KGS36V76 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGS36V76 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGS36V76 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGS36V76 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGS36V76 BOSCH
NLGebruiksaanwijzing
aannaabbrraassmmooÚÚ,,
Van toepassing als uw nieuwe apparaat
een oud apparaat vervangt.
Oude apparaten zijn geen waardeloos
afval! Door een milieuvriendelijke afvoer
kunnen waardevolle grondstoffen
worden teruggewonnen.
Het afgedankte apparaat onbruikbaar
1. stekker uit het stopcontact trekken;
2. aansluitkabel doorknippen en samen
met de stekker verwijderen;
3. deurslot verwijderen of onklaar
maken. Hiermee voorkomt u dat
kinderen zichzelf tijdens het spelen
in het apparaat opsluiten en in
levensgevaar geraken.
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in
de isolatie gas. die zorgvuldig moeten
worden afgevoerd. Met het oog op een
doelmatige en milieuvriendelijke afvoer
mogen de leidingen van het koelcircuit
tot het moment van transport niet
Afvoeren van de ver-
Verpakkingsmateriaal is geen
speelgoed voor kinderen – gevaar voor
verstikking door vouwkarton en folie!
Uw nieuwe apparaat is op weg naar
u beschermd door de verpakking.
De gebruikte materialen zijn onschadelijk
voor het milieu en kunnen opnieuw
worden gebruikt. Help daarom mee en
zorg dat de verpakking milieuvriendelijk
U kunt bij uw leverancier of bij de
reinigingsdienst in uw gemeente
informeren hoe u uw oude apparaat en
het verpakkingsmateriaal van het nieuwe
apparaat kunt (laten) afvoeren voor een
milieuvriendelijke verwerking.
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de Europese
richtlijn 2002/96/EG betreffende
afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and
electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de
in de EU geldige terugneming en
verwerking van oude apparaten.
Voordat u het apparaat
Lees de gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift nauwkeurig door.
U vindt daarin belangrijke informatie over
plaatsing, gebruik en onderhoud van het
De fabrikant aanvaardt geen aanspra-
kelijkheid als de aanwijzingen en waar-
schuwingen in de gebruiksaanwijzing
niet in acht worden genomen. Bewaar de
gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift voor een eventuele
latere bezitter van het apparaat.
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 106107
• Het apparaat bevat een geringe
hoeveelheid van het milieuvriendelijke
maar brandbare koelmiddel R600a.
Let erop dat de leidingen van het
koelcircuit bij het transport of de
installatie niet beschadigd worden.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan
vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Let erop als er koelmiddel naar buiten
– dat zich geen open vuur of
ontstekingsbronnen in de buurt van
– Stekker uit het stopcontact trekken
en de ruimte een paar minuten goed
• Hoe meer koelmiddel het apparaat
bevat, des te groter moet de ruimte
zijn waarin het apparaat wordt
opgesteld. In een te kleine ruimte kan
bij een lek een ontvlambaar mengsel
van gas en lucht ontstaan.
• Per 8 g koelmiddel moet de ruimte
minimaal 1 m3 groot zijn. De
hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat
vindt u op het typeplaatje aan de
binnenkant van het apparaat.
– Ogen uitspoelen en een arts
– Vonken en open vuur buiten bereik
van het apparaat houden.
– Stekker uit het stopcontact trekken
en de ruimte een paar minuten goed
• In de volgende gevallen de stekker uit
het stopcontact trekken resp. de
zekering uitschakelen of losdraaien:
Altijd aan de stekker trekken, nooit aan
• Een (bijv. tijdens het transport)
beschadigd of defect apparaat niet in
gebruik nemen. In geval van twijfel
eerst contact opnemen met uw
• Nooit elektrische apparaten in het
apparaat gebruiken (bijv.
verwarmingsapparaten, elektrische
• Geen producten met brandbare
drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen
explosieve stoffen in het apparaat
opslaan – Explosiegevaar!
• Het apparaat is geen speelgoed voor
• Het apparaat nooit met een stoom-
reiniger ontdooien of schoonmaken!
De hete stoom kan in de onder
spanning staande onderdelen van het
apparaat terechtkomen en kortsluiting
of een elektrische schok veroorzaken.
In acht nemen tijdens het gebruik
• De luchtaanvoer- en luchtafvoerope-
ningen nooit afdekken of dichtmaken!
• Reparaties mogen alleen door een
vakkundig monteur worden uitgevoerd.
Door ondeskundige reparatie kan er
gevaar voor de gebruiker ontstaan.
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 107108
deuren etc. niet als opstapje gebruiken
• Dranken met een hoog alcoholpercen-
tage altijd goed afgesloten en staand
• Bij een apparaat met deurslot: sleutel
buiten het bereik van kinderen
• Zorg dat de kunststof delen en de
deurafdichting niet met olie of vet in
aanraking komen. Ze kunnen poreus
• Flessen en blikjes met vloeistoffen –
vooral koolzuurhoudende dranken –
niet in de diepvriesruimte opslaan.
De flessen en blikjes springen!
• IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de
diepvriesruimte in de mond nemen.
(gevaar voor verbranding door de
zeer lage temperatuur).
• Diepvrieswaren niet met natte handen
aanraken. Uw handen kunnen eraan
• Een laag rijp en vastgevroren
diepvrieswaren niet met een mes of
een scherp voorwerp afschrapen of
losmaken. Hierdoor kunt u de
koelleidingen beschadigen. Koelmiddel
dat naar buiten spuit, kan vlam vatten
of tot oogletsel leiden.
• Om het ontdooiproces te versnellen
alleen de door de fabrikant aanbevolen
• Draagt u er zorg voor de
ventilatieroosters van de structuur van
de koelkast niet te versperren.
• Gebruikt u geen mechanische
voorzieningen noch enig ander middel
ter versnelling van het ontdooiproces,
anders dan die welke worden
aanbevolen door de fabrikant.
• Draagt u er zorg voor het koelcircuit
niet te beschadigen.
• Gebruikt u voor de koelkast/vriezer
altijd het type inwendige elektrische
componenten als aanbevolen door de
Het apparaat is geschikt
• voor het koelen en invriezen van
• voor het bereiden van ijs.
Het apparaat is bedoeld voor
huishoudelijk gebruik.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden de
daarvoor geldende normen en
voorschriften in acht nemen.
Het apparaat is ontstoord volgens
E-U richtlijn 89/336/EEC.
Het koelmiddelsysteem is gecontroleerd
Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-
bepalingen voor elektrische apparaten
Afhankelijk van het model zijn kleine
afwijkingen mogelijk – vooral wat betreft
de uitvoering van het interieur.
19 Sensor koelruimte
1 Toets Aan/Uit voor
Om de koelruimte apart in en uit te
2 Insteltoets ºC voor de
temperatuur in de koelruimte
De temperatuur in de koelruimte is
instelbaar van +2 ºC tot +8 ºC.
De insteltoets een aantal keren
indrukken of ingedrukt houden tot
de gewenste temperatuur door het
brandende lampje wordt
+8 geeft de hoogste temperatuur
in de koelruimte aan (+8 ºC).
+2 geeft de laagste temperatuur
in de koelruimte aan (+2 ºC).
3 Indicatie „super“ voor de
Tijdens het „super“-koelen wordt
koelruimte gedurende ca. 6 uur met
de laagste temperatuur gekoeld.
Daarna wordt automatisch
omgeschakeld naar de ingestelde
temperatuur in de koelruimte. Het
superkoelsysteem is ideaal om
dranken snel te koelen en bij het
inladen van grotere hoeveelheden
Om het superkoelsysteem in te
toets (2) een aantal keren indrukken
of ingedrukt houden tot de indicatie
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 109110
4 Insteltoets ºC voor de temperatuur
in de diepvriesruimte
De temperatuur in de
diepvriesruimte is instelbaar van –16
De insteltoets een aantal keren
indrukken of ingedrukt houden tot
de gewenste temperatuur door het
brandende lampje wordt
–16 geeft de hoogste temperatuur in
de diepvriesruimte aan (–16 ºC).
–32 geeft de laagste temperatuur in
de diepvriesruimte aan (–32 ºC).
5 „ “ Alarmindicatie
Alarmindicatie voor te hoge
temperaturen in de diepvriesruimte.
Kans op ontdooien van de
ingevroren levensmiddelen.
Zonder gevaar voor de
diepvrieswaren kan de alarmindicatie
• bij het in gebruik nemen van het
• bij het inladen van grote
• als de deur van de diepvriesruimte
te lang geopend werd.
6 Toets/indicatie „super“ voor
Om het supervriessysteem in en uit
te schakelen. Het brandende lampje
geeft aan dat het supervriessysteem
Het supervriessysteem dient voor
het invriezen van grote hoeveelheden
verse levensmiddelen en moet,
afhankelijk van de hoeveelheid, tot
24 uur vóór het inladen van de
verse levensmiddelen worden
Na het inschakelen van het super-
vriessysteem loopt de koelmachine
permanent. In de diepvriesruimte
wordt een zeer lage temperatuur
Het supervriessysteem wordt
automatisch uitgeschakeld als de
vers ingeladen levensmiddelen
door en door bevroren zijn (bij
levensmiddelen na een paar uur,
bij grote hoeveelheden na
maximaal twee dagen).
Door de toets (6) een aantal keren
in te drukken wordt het
supervriessysteem, indien nodig,
met de hand uitgeschakeld.
7 Toets Aan/Uit voor
Om de diepvriesruimte apart in en
De klimaatklasse staat op het typeplaatje
(Afb. !0). Hierdoor wordt aangegeven
binnen welke omgevingstemperaturen
het apparaat gebruikt kan worden.
klimaatklasse toegestane
Afb. E De lucht aan de achterzijde van het
apparaat wordt warm. De verwarmde
lucht moet ongehinderd afgevoerd
kunnen worden. Anders moet de
koelmachine meer presteren waardoor
het energieverbruik toeneemt.
De be- en ontluchtingsopeningen mogen
dan ook nooit worden afgedekt!
De gegevens over de netto-inhoud vindt
u op het typeplaatje in uw apparaat.
Na het opstellen van het apparaat dient
u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens
het transport kan het gebeuren dat de
olie van de compressor in het
koelsysteem terecht komt.
Voordat u het apparaat voor het eerst
in gebruik neemt de binnenkant van
het apparaat schoonmaken
Het stopcontact moet gemakkelijk te
bereiken zijn. Het apparaat uitsluitend
via een volgens de voorschriften aange-
bracht, randgeaard stopcontact met
een zekering van 10 ampère of meer,
op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aan-
Bij apparaten die in niet Europese
landen worden gebruikt op het
typeplaatje controleren of de aan-
sluitspanning en de stroomsoort
overeenkomen met de waarden van
uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje
bevindt zich links onderaan in het
Een eventueel noodzakelijke
vervanging van de aansluitkabel mag
alleen door een vakkundig monteur
Het apparaat mag nooit worden aan-
gesloten op elektronische energiebe-
sparende stekkers (bijv. Ecoboy; Sava
Plug) of op omvormers die
gelijkstroom omzetten in 230 V
wisselstroom (bijv. installaties voor
zonneënergie of netwerken voor
Afb. W De koel- en diepvriesruimte kunnen
apart worden ingeschakeld.
• Voor het in gebruik nemen van de
koelruimte: de toets Aan/Uit (1)
De binnenverlichting in de koelruimte
brandt bij het openen van de deur.
• Voor het in gebruik nemen van de
diepvriesruimte: de toets Aan/Uit
• De alarmindicatie (afb. W/5) brandt tot
de bedrijfstemperatuur is bereikt.
Afb. W In de fabriek zijn de volgende
basisinstellingen ingesteld:
temperatuur in de koelruimte +4 ºC
temperatuur in de diepvriesruimte–18 ºC
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 111112
De instelwaarden kunnen gewijzigd
worden, zie de beschrijving bij het
2 temperatuur voor de koelruimte
4 temperatuur voor de diepvriesruimte
Aanwijzingen bij het
• De ventilator (afb. Q/18) in de
koelruimte wordt, indien nodig, in- of
• De voorzijde van het apparaat achter
de deur wordt gedeeltelijk licht
verwarmd waardoor de vorming van
condenswater in de buurt van de
deurafdichting wordt voorkomen.
• Terwijl de koelmachine loopt, vormen
zich dooiwaterdruppels of een laagje
rijp op de achterwand van de
koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de
dooiwaterdruppels niet af te wissen of
de rijp af te schrapen. De achterwand
wordt automatisch ontdooid. Het
dooiwater loopt via het afvoergootje
(afb. I/A) naar de koelmachine, waar
• Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich
condenswater vormen in de koelruimte,
vooral op glazen legplateaus. Als dit
het geval is, dient u de levensmiddelen
verpakt te bewaren en een lagere
koelruimtetemperatuur te kiezen.
• Als de deur van de diepvriesruimte na
het sluiten niet meteen weer geopend
kan worden: twee tot drie minuten
wachten tot de ontstane onderdruk is
• Door het koelsysteem kan zich op de
vriesroosters op sommige plaatsen al
snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft
geen invloed op het functioneren van
het apparaat of op het stroomverbruik.
Ontdooien is pas nodig als zich op het
hele oppervlak van het vriesrooster
een laag rijp of ijs met een dikte van
meer dan 5 mm heeft gevormd.
• Zorg dat de kunststof delen in het
apparaat of de deurafdichting niet met
olie of vet in aanraking kome. Ze
kunnen poreus worden.
• Geen levensmiddelen plaatsen in de
nabijheid van de sensor van de
koelruimte (fig. Q/19); op deze wijze
wordt een optimale werking van uw
buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. W De koel- en diepvriesruimte kunnen
apart worden uitgeschakeld.
• Om de koelruimte uit te schakelen:
toets Aan/Uit (1) indrukken.
De binnenverlichting in de koelruimte
• Om de diepvriesruimte uit te
schakelen: toets Aan/Uit (7)
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 112113
Apparaat buiten werking
Als het apparaat lange tijd niet wordt
• Koel- en diepvriesruimte uitschakelen
zoals hierboven beschreven.
• Stekker uit het stopcontact trekken.
• Het apparaat laten ontdooien en
• deur van het apparat open laten.
van de binnenruimte.
Bij het inzetten de laden op de
uittrekbare rails plaatsen en naar binnen
schuiven. Glasplaat naar voren trekken,
iets laten zakken en aan de zijkant
(afb. R). Voorraadvak iets optillen en
eruit halen (afb. T).
(niet bij alle modellen)
Afb. Y De flessenhouder voorkomt dat de
flessen kantelen bij het openen en
sluiten van de deur.
Let op de koudezones in
Door de luchtcirculatie in de koelruimte
verschillende koudezones.
bevinden zich aan de achterwand tussen
de aan de zijkant afgebeelde pijl en de
glasplaat eronder (afb. !1) of tussen de
twee pijlen (afb. !2), afhankelijk van het
in de koudste zones gevoelige
levensmiddelen opslaan zoals vis, worst
bevindt zich helemaal bovenaan in de
Attentie! In de warmste zone bijv. boter
en kaas bewaren. Tijdens het serveren
behoudt de kaas zijn aroma en de boter
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of
afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur,
kleur en versheid behouden. Bovendien
wordt voorkomen dat de levensmiddelen
naar elkaar gaan smaken en de
kunststof onderdelen verkleuren.
Levensmiddelen als volgt
• Op de legroosters/plateaus in de
koelruimte (van boven naar beneden):
brood en gebak, klaargemaakte
gerechten, zuivelproducten, vlees en
• In de deur (van boven naar beneden):
boter, kaas, eieren, tubes, kleine
flesjes, grote flessen, melk, pakken
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit volgens de actuele
norm vindt u op het typeplaatje.
De maximale capaciteit voor het
diepvriezen van verse levensmiddelen
in 24 uur (verdeeld over de diepvries
roosters) vindt men op de plaat met
de kenmerken (in kg/24uur),
De levensmiddelen moeten zo snel
mogelijk door en door worden
ingevroren. De maximale
invriescapaciteit niet overschrijden zodat
vitamine, voedingswaarde, uiterlijk en
smaak behouden blijven.
Tijdens het invriezen in de
diepvriesladen neemt de maximale
invriescapaciteit iets af.
Als er al levensmiddelen in de diepvries-
ruimte liggen, dan moet een paar uur
vóór het inladen van verse
levensmiddelen het supervriessysteem
worden ingeschakeld.
Gebruik uitsluitend verse
levensmiddelen. De levensmiddelen
luchtdicht verpakken zodat ze niet
uitdrogen of hun smaak verliezen.
Zo verpakt u op de juiste
3. Het geheel van een goede sluiting
4. Vermeld op de pakjes inhoud en
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan,
vuilniszakken en gebruikte
Voor verpakking geschikt:
kunststof-, polyetheen- en
aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen
met een folie-lasapparaat worden
De verpakking mag niet beschadigd zijn.
Let op de houdbaarheidsdatum.
In de winkel moet de temperatuur in
de diepvrieskist –18 °C of lager zijn.
De diepvriesproducten liefst in een
koeltas transporteren en snel in de
diepvriesruimte leggen.
Diepvrieswaren opslaan
• Belangrijk voor een optimale
luchtcirculatie in de diepvriesruimte:
de diepvriesladen tot de aanslag erin
• Als er zeer veel levensmiddelen
moeten worden ondergebracht, dan
kan men alle diepvriesladen, behalve
de onderste, uit het apparaat halen en
de levensmiddelen direct op de
vriesroosters stapelen. Om de
diepvriesladen eruit te halen: de laden
tot aan de aanslag uittrekken, aan de
voorkant iets optillen en eruit halen.
Om vermindering van de kwaliteit van de
diepvrieswaren te voorkomen mag de
toelaatbare bewaartijd bij –18 ºC niet
overschreden worden.
De bewaartijd is afhankelijk van het soort
levensmiddelen. Bij kant en klaar
gekochte diepvriesproducten altijd letten
op de op de verpakking aangegeven
invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.
en banket tot 6 maanden;
vlees tot 8 maanden;
Geen elektrische ijsmachine in de
diepvriesruimte gebruiken.
(niet bij alle modellen)
IJsbakjes zijn in de winkel verkrijgbaar.
in de diepvriesruimte zetten. Om het
vriesproces te versnellen de bovenste
diepvrieslade gebruiken.
Om de ijsblokjes los te maken: het
ijsbakje iets verbuigen of kort onder
stromend water houden (Afb. U).
Opdat uw ijsblokjes sneller klaar zijn,
moet u de ijsbakjes in de eerste lade
plaatsen (afb. Q/17)
Kans op een elektrische schok
Geen stoomreiniger gebruiken. Door de
hete stoom kunnen de onder spanning
staande onderdelen kortsluiting of een
elektrische schok veroorzaken.
Voor het verwijderen van rijp geen mes
of scherp voorwerp gebruiken.
De leidingen van het koelcircuit niet
Koelmiddel dat naar buiten spuit, kan tot
oogletsel leiden en is brandbaar.
Geen elektrische apparaten of open vuur
in het apparaat gebruiken.
Een dikke laag ijs op de vriesroosters
vermindert de vriescapaciteit van het
apparaat waardoor het energieverbruik
diepvriesruimte ontdooid worden. In elk
geval één tot twee keer per jaar, het
liefst als er weinig of geen
diepvrieswaren in het apparaat liggen.
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het super-
vriessysteem inschakelen zodat de
levensmiddelen een zeer lage tempera-
tuur bereiken waardoor ze langere tijd bij
omgevingstemperatuur bewaard kunnen
• Stekker uit het stopcontact trekken.
• Diepvriesladen met de levensmiddelen
op een koele plaats bewaren. Koude-
accu (indien aanwezig) op de
levenmiddelen leggen.
• Om het dooiwater op te vangen de
middelste lade uitruimen maar in het
• Na het ontdooien het opgevangen
dooiwater weggieten. Het resterende
dooiwater op de bodem van de
diepvriesruimte met een spons
• Diepvriesruimte weer inschakelen.
• Diepvrieswaren er weer in leggen.
Tip bij het ontdooien
Een pan met heet water op een
onderzetter in de diepvriesruimte zetten.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant
gassen ontwikkelen, oplosmiddelen die
kunststof beschadigen of drijfgassen
bevatten of schadelijk zijn voor de
• Stekker uit het stopcontact trekken.
• Met water en een scheutje
afwasmiddel schoonmaken.
• Na het schoonmaken de stekker weer
in het stopcontact steken of de
zekering inschakelen resp.
Geen schoonmaakmiddelen gebruiken
die zand of zuren resp. oplosmiddelen
Deurdichting uitsluitend reinigen met
schoon water en goed afdrogen!
Het sop mag niet in het
bedieningspaneel of in de verlichting
terechtkomen en ook niet door het
afvoergaatje (afb. I/B) van het
dooiwatergootje lopen.
De legroosters/plateaus,
voorraadvakken en laden mogen niet in
de afwasautomaat gereinigd worden. Ze
• Het apparaat in een droge, goed te
ventileren ruimte plaatsen. Niet direct
in de zon of in de buurt van een
warmtebron (verwarmingsradiator,
fornuis etc.). Anders een isolerende
• Warme gerechten en dranken buiten
het apparaat laten afkoelen.
• De diepvrieswaren om te ontdooien in
de koelkast leggen. De koude van de
diepvrieswaren benutten om
levensmiddelen te koelen.
• Deur van het apparaat zo kort mogelijk
• De achterkant van het apparaat af en
toe met met een stofzuiger of borstel
reinigen om toename van het
energieverbruik te voorkomen.
Heel normale geluiden
Gebrom – de koelmachine loopt
Geborrel, gebruis of geklok – het
koelmiddel stroomt door de leidingen.
Geklik – de motor wordt in- of
Geluiden die gemakkelijk
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een
waterpas stellen. Gebruik hiervoor de
schroefvoetjes of leg iets onder het
Het apparaat staat tegen een ander
Het apparaat van het meubel of
apparaat ernaast wegschuiven.
Laden, manden of legroosters/-
plateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel
opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van
9000141319-141429.qxd 06/02/06 7:32 Page 117118
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de klantenservice belt:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de
bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen,
dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.
De binnenverlichting
functioneert niet; de
Stroomuitval; de zekering is
uitgeschakeld; de stekker zit
niet goed in het stopcontact.
Storing – in de diepvriesruimte
• De be- en ontluchtings-
openingen zijn afgedekt.
• Er werden te veel levensmid-
delen in één keer ingeladen
• De deur van de diepvries-
Na het verhelpen van de
storing gaat na een tijdje de
Het lampje is kapot.
De lichtschakelaar klemt
(afb O.1/A) / (afb O.2/A)
De dooiwaterafvoerbuis
(afb. I/B) is verstopt.
Controleer of er stroom is. De zekering moet zijn
Afdekking verwijderen.
Max. invriescapacitiet niet overschrijden.
Gloeilampje vervangen (afb. O)
1. Stekker uit het stopcontact trekken resp.
zekering uitschakelen of losdraaien.
2. Schijfje (C) aan de binnenverlichting tegen
de wijzers van de klok in draaien en de
afdekking (B) eraf halen.
3. Gloeilampje vervangen (220–240 V wissel-
stroom, fitting E14, voor wattage zie het
Controleer of er beweging in zit.
Dooiwatergootje en afvoergaatje (afb. I/B)
Adres en telefoonnummer van de
Servicedienst in uw omgeving kunt
u vinden in het telefoonboek of in de
meegeleverde brochure met service-
adressen. Geef a.u.b. aan de
Servicedienst het E-nummer en het
FD-nummer van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het
typeplaatje (afb. !0).
Door deze nummers aan de
Servicedienst door te te geven voorkomt
u onnodig heen en weer rijden van de
monteur en de hieraan verbonden
Wijzigingen voorbehouden
Notice-Facile