KG49NXWDF - Koelkast SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KG49NXWDF SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KG49NXWDF - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KG49NXWDF van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING KG49NXWDF SIEMENS
Inhoudsopgave 1 Veiligheid 89 1.1 Algemene aanwijzingen 89 1.2 Bestemming van het apparaat 89 1.3 Inperking van de gebruikers .... 89 1.4 Veiliger transport 89 1.5 Veilige installatie 90 1.6 Veilig gebruik 91 1.7 Beschadigd apparaat 93 2 Het voorkomen van materiële schade 95 3 Milieubescherming en besparing 95 3.1 Afvoeren van de verpakking .... 95 3.2 Energie besparen 95 4 Opstellen en aansluiten 96 4.1 Leveringsomvang 96 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 96 4.3 Apparaat monteren 96 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 97 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 97 5 Uw apparaat leren kennen 97 5.1 Apparaat 97 5.2 Bedieningspaneel 97 6 Uitrusting 98 6.1 Legplateau 98 6.2 Flessenrek 98 6.3 Bewaarlade 98 6.4 Groente- en fruitlade 98 6.5 Deurrekken 98 6.6 Accessoires 98 7 De Bediening in essentie 99 7.1 Apparaat inschakelen 99 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 99 7.3 Machine uitschakelen 99 7.4 Temperatuur instellen 99
8 Extra functies 99 8.1 Superkoelen 99 8.2 Automatisch Supervriezen 100 8.3 Handmatig Supervriezen 100 8.4 Vakantiemodus 100 8.5 Energiebesparingsmodus 101 8.6 Versmodus 101 8.7 Sabbat-modus 101 9 Alarm 102 9.1 Deuralarm 102 9.2 Temperatuuralarm 102 10 Koelvak 102 10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak 102 10.2 Koudezones in het koelvak .. 103 11 Vriesvak 103 11.1 Invriescapaciteit 103 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken 103 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak 103 11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 104 11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C 104 11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren 104 12 Ontdooien 105 12.1 Ontdooien in het vriesvak .... 105 13 Reiniging en onderhoud 105 13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 105 13.2 Apparaat schoonmaken 105 13.3 Onderdelen eruit halen 106
14 Storingen verhelpen 107 14.1 Stroomuitval 110 14.2 Apparaatzelftest uitvoeren.... 110 15 Opslaan en afvoeren 110 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 110 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat 111 16 Servicedienst 111 16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 112 17 Technische gegevens 112
1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan. Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken. ▶ Het apparaat niet alleen optillen. 89
1.5 Veilige installatie WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk. ▶ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▶ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. ▶ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. ▶ Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand. ▶ Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. ▶ Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd. Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan. ▶ Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk. ▶ Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken. ▶ Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
▶ Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen. Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden. ▶ Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. ▶ Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie! Door beschadiging van de koudemiddelkringloop kan brandbaar koudemiddel lekken en exploderen. ▶ Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen. ▶ Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen. ▶ Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand! Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders. ▶ Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel! Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten. ▶ Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren. Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. Het apparaat kan kantelen. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden! Onderdelen aan de achterkant van het apparaat worden tijdens het gebruik heet. ▶ Raak de hete onderdelen nooit aan. WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden! Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden. ▶ Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen. ▶ Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid! Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen. ▶ Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. ▶ Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. ▶ Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen. ▶ Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok! Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 111 Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. ▶ Ventileer de ruimte. ▶ Het apparaat uitschakelen. → Pagina 99 ▶ De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. ▶ Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 111
Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van materiële schade LET OP! Het kantelen van de apparaatwieltjes kan bij het verschuiven van het apparaat de vloer beschadigen. ▶ Het apparaat met een steekwagen transporteren. ▶ Bij het verschuiven van het apparaat een vloerbescherming gebruiken en niet zigzag bewegen. Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. ▶ Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen. Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. ▶ Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij. Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen. ▶ Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. ▶ De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie ¡ Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. ¡ Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen: – Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen. – Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen. ¡ Houd een kleine afstand tot de zijwand aan. ¡ De externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. Energie besparen bij het gebruik. Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat. ¡ Open het apparaat slechts kort en sluit het zorgvuldig. ¡ De binnenste ventilatieopeningen of de externe ventilatieopeningen nooit afdekken of blokkeren. ¡ Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat. ¡ Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ¡ Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak. ¡ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
nl Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten 4.1 Leveringsomvang Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering. Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 111 contact op. De levering bestaat uit: ¡ Vrijstaand apparaat ¡ Uitrusting en accessoires1 ¡ Montagehandleiding ¡ Gebruiksaanwijzing ¡ Klantenservice overzicht ¡ Garantiebijlage2 ¡ Energielabel ¡ Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie WAARSCHUWING Kans op explosie! Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan. ▶ Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m3 per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 120 bedragen.
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat. De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Klimaatklasse
SN N ST T Toegestane ruimtetemperatuur 10 °C…32 °C 16 °C…32 °C 16 °C…38 °C
16 °C…43 °C Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur. Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Over-and-Under- en Side-by-Sideopstelling Als u 2 koeltoestellen boven of naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de toestellen minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden. Voor bepaalde toestellen is een opstelling zonder minimumafstand mogelijk. Neem hiervoor contact op met uw dealer of keukeninstallateur.
4.3 Apparaat monteren ▶ Het apparaat conform meegelever-
de montagehandleiding monteren.
Uw apparaat leren kennen
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 1. Haal het informatiemateriaal er uit. 2. Verwijder de beschermfolie en
transportborgingen, bijv. plakstrips en karton. 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 105
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten 1. De netstekker van het aansluit-
snoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken. De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 2. De netstekker op vastheid controleren. a Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Stelvoet Bedieningspaneel → Pagina 97 Deurrek voor grote flessen → Pagina 98
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. → Fig. 2
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat. → Fig. 1
Typeplaatje → Pagina 112
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5 Uw apparaat leren kennen
Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. (koelvak) schakelt Superkoelen in of uit. schakelt de energiebesparingsmodus in of uit. schakelt de vakantiemodus in of uit. schakelt het apparaat in of uit. Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C. (vriesvak) schakelt Supervriezen in of uit. schakelt de Fris-modus in of uit. schakelt het waarschuwingssignaal uit.
Bewaarlade → Pagina 98 Groente- en fruitlade → Pagina 98 97
6 Uitrusting De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 106
6.2 Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessenrek. Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten. → "Plateau verwijderen", Pagina 106
6.3 Bewaarlade In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden. Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. → Pagina 99 Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.4 Groente- en fruitlade Bewaar vers fruit en groente verpakt in de fruit- en groentelade. Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt. Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen. Verwijder het condenswater met een droge doek. 98
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.5 Deurrekken Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Deurrek verwijderen", Pagina 106
6.6 Accessoires Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau Bewaar eieren veilig op het eierplateau. Flessenrek Bewaar flessen veilig op het flessenrek. → Fig. 3 IJsblokjesschaal Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken. IJsblokjes maken Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater. 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor ¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak. Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
Bediening 2. Om de ijsblokjesschaal los te ma-
ken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden. Bediening
7 De Bediening in essentie Bediening
7.1 Apparaat inschakelen 1. Het apparaat elektrisch aansluiten.
→ Pagina 97 Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 seconden ingedrukt houden. a Het apparaat begint te koelen. a Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is. 2. Het waarschuwingssignaal met uitschakelen. a gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. 3. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 99
7.2 Opmerkingen bij het gebruik ¡ Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. ¡ De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
¡ Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen ▶
3 Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen Koelvaktemperatuur instellen ▶ Op de gewenste temperatuur drukken. De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C. Vriesvaktemperatuur instellen ▶ Op de gewenste temperatuur drukken. De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.
8 Extra functies 8.1 Superkoelen Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk. Schakel Superkoelen vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen in. Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen ▶ Druk op (koelvak). a (koelvak) brandt. Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen ▶ Druk op (koelvak).
8.2 Automatisch Supervriezen Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in als u verse levensmiddelen van rechts beginnend in de onderste diepvrieslade legt. Het automatische Supervriezen is affabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan. Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen activeren ▶ (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden. a Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd. Automatisch Supervriezen deactiveren ▶ (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden. a Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd. Automatisch Supervriezen annuleren ▶ Druk op (vriesvak).
8.3 Handmatig Supervriezen Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk. Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen. → "Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 103 Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen ▶ Druk op (vriesvak). a (vriesvak) brandt. Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen ▶ Druk op (vriesvak).
8.4 Vakantiemodus Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven. ▶ Bij een ingeschakelde vakantiemodus geen levensmiddelen in het koelvak bewaren.
Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om. Koelvak Vriesvak
14 °C Temperatuur ongewijzigd
Vakantiemodus inschakelen ▶ Druk op . a brandt. Vakantiemodus uitschakelen ▶ indrukken.
8.5 Energiebesparingsmodus Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de energiebesparende werking om. Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om. Koelvak Vriesvak
−16 °C Energiebesparingsmodus inschakelen ▶ Druk op . a brandt. Energiebesparingsmodus uitschakelen ▶ indrukken.
8.6 Versmodus Om de levensmiddelen langer vers te houden kunt u de verskoelmodus van het apparaat inschakelen. Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om. Koelvak Vriesvak
2 °C Temperatuur ongewijzigd
Versmodus inschakelen ▶ indrukken. a is verlicht. Versmodus uitschakelen ▶ indrukken.
8.7 Sabbat-modus Opdat u het apparaat ook op sabbat kunt gebruiken, schakelt de Sabbatmodus alle niet absoluut benodigde functies uit. Tijdens de Sabbat-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld: ¡ Superkoelen ¡ Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen ¡ Alarm ¡ Binnenverlichting ¡ Akoestische signalen ¡ Meldingen op het bedieningspaneel Opmerking: Tijdens de Sabbat-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. brandt met gereduceerde helderheid.
Sabbat-modus inschakelen ▶ 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt. a brandt. Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Sabbat-modus uitschakelen ▶ 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
9 Alarm 9.1 Deuralarm Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld. Er klinkt een waarschuwingssignaal, knippert, en het temperatuurdisplay van het betreffende vak knippert.
Deuralarm uitschakelen ▶ De apparaatdeur sluiten of op drukken. a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd. Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en knipperen. VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen: ¡ Het apparaat wordt in gebruik genomen. Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
¡ Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen. ¡ De deur van het vriesvak is te lang geopend. Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen ▶ indrukken. a Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren. De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar. Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak ¡ Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen. ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt. ¡ Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen. ¡ Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
¡ Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau. Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees. Warmste zone De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Vriesvak In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken. De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar. Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren. Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren. Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5
Voorwaarden voor invriesvermogen 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen. → "Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 100 2. De levensmiddelen eerst van rechts beginnend in de onderste diepvrieslade leggen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen. 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 106 2. De levensmiddelen rechtstreeks op de plateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak ¡ Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt. ¡ Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. ¡ De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen. ¡ Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de onderste diepvriesladen leggen. 103
¡ Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ¡ Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen. ¡ Levensmiddelen per portie invriezen. ¡ Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen. ¡ Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren. ¡ Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen. ¡ Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten. ¡ Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand. 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. De lucht eruit drukken. 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen. 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien. 104
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C Product Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket Gevogelte, vlees Groente, fruit
Bewaartijd Tot 6 maanden Tot 8 maanden Tot 12 maanden
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren VOORZICHTIG Kans op gevaar voor de gezondheid! Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven. ▶ Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. ▶ Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen. ▶ De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. ¡ Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark. ¡ Brood bij kamertemperatuur ontdooien. ¡ Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op het fornuis bereiden.
12 Ontdooien 12.1 Ontdooien in het vriesvak Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 99 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen. 4. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. → Pagina 106
13.2 Apparaat schoonmaken WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de interne ventilatie-openingen kan gevaarlijk zijn. ▶ Het afwaswater mag niet in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen terechtkomen. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen. ▶ Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken. ▶ Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. ▶ Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren. ▶ Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen. 1. Apparaat voorbereiden voor reini-
ging. → Pagina 105 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen,
de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen. De uitrustingsdelen plaatsen. Het apparaat elektrisch aansluiten. → Pagina 97 Doe de levensmiddelen in het apparaat. 105
nl Reiniging en onderhoud
13.3 Onderdelen eruit halen Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen ▶ Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen . → Fig. 4 Deurrek verwijderen ▶ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen. → Fig. 5 Bewaarlade verwijderen 1. De lade tot de aanslag eruit trekken. 2. Til de bewaarlade aan de voorkant op en verwijder deze . → Fig. 6 Groente- en fruitlade verwijderen 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken. 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze . → Fig. 7 Diepvrieslade verwijderen 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken. 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen . → Fig. 8 Ladefront verwijderen U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
▶ Druk de klikhaken aan de zijkant
van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade . → Fig. 9
14 Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Storing Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.
Oorzaak en probleemoplossing Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 99 2. Wacht 2 minuten. 3. Schakel het apparaat weer in. → Pagina 99 4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend (koelvak) ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken. 5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functioneert niet.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Zijpanelen van het ap- Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijparaat zijn warm. dens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Er klinkt een waarDeur van het koelvak is open. schuwingssignaal, het ▶ Sluit de deur van het koelvak. temperatuurdisplay (koelvak) en knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld.
nl Storingen verhelpen
Storing Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld. Temperatuurdisplays en branden.
Oorzaak en probleemoplossing Vriesvakdeur is open. ▶ Sluit de vriesvakdeur.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en knipperen. Temperatuuralarm is ingeschakeld.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Druk op . a Schakel het alarm uit. Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▶ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer.
De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem. Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 99 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 99 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 99 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Er is een sensor defect. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▶ Overschrijd het vriesvermogen niet. → "Invriescapaciteit", Pagina 103
Storing Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater.
Oorzaak en probleemoplossing De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat. 1. Neem het water af met een zachte, droge doek. 2. Open het apparaat zo kort mogelijk. 3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten.
In de fruit- en groentelade verzamelt zich vaak veel condenswater.
Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswater. 1. De fruit- en groentelade verwijderen. → Pagina 106 2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid inzetten . → Fig. 10
Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden.
Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen inof uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. Het apparaat staat niet waterpas. ▶ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten.
Apparaat produceert geluiden.
Apparaat is niet vrijstaand. ▶ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
nl Opslaan en afvoeren
14.1 Stroomuitval Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert. Op onze website van uw apparaat vindt in de technische gegevens de bewaartijd van de diepvriesproducten in geval van een storing. Opmerkingen ¡ Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen. ¡ De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren. – Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien. – Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen. 1. Het apparaat uitschakelen. → Pagina 99 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Het apparaat na 5 minuten opnieuw elektrisch aansluiten. → Pagina 97 4. Houd één minuut na de elektrische aansluiting (koelvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt, totdat het tweede akoestische signaal klinkt. 110
a De apparaatzelftest start. a Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. a Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.
15 Opslaan en afvoeren 15.1 Apparaat buiten gebruik stellen 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 99 2. Haal de stekker van het apparaat
uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen. 3. Alle levensmiddelen verwijderen. 4. Het apparaat reinigen. → Pagina 105 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt. WAARSCHUWING Kans op gevaar voor de gezondheid! Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. ▶ Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen. ▶ Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden. WAARSCHUWING Kans op brand! Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken. ▶ De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk
af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 111
nl Technische gegevens
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. → Fig. 1 / 5 Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje. → Fig. 1 / 5 Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder https://eprel.ec.europa.eu/1. Dit webadres verwijst naar de officiële EUproductdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
Notice-Facile