GSN54AW31F - Koel-vriescombinatie BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSN54AW31F BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Koel-vriescombinatie |
| Merk | BOSCH |
| Model | GSN54AW31F |
| Klimaatcategorie | SN, N, ST, T |
| Toegestane omgevingstemperatuur | Van +10°C tot +43°C afhankelijk van de klasse |
| Vriezertemperatuurbereik | -16°C tot -26°C |
| Ontdooisysteem | Automatisch NoFrost |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Aanbevolen zekering | 10 A tot 16 A |
| Afmetingen (H x B x D) | 185 x 60 x 65 cm (schatting) |
| Gewicht | 70 kg (schatting) |
| Koelmiddel | R600a (ontvlambaar) |
| Functies | Supervriezen, deuralarm, temperatuuralarm, zelfdiagnose |
| Uitrusting | Grote en kleine lades voor diepvriesproducten, ijsblokjesdispenser, ijsblokjesbak |
| Installatietype | Vrijstaand apparaat |
| Onderhoud | Reinigen met een zachte doek, indien nodig handmatig ontdooien van de verdamper, regelmatig reinigen van de ijsblokjesdispenser |
| Veiligheid | Beschermingsklasse I, kinderslot niet vermeld; instructies om brand- en explosiegevaar te voorkomen |
| Reserveonderdelen | Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant |
| Klantenservice | Telefonisch contact: FR 0140101100, BE 070222141, CH 0848840040; noteer het serienummer (E-Nr.) en FD-Nr. |
Veelgestelde vragen - GSN54AW31F BOSCH
Gebruikersvragen over GSN54AW31F BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koel-vriescombinatie in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSN54AW31F - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSN54AW31F van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GSN54AW31F BOSCH
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 81
Aanwijzingen over de afvoer 85
Omvang van de levering 85
De juiste plaats 86
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 86
Apparaat aansluiten 87
Kennismaking met het apparaat 88
Apparaat inschakelen 88
Instellen van de temperatuur 89
Alarmfuncties 89
Netto-inhoud 90
De diepvriesruimte 90
Maximale invriescapaciteit 90
Invriezen en opslaan 91
Verse levensmiddelen invriezen 91
Supervriezen 92
Ontdooien van diepvrieswaren 93
Uitvoering 93
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 94
Ontdooien 94
Schoonmaken van het apparaat 95
Energie besparen 96
Bedrijfsgeluiden 96
Kleine storingen zelf verhelpen 97
Zelftest apparaat 99
Klantenservice 99
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Door de leidingen van het
koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet. Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar
Draagbare meervoudige
Stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.). Explosiegevaar! - Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken! - Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen. Explosiegevaar! Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. - Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.
Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten! Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte heeft gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
— voor het invriezen van levensmiddelen, — voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor particulier gebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help ons mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie en gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat, uitrusting (modelafhankelijk), zakje met montagemateriaal, gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:
Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm. Naast een CV-installatie 30 cm
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven; verstevig de vloer eventueel. Hef eventuele oneffenheden in de vloer op door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb. 3
Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
(indien nodig)
Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.
Waarschuwing
Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Leg het apparaat voorzichtig op de rug.
Aanwijzing
Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
Afb. 4
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok! Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 11.

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De LaTeX bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-4 Bedieningselementen 5 NoFrost-systeem 6 Klep van het vriesvak 7 Glasplaat 8 Ijsbereider/ijsblokjesreservoir 9 Diepvrieslade (klein) 10 Diepvrieslade (groot) 11 Schroefvoetjes 12 Deurontluchting
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Temperatuurindicatie Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan. 3 Indicatie supervriezen Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld. 4 Temperatuurinsteltoets Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.
Apparaat inschakelen
Afb. 2
Het apparaat met de toets Aan/Uit inschakelen 1.
Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert.
Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal gaat UIT.
Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden.
Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. Door het volledig automatische NoFrost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
De eerst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 2.
Alarmfuncties
Afb. 2
Deuralarm
Er wordt een alarmsignaal ingeschakeld als de deur van het apparaat langere tijd openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is, waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
De temperatuurindicatie, afb. 2/2, knippert.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend is.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Alleen geldig voor de typen KG GSUU37A, KG GSUU39A en KG GSUU41A (zie veld "Type" op typeplaatje):
Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 5. Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. 6. Klep van het vriesvak Afb. 7.
- Klep van het vriesvak half openen.
- Houder aan een zijde van het apparaat losmaken.
- Klep van het vriesvak naar voren trekken en van de houder nemen.
- Houder aan de andere zijde van het apparaat losmaken.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het vriesvak goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In het vriesvak vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 11
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Schakel Supervriezen in voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen"). Verwijder uitrustingsdelen. Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak.
Aanwijzing
De ventilatiesleuf aan de rechterwand niet met diepvrieswaren afdekken.
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoopkoelkast moet -18 °C of kouder zijn. - De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in het vriesvak leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De ventilatiesleuf aan de rechterwand niet met diepvrieswaren afdekken. - De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp. diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen. - Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen
In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u Kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethyleen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.
Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.
Supervriezen inschakelen
Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken.
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen en de weergave Super Licht op, afb. 2/3.
Automatisch supervriezen
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest:
in de tweede diepvrieslade van onderen van rechtsbuiten met groot oppervlak
Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.
Handmatig supervriezen
Vries grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Als u het max. invriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
De temperatuurinsteltoets 4 zo vaak indrukken tot de indicatie Super 3 oplicht.
Supervriezen uitschakelen
Afb. 2
Druk de temperatuurinsteltoets 4 zo vaak in tot de gewenste temperatuur wordt weergegeven.
De indicatie Super 3 verdwijnt.
Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking.
Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren is. Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 1/2 dag.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot)
Afb. 1/10
Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
IJsbereider
Afb. 8
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
- Waterreservoir verwijderen en tot de markering vullen met drinkwater.
Aanwijzing
Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanneer het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.
- Waterreservoir weer aanbrengen.
- Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje.
- Voorraadbakje uittrekken en ijsblokjes verwijderen.
Diepvrieskalender
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u de koude-accu in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
IJsbakje
Afb. 9
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie 2 gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparaat open laten.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
Aanwijzing
Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
Ga als volgt te werk:
- Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken het apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).
IJsbereider reinigen
Reinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.
- IJsbereider verwijderen. Afb. 6
- Voorraadbakje verwijderen en leegmaken.
- Afdekking van de ijsbereider verwijderen.
- Alle onderdelen van de ijsbereider reinigen met warm water.
- Onderdelen goed laten opdrogen.
- IJsbereider samenbouwen en aanbrengen.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd. Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 Minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkeleindicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert. Afb. 2/2 | Storing - in diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren. De deur is geopend. | Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, om het alarmsignaal uit te schaken. Deur sluiten. |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er+zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd. | Max. invriescapaciteit nicht overschrijden. | |
| Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen. | ||
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt Nieteer. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem Nieteer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koèle plaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegchuiven. Deur van het apparat open latent. Na ca. 20 minutes begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 10 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkung stellen. |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat"). Na afloop van het programme schakelt het apparaat eer over op het normale gekruik. |
| Automatisch supervriezen schakelt Niet in. | Het apparaat beslist zichstandig of het automatische supervriezen nodig is en schakeltDEXE functie automatisch in of UIT. |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie -26 °C gaat branden.
Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde temperatuur aangeeft, is het in orde.
Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141

1 2
3
4
5

6 7
8
9
11
10