KI2823FF0G - Combinatiekoelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KI2823FF0G NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Combikoelkast |
| Merk | NEFF |
| Model | KI2823FF0G |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (10 °C tot 43 °C) |
| Nisafmetingen (H x B x D) | Variabele hoogte (ca. 180 cm), Min. breedte 56 cm, Min. diepte 56 cm (aanbevolen 56 cm) |
| Maximaal gewicht | Tot 70 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz, wisselstroom |
| Temperatuurbereik koelgedeelte | 2 °C tot 8 °C (aanbevolen 4 °C) |
| Temperatuur vriesgedeelte | -18 °C of minder (afhankelijk van koelkastinstelling) |
| Superfunctie | Activeert intensieve koeling en vriezen gedurende ca. 36 uur |
| Ontdooien koelgedeelte | Automatisch (condenswater afgevoerd via gootje) |
| Ontdooien vriesgedeelte | Handmatig (aanbevolen voor ontdooien: Superfunctie 4 uur van tevoren inschakelen) |
| Reiniging | Lauw water en neutraal afwasmiddel; geen stoomreiniger gebruiken |
| Binnenverlichting | LED (niet vervangbaar door gebruiker) |
| Meegeleverde accessoires | Eierrekje, ijsblokjesbak, legplateaus, groente-/fruitlade, deurvakken |
| Kinderveiligheid | Deur van vriezer vergrendelbaar; kinderen jonger dan 8 jaar op afstand houden |
| Koelmiddel | Ontvlambaar (type en hoeveelheid op typeplaatje controleren) |
| Reserveonderdelen | Minimaal 10 jaar na marktintroductie beschikbaar |
| Garantie | Minimaal 2 jaar (fabrieksgarantie in EER) |
| Gebruiksaanwijzing | 112 pagina's, gratis te downloaden |
Veelgestelde vragen - KI2823FF0G NEFF
Gebruikersvragen over KI2823FF0G NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Combinatiekoelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KI2823FF0G - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KI2823FF0G van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING KI2823FF0G NEFF
Gebruiksaanwijzing
KI282..
1
2
3
4
5
6
7
Inhoudsopgave
Veiligheid 6
Algemene aanwijzingen 87
Doel van het apparaat.....87
Beperking van de gebruikers 87
Veilig transport 88
Veilige installatie 88
Veilig gebruik 89
Beschadigd apparaat 91
Het voorkomen van materiële schade 93
Afvoeren van de verpakking 93
Energie besparen 93
Opstellen en aansluiten 94
Leveringsomvang 94
Apparaat opstellen en aansluiten 94
Criteria voor de opstellocatie 95
Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden 95
Apparaat elektrisch aansluiten 95
Uw apparaat leren kennen 96
Apparaat 96
Bedieningselementen 96
Uitrusting. 96
Legplateau 96
Vriesvaklegplateau 96
Groente- en fruitlade. 96
Deurrekken 97
Accessoires 97
De Bediening in essentie 97
Apparaat inschakelen. 97
Opmerkingen bij het gebruik .... 97
Machine uitschakelen 97
Temperatuur instellen 97
Extra functies 98
Super-functie 98
Koelvak 98
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak..... 98
Koudezones in het koelvak. 98
Sticker "OK" 99
Vriesvak 99
Deur van het vriesvak. 99
Invriescapaciteit 99
Tips voor het inkopen van diepvrieskost 100
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak..... 100
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen 100
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C 101
Ontdooimethoden voor diepvrieswaren 101
Ontdooien 102
Ontdooien in het koelvak. 102
Ontdooien in het vriesvak 102
Reiniging en onderhoud 102
Apparaat voorbereiden voor reiniging. 102
Apparaat schoonmaken..... 103
De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. 103
Onderdelen eruit halen 103
Storingen verhelpen 105
Functiestoringen 105
Temperatuurprobleem 106
Geluiden 106
Geurtjes 107
Apparaatzelftest uitvoeren 108
nl
Opslaan en afvoeren 108
Apparaat buiten gebruik stellen... 108
Afvoeren van uw oude apparaat.. 108
Servicedienst. 109
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) 109
Houd de informatie omtrent veiligheid aan, zodat u het apparaat veilig kunt gebruiken.
Algemene aanwijzingen
Hier vindt u algemene informatie over deze gebruiksaanwijzing.
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het apparaat veilig en efficiënt gebruiken.
- Deze gebruiksaanwijzing is bestemd voor de gebruiker van het apparaat.
- Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in acht.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Controleer het apparaat na het uitpakken. Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
Bestemming van het apparaat
Om het apparaat veilig en op de juiste manier te gebruiken dient u de aanwijzingen over het beoogd gebruik in acht te nemen.
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
volgens deze gebruiksaanwijzing. - om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor ijsbereiding. - voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. - tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
Inperking van de gebruikers
Voorkom risico's voor kinderen en kwetsbare personen.
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/diepvriezer vullen en legen.
Veilig transport
Houd de veiligheidsaanwijzingen aan wanneer u het apparaat transporteert.
WAARSCHUWING - Gevaar voor letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
▸ Het apparaat niet alleen optillen.
Veilige installatie
Houd deze veiligheidsaanwijzingen in acht bij de installatie van het apparaat.
WAARSCHUWING - Gevaar voor een elektrische schok!
- Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
▸ Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje. ▸ Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten. ▸ Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd. Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd. Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
- Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen. Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
- Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst. Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
Veilig gebruik
Neem bij gebruik van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
WAARSCHUWING - Gevaar voor een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
Veiligheid
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING - Verstikkingsgevaar!
- Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
- Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden. Laat kinderen niet met kleine onderdelen spelen.
- Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant worden aanbevolen.
- Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING - Gevaar voor letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
- Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak zijn genomen.
- Voorkom dat de huid langdurig in contact komt met diepvrieswaren, ijs en de buizen in het vriesvak.
VOORZICHTIG - Gezondheidsrisico!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat. Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon. ▶ Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt. Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Beschadigd apparaat
Neem deze veiligheidsvoorschriften in acht als uw apparaat beschadigd is.
WAARSCHUWING - Gevaar voor een elektrische schok!
- Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
Veiligheid
- Nooit een apparaat met gescheurd of gebroken oppervlak gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de servicedienst. → Pagina 109
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen waarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontbranden.
Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat. Ventileer de ruimte. Schakel het apparaat uit. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Neem contact op met de service-afdeling.
Het voorkomen van materiële schade
Ter voorkoming van materiële schade aan het apparaat, de accessoires of keukenvoorwerpen dient u de aanwijzingen in acht te nemen.
LET OP!
- Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden. Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
- Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken. Niet op de plint, laden of deuren staan of leunen.
Milieubescherming en besparing
Bescherm het milieu door het apparaat op een hulpbronnenbesparende manier te gebruiken en herbruikbare materialen op de juiste manier af te voeren.
Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst.
Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht. - Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen.
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 30 cm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
- Het apparaat hoeft bij lagere omgevingsttemperaturen minder vaak te koelen.
Een nisdiepte van 560 mm gebruiken. - Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren. - Ventileer de ruimte dagelijks. - De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnappen, het apparaat warmt niet zo sterk op.
Het apparaat hoeft minder vaak te koelen.
Energie besparen bij het gebruik.
Houd deze aanwijzing aan wanneer u uw apparaat gebruikt.
Aanwijzing: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
Opstellen en aansluiten
- Ventilatieopeningen niet afdekken of blokkeren.
- De lucht aan de achterwand van het apparaat kan beter ontsnappen, het apparaat warmt niet zo sterk op.
- Open de ovendeur slechts kort.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
- De lucht in het apparaat warmt niet zo sterk op. Het apparaat hoeft minder vaak te koelen. Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand. Verpak de levensmiddelen luchtdicht.
- De lucht kan circuleren en de luchtvochtigheid blijft constant. Vriesvak regelmatig ontdooien.
- Een vorstvrij vriesvak is stroombesparend en koelt de diepvrieswaren optimaal. Deur van het vriesvak slechts kortstondig openen en zorgvuldig sluiten.
- Een gesloten deur van het vriesvak beschermt het vriesvak tegen sterke verijzing.
Opstellen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten contact op met uw dealer of onze servicedienst (zie pagina 109).
De levering bestaat uit:
Inbouw - uitrusting en accessoires, montagemateriaal, montagehandleiding, gebruiksaanwijzing, klantenserviceboekje, garantiebijlage, energielabel, productgegevensblad, informatie over energieverbruik en geluiden.
Apparaat opstellen en aansluiten
Voorwaarde: De leveringsomvang van het apparaat is gecontroleerd (zie pagina 94).
- Houd de criteria aan voor de opstellocatie van het apparaat (zie pagina 95).
- Het apparaat conform de meegeleverde montagehandleiding installeren.
- Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden (zie pagina 95).
- Het apparaat elektrisch aansluiten (zie pagina 95).
Criteria voor de opstellocatie
Houd deze aanwijzing aan wanneer u het apparaat plaatst.
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte die ten minste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koelmiddel. De hoeveelheid koelmiddel staat op het typeplaatje. → Afb. 1/3
Het gewicht van het apparaat kan, afhankelijk van het model, tot 70 kg bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1/3
| Klimaatklasse | Toegestane ruimtetemperatuur |
| SN | 10 °C...32 °C |
| N | 16 °C...32 °C |
| ST | 16 °C...38 °C |
| T | 16 °C...43 °C |
Het apparaat is volledig functioneel binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nisafmetingen
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de meubelnis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- Haal het informatiemateriaal eruit.
- Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 103
Apparaat elektrisch aansluiten
- De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje.
→ Afb. 1/3
- De netstekker op vastheid controleren. Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Uw apparaat leren kennen
Lees meer over de onderdelen van uw apparaat.
Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Afb. 1
| A | Vriesvak |
| B | Koelvak |
| 1 | Bedieningselementen |
| 2 | Groente- en fruitlade → Pagina 96 |
| 3 | Typeplaatje |
| 4 | Deurrek voor große flessen |
Aanwijzing: verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Afb. 2
| 1 | > stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 2 | Super brandt wanneer de Super-function ingeschakeld is. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 4 | ① schakelt het apparaat in ofuit. |
Uitrusting
Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt.
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Plateau verwijderen", Pagina 103
Vriesvaklegplateau
Om het vriesvaklegplateau naar wens te variëren, het vriesvaklegplateau verwijderen.
→ "Vriesvaklegplateau verwijderen", Pagina 103
De draaglijsten op een andere plaats opnieuw inbouwen en de glasplaat inzetten.
Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Verwijder het condenswater met een droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8°C tot 12°C.
Om het deurrek naar behoefte te variëren, deze eruit nemen en op een andere positie weerplaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 104
Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn speciaal op uw apparaat afgestemd. Hier krijgt u een overzicht van de accessoires behorende bij uw apparaat en de manier waarop ze worden gebruikt.
De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierplateau.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
- De ijsblokjesschaal voor 3/4 met water vullen en in het vriesvak plaatsen.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- Om de ijsblokjesschaal los te maken, de ijsblokjesschaal iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
De bediening in essentie
Hier wordt de bediening van het apparaat in essentie beschreven.
Apparaat inschakelen
- ① indrukken. Het apparaat begint te koelen.
- De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 97
Opmerkingen bij het gebruik
- Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, wordt de ingestelde temperatuur pas na enkele uren bereikt. Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt.
Machine uitschakelen
① indrukken. Het apparaat koelt niet meer.
Temperatuur instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, kunt u de temperatuur instellen.
Koelvaktemperatuur instellen
Zo vaak op > drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 97.
Extra functies
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.
Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker. Hierdoor koelen en bevriezen levensmiddelen snel tot in de kern. Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur voor het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie. → "Invriescapaciteit", Pagina 99
Aanwijzing: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
Zo vaak op > drukken tot Super brandt.
Aanwijzing: Na ca. 36 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
indrukken.
Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en gebak bewaren. De temperatuur in het koelvak kunt u van 2°C tot 8°C instellen.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4°C → "Sticker "OK"", Pagina 99. Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Volg de tips op bij het bewaren van levensmiddelen in uw koelvak.
- Om ervoor te zorgen dat de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen langer behouden blijven, uitsluitend verse en ongeschonden levensmiddelen bewaren. Bij kant-en-klaar-producten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum niet overschrijden.
- Om aroma, kleur en versheid te behouden of smaakoverdracht en verkleuringen van de kunststofdelen te vermijden, levensmiddelen goed verpakt of afgedekt bewaren.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, voordat u deze in het koelvak plaatst.
Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in het koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar gevoelige levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt worden.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 97
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet gebeuren bij een temperatuur van -18°C of lager.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederf.
De tijd die nodig is om verse levensmiddelen volledig diep te vriezen is afhankelijk van verschillende factoren:
Ingestelde temperatuur, levensmiddel (grootte en soort), bewaarde hoeveelheid, reeds bewaarde hoeveelheid levensmiddelen.
Deur van het vriesvak
Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.
Aan de greepstand van de deur van het vriesvak herkent u of het vriesvak juist is gesloten.
Aanwijzing: Als u de deur van het vriesvak sluit, klikt deze hoorbaar vast.

Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Afb. 1/

Voorwaarden voor invriesvermogen
- Ca. 6 uur voor het inladen van verse levensmiddelen Super-functie inschakelen. → "Super-functie inschakelen", Pagina 98
- Het vriesvaklegplateau in de middelste positie brengen.
- Grotere hoeveelheden verse levensmiddelen onderaan in de buurt van de achterwand bewaren. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
Tips voor het inkopen van diepvrieskost
Neem de tips in acht als u diepvrieskost inkoopt.
Op onbeschadigde verpakking letten. Op de houdbaarheidsdatum letten. - De temperatuur in de supermarkt-vriezer moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesketen niet onderbreken. Diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Neem de tips in acht als u levensmiddelen in het vriesvak inruimt.
- Verdeel de levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak. Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen. Verander indien nodig diepgevroren levensmiddelen van positie in het vriesvak.
Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Neem de tips in acht als u verse levensmiddelen invriest.
Bevries alleen verse en onberispelijke levensmiddelen. Voor het verbruik gekookte, gebraden of gebakken levensmiddelen zijn geschikter dan rauw te eten levensmiddelen. - Om voedingswaarde, aroma en kleur te behouden, moet u bepaalde levensmiddelen voorbereiden om in te vriezen.
- Groente: wassen, kleiner maken, blancheren.
- Fruit: wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Meer aanwijzingen vindt u in de desbetreffende literatuur.
Over het invriezen van geschikte levensmiddelen
Brood en banket Vis en zeevruchten Vlees Wild en gevogelte Groente, fruit en kruiden Eieren zonder schaal Melkproducten, bijv. kaas, boter en kwark Bereide gerechten en kliekjes, zoals soep, stoofschotels, klaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes
Over het invriezen van ongeschikte levensmiddelen
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes - Ongepelde of hardgekookte eieren Wijndruiven/duiven Hele appels, peren en perziken
Yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise
Diepvrieswaren verpakken
Als u geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking kiest, kunt u de productkwaliteit in hoge mate behouden en vriesbrand vermijden.
- De levensmiddelen in de verpakking leggen.
Geschikte verpakking:
Kunststoffolie van polyethyleen - Buisfolie van polyethyleen Diepvrieszakjes van polyethyleen Diepvriesdozen
Niet geschikt als verpakking:
- (in)pakpapier
- Permanentpapier
- Cellofaan Aluminiumfolie
- Vuilniszakken en gebruikte plastic zakken
- De lucht eruit drukken.
- De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij -18 °C
Neem de bewaartijden in acht als u levensmiddelen invriest.
| Levensmittel | Bewaartijd |
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en ban-ket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Levensmittel | Bewaartijd |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Ontdooimethoden voor diepvrieswaren
Om de productkwaliteit zo goed mogelijk te behouden, de ontdooimethode aan levensmiddel en gebruiksdoel aanpassen.
VOORZICHTIG Gezondheidsrisico!
Bij het ontdooien kan er bacterievorming optreden en kunnen de diepvrieswaren bederven.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. - Het voedsel pas na het koken of braden opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
| Ontdooimethode | Levensmittel |
| Koelvak | Dierlijke levensmidde- len, zoals vis, vlees, kaas, kwark |
| Omgevingstempe- ratuur | Brood |
| Magnetron | Levensmiddelen voor di- recte consumptie of di- recte toebereiding |
| Oven of fornuis | Levensmiddelen voor di- recte consumptie of di- recte toebereiding |
Ontdooien
Houdt u de informatie aan, wanneer u uw apparaat wilt ontdooien.
Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Dooiwater of rijp loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet te worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming worden vermeden:
→ "De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.", Pagina 103.
Ontdooien in het vriesvak
Omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien, ontdooit het vriesvak niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 98
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu's, indien voorhanden, op de diepvrieswaren leggen.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 97
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Om het ontdooien te versnellen, een pan met heet water op een onderzetter in het vriesvak zetten.
- Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Het apparaat inschakelen. → Pagina 97
- De diepvrieswaren inladen. → Pagina 100
Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen dient door de servicedienst te worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
Apparaat voorbereiden voor reiniging
Informatie over de wijze waarop u uw apparaat voorbereidt voor reiniging
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 97
- Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Haal alle levensmiddelen uit het apparaat en bewaar deze op een koele plek. Indien beschikbaar, koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- Als er een rijplaag aanwezig is, deze laten ontdooien.
- Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 103
Apparaat schoonmaken
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat het niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte schoonmaakmiddelen beschadigd raakt.
WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. - Geen stoomreiniger of hoge-drukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Vloeistof in de verlichting kan gevaarlijk zijn. - Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
LET OP!
- Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
Reinig nooit plateaus en houders in de vaatwasser.
- Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 102
- Het apparaat, de uitrustingsdelen en de deurafdichting met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- Plaats de uitrustingsdelen in het apparaat.
- Het apparaat elektrisch aansluiten.
- Het apparaat inschakelen.
- Doe de levensmiddelen in het apparaat.
De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan wegopen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen, het apparaat uit.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
Vriesvaklegplateau verwijderen
- De glasplaat vooraan optillen ① en eruit nemen ②
→ Afb.
- De draaglijsten verwijderen.
→ Afb. ⑤
nl Reiniging en onderhoud
Deurrek verwijderen
▸ Het deurrek omhoog tillen en verwijderen → Afb. 6
Groente- en fruitlade verwijderen
- De lade tot de aanslag eruit trekken.
- De lade vooraan optillen ① en eruit halen ②
→ Afb. 7
Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING
Gevaar voor een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Functiestoringen
| Storing | Oorzaak | Verhulpen van storingen |
| Apparaat werkt nicht. Er brandt geen enkele indi-catie. | De stekker zit nicht goed in het stopcontact. | Sluit de stekker aan. |
| Dezekering is geactiveerd. | Controler dezekeringen. | |
| De stroom is uitgevallen. | 1. Controler of er stroom is. 2. Koude-accu's, indien voorhanden, op de dievrieswaren leggen. | |
| Apparaat koelt nicht, indi-c ties en verlichting branden. | Het presentatielicht is inge-schakeld. | Voer de apparaatzelftest uit. → Page 108 ✓ Na het verz讲究en van de apparaat-zelftest gaat het apparaat weever op normale werkung. |
| LED-verlichting functioneert nicht. Kapje van de lamp nicht ver-wijderen. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. | Neem contact op met de klanten-service. → "Servicedienst", Page 109 |
| De koelmachine schakelt va- ker en langer in. | Apparaatdeur ward vaak ge-opend. | Open de apparaatdeur nicht onn-diig. |
| De ventilatieopengingen+zijn afgedekt. | Verwijder blokkades voor de venti-latie-opingen | |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het af- voergat is verstopt. | De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.→ Page 103 |
Temperatuurprobleem
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn möglichk. | 1. Schakel het apparaat UIT. → Pagina 97 |
| 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minu-ten opnieuw in. → Pagina 97 | ||
| - Als de temperatuur te hoog is, controllerer dan de tempe-ratuur na eenaar uurol op-nieuw. | ||
| - Als de temperatuur te laag is, controllerer de temperatuur dan de volgende dag op-nieuw. |
Geluiden
| Storing | Oorzaak | Verhelpen van storingen |
| Apparaat bromt. | Geen storing. Een motor draaait, bijv. koelaggregaat, ventilator. | Geen handledering vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat borrelt, zoemt of gorgelt. | Geen storing. Er stroomt koudemiddel door de bui-zen. | Geen handledering vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat klikt. | Geen storing. Motor, schake-laars of magnetoventielen schakelen in- of uit. | Geen handledering vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produeert gelui-den. | Het apparaat staat nicht wa-terpas. | ➢ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas. Leg er zo nodig iets onder. |
| Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. | ➢ Controller de uitneembare utrussingsdelen en zet ze eventueel op-nieuw in het apparaat. | |
| Flessen of containers raken elkaar. | ➢ Haal flessen of containers van el-kaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. | Geen handledering vereist.Geen handeling vereist. |
Geurtjes
| Storing | Oorzaak | Verhulpen van storingen |
| Het apparaat ruikt onaange- naam. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. | 1. Bereide het apparaat voor om te rei-nigen.→Pagina 1022. Reinig het apparaat.→Pagina 1033. Reinig alle levensmiddelenverpak-kingen.4. Verpak sterk ruikende levensmid- delen luchtdicht om geurvorming te voorkomen.5. Controller en 24aar opnieuw of er luchtjesঃ ontstaan. |
Apparaatzelftest uitvoeren
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 97
- Het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 97
- Binnen 10 seconden na het inschakelen › gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot 2°C op de temperatuurindicatie brandt en een akoestisch signaal weerklinkt. ν De apparaatzelftest start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden. Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal. ν Als na het einde van de apparaatzelftest de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking. ν+ Als na het einde van de apparaatzelftest Super gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
Apparaat buiten gebruik stellen
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 97 2 Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Het apparaat ontdooien. → Pagina 102
- Het apparaat reinigen. → Pagina 103
- Laat de deur van het apparaat open.
Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen, leg plateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontbranden.
De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen. 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken. 2. Het netsnoer doorknippen. 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugname en verwerking van oude apparaten.
Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Veel problemen kunt u via de informatie voor het verhelpen van storingen in deze gebruiksaanwijzing of op onze website zelf verhelpen. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met onze servicedienst.
We vinden altijd een passende oplossing en proberen onnodig bezoek van de servicetechnicus te vermijden.
We zorgen ervoor dat het apparaat zowel binnen de garantieperiode als na het verstrijken van de fabrieksgarantie met originele reserveonderdelen door geschoolde servicetechnici worden gerepareerd.
Om veiligheidsredenen mag alleen geschoold vakpersoneel reparaties aan het apparaat uitvoeren. De garantieclaim vervalt indien reparaties of ingrepen worden uitgevoerd door personen die daartoe niet door ons zijn gemachtigd, dan wel indien onze apparaten worden voorzien van vervangende onderdelen, aanvullende onderdelen of accessoires die geen originele onderdelen zijn en daardoor een defect worden veroorzaakt.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Aanwijzing: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijk recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Afb. 1/3
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Afb. 1/3
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https://energylabel.bsh-group.com. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
