KIV86SFE - Huishoudelijke apparaten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KIV86SFE BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KIV86SFE BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Huishoudelijke apparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KIV86SFE - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KIV86SFE van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KIV86SFE BOSCH
1 Veiligheid 79
1.1 Algemene aanwijzingen 79
1.2 Bestemming van het apparaat 79
1.3 Inperking van de gebruikers .... 79
1.4 Veiliger transport 79
1.5 Veilige installment 80
1.6 Veilig gebruik 81
1.7 Beschadigd apparaat...... 83
2 Het voorkomen van materièle schade 85
3 Milieubescherming en besparing 85
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 85
3.2 Energie bespare 85
4 Opstellen en aansluiten 85
4.1 Leveringsomvang 85
4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 86
4.3 Apparaat monteren 86
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 86
4.5 Apparaat elektrisch aanslui- ten 87
5Uw apparatusl leren kennen. 87
5.1 Apparaat 87
5.2 Bedieningspaneel 87
6 Utrusting 87
6.1 Legplateau 87
6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar 87
6.3 Boter- en kaasvak 88
6.4 Deurrekken 88
6.5 Accessoires 88
7 De Bediening in essentie 88
7.1 Apparaat inschakelen 88
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 89
7.3 Machine uitschakelen 89
7.4 Temperatuur instellen 89
8Extra functies 89
8.1 Super-functie 89
9 Alarm. 89
9.1 Deuralarm 89
10 Koelvak. 90
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak.... 90
10.2 Koudezones in het koelvak.... 90
10.3 Sticker "OK" 90
11 Vriesvak 90
11.1 Invriescapaciteit 91
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 91
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 91
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 91
11.5 Houdbaarheid van de diep-vrieswaren bij -18 °C 92
11.6 Ontdooimethods voor diepvrieswaren 92
12 Ontdooien 92
12.1 Ontdooien in het koelvak. 92
12.2 Ontdooien in het vriesvak ...... 92
13 Reiniging en onderhoud 93
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 93
13.2 Apparaat schoonmaken..... 93
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen 94
13.4 Onderdelen eruit halen 94
14 Storingen verhelpen 95
14.1 Stroomuitval 97
14.2 Apparaatzelftestuitvoeren.....97
nl
15 Opslaan en afvoeren 97
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 97
15.2 Afvoeren van uw oude ap-. paraat 98
16 Servicedienst. 98
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 99
17 Technische gegevens 99

1 Veiligkeit
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
Sluit het apparaat in geval van transportschade nicht aan.
1.2 Bestemming van het apparatus
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
- om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
- voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
- tot een hoogte van 2000 m boven zeiniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8aar en door Personen met fysieke, sensorische of geestelijkke beperkin-gen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zich onder toezicht staan of+zijn geinstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de waaruit resulterende bevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen nicht met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoudogens Niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze Niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3aar enjonger dan 8aar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
Het apparatusniet alleen optillen.
1.5 Veilige installment
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installations zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gelegevens op het typeplaatje.
Het apparatusaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geinstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluten.
Het randaardesystem van de elektrische huisinstallatie要去 conform de elektrotechnische voorschriften zich geinstalleerd.
Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijsdschakelaar of besturing op afstand. - Wanner het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanner vrij teogang Niet möglich is, moet in de vast geplaatste elektrische installmentie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installmentevoorschriften worden ingebouwd.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer nicht worden aufgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING - Kans op explosie!
Wonneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij eenlek van het koude circuit een brandhaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing Niet af.
Het gebruik van een verlengd netsnoer en Niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
Wanner het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospecialzaak om de huisinstallatie aan te passen.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen können oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen nicht aan de achterkant van de apparatenplaatsen.
1.6 Veilig gezruik
WAARSCHUWING-Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
Stel het apparaat nooit bloot aan große hitte en vochtigheid. - Geen stoomreiniger of hagedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Kinderen konnen verpakkingsmaterial over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmaterialiaal UIT de buurt van kinderen houden.
Laat kinderen nicht met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen können keine onderdelen inademen of inslikken en hier-door stikken.
Kleine onderdelenuit de buurt van kinderen houden.
Kinderen nicht met keine onderdelen latenten spelen.
WAARSCHUWING-Kans op explosie!
Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant� aanbevolen.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare vrijfussen en explosieve stoffen kūn- nen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare vrijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat hunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING-Kans op letse!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank hunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigden.
WAARSCHUWING-Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICTIG - Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
-
Wonneer de deur langerearendword geopend,kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het appa- raat.
Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het Niet in contact kommt met andere levensmiddelen of op deze drupt. -
Wanner het koel-/vriesapparaat langereijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open lately, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kuren aluminium bevatten. Wanner zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kuren aluminiumionen overdragen maar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen nicht consumeren.
1.7 Beschadigd apparatus
WAARSCHUWING - Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaar-lijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wonneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Contact opnemen met de servicedienst. Pagina 98
Ondeskundige reparations zijn gevaarllijk.
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden verrangen door een special snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
WAARSCHUWING-Kans op brand!

Bij beschadiging van de leidingen können brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparatus.
nVeiligheid
- Ventileer de ruimte.
Het apparatusu uitschakelen. Pagina 89 - De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Neem contact op met de service-afdeling. Pagina 98
2 Het voorkomen van materièle schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunden kunststofdelen en deurafdichtingen pereus worden.
Houd kunststofdelen en deuraf-dichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kutnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en+kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort geschienen afvoeren.
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Stel het apparaat Niet bloot aan direct zonlicht.
-
Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
-
Houd 30mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
-
Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenformnuizen.
-
De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: Deplaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig.
- De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren.
Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Leg om de koude van de diep-vriesproducten te benutten,dezeter ontdooiing in het koelvak.
Laat.altijdwatruimte:tussendelevensmiddelen en deachterwand. - Ontdooi het vriesvak regelmatig.
4 Opstellen en aansluiten
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of once servicedienst Pagina 98 contact op.
De levering bestaat UIT:
Inbouw
nl Opstellen en aansluiten
- Ultrusting en accessoires1
Montagematerialiaal
Montagehandleiding - Gebruiksaanwijzing
Klantenservice overzicht
Garantiebijlage
Energielabel - Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstello-catie
Wanner het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1m^3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. Fig. 1/3
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 bedra-gen.
De ondergrond要去 stabel genoeg zich om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimteteperatuar
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/3
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| SN | 10 °C...32 °C |
| Klimaat-klasse | Toegestane ruimte-temperatuur |
| N | 16 °C...32 °C |
| ST | 16 °C...38 °C |
| T | 16 °C...43 °C |
Het apparatus is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanner u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kuren beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5^ wordenuitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling
Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150~mm aanhonden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand möglichk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiematerialial eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plankstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste koer reinigen. Pagina 93
4.5 Apparaat elektrisch aansluten
- De apparaatstekker van het aansluitsnoor aan het apparaat aansluiten.
- De netstekker van het aansluit-snoer van het apparatusat in een stopcontact in de omgeving van het apparatusat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. Fig. 1/3
- De netstekker op vastheid contro-leren.
Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparatusat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 90 |
| B | Vriesvak → Pagina 90 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 87 |
| 2 | Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar → Pagina 87 |
| 3 | Typeplaatje → Pagina 99 |
| 4 | Diepvrieslade → Pagina 94 |
| 5 | Boter- en kaasvak → Pagina 88 |
| 6 | Deurrek voor große flessen → Pagina 88 |
Opmerking: Verschillen:tussen uw apparaat en de afbeeldingen+zijn mo-gelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kutu alle functies van uw apparaat instellen en informatatie krijgen over de gebruikstoestand.
Fig. 2
| 1 | » stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 2 | super brandt wanneer de Super-functie ingeschakeld is. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
6 Utrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen maar wens te variëren,kest u het schap uitmelen en opeen andere positie weeerplaatsen. "Plateau verwijderen",Pagina 94
6.2 Fruit- en groentelade met vochtigheidsregelaar
Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Met de vochtigheidsregelaar kurz u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. Hierdoor kurz u vers fruit en verse groente langer bewaren als bij een conventionelle bewaarmethode.
Fig. 3
n1 Bediening
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kurz u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door het verschuiven van de vochtigheidsregelaar instellen:
Lage luchtvochtigheid bij overwe-gend bewaren van fruit, gemeng-de- of hoge belading.
Hoge luchtvochtigheid bij overwegenbewaren van groente of bij geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en een lage luchtvochtigkeit via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperatures van ca. 8^ tot 12^ , bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.3 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.4 Deurrekken
Om het deurrek maar behoefte te variërenkest u het deurrek er uit nemen en op een andere positie wee plaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 94
6.5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat�n afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen kunt u Kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
Fig. 4
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur latent invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doeon.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te make.
IJsblokjes make
Gebruik voor het make van ijsblokjesuitsluitend drinkwater.
- Vul de schaal voor ijsblokjes voor 3/4 met drinkwater enplaats deze in het diepvriesvak.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmakers. - Om de ijsblokjesschaal los te make n de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houlden.
7 De Bediening in essen-tie
7.1 Apparaat inschakelen
- on/off 3 sec. indrukken.
Opmerking: Wanner het apparaat erder via het bedieningspaneel werk uitgeschakeld, on / off 3 sec. 3 seconden ingedrukt honden.
Het apparatus begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen.
Pagina 89
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperaatur worden bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De behuizing rond het vriesvak worden tijdelijk Licht verwarmd. Dit voorkomtORMing van condenswater in de zone van de deurafdichting.
- Wanner u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblick tot de onderdruk worden gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
on/off3sec.indrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4^
"Sticker"OK"",Pagina 90
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen Pagina 89.
De koelvaktemperatuur beinvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functions
8.1 Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur voor het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2kg in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
"Invriescapaciteit",agina 91
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
Zo vaak op drukken tot super brandt.
Opmerking: Na ca. 48 yrs schakelt het apparaat over op de normale werkung.
Super-functie uitschakelen
- Op drukken.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat worden het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurdisplays knippen.
Na 10 minuten knippert de binnenverlichting.
Deuralarm uitschakelen
De apparatusatdeur sluiten of op drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2^ tot 8^ instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ooklicht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, deste langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt of afgedekt.
- Om de luchtcirculatie Niet te hinderen en het bevriezen van levens-middelen te vermiijden, de levens-middelen Niet direct gegen dechterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermeling houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is:tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas betert tot ontwikkeling en blijft de botersmeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK=kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4^ of kouder bereikt zich.
De sticker OK worden nicht bij alle modellen meegeleverd.
Wanner de sticker OK Niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instellen",
Pagina 89
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uw duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak(Intu deiepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes makeen.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen要去eien temperatuur van- 18^ oflager gebeuren.
Door het invriezen(Int) u bederfolijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de Kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. Fig. 1/
3
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 24OUR voor het inladen van verse levensmiddelen Super-function inschakelen.
"Super-functie inschakelen",
Pagina 89 - De levensmiddelen eerst in de bovenste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak=kunt doeon.
- Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 94
- De levensmiddelenrechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen lucht-dicht verpakt.
- Breng in te vriezen levensmiddelen Niet in aanraking met ingevroen levensmiddelen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de onderste diepvrieslade leggen.
Voor een goede luchtcircularatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensminderen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invri- zen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eerbare levensmiddelen.
Groente vór het invriezen wassen,
kleiner make en blancheren.
Fruit voor het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascombinezueroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, Kant-en-klaar-gerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmaterial en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- De lucht eruit drukken.
nl Ontdooien
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
| Product | Bewaartijd |
| Vis, worst, klaarge-maakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maan-den |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maan-den |
| Groente, fruit | Tot 12 maan-den |
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van -18^
11.6 Ontdooimethododes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien konnen bacteriën zich vermeideren en konnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniewinvriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opniew invriezen.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ont-dooien.
Levensmiddlesen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op dechterwand van het koelvak afhankelijk van de werkig waterdruppels of rijp. Dechterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Fig. 5
Het dooijwater loopt via de dooijwatergoot in het afvoergat maar de verdampingsschaal en hoeft nicht worden afgeveegd.
Neem de volgende informatatie in ache om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden:
"De dooiwatergoot en het afvoer-gat reinigen.", Pagina 94.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit nicht automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur vór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
"Super-functie inschakelen",
Pagina 89
De levensmiddelen bereiken hier-door heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur Bewaren.
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaatsbewaren.Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen.
- Het apparatus tuitschakelen. Pagina 89
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooijater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparatus at elektrisch aansluiten. Pagina 87
- Het apparaat inschakelen. Pagina 88
- De diepvrieslade met de diepvrieswaren opniewu plaatsen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werkken. De reiniging van ontogankelijkke plaatsen要去 door de servicediens worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst+kennenkoste verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- Het apparatus tuitschakelen. → Pagina 89
- Haal de stekker van het apparatusuit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koeleelementen op de levensmiddelen leggen. - Als een rijplaag voorhanden is, deze lately ontdooien.
- Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires UIT het apparaat. Pagina 94
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hopedruk-reiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk sein. - Het afwaswater mag nicht in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkommen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reingingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reingingsmiddelen gebruiken.
Wanner vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingschaal overstromen.
- Het sop mag nicht in het afvoergat komen.
nReiniging en onderhoud
Wanner u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen denen verrormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- Apparaat voorbereiden voor reining. Pagina 93
- Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutral af-wasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- De uitrustingsdelen plaatsen.
- Het apparatus at elektrisch aansluiten. Pagina 87
- Het apparaat inschakelen. Pagina 88
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Fig. 6
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanner u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen unde ze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optilien ① , er uit trekken en verwijderen ②
Fig. 7
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 8
Groente- en fruitlade verwijdermen
- De fruit- en groentelade tot de aan-slag uittrekken.
- Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op ① en verwijder deze ②
Fig. 9
Diepvrieslade verwijderen
- De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- De diepvrieslade vooraan optillen ① en eruit halen ②
Fig. 10
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kut u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparations zijn gevaarlijk.
- Alleen waaroor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaatuitvoeren.
- Er@mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoor van dit apparaat beschadigd raakt, dient dit te worden verwangen door een special snoer dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of de servicedienst.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat koelt nicht, in-dicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. • Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 97 • Na het verstreijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functi-oneert nicht. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. • Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bij-gevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 89 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 88 - Als de temperatuur te hoog is, controlleren dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. - Als de temperatuur te laag is, controlleren de tem-peratuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koel-vak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. • De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 94 |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draaït, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in-of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
n1 Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
| Apparaat producerert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ► Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ► Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindt.
Op once website van uw apparaat vindt in de technische gegevens debewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing.
Opmerkingen
- Het apparaatijdens een stroomuit val zo weinig möglichk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddelijk na de stroomuitval controleren.
Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5^ zich, wegooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opniew invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzeltest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 89
- Het apparaat na 5 minuten op-nieuw inschakelen. Pagina 88
- Binnen 10 seconden na het realizeren van de elektrische aansluiting gedurende 5 tot 7 seconden ingedrukt houden, tot een tweede akoestische signaal klinkt.
De apparaatzelftest start.
Tijdens de apparaatzeltest werk-klinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
^+ Als na het einde van de apparaat-zelftest 2 akoestische signalen werkklinken en super twee keer knippert, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
Als na het einde van de apparaat-zelftest 5 akoestische signalen klinken en super gedurende 10 se-. conden knippert, neem dan contact op met de service.
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparatusuitschakelen. Pagina 89
- Haal de stekker van het apparaatuit het stopcontact. De stekker van het netsnoeruit hetstopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Alle levensmiddelen verwijdenen.
- Het apparaat ontdooien. Pagina 92
- Het apparaat reinigen. Pagina 93
- Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend lately.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijk afvoer kuren waardevolle grondstoffen op-nieuw worden gezruikt.

WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen können zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar gereken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades Niet uit het apparaat nemen.
- Kinderenuit de buurt van een afgedankt apparaat houden.

WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kuren brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie nicht beschadigen.
- De stekker van het netsnoeruit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer doorknippen.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kurz u informatatie verkrijgen over de actuèle afvoermethoden.

Dit apparaat is geken- merkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlij geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele verrangende onderdelen die relevantঀn voor de werkinq in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kut u voor de duur van ten minste 10aar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij once servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de serviceddienst is in het kader van deplaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden Gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2aar in overeenstemming met de geldende plaatselijkke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doeen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijkrecht heeft.
Gedetailleerde informatatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land=kunt u opvragen bij once servicedienst, uw dealer of op once website.
Als u contact opneem met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgeevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicededienstlijst of op unsere website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Fig. 1/3
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te+kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→Fig. 1/3
Dit product bevat eenlichtbron van energieklasse E. Delichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en maguitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden verrangen.
Meer informatatie over uw model vindt u op het internet onder
https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst maar de officièle EU-productdatabasek EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken maar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op hetypeplaatje. Alternatifiek vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.