SHC 11507 PI - Fornuis AMICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SHC 11507 PI AMICA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SHC 11507 PI - AMICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SHC 11507 PI van het merk AMICA.
GEBRUIKSAANWIJZING SHC 11507 PI AMICA
SHC 902 010 E SHC 11506 /1 R SHC 11507 /1 PI SHC 11508 /1 G) Voltage rating 230/400V ~ 50 Hz Power rating 7,8 kW 9,5 kW Cooker dimensions H/W/D 85 x 50 x 60 cm109 GEACHTE KLANT, De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen. Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorkomen. Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is. Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden. Opgelet! Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel. Informatie over het product met betrekking tot Verordening (EU) Nr. 65/2014 en Verorde- ning (EU) Nr. 66/2014, is te vinden op de laatste pagina's van de gebruikershandleiding of in ander gedrukte documenten die bij het product worden geleverd. NL110 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Attentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzich- tig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan. Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver- richten. Attentie. Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand. Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken. Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte. Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar- sten, om elektrische schokken te voorkomen.111 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onder- delen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas. Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis. Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope- nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.112 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoen kunnen brandwonden veroorzaken! Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont- vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Het is verboden om hete potten, pannen en schotels (warmer dan 75ºC) en lichtontvlam- bare materialen in de schuif te plaatsen. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen. U moet steeds de regels en richtlijnen uit deze handleiding naleven. Het toestel mag niet bediend worden door personen die deze handleiding niet kennen. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.113 ENERGIEBESPARING Door op verantwoorde wijze energie te gebruiken be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie- besparing! Dat kan op de volgende manier: Gebruik goede potten en pannen om te koken. Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander. Dek de potten en pannen steeds af met een deksel. Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn. Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn. Vermijd onnodig opheen van deksels om het kookproces te controleren. Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden. Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis. Gebruik de restwarmte in de oven. Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu- ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit. Sluit de deur van de oven zorgvuldig. Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diep- vriezers. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig. Opgelet! Hou rekening met de kortere bak- tijd bij het instellen van de programmator.114 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende- lijke wijze. Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be- reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN Op het einde van de gebruiks- periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking. De materialen die gebruikt zijn bij de pro- ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia- len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. R E C Y C L A G E V A N G E B R U I K T E T O ESTELLEN115
BESCHRIJVING VAN HET TOESTEL
1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar L 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis R 9 Greep van de deur van de oven 10 Schuif 11 Keramische plaat
1 Draaiknop van de temperatuurregelaar 2 Draaiknop voor de keuze van de functie van de oven 3, 4, 5, 6 Draaiknoppen voor de bediening van de kookplaten 7 Controlelampje van de temperatuurregelaar L 8 Controlelampje voor de werking van het fornuis R 9 Greep van de deur van de oven 10 Schuif 11 Keramische plaat 12 Elektronische programmator* *Bepaalde modellen
Bakplaat voor gebak* Grillrooster (droogrekje) Bakplaat voor gebraad *Bepaalde modellen Uitrusting van het fornuis – overzicht: Laddertjes*118 INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven- tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas- sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila- tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de in- bouwmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding losraken. Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge- bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, een ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei- den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm. Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis. De beveiliging wordt gemonteerd om te vo- orkomen dat het fornuis omvalt. Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan- de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen. Fornuis, hoogte 850 mm A=60 mm B=103 mm Fornuis, hoogte 900 mm A=104 mm B=147 mm
B119 INSTALLATIE Aansluiting van het fornuis op de elektrische installatie Opgelet! De plaat mag enkel op de elektrische instal- latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie. Instructies voor de installateur Het fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluit- schema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokke- ren met een platte sleutel. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis. De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for- nuis.Opgelet! Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege- ven is met het teken . De elektrische instal- latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen. Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.
INSTALLATIE Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PE Aanbevolen soort aansluit- leiding 1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa- sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul- leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie- fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4 H05VV-F4G4 H05VV-F5G1,5
SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGEN
Opgelet! Spanning van de verwarmingselemen- ten 230V
L3121 verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat, neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam, warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen. Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakelt BEDIENING Opgelet! Bij fornuizen die uitgerust zijn met de elek- tronische programmator verschijnt na het aanschakelen op het stroomnet “0.00” op de display. Stel het huidige uur in op de pro- grammator (zie gebruikershandleiding van de programmator). De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is.122 SLECHTSLECHTSLECHTSLECHT GOED BEDIENING Bediening van de kookvelden van de keramische plaat. Voorbeeldinstellingen van de draaiknop 0 Uitschakelen MIN. Opwarmen 1 Stoven van groenten, langzaam koken Koken van soepen, grotere hoeveelheden 2 Langzaam braden Aanbraden van vlees, vis 3 MAX. Snel opwarmen, snel koken, braden
Keuze van het verwarmingsniveau De kookvelden hebben verschillende verwarmingsvermogens. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs geregeld worden door de draaiknop naar links of rechts te draaien. Keuze van potten en pannen Goed gekozen potten en pannen hebben een bodemgrootte en vorm die ongeveer over- eenstemt met het gebruiksoppervlak van het kookveld. Voor braadsleden is er een speciaal verbreed kookveld van 140 x 250. Gebruik geen potten en pannen met een holle of bolle bodem. Hou er rekening mee dat de potten en pannen een gepast deksel moeten hebben. Het is aan te raden om potten en pannen met een dikke, gedraaide bodem te gebruiken. Als het oppervlak van de kookvelden en de potten en pannen vuil is, kan de warmte niet volledig benut worden.123 Verwarmingsindicator van een kookveld Aanschakelen van het verbrede kookveld* Belangrijk! Het kookveld mag enkel aange- schakeld worden door de draaiknop in wijzerzin te draaien. Als u in de andere richting draait, kunt u de schakelaar beschadigen. BEDIENING Binnen het bereik 0 1 2 3 van de draaiknop werkt het binnenste kookveld en kan de hoeveelheid naar de pot aangevoerde warmte geleidelijk geregeld worden. Door de knop kort door te draaien naar de stand wordt het buitenste kookveld aangescha- keld. Vanaf dat moment kan de hoeveelheid warmte die door de twee kookvelden (bin- nenste en buitenste) naar de pot aangevoerd wordt, geleidelijk geregeld worden, omdat de binnenste schakelaar deze velden pas uitschakelt als de draaiknop op stand 0 ge- plaatst wordt. Verwarmingsindicator van een kookveld Als de temperatuur van een kookveld meer dan 50ºC bedraagt, wordt dit aangegeven door het gepaste veld van de indicator. De verwarmingsindicator van een kook- veld waarschuwt de gebruiker zodat hij het aanraken van een heet kookveld kan vermijden. Na het uitschakelen van de verwarming van een kookveld, zal het veld nog voor ong. 5-10 minuten de vergaarde warmte behouden, die bv. benut kan worden voor het opwarmen of warm houden van spijzen zonder dat de verwarming van het veld nog moet aangeschakeld worden. *Bepaalde modellen
Voor het model: SHC 11579 /1 E Binnen het bereik van "0 1 2 3" bedient de draaiknop de binnenste kook- zone en kunt u de hoeveelheid warmte die geleverd wordt aan de pan traploos regelen. Tijdelijke plaatsing van de draaiknop in de positie die is aangeduid met zorgt voor inschakeling van de buitenste kookzone. Vanaf dit moment kunt u de hoeveelheid warmte die wordt geleverd aan de pan door beide kookzones (de binnenste en de bui- tenste) traploos regelen door de draaiknop op de gewenste positie te zetten, van "0 1 2 3”. De interne schakelaar schakelt deze zone pas uit als u de draaiknop op de positie 0 zet.124 BEDIENING Voor de elektronische programmator* Instelling van de actuele tijd Na aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00: houd de knop OK (of tegelijkertijd de knop- pen < / >) ingedrukt totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen, stel binnen 7 sec de actuele tijd in met behulp van de knoppen < / >. Ca. 7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen. U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker- tijd de knoppen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren. Opgelet! U kunt de oven aanzetten nadat het symbool op de display is verschenen. OK - keuzeknop werkingsmodus > - plusknop < - minknop - symbool klaar voor werking - symbool kookwekker - symbool werkingsduur Kookwekker De kookwekker kan op ieder moment worden geactiveerd, onafhankelijk van de activiteit van andere functies. De kooktijd kan wor- den ingesteld van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten. Om de kookwekker in te stellen: druk op de knop OK, op de display gaat het symbool knipperen: stel de tijd van de kookwekker in met de knoppen < / >, op de display worden de ingestelde tijd van de kookwekker en de actieve functie getoond, na het ver- strijken van de ingestelde tijd klinkt een geluidssignaal en knippert om het geluidssignaal uit te schakelen, raakt u de knop OK enige tijd aan, of raakt u tegelijkertijd de knoppen < / > aan. Het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Attentie! Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi- nuten automatisch uit. Werkingsduur Als u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt: om de functie werkingsduur in te schake- len, zet u de functieknop van de oven op de door u gekozen functie en de tempe- ratuurknop op de gewenste temperatuur. druk op de knop OK totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen, stel de gewenste werkingstijd in met de knoppen < / > binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur.
*Bepaalde modellen125 BEDIENING De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht. Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha- kelt de oven automatisch uit, het geluidssig- naal klinkt en het symbool gaat knipperen. zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld, om het geluidssignaal uit te schakelen, raakt u de knop OK enige tijd aan, of raakt u tegelijkertijd de knoppen < / > aan. Het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Wissen instellingen U kunt de instelling van de kookwekker of de werkingsduur op ieder moment wissen. om de instellingen voor de werkingsduur te wissen, raakt u de knoppen < / > tege- lijkertijd aan. Wissen instellingen kookwekker: kies met de knop OK de kookwekkerfunc- tie, druk opnieuw op de knoppen < / >. De toon van het geluidssignaal wijzigen U kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: druk de knoppen < / > tegelijkertijd in. kies met de knop OK de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen: kies met de knoppen < / > de gewenste toon: binnen het bereik van 1 naar 3 met de knop >. binnen het bereik van 3 naar 1 met de knop > . Wijzigen van de helderheid van de display Het is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toe- passing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de knoppen heeft aangeraakt). U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen: druk de knoppen < / > tegelijkertijd in. kies met de knop OK de functie bri (met de eerste keer indrukken krijgt u de functie ton, met de tweede de functie bri). kies met de knoppen < / > de gewenste helderheid: binnen het bereik van 1 naar 9 met de knop >. binnen het bereik van 9 naar 1 met de knop >. Opgelet! Wanneer de klok actief is (nl. als de gebruiker de knop binnen de afgelopen 7 seconden heeft aangeraakt), is de helderheid van het scherm maximaal. Nachtmodus Van 22:00 tot 6:00 uur vermindert de klok automatisch de helderheid.126 BEDIENING De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0” te plaatsen.
Conventionele oven (verwarmingselement onder + verwarmingselement boven) Functies en bediening van de oven Onafhankelijke verlichting van de oven Door de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebrui- ken. Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de oven Grill aangeschakeld Door de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerechten op het rooster gebakken. 0 Nulstand Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conventionele ma- nier opgewarmd. Verwarmingselement bovenaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver- warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bijbakken van gebak langs boven gebruiken. Verwarmingselement onderaan aangeschakeld Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan verwarmd. Deze stand kunt u bv. bij het bijbakken van gebak langs onder gebruiken. ECO-verwarmingsfunctie Bij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedo- eld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ove- nverlichting uitgeschakeld.127 Het aanschakelen van de oven wordt aange- geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera- tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro- lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst. BEDIENING128 BEDIENING De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege- laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0” te plaatsen. Opgelet! Als er een functie van de oven inge- steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is.
Oven met gedwongen luchtcircu- latie (verwarmingselement onder + verwarmingselement boven + ventilator) Grill aangeschakeld Oppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste- aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). 0 Nulstand Ontdooien Alleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrill Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven- tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. Supergrill Met de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het verwar- mingselement bovenaan ook aange- schakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bereiken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden. Snel verwarmen Het onderaan en bovenaan verwar- mingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het voorverwarmen van de oven.129 BEDIENING Het aanschakelen van de oven wordt aange- geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera- tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro- lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst. L R Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeld Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven- tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo- orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange- schakeld Bij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven- tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak). Verwarmingselement onderaan aangeschakeld Bij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde- raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Onafhankelijke verlichting van de oven Door de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. ECO-verwarmingsfunctie Bij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedo- eld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten. Bij deze instelling van de draaiknop is de ove- nverlichting uitgeschakeld.130 Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge- paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaats- en. de deur van de oven sluiten. BEDIENING Gebruik van de grill Tijdens het grillproces ondergaan de gerech- ten de inwerking van infrarood dat uitgezon- den wordt door het verhitte verwarmingsele- ment van de grill. Opgelet! Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn. Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen. Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 210ºC, en voor de functie grill met ventila- tor op maximum 190ºC.131
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
Gebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar- mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor- verwarmen. Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong. 20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.132
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
ECO-verwarmingsfunctie bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie start een optimale verwar- mingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen. Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie Soort gebak gerecht Functies van de oven Temperatuur (
Aanbevolen voor bakprocessen die niet langer duren dan 40 minuten.
Aanbevolen voor porties vlees die zwaarder zijn dan 1 kg.133
BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPS
ECO-verwarmingsfunctie bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie start een optimale verwar- mingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen. Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie Soort gebak gerecht Functies van de oven Temperatuur (
Verwarm de lege oven voor
De opgegeven tijden gelden voor gerechten in kleine vormen Attentie: De parameters uit de tabel zijn ter oriëntatie en u kunt ze aanpassen aan de hand van uw eigen ervaringen en culinaire preferenties. Bereidingswijze gerecht Functie van de oven Temperatuur (
Bakblik Bakplaat 2 + 4
Bakblik Bakplaat 2 + 4
Vetvrij biscuit- deeg Rooster + springvorm met zwarte coating Ø 26 cm 3 170 - 180
Appeltaart Rooster + twee springvormen met zwarte coating Ø 20 cm
de vormen als volgt op het rooster plaatsen: rechtsachter en linksvoor
Verwarm de lege oven voor, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.137 TESTGERECHTEN. In overeenstemming met de norm EN 60350-1. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur
Tijd (min.) Toast van witbrood Rooster 4 250
Rundvleesbur- gers Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Verwarm de lege oven voor door hem 5 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Verwarm de lege oven voor door hem 8 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken. Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar- mingsfunc- tie Temperatuur
Tijd (min.) Hele kip Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Rooster + bakplaat (voor het opvangen van lekkende vleessappen)
Bakken Indien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte. Voor een voorver- warmde oven moet u deze tijden met 5-10 minuten verkorten.138
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking. Voor de reiniging moet de oven uitge- schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik
- Licht, niet aangebrand vuil moet ver- wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach- tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.
- Sterk aangekoekt vuil moet verwij- derd worden met een schraper. Daar- na moet het oppervlak gereinigd wor- den met een vochtige doek. Schraper om de kookplaat te reinigen139
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Oven De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlich- ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. Opgelet! Gebruik geen schurende reinigings- middelen voor het reinigen en onder- houden van de glazen voorzijde. Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een kommetje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwar- mingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 minuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. Wrijf na het wassen de ovenkamer droog. Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichting Zorg ervoor dat het apparaat is losge- koppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken. Ovenverlichting Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog. Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9 - spanning 230V - vermogen 25W Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de tting. Draai het lampenkapje vast.140
REINIGING EN ONDERHOUD VAN DE OVEN
*Bepaalde modellen Uitnemen van de zijwandgeleiders Plaatsen van de zijwandgeleiders
Fornuizen die zijn aangeduid met de letter D* zijn uitgerust met eenvoudig te verwijderen zijwandgeleiders voor de ovenroosters. Trek aan de klem aan de voorkant, kantel vervolgens de geleider en verwijder hem uit de klemmen aan de achterkant. U kunt hem nu reinigen.141
REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS
Wegnemen van de deur Om gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten. Wegnemen van de deur Verwijderen van de binnenruit
1. Duw met behulp van een platte schroe-
vendraaier de bovenrand van de deur los, terwijl u hem aan de zijkanten voor- zichtig oplicht (g. B).
2. Verwijder de bovenrand van de deur.
Verwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.
3. Trek de binnenruit uit de houder (in het
onderste deel van de deur). Fig. D, D1.
4. Was de ruit met warm water en een klein
beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op- nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.
Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.143 Periodieke controle Naast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings- elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer- kende onderdelen van het fornuis uitvoe- ren. Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.
Bij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM
1. de elektrische uitrusting
werkt niet 2.de display van de pro- grammator geeft het uur “0.00” aan
3. de verlichting van de
oven werkt niet OORZAAK Stroompanne Het toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom- panne losgekomen of beschadigd lampje HANDELSWIJZE Controleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering Stel het uur in (zie Gebrui- kershandleiding van de programmator) draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini- ging en onderhoud)144 TECHNISCHE GEGEVENS Verklaring van de producent De producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemde Europese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC, en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt. Het product voldoet aan de eisen van de normen EN 60335-1, EN 60335-2-6 die gelden in de Europese Unie. De gegevens op de energie-etiketten van elektrische ovens staan vermeld in overeenstemming met de norm EN 60350-1/IEC 60350-1. Deze waarden zijn bepaald bij een standaardbelasting met de actieve functies: onder- en bovenverwarming (conventioneel) en met ondersteuning door een ventilator (indien betreende functies beschikbaar zijn). De energie-eciëntieklasse is aangeduid afhankelijk van de functies die in het product be- schikbaar zijn, in overeenstemming met de volgende prioriteiten: Tijdens de aanduiding van het energieverbruik moet u de telescoopgeleiders demonteren (indien beschikbaar in het product). Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement hetelucht + ventilator) Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement onder + boven + gril + ventilator) Conventioneel ECO (verwarmingselement onder + boven) Typeaanduiding van het model SHC 11505 /1 W SHC 11578 /1 W
Notice-Facile