GS36VVW30 - Vriezer SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GS36VVW30 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GS36VVW30 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GS36VVW30 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING GS36VVW30 SIEMENS
Servizio Assistenza Clienti 75nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen
en waarschuwingen 76
Aanwijzingen over de afvoer 79
Omvang van de levering 80
De juiste plaats 80
Let op de omgevings-
temperatuur en de beluchting 81
Apparaat aansluiten 81
Kennismaking met het apparaat 82
Apparaat inschakelen 83
Instellen van de temperatuur 83
De diepvriesruimte 85
Maximale invriescapaciteit 85
Invriezen en opslaan 85
Verse levensmiddelen invriezen 86
Ontdooien van diepvrieswaren 87
Apparaat uitschakelen
en buiten werking stellen 88
Energie besparen 90
Bedrijfsgeluiden 91
Kleine storingen zelf verhelpen 91
Zelftest apparaat 93
nlGebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen
Voordat u het apparaat
Lees de gebruiksaanwijzing
en het installatievoorschrift
nauwkeurig door. U vindt daarin
belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als
in de gebruiksaanwijzing niet
in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing
en het montagevoorschrift voor
later gebruik of voor een
eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Het apparaat bevat een geringe
milieuvriendelijke maar
brandbare koelmiddel R600a.
Let erop dat de leidingen van
het koelcircuit bij het transport
of de installatie niet beschadigd
worden. Koelmiddel dat naar
buiten spuit kan vlam vatten of
■ Open vuur of andere
ontstekingsbronnen uit
de buurt van het apparaat
■ Ruimte gedurende een paar
minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen
en de stekker uit het
stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met
Hoe meer koelmiddel het
apparaat bevat, des te groter
moet de ruimte zijn waarin het
apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij
een lek een ontvlambaar
mengsel van gas en lucht
Per 8 g koelmiddel moet het
vertrek minstens 1 m³ groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel
in uw apparaat vindt u op het
typeplaatje aan de binnenkant
Als de aansluitkabel van het
apparaat beschadigd raakt,
moet deze worden vervangen
door de fabrikant, de
klantenservice of een andere
gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en
reparaties kunnen groot gevaar
opleveren voor de bezitter.nl
Reparaties mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door de
fabrikant, de klantenservice of
een andere gekwalificeerde
Er mogen alleen originele
onderdelen van de fabrikant
gebruikt worden. Alleen bij deze
onderdelen garandeert de
fabrikant dat ze aan de
veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor
de aansluitkabel mag uitsluitend
via de klantenservice worden
het apparaat gebruiken (bijv.
elektrische ijsmaker etc.).
■ Het apparaat nooit met een
stoomreiniger ontdooien of
schoonmaken! De hete stoom
kan in de elektrische
onderdelen terechtkomen en
kortsluiting veroorzaken.
Gevaar van elektrische schok!
■ Gebruik geen puntige of
scherpe voorwerpen om een
laag ijs of rijp te verwijderen.
koelleidingen beschadigen.
Koelmiddel dat naar buiten
spuit kan vlam vatten oftot
■ Geen producten met
brandbare drijfgassen (bijv.
spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het
■ Plint, uittrekbare manden of
laden, deuren etc. niet als
opstapje gebruiken of om op
■ Om te ontdooien of schoon
te maken: stekker uit
het stopcontact trekken resp.
de zekering uitschakelen of
losdraaien. Altijd aan de
stekker trekken, nooit aan
■ Dranken met een hoog
alcoholpercentage altijd goed
afgesloten en staand
■ Geen olie of vet gebruiken op
kunststof onderdelen en
deurdichtingen. Ze kunnen
het apparaat nooit afdekken.nl
■ Vermijden van risico's voor
kinderen en kwetsbare
Kwetsbaar zijn kinderen/
personen met lichamelijke,
geestelijke of zintuigelijk
beperkingen, evenals
personen die onvoldoende
kennis hebben over de veilige
bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en
kwetsbare personen begrijpen
wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid
verantwoordelijke persoon
moet toezicht houden op
kinderen en kwetsbare
personen bij het apparaat of
Alleen kinderen vanaf 8 jaar
het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud
toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het
■ Flessen en blikjes met
vloeistoffen – vooral
koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte
opslaan. Flessen en potten
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit
de diepvriesruimte hebt
gehaald, nooit onmiddellijk in
Kans op vrieswonden!
■ Vermijd langdurig contact van
diepvrieswaren, ijs of de
verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en
onderdelen ervan zijn geen
speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door
opvouwbare kartonnen dozen
■ Het apparaat is geen
speelgoed voor kinderen!
■ Bij een apparaat met deurslot:
sleutel buiten het bereik van
Het apparaat is geschikt
■ voor het invriezen van
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor
privégebruik in het huishouden
en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord
volgens EU richtlijn
Het koelcircuit is op dichtheid
Dit apparaat voldoet aan
de veiligheidsbepalingen voor
elektrische apparaten
Dit apparaat is bestemd voor
gebruik tot op hoogten van
maximaal 2.000 meter boven
* Afvoeren van de verpakking
van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat
tegen transportschade. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het
milieu en kunnen opnieuw worden
gebruikt. Help daarom mee en zorg
dat de verpakking milieuvriendelijk wordt
U kunt bij uw leverancier
of bij de reinigingsdienst
in uw gemeente informeren hoe
u uw oude apparaat en het
verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen worden
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de
Europese richtlijn 2012/19/EU
betreffende afgedankte
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan
voor de in de EU geldige
terugneming en verwerking van
Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken.
2. Aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen.
3. Legplateaus en voorraadvakken niet
eruit halen om het kinderen moeilijk
te maken erin te klimmen!
4. Laat kinderen niet met het afgedankte
apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel
en in de isolatie gas. Die zorgvuldig
moeten worden afgevoerd. Met het oog
op een doelmatige en milieuvriendelijke
afvoer mogen de leidingen van het
koelcircuit tot het moment van transport
niet beschadigd worden.
Controleer na het uitpakken alle
onderdelen op eventuele
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel
waar u het apparaat hebt aangeschaft of
bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende
■ Vrijstaand apparaat
■ Uitrusting (modelafhankelijk)
■ Zakje met montagemateriaal
■ Gebruiksaanwijzing
■ Montagevoorschrift
■ Klantenserviceboekje
■ Informatie over energieverbruik en
Elke droge, goed te ventileren ruimte
is geschikt. Het apparaat niet in de zon
of naast een fornuis,
verwarmingsradiator of een andere
warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast
een warmtebron niet te vermijden, maak
dan gebruik van een isolerende plaat of
neem de volgende minimumafstanden
tot de warmtebron in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen
■ Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag
niet meegeven, vloer eventueel
verstevigen. Eventuele oneffenheden
in de vloer opheffen door er iets onder te
Het apparaat heeft geen wandafstand
aan de zijkant nodig. De laden en
legplateaus kunnen desondanks volledig
worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
Indien nodig: Wij raden u aan
de deurophanging door de Servicedienst
te laten verwisselen. De kosten voor het
verwisselen van de deuraanslag kunt u
opvragen bij de Servicedienst in uw
Tijdens het verwisselen van
de deurophanging mag het apparaat niet
op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Eerst de stekker uit het stopcontact
trekken. Leg voldoende zacht materiaal
op de grond, om te voorkomen dat de
achterkant van het apparaat beschadigd
raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn
Wanneer het apparaat op de rug wordt
gelegd, mag de wandafstandhouder niet
de omgevingstemperat
uur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde
klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk
van de klimaatklasse kan het apparaat
bij de volgende omgevingstemperaturen
De klimaatklasse staat op
het typeplaatje, afb. *.
Het apparaat is volledig functioneel
binnen de binnentemperatuurgrenzen
van de aangegeven klimaatklasse.
Wanneer een apparaat uit klimaatklasse
SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen
beschadigingen aan het apparaat
worden uitgesloten tot een temperatuur
De lucht aan de achterzijde van
het apparaat wordt warm. De verwarmde
lucht moet ongehinderd afgevoerd
kunnen worden. Anders moet de
koelmachine meer presteren. Waardoor
het energieverbruik toeneemt. De
be en ontluchtingsopeningen mogen dan
ook nooit worden afgedekt!
Na het plaatsen van het apparaat moet
u minimaal 1 uur wachten voordat u het
apparaat in gebruik neemt. Tijdens het
transport kan het gebeuren dat de olie
van de compressor in het koelsysteem
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte
van het apparaat schoonmaken (zie
hoofdstuk „Schoonmaken van
omgevingstemperatuur
SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +16 °C tot 38 °C T +16 °C tot 43 °Cnl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt
van het apparaat bevinden en ook na het
opstellen van het apparaat goed
Het apparaat voldoet aan
beschermklasse I. Het apparaat
aansluiten op een volgens
de voorschriften geïnstalleerd
wisselstroomstopcontact met
aardleiding. Het stopcontact moet
zijn beveiligd met een zekering van
Bij apparaten die in niet Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. *
Het apparaat mag in geen geval worden
aangesloten op elektronische
energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen
netvoedingsinverters en sinusinverters
worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche
installaties die rechtstreeks zijn
aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen
(bijv. op schepen of in berghutten) die
geen rechtstreekse aansluiting op het
openbare elektriciteitsnet hebben, moet
een sinusinverter worden gebruikt.
De laatste bladzijde met de afbeeldingen
uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is
op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn
* Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen
5 Klep van het vriesvak
6 Diepvrieslade (klein)
8 Diepvrieslade (groot)
13 Deurontluchtingnl
Het apparaat met de toets Aan/Uit
Het alarmsignaal is te horen. De
temperatuurindicatie 2 knippert.
Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het
alarmsignaal gaat uit.
Zodra de vriesruimte de ingestelde
temperatuur heeft bereikt, gaat
temperatuurindicatie 2 branden.
Wij adviseren een instelling van -18 °C
voor de diepvriesruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
■ Na het inschakelen kan het een aantal
uren duren voordat de ingestelde
temperaturen zijn bereikt.
Vóór die tijd geen levensmiddelen in
het apparaat leggen.
■ De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van de
deurafdichting wordt voorkomen.
■ Wanneer de deur van de
diepvriesruimte na het sluiten niet
direct weer geopend kan worden,
dient u even te wachten tot de
onderdruk is verdwenen.
De temperatuur is instelbaar van
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak
indrukken tot de gewenste temperatuur
in de diepvriesruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het
geheugen opgeslagen. De ingestelde
temperatuur wordt aangegeven op de
temperatuurindicatie 2.
Om het hele apparaat in en uit
2 Temperatuurindicatie
Geeft de ingestelde temperatuur
van de diepvriesruimte aan.
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het
supervriessysteem is
4 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de
gewenste temperatuur ingesteld.nl
Het deuralarm (aanhoudend
geluidssignaal) wordt ingeschakeld
wanneer de deur van het apparaat
langer dan een minuut openstaat. Door
de deur te sluiten wordt het alarmsignaal
Het temperatuuralarm wordt
ingeschakeld als het in de
diepvriesruimte te warm is waardoor de
diepvrieswaren kunnen ontdooien.
De temperatuurindicatie, afb. "/2,
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren
kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het
■ bij het inladen van grote
hoeveelheden verse levensmiddelen,
■ als de deur van de diepvriesruimte te
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten
Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om
het alarmsignaal uit te schakelen.
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
Diepvriesinhoud volledig
Om de maximale hoeveelheid
diepvrieswaren onder te brengen,
kunnen verschillende onderdelen eruit
gehaald worden. De levensmiddelen
kunnen direct op de vriesroosters
Om de op het typeplaatje aangegeven
waarden te kunnen aanhouden, moeten
steeds het bovenste en onderste
onderdeel in het apparaat blijven.
Onderdelen eruit halen
■ Diepvriesladen tot aan de aanslag
uittrekken, vooraan optillen en
■ Klep van het vriesvak
1. Klep van het vriesvak half openen.
2. Houder aan een zijde van het
3. Klep van het vriesvak naar voren
trekken en van de houder nemen.
4. Houder aan de andere zijde van het
apparaat losmaken.nl
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij
een open deur ontdooien de
diepvrieswaren. In de diepvriesruimte
vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op
het typeplaatje. Afb. *
Voorwaarden voor max.
■ Supervriezen inschakelen voordat u
de verse levensmiddelen aanbrengt
(zie hoofdstuk „Supervriezen”).
■ Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de
levensmiddelen rechtstreeks op
de legplateaus en de bodem van
■ Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
■ De verpakking mag niet beschadigd
■ Neem de houdbaarheidsdatum in
■ De temperatuur in de verkoop-koelkist
moet -18 °C of kouder zijn.
■ De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
■ Grote hoeveelheden levensmiddelen
bij voorkeur invriezen in het bovenste
vak. Daar worden ze heel snel en
daardoor voorzichtig ingevroren.
■ De levensmiddelen naast elkaar
in de vakken resp, diepvriesladen
De vers in te vriezen levensmiddelen
mogen niet met de al ingevroren
levensmiddelen in aanraking komen.
Eventueel de door en door bevroren
levensmiddelen in de diepvriesladen
■ Om de luchtcirculatie in het apparaat
te waarborgen, de diepvrieslade tot
de aanslag inschuiven.nl
Verse levensmiddelen
Gebruik uitsluitend verse
Om de voedingswaarde, het aroma en
de kleur zo goed mogelijk te behouden,
dient groente geblancheerd te worden
voordat het wordt ingevroren. Bij
aubergines, paprika’s, courgettes en
asperges is blancheren niet
Literatuur over invriezen en blancheren
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees,
wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden,
gepelde eieren, melkproducten zoals
kaas, boter en kwark, bereide
gerechten en kliekjes zoals soep,
eenpansgerechten, gaar vlees en gare
vis, aardappelgerechten, ovenschotels
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw
worden gegeten, zoals kropsla en
radijsjes, ongepelde eieren,
wijndruiven, hele appels, peren en
perziken, hardgekookte eieren,
yoghurt, dikke zure melk, zure room,
crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
1. Levensmiddelen in de verpakking
2. Lucht eruit drukken.
3. Het geheel van een goede sluiting
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen-
en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
polyetheen kunnen met een folie-
lasapparaat worden dichtgelast.
De houdbaarheid is afhankelijk van
het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten,
■ Kaas, gevogelte, vlees:
De levensmidelen zo snel mogelijk door
en door invriezen zodat vitamine,
voedingswaarden, uiterlijk en smaak
Schakel enkele uren voordat u de verse
levensmiddelen inlaadt het supervriezen
in, om ongewenste temperatuurstijging te
Na het inschakelen werkt het apparaat
permanent, in de diepvriesruimte wordt
een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt
gebruiken, dient u 24 uur vóór het
inladen van de verse waar het
supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen
(max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van
het supervriessysteem worden
Als het supervriessysteem is
ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals
indrukken, tot de indicatie super
Het supervriessysteem wordt na
2½ dagen automatisch uitgeschakeld.
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren
niet opnieuw invriezen. Pas na het koken
of braden tot een kant-en-klaargerecht
kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor
(niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot)
Voor het bewaren van grote
diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden
Afb. &/A Om kwaliteitsvermindering van de
diepvriesproducten te voorkomen, dient
u de opslagduur niet te overschrijden.
De bewaartijd is afhankelijk van het soort
levensmiddelen. De cijfers bij
de symbolen geven in maanden
de toelaatbare bewaartijd voor
de diepvrieswaren aan. Neem bij
gewone diepvriesproducten
de productie- of houdbaarheidsdatum
Afb. &/B De koude-accu vertraagt bij het uitvallen
van de stroom of bij een storing
het verwarmen van de opgeslagen
diepvrieswaren. De langste opslagtijd
wordt bereikt wanneer u het koelelement
in het bovenste vak op
de levensmiddelen legt.
Om ruimte te besparen kan de accu in
het vak in de deur bewaard worden.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk
koelhouden van levensmiddelen (bijv. in
een koeltas) eruit genomen worden.
1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen
en in de diepvriesruimte zetten.
2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met
een bot voorwerp losmaken (steel van
3. Om de ijsblokjes los te maken:
het ijsbakje iets verbuigen of kort
onder stromend water houden.
Apparaat uitschakelen
Apparaat uitschakelen
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de
koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van
Als u het apparaat langere tijd niet
1. Uitschakelen van het apparaat.
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
3. Schoonmaken van het apparaat.
4. Deur van het apparat open laten.
Ca. 4 uur vóór het ontdooien
het supervriessysteem inschakelen zodat
de levensmiddelen een zeer lage
temperatuur bereiken en hierdoor langer
bij omgevingstemperatuur bewaard
U gaat als volgt te werk:
1. Het apparaat uitschakelen om te
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien resp.
3. Diepvriesladen met
de levensmiddelen op een koele
plaats bewaren. Koude-accu (indien
aanwezig) op de levenmiddelen
4. Voor het opvangen van het dooiwater
een platte schaal onder de
dooiwaterafvoer zetten.
5. Dooiwaterafvoer openen. Afb. )
6. Om het ontdooiproces te versnellen
twee pannen met heet water op een
onderzetter in het apparaat zetten.
7. Na het ontdooien het opgevangen
dooiwater weggieten. Het resterende
dooiwater op de bodem van
de diepvriesruimte met een spons
8. Dooiwaterafvoer sluiten.
9. Na het ontdooien het apparaat weer
aansluiten en inschakelen.
■ Gebruik geen schoonmaak of
Op de metalen oppervlakken kan
■ De legplateaus en voorraadvakken
mogen niet in de afwasmachine
Ze kunnen vervormen!
Ca. 4 uur voor het reinigen
de supervriesfunctie inschakelen, zodat
de levensmiddelen een zeer lage
temperatuur bereiken en daardoor
langere tijd op omgevingstemperatuur
bewaard kunnen worden.nl
U gaat als volgt te werk:
1. Vóór het schoonmaken het apparaat
2. Stekker uit het stopcontact trekken of
de zekering losdraaien
3. De diepvrieswaren eruit halen en op
een koele plaats bewaren. Koude-
accu (indien aanwezig) op
de levenmiddelen leggen.
4. Het apparaat schoonmaken met
een zachte doek en lauw water
met een scheutje pH neutraal
5. Deurafdichting alleen met schoon
aansluiten en inschakelen.
■ Het apparaat in een droge, goed
te ventileren ruimte plaatsen! Het
apparaat niet direct in de zon of in de
buurt van een warmtebron plaatsen
zoals een verwarmingsradiator of een
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ De be- en ontluchtingsopeningen van
het apparaat nooit afdekken.
■ Warme gerechten en dranken eerst
laten afkoelen, daarna in het apparaat
■ Diepvrieswaren in de koelruimte
leggen om ze te ontdooien en de kou
van de diepvrieswaren gebruiken om
andere levensmiddelen te koelen.
■ Deuren van het apparaat zo kort
■ Let erop dat de deur van
het diepvriesruimte goed gesloten is.
■ Om een verhoogd stroomverbruik te
vermijden, moet de achterkant van het
apparaat af en toe worden gereinigd.
Wandafstandhouder monteren om
de geplande energieopname van het
apparaat te bereiken (zie
montagehandleiding). Een kleinere
afstand tot de muur heeft geen
nadelige invloed op de werking van
het apparaat. Het energieverbruik kan
dan iets hoger worden. De afstand
van 75 mm mag niet worden
■ De ordening van de uitrustingsdelen
heeft geen invloed op de
energieopname van het apparaat.nl
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten,
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Motor, schakelaar of magneetventielen
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van
een waterpas stellen. Gebruik hiervoor
de schroefvoetjes of leg iets onder
Het apparaat staat tegen een ander
Het apparaat van het meubel of apparaat
ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
De temperatuur wijkt erg af
In sommige gevallen is het voldoende om
het apparaat gedurende 5 minuten uit
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren
controleren of de temperatuur
de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende
dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is
uitgeschakeld; de stekker zit
niet goed in het stopcontact.
Stekker in het stopcontact steken. Controleer
of er stroom is. Controleer de zekeringen.nl
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
Het alarmsignaal is te horen.
De temperatuurindicatie
diepvriesruimte is het te
Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. "/4,
om het alarmsignaal uit te schakelen.
De deur is geopend. Deur sluiten.
ontluchtingsopeningen zijn
Afdekking verwijderen.
Er zijn teveel levensmiddelen
tegelijk in het diepvriesvak
Max. invriescapaciteit niet overschrijden.
Nadat de storing is verholpen, stopt de
temperatuurindicatie met knipperen.
Het apparaat koelt niet,
de temperatuurindicatie en
de verlichting branden.
Het presentatielicht
Temperatuur-insteltoets afb. "/4 gedurende
10 seconden ingedrukt houden tot een
bevestigingssignaal te horen is.
Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.nl
Het apparaat beschikt over een
automatisch zelftestprogramma dat
de oorzaken van storingen aangeeft die
alleen door de Servicedienst verholpen
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten
2. Apparaat inschakelen en binnen
de eerste 10 seconden
de temperatuurinsteltoets, afb. "/4,
gedurende 3-5 seconden ingedrukt
houden, tot de temperatuurindicatie
-26 °C gaat branden.
Het zelftestprogramma start wanneer
de temperatuurindicaties na elkaar
Wanneer het apparaat na korte tijd
de voor de zelftest ingestelde
temperatuur aangeeft, is het in orde.
Als de indicatie super gedurende
10 seconden knippert, is er sprake van
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt
het apparaat weer over op het normale
Adres en telefoonnummer van
de Servicedienst in uw omgeving kunt u
vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met
service-adressen. Geef a.u.b. aan
de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.)
en het FD-nummer (FD) van
U vindt deze gegevens op
het typeplaatje. Afb. *
Door vermelding van het fabrikaat- en
productnummer kunt u onnodige
voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u
zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies
De contactgegevens in alle landen vindt
u in de bijgesloten lijst met
Notice-Facile