FK268.3 X AA - Koelkast AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FK268.3 X AA AMICA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FK268.3 X AA - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FK268.3 X AA van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING FK268.3 X AA AMICA
NL- Inhoudsopgave- 10 -
Vanaf vandaag zijn de dagelijkse klusjes eenvoudiger
dan ooit tevoren. Het apparaat is een combi-
nae van uitzonderlijk bedieningsgemak en perfecte
eecviteit. Na het lezen van de gebruiksaanwijzing
kent de bediening voor u geen geheimen meer.
Ieder apparaat dat de fabriek verlaat is vóór het in-
pakken op controleplekken grondig gecontroleerd op
veiligheid en funconaliteit.
Wij vragen u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door
te lezen voordat u het apparaat inschakelt. Naleving
van de aanwijzingen die erin zijn opgenomen be-
schermt u tegen onjuist gebruik. Bewaar de gebruiks-
aanwijzing en zorg dat u hem aljd binnen handbereik
Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig op om onge-
vallen te voorkomen.
AANWIJZINGEN BETREF-
FENDE VEILIGHEID VAN GE-
• Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishou-
• De producent behoudt zich het recht voor om wij-
zigingen aan te brengen die het gebruik van het
apparaat niet beïnvloeden.
• Sommige opmerkingen in deze gebruiksaanwij-
zing zijn hetzelfde voor de verschillende typen koe-
lapparatuur, (voor koelkasten, koel-vrieskasten of
diepvriezers). U vindt informatie over het type van
uw apparaat op de productkaart die is meegeleverd
• Producent steelt zich niet verantwoordelijk voor de
schade die uit het niet nagaan van de aanwijzingen
van deze gebruiksaanwijzing voortvloeit.
• Wij adviseren deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig
te bewaren om te kunnen raadplegen in de toe-
komst of doorgeven aan de volgende gebruiker.
• Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door
personen met een beperkte fysieke, somatische
of psychische vaardigheden (waaronder kinderen)
en personen die geen ervaring ermee of kennis
ervan hebben, tenzij dit onder toezicht of volgens
gebruiksaanwijzing gebeurt, die door personen die
voor de veiligheid verantwoordelijk zijn doorgege-
• Wees u bijzonder attent op het zelfstandig gebruik
van het apparaat door kinderen. Het apparaat is
geen speelgoed. Het is verboden om op de uit-
schuifbare elementen te zitten en aan de deur han-
• De koelvries combinatie werkt correct in de omge-
vingstemperatuur welke aangegeven staat op de
tabel met technische gegevens. Plaats het apparaat
niet in een kelder, een gang of een niet verwarmde
chalet in de herfst en in de winter.
• Tijdens het opstellen, schuiven en optillen is het- 139 -
verboden om aan de deurhandgrepen te grijpen,
aan de gleuf aan de achterkant van de koelkast te
trekken of compressor aan te rakken.
• Tijdens het transport, het optillen of opstellen dient
de koel-vriescombinatie zich niet meer dan 40°
van de verticale positie bevinden. Indien dit wel
plaatshad, kan het apparaat pas na 2 uur na de
opstelling aangezet worden (tek. 2).
• Voordat u aan onderhoudswerkzaamheden begint
haal altijd de stekker uit het stopcontact. Trek nooit
aan het netsnoer, maar aan de stekker.
• De ongewone of sterkere geluiden ontstaan door
het uitbreiden en verkleinen van de onderdelen
door de temperatuurwijzigingen.
• Vanwege de veiligheid is het niet aangeraden om
het apparaat zelf te herstellen. De herstellings-
werkzaamheden, die door niet bevoegde personen
zijn uitgevoerd, kunnen gevaarlijk voor de gebrui-
kers van het apparaat zijn.
• Ingeval van storing van het koelsysteem is het
aangeraden om de ruimte, waarin het apparaat
geplaatst werd door enkele minuten te ventileren
(deze ruimte dient ten minste 4 m
het product met isobutaan/R600a)
• Gedeeltelijk ontdooide producten dient u niet nog
een keer in te vriezen.
• Bewaar dranken in blikken en essen, in het bijzon-
der koolzuurhoudende dranken, niet in de diepvrie-
zer. Blikken en essen kunnen barsten.
• Plaats geen pas van de diepvriezer genomen pro-
ducten direct in de mond (ijs, ijsblokken, ezv.), hun
lage temperatuur kan ernstige letsels veroorzaken.
• Let op om het koelsysteem niet te beschadigen, bv.
door het prikken in de kanalen van de koelvloei-
stof in de verdamper, het breken van pijpen. Het
ingespoten koelvloeistof is brandbaar. Ingeval van
contact met het oog, dient u het met schoon water
afspoelen en onmiddellijk met arts contacteren.
• Als de voedingskabel beschadigd raakt, dan moet
deze vervangen worden bij een specialistische ser-
• Het apparaat is bestemd voor het bewaren van
voedingsmiddelen. Gebruik het niet voor andere
• Koppel het apparaat volledig los van het lichtnet
(door de stekker uit het stopcontact te trekken)
tijdens werkzaamheden als schoonmaken, onder-
houd of verplaatsen.
• Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen
van 8 jaar en ouder, door personen met een licha-
melijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen
en personen zonder ervaring of kennis van het ap-
paraat wanneer op hen gelet wordt of ze geïnstru-
eerd zijn over het veilig gebruik van het apparaat
en ze de gevaren kennen in verband met het ge-
bruik van het apparaat. Kinderen mogen niet met
het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mo-
gen niet door kinderen gedaan worden tenzij ze 8
jaar zijn of ouder en er toezicht wordt gehouden
door een juiste persoon.
• Om meer ruimte te creëren in de diepvriezer, kunt
u de laden verwijderen en de producten direct op
de legplanken plaatsen. Dit heeft geen invloed op
de thermische en mechanische eigenschappen van
het apparaat. De opgegeven inhoud van de diep-
vriezer is berekend bij afwezigheid van de laden.
WAARSCHUWING: Brandgevaar / brand-
• Kinderen van 3 tot 8 jaar mogen producten in het
koelapparaat zetten en eruit halen.
Om verontreiniging van de voedingsmiddelen te voor-
komen, moet u zich houden aan de volgende regels:
• Als u de deur lange tijd opent, kan de temperatuur
in de verschillende ruimten van het apparaat aan-
• Maak de oppervlakken die in contact komen met
voedingsmiddelen regelmatig schoon evenals, in-
dien aanwezig, de waterafvoersystemen.
• Bewaar rauw vlees en vis in geschikte containers in- 141 -
de koelkast, zodat ze niet in contact kunnen komen
met andere voedingsmiddelen en niet op andere
voedingsmiddelen kunnen lekken.
• Vriesruimten met twee sterren zijn bestemd voor
het bewaren van eerder ingevroren voedingsmid-
delen, het bewaren of bevriezen van ijs of het be-
vriezen van ijsblokjes.
• Ruimtes met één ster, twee sterren en drie sterren
zijn niet bestemd voor het invriezen van verse voe-
Geschikte voedingsmiddelen
Eieren, gekookte voedingsmiddelen, verpakte voe-
dingsmiddelen, vruchten en groenten, zuivel, gebak,
dranken en overige producten die niet geschikt zijn
ducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden,
hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en
voedzaam het product zal zijn), geschikt voor inge-
vroren verse producten.
ducten en vleesproducten (aanbevolen 3 maanden,
hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en
voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor
bevroren verse producten.
ducten en vleesproducten (aanbevolen 2 maanden,
hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en
voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor
bevroren verse producten.
producten en vleesproducten (aanbevolen 1 maand,
hoe langer de bewaartijd, hoe minder smakelijk en
voedzaam het product zal zijn), niet geschikt voor
bevroren verse producten.
Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, sommige ver-
pakte, verwerkte producten etc. (aanbevolen wordt
deze dezelfde dag nog te eten, maar uiterlijk binnen
3 dagen). Gedeeltelijk verpakte, verwerkte producten
(producten die niet geschikt zijn om in te vriezen)- 142 -
Vers/bevroren varkensvlees, rundvlees, kip, zoet-
waterproducten etc. (7 dagen onder 0°C, boven 0°C
wordt aanbevolen deze nog dezelfde dag te eten,
maar uiterlijk binnen 2 dagen). Zeevruchten (onder
0°C gedurende 15 dagen, bij voorkeur niet bewaren
bij temperaturen hoger dan 0°C)
Vers varkensvlees, rundvlees, vis, kip, gekookte pro-
ducten etc. (aanbevolen wordt deze dezelfde dag nog
te eten, maar uiterlijk binnen 3 dagen).
+5≤+20 Rode, witte, mousserende wijnen etc.
• Opgelet: bewaar de producten in overeenstem-
ming met de aanbevelingen voor de verschillende
ruimten en de aanbevolen bewaartemperatuur van
• Als u het koelapparaat niet gebruikt en het langere
tijd leeg zal staan, moet u het uitschakelen, ont-
dooien, schoonmaken, drogen en de deur open la-
ten staan om te voorkomen dat er in het apparaat
• Reinigen van de waterdispenser (voor producten
met waterdispenser): Reinig de watertanks als ze
48 uur niet zijn gebruikt; als het water gedurende 5
dagen niet is afgetapt, spoel dan het watersysteem
dat op de waterleiding is aangesloten door.
• De minimumperiode waarin reserveonderdelen die
nodig zijn om het apparaat te repareren beschik-
baar blijven, bedraagt 7 of 10 jaar, afhankelijk van
het type en het doel van het reserveonderdeel,
en is in overeenstemming met Verordening (EU)
2019/2019 van de Commissie.
• De lijst met reserveonderdelen en de bestelproce-
dure zijn beschikbaar op de websites van de fabri-
kant, importeur of de ociële vertegenwoordiger.
• Meer informatie over het product vindt u in de Eu-
ropese productdatabase voor energie-etikettering
EPREL op de website https://eprel.ec.europa.eu. U
kunt de informatie verkrijgen door de QR-code op
het energie-etiket te scannen of door het product-
model in te voeren in de zoekmachine van EPREL
https://eprel.ec.europa.eu/- 143 -
INSTALLATIE EN WERKOM-
STANDIGHEDEN VAN HET APPARAAT Dit koelapparaat is niet bedoeld voor gebruik als inbouwapparaat.
Installatie voor de eerste ingebruikname
• Pak het product uit en verwijder de veiligheidsbanden van de deur en
uitrusting (Tek. 4). De restanten van het lijm kunt u met een zacht
reinigingsmiddel verwijderen.
• Gooi de piepschuim elementen van de verpakking niet weg. Ingeval
van een toekomstig transport, dient de koel-vriescombinatie nog een
keer met behulp van piepschuim elementen, folie en plakband bevei-
• Was de binnenkant van de koelkast en de diepvriezer met een zacht
warm water met een afwasmiddel en daarna droog het met een doek
en wacht tot het droog wordt.
• Plaats de koel-vriescombinatie op een ondergrond, die vlak, water-
pas en stabiel is, in een droge en regelmatig ventileerde ruimte, niet
in direct zonlicht of naast andere warmtebronnen, zoals een gasfor-
nuis, CV-radiator, CV-buis of warme water installatie ezv.
• Op de buiten oppervlakken van het product kan zich beschermende
folie bevinden welke verwijderd dient te worden.
• Het apparaat moet waterpas geplaatst zijn, wat kunt u bereiken door
op een juiste manier 2 voorvoetjes op te schuiven (tek. 3).
• Om de deur vrijuit te kunnen openen, dient de afstand tussen de
zijwand van het product (aan de kant van de deurscharnieren) en de
muur in overeenstemming te zijn met afbeelding 5*.
• De ruimte dient regelmatig geventileerd te worden en het lucht dient
onbelemmerd van alle zijden van het apparaat circuleren (tek. 6*).
Minimale afstanden van warmtebronnen
• van elektrische fornuizen, gasfornuizen en andere fornuizen - 30 mm,
• van olie- of steenkoolkachels - 300 mm,
• van ingebouwde fornuizen - 50 mm
Indien het behouden van deze afstanden niet mogelijk is, dient u een
juiste isolatieplaat te gebruiken.
• De achterwand van de koelkast en in het bijzonder de condensor en
andere elementen van het koelingssysteem mogen de andere ele-
menten niet aan te rakken, in het bijzonder elementen die defecten
kunnen veroorzaken (CV-buis en wateraanvoerbuis).
• Het is verboden om aan de onderdelen van het aggregaat te manipu-
leren. In het bijzonder mag het capillair niet defect te zijn, die u bij
de compressor ziet. Het capillair mag niet gevouwen, getrokken nog
• Het beschadigen van het capillair door de gebruiker maakt de garan-
tie ongeldig (tek. 8).
• In geselecteerde modellen bevindt zich de deurhendel aan de bin-
nenkant van het product en dient het vastgeschroeft te worden met
een schroevendraaier.- 144 -
Aansluiten op het electriciteitsnet
• Zet de temperatuurregelaar in de positie „OFF” of een andere positie
die het apparaat uitschakelt (zie de pagina met de beschrijving van
de besturing) voordat u het aansluit.
• Suit het apparaat op het electriciteitsnet met wisselstroom 220-240V,
50Hz aan, met gebruik van een correct geïnstalleerd stopcontact-
doos, die geaard is en over een zekering van 10A beschikt.
• De aansluiting op het electriciteitsnet met een aarding moet volgens
de wettelijke voorschriften uitgevoerd zijn. De producent stelt zich
niet verantwoordelijk voor de schade, die door de personen of voor-
werpen geleden kan worden als gevolg van het niet nagaan van de
verplichting van dit voorschrift.
• Het is verboden om verloopstekkers, verdeelstekkers en verleng-
snoeren te gebruiken. Indien u wel een verlengsnoer moet gebrui-
ken, het dient over een beschermring te beschikken, alleen één con-
tactdoos hebben en over een veiligheidsatest VDE/GS te beschikken.
• Ingeval van het gebruik van een verlengsnoer (met een bescherm-
ring en veiligheidsmarkering), moet zijn nest zich in een veilige af-
stand van waterbakken bevinden en kan niet het gevaar oplopen om
met het water en ander afvalwater in aanraking te komen..
• De gegevens staan op de typeplaatje, dat zich beneden aan de bin-
nenwand van de koelkast bevindt**.
Het apparaat dient in elk moment van het electriciteitsnet te kunnen
worden uitgeschakeld door de stekker eruit te halen of de dubbelpolige
schakelaar uit te zetten (tek. 9).
Informatie over de klimaatklasse staat op de typeplaatje. Deze geeft
aan in welke omgevingstemperatuur (dwz. ruimte, waarin hij staat) het
product optimaal (correct) werkt.
Toelaatbare omgevingstemperatuur
SN uitgebreid gematigd
Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij
omgevingstemperaturen binnen een bereik
van 10°C tot 32°C N gematigd
Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij
omgevingstemperaturen binnen een bereik
van 16°C tot 32°C ST subtropisch
Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij
omgevingstemperaturen binnen een bereik
van 16°C tot 38°C T tropisch
Het koelapparaat is bestemd voor gebruik bij
omgevingstemperaturen binnen een bereik
* Geldt niet voor inbouwapparatuur
**Toegepast afhankelijk van het model- 145 -
UITPAKKEN Het apparaat is beveiligd tegen trans-
portschade. Na het uitpakken moet
het verpakkingsmateriaal zo verwerkt
worden dat er geen risico voor het
Al het materiaal dat voor de verpak-
king is gebruikt is milieuvriendelijk,
het kan voor 100% hergebruikt worden en het is
gelabeld met het bijbehorende symbool.
Attentie! Het verpakkingsmateriaal (polyethyleen-
zakjes, stukken polystyreen etc.) bij het uitpakken
buiten het bereik van kinderen houden.- 146 -
VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE APPARATUUR Dit product is overeenkomstig met
de Europese richtlijn 2012/19/EG.
Dit merkteken informeert dat dit ap-
paraat na aoop van zijn levensduur
niet samen met ander huishoudelijk
afval verwijderd mag worden.
De gebruiker is verplicht om het aan
te bieden bij een inzamelpunt voor gebruikte elek-
trische en elektronische apparatuur. De inzame-
lende instanties, waaronder lokale inzamelpunten,
winkels en gemeentelijke instanties vormen een ge-
schikt systeem voor de inzameling van deze appa-
De juiste behandeling van gebruikte elektrische en
elektronische apparatuur leidt tot het vermijden van
consequenties die schadelijk zijn voor de menselijke
gezondheid en de natuurlijke omgeving en voortko-
men uit de aanwezigheid van gevaarlijke bestand-
delen en verkeerde opslag en verwerking van der-
gelijke apparatuur.- 147 -
BEDIENING Bediening van het apparaat
Het bedieningspaneel staat weergegeven op afbeelding 10. Om het u
makkelijk te maken staat hij ook hieronder:
Regelen van de temperatuur in het apparaat
Verandering van de instelling van de draaiknop zorgt voor een tempera-
tuurwijziging in het apparaat:
Positie OFF/0 Het apparaat is uitgeschakeld
In het apparaat heerst de hoogste tempera-
tuur (binnenin is het warmer)
In het apparaat heerst een gemiddelde tem-
In het apparaat heerst de laagste temperatuur
(binnenin is het kouder)
• Het is mogelijk dat de thermostaat van uw apparaat een andere
schaalverdeling heeft dan deze omschrijving. De algemene regel van
de werking is hier boven beschreven.
• Als de draaiknop van uw apparaat geen positie heeft die is aange-
duid als “OFF" of “0", kunt u het apparaat volledig uitschakelen door
de stekker uit het stopcontact te trekken. Voordat u het apparaat
uitschakelt moet u de laagste waarde van de thermostaat instellen.- 148 -
Aanvullende informatie betreende de temperatuur
• Er zijn veel factoren die invloed hebben op de temperatuur in het
apparaat. De instelling van de draaiknop is onder andere afhankelijk
van de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid zonlicht, de frequen-
tie waarmee het apparaat wordt geopend, de hoeveelheid levensmid-
delen. De middelste positie van de draaiknop is in de meeste gevallen
• De cellen dienen met levensmiddelen pas na het afkoelen opgevuld
worden min. na 4 uur werking van het apparaat.
• Het is niet aangeraden om de temperatuur vanwege de verandering
van seizoenen in te stellen. De stijging van de omgevingstemperatuur
wordt door de sensor ontdekt en gaat de compressor automatisch
langer werken om de gewenste binnentemperatuur te behouden.
• Geringe veranderingen van de temperatur zijn normaal en kunnen
ontstaan door bv. een groot aantal verse producten in de koelkast te
bewaren of wanneer de deur door een langere periode open stond.
Het heeft geen invloed op de levensmiddelen en de temperatuur gaat
snel terug naar de normale waarde.
VERLICHTING Dit hoofdstuk betreft apparaten die fabrieksmatig zijn uitgerust met
gloeilampen en bepaalde apparaten met ledverlichting in de vorm van
lampjes met een E14-tting.
Vervanging van de verlichting
• Zet de draaiknop in de positie "OFF" en haal vervolgens de stekker
uit het stopcontact.
• Demonteer het beschermkapje van het lampje en haal het lampje
• Vervang het lampje door een werkend lampje met identieke pa-
rameters als het fabrieksmatig geïnstalleerde lampje (220-240 V,
max., tting E14, maximale afmetingen van het bolletje: doorsnede
- 26 mm, lengte 55 mm).
• Bevestig het beschermkapje van het lampje.
• Gebruik geen lampjes met een kleiner of groter vermogen. Pas uit-
sluitend lampjes toe met de parameters die hierboven staan vermeld.
• Gebruikte verlichting mag niet worden gebruikt voor het verlichten
• Indien deze gebruiksaanwijzing geen afbeelding bevat met nummer
18, moet het lampje worden vervangen door een gekwaliceerde
technicus van de servicedienst.- 149 -
BEDIENING EN FUNCTIES Het bewaren van producten in de koelkast
• Bewaar de producten op borden, in dozen of in voedselfolie verpakt.
Plaats ze gelijkmatig op de oppervlakte van de platen.
• Levensmiddelen mogen niet met de achterwand in aanraking komen,
indien het wel gebeurt kunnen ze verrijpen of vochtig worden.
• Het is verboden om warme voedsel in de koelkast te plaatsen.
• Producten, die makkelijk geuren opnemen, bv. boter, melk, kwark
en producten die een sterk geur hebben, bv. vlees, vissen en kazen
dienen verpakt met folie of in goed gesloten dozen geplaatst worden.
• Groenten die rijk aan water zijn, veroorzaken verdamping over de
groentelade; dit verstoort de correcte werking van de koelkast niet.
• Droog de groenten voor het plaatsen ervan in de koelkast.
• Te grote hoeveelheid vocht verkort de tijd van het bewaren, in het
bijzonder met betrekking tot groenten met bladeren.
• Bewaar de groenten zonder wassen. Het wassen verwijderd hun be-
schermingslaag, daarom is het aangeraden om ze net voor het eten
• De producten in korven (laden) 1, 2, 3* plaats (zie tek. 11).**
• Het is toegestaan om producten op de draadroosters van de verdam-
per van de diepvriezer te plaatsen*
• Het is toegestaan dat producten 20-30 mm voorbij de natuurlijke
laadgrens worden geschoven.**
• U kunt de onderste mand verwijderen om meer laadruimte te creë-
ren. U stapelt de producten op de bodem van de diepvriezer tot de
Het invriezen van producten**
• Bijna alle levensmiddelen kunnen worden ingevroren, met uitzonde-
ring van groenten die rauw worden gegeten, bv. sla.
• Alleen producten van uitstekende kwaliteit kunnen worden ingevro-
ren, verpakt in afgemeten porties die op een keer kunnen worden
• Gebruik materialen zonder geur om producten te verpakken, die geen
lucht nog vocht toelaten en vet niet doorlaten. Het meest geschikt
zijn: zakjes, platen van polyetheenfolie, aluminiumfolie.
• De verpakking dient goed worden gesloten en bij het product passen.
Glazen verpakkingen zijn verboden.
• Breng verse en warme levensmiddelen (in de omgevingstempera-
tuur) die gaan worden ingevroren, niet in contact met reeds ingevro-
• Aanbevolen wordt om per etmaal eenmalig niet meer dan de aanbe-
volen hoeveelheid verse levensmiddelen in de diepvriezer te plaatsen
die staat vermeld in de technische specicatie van het apparaat.- 150 -
• Om de goede kwaliteit van de ingevroren producten te garanderen,
is het aangeraden om de reeds ingevroren producten te verplaatsen
opdat ze niet in contact met verse producten komen.
• De ingevroren producten dienen op de ene kant van de diepvriezer
geplaatst worden en de verse producten aan de andere kant, zo dicht
mogelijk bij de achter- en zijwand.
• Gebruik voor het invriezen van producten de ruimte die is aangeduid
• De temperatuur in de koelkast wordt onder andere bepaald door:
omgevingstemperatuur, het aantal geplaatste levensmiddelen, fre-
quentie van deuropening, de hoeveelheid rijp, de stand van de ther-
• Indien na het sluiten van de koelkast de deur niet direct opnieuw
opengaat, wacht 1 tot 2 minuten, zodat de ontstane onder druk ge-
De bewaartijd van ingevroren producten is afhankelijk van hun kwaliteit
voor het invriezen en de bewaringstemperatuur. Bij een bewaringstem-
peratuur van -18°C zijn de volgende bewaartijden aanbevolen:
De ruimte voor snelkoeling is niet geschikt voor het bewaren van bevro-
ren voedsel. In deze ruimte kunt u ijsblokjes maken en bewaren.
Opgelet: Als het apparaat geen ruimte met
dat dit koelapparaat niet geschikt is voor het invriezen van voedingsmid-
* Betreft apparaten met een vriesruimte in het onderste gedeelte van het apparaat
** Betreft apparaten met een vriesruimte
*** Geldt niet voor apparaten met een vriesruimte met de aanduiding
• Plaats de koelkast of de vrieskast niet in de nabijheid van radiatoren,
ovens en stel ze niet rechtstreeks bloot aan zonnestralen.
• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet bedekt zijn. Ze moeten
een- tot tweemaal per jaar gereinigd en ontstoft worden.
• De gepaste temperatuur kiezen: een temperatuur van 6 tot 8 °C in
de koelkast en -18 °C in de vrieskast is voldoende.
• Als u op vakantie vertrekt, dient u de temperatuur in de koelkast te
• Open de deur van de koelkast of de vrieskast enkel als dit noodzake-
lijk is. Het is goed om te weten welke levensmiddelen er in de koel-
kast bewaard worden en waar ze zich precies bevinden. Ongebruikte
levensmiddelen dienen zo snel mogelijk terug in de koelkast of de
vrieskast geplaatst worden, voordat ze opwarmen.
• Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig met een doekje met
zacht detergent. Toestellen zonder automatische ontdooifunctie die-
nen regelmatig ontdooid te worden. Vermijd dat er een rijmlaag van
meer dan 10 mm dik gevormd wordt.
• De afdichting rond de deur moet rein gehouden worden. Anders zal
de deur niet meer volledig sluiten. Een beschadigde afdichting moet
altijd vervangen worden.
Wat betekenen de sterretjes?
Een temperatuur van niet meer dan -6 °C volstaat om in-
gevroren levensmiddelen gedurende ongeveer een week te
bewaren. Lades of vakken die aangeduid zijn met één ster-
retje vindt men (meestal) in goedkopere koelkasten.
Bij een temperatuur van minder dan -12 °C kan men gedu-
rende één tot twee weken levensmiddelen bewaren zonder
dat ze hun smaak verliezen. Dit is niet voldoende om le-
vensmiddelen in te vriezen.
Hoofdzakelijk gebruikt om levensmiddelen in te vriezen bij
een temperatuur van minder dan -18 °C. Laat toe om verse
levensmiddelen met een gewicht tot 1 kg in te vriezen.
Zo’n toestel laat toe om levensmiddelen bij een tempera-
tuur van minder dan -18 °C te bewaren en grotere hoeveel-
heden levensmiddelen in te vriezen.- 152 -
Zones in de koelkast
Door de natuurlijke luchtcirculatie ontstaan er in het koelvak verschil-
lende temperatuurzones.
• De koudste zone bevindt zich rechtstreeks boven de groentelades.
In deze zone dienen delicate en snel bederfbare levensmiddelen be-
waard te worden zoals:
- vis, vlees, gevogelte,
- vleeswaren, kant-en-klare maaltijden,
- gerechten of gebak met eieren of room,
- vers deeg, cakemengsels,
- verpakte groenten en andere verse levensmiddelen waarvan het etiket
een bewaartemperatuur van ongeveer 4 °C aangeeft.
• De warmste zone bevindt zich bovenaan in de deur. Hier dient boter
en kaas bewaard te worden.
Levensmiddelen die niet in de koelkast bewaard mogen worden
• Niet alle levensmiddelen mogen in de koelkast bewaard worden. Dit
- groenten en fruit die gevoelig zijn voor lage temperaturen, bijvoorbeeld
Voorbeeld van producten plaatsing in het apparaat (Tek. 12).
Om voedingsmiddelen zo lang mogelijk te kunnen bewaren en verspil-
ling te voorkomen, plaatst u de producten zoals weergegeven op Afb.
12. Bovendien toont deze afbeelding de verdeling van laden, manden
en planken die zorgt voor het meest eciënte energiegebruik van het
Het bewaren van voedingsmiddelen onder de juiste omstandigheden en
bij de juiste temperatuur verlengt de houdbaarheid en optimaliseert het
elektriciteitsverbruik. Het juiste temperatuurbereik moet op de verpak-
king of etiketten van voedselproducten zijn vermeld.- 153 -
ONTDOOIEN, WASSEN EN ONDERHOUD Gebruik nooit oplosmiddelen of agressieve, schurende schoonmaakmid-
delen (bv. schuurpoeders of reinigingsmelk) voor het schoonmaken van
de behuizing en de plastic onderdelen van het product! Gebruik alleen
milde vloeibare schoonmaakmiddelen en een zacht doekje. Gebruik geen
Ontdooien van de koelkast***
• Aan de achterwand van de koelkast ontstaat rijp, die automatisch
ontdooit. Tijdens het ontdooien van de rijp, tezamen met de drup-
peltjes kunnen ook ontreinigingen door de opening voortvloeien. Dit
kan het verstoppen van de opening veroorzaken. In zo’n geval moet
de opening met plunjer gereinigd worden (tek. 13).
• Het apparaat werkt in cyclusfazen: eerst koelen (aan de achterwand
ontstaat rijp) en daarna ontdooien van de rijp (druppeltjes aan de
• Voor het beginnen met reinigen dient het apparaat van het elec-
triciteitsnet uitgeschakeld worden, door de stekker eruit te halen,
uitschakeling of losdraaien van de zekering. Het water mag niet in
contact met het bedieningspaneel of verlichting komen.
• Gebruik bij het ontdooien geen ontdooisprays. Ze kunnen explosieve
mengsels vormen en oplossers bevatten die de kunststof onderdelen
van het apparaat beschadigen en zelfs voor de gezondheid schadelijk
• Het water die bij het wassen gebruikt wordt mag niet door de ope-
ning naar de verdamper vloeien.
• Was het apparaat met een zachte detergent, behoudens de dichting
in de deur. De dichting in de deur was met schoon water en droog
• Reinig nauwkeurig alle elementen van de uitrusting (groentevakken,
rekken, glazen platen ezv.).
Ontdooien van de diepvriezer**
• Het is aangeraden om het ontdooien van de diepvriezer tezamen met
het wassen van het product uit te voeren.
• Grote hoeveelheid ijs op de vriesoppervlakten verstoort de werking
van het apparaat en vergroot het energieverbruik.
• Het is aangeraden om het apparaat ten minste een of twee keer per
jaar te ontdooien. Wanneer er veel ijs ontstaat, moet u het apparaat
• Indien in de diepvriezer bevinden zich ingevroren levensmiddelen,
stel de draaiknop op max. ong. 4 uur voor het geplande ontdooien
in. Daardoor gaat het mogelijk zijn om de ingevroren producten in de
kamertemperatuur te bewaren.
• Plaats de ingevroren producten in een kan, omgevouwen met kran-
tenpapier en deken en houd ze in een koele plek.
• Het ontdooien van de diepvriezer dient zo snel mogelijk uitgevoerd
worden. Het te lange bewaren van de producten in de kamertempe-
ratuur verkort hun houdbaarheid.- 154 -
Om de vriesruimte te ontdooien handelt u als volgt:**
• Schakel het apparaat uit met behulp van het bedieningspaneel en
trek vervolgens de stekker uit het stopcontact.
• Open de deur en haal de producten eruit.
• Afhankelijk van het model trekt u het afvoerkanaaltje naar buiten
dat zich in het onderste gedeelte van de diepvries in de basis van het
• Laat de deur openstaan, hierdoor versnelt u het ontdooiproces. U
kunt ook een schaal met heet (geen kokend) water in de vriesruimte
• Maak de binnenkant van de diepvriezer schoon en droog hem af.
• Schakel het apparaat in volgens de gebruiksaanwijzing.
Automatisch ontdooien van de koelkast****
De koelkast werd in de functie van automatisch
ontdooien voorzien. Toch kan het aan de achterwand van de koelkast
rijp verzamelen. Deze ontstaat als veel verse producten in de koelkast
Automatisch ontdooien van de diepvriezer****
De diepvriezer werd in de functie van automatisch
ontdooien voorzien (no-frost). Voedsel wordt met gebruik van koud, cir-
celend lucht ingevroren en de vocht van de diepvriezer wordt naar buiten
afgevoerd. Daardoor in de diepvriezer ontstaan er geen grote hoeveel-
heden ijs en rijp en de producten vriezen niet samen.
Handwassen van de koelkast en diepvriezer****
Het wordt aangeraden om de koelkast en diepvriezer ten minste een
keer per jaar te wassen.
Het voorkomt het ontstaan van bacteriën en onprettige geuren. Schakel
het apparaat met de knop (1) uit, maak het leeg van producten en was
met water met zachte detergent. Daarna droog met een doek.
Uithalen en inzetten van de legplateaus*****
Til het legplateau op en schuif het uit, schuif het daarna in totdat u niet
meer verder kunt en de sluiting van het legplateau zich in de geleider
Plaatsen en verplaatsen van de opbergvak*****
Druk het opbergvak omhoog en neem het naar voren en zet op de ge-
wenste hoogte terug (Afb. 16).
Ten alle tijde is het verboden om de diepvriezer met gebruik van een
electrische radiator of haardroger te ontdooien.
** Betreft apparaten met een vriesruimte (*/***).
Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem
*** Betreft apparaten met een koelruimte.
Geldt niet voor apparaten met een Antirijpsysteem
**** Betreft apparaten met een Antirijpsysteem
***** Niet van toepassing voor diepvriezers- 155 -
STORINGEN VINDEN EN VERHELPEN Verschijnselen Mogelijke redenen Herstellings wijze
Het apparaat werkt niet
Onderbreking in de electri-
goed in het stopcontact zit
- controleer of de span-
ningskabel niet beschadigt
- controleer of er spanning
op het stopcontact staat
door bv. een ander toe-
stel aan te sluiten bv. een
- controleer of het apparaat
aan staat door de ther-
mostaat op meer dan 0 te
Binnenverlichting werkt niet
gebrand ( In apparaten met
gloeilampen verlichting).
- Controleer het vorige punt
„Het apparaat werkt niet”-
draai de gloeilamp aan of
vervang de doorgebrande
(In apparaten met gloei-
lampen verlichting).
Het apparaat werkt conti-
Slechte instelling van de
- temperatuur met de
draaiknop naar beneden
Andere redenen in het punt
„Vries-/koeltemperatuur is
- controleren volgens punt
„Vries-/koeltemperatuur is
Er ontstaat water in de on-
derste deel van de koelkast
- maak de verstopte ope-
ning schoon (zie hoofd-
stuk - „Ontdooien van de
De ventilatie binnen de cel
- controleer of de levens-
achterwand van de koelkast
Ongewone of sterkere
Het apparaat staat niet
- het apparaat waterpas
Het apparaat raakt aan
wanden, meubels of andere
- het apparaat zo opstellen,
dat er geen andere elemen-
ten aanraakt en zelfstandig
Verschijnselen Mogelijke redenen Herstellings wijze
Vries-/koeltemperatuur is
Slechte instelling van de
- draai de draaiknop op een
De omgevingstemperatuur
is hoger of lager dan de
temperatuur welke aan-
gegeven staat op de tabel
met technische gegevens
Het apparaat is bestemd
voor werking in een tempe-
ratuur welke aangegeven is
op de tabel met technische
gegevens van het apparaat.
Het apparaat staat in de
zon of te dicht bij een
- verander de opstelling
van het apparaat volgens
de gebruiksaanwijzing
In het apparaat werd te
grote hoeveelheid warme
levensmiddelen per een
- 72 uur wachten tot de
producten gekoeld (in-
gevroren) worden en de
temperatuur terug naar het
gewenste niveau gaat
De ventilatie binnen de cel
- controleer of de levens-
achterwand van de koelkast
De ventilatie aan de ach-
terkant van het apparaat is
- van de wand schuiven
voor de afstand van min.
De deur van de koelkast/
vriezer wordt te vaak geo-
pend of blijft te lang open
- de deur minder vaak ope-
nen en/of de tijd van open
De deur is niet goed ge-
- levensmiddelen en vak-
ken zo leggen, dat ze het
sluiten van de deur niet
De compressor werkt niet
- controleer of de omge-
vingstemperatuur niet lager
is dan het bereik van de
De dichting van de deur
- dichting vastmaken
Bij het normale gebruik van het koeltoestel kunnen er verschillende
soorten geluiden ontstaan, die geen enkele invloed hebben op de correc-
te werking van de koelkast.
Geluiden die gemakkelijk verholpen kunnen worden:
• Lawaai doordat de koelkast niet waterpas staat – regel de opstelling
met behulp van de regelvoetjes vooraan. Leg eventueel zacht mate-
riaal onder de wieltjes achteraan, in het bijzonder bij een tegelvloer.
• Wrijving tegen de aanpalende meubelen – verschuif de koelkast.
• Knarsen van schuiven of schappen – neem de schuif of het schap
weg en plaats het daarna terug.
• Geluid van tegen elkaar stotende essen – plaats de essen uit el-
Geluiden die hoorbaar zijn tijdens het normale gebruik van het toestel,
worden veroorzaakt door de werking van de thermostaat, de compressor
(aanslaan), het koelsysteem (krimpen en uitzetten van het materiaal
onder invloed van temperatuurverschillen en doorstroom van koelvloei-
GARANTIE, SERVICE Garantie
De garantieverplichtingen blijken uit het garantiebewijs. De producent
is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door oneigenlijk
gebruik van het product.
• De producent van het apparaat raadt aan om alle reparaties en
afstelwerkzaamheden uit te laten voeren door de fabrieksservice of
de geautoriseerde service van de producent. Om veiligheidsredenen
mag u het apparaat niet zelf repareren.
• Reparaties die zijn uitgevoerd door personen die niet over de ver-
eiste kwalicaties beschikken, kunnen een ernstig gevaar opleveren
voor de gebruiker van het apparaat.
• De minimale garantieperiode voor het apparaat die door de fabri-
kant, importeur of gevolmachtigde wordt aangeboden, staat ver-
meld op het garantiebewijs.
• Het apparaat verliest zijn garantie als gevolg van eigenhandige
aanpassingen, wijzigingen, schending van de verzegeling of andere
beveiligingen van het apparaat of onderdelen daarvan, en andere
eigenhandige interventie in de apparatuur die niet in overeenstem-
ming is met de gebruiksaanwijzing.
Reparatiemelding en assistentie bij storingen
Als het apparaat gerepareerd moet worden, moet u contact opnemen
met de klantenservice. De adresgegevens en het telefoonnummer van
de klantenservice vindt op het garantiebewijs. Als u contact opneemt,
zorg er dan voor dat u het serienummer van het apparaat bij de hand
heeft, dit staat op het typeplaatje. Voor uw gemak kunt u het hieronder
Verklaring van de producent
Hierbij verklaart de producent, dat het product aan de eisen van de
onderstaande Europese richtlijnen voldoet:
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC
• Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC
• Richtlijn 2009/125/EC
• Richtlijn RoHS 2011/65/EC
en over de certi cering en de conformiteitsverklaring voor orga-
nen die toezicht op de markt houden beschikt.- 158 -
Notice-Facile