KA8998I30 - Inbouwoven NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KA8998I30 NEFF in PDF-formaat.

Page 57
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NEFF

Model : KA8998I30

Categorie : Inbouwoven

Download de handleiding voor uw Inbouwoven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KA8998I30 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KA8998I30 van het merk NEFF.

GEBRUIKSAANWIJZING KA8998I30 NEFF

Gebrauchsanleitung Instrucciones de uso Mode d’emploi Gebruiksaanwijzing

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Aanwijzingen over de afvoer Omvang van de levering De juiste plaats Apparaten naast elkaar opstellen Verwisselen van de deurophanging . Montage van de deurgreep Wandafstandhouder monteren Apparaat horizontaal zetten Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting Apparaat aansluiten Kennismaking met het apparaat Apparaat inschakelen Instellen van de temperatuur

57 60 60 61 61 61 62 62 62 62 63 64 64 65

Alarm function Netto-inhoud De koelruimte De verskoelruimte Superkoelen Uitvoering Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Ontdooien Schoonmaken van het apparaat Verlichting (LED) Energie besparen Bedrijfsgeluiden Kleine storingen zelf verhelpen Zelftest apparaat Servicedienst

01 40 10 42 10 070 222 143 0848 840 040

nl nlInhoudnlGebruiksa nwijzng

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

nl Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok! Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.

Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar! Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen: Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

nl Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Kinderen in het huishouden ■

Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt om levensmiddelen te koelen. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/ EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

* Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

m Waarschuwing Bij afgedankte apparaten 1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen! 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ Zakje met montagemateriaal ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Gebruiksaanwijzing ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden

De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht: Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. ■ Naast een CV-installatie 30 cm. De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen. ■

Afstand tot de wand Bij apparaten met uitstekende deurgrepen moet aan de kant van de aanslag minimaal 525 mm afstand tot de wand in acht worden genomen zodat de deur 160° geopend kan worden.

Apparaten naast elkaar opstellen Afb. Zorg er bij het opstellen van twee apparaten voor dat de koelkast links staat en de diepvriezer rechts. De rechter zijwand van de koelkast wordt licht verwarmd. Waardoor de vorming van condenswater tussen de apparaten wordt voorkomen.

Afstandhouders monteren Afb. . 1. Op de rechterzijde van de koelkast de lijmplekken ontvetten met wasbenzine of spiritus. 2. Op alle vier de hoeken een afstandshouder vastlijmen op 5 cm afstand van de zijkanten, om een minimumafstand tussen de apparaten te waarborgen. Aanwijzing Een verbindingsset is verkrijgbaar bij uw leverancier.

Verwisselen van de deurophanging Verwisselen van de deurophanging is bij dit apparaat niet mogelijk.

Montage van de deurgreep

Aanwijzing Het apparaat moet loodrecht staan. Zet het apparaat in de juiste stand met behulp van een waterpas.

Afb. / Montage in volgorde van de getallen.

Wandafstandhouder monteren Afb. 0 Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken. Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden.

Afstand tot de achterwand De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.

Apparaat horizontaal zetten Het apparaat op de daarvoor bestemde plaats zetten en stellen. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v. de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen. Om de schroefvoetjes te verstellen een steeksleutel gebruiken.

Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting Omgevingstemperatuur Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. ,. Klimaatklasse

SN N ST T Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C +16 °C tot 43 °C

nl Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting Afb. # De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Elektrische aansluiting Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. ,

m Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Kennismaking met het apparaat

Bedieningselementen Afb. " 1

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. De uitrusting van de modellen kan variëren. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. !

A B Koelruimte Verskoelruimte (rond de 0 °C)

Bedieningselementen Verlichting Glasplateau in de koelruimte Beluchting Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar Groentelade Verskoellade Schroefvoetjes Boter en kaasvak Voorraadvak voor tubes en blikjes Deurventilatie Vak voor grote flessen

Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. Toets „super” (Koelruimte) Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen. Temperatuurinsteltoets Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld. Indicatie koelruimte Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte. Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Apparaat inschakelen Afb. " Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen. De temperatuurindicatie 4 toont de ingestelde temperatuur. Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is. Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte. Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.

nl Aanwijzingen bij het gebruik ■

Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich condenswater vormen in de koelruimte, vooral op glazen legplateaus. Als dit het geval is, dient u de levensmiddelen verpakt te bewaren en een lagere koelruimtetemperatuur te kiezen.

Instellen van de temperatuur Afb. "

Koelruimte De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C. Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 4.

Verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte is in de fabriek op ca. 0 °C ingesteld. Deze instelling liefst niet veranderen. Als zich op de koelwaren rijp of ijs vormen, dan kan de temperatuur warmer worden ingesteld. (Zie hoofdstuk „Kleine storingen zelf verhelpen”.)

Alarm function Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Alarm uitschakelen Afb. " De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. ,

De koelruimte De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.

In acht nemen bij het bewaren ■

Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.

De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.

Let op de koudezones in de koelruimte Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones. De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen. De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur. Aanwijzingen ■ Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar. ■ Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk „De verskoelruimte”).

De verskoelruimte De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen. In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.

Groentelade Afb. $ De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen: ■ overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid ■ overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid Aanwijzingen ■ Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C. ■ Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.

Verskoellade Afb. !/11 Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk.

nl Bewaartijden (bij 0 °C) Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop Verse vis, zeevruchten Gevogelte, vlees (gekookt/ gebraden) Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) Gerookte vis, broccoli Sla, venkel, abrikozen, pruimen Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool

(niet bij alle modellen) max. 3 dagen max. 5 dagen

max. 14 dagen max. 21 dagen max. 30 dagen

Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur. Het superkoelsysteem inschakelen bijv.

Glasplateaus Afb. % U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. om dranken snel te koelen.

In- en uitschakelen Afb. " Toets „super” 2 indrukken. De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld. Aanwijzing Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

Afb. ) In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Apparaat uitschakelen Afb. " Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 4 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. Uitschakelen van het apparaat. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3. Schoonmaken van het apparaat. 4. Deur van het apparat open laten.

Ontdooien Het apparaat wordt automatisch ontdooid.

Schoonmaken van het apparaat

Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken/ laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!

U gaat als volgt te werk: 1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren. 4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen. 5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 7. Levensmiddelen weer aanbrengen.

Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd. Glasplateaus eruit halen Afb. % Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Legplateaus uit de deur nemen Afb. & Legplateaus optillen en verwijderen. Reservoir verwijderen Afb. ' De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging. Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken. Scheidingsplaat verwijderen Afb. (/A De scheidingsplaat naar voren trekken en eruit tillen. Afb. (/B Het glasplateau uit de scheidingsplaat tillen. Uittrekbare rails demonteren Afb. * 1. Uittrekbare rails uittrekken. 2. Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven. 3. Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken. 4. Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen.

nl Uittrekbare rails monteren 1. Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op de voorste pen zetten. 2. Uittrekbare rails om vast te klikken iets naar voren trekken. 3. Uittrekbare rails op de achterste pen erin zetten. 4. Vergrendeling naar achteren schuiven. Afdekking van de deurventilatie verwijderen Afb. + Afdekking optillen en van de deur verwijderen.

Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.

Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.

Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de buizen.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing

De temperatuur wijkt erg af van de instelling.

Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.

De verlichting functioneert niet.

De LED verlichting is kapot.

Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.

De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.

Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.

In de koelruimte is het te koud.

De temperatuur is te koud ingesteld.

Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur”).

De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld.

De deur van het apparaat werd te vaak geopend.

Deur van het apparaat niet onnodig openen.

De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.

Afdekkingen verwijderen.

Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet

Het apparaat is uitgeschakeld.

Toets Aan/Uit indrukken.

Controleren of er stroom is.

De zekering is uitgeschakeld.

Zekering controleren.

De stekker zit niet goed in het stopcontact.

Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit.

De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte).

De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden, afb. ". Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.

De temperatuur in de verskoelruimte is te koud of te warm.

1. Super-toets 2 3 seconden ingedrukt houden tot temperatuurindicatie 4 knippert. 2. Met de temperatuurinsteltoets 3 de instelling veranderen. Stand -3 is de koudste instelling Stand +3 is de warmste instelling Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen. Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.

Het presentatielicht is ingeschakeld.

Alarmtoets, afb "/5, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.

Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. , Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.

Zelftest starten 1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten. 2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de supertoets, afb. "/2, gedurende 3– 5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal. Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde. Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.

Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL B