KIV86SFE - Huishoudapparaten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KIV86SFE BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoel-vriescombinatie |
| Merk | Bosch |
| Model | KIV86SFE |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (10 °C tot 43 °C) |
| Maximaal gewicht | 65 kg (afhankelijk van model) |
| Voeding | Zie typeplaatje (220-240 V, 50 Hz typisch) |
| Vriescapaciteit | Raadpleeg typeplaatje |
| Koelmiddel | Brandbaar koelmiddel (hoeveelheid op typeplaatje) |
| Hoofdfuncties | Superfunctie, deuralarm, temperatuurinstelling |
| Verlichting | LED (energie-efficiëntieklasse E) |
| Ontdooiing koeling | Automatisch |
| Ontdooiing vriezer | Handmatig |
| Reiniging | Lauwwarm water en mild afwasmiddel, geen stoomreiniger gebruiken |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de afvoergoot en het afvoergat |
| Veiligheid | Instructies om elektrische, brand-, explosie- en koudebrandrisico's te voorkomen |
| Reserveonderdelen | Minstens 10 jaar na marktintroductie beschikbaar |
| Repareerbaarheid | Voorbehouden aan gekwalificeerd personeel, originele onderdelen vereist |
| Maximale hoogte | 2000 m boven zeeniveau |
| Algemene informatie | Handleiding van 100 pagina's beschikbaar in meerdere talen (FR, DE, IT, NL, etc.) |
Veelgestelde vragen - KIV86SFE BOSCH
Gebruikersvragen over KIV86SFE BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Huishoudapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIV86SFE - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIV86SFE van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KIV86SFE BOSCH
1 Veiligheid 79 1.1 Algemene aanwijzingen 79 1.2 Bestemming van het apparaat 79 1.3 Inperking van de gebruikers 79 1.4 Veiliger transport 79 1.5 Veilige installatie 80 1.6 Veilig gebruik 81 1.7 Beschadigd apparaat 83
2 Het voorkomen van materiële schade 85
3 Milieubescherming en besparing 85
3.1 Afvoeren van de verpakking 85 3.2 Energie besparen 85
4 Opstellen en aansluiten 85
4.1 Leveringsomvang 85 4.2 Criteria voor de opstellocatie 86 4.3 Apparaat monteren 86 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 86 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 87
5 Uw apparaat leren kennen 87
5.1 Apparaat 87 5.2 Bedieningspaneel 87
6 Uitrusting 87
6.1 Legplateau 87 6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 87 6.3 Boter- en kaasvak 88 6.4 Deurrekken 88 6.5 Accessoires 88
7 De bediening in essentie 88
7.1 Apparaat inschakelen 88 7.2 Opmerkingen bij het gebruik 89 7.3 Machine uitschakelen 89 7.4 Temperatuur instellen 89
8 Extra functies 89 8.1 Super-functie 89 9 Alarm 89 9.1 Deuralarm 89 10 Koelvak 90
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 90 10.2 Koudezones in het koelvak 90 10.3 Sticker "OK" 90
11 Vriesvak 90
11.1 Invriescapaciteit 91 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 91 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 91 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 91 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 92 11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren 92
12 Ontdooien 92
12.1 Ontdooien in het koelvak 92 12.2 Ontdooien in het vriesvak 92
13 Reiniging en onderhoud 93
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 93 13.2 Apparaat schoonmaken 93 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 94 13.4 Onderdelen eruit halen 94
14 Storingen verhelpen 95
14.1 Stroomuitval 97 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren 97
15 Opslaan en afvoeren 97 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 97 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 98 16 Servicedienst 98 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 99 17 Technische gegevens 99

1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
- tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Beperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veilig transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
Het apparaat niet alleen optillen.
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt opgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal UIT de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen. Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare gassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare gassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING - Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
WAARSCHUWING - Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze druppelt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. - Nooit aan het netsnoer trekken om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. - Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de servicedienst. Zie pagina 98.
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen voor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
WAARSCHUWING - Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
Veiligheid
- Ventileer de ruimte. Schakel het apparaat uit. Zie pagina 89.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de service-afdeling. Zie pagina 98.
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. - Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenformnuizen.
- De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
- Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 98.
De levering bestaat uit:
Inbouw
Opstellen en aansluiten
- Uitrusting en accessoires 1 Montagemateriaal Montagehandleiding
- Gebruiksaanwijzing Klantenservice overzicht Garantiebijlage Energielabel
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die ten minste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1/3
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/3
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN | 10 °C...32 °C |
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| N | 16 °C...32 °C |
| ST | 16 °C...38 °C |
| T | 16 °C...43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Over- and Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plankstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 93
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1/3
- De netstekker op vastheid controleren. Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. → Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 90 |
| B | Vriesvak → Pagina 90 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 87 |
| 2 | Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 87 |
| 3 | Typeplaatje → Pagina 99 |
| 4 | Diepvrieslade → Pagina 94 |
| 5 | Boter- en kaasvak → Pagina 88 |
| 6 | Deurrek voor große flessen → Pagina 88 |
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
| 1 | » stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 2 | super brandt wanneer de Super-functie ingeschakeld is. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weerplaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 94
6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kunt u vers fruit en verse groente langer bewaren dan bij een conventionele bewaarmethode.
→ Fig. 3
7 Bediening
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid ♠ bij overwegend bewaren van fruit, gemengde of hoge belading. Hoge luchtvochtigheid ♠ bij overwegend bewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigheid instellen via de vochtigheidsregelaar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.3 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.4 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren, kunt u het deurrek eruit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 94
6.5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen kunt u kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
→ Fig. 4
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doen.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3/4 met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken, de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- on/off 3 sec. indrukken.
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, on/off 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
→ Pagina 89
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. - De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting. - Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
on/off 3 sec. indrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op »» drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C.
→ "Sticker"OK"", Pagina 90
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 89.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur voor het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
→ "Invriescapaciteit", pagina 91
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
Zo vaak op >> drukken tot Super brandt.
Opmerking: Na ca. 48 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
- Op >> drukken.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat, wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurdisplays knipperen.
Na 10 minuten knippert de binnenverlichting.
Deuralarm uitschakelen
De apparaatdeur sluiten of op >> drukken. Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2°C tot 8°C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen. Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen. Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is: tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt worden.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 89
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet bij een temperatuur van -18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1/
3
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24 uur voor het inladen van verse levensmiddelen de superfunctie inschakelen. → "Superfunctie inschakelen", pagina 89
- De levensmiddelen eerst in de bovenste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 94
- De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. - Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. - De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de onderste diepvrieslade leggen. Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. Levensmiddelen per portie invriezen. Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
nl Ontdooien
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product | Bewaartijd |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit | Tot 12 maan-den |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18 °C.
11.6 Ontdooimethoden voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
→ Fig. 5
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat, maar de verdampingsschaal hoeft niet te worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 94.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 89
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de diepvrieswaren leggen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 89
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooijater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 87
- Het apparaat inschakelen. → Pagina 88
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren opnieuw plaatsen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen dient door de servicedienst te worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 89
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. → Pagina 94
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Reiniging en onderhoud
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 93
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 87
- Het apparaat inschakelen. → Pagina 88
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje. → Fig. 6
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen, ze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen ①, eruit trekken en verwijderen ② → Fig. 7
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 8
Groente- en fruitlade verwijderen
- De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ②
→ Fig. 9
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②
→ Fig. 10
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen door geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden vervangen door een speciaal snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat koelt nicht, in-dicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 97 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi-oneert nicht. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 89 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 88 - Als de temperatuur te hoog is, controlleren dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. - Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. • De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 94 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draaït, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
Op de website van uw apparaat vindt u in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5°C zijn, weggooien. - Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 89
- Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 88
- Binnen 10 seconden na het realiseren van de elektrische aansluiting >> gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestisch signaal klinkt. De apparaatzelftest start. Tijdens de apparaatzelftest klinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen klinken en super twee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen klinken en super gedurende 10 seconden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 89
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Verwijder alle levensmiddelen.
- Het apparaat ontdooien. → Pagina 92
- Het apparaat reinigen. → Pagina 93
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen, het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1/3
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1/3
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder
https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabase EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.