AHB531E1LW - Vriezer AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AHB531E1LW AEG in PDF-formaat.

Page 2
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AEG

Model : AHB531E1LW

Categorie : Vriezer

Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AHB531E1LW - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AHB531E1LW van het merk AEG.

GEBRUIKSAANWIJZING AHB531E1LW AEG

INHOUDSOPGAVE 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE 2 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN4 3. MONTAGE 6 4. ALGEMEEN OVERZICHT 8 5. BEDIENINGSPANEEL 9 6. VOOR HET EERSTE GEBRUIK 9 7. DAGELIJKS GEBRUIK10 8. AANWIJZINGEN EN TIPS11 9. ONDERHOUD EN REINIGING11 10. PROBLEEMOPLOSSING13 11. TECHNISCHE GEGEVENS 15

VOOR PERFECTE RESULTATEN Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven gemakkelijker helpen maken met functies die gewone apparaten wellicht niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er optimaal van kunt profiteren. Ga naar onze website voor:

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie: www.aeg.com/webselfservice Registreer uw product voor een betere service: www.registeraeg.com Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat: www.aeg.com/shop

KLANTENSERVICE Gebruik altijd originele onderdelen. Als u contact opneemt met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens bij de hand hebt: model, productnummer, serienummer. Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje. Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatie Wijzigingen voorbehouden.

VEILIGHEIDSINFORMATIE Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die

voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.

1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen •

Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen. Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden. Laat kinderen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren. Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijder ze op gepaste wijze.

1.2 Algemene veiligheid •

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en soortgelijke toepassingen, zoals: – Boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen – Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en andere woonomgevingen WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen. WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen,

behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. WAARSCHUWING: Let op dat u het koelcircuit niet beschadigt. WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de koelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen. Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te reinigen. Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen. Bewaar geen explosieve substanties zoals spuitbussen met drijfgas in dit apparaat. Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 2.1 Installatie WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren. • Verwijder alle verpakkingsmaterialen. • Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat. • Volg de installatie-instructies op die zijn meegeleverd met het apparaat. • Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. • Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kan circuleren. • Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Hierdoor kan de olie terug in de compressor stromen.

• Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur). • Installeer het apparaat niet in de nabijheid van radiatoren, fornuizen, ovens of kookplaten. • Stel het apparaat niet bloot aan regen. • Installeer het apparaat niet op een plaats met direct zonlicht. • Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn. • Til de voorkant van het apparaat op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen.

2.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.

NEDERLANDS WAARSCHUWING! Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd. WAARSCHUWING! Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren. • Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. • Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom. • Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. • Zorg dat u de elektrische onderdelen (hoofdstekker, kabel, compressor) niet beschadigt. Neem contact met de erkende servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen. • De stroomkabel moet lager blijven dan het niveau van de stopcontact. • Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is. • Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.

2.3 Gebruik WAARSCHUWING! Gevaar op letsel, brandwonden of elektrische schokken. Het apparaat bevat ontvlambaar gas, isobutaan (R600a), een aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt. • De specificatie van dit apparaat niet wijzigen. • Plaats geen elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) in het apparaat tenzij uitdrukkelijk geschikt verklaard door de fabrikant.

• Als er schade aan het koelcircuit optreedt, zorg er dan voor dat er zich geen vlammen en andere ontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Lucht de ruimte indien dit gebeurt. • Zet geen hete items op de kunststofonderdelen van het apparaat. • Plaats geen koolzuurhoudende dranken in het vriesvak. Dit zal extra druk in de drankfles veroorzaken. • Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat. • Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. • Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet. • Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtige handen items uit het vriesvak verwijderd of aanraakt. • Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuw in. • Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking. • Wikkel het voedsel in eender welk contactmateriaal voor voedsel alvorens het in het vriesvak te plaatsen.

2.4 Binnenverlichting WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken. • De soort lamp die in dit apparaat gebruikt wordt, is uitsluitend geschikt voor huishoudelijke apparaten. Gebruik het niet voor de verlichting in huis.

2.5 Onderhoud en reiniging WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat. • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. • Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen. Enkel bevoegde

personen mogen de eenheid onderhouden en herladen. • Controleer regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig het indien nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen.

2.6 Service • Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. • Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

• Haal de stekker uit het stopcontact. • Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg. • Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat. • Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk. • Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat. • Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.

3. MONTAGE WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

3.1 Positionering Het apparaat moet geïnstalleerd worden op een droge, goed geventileerde plaats binnen waar de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse die vermeld is op het typeplaatje van het apparaat: Klimaat- Omgevingstemperatuur klasse SN

+16°C tot + 43°C Bij bepaalde modeltypes kunnen er functionele problemen ontstaan als deze temperaturen niet worden gerespecteerd. De juiste werking van het apparaat kan enkel gegarandeerd worden als het opgegeven temperatuurbereik wordt gerespecteerd.

3.2 Locatie Het apparaat moet goed worden geïnstalleerd uit de buurt van warmtebronnen, zoals radiatoren, boilers, direct zonlicht, enz. • Plaats het apparaat horizontaal op een stevige ondergrond. • Zorg ervoor dat het apparaat waterpas staat en op alle vier de voeten staat. Deze stand kan bereikt worden met de twee afstelbare voetjes die aan de voorkant en onderkant van het apparaat bevestigd zijn. • Plaats het apparaat niet onder overhangende wandunits om de beste prestaties te bereiken. • Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht vrij kan circuleren.

NEDERLANDS Aanbevolen speling rond het apparaat:

2. Plaats de handgreep in positie volgens de afbeelding. Gebruik een Philips-schroevendraaier om de handgreepbasis aan het deksel te bevestigen.

min. 80 cm min. 40 cm

De stekker moet na de installatie toegankelijk zijn.

3.3 Elektrische aansluiting • Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis. • Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoerstekker is voorzien van een contact voor dit doel. Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien. • De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. • Dit apparaat voldoet aan de EEG richtlijnen.

3. Haal de handgreepcover uit de plastic zak. Druk die naar de voorzijde van de handgreepbasis. Zorg ervoor dat de bevestigingen van de handgreepcover uitgelijnd zijn met de montagegaten van de handgreepbasis.

3.4 Installatiegids handgreep Niet van toepassing op model AHB410E1AW. 1. Haal de handgreepbasis en 4 schroeven uit de plastic zak.

Open en sluit het deksel meerdere malen om er zeker van te zijn dat de handgreep goed vastzit.

4. ALGEMEEN OVERZICHT 4.1 Beschrijving van het apparaat 1

het feit dat de temperatuur in het apparaat afhankelijk is van: • kamertemperatuur • hoe vaak het deksel wordt geopend • de hoeveelheid voedsel die wordt bewaard • de plaats van het apparaat.

5.4 SUPER -functie De SUPER-functie versnelt het invriezen van vers voedsel en beschermt tegelijkertijd voedsel dat reeds is geconserveerd tegen ongewenste opwarming.

1 Indicatielampje temperatuur 2 Toets om de temperatuur in te stellen 3 Toets om de temperatuur in te stellen + 4 SUPER toets

5.2 AAN/UIT schakelen 1. Steek de stekker in het stopcontact om het apparaat in te schakelen. 2. Haal de stekker uit het stopcontact om het apparaat uit te schakelen.

5.3 Temperatuurregeling U kunt een temperatuur tussen de -14°C en -22°C instellen. We raden u aan de temperatuur in te stellen op -18 °C. Op deze temperatuur wordt het voedsel goed ingevroren en geconserveerd. Om de temperatuur in te stellen: Druk op de knop "+" of "-” om de gewenste temperatuur in te stellen. De exacte instelling moet echter gekozen worden rekening houdend met

1. Druk op toets SUPER om de functie in te schakelen. Het "SF"-bericht knippert gedurende 5 seconden op het scherm en de functie wordt geactiveerd. 2. Om de functie SUPER te stoppen, drukt u nogmaals op de knop SUPER. De SUPER-functie stopt automatisch na 52 uur en dan gaat de temperatuur terug naar de vorige instelling.

5.5 Vergendelmodus Voor het vergrendelen/ontgrendelen van de knoppen, drukt u tegelijkertijd op “+” en “-” gedurende 3 seconden.

5.6 Alarm bij hoge temperatuur Wanneer de temperatuur continu hoger is dan -8°C, klinkt er een hoorbaar alarm en verschijnt het "HT"-symbool op het display. Om het alarm uit te schakelen, stelt u een lagere temperatuur in het apparaat in. Raadpleeg "Bedieningspaneel/ Temperatuurregeling".

6. VOOR HET EERSTE GEBRUIK WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

6.1 De binnenkant schoonmaken Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af.

6.2 Elektrische aansluiting Wanneer u het apparaat aansluit op de voeding of wanneer het na een stroomstoring aangaat, knipperen alle indicatielampjes eenmaal. Vervolgens keert het apparaat terug naar de vorige instelling.

LET OP! Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.

7. DAGELIJKS GEBRUIK WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

7.1 Vers voedsel invriezen Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en om diepvriesvoedsel langere tijd te bewaren. De maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur kan worden ingevroren wordt aangegeven op het typeplaatje (zie "Technische gegevens"). Start de SUPER-functie 24 uur voordat u voedsel in het apparaat plaatst. Het invriesproces duurt 24 uur: vries tijdens deze periode geen ander voedsel in.

7.2 Het bewaren van ingevroren voedsel Als u het apparaat voor het eerst of na een periode dat het niet gebruikt is inschakelt, dient u het apparaat minstens 24 uur op een hoge instelling te laten werken voordat u er producten in plaatst. U kunt het mandje verwijderen om meer opbergruimte te krijgen.

LET OP! In het geval van onbedoelde ontdooiing, bijvoorbeeld als de stroom langer is uitgevallen dan de duur die op de kaart met technische kenmerken onder "maximale bewaartijd bij stroomuitval" is vermeld, moet het ontdooide voedsel snel geconsumeerd worden of onmiddellijk bereid worden en dan weer worden ingevroren (nadat het afgekoeld is).

7.3 Ontdooien Diepgevroren of ingevroren voedsel kunt u, voordat het gebruikt wordt, in het koelkast of op kamertemperatuur laten ontdooien, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is. Kleine stukken kunnen zelfs rechtstreeks vanuit de vriezer gekookt worden: in dit geval duurt het koken langer.

8. AANWIJZINGEN EN TIPS WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

8.1 Tips voor het invriezen Om u te helpen om het beste van het invriesproces te maken, volgen hier een paar belangrijke tips: • De maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden, is vermeld op het typeplaatje.

Start de SUPER-functie 24 uur voordat u voedsel in het apparaat plaatst. Het invriesproces duurt 24 uur. Voeg gedurende deze periode niet meer in te vriezen voedsel toe. Vries alleen verse en grondig schoongemaakte levensmiddelen van uitstekende kwaliteit in. Bereid het voedsel in kleine porties voor, zo kan het snel en volledig worden ingevroren en zo kunt u later alleen die hoeveelheid laten ontdooien die u nodig heeft. Wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic en zorg ervoor dat de pakjes luchtdicht zijn. Leg vers, nog niet ingevroren voedsel niet tegen het al ingevroren voedsel, om te voorkomen dat dit laatste warm wordt. Mager voedsel kan beter worden ingevroren dan vet voedsel. Zout zorgt dat het voedsel minder lang in de vriezer goed blijft. Water bevriest, als dit rechtstreeks uit het vriesvak geconsumeerd wordt, kan het aan de huid vastvriezen.

• Het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kunt u zien hoe lang het al bewaard is.

8.2 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel Om de beste resultaten van dit apparaat te verkrijgen, dient u • verzeker u ervan dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de detailhandelaar werden opgeslagen; • zorg ervoor dat de ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van de winkel naar uw vriezer gebracht worden; • het deksel niet vaak te openen of langer open te laten dan strikt noodzakelijk • Als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het niet opnieuw worden ingevroren. • Bewaar het voedsel niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode.

8.3 Tips voor energiebesparing • Middelhoge temperatuurinstelling bewaart diepvriesproducten en bespaart energie. • Bevroren compartiment (vriezer): De interne configuratie van het apparaat zorgt voor het meest efficiënte energiegebruik. • Het deksel niet te vaak openen of langer open laten dan strikt noodzakelijk.

9. ONDERHOUD EN REINIGING WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

9.1 Reiniging LET OP! Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.

Gebruik geen schoonmaakmiddelen, schuurmiddelen, sterk geparfumeerde schoonmaakproducten of boenwas om de binnenkant van het apparaat schoon te maken Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken. Zorg ervoor dat u het koelsysteem niet beschadigt. 1. Schakel het apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel, wikkel het in een paar lagen krantenpapier en leg het op een koele plaats. 3. Maak het apparaat en toebehoren regelmatig schoon met warm water en neutrale zeep Maak de afsluiting van het deksel voorzichtig schoon 4. Maak het apparaat volledig droog 5. Steek de stekker in het stopcontact. 6. Schakel het apparaat in. 7. Stel de temperatuur in op MAX en sluit het deksel. Wacht twee of drie uur voordat u eerder verwijderd voedsel opnieuw in het apparaat plaatst. 8. Stel de temperatuur in op de gewenste instelling.

krantenpapier en leg het op een koele plaats. Verwijder de aftapplug uit de binnenkant van het apparaat. Laat het deksel open. Plaats een bak onder de buitenste aftapplug. Trek de buitenste aftapplug eruit.

7. Draai de aftapplug 180 graden om het aftapwater in de bak te laten stromen.

9.2 De vriezer ontdooien LET OP! Gebruik nooit scherpe metalen gereedschappen om rijp af te schrapen omdat u hiermee het apparaat kunt beschadigen. Gebruik geen mechanische hulpmiddelen of kunstgrepen om het ontdooiproces te versnellen. Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 10-15 mm bereikt heeft. 1. Schakel het apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel, wikkel het in een paar lagen

Zorg ervoor dat het water niet uit de bak komt. 8. Reinig het interieur en droog het grondig. 9. Schakel het apparaat in. 10. Stel de temperatuur in op een hogere instelling en sluit het deksel. Wacht twee of drie uur voordat u eerder verwijderd voedsel opnieuw in het apparaat plaatst. 11. Stel de temperatuur in op de gewenste instelling.

10. PROBLEEMOPLOSSING WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

10.1 Wat moet u doen als... Er kunnen geluiden optreden tijdens de werking van het apparaat (bijv. borrelen, zoemen, kraken of klikken). Dit is normaal. Probleem

Het apparaat werkt niet.

Het apparaat is uitgeschakeld.

Schakel het apparaat in.

De stekker zit niet goed in het stopcontact.

Controleer of de stekker van het apparaat correct in het stopcontact zit.

Er staat geen spanning op het stopcontact.

Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een gekwalificeerde elektricien.

Het apparaat is niet stevig en stabiel geplaatst.

Controleer of het apparaat stabiel staat. Raadpleeg het hoofdstuk "Installatie/Locatie".

Het apparaat maakt lawaai.

Het apparaat staat tegen de Verplaats het apparaat lichtmuur of andere voorwerpen. jes. Raadpleeg het hoofdstuk "Installatie/Locatie". Het symbool "E0" en de hui- Probleem met de temperadige temperatuur worden af- tuursensor. wisselend weergegeven.

Neem contact op met het erkende servicecentrum.

Het deksel sluit niet volledig. Het deksel wordt geblokkeerd door voedselverpakkingen.

Rangschik de pakketten op de juiste manier.

Er is te veel vorst in het apparaat.

Ontdooi het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging/ Ontdooien van het apparaat".

Het deksel gaat moeilijk open.

De pakking van het deksel is vuil of plakkerig.

Maak de pakking van het deksel schoon.

Het lampje werkt niet.

Neem contact op met het erkende servicecentrum om de led-lamp te vervangen.

De compressor werkt continu.

De temperatuur is fout ingesteld.

Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel/Temperatuurregeling".

Er zijn grote hoeveelheden voedsel tegelijk in de vriezer geplaatst.

Wacht een paar uur en controleer dan nogmaals de temperatuur.

De kamertemperatuur is te hoog.

Raadpleeg het klimaatklassendiagram op het typeplatje of het hoofdstuk "Installatie/Positionering".

Het voedsel dat in het appa- Laat voedsel afkoelen tot karaat werd geplaatst, was te mertemperatuur voordat u warm. het opslaat.

Er is te veel vorst en ijs.

Het deksel is niet goed gesloten.

Controleer of het deksel goed sluit en de pakkingen niet beschadigd of vuil zijn.

De functie SUPER is ingeschakeld.

Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel/SUPERwerking".

Het deksel is niet correct ge- Controleer of het deksel sloten of de pakking is vergoed sluit en de pakkingen vormd/vies. niet beschadigd of vuil zijn. De temperatuur is fout ingesteld.

Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel/Temperatuurregeling".

De compressor start niet on- Dit is normaal, er is geen middellijk na het drukken op storing. de SUPER of na het veranderen van de temperatuur.

De compressor start na enige tijd.

De temperatuur in het appa- De temperatuurknop is niet raat is te laag/hoog. goed ingesteld.

Stel een hogere/lagere temperatuur in.

Het deksel is niet goed gesloten.

Controleer of het deksel goed sluit en de pakkingen niet beschadigd of vuil zijn.

De temperatuur van het pro- Laat voedsel afkoelen tot kaduct is te hoog. mertemperatuur voordat u het opslaat. Er worden veel producten tegelijk bewaard.

Bewaar minder producten tegelijk.

De dikte van de rijp is meer dan 4-5 mm.

Ontdooi het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging/ Ontdooien van het apparaat".

Het deksel werd te vaak geopend.

Open het deksel alleen als het nodig is.

De functie SUPER is ingeschakeld.

Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel/SUPERwerking".

In te vriezen producten zijn te dicht bij elkaar geplaatst.

Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het apparaat is.

Het apparaat bevindt zich in de buurt van de warmtebron.

Raadpleeg het hoofdstuk "Installatie/Locatie".

Als het apparaat nog steeds niet naar behoren werkt na uitvoeren van de bovenstaande controles, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Geef het model en serienummer van uw apparaat op wanneer u contact opneemt met het erkende servicecentrum. Dit zal de ontvangen hulp versnellen.

11. TECHNISCHE GEGEVENS Maximale bewaartijd Frequentie bij stroomuitval

Maximale bewaartijd Frequentie bij stroomuitval

12. MILIEUBESCHERMING Recycleer de materialen met het

apparaten gemarkeerd met het symbool

symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi

niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.