrendelingshendel (3) met de duimen indrukken en vasthouden.
- Apparaat met de rechterhand bij de voorste handgreep vastpakken en langzaam naar achteren omhoog kantelen totdat de duwstang zoals afgebeeld op de bodem ligt.
- Uitwerpklep (2) en vergrendelingshendel (3) loslaten en de veilige stand van het apparaat controleren.
Aanwijzingen voor het reinigen:
- verwijder vuil met een beperkte hoeveelheid water, met een borstel of met een doek. Reinig met name ook het maairnes. Richt waterstralen nooit op onderdelen van de verbrandingsmotor, pakkingen en lagers.
- Maak aangekoekte grasresten van tevoren met een houten staaf los.
- Indien nodig, speciaal reinigingsmiddel gebruiken (bijv. STIHL speciale reiniger).
12.4 Messenslijtage controleren
Onderhoudsinterval: vóór elk gebruik


Kans op letsel!
Messen slijten sterk verschillend, afhankelijk van de plaats van gebruik en inzetduur. Als u het apparaat op een zandige ondergrond of dikwijls in droge omstandigheden inzet, is dit zwaarder voor het mes en verslijt het sneller dan gemiddeld. Een versleten mes kan afbreken en ernstig letsel veroorzaken. De instructies voor het mesonderhoud moeten dus steeds in acht worden genomen.
- Klap de grasmaaier omhoog in de reinigingspositie. (⇒ 12.3)
• Reinig het maaiimes (1). - Leg een liniaal (1) tegen de voorste mesrand en meet de slijtage Ⓐ.
- Mesbreedte Ⓑ met een schuifmaat (2) meten.
- Dikte van het mes Ⓑ op minstens 5 punten met een schuifmaat (2) meten. Met name ook bij de mesvleugels is de minimale dikte essentieel.
Slijtagegrenzen:
Terugslijp Ⓐ: < 15 mm
Mesbreedte B: > 39 mm
Dikte van het mes Ⓐ: > 2 mm
Het mes moet worden vervangen,
- als het beschadigd is (kerven, scheuren),
- als de meetwaarden op één of meerdere punten worden bereikt of buiten de toegestane grenzen liggen.
Als het als accessoire verkrijgbare multimes op de grasmaaier gemonteerd is, gelden er andere slijtagegrenzen (zie gebruiksaanwijzing van het accessoire).
12.5 Maaimes demonteren en monteren

Demontage:
- geschikt houten blok (1) voor het tegenhouden van het maairnes (2) gebruiken.
- Mesbout (3) losschroeven. Maaimes (2), mesbout (3) en borgring (4) wegnemen.
Montage:

Kans op letsel!
Het maairnes (2) kan alleen zoals afgebeeld worden gemonteerd. De lippen (7) moeten naar onder en de sterk gebogen mesvleugels moeten naar boven wijzen.
Het voorgeschreven aandraaimoment van de mesbout precies aanhouden, omdat een veilige bevestiging van het snijgereedschap daarvan afhangt. Mesbout (3) extra met Loctite 243 borgen.
Borgring (4) bij elke montage van het mes, mesbout (3) bij elke mesvervanging vervangen.
- Montagevlak en bus van het mes reinigen.
- Maaimes (2) met de omhoog gebogen vleugels naar boven (richting apparaat) monteren. De bevestigingsnokken (5) aan de meshouder moeten in de boringen (6) van het maaimes worden geplaatst.
- Geschikt houten blok (1) voor het tegenhouden van het maairnes (2) gebruiken.
- Mesbout (3) met een nieuwe borgring (4) erin draaien en vastdraaien. Aandraaimoment: 60 - 65 Nm
12.6 Maaimes slijpen
VIKING raadt aan om het maairnes door een vakman te laten slijpen. Bij een onjuist geslepen mes (onjuiste slijphoek, onbalans enz.) komt de goede werking van het apparaat in het gedrang.
Aanwijzingen voor het slijpen:
• Maaimes demonteren ( 12.5).
- Koel het maairnes tijdens het slijpen, bijv. met water. Het mes mag niet blauw worden, omdat anders de snijresultaten minder worden.
- Slijp het mes gelijkmatig om trillingen door onbalans te voorkomen.
- Met een hoek van 30° slijpen.
- Verwijder eventueel na het slijpen bramen op het lemmet met fijnkorrelig schuurpapier.
• Slijtagegrenzen aanhouden. (⇒ 12.4)
12.7 Opslag en stilleggen (winterpauze)
Apparaat in een droge, afgesloten, stofvrije ruimte opslaan. Bewaar het apparaat altijd buiten het bereik van kinderen.
Eventuele storingen voor het opslagen corrigeren. Het apparaat moet steeds gebruikklaar zijn.
Brandstof uit de brandstoftank aftappen en carburateur ledigen voor de opslag (bijv. door leegrijden).
Neem bij een langere stilstand van het apparaat (winterpauze) bijkomend de volgende punten in acht:
- Maak alle onderdelen aan de buitenkant van het apparaat zorgvuldig schoon.
- Smeer alle bewegende delen goed in met olie of vet.
- Schroef de bougie eruit (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor) en giet ca. 3 cm³ motorolie in de bougieboring in de verbrandingsmotor. Laat de verbrandingsmotor een paar keer zonder bougie doordraaien (aan de startkabel trekken).

Brandgevaar!
Houd de bougiestekker wegens ontstekingsgevaar uit de buurt van het bougiegat.
- Bougie terug inschroeven (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Ververs de olie (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor).
- Dek de verbrandingsmotor goed af en bewaar het apparaat in normale stand.
13. Transport
13.1 Transport


Kans op letsel!
Lees vóór het transport het hoofdstuk "Voor uw veiligheid" en volg de instructies op. (⇒ 4.)
Draag bij transport steeds geschikte beschermkleding (veiligheidsschoenen, werkhandschoenen). Vóór het optillen of transporteren steeds de bougiestekker lostrekken. Uit veiligheidsoverwegingen raadt VIKING aan om het apparaat alleen met hulp van een tweede persoon op te tillen of te dragen. Kijk vóór het optillen in het hoofdstuk "Technische gegevens" eerst hoeveel het apparaat weegt.
Apparaat dragen
- Twee personen: apparaat uitsluitend aan de handgreep voor (1) en aan de duwstang (3) optillen. Houd altijd voldoende afstand tot het maairmes, met name wat betreft de voeten en benen.
- Een persoon: apparaat met de ene hand in het midden van de achterste handgreep (2) en met de andere hand op de voorste handgreep (1) optillen of dragen.
Apparaat vastsjorren
- Zeker het apparaat met geschikte bevestigingsmiddelen op het laadoppervlak.
- Maak de touwen of gordels aan de gemarkeerde punten (4) vast.
Grasresten horen niet in de vuilnisbak, maar moeten worden gecomposteerd.
De verpakkingen, het apparaat en de accessoires zijn met
recycleerbaar materiaal gefabriceerd en moeten overeenkomstig worden verwerkt.
Door materiaalresten afzonderlijk en milieubewust te verwerken, ondersteunt u de recyclage van waardevolle stoffen. Daarom moet het apparaat na afloop van de gebruikelijke levensduur als bijzonder afval worden verwerkt. Raadpleeg bij het afvoeren de informatie in het hoofdstuk 'Afvoeren' (⇒ 4.9)
Neem contact op met het Recycling Center of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten.
15. Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Belangrijke aanwijzingen voor het onderhoud van de productgroep
Grasmaaiers met benzinemotor
De firma VIKING aanvaardt in geen geval aansprakelijkheid voor materiële schade en persoonlijk letsel die veroorzaakt zijn als gevolg van het niet in acht nemen van de instructies in de gebruiksaanwijzing,
met name betreffende veiligheid, bediening en onderhoud, of die door gebruik van niet toegestane montage- of reserveonderdelen optreden.
Neem de volgende belangrijke aanwijzingen in acht om schade of overmatige slijtage aan uw VIKING apparaat te vermijden:
1. Slijtageonderdelen
Sommige onderdelen van het VIKING apparaat zijn ook bij reglementair gebruik aan normale slijtage onderhevig en moeten afhankelijk van de gebruikswijze en gebruiksduur tijdig worden vervangen.
Dit omvat o. a.:
- maaiimes
- grasopvangbox
- V-riem (MB 443 T, MB 448 T, MB 448 TC, MB 448 TX, MB 448 VC)
2. Inachtneming van de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing
Het VIKING apparaat moet zo zorgvuldig mogelijk worden gebruikt, onderhouden en opgeslagen, zoals omschreven in deze gebruiksaanwijzing. Voor alle beschadigingen die door het niet in acht nemen van veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt, is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
Dit geldt met name voor:
- niet door VIKING toegelaten productwijzigingen.
-
het gebruik van brandstoffen niet door VIKING toegelaten (smeermiddelen, benzine en motorolie, zie gegevens van de fabrikant).
-
het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn goedgekeurd, niet geschikt zijn of van een minder goede kwaliteit zijn.
- niet reglementair gebruik van het product.
- gebruik van het product bij sport- of wedstrijdevenementen.
- gevolgschade door een product met defecte onderdelen verder te gebruiken.
3. Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhoud" vermelde werkzaamheden moeten regelmatig worden uitgevoerd.
Voor zover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze aan een vakhandelaar worden overgedragen.
VIKING raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend bij de VIKING vakhandelaar te laten uitvoeren.
VIKING vakhandelaars volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Worden deze werkzaamheden niet uitgevoerd, dan kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker verantwoordelijk is.
Hiertoe behoren onder andere:
- corrosie en andere gevolgschade door ondeskundige opslag.
- beschadigingen aan het apparaat door het gebruik van kwalitatief minderwaardige reserveonderdelen.
- beschadigingen door niet tijdig of ondeskundig uitgevoerd onderhoud resp. beschadigingen door onderhouds- of reparatiewerkzaamheden die niet in werkplaatsen van vakhandelaars zijn uitgevoerd.
16. Standaard reserveonderdelen
Maaiimes MB 443, MB 443 T:
6338 702 0100
Maaiimes MB 448 T, MB 448 TC, MB 448 TX, MB 448 VC:
6358 702 0100
Mesbout:
9008 319 9028
Borgring:
0000 702 6600
de bevestigingselementen van het maaimes (bijv. mesbout) moeten bij het verwisselen of monteren van het mes worden vervangen. Vervangingsonderdelen zijn bij de VIKING vakhandelaar verkrijgbaar.
17. CE- conformiteitsverklaring van de fabrikant
Wij,
VIKING GmbH
verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de machine
Grasmaaier, handgeduwd met verbrandingsmotor (MB)
Merk: VIKING
Productiecode: 6338
Type: MB 443.1
MB 443.1 T
Productiecode: 6358
Type: MB 448.1 T
MB 448.1 TC
MB 448.1 TX
MB 448.1 VC
stemt overeen met volgende EU- richtlijnen: 97/68/EC, 2000/14/EC, 2014/30/EU, 2006/42/EC
Het product is ontwikkeld in overeenstemming met de volgende normen: EN ISO 5395-1, EN ISO 5395-2
Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure: appendix VIII (2000/14/EC)
Naam en adres van de bevoegde instantie:
Het bouwjaar en het serienummer staan vermeld op het typeplaatje van het apparaat.
Gemeten geluidsniveau:
MB 443.1 93,5 dB(A)
MB 443.1 T 93,5 dB(A)
MB 448.1 T 95,7 dB(A)
Gemeten geluidsniveau:
MB 448.1 TC 95,7 dB(A)
MB 448.1 TX 95,7 dB(A)
MB 448.1 VC 95,3 dB(A)
Gewaarborgd geluidsniveau:
MB 443.1 94 dB(A)
MB 443.1 T 94 dB(A)
MB 448.1 T 96 dB(A)
MB 448.1 TC 96 dB(A)
MB 448.1 TX 96 dB(A)
MB 448.1 VC 96 dB(A)
Langkampfen,
2017-01-02 (JJJJ-MM-DD)
VIKING GmbH

Sven Zimmermann
Afdelingshoofd Bouw
Veiligheidvoorziening Motorstop
Wiel-∅ voor 180 mm
Wiel-∅ achter 200 mm
Capaciteit
grasopvangbox 55 l
Snijhoogte 25 - 75 mm
MB 443.1, MB 443.1 T:
Serienummer 6338
Snijbreedte: 41 cm
MB 443.1:
Verbrandingsmotor: Briggs & Strat-
Fabrikant, type ton, Series 450
Cilinderinhoud 125 cc
Nominaal vermogen 1,6 - 2800
bij nominaal toerental kW - omw/min
Brandstoftank 0,8 l
Toerental mesbalk 2800 omw/min
Wielaandrijving nee
Lengte 144 cm
Breedte 49 cm
Hoogte 109 cm
Gewicht 24 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau L_WAd 94 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
Geluidsdrukniveau
op werkplek L_pA 81 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 4,10 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 2,05 m/sec ^2
Cilinderinhoud 140 cc
Nominaal vermogen 1,9 - 2800
bij nominaal toerental kW - omw/min
Brandstoftank 0,8 l
Toerental mesbalk 2800 omw/min
Wielaandrijving 1 vooruitversnel-
ling met softstart
Lengte 144 cm
Breedte 48 cm
Hoogte 109 cm
Gewicht 25 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau L_WAd 94 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
Geluidsdrukniveau
op werkplek L_pA 81 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 4,10 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 2,05 m/sec ^2
| Verbrandingsmotor: | Briggs & Stratton, Series 575 |
| Fabrikant, type | |
| Cilinderinhoud 140 cc | |
| Nominaal vermogen | 2,1 - 2800 |
| bij nominaal toerental | kW - omw/min |
| Brandstoftank 0,8 l | |
| Toerental mesbalk 2800 | omw/min |
| Wielaandrijving 1 vooruitversnel-ling met softstart | |
Lengte 147 cm
Breedte 50 cm
Hoogte 111 cm
Gewicht 26 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau LwAd 96 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
geluidsdrukniveau op
werkplek L_pA 83 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 3,90 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 1,95 m/sec ^2
Cilinderinhoud 140 cc
Nominaal vermogen 2,1 - 2800
bij nominaal toerental kW - omw/min
Brandstoftank 0,8 l
Toerental mesbalk 2800 omw/min
Wielaandrijving 1 vooruitversnel- ling met softstart
Lengte 147 cm
Breedte 50 cm
Hoogte 113 cm
Gewicht 27 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau L_WAd 96 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
geluidsdrukniveau op
werkplek L_pA 83 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 d B (A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 3,50 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 1,75 m/sec ^2
Cilinderinhoud 140 cc
Nominaal vermogen 1,9 - 2800
bij nominaal toerental kW - omw/min
Brandstoftank 0,8 l
Toerental mesbalk 2800 omw/min
Wielaandrijving 1 vooruitversnel- ling met softstart
Lengte 147 cm
Breedte 50 cm
Hoogte 111 cm
Gewicht 26 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau L_WAd 96 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
geluidsdrukniveau op
werkplek L_pA 83 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 4,10 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 2,05 m/sec ^2
Cilinderinhoud 150 cc
Nominaal vermogen 2,2 - 2800
bij nominaal toerental kW - omw/min
Brandstoftank 0,8 l
Toerental mesbalk 2800 omw/min
Wielaandrijving Vario vooruit
Lengte 147 cm
Breedte 50 cm
Hoogte 113 cm
Gewicht 28 kg
Geluidsemissie
Conform richtlijn 2000/14/EC:
Gewaarborgd
geluidsniveau L_WAd 96 dB(A)
Conform richtlijn 2006/42/EC:
Geluidsdrukniveau
op werkplek L_pA 83 dB(A)
Onzekerheid K_pA 2 dB(A)
Vibraties hand-arm
Aangegeven trillingsemissiewaarde volgens EN 12096:
Gemeten waarde
a_hw 3,00 m/sec ^2
Onzekerheid K_hw 1,50 m/sec ^2
✗ Neem eventueel contact op met een vakhandelaar, VIKING beveelt u de VIKING vakhandelaar aan.
Zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor.
Storing:
De verbrandingsmotor start niet
Mogelijke oorzaak:
- Beugel motorstop niet geactiveerd.
– Geen brandstof in de tank; brandstofleiding verstopt.
– Slechte, vervuilde of oude brandstof in de tank. - Luchtfilter vuil.
- Bougiestekker is van bougie afgekoppeld; ontstekingskabel is niet goed op de stekker aangesloten.
- Bougie vol roet of beschadigd; verkeerde afstand elektroden.
– Primer niet ingedrukt.
Oplossing:
- Motorstopbeugel naar de duwstang drukken en houd deze vast. (⇒ 9.2)
- Brandstof bijvullen; brandstofleidingen reinigen. ✗
- Alleen verse merkbrandstof, normale loodvrije benzine gebruiken; carburator reinigen. ✗
– Luchtfilter reinigen. ✗ - Bougiestekker aanbrengen; verbinding tussen ontstekingskabel en stekker controleren. ✗
- Bougie reinigen of vervangen; afstand elektroden instellen. ✗
- Primer voor het starten 3-maal indrukken. (⇒ 11.1)
Storing:
Slecht starten of verminderen van het vermogen van de verbrandingsmotor.
Mogelijke oorzaak:
- Behuizing van de grasmaaier verstopt.
- U maait met een te lage snijstand of de rijsnelheid is ten opzichte van de snijhoogte te hoog.
– Er zit water in de brandstoftank en carburator; de carburator is verstopt. - Brandstoftank vuil.
- Luchtfilter vuil.
- Bougie vol roet.
Oplossing:
- Behuizing van de grasmaaier reinigen (bougiestekker lostrekken). (⇒ 12.3)
– Hogere snijstand instellen of rijsnelheid verlagen. (⇒ 8.4) - Brandstoftank ledigen, brandstofleiding en carburator reinigen. ✗
- Brandstoftank reinigen. ✗
- Luchtfilter reinigen. ✗
- Bougie reinigen. ✗
Storing:
Verbrandingsmotor wordt zeer heet.
Mogelijke oorzaak:
- Te laag oliepeil in de verbrandingsmotor.
- Koelribben zijn vuil.
Oplossing:
- Motorolie verversen. (⇒ 7.6)
– Koelribben reinigen. (⇒ 12.3)
Storing:
Sterke trillingen tijdens gebruik.
Mogelijke oorzaak:
- Bevestiging van de verbrandingsmotor is los.
Oplossing:
- Maaimes, messenas en mesbevestiging (mesbout en borgring) controleren en zo nodig herstellen. ✗
- Bevestigingsbouten van de verbrandingsmotor aandraaien. ✗
Storing:
Onzuivere snede, gras wordt geel
Mogelijke oorzaak:
– Maaimes is bot of versleten
Oplossing:
– Slijp of vervang het maaiimes (⇒ 12.6), (⇒ 12.5), ✗
20. Onderhoudsschema
20.1 Leveringbevestiging
Model:
Serienummer:

Datum: ____ ____ ____ ____ ____

Volgende onderhoudsbeurt
Datum: ____ ____ ____ ____ ____
20.2 Servicebevestiging

Geef deze gebruiksaanwijzing aan uw VIKING vakhandelaar in geval van onderhoudswerkzaamheden. Hij bevestigt op de voorgedrukte velden de servicewerkzaamheden die werden uitgevoerd.

Service uitgevoerd op

Datum volgende servicebeurt