KGV39VW31 - Koel-vriescombinatie BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGV39VW31 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Koelkast-vriezer |
| Merk | BOSCH |
| Model | KGV39VW31 |
| Klimaatklassen | SN, N, ST, T |
| Toegestane omgevingstemperatuur | +10°C tot +43°C (afhankelijk van categorie) |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Beschermingsklasse | I |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar) |
| Binnenverlichting | LED (vervanging alleen door klantenservice) |
| Temperatuurbereik koelkast | +2°C tot +8°C |
| Vriezertemperatuur | Ongeveer -18°C (afhankelijk van koelkastinstelling) |
| Supervriezen | Ja (handmatige activering, automatische uitschakeling na 2,5 dagen) |
| Ontdooien koelkast | Automatisch |
| Ontdooien vriezer | Handmatig (met opvangbak) |
| Reiniging | Warm water en neutraal schoonmaakmiddel (geen stoomreiniger) |
| Deurdraairichting omkeren | Mogelijk (aanbevolen door klantenservice) |
| Repareerbaarheid | Alleen originele onderdelen, erkende klantenservice |
| Zelfdiagnose | Ja (ingebouwd programma) |
| Bedrijfsgeluiden | Zoemen, klotsen, klikken (normaal) |
Veelgestelde vragen - KGV39VW31 BOSCH
Gebruikersvragen over KGV39VW31 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koel-vriescombinatie in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGV39VW31 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGV39VW31 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGV39VW31 BOSCH
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 70
Aanwijzingen over de afvoer 73
Omvang van de levering 74
De juiste plaats 74
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 75
Apparaat aansluiten 75
Kennismaking met het apparaat 76
Apparaat inschakelen 77
Instellen van de temperatuur 78
Netto-inhoud 78
De koelruimte 78
Diepvriesruimte 79
Maximale invriescapaciteit 80
Invriezen en opslaan 80
Verse levensmiddelen invriezen 80
Supervriezen 81
Ontdooien van diepvrieswaren 82
Uitvoering 82
Sticker "OK" 83
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 84
Ontdooien 84
Schoonmaken van het apparaat ... 85
Luchtes 86
Verlichting (LED) 86
Energie besparen 87
Bedrijfsgeluiden 87
Kleine storingen zelf verhelpen 88
Zelftest apparaat 89
Klantenservice 89
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige
stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar!
- Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
- Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar!
Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken. Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte heeft gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden!
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen. Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help ons mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie. Die moeten zorgvuldig worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht!
Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb. 3
Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
(indien nodig)
Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.

Waarschuwing
Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op de rug leggen.
Aanwijzing
Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 13.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5°C.
Beluchting
Afb. 4
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 jaar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 18.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor sommige apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
- Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen 5 Verlichting (LED) 6 Glasplateau in de koelruimte 7 Groentelade 8 Boter- en kaasvak * 9 Eierrekje* 10 Vak voor grote flessen Diepvrieslade (klein) 12 Glasplateau in de diepvriesruimte 13 Diepvrieslade (groot) 14 Dooiwaterafvoergootje 15 Schroefvoetjes
A Koelruimte B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ° C
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.
4 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij raden een instelling van +4°C aan.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
Leg vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat.
- Terwijl de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. U hoeft de dooiwaterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje, afb. 14, naar de koelmachine, waar het verdampt. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. Door het koelsysteem kan zich op de vriesroosters op sommige plaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het stroomverbruik. Ontdooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2°C tot +8°C.
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De eerst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetemperaturen veroorzaken ook lagere vriesruimtetemperaturen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Afb. 18
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 15
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte.
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
De koudste zone is de schuiflade.
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 12
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
■ kleine hoeveelheid fruit en groente - hoge luchtvochtigheid; grote hoeveelheid fruit en groente - lage luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8°C tot +12°C. - Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van de diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 18
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen"). Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. Verse levensmiddelen zo veel mogelijk bij de zijwanden invriezen.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Als er veel levensmiddelen worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op de glasplateaus en op de bodem van de diepvriesruimte opstapelen.
- Daartoe dient u alle diepvriesladen te verwijderen.
- Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 15
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.
Het supervriessysteem wordt na 2 1/2 dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Boter- en kaasvak
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Om schoon te maken het botervak van anderen iets optillen en eruit halen.
Verstelbaar deurlegplateau „EasyLift”
Afb. 5
Het legplateau kan in de hoogte versteld worden zonder dat het eruit gehaald hoeft te worden.
De knoppen op de zijkant van het legplateau gelijktijdig indrukken om het legplateau naar beneden te verplaatsen. Het kan naar boven worden verplaatst zonder de knoppen in te drukken.
Flessenhouder
Afb. 7
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Glasplateaus
U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: daartoe het legplateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Variabel legplateau
Afb. 8
Het legplateau kan desgewenst omlaag worden geklapt. Het legplateau naar voren trekken, laten zakken en naar achteren drukken.
Deze is geschikt voor het bewaren van levensmiddelen en flessen.
Schuiflade
Afb. 9
U kunt de lade verwijderen om deze te vullen of leeg te maken. Daartoe de lade optillen en eruit trekken. De houder van de lade is variabel.
Flessenrek
Afb. 10
In het flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
Inzetbak voor de groentelade
Afb. 11
Het inzetstuk kan eruit gehaald worden.
Diepvrieslade (groot)
Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
Aanwijzing
Scheidingsplaat (indien aanwezig) kan niet worden verwijderd.
IJsbakje
Afb. 16
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Koude-accu
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Sticker "OK"
(niet bij alle modellen)
Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken +4°C of kouder bereikt worden. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Aanwijzing
Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los resp. schakel deze uit.
- Maak het apparaat schoon.
- Laat de deur van het apparaat open.
Ontdooien
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje aan het verdampingsgedeelte van het apparaat.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid, omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren, waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.
Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 uur voor het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
- Het apparaat uitschakelen om te ontdooien.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Dooiwaterafvoer openen. Afb. 17
- Het legplateau voor grote flessen kan worden gebruikt om het dooiwater op te vangen. Hiertoe het plateau voor grote flessen verwijderen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen) en onder de open dooiwaterafvoer zetten.
- Om het ontdooiproces te versnellen twee pannen met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.
- Na het ontdooien het opgevangen dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen.
- Dooiwaterafvoer sluiten.
- Plateau voor grote flessen weer in de deurplaatsen.
- Na het ontdooien het apparaat weer aansluiten en inschakelen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. - Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ga als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Legplateaus uit de deur nemen Afb.6
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Schuiflade verwijderen
Schuiflade iets optillen en eruit halen.
Dooiwater-afvoerklep
Voor het reinigen van de dooiwaterafvoergoot moet het glasplateau boven de groentelade, afb. 1/7, worden losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep:
- Glazen legplateau verwijderen.
- Dooiwater-afvoerklep optillen en verwijderen. Afb. 14
Aanwijzing
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Groentelade
(niet bij alle modellen)
De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd.
De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen. Afb. 13
Reservoir verwijderen
Afb. 15
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop. Afb. 2/1
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- Alle verpakkingen schoonmaken.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
- Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouders monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommigeGVallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schaken. Als de temperatuur te warm is:na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is:de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval;de zekering isuitgeschakeld;de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| In de koelruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur”). |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergat zich verstopt. | De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat“). Afb.14 |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zich afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitetiet Niet overschrijden. | |
| Het apparaat koelt nicht, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat“). Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normalegebruik. |
| Op het oppervlak en de oplegplaten van het apparaat wordt condenswater gezormd. | Wärme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect. | Wis het water met een zachte, droge doek weg. ■ Open het apparaat zo kort möglich ■ Let erop dat het apparaat algijd goed gesloten is. |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
Afb. 2
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-toets 1 en 5 minuten wachten.
- Apparaat met de toets Aan/Uit 1 inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets 4 gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie 2 2°C gaat branden. Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.
Als de indicatie super 3 gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 18
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141

1 2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
