LNT3LF18S - Koelkast ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LNT3LF18S ELECTROLUX in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LNT3LF18S - ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LNT3LF18S van het merk ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING LNT3LF18S ELECTROLUX
Bedankt voor je aankoop van een Electrolux-apparaat. Je hebt voor een product gekozen dat decennia aan professionele ervaring en innovatie met zich meebrengt. Ingenieus en stijlvol en ontworpen met jou in het achterhoofd. Dus wanneer je het gebruikt, kan je erop rekenen dat je telkens weer geweldige resultaten krijgt. Welkom bij Electrolux. Ga naar onze website voor: Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie: www.electrolux.com/support Registreer je product voor een betere service: www.registerelectrolux.com Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat: www.electrolux.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen. Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer. De informatie vindt u op het typeplaatje. Waarschuwingen en veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatie Wijzigingen voorbehouden.
VEILIGHEIDSINFORMATIE Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is NEDERLANDS
niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar mogen het apparaat laden en lossen op voorwaarde dat ze goed zijn geïnstrueerd. Dit apparaat mag worden gebruikt door personen met zware en complexe beperkingen, indien ze duidelijk zijn geïnstrueerd. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, tenzij zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden. Laat kinderen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren. Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en soortgelijke toepassingen, zoals: – boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen; – Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en andere woonomgevingen. Neem de volgende instructies in acht om besmetting van voedsel te voorkomen:
www.electrolux.com open de deur niet gedurende lange perioden; reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komen met voedsel en toegankelijke afwateringssystemen; – bewaar rauw vlees en vis in geschikte recipiënten in de koelkast, zodat het niet in contact komt met of druppelt op andere levensmiddelen. WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen. WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. WAARSCHUWING: Let op dat u het koelcircuit niet beschadigt. WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de koelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen. Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen. Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen. Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit, ontdooi, reinig en droog het en laat de deur open om te voorkomen dat er schimmel in het apparaat ontstaat. Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat. Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen. Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat. Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen. Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat. Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kan circuleren. Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Hierdoor kan de olie terug in de compressor stromen. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur). Installeer het apparaat niet in de nabijheid van radiatoren, fornuizen, ovens of kookplaten. Stel het apparaat niet bloot aan regen. Installeer het apparaat niet op een plaats met direct zonlicht. Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn. Til de voorkant van het apparaat op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen. Het apparaat bevat een zakje droogmiddel. Dit is geen speelgoed. Dit is geen levensmiddel. Gooi het onmiddellijk weg.
2.2 Aansluiting op het
elektriciteitsnet WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken. WAARSCHUWING! Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd. WAARSCHUWING! Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren.
Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom. Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. Zorg dat u de elektrische onderdelen (hoofdstekker, kabel, compressor) niet beschadigt. Neem contact met de erkende servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen. De stroomkabel moet lager blijven dan het niveau van de stopcontact. Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is. Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
WAARSCHUWING! Gevaar op letsel, brandwonden of elektrische schokken. Het apparaat bevat ontvlambaar gas, isobutaan (R600a), een aardgas
www.electrolux.com operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten. met een hoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt.
De specificatie van dit apparaat niet wijzigen. Plaats geen elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) in het apparaat tenzij uitdrukkelijk geschikt verklaard door de fabrikant. Als er schade aan het koelcircuit optreedt, zorg er dan voor dat er zich geen vlammen en andere ontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Lucht de ruimte indien dit gebeurt. Zet geen hete items op de kunststofonderdelen van het apparaat. Plaats geen koolzuurhoudende dranken in het vriesvak. Dit zal extra druk in de drankfles veroorzaken. Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat. Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat. Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet. Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtige handen items uit het vriesvak verwijderd of aanraakt. Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuw in. Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking. Wikkel het voedsel in eender welk contactmateriaal voor voedsel alvorens het in het vriesvak te plaatsen.
2.5 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken.
Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen. Enkel bevoegde personen mogen de eenheid onderhouden en herladen. Controleer regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig het indien nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen.
Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen. De volgende reserveonderdelen zijn beschikbaar gedurende 7 jaar nadat het model is stopgezet: thermostaten, temperatuursensoren, printplaten, lichtbronnen, deurklinken, deurscharnieren, trays en manden. Houd er rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen. Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaar nadat het model is stopgezet.
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking. NEDERLANDS
Haal de stekker uit het stopcontact. Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg. Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat. Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat. Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. WAARSCHUWING! Zet het apparaat vast in overeenstemming met de installatie-instructies om een risico op instabiliteit van het apparaat te voorkomen. WAARSCHUWING! Raadpleeg het installatieinstructiedocument om uw apparaat te installeren.
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur variërend van 10°C tot 43°C. De juiste werking van het apparaat kan enkel gegarandeerd worden als het opgegeven temperatuurbereik wordt gerespecteerd. ¹ de hoogte, breedte en diepte van het apparaat zijn exclusief de handgreep en pootjes Als u twijfels hebt over waar het apparaat te installeren, raadpleeg dan de verkoper, de klantenservice of de dichstsbijzijnde erkende servicedienst. Benodigde ruimte tijdens gebruik ² H2 (A+B)
² de hoogte, breedte en diepte van het apparaat inclusief de handgreep, plus de ruimte die nodig is voor vrije circulatie van de koellucht Het moet mogelijk zijn het apparaat van de hoofdstroomtoevoer af te halen. De stekker moet daarom na installatie gemakkelijk toegankelijk zijn.
3.3 Elektrische aansluiting
Totale benodigde ruimte in gebruik ³ H3 (A+B)
³ de hoogte, breedte en diepte van het apparaat inclusief de handgreep, plus de ruimte die nodig is voor vrije circulatie van de koellucht, plus de ruimte die nodig is om de deur te openen tot de minimale hoek waarbij de volledige inhoud kan worden uitgenomen.
Installeer het apparaat niet in de buurt van een warmtebron (oven, kachels, radiatoren, fornuizen of kookplaten) of op een plek met direct zonlicht om de beste functionaliteit van het apparaat te garanderen. Zorg ervoor dat lucht vrij kan circuleren rond de achterkant van de kast. Dit apparaat moet in een droge, goed geventileerde positie binnenshuis worden geïnstalleerd.
Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis. Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoerstekker is voorzien van een contact voor dit doel. Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. Dit apparaat voldoet aan de EEG richtlijnen.
3.4 Ventilatievereisten
Er moet voldoende luchtstroom mogelijk zijn achter het apparaat. NEDERLANDS 5 cm
3.5 Omkeerbaarheid van de
deur min. 200 cm2 Raadpleeg het afzonderlijke document met instructies voor installatie en omdraaien van de deur. LET OP! Bedek tijdens iedere fase van het omdraaien van de deur de vloer met een duurzaam materiaal om krassen te voorkomen. min. 200 cm2 LET OP! Raadpleeg de installatieinstructies voor de installatie.
4.3 Temperatuurregeling
Druk om het apparaat te bedienen op de temperatuurregelaar totdat de LED die bij de vereiste temperatuur hoort, oplicht. De selectie loopt progressief, van 2°C tot 8°C. Aanbevolen instelling is 4°C.
Temperatuurindicatie LED FastFreeze -lampje FastFreeze toets Temperatuurknop AAN/UIT-toets
1. Steek dan de stekker in het
2. Raak de toets van de
temperatuurregelaar aan als alle leds uit zijn.
Blijf de toets van de temperatuurregelaar 3 seconden aanraken. Alle indicatielampjes zijn uit.
1. Raak de temperatuurregelaar aan.
Het huidige temperatuurindicatielampje knippert. Bij elke aanraking van de temperatuurregelaar gaat de instelling een stand vooruit. Het relevante LED knippert een tijdje.
2. Druk op de temperatuurregalaar tot
de vereiste temperatuur is geselecteerd. De ingestelde temperatuur zal binnen 24 uur worden bereikt. Na een stroomonderbreking blijft de ingestelde temperatuur opgeslagen.
4.4 FastFreeze -functie
De FastFreeze-functie wordt gebruikt voor het voorvriezen en snel invriezen in volgorde in het vriesvak. Deze functie versnelt het invriezen van vers voedsel en beschermt voedsel dat reeds is opgeslagen in het vriesvak tegen ongewenste opwarming.
www.electrolux.com Activeer om vers voedsel in te vriezen de FastFreezefunctie ten minste 24 uur voordat u het voedsel erin plaatst om het voorvriezen te voltooien. Om de FastFreeze-functie in te schakelen, drukt u op de FastFreezeknop. Het FastFreeze-indicatielampje wordt ingeschakeld. Deze functie stopt automatisch na 52 uur. De functie kan te allen tijde uitgeschakeld worden door opnieuw op de FastFreeze-knop te drukken. Het FastFreeze-indicatielampje wordt uitgeschakeld.
4.5 Alarm bij open deur
Als de deur van de koelkast gedurende ongeveer 5 minuten open is blijven staan, is het geluid aan. Tijdens het alarm kan het geluid worden gedempt door op een willekeurige knop te drukken. Het geluid schakelt na ongeveer een uur automatisch uit om storingen te voorkomen. Het alarm stopt als de deur wordt gesloten.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
5.1 Het plaatsen van de
deurschappen Voor het bewaren van etenswaren van verschillende groottes kunnen de deurrekken op verschillende hoogtes worden geplaatst.
1. Trek het rek enigszins omhoog totdat
2. Plaats het terug op een gewenste
positie. Verwijder de glasplaat boven de groentelade niet om een goede luchtcirculatie te garanderen.
In het onderste deel van het apparaat bevinden zich speciale lades die geschikt zijn voor de opslag van groenten en fruit.
5.2 Verplaatsbare schappen
De wanden van de koelkast zijn voorzien van een aantal glijschoenen zodat de schappen op de gewenste plaats gezet kunnen worden. De glasplaat omvat een constructie met inkepingen (afstelbaar door middel van een schuifhendel), waarmee u het vochtgehalte in de groentelade(s) kunt regelen. NEDERLANDS
ingevroren voedsel Als u het apparaat voor het eerst of na een periode waarin het niet is gebruikt inschakelt, dient u voordat u de producten in het vak legt het apparaat minstens 3 uur te laten werken met de FastFreeze-functie ingeschakeld. De stand van de vochtregeling is afhankelijk van het type en de hoeveelheid groenten en fruit:
Slots gesloten: aanbevolen wanneer er een kleine hoeveelheid groenten en fruit is. Zo blijft het natuurlijke vochtgehalte in groenten en fruit langer behouden. Slots geopend: aanbevolen wanneer er een grote hoeveelheid groenten en fruit is. Op deze manier zorgt meer luchtcirculatie voor een lagere luchtvochtigheid.
5.5 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en voor het gedurende een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel. Activeer om vers voedsel in te vriezen de FastFreeze-functie ten minste 24 uur voordat u het in te vriezen voedsel in het vriesvak legt. Bewaar het verse voedsel gelijkmatig verdeeld in alle vakken of laden. De maximale hoeveelheid voedsel dat kan worden ingevroren zonder ander vers voedsel toe te voegen, gedurende 24 uur, staat aangegeven op het typeplaatje (een label dat zich aan de binnenkant van het apparaat bevindt). Wanneer het invriesproces is voltooid, keert het apparaat automatisch terug naar de vorige temperatuurinstelling (zie "FastFreeze-functie"). In deze toestand kan de temperatuur in de koelkast enigszins veranderen. De vrieslades zorgen ervoor dat je het gewenste voedsel snel en eenvoudig kunt terugvinden. Verwijder alle lades als er grote hoeveelheden voedsel bewaard moeten worden en leg het voedsel op de schappen. Bewaar het voedsel op minstens 15 mm afstand van de deur. LET OP! Bij onbedoelde ontdooiing door bijvoorbeeld stroomuitval, waarbij de stroom langer is uitgeschakeld dan de waarde die op het typeplaatje staat onder 'tijdsduur', moet het ontdooide voedsel snel worden geconsumeerd of onmiddellijk worden bereid, vervolgens afgekoeld en daarna opnieuw worden ingevroren.
Diepgevroren of gevroren voedsel kan, voordat het wordt geconsumeerd, worden ontdooid in de koelkast of in een plastic zak onder koud water. Deze handeling is afhankelijk van de beschikbare tijd en het soort voedsel. Kleine stukjes kunnen zelfs nog bevroren gekookt worden.
5.8 Het maken van ijsblokjes
Dit apparaat is uitgerust met een of meer bladen voor het maken van ijsblokjes. Gebruik geen metalen instrumenten om de laden uit de vriezer te halen.
1. Vul de bakjes met water.
2. Zet de ijsbakjes in het vriesvak.
6. AANWIJZINGEN EN TIPS
6.1 Tips voor energiebesparing
Vriezer: De interne configuratie van het apparaat zorgt voor het meest efficiënte energiegebruik. Koelkast: Het meest efficiënte gebruik van energie is verzekerd in de configuratie met de lades in het onderste deel van het apparaat en met de rekken gelijkmatig verdeeld. De positie van de deurbakken heeft geen invloed op het energieverbruik. De deur niet vaker openen of open laten staan dan noodzakelijk. Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik. Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij de kenmerken van het voedsel dit vereisen. Als de omgevingstemperatuur hoog is, de temperatuurregeling op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aanstaan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Stel in dit geval de temperatuurregeling in op een hogere temperatuur, om automatisch ontdooien mogelijk te maken en zo energie te besparen. Zorg voor een goede ventilatie. Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
6.2 Tips voor het invriezen
Activeer de FastFreeze-functie ten minste 24 uur voordat u het voedsel in het vriesvak legt. Vóór het invriezen verpakken en verzegelen van vers voedsel in: aluminiumfolie, plastic folie of zakken, luchtdichte containers met deksel. Verdeel voor efficiënter invriezen en ontdooien het voedsel in kleine porties. Het wordt aanbevolen om etiketten en datums op al uw diepvriesproducten te plakken. Dit zal helpen voedingsmiddelen te identificeren en te weten wanneer ze moeten worden gebruikt voordat ze bederven.
Het voedsel moet vers zijn wanneer het wordt ingevroren om een goede kwaliteit te behouden. Vooral groenten en fruit moeten na de oogst worden ingevroren om al hun voedingsstoffen te behouden. Flessen of blikken met vloeistoffen niet invriezen, in het bijzonder dranken die kooldioxide bevatten - ze kunnen exploderen tijdens het invriezen. Plaats geen warm voedsel in het koelvak. Koel het af bij kamertemperatuur voordat u het in het vak plaatst. Om te voorkomen dat de temperatuur van al ingevroren voedsel toeneemt, dient u vers voedsel hier niet direct naast te plaatsen. Plaats voedsel op kamertemperatuur in het deel van het vriesvak waar geen bevroren voedsel is. IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten. Gevaar voor bevriezing. Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Als het voedsel ontdooid is, kook het dan, koel het af en vries het dan in.
6.3 Tips voor het bewaren van
Het vriesvak is het vak gemarkeerd met De middelhoge temperatuurinstelling zorgt voor een goede conservering van ingevroren voedsel. Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid. Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten. Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren. Raadpleeg voor adequate opslag het etiket van de voedselverpakking om de houdbaarheid van voedsel te bekijken. Het is belangrijk om het voedsel zodanig in te pakken dat er geen NEDERLANDS water, vocht of condens bij kan komen.
Na het boodschappen doen:
Zorg ervoor dat de verpakking niet beschadigd is - het voedsel kan bedorven zijn. Als de verpakking gezwollen of nat is, is deze mogelijk niet in de optimale omstandigheden opgeslagen en is het ontdooien mogelijk al begonnen.
Om het ontdooiproces te beperken, koopt u diepvriesproducten aan het einde van uw boodschappen en vervoert u ze in een thermische en geïsoleerde koeltas. Plaats de diepvriesproducten onmiddellijk na terugkomst uit de winkel in de vriezer. Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is, mag u het niet opnieuw invriezen. Consumeer het zo snel mogelijk. Respecteer de vervaldatum en de bewaarinformatie op de verpakking.
6.5 Houdbaarheid voor vriescompartiment
Soort voedsel Houdbaarheid (maanden) Brood
Fruit (met uitzondering van citrusvruchten)
Restjes zonder vlees 1-2 Zuivelproducten: Boter Zachte kaas (zoals mozzarella) Harde kaas (zoals parmezaanse kaas, cheddar) 6-9 3-4
Vis/Zeevruchten: Vette vis (zoals zalm, makreel) Magere vis (zoals kabeljauw, bot) Garnalen Gepelde mosselen en mosselen Gekookte vis 2-3 4-6 3-4 1-2 Vlees: Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees
6.6 Tips voor het koelen van
Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid van voedsel. Bedek het voedsel met een verpakking om de versheid en het aroma te behouden. Gebruik altijd gesloten containers voor vloeistoffen en voor voedsel, om
smaken of geuren in het vak te voorkomen. Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt u het gekookte voedsel en scheidt u het van het rauwe. Het wordt aanbevolen om het voedsel in de koelkast te ontdooien. Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuur voordat u het in het apparaat plaatst. Om voedselverspilling te voorkomen moet de nieuwe voorraad voedsel altijd achter de oude worden geplaatst.
6.7 Tips voor het koelen van
Het vak voor vers voedsel is het vak met de markering (op het typeplaatje)
met Vlees (alle soorten): verpakken in geschikt materiaal en op de glazen plaat leggen, boven de groentelade. Bewaar vlees maximaal 1-2 dagen. Groente en fruit: grondig reinigen (het zand verwijderen) en in een speciale lade (groentelade) bewaren. Het is raadzaam om exotische vruchten zoals bananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in de koelkast te bewaren. Groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook mogen niet in de koelkast worden bewaard. Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen of in aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen, om zoveel mogelijk lucht uit te sluiten. Flessen: afsluiten met een dop en op de flessenplank van de deur plaatsen of (indien beschikbaar) in het flessenrek. Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatum van de producten, om te weten hoelang ze bewaard kunnen worden.
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
schoonmaken Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af. LET OP! Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking. LET OP! De toebehoren en onderdelen van het apparaat zijn niet geschikt om in een afwasmachine gewassen te worden.
7.2 Periodieke reiniging
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt:
1. Maak de binnenkant en de
accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep.
2. Controleer de afdichtingen
regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van resten zijn.
3. Afspoelen en goed afdrogen.
7.3 Het ontdooien van de
koelkast Rijp wordt tijdens normaal gebruik automatisch van de verdamper van het koelvak verwijderd. Het dooiwater loopt via een gootje in een speciale opvangbak aan de achterkant van het apparaat, boven de compressormotor, waar het verdampt. Het is belangrijk om het afvoergaatje van het dooiwater in het midden van het koelvak regelmatig schoon te maken om NEDERLANDS te voorkomen dat het water overloopt en op het voedsel in de koelkast gaat druppelen. Gebruik hiervoor de buisreiniger die werd meegeleverd met het apparaat.
7.4 De vriezer ontdooien
LET OP! Gebruik nooit scherpe metalen hulpmiddelen om de rijp van de verdamper te krabben, deze zou beschadigd kunnen raken. Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. Stel ongeveer 12 uur voordat u gaat ontdooien een lagere temperatuur in om voldoende koudereserve op te bouwen in geval van onderbrekingen tijdens de werking. Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd vormen op de schappen van de vriezer en rond het bovenste vak. Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt heeft.
1. Trek de stekker uit het stopcontact of
schakel het apparaat uit.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
2. Verwijder al het ingevroren voedsel
en leg het op een koele plaats. LET OP! Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen, kan de veilige bewaartijd verkorten. Raak ingevroren voedsel niet met natte handen aan. Uw handen kunnen hieraan vastvriezen.
3. Laat de deur open staan. Bescherm
de vloer tegen het ontdooiwater met bijv. een doek of een platte opvangbak.
4. Om het ontdooiproces te versnellen
kunt u een bak warm water in het vriesvak zetten. Verwijder bovendien stukken ijs die afbreken voordat het ontdooien voltooid is.
5. Na afloop van het ontdooien, de
binnenkant grondig droog maken.
6. Zet het apparaat aan en doe de deur
7. Zet de thermostaatknop op de
maximale koude en laat het apparaat minstens drie uur in deze instelling werken. Pas na deze tijd plaatst u het eten terug in het vriesvak.
7.5 Periode dat het apparaat
niet gebruikt wordt Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
Trek de stekker uit het stopcontact. Verwijder al het voedsel Ontdooi het apparaat. Maak het apparaat en alle toebehoren schoon.
5. Laat de deuren open staan om
onaangename luchtjes te voorkomen.
8.1 Wat te doen als...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitge‐ schakeld. Schakel het apparaat in. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Steek de stekker goed in het stopcontact. Er staat geen spanning op het stopcontact. Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch in‐ stallateur. Het apparaat is lawaaiig. Het apparaat staat niet sta‐ Controleer of het apparaat biel. stabiel staat. Er is een hoorbaar of zicht‐ De kast werd onlangs in‐ baar alarm. geschakeld. De compressor werkt voortdurend. Zie 'Alarm Deur geopend' of 'Alarm Hoge tempera‐ tuur'. De temperatuur in het ap‐ paraat is te hoog. Zie 'Alarm Deur geopend' of 'Alarm Hoge tempera‐ tuur'. De deur is open blijven staan. Sluit de deur. De temperatuur is verkeerd Raadpleeg het hoofdstuk ingesteld. 'Bedieningspaneel'. Er werden veel voedings‐ producten in een keer op‐ geborgen. Wacht een paar uur en controleer dan de tempera‐ tuur opnieuw. De temperatuur in de ruim‐ Zie ‘Installeren’. te is te hoog. De temperatuur van de voedingsproducten in het apparaat was te hoog. Laat voedingsproducten afkoelen tot kamertempe‐ ratuur voordat je ze op‐ bergt. De deur is niet goed geslo‐ Zie de sectie ‘De deur slui‐ ten. ten’. De FastFreeze-functie is ingeschakeld. De compressor start niet De compressor start niet onmiddellijk na het druk‐ direct. ken op "FastFreeze" , of na het veranderen van de temperatuur. Zie de rubriek over ‘Fast‐ Freeze-functie’. Dit is normaal en geen sto‐ ring. NEDERLANDS Probleem Mogelijke oorzaak
Oplossing De deur is niet goed ge‐ Het apparaat staat niet wa‐ Raadpleeg de montage-in‐ monteerd of dekt het venti‐ terpas. structies. latierooster af. Deur gaat moeilijk open. Je probeerde de deur di‐ rect nadat je die sloot op‐ nieuw te openen. De verlichting werkt niet. De stand-bystand van de Sluit en open de deur. verlichting is ingeschakeld. De lamp is defect. Er is te veel bevroren rijp en ijs. Wacht even met de deur openen nadat je die hebt gesloten. Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenser‐ vice. De deur is niet goed geslo‐ Zie de sectie ‘De deur slui‐ ten. ten’. Het deurrubber is ver‐ vormd of vuil. Zie de sectie ‘De deur slui‐ ten’. De voedingsproducten is niet goed verpakt. Verpak de voedingspro‐ ducten beter. De temperatuur is verkeerd Raadpleeg het hoofdstuk ingesteld. 'Bedieningspaneel'. Apparaat is volledig gela‐ den en is ingesteld op de laagste temperatuur. Stel een hogere tempera‐ tuur in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspa‐ neel'. De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstempera‐ tuur is te hoog. Stel een hogere tempera‐ tuur in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Bedieningspa‐ neel'. Er stroomt water over de achterwand van de koel‐ kast. Tijdens automatisch ont‐ dooien smelt rijp op de achterwand. Dit is correct. Er condenseert teveel wa‐ ter op de achterwand van de koelkast. De deur werd te vaak geo‐ pend. Open de deur alleen als het nodig is. De deur is niet volledig ge‐ Zorg ervoor dat de deur sloten. volledig gesloten is. Het bewaarde voedsel was Verpak voedsel in geschikt niet ingepakt. materiaal voordat je het in het apparaat plaatst. Er stroomt water in de koelkast. Opgeborgen voedingspro‐ ducten voorkomen dat het water in de wateropvang‐ bak loopt. Zorg ervoor dat voedings‐ producten de achterwand niet raken.
www.electrolux.com Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De waterafvoer is verstopt. Reinig de waterafvoer. Er stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is niet Sluit de smeltwaterafvoer aangesloten op de ver‐ aan op de verdampschaal. dampschaal boven de compressor. De temperatuur kan niet worden ingesteld. De "FastFreeze functie" is ingeschakeld. De temperatuur in het ap‐ paraat is te laag/te hoog. De temperatuur is niet cor‐ Stel een hogere/lagere rect ingesteld. temperatuur in. Schakel de "FastFreeze functie" handmatig uit, of wacht totdat de functie au‐ tomatisch deactiveert om de temperatuur in te stel‐ len.. Raadpleeg de rubriek over "FastFreeze functie". De deur is niet goed geslo‐ Zie de sectie ‘De deur slui‐ ten. ten’. De temperatuur van de voedingsproducten is te hoog. Laat de voedingsproducten afkoelen tot kamertempe‐ ratuur voordat je ze op‐ bergt. Er worden veel voedings‐ producten in een keer op‐ geborgen. Berg minder voedingspro‐ ducten in een keer op. De dikte van de rijp is gro‐ ter dan 4 - 5 mm. Ontdooi het apparaat. De deur werd vaak geo‐ pend. Open de deur alleen als dat nodig is. De FastFreeze-functie is ingeschakeld. Zie de rubriek over ‘Fast‐ Freeze-functie’. Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het appa‐ raat. Zorg ervoor dat er koude lucht in het apparaat circu‐ leert. Zie ‘Nuttige aanwij‐ zingen en tips’. Sommige specifieke opper‐ vlakken in het koelcompar‐ timent zijn soms warmer. De temperatuurinstelling‐ leds knipperen tegelijker‐ tijd. Dit is normaal. Er is een fout opgetreden bij het meten van de tem‐ peratuur. Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenser‐ vice. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koe‐ len, maar de temperatuur‐ instelling kan niet worden gewijzigd. NEDERLANDS Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde servicedienst voor dit merk.
8.2 Het lampje vervangen
Het apparaat is uitgerust met een ledbinnenlampje dat een lange levensduur heeft.
Raadpleeg 'Installatie-instructies'.
3. Vervang, indien nodig, de defecte
deurafdichtingen. Neem contact op met een erkend servicecentrum. Alleen een onderhoudsmonteur mag de verlichting vervangen. Neem contact op met de klantenservice.
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel. De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL- database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd. Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling https://eprel.ec.europa.eu en
www.electrolux.com de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat. Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
11. AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moet in overeenstemming zijn met EN 62552. De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in hoofdstuk 3. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het apparaten gemarkeerd met het symbool symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente. FRANÇAIS
Notice-Facile