LT85C41NC - Fornuis BESTRON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LT85C41NC BESTRON in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LT85C41NC BESTRON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LT85C41NC - BESTRON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LT85C41NC van het merk BESTRON.
GEBRUIKSAANWIJZING LT85C41NC BESTRON
Deze instructies zijn alleen geldig voor de landen van bestemming waarvan de identificatiesymbolen op het omslag van het instructieboekje en op het typeplaatje van het apparaat zijn aangeduid.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade aan goederen of personen die het gevolg is van een niet correcte installatie of van een verkeerd gebruik van het apparaat.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele onregelmatig-
heden in dit boekje als gevolg van druk- of overschrijvingsfouten.
Ook de esthetiek van de aangegeven figuren is uitsluitend indicatief.
De fabrikant behoudt zich het recht voor wijzigingen aan zijn producten aan te brengen indien hij dit nuttig en noodzakelijk acht, steeds met waarborg van de eigenschappen van veiligheid en functionering.
DIT APPARAAT IS ONTWORPEN VOOR HUISHOUDELIJK NIET PROFESSIONEEL GEBRUIK.
INHOUDSOPGAVE
Op dit fornuis is het symbool van de gescheiden afvalverwerking van elektrische en elektronische apparaten aangebracht. Dit product moet dan ook in overeenstemming met de Richtlijn 2002/96/EG naar een inzamelpunt voor de gescheiden afvalverwerking gebracht worden zodat het product gedemonteerd en gerecycled kan worden om de schadelijke invloed op het milieu te verminderen. Neem voor meer informatie contact op met de plaatselijke of regionale reinigingsdiensten.
OPMERKINGEN VOOR DE INSTALLATEUR
De installatie, alle afstellingen, het ombouwen van het apparaat en de onderhoudswerkzaamheden die in dit gedeelte staan vermeld mogen uitsluitend door een vakman verricht worden.
Als het apparaat niet op de juiste manier geïnstalleerd wordt kan dit schade aan personen, dieren of voorwerpen veroorzaken waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk gesteld kan worden.
De veiligheids- of automatische afstelsystemen van de apparaten mogen tijdens de levensduur van het apparaat uitsluitend door de fabrikant of door de bevoegde dealer afgesteld worden.
DE FORNUIS INBOUWEN
Haal de verschillende losse delen uit de verpakking, d.w.z. zowel uit de buiten- als uit de binnenverpakking, en controleer of de fornuis ongeschonden is. Bij twijfel mag u het apparaat niet gebruiken en moet u zich tot een vakman wenden.
Aangezien het verpakkingsmateriaal (piepschuim, zakjes, karton, spijkers e.d.) gevaarlijk materiaal is moet het buiten bereik van kinderen gehouden worden.
Dit is een type Y fornuis (EN norm 60335-2-6 en latere wijzigingen daarop, betreffend de mate van bescherming tegen brandgevaar); dit betekent dat het apparaat geïsoleerd, tegen een muur op een afstand van hoogstens 20mm (Fig. 2) of tussen twee wanden (Fig. 1) geïnstalleerd kan worden. Het is ook mogelijk één zijwand te hebben die boven het werkblad uitsteekt; de afstand tussen deze wand en de fornuis dient minstens 70mm te zijn (Fig.2).
De wanden van de aansluitende keukenkastjes, indien aanwezig, en de wand achter de fornuis dienen uit materiaal vervaardigd te zijn dat bestand is tegen een overtemperatuur van 65 K.
Het apparaat kan zowel als een klasse 1 als een klasse 2 subklasse 1 geïnstalleerd worden.
LET OP: Indien het apparaat als een klasse 2 subklasse 1 geïnstalleerd wordt, enkel en alleen flexibile metalen buizen gebruiken voor de aansluiting op gas, in overkomst met de ter plekke geldende normen.
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
Wij informeren de installateur dat dit een fornuis van het type Y is. Dit betekent dat het apparaat op zich zelf staand, geïsoleerd of tussen keukenkastjes of tussen een keukenkastje en de muur geplaatst kan worden.
Het apparaat moet overeenkomstig de geldende landelijke voorschriften geïnstalleerd worden.
Dit apparaat is niet aangesloten op systemen voor de afvoer van verbrandingsgassen.. Men moet met name aandacht besteden aan onderstaande voorschriften die ten aanzien van de luchtverversing en de ventilatie van ruimtes van toepassing zijn.
Eventuele hangende keukenkastjes dienen op een afstand van minstens 700mm boven de fornuis bevestigd zijn.
VENTILATIE VAN HET VERTREK
Om de goede werking van het apparaat te garanderen moet het vertrek waarin het apparaat geplaatst is continu geventileerd worden. Het volume van het vertrek mag niet minder zijn dan 25 m ^3 en de benodigde hoeveelheid lucht moet gebaseerd worden op de goede verbranding van het gas en de ventilatie van het vertrek. De natuurlijke toestroming van lucht moet door permanente openingen gebeuren die in de muren zijn aangebracht van het vertrek dat geventileerd moet worden: deze openingen moeten in verbinding staan met de buitenlucht en moeten een minimum doorsnede hebben van 100 cm ^2 (zie fig. 3) Deze openingen moeten dusdanig gemaakt zijn dat zij niet afgedekt worden.
Het is ook toegestaan het vertrek indirekt te ventileren door middel van luchttoevoer vanuit de aangrenzende vertrekken.
PLAATSING EN LUCHTVERVERSING
Kooktoestellen op gas moeten de verbrandingsgassen altijd uitstoten door middel van afzuigkappen die op schoorstenen, rookkanalen zijn aangesloten of rechtstreeks naar buiten afgevoerd worden (zie fig. 4). Als het niet mogelijk is een afzuigkap te installeren dan mag er een ventilator gebruikt worden die u in het raam kunt zetten of rechtstreeks naar buiten toe kunt draaien. Deze ventilator moet tegelijkertijd met het apparaat in werking gesteld worden (zie fig. 5). Het gebruik van een ventilator is toegestaan mits de landelijke voorschriften die ten aanzien van de ventilatie van ruimtes van toepassing zijn strikt in acht genomen worden.
Alvorens het apparaat op de gasleiding aan te sluiten controleer of de gegevens die op het typeplaatje staan, dat zich in de la voor het verwarmen van gerechten of aand de achterkant van de fornuis bevindt, overeenstemmen met de gegevens van het gasleidingnet.
Een etiket dat op de laatste pagina van dit boekje en in de la voor het verwarmen van gerechten of aan de achterkant van het apparaat is aangebracht, geeft aan waar het apparaat op afgesteld is: de gassoort en de bedrijfsdruk.
BELANGRIJK: Dit apparaat dient volgens de nationaal geldende normen geïnstalleerd te worden en in een goed geventileerde ruimte gebruikt te worden.
LET OP: Voor de aansluiting van het fornuis op de aardgasleiding zit een ½ conische gasdraad in de leiding volgens de ISO 7-1 norm. De aansluiting moet via een doorlopende roestvrij stalen buis gebeuren.
GASTABEL
TABEL N° 1
APPARATUURCATEGORIE: II 2L3B/P
| Brander | Gassoorten | Druk ømondstuk | Diammietal vermogen Gereduceerd | ∅ Diameterwaakvlam | ||||||
| mbar | 1/100mm. | g/h | l/h | |||||||
| Hulp | Aardgas G25 | 25 | 72 | - | 111 | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 |
| Butaan G30 | 28 | 50 | 73 | - | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Propaan G31 | 37 | 50 | 71 | - | 1 | 860 | 0,48 | 413 | 34 | |
| Semi-snel | Aardgas G25 | 25 | 94 | - | 194 | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 |
| Butaan G30 | 28 | 65 | 127 | - | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 | |
| Propaan G31 | 37 | 65 | 125 | - | 1,75 | 1505 | 0,6 | 516 | 36 | |
| Snel | Aardgas G25 | 25 | 121 | - | 332 | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 |
| Butaan G30 | 28 | 85 | 218 | - | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 | |
| Propaan G31 | 37 | 85 | 214 | - | 3 | 2580 | 1,05 | 903 | 52 | |
| Dubbele ring | Aardgas G25 | 25 | 138 | - | 388 | 3,5 | 3010 | 1,8 | 1548 | 65 |
| Butaan G30 | 28 | 95 | 254 | - | 3,5 | 3010 | 1,8 | 1548 | 65 | |
| Propaan G31 | 37 | 95 | 250 | - | 3,5 | 3010 | 1,8 | 1548 | 65 | |
| Oven | Aardgas G25 | 25 | 135 | - | 334 | 3,5 | 3010 | 1,05 | 903 | 48 |
| Propaan G31 | 28-30 | 90 | 254 | - | 3,5 | 3010 | 1,05 | 903 | 48 | |
| Aardgas G25 | 37 | “ | 250 | - | 3,5 | 3010 | 1,05 | 903 | 48 | |
kw
HET INSTELLEN VAN DE BRANDERS
1) Het instellen van het "MINIMUM" van de branders:
Het instellen van de branders van het kookplaatgedeelte: Handel volgens de onderstaande procedure om het minimum van de branders van het kookplaatgedeelte in te stellen:
1) Steek de brander aan en draai de knop op de MINIMALE stand (kleine vlam).
2) Verwijder de bedieningsknop van het kraantje dat los op het staafje van het kraantje is gezet.
3) Indien het fornuis niet over veiligheidskleppen op de branders van het kookplaatgedeelte beschikt, dient u een kleine schroevendraaier in de holte van het staafje van de kraan te steken (fig. 11) en de klemschroef naar links of naar rechts te draaien tot de vlam van de brander tot het minimum is gebracht; indien het fornuis over veiligheidskleppen beschikt, bevindt de klemschroef zich niet in de holte van de stang, maar op het kraantje zelf (fig. 12).
4) Zorg ervoor dat de vlam niet uitgaat als u snel van de MAXIMALE stand naar de MINIMALE stand gaat.
Het instellen van de brander van de oven: Handel volgens de onderstaande procedure om het minimum in te stellen:
1) Verwijder de stekker van de elektrische voeding voordat u de afstelling verricht.
2) Verwijder de knoppen.
3) Verwijder het beschermkapje van het bedieningspaneel door de bevestigingsschroeven onder het beschermkapje los te draaien.
4) Plaats de knop van de thermostaat.
5) Ontsteek de brander door de knop op de MAXIMALE stand te zetten. (handmatige ontsteking met een lucifer)
6) Sluit de deur van de oven en laat de oven ten minste 10 minuten werken.
7) Zet de knop op de MINIMALE stand (120°) en verwijder hem.
8) Draai met een bladschroevendraaier aan de klemschroef (Afb. 13). Houd ondertussen de vlam door het venster van het fornuis in de gaten en schat de duurzaamheid ervan in. Zorg ervoor dat de vlam blijft branden door met de knop snel van de MINIMALE naar de MAXIMALE stand te draaien.
9) Monteer het beschermkapje weer door punt 3 op omgekeerde wijze uit te voeren.
ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN HET APPARAAT:
De elektrische aansluiting moet verricht worden met inachtneming van de bestaande normen en wetsbepalingen.
Alvorens tot de elektrische aansluiting over te gaan, controleer:
- of het elektrisch draagvermogen van de installatie en van het stopcontact passend is bij het maximum vermogen van het apparaat (zie het typeplaatje dat op de onderkant van de kas is geplaatst)
- of het stopcontact of de installatie voorzien zijn van een behoorlijke aardverbinding volgens de bestaande normen en wetsbepalingen. Elke aansprakelijkheid wordt afgewezen bij een niet nakoming van deze voorschriften.
Wanneer de aansluiting op het elektrischnet gedaan wordt door middel van een stopcontact:0
- breng op het snoer (indien niet voorzien) een genormaliseerde stekker aan geschikt voor het dragen van het op het typeplaatje aangegeven vermogen. Sluit de kabeltjes aan volgens het schema van fig. 14 en respecteer de volgende verhoudingen:
letter L (fase) = bruin kabeltje
letter N (neutraal) = blauw kabeltje
symbool "±" aard = geel-groen kabeltje
- Het elektrisch snoer moet geplaatst worden zodat het in geen enkel punt een overtemperatuur bereikt van 75 K.
- Gebruik nooit voor de aansluiting reducteurs, aanpasbare-of afleidingselementen daar deze valse contacten kunnen veroorzaken met consequente gevaarlijke oververwarmingen.
Wanneer de aansluiting rechtstreeks op het elektrisch net is gedaan:
- plaats tussen het apparaat en het net een omnipolaire schakelaar, passend op het draagvermogen van het apparaat, met een minimum opening tussen de contacten van 3 mm.
- Zorg dat het aardsnoer niet door de schakelaar wordt onderbroken.
- Alternatief kan de elektrische aansluiting ook beschermd worden door een differentiële schakelaar met zeer hoge sensibiliteit.
- Zorg dat het passend geel-groen aardverbindingskabeltje aangesloten wordt op een efficiënte aardinstallatie.
WAARSCHUWING: Indien de voedingskabel wordt vervangen, raden wij u aan de aardleiding, (geel-groen) die verbonden is met het klembord, ongeveer 2 cm langer te houden dan de andere leidingen.
SOORTEN VOEDINGSKABELS
De voedingskabel van het apparaat dient geïsoleerd te zijn met rubberen isolatiemateriaal, en dus van het type H05VV-F, en de diameter dient te voldoen aan de waarden die in onderstaande tabel worden weergegeven.
TABEL Nr. 3: Types en diameters van de voedingskabels.
Het apparaat voldoet aan de voorschriften van de richtlijn CEE 90/396 betreffende gasfornuizen voor huishoudelijk gebruik en van de richtlijn CEE 83/336 betreffende de elektromagnetische compatibiliteit.
Al onze apparaten zijn ontworpen en vervaardigd volgens de Europese normen EN 60 335-1 en
EN 60 335-2-6 en desbetreffende wijzigingen, overeenkomstig de voorschriften van de Europese Richtlijn Laagspanning 73/23 en 93/68.
ONDERHOUD VAN HET APPARAAT
VERVANGING VAN DE ONDERDELEN
Sluit het apparaat van het gas- en elektriciteitsnet af, alvorens elke willekeurige onderhoudsbeurt uit te voeren.
Voor de vervanging van onderdelen zoals bedieningsknoppen en branders, is het voldoende ze eenvoudigweg uit hun positie weg te nemen, zonder andere delen van het fornuis te demonteren. Volg voor de vervanging van onderdelen zoals straalbuizen, kranen en elektrische onderdelen, de procedure zoals beschreven in de paragraaf over het instellen van de branders. Indien de gaskraan of de gasthermostaat vervangen moeten worden, dienen ook de twee bevestigingsplaatjes achter de hellende plaat verwijderd te worden door de 4 schroeven (2 per plaatje), die ze aan de rest van het fornuis bevestigen, en de moertjes, die de kraantjes van de voorste branders aan de bedieningsknoppen bevestigen, los te draaien, alvorens alle bedieningsknoppen te verwijderen. Indien de elektrisch gestuurde thermostaat of gasthermostaat vervangen moeten worden, dient ook het achterwandpaneel van het fornuis verwijderd te worden door de desbetreffende schroeven los te draaien, zodat de kop van de thermostaat eruit kan worden gehaald en weer opnieuw geplaatst kan worden. Voor de vervanging van de ovenlamp is het voldoende de beschermingskap in de oven los te schroeven (fig. 15).
LET OP: Sluit het apparaat van het elektriciteitsnet af, alvorens de lamp te vervangen.
LET OP: Het voedingssnoer dat met het apparaat wordt meegeleverd is aan deze verbonden door een verbindingsstuk van het type X (in overeenstemming met de normen EN 60335-1, EN-60335-2-6 en daaropvolgende variaties) zodat het vervangen kan worden zonder speciale gereedschappen met een snoer van hetzelfde al geïnstalleerde type. Bij slijtage of beschadiging van het snoer, vervang het volgens de gegevens van tabel n.3:
LET OP: Bij vervanging van het voedingssnoer, dient de installateur te zorgen dat de aardgeleider ongeveer 2 cm langer is dan de fasegeleiders en de voorschriften in acht te nemen inzake de elektrische aansluiting.
Het smeren van de kranen:( moet verricht worden uitsluitend door gekwalificeerd personeel van een technische servicedienst).
Indien het gebruik van een kraan moeilijk wordt, dan dient deze onmiddelijk gesmeerd te worden volgens de onderstaande instructies:
1) Demonteer het kraanstel door de twee schroeven die zich op het kraanstel bevinden los te schroeven (fig. 16).
2) Trek uit zijn plaats en maak schoon de houdingskegel en zijn zetel met een met een oplosmiddel doortrokken doek.
3) Smeer voorzichtig de kegel met een passend smeermiddel.
4) Plaats de kegel op zijn plaats, beweeg hem enkele malen, trek hem daarna weer uit zijn zetel, verwijder het overbodig smeermiddel en zie dat de zone's van doorgang van het gas niet verstopt zijn.
5) Monteer weer alle onderdelen op omgekeerde wijze en controleer of de kraan goed functioneert.
ONDERHOUDS- EN GEBRUIKSAANWIJZING
BESCHRIJVING VAN DE ELEMENTEN VAN HET KOOKGEDEELTE
Afmetingen gasbranders
| BRANDER | Afmetingen (mm) |
| Hulpbrander | 50 |
| Gemiddeld snel 70 | |
| Snel | 95 |
| Vlamkroon | 130 |
BESCHRIJVING BEDIENINGSPANEEEL
Op het bedieningspaneel wordt ter hoogte van elke knop of toets de functie met een klein symbool weergegeven. Hieronder worden de verschillende bedieningstoetsen op het fornuis weergegeven:
Het symbool geeft de plaats van de gaspitten op het kookgedeelte aan. Het gevulde bolletje duidt de gaspit aan die in beschouwing wordt genomen. ( in dit geval de gaspit rechts achter)
Het symbool geeft elke willekeurige werking van de oven aan ( gasoven grill op gas – gasoven elektrische grill – conventionele oven – keuzeschakelaar met 9 standen)
Het symbool ^ C geeft de elektrische thermostaat aan voor elektrische heteluchtovens
Het symbool geeft de klok aan
Het symbool geeft de aan/uit knop van het draaispit aan (alleen gasoven)
Het symbool geeft de aan/uit knop van de verlichting in de oven aan (alle modellen, behalve de elektrische heteluchtoven)
Het symbool geeft de ontstekingsknop van de gaspitten aan
Het symbool geeft aan of de toetsen aan of uit zijn
GEBRUIK VAN DE BRANDERS
Op het bedieningspaneel boven elke knop is een schema afgedrukt dat aangeeft aan welke brander de knop zich refereert.
De ontsteking van de branders kan op verschillende wijze verrichtworden al naar gelang van het soort apparaat en van zijn eigenschappen.
- Ontsteking met de hand (is steeds mogelijk ook bij onderbreking van de elektrische energie):
Draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM (fig.17A-17B) in verhouding met de grote vlam en
benader de brander met een lucifer.
- Elektrische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM (fig.17A-17B) in verhouding met de grote vlam en druk daarna op de ontstekingsknop en laat hem los zodra de brander aangestoken is.
- Elektrische automatische ontsteking: draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM in verhouding met de grote vlam en druk op de knop;laat deze los zodra de brander aangestoken is.
- Ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsinrichting (thermokoppel fig.18): draai de knop die overeenkomt met de gekozen brander naar links, breng hem op positie MAXIMUM (fig.17A-17B) in verhouding met de grote vlam, druk op de knop en activeer een van de boven omschreven ontstekingsinrichtingen. Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 10 seconden zodat de vlam de thermokoppel verwarmt. Gaat de brander uit na het loslaten van de knop, herhaal de hele handeling.
N.B.: Probeer een brander niet te ontsteken wanneer de passende vlammenscheider niet goed op zijn plaats staat.
Tipjes voor een optimaal gebruik van de branders:
- Gebruik voor elke brander passende kookpannen (zie tabel n. 4 en fig. 19)
- Wanneer het kookpunt bereikt is, breng de knop op positie MINIMUM (fig.17A-17B)
- Gebruik steeds kookpannen met deksel.
Tabel n. 4: Diameters aangeraden kookpannen.
| BRANDER DIAMETERS aangeraden KOOKPANNEN (cm) | |
| Hulpbrander 12 – 14 | |
| Semi-snelle brander 14 – 26 | |
| Snelle brander 18 – 26 | |
| Dubbele kroon brander 22 – 26 | |
LET OP: gebruik steeds pannen met een vlakke bodem.
LET OP: Bij onderbreking van de elektrische netstroom, steek de branders aan met een lucifer.
De ontsteking van branders voorzien van een veiligheidsthermokoppel kan alleen geschieden wanneer de knop op de MAXIMUM positie staat (grote vlam). Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven. Gebruik nooit spray in de nabijheid van het apparaat wanneer deze in werking is.
Tijdens het gebruik van de branders zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Zorg dat kinderen niet bij het apparaat komen.
Indien het inbouwkookvlak voorzien is van een deksel, zorg dat het vlak goed schoon gemaakt wordt en resten van gerechten verwijderd worden alvorens de deksel te sluiten.
NOTA's: Het gebruik van een gaskooktoestel veroorzaakt warmte en vochtigheid in het lokaal waar het geïnstalleerd is.
Het is dus noodzakelijk dat het lokaal goed geventileerd wordt, dat de openingen voor een natuurlijke ventilatie niet verstopt raken (fig. 4) en dat de mechanische ventilatieinrichting/opzuikap of de elektroventilator geactiveerd zijn (fig. 5A en 5B).
Een intensief en voortdurend gebruik van het apparaat kan een aanvullende ventilatie nodig maken, bv. het openen van een raam of een meer efficiënte ventilatie door vermeerdering van het vermogen van de mechanische opzuiginrichting indien deze bestaat.
De elektrische of combi-fornuizen zijn met twee typen kookplaten uitgerust:
NORMALE KOOKPLATEN
SNELKOOKPLATEN (aangeduid met een rood cirkeltje in het midden van de plaat)
Elektrische kookplaten en snelkookplaten:
Deze platen worden bediend door een schakelaar met 6 standen (Fig. 20A-20B); de platen kunnen worden ingeschakeld door de bedieningsknop op de gewenste stand te draaien. Op het bedieningspaneel van het apparaat staat gedrukt met welke plaat de bedieningsknop verbonden is. Een rood controlelampje, dat zich ook op het bedieningspaneel bevindt, geeft aan dat de plaat ingeschakeld is.
Hoe wordt de elektrische kookplaat gebruikt:
Als een plaat voor de eerste keer gebruikt wordt, of nadat het een lange periode buiten werking is geweest, wordt aangeraden om het ongeveer 30 minuten op stand 1 te laten functioneren, om eventueel opgenomen vochtigheid van het interne isolatiemateriaal te laten verdampen.
Ter indicatie, geven we in een tabel de benodigde instellingen voor een optimaal gebruik van de elektrische platen weer. TABEL 5.
LET OP: Bij de eerste inschakeling of indien de plaat voor een lange tijd ongebruikt is gebleven, is het noodzakelijk om de eventuele door het binnenste isolatiemateriaal geabsorbeerde vochtigheid te verwijderen, de plaat in te schakelen voor 30 minuten op positie 1 van de omschakelaar.
Tipjes voor een correct gebruik:
- Droog de bodem van de kookpannen alvorens deze op de plaat te zetten
- Gebruik steeds kookpannen met een vlakke bodem en een grote dikte (zie fig. 21)
- Gebruik nooit kookpannen die kleiner zijn dan de kookplaat
- Schakel de elektrische stroom in na de kookpannen op de plaat gezet te hebben
- Na het gebruik, voor een goed behoud, behandel de kookplaten met de normale producten voor elektrische kookplaten die op de markt te vinden zijn zodat de oppervlakten steeds goed schoon blijven; deze handeling voorkomt een eventuele oxydatie (roest).
- Ook na het gebruik blijven de kookplaten warm voor een lange tijd, raak ze dus niet aan met de handen of met andere voorwerpen om brandwonden te voorkomen.
- Tijdens het functioneren van de kookplaten, zorg dat de handvatten van de kookpannen op een correcte wijze zijn geplaatst. Houd kinderen ver weg van het apparaat.
- Tijdens het koken van gerechten met olie en vetten, die makkelijk ontvlambaar zijn, moet de kok bij het apparaat blijven.
WAARSCHUWING: zodra een barst op de oppervlakte van de kookplaten te merken is, trek de stekker onmiddelijk uit het stopcontact.
TABEL Nr. 5
| NORMALE PLAATSNELKOOKPLAAT | UITVOERBARE KOOKPROCEDURES |
| 0 Niet ontstoken plaat | |
| 1 | Het smelten van boter, chocolade, enz. - Het verwarmen van kleine hoeveelheden vloeistoffen |
| 2 | Het verwarmen van grotere hoeveelheden vloeistoffen - Het klaarmaken van vla en sausen die een lange kooktijd eisen. |
| 3 Het ontdodien van gerechten, het koken op kookpunttemperatuur. | |
| 4 Het roosteren van fijn vlees en vis | |
| 5 Het roosteren van kotelets en biefstukken, het koken van grote hoeveelheden vlees | |
| 6 Het op kookpunt brengen van grote hoeveelheden water, het bakken. | |
Alle fornuizen met een gasoven beschikken over een thermostaat met beveiliging om de baktemperatuur te regelen. Door de bedieningsknop linksom te draaien, zodat de wijzer en de gewenste temperatuur aangeeft, kunt u de temperatuur van de oven instellen. De gasoven kan gecombineerd worden met een gasgrill of met een elektrische grill, waarvoor we u doorverwijzen naar de desbetreffende pagina's.
WAARSCHUWING: Indien de vlam van de brander per ongeluk uitgaat, draait u dan de bedieningsknop op nul, en dient u ten minste 1 minuut te wachten voor de oven opnieuw aan te steken.
TABEL Nr. 7
| STAND THERMOSTAAT TEMPERATUUR IN °C | |
| 1 | 120°C |
| 2 | 140°C |
| 3 | 160°C |
| 4 | 180°C |
| 5 | 200°C |
| 6 | 225°C |
| 7 | 245°C |
| 8 | 270°C |
De brander van de oven kan op verschillende manieren aangestoken worden:
-Handmatige ontsteking (altijd mogelijk ook als er geen elektrische energie is):
Om de oven aan te steken, dient u de ovendeur te openen en aan de bedieningsknop te draaien tot de wijzer Nr. 8 op de schaal aangeeft. Breng tegelijkertijd een brandende lucifer in de nabijheid van het ontstekingsbuisje, dat zich op de bodem van de oven bevindt (fig.23). Druk vervolgens de knop van de thermostaat in (op deze manier begint het gas te lopen) en houdt het nog 10 seconden na de volledige ontsteking van de brander ingedrukt. Laat de bedieningsknop los en controleer of de brander blijft branden. Herhaal de handeling, indien dit niet het geval is.
- Elektrische ontsteking (alleen voor modellen die met deze inrichting zijn uitgerust):
In dit geval dient u eerst de deur van de oven te openen. Druk nu op de knop en draai hem op de maximale temperatuurstand (nummer 8). Druk vervolgens op de thermostaatknop (uitvoeringen met vonkontsteking onder de knop). Wacht ongeveer 10 seconden na de volledige ontsteking van de brander en laat de knop los. Controleer of de brander blijft branden. Herhaal de handeling, indien dit niet het geval is. Druk bij fornuizen die niet zijn uitgerust met een vonkontsteking onder de knop op de thermostaatknop en op de toets met het symbool van de vonk. Wacht ongeveer 10 seconden na de volledige ontsteking van de brander en laat de knop los. Controleer of de brander blijft branden. Herhaal de handeling, indien dit niet het geval is.
Het ontstekingsmechanisme dient niet langer dan 15 sec. te worden ingedrukt; indien na deze periode de brander niet brandt, druk dan niet meer op de knop en open de deur van de oven, of wacht tenminste 60 sec. voordat u opnieuw probeert de brander aan te steken.
LET OP: Steek de oven altijd aan met de ovendeur open. Laat tijdens het gebruik van de oven het fornuisdeksel altijd open om oververhitting te voorkomen.
WAARSCHUWING: Indien de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, is het noodzakelijk om het ongeveer 15-30 minuten op ongeveer 250° te laten werken zonder iets te bakken, zodat de vochtigheid en geur van het interne isolatiemateriaal uitgedreven kunnen worden.
Bij normaal gebruik van de oven, dient u ongeveer 15 minuten na het aanzetten van de oven en het instellen van de temperatuur te wachten met het in de oven zetten van de gerechten, om de oven te laten voorverwarmen.
De oven beschikt over 4 gleuven op verschillende hoogtes (fig.24), waar zowel de roosters als de bakplaten in kunnen worden geschoven. Om te voorkomen dat de oven te vuil wordt, wordt aangeraden het vlees, of op de bakplaat, of op het rooster dat op de bakplaat geschoven wordt, te bakken. In de onderstaande tabel worden de baktijden en het niveau van de bakplaten voor de verschillende gerechten globaal weergegeven. De persoonlijke ervaring zal vervolgens eventuele wijzigingen aan de waarden in de tabel aanbrengen. Het is in ieder geval raadzaam de aanwijzingen van het recept dat u wilt maken, te volgen.
De elektrische oven wordt geregeld door een elektrisch gestuurde thermostaat die gekoppeld is aan een keuzeschakelaar, die de verwarmingselementen inschakelt. De elektrische oven kan gecombineerd worden met een elektrische grill. Voor de gebruiksaanwijzing van de elektrische grill, verwijzen we u door naar de desbetreffende pagina's. De oven wordt verwarmd door twee verwarmingselementen, één bodem-element en één boven-element. Door aan de bedieningsknop te draaien (fig.25), worden het bodem-element en het externe boven-element ingeschakeld, en met de thermostaat kunnen de gewenste temperaturen tussen de 50°C en 250°C ingesteld worden met behulp van de schaal die op bevestigingsring van de bedieningsknop gedrukt is. Een oranje lampje geeft aan wanneer de oven de ingestelde temperatuur bereikt heeft door uit te gaan, het is dus normaal dat dit lampje uit en aan gaat tijdens de werking van de oven. Als u doordraait tot boven de 250°C zijn er 3 vaste standen:
- het symbool □ geeft de inschakeling van alleen het bodem-element van 1600W aan;
- het symbool☐ geeft de inschakeling van alleen het externe boven-element van 1200W aan;
- het symbool geeft de inschakeling van alleen het grillelement van 1600W aan (zie de paragraaf over de grill). In deze standen wordt de temperatuur niet geregeld door de thermostaat.
De thermostaat, die bij deze modellen geleverd wordt, heeft de functie de temperatuur in de oven constant te houden op een vooraf ingestelde temperatuur tussen de 50°C e 250°C.
Stel de gewenste temperatuur in, die op de bevestigingsring staat aangegeven, door de bedieningsknop met de opgedrukte wijzer op het bedieningspaneel naar rechts te draaien (fig.26A-26B). Het oranje lampje geeft aan dat de thermostaat ingeschakeld is. Deze gaat uit als de oven een temperatuur van meer dan 10°C boven de ingestelde temperatuur heeft bereikt, en gaat weer aan als de oven een temperatuur van 10°C onder de ingestelde temperatuur heeft bereikt. De thermostaat kan alleen de verwarmingselementen van de oven inschakelen, als de schakelaar waaraan die gekoppeld is in één van de mogelijke bakfunctie-standen van de verwarmingselementen van de oven staat; indien de schakelaar op stand 0 staat, heeft de thermostaat geen enkele invloed op de verwarmingselementen van de oven, die dus uitgeschakeld blijven.
GEBRUIK VAN DE SCHAKELAAR 4+0 CONVENTIONELE
De schakelaar 4+0, die gebruikt wordt bij de conventionele modellen, dient om, parallel met de thermostaat, de daaraan gekoppelde verwarmingselementen van de oven te bedienen. Om deze in te kunnen stellen, dient namelijk zowel aan de bedieningsknop van de keuzeschakelaar 4+0 (fig.27), als aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te
worden; als slechts aan één van beide gedraaid wordt, wordt geen enkel resultaat verkregen als alleen het aangaan van de ovenverlichting en de rotisserie, als deze ingeschakeld zijn.
De elektrische oven wordt door 3 verwarmingselementen verwarmd: één onder en twee boven. Door aan de keuzeschakelaar te draaien, wordt het verwarmingselement, aangeduid met het symbool op de bevestigingsring, ingeschakeld, maar om het in werking te stellen, dient aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te worden tot het oranje lampje gaat branden waarmee het aangeeft dat het verwarmingselement is ingeschakeld. Als u keuzeschakelaar op één van de vier bakfuncties zet, schakelt u, tegelijkertijd met het desbetreffende verwarmingselement, ook de ovenverlichting in. Als de temperatuur en de verwarmingselementen die men wil laten werken éénmaal zijn ingesteld, regelt de thermostaat het aan en uitgaan van de verwarmingselementen van de oven; het is dus normaal dat het oranje lampje tijdens de werking van de oven uit en aangaat.
Om de elektrische oven uit te schakelen, dient de keuzeschakelaar op stand 0 te worden gezet, waarmee wordt verhinderd dat de thermostaat de verwarmingselementen kan inschakelen; door de bedieningsknop van de thermostaat op stand 0 te zetten, worden de verwarmingselementen uitgeschakeld, maar het is nog wel mogelijk met de keuzeschakelaar de ritisserie en de ovenverlichting in te schakelen.
De keuzeschakelaar beschikt over 4 verschillende vaste standen die overeenkomen met 4 verschillenden bakfuncties van de oven:
- het symbool ☐ geeft de inschakeling van het bodem-element van 1600W en van het externe boven-element van 1200W;
- het symbool □ geeft de inschakeling van alleen het externe boven-element van 1200W aan;
- het symbool □ geeft de inschakeling van alleen het bodem-element van 1600W aan;
- het symbool geeft de inschakeling van de rotisserie en het grillelement van 1600W aan.
Als de bedieningsknop op één van deze vier standen wordt gezet, is de ovenverlichting altijd aan, waarmee wordt aangegeven dat de oven onder spanning staat.
GEBRUIK VAN DE SCHAKELAAR 4+0
(FORNUIZEN MET ELEKTRISCHE, CONVENTIONELE OVEN MET HETELUCHTSYSTEEM)
De schakelaar 4+0, die gebruikt wordt bij de conventionele modellen met heteluchtsysteem, dient om, parallel met de thermostaat, de ventilator en de daaraan gekoppelde verwarmingselementen van de oven te bedienen. Om deze in te kunnen stellen, dient namelijk zowel aan de bedieningsknop van de keuzeschakelaar 4+0 (fig.28), als aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te worden; als slechts aan één van beide gedraaid wordt, wordt geen enkel resultaat verkregen als alleen het aangaan van de ovenverlichting en de ventilator, als deze ingeschakeld zijn.
De elektrische oven wordt door 3 verwarmingselementen verwarmd: één onder en twee boven. Door aan de keuzeschakelaar te draaien, wordt het verwarmingselement, aangeduid met het symbool op de bevestigingsring, ingeschakeld, maar om het in werking te stellen, dient aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te worden tot het oranje lampje gaat branden waarmee het aangeeft dat het verwarmingselement is ingeschakeld. Als u keuzeschakelaar op één van de vier bakfuncties zet, schakelt u, tegelijkertijd met het desbetreffende verwarmingselement, ook de ovenverlichting in. Als de temperatuur en de verwarmingselementen die men wil laten werken éénmaal zijn ingesteld, regelt de thermostaat het aan en uitgaan van de verwarmingselementen van de oven; het is dus normaal dat het oranje lampje tijdens de werking van de oven uit en aangaat.
Om de elektrische oven uit te schakelen, dient de keuzeschakelaar op stand 0 te worden gezet, waarmee wordt verhinderd dat de thermostaat de verwarmingselementen kan inschakelen; door de bedieningsknop van de thermostaat op stand 0 te zetten, worden de verwarmingselementen uitgeschakeld, maar het is nog wel mogelijk met de keuzeschakelaar de ventilator en de ovenverlichting in te schakelen.
De keuzeschakelaar beschikt over 4 verschillende vaste standen die overeenkomen met 4 verschillenden bakfuncties van de oven:
- het symbool geeft de inschakeling van het bodem-element van 1600W aan, van het externe boven-element van 1200W en van de ventilator;
- het symbool ☐ geeft de inschakeling van het bodem-element van 1600W en van het externe boven-element van 1200W;
- het symbool * geeft de inschakeling van alleen de ventilator aan;
- het symbool geeft de inschakeling van alleen het grillelement van 1600W aan.
Als de bedieningsknop op één van deze vier standen wordt gezet, is de ovenverlichting altijd aan, waarmee wordt aangegeven dat de oven onder spanning staat.
GEBRUIK VAN DE KEUZESCHAKELAAR 9+0
(FORNUIZEN MET ELEKTRISCHE MULTIFUNCTIONELE OVEN)
De keuzeschakelaar 9+0, die gebruikt wordt bij de modellen met een multifunctionele oven, dient om, parallel met de thermostaat, de ventilator en de daaraan gekoppelde verwarmingselementen van de oven te bedienen. Om deze in te kunnen stellen, dient namelijk zowel aan de keuzeschakelaar 9+0 (fig.29-30), als aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te worden; als slechts aan één van beide gedraaid wordt, wordt geen enkel resultaat verkregen als alleen het aangaan van de ovenverlichting en de ventilator als deze ingeschakeld zijn.
De elektrische oven wordt door 4 verwarmingselementen verwarmd: één onder, twee boven en één convex-element. Door aan de keuzeschakelaar te draaien, wordt de weerstand, aangeduid met het symbool op de bevestigingsring, ingeschakeld, maar om het in werking te stellen, dient aan de bedieningsknop van de thermostaat gedraaid te worden tot het oranje lampje gaat branden, waarmee aangegeven wordt dat het verwarmingselement is ingeschakeld. Als u de keuzeschakelaar op één van de negen bakfuncties zet, schakelt u tegelijkertijd met het desbetreffende verwarmingselement ook de ovenverlichting in. Als de temperatuur en de
verwarmingselementen die men wil laten werken éénmaal zijn ingesteld, regelt de thermostaat het aan en uitgaan van de verwarmingselementen van de oven; het is dus normaal dat het oranje lampje tijdens de werking van de oven uit en aangaat.
Om de elektrische oven uit te schakelen, dient de keuzeschakelaar op stand 0 te worden gezet waarmee wordt verhinderd dat de thermostaat de verwarmingselementen kan inschakelen; door de bedieningsknop van de thermostaat op stand 0 te zetten, worden de verwarmingselementen uitgeschakeld, maar het is nog wel mogelijk met de keuzeschakelaar de ventilator en de ovenverlichting in te schakelen.
De keuzeschakelaar beschikt over 9 verschillende vaste standen die overeenkomen met 9 verschillende bakfuncties van de oven:
- het symbool 🌿 geeft de inschakeling van alleen de ovenverlichting aan;
- het symbool □ geeft de inschakeling van het bodem-element van 1600W aan en van het externe boven-element van 1200W;
- het symbool □ geeft de inschakeling van alleen het externe boven-element van 1200W aan;
- het symbool ┌ geeft de inschakeling van alleen het bodem-element van 1600W aan;
- het symbool geeft de inschakeling van alleen het grillelement van 1600W aan;
- het symbool geeft de inschakeling van het externe boven-element van 1200W aan en van het grillelement van 1600W;
- het symbool geeft de inschakeling van het externe boven-element van 1200W, van het grillelement van 1600W en van de ventilator aan;
- het symbool 📋 geeft de inschakeling van het convex-element van 2800W en van de ventilator aan;
- het symbool ♂ geeft de inschakeling van alleen de ventilator aan.
Als de bedieningsknop op één van deze negen standen wordt gezet, is de ovenverlichting altijd aan, waarmee wordt aangegeven dat de oven onder spanning staat.
GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE OVEN MET NATUULIJKE LUCHTSTROOM
Als u de oven voor de eerste keer gebruikt, laat het dan maximaal 30 minuten werken op een temperatuur van 250°, om de geur van het interne isolatiemateriaal uit te drijven.
Stel, bij normaal gebruik, met de thermostaatknop de gewenste baktemperatuur in en wacht tot het oranje lampje is uitgegaan voordat u de gerechten in de oven zet.
De oven beschikt over 4 gleuven op verschillende hoogtes (fig.24) waarin zowel de roosters als de bakplaten geschoven kunnen worden. Om te voorkomen dat de oven te vuil wordt, raden wij u aan het vlees, of op de bakplaat, of op het rooster dat op de bakplaat geschoven wordt, te bakken. In tabel Nr. 8 worden de baktijden en het niveau van de bakplaten voor de verschillende gerechten globaal weergegeven. De persoonlijke ervaring zal vervolgens eventuele wijzigingen aan de waarden in de tabel aanbrengen. Het is in ieder geval raadzaam de aanwijzingen van het recept dat u wilt maken, te volgen.
TABEL Nr.8 TABEL BAKKEN MET OVEN MET NATUURLIJKE LUCHTSTROOM
| TEMP | °C | STAND | ||
| VLEES | 60-80 | |||
| VARKENSGEBRAAD | 225 | 4 | ||
| RUNDGEBRAAD | 225 | 4 | 60-80 | |
| OSGEBTRAAB | 250 | 4 | 50-60 | |
| KALFSGEBRAAD | 225 | 4 | 60-80 | |
| LAMSGEBRAAD | 225 | 4 | 40-50 | |
| ROAST BEEF | 230 | 4 | 50-60 | |
| HAASGEBRAAD | 250 | 4 | 40-50 | |
| KONIJNGEBRAAD | 250 | 4 | 60-80 | |
| KALKOENGEBRAAD | 250 | 4 | 50-60 | |
| GANSGEBRAAD | 225 | 4 | 60-70 | |
| EENDGEBRAAD | 250 | 4 | 45-60 | |
| KIPGERAAD | 250 | 4 | 40-45 | |
| VIS | 200-225 | 3 | 15-25 | |
| GEBAK | ||||
| FRUITTAART | 225 | 3 | 35-40 | |
| EIERTAART | 175-200 | 3 | 50-55 | |
| BRIOCHES | 175-200 | 3 | 25-30 | |
| PAN DI SPAGNA | 220-250 | 3 | 20-30 | |
| DONUTS | 180-200 | 3 | 30-40 | |
| BLADERDEEG GEBAK | 200-220 | 3 | 15-20 | |
| DRUIVENKOEK | 250 | 3 | 25-35 | |
| STRUDEL | 180 | 3 | 20-30 | |
| SAVOIE KOEKJES | 180-200 | 3 | 40-50 | |
| APPELFALPPEN | 200-220 | 3 | 15-20 | |
| LANGE VINGER PUDDING | 200-220 | 3 | 20-30 | |
| TOAST | 250 | 4 | 5 | |
| BROOD | 220 | 4 | 30 | |
| PIZZAA | 220 | 3 | 20 |
GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE CONVENTIONELE OVEN MET HETELUCHTSYSTEEM
Als u de oven voor de eerste keer gebruikt, laat het dan maximaal 30 minuten op een temperatuur van 250° werken om de geur van het interne isolatiemateriaal uit te drijven.
Breng de oven, voordat u begint te bakken, op de gewenste temperatuur door te wachten tot het oranje lampje uitgaat. Deze oven beschikt over een ventilator die een krachtige luchtcirculatie in horizontale richting voortbrengt, zodat de warmte die voortgebracht wordt door de verwarmingselementen onder en boven gelijkmatig verdeeld wordt. Dankzij dit functioneringsmechanisme, kunt u met de elektrische, conventionele oven met heteluchtsysteem tegelijkertijd verschillende bakfuncties uitvoeren, terwijl de smaak van elk gerecht onveranderd blijft. De circulatie van de warme lucht garandeert een gelijkmatige verdeling van de warmte. De oven hoeft niet meer voorverwarmd te worden, al heeft het de voorkeur, bij erg delicaat gebak, de oven voor te verwarmen voordat u de bakvormen in de oven zet.
Het heteluchtsysteem verandert deels de traditionele manier van bakken. Het vlees hoeft tijdens het bakken niet meer gedraaid te worden, en om een rollade aan het spit te bereiden is het niet meer noodzakelijk een draaispit te gebruiken, maar is het voldoende om het vlees direct op het rooster te leggen.
TABEL Nr. 9 TABEL BAKKEN MET ELEKTRISCHE, CONVENTIONELE OVEN MET HETELUCHTSYSTEEM
| TEMP | °C | STAND | ||
| VLEES | 60/80 | |||
| VARKENSGEBRAAD | 210 | 3/4 | ||
| RUNDGEBRAAD | 210 | 3/4 | 60/80 | |
| OSGEBTRAAB | 230 | 3/4 | 50/60 | |
| KALFSGEBRAAD | 210 | 3/4 | 60/80 | |
| LAMSGEBRAAD | 210 | 3 | 40/50 | |
| ROAST BEEF 215 | 3/4 | 50/60 | ||
| HAASGEBRAAD | 230 | 3/4 | 40/50 | |
| KONIJNGEBRAAD | 230 | 3 | 60/80 | |
| KALKOENGEBRAAD | 230 | 3 | 50/60 | |
| GANSGEBRAAD | 200 | 3 | 60/70 | |
| EENDGEBRAAD | 230 | 3/4 | 45/60 | |
| KIPGERAAD | 230 | 3/4 | 40/45 | |
| VIS | 180-200 | 3/4 | 15/25 | |
| GEBAK | 30/40 | |||
| FRUITTAART | 210 | 3 | 35/40 | |
| EIERTAART | 160-180 | 3 | 50/55 | |
| BRIOCHES | 160-180 | 3 | 25/30 | |
| PAN DI SPAGNA | 200-230 | 3 | 20/30 | |
| DONUTS | 160-180 | 3 | ||
| BLADERDEEG GEBAK | 180-200 | 3 | 15/20 | |
| DRUIVENKOEK | 230 | 3 | 25/35 | |
| STRUDEL | 165 | 3 | 20/30 | |
| SAVOIE KOEKJES | 165-190 | 3 | 40/50 | |
| APPELFALPPEN | 180-200 | 3 | 15/20 | |
| LANGE VINGER PUDDING | 180-200 | 3 | 20/30 | |
| TOAST | 230 | 3 | 5 | |
| BROOD | 200 | 3 | 30 | |
| PIZZAA | 200 | 3 | 20 |
Als u de oven voor de eerste keer gebruikt, laat het dan maximaal 30 minuten werken op een temperatuur van 250° om de geur van het interne isolatiemateriaal uit te drijven.
Breng de oven, voordat u begint te bakken, op de gewenste temperatuur door te wachten tot het oranje lampje uitgaat. Deze oven beschikt over een ventilator die een krachtige luchtcirculatie in horizontale richting voortbrengt, zodat de warmte die voortgebracht wordt door de verwarmingselementen onder en boven gelijkmatig verdeeld wordt. Dankzij dit functioneringsmechanisme, kunt u met de heteluchtoven tegelijkertijd verschillende bakfuncties uitvoeren, terwijl de smaak van elk gerecht onveranderd blijft. De circulatie van de warme lucht garandeert een gelijkmatige verdeling van de warmte. De oven hoeft niet meer voorverwarmd te worden, al heeft het de voorkeur, bij erg delicaat gebak, de oven voor te verwarmen voordat u de bakvormen in de oven zet.
Het heteluchtsysteem verandert deels de traditionele manier van bakken. Het vlees hoeft tijdens het bakken niet meer gedraaid te worden, en om een rollade aan het spit te bereiden is het niet meer noodzakelijk een draaispit te gebruiken, maar is het voldoende om het vlees direct op het rooster te leggen.
TABEL NR.10 TABEL BAKKEN MET HETELUCHTOVEN
| TEMP | °C | STAND | ||
| VLEES | 100-130 | |||
| VARKENSGEBRAAD | 160-170 | 3 | 70-100 | |
| RUNDGEBRAAD | 170-180 | 3 | 65-90 | |
| OSGEBTRAAB | 170-190 | 3 | 40-60 | |
| KALFSGEBRAAD | 160-180 | 3 | 65-90 | |
| LAMSGEBRAAD | 140-160 | 3 | ||
| ROAST BEEF | 180-190 | 3 | 40-45 | |
| HAASGEBRAAD | 170-180 | 3 30-50 | ||
| KONIJNGEBRAAD | 160-170 | 3 | 80-100 | |
| KALKOENGEBRAAD | 160-170 | 3 | 160-240 | |
| GANSGEBRAAD | 160-180 | 3 | 120-160 | |
| EENDGEBRAAD | 170-180 | 3 | 100-160 | |
| KIPGERAAD | 180 | 3 | 70-90 | |
| s/peso | ||||
| VIS | 160-180 | 3-4 | ||
| GEBAK | 40-50 | |||
| FRUITTAART | 180-200 | 3 | 40-45 | |
| EIERTAART | 200-220 | 3 | 40-60 | |
| BRIOCHES | 170-180 | 3 | ||
| PAN DI SPAGNA 200-230 3 25-35 | 35-45 | |||
| DONUTS | 160-180 | 3 | ||
| BLADERDEEG GEBAK | 180-200 3 20-30 | 25-35 | ||
| DRUIVENKOEK | 230-250 | 3 | 30-40 | |
| STRUDEL | 160 | 3 | ||
| SAVOIE KOEKJES | 150-180 3 50-60 | |||
| APPELFALPPEN | 180-200 | 3 | 18-25 | |
| LANGE VINGER PUDDING | 170-180 3 30-40 | |||
| TOAST | 230-250 | 3 | 7 | |
| BROOD | 200-220 | 3 | 40 | |
| PIZZAA | 200-220 | 3 | 20 |
GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE CONVENTIONELE GRILL
De elektrische grill kan gecombineerd worden met een gasoven of met een elektrische oven. In het eerste geval wordt het samen met het draaispit bediend door op de desbetreffende toets te drukken. In het laatste geval wordt het bediend door de bedieningsknop van de oventhermostaat (zie ook gebruik van de elektrische oven), terwijl de toets alleen het draaispit in werking brengt. Net als de gasgrill kan ook de elektrische grill gebruikt worden om op het ovenrooster te grillen of met het draaispit:
BELANGRIJK: De statische elektrische grill moet bij een gesloten deur gebruikt worden
Grillen op het ovenrooster: Plaats in dit geval het bijgeleverde ovenrooster op niveau 1 of 2 en leg de gerechten die u wilt grillen er bovenop, terwijl u de bakplaat op een lager niveau plaatst om het kookvocht op te vangen. Schakel vervolgens het grillelement in door op de desbetreffende toets te drukken (versie gasoven) of door de thermostaat op de desbetreffende stand te zetten (versie elektrische oven).
Grillen met het draaispit: Hierbij maakt u gebruik van het draaiende braadspit. Breng de drager van het draaispit dus in de oven aan op de roosters aan de zijkant op niveau 3. Steek de gerechten aan het spit en zet alles in de oven waarbij u de punt van het braadspit in de as achter in de oven steekt, en zet het spit vervolgens aan de voorkant in de drager van het spit (fig. 31). Schuif vervolgens de bakplaat in één van de onderste gleuven en druk op de toets om het draaispit en het grillelement in werking te stellen (versie met gasoven) of draai de thermostaat op de desbetreffende stand en druk op de toets met het symbool van het draaispit (versie met elektrische oven).
WAARSCHUWING: de delen aan de buitenkant kunnen tijdens het grillen erg heet worden. Houd kinderen op een afstand van het fornuis.
GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE GRILL MET HETELUCHTSYSTEEM
De elektrische grill met heteluchtsysteem is een bijzondere bakfunctie, waarover alleen de multifunctionele oven beschikt. Zet de keuzeschakelaar 9+0 op de desbetreffende stand zodat het grillelement van 1200+1600W en de ventilator in werking worden gesteld. Plaats het ovenrooster op een gemiddeld niveau met de bakplaat op een lager niveau om een optimaal grill-resultaat te verkrijgen.
BELANGRIJK: Zet, tijdens het gebruik van de elektrische grill met heteluchtsysteem de bedieningsknop van de thermostaat niet op een stand hoger dan 175°C, die zich tussen de stand 150°C en 200°C bevindt, om oververhitting van de voorkant van het apparaat te voorkomen; het grillen met het heteluchtsysteem dient namelijk met een gesloten ovendeur plaats te vinden.
LET OP:
De fornuizen zijn uitgerust met een tangentiële motorventilator voor de koeling, die in werking gesteld wordt als een oven of beide ovens ingeschakeld worden zodat er koellucht uit de opening tussen het bedieningspaneel en de ovendeur komt; op deze manier blijven het bedieningspaneel en de ovendeur kouder tijdens de werking van het apparaat.
ANALOGE TIJDKLOK MET TIMER (fig.32)
De analoge tijdklok met timer waarschuwt u met een geluidssignaal dat de kooktijd van de gerechten na een bepaalde tijd verstreken is. Om de klok gelijk te zetten, dient u het pinnetje, terwijl u het ingedrukt houdt, naar rechts te draaien tot het de juiste tijd aangeeft. Laat het pinnetje los, en draai het naar rechts tot de bevestigingsring het symbool van het doorgestreepte belletje aanwijst; op deze manier werkt alleen de tijdklok. Voor het gebruik van de timer dient u het pinnetje, zonder het in te drukken, naar rechts te draaien, waarbij u met behulp van de bevestigingsring de gewenste kooktijd instelt. Na verloop van deze tijd wordt u gewaarschuwd met een geluidssignaal.
LET OP: Nadat het geluidssignaal heeft geklonken, wordt het bakken niet onderbroken. De gebruiker dient het bakken handmatig te onderbreken middels de desbetreffende bedieningsknoppen.
GEBRUIK VAN DE TIJDKLOK
De tijdklok waarschuwt u met een geluidssignaal dat de baktijd van het gerecht na een bepaalde tijd bereikt is. Laad de tijdklok op door de bedieningsknop een volledige slag naar rechts te draaien (fig.33-34). Draai vervolgens de knop naar links, waarbij u de wijzer op de gewenste baktijd zet.
LET OP: Nadat het geluidssignaal heeft geklonken, wordt het bakken niet onderbroken. De gebruiker dient het bakken handmatig te onderbreken middels de desbetreffende bedieningsknoppen.
REINIGING VAN HET APPARAAT
Sluit het apparaat van het elektriciteitsnet af en sluit de hoofdkraan van het gas van het apparaat af, alvorens het apparaat te reinigen.
Reiniging van het kookplaatgedeelte:
De koppen van de branders, de geëmailleerde stalen roosters, de geëmailleerde dekseltjes en de vlamverdelers dienen regelmatig met lauw sop gereinigd te worden en vervolgens goed te worden afgespoeld en afgedroogd.
Het eventuele vocht dat is overgekookt dient altijd met een doek te worden verwijderd.
Als het openen of sluiten van een kraantje wat moeilijk verloopt, dient u het niet te forceren, maar dringend om technische assistentie te vragen.
Reiniging van de geëmailleerde delen:
Reinig de geëmailleerde delen regelmatig met sop om de eigenschappen ervan te behouden. Gebruik nooit schuurmiddelen. Vermijd het om bijtende of alkalische stoffen (azijn, citroensap, zout, tomatensap etc.) op de geëmailleerde delen achter te laten en reinig de geëmailleerde onderdelen als ze nog warm zijn.
Reiniging van de roestvrijstalen delen:
Reinig de delen met sop en droog ze met een zachte doek af. De glans blijft behouden als u de delen regelmatig met daarvoor geschikte producten, die in de handel verkrijgbaar zijn, behandeld. Gebruik nooit schuurmiddelen.
Reiniging van de vlamverdelers van de branders:
Omdat ze los aangebracht zijn, is het voor hun reiniging voldoende ze van hun plaats af te nemen en af te wassen met sop. Zet ze weer goed op hun plaats, nadat u ze goed afgedroogd heeft en gecontroleerd heeft of de gaatjes niet verstopt zijn.
De binnenkant van de glazen ovendeur reinigen:
Het binnenste glas van de ovendeur kan worden gedemonteerd, zodat de binnenkant van de glazen kan worden gereinigd. Verricht deze handeling met gebruik van een vochtige doek bij afgekoelde oven. Maak geen gebruik van schurende middelen of producten. Demonteer het binnenste glas door de scharnieren met de meegeleverde pen te blokkeren (afb. 35 - 36). Demonteer vervolgens het binnenste glas, zie afb. 37 en afb. 40.
Hermonteer de ovendeur door de beschreven handelingen in omgekeerde volgorde te verrichten, zie afb. 41 en afb. 46.
De binnenkant van de oven reinigen:
Om een grondige reiniging van de oven te bevorderen, kunt u de deur demonteren aan de hand van de onderstaande aanwijzingen. Blokkeer de scharnieren met de meegeleverde pen (afb. 35 - 36). Zet de ovendeur in de stand halfopen en trek het deurtje met de hand naar u toe tot deze van de bevestiging losraakt. Hermonteer de deur door de beschreven procedure in omgekeerde volgorde te verrichten. De zijroosters kunnen bovendien gemakkelijk worden gedemonteerd door de ringen waarmee ze aan de oven zijn bevestigd los te draaien.
VERMOGEN EN VERBRUIK VAN DE GASBRANDERS: Zie tabel 1 hoofdstuk 'Aanpassing aan de verschillende gassoorten'.
| Verwarmingsvermogen van de platen ( Watt ) | |||||||||
| Plaattype Nr. Standen 1 2 3 4 5 | 6 | ||||||||
| ∅115 Standaard 700W 6+0 65 | 100 | 175 250 | 425 700 | ||||||
| ∅145 Standaard 1000W 6+0 100 | 165 | 250 500 75 | 0 1000 | ||||||
| ∅145 Snel 1500W | 6+0 | 165 | 250 500 75 | 0 1500 | |||||
| ∅145 Automatisch 1500W 12+0 | REGELING THERMOSTAAT | ||||||||
| ∅180 Standaard 1500W 6+0 135 | 220 | 300 850 11 | 50 | 1500 | |||||
| ∅180 Snel 2000W | 6+0 | 175 | 220 | 300 | 850 | 1150 | 2000 | ||
| ∅180 Automatisch 2000W 12+0 | REGELING THERMOSTAAT | ||||||||