GS54NGW40 - Vriezer SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GS54NGW40 SIEMENS in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GS54NGW40 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GS54NGW40 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING GS54NGW40 SIEMENS
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 92 Aanwijzingen over de afvoer 94 Omvang van de levering 94 Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 95 Apparaat aansluiten 95 Kennismaking met het apparaat 97 Inschakelen van het apparaat 98 Instellen van de temperatuur 98 Alarm function 98 Netto-inhoud 99 De diepvriesruimte 100 Maximale invriescapaciteit 100 Invriezen en opslaan 100
Verse levensmiddelen invriezen Supervriezen Ontdooien van diepvrieswaren IJsdispenser Uitvoering Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Ontdooien Schoonmaken van het apparaat .... Verlichting (LED) Energie besparen Bedrijfsgeluiden Kleine storingen zelf verhelpen Zelftest apparaat Servicedienst
101 102 102 102 104 105 105 105 106 107 107 108 111 112
nl nlIn houd nlGebuir sakaniwzjni g
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. Bij beschadiging ■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■ Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen. Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden ■
Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen Het apparaat is geschikt voor het invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. ■
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer * Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
* Afvoeren van uw oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
ã=Waarschuwing Bij afgedankte apparaten
1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen! 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar! Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■ Vrijstaand apparaat ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
Zakje met montagemateriaal Uitrusting (modelafhankelijk) Gebruiksaanwijzing Montagevoorschrift Klantenserviceboekje Garantiebijlage Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen. Het apparaat eerst op de waterleiding aansluiten, daarna pas op het elektriciteitsnet. Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteits- en waterleidingbedrijf in acht worden genomen. Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt. Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 8. Klimaatklasse
SN N ST T Toelaatbare omgevingstemperatuur +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +16 °C tot 38 °C
+16 °C tot 43 °C Aanwijzing Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten.
Beluchting Afb. 3 De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Elektrische aansluiting
De wateraansluiting mag alleen door een vakkundig monteur volgens de plaatselijke voorschriften van het waterleidingbedrijf worden uitgevoerd. De waterkraan moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en moet ook na plaatsing van het apparaat goed toegankelijk zijn.
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 8
De bijgevoegde slangenset heeft een lengte van 2 meter.
ã=Attentie Voor de aansluiting op het drinkwaternet uitsluitend de bijgevoegde of een bij de klantenservice gekochte slangenset gebruiken. In geen geval aanwezige of reeds gebruikte slangensets gebruiken. Het apparaat alleen aansluiten op een drinkwaterleiding: ■
Min. druk: 0,2 MPa (2 bar)
Max. druk: 0,8 MPa (8 bar) Druk hoger dan 0,8 MPa (8 bar): drukbegrenzer installeren tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset
Aanwijzing De maximale uitwendige diameter van de waterleiding (zonder verbindingsstukken) bedraagt 25 mm.
ã=Waarschuwing Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
Bedieningselementen Afb. 2 1
De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk. Afb. 1 * Niet bij alle modellen. 1-5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Toets Aan/Uit Om het hele apparaat in en uit te schakelen. Toets „super” Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld. Temperatuurinsteltoets Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld. Temperatuurindicatie Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan. Alarmtoets Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
Bedieningselementen Verlichting (LED) NoFrost-systeem Klep van het vriesvak Glasplaat IJsbereider/ijsblokjesreservoir Diepvrieslade (klein) Diepvrieslade (groot) Koude-accu * Schroefvoetjes IJsdispenser Deurontluchting
Inschakelen van het apparaat
Instellen van de temperatuur
Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen. Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt. Druk de alarmtoets 5 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 4 branden.
Aanwijzingen bij het gebruik ■
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. Door het volledig automatische NoFrost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Diepvriesruimte De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C. Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 4 aangegeven. Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.
Alarm function In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.
Deuralarm Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Ontdooialarm Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 4 geeft zonder te knipperen de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan.
nl Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. Temperatuuralarm Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Alarm uitschakelen Afb. 2 De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
bij het in gebruik nemen van het apparaat,
Het geïntegreerde AquaStop-systeem wordt ingeschakeld wanneer er water weglekt uit het leidingsysteem. De watertoevoer wordt automatisch onderbroken. De toetsen „lock” en „on/ off” knipperen. De koelfunctie van het apparaat wordt niet beïnvloed. Sluit de watertoevoer af en neem contact op met de klantenservice.
bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt. Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
Stroomuitval-alarm Afb. 2 Het stroomuitval-alarm wordt ingeschakeld als het door het uitvallen van de stroom in het apparaat te warm wordt en de levensmiddelen gevaar lopen. De alarmtoets 5 brandt en „PI” verschijnt op de temperatuurindicatie 4. Attentie! Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 8
Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld. Aanwijzing Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.
nl Onderdelen eruit halen ■
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4 Bij apparaten met een ijsbereider kan het ijsblokjesreservoir worden verwijderd. Afb. 5
Invriezen en opslaan Inkopen van diepvriesproducten ■ ■
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar! ■
De diepvriesruimte De diepvriesruimte gebruiken ■ ■ ■
voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Attentie bij het inruimen ■
Maximale invriescapaciteit Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 8
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. Aanwijzing De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen. Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk. Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel. Aanwijzing Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen. 2. Lucht eruit drukken. 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien. 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum. Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheenen aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: ■
Supervriezen De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven. Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen. Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt. Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Ontdooien van diepvrieswaren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■ ■
bij omgevingstemperatuur in de koelkast
ã=Attentie Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Aanwijzing Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Afb. 2 Toets „super” 2 indrukken. Is super vriezen ingeschakeld, dan licht de toets op. Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.
Naar wens kunt u eruit halen/tappen: ■
crushed ice, ijsblokjes.
ã=Waarschuwing Nooit in de opening van de ijsblokjesdispenser grijpen! Kans op verwondingen.
ã=Attentie Leg nooit flessen of levensmiddelen in het ijsblokjesreservoir om snel te laten koelen. De ijsbereider kan geblokkeerd en daardoor beschadigd worden.
nl Attentie bij ingebruikneming De ijsdispenser werkt alleen wanneer het apparaat is aangesloten op het waterleidingnet en de ijsbereider is ingeschakeld. Nadat het apparaat in gebruik is genomen duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is aangemaakt. Als de ijsbereider voor het eerst wordt gebruikt: de eerste 30-40 ijsblokjes om hygiënische redenen niet gebruiken.
Als het ijs een bijsmaak heeft, kan dit de volgende oorzaken hebben: ■
het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater;
het materiaal van de waterleiding in huis en van de toevoerleiding; de versheid van het drinkwater. Wanneer er lange tijd geen ijs uit het apparaat is genomen, kan het ijs „verschaald” smaken. In dit geval ca. 30-40 ijsblokjes verwijderen en weggooien.
Aanwijzingen bij het gebruik van de ijsbereider
Als in de diepvriesruimte de vriestemperatuur is bereikt, dan stroomt het water in de ijsbereider waar het in de vakjes tot ijsblokjes bevriest. De kant en klare ijsblokjes vallen automatisch in het ijsblokjesreservoir. Soms blijven de ijsblokjes aan de zijkant aan elkaar plakken. Meestal laten ze bij het transporteren naar de dispenseropening los.
Aanwijzing De ijsbereider moet enkele uren ingeschakeld zijn voordat er ijs kan worden afgenomen.
Als het ijsblokjesreservoir vol is, dan wordt de ijsbereiding automatisch uitgeschakeld. Tijdens het aanmaken van de ijsblokjes is het gezoem van het waterventiel, het binnenstromen van het water in het ijsblokjesreservoir en het vallen van de ijsblokjes te horen. Alle materialen van de ijsbereider zijn geur- en smaakneutraal.
1. Toets ijsdispenser aan/uit 1 een seconde indrukken. Wanneer de ijsdispenser is ingeschakeld, brandt de toetsverlichting. 2. Toets van de ijsdispenser (ijsblokjes 3 of fijngemaakt ijs 4) kiezen. 3. Met het glas tegen de dispenser-pad drukken tot de gewenste hoeveelheid is afgegeven. Aanwijzing Afhankelijk van de hoeveelheid ijs in het ijsblokjesreservoir kan het enkele uren duren voordat er ijs wordt afgegeven. Aanwijzing De geproduceerde hoeveelheid ijs kan worden verhoogd door de diepvriesruimte in te stellen op een zo laag mogelijke temperatuur.
nl IJsbereider buiten werking stellen
Toetsblokkering in- en uitschakelen
Als er vermoedelijk langer dan 1 week geen ijsblokjes uitgehaald worden (bijv. tijdens een vakantie) dan moet de ijsbereider tijdelijk buiten werking worden gesteld om te voorkomen dat de ijsblokjes aan elkaar vriezen. De ijsbereider uitschakelen:
1. Toets ijsdispenser aan/uit 1 een seconde indrukken. De toetsverlichting is uitgeschakeld wanneer de ijsdispenser is uitgeschakeld. 2. IJsblokjesreservoir eruit halen.
ã=Attentie Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar! 3. IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken. Reservoir er weer in zetten. Let erop dat het ijsblokjesreservoir op de steunen vastklikt. 4. Watertoevoer afsluiten. Om het apparaat weer in gebruik te nemen: 1. Watertoevoer weer inschakelen. 2. Toets ijsdispenser aan/uit 1 een seconde indrukken. De toets brandt wanneer de ijsdispenser is ingeschakeld. De ijsblokjesproductie begint weer. Het duurt minstens 2 uur voordat er nieuwe ijsblokjes beschikbaar zijn. Aanwijzing De eerste 30-40 ijsblokjes niet gebruiken om hygiënische redenen.
Met de toetsblokkering kan het apparaat worden beveiligd tegen ongewenste bediening. Toets Toetsblokkering 2 3 seconden ingedrukt houden. De toets brandt wanneer de toetsblokkering is ingeschakeld.
Uitvoering (niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot) Afb. 1/12 Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
Koude-accu Afb. 1/13 De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt. De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
7. IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”). 8. Apparaat schoonmaken. 9. Deur van het apparat open laten.
Uitschakelen van het apparaat Afb. 2 Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. Watertoevoer naar het apparaat beslist een paar uur voor het uitschakelen onderbreken.
ã=Attentie De ijsbereider moet ingeschakeld blijven tot het apparaat definitief wordt uitgeschakeld! 2. IJsblokjesreservoir verwijderen, leegmaken en daarna weer aanbrengen (zie IJsdispenser). 3. Enkele uren wachten tot eventueel nog in de ijsbereider aanwezige ijsblokjes zijn afgegeven aan het ijsblokjesreservoir. 4. IJsblokjesreservoir opnieuw verwijderen, leegmaken, reinigen en daarna weer aanbrengen (zie IJsdispenser). 5. Apparaat uitschakelen. 6. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
Ontdooien Diepvriesruimte Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmaken van het apparaat
Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
Aanwijzing Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
nl U gaat als volgt te werk: 1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen. 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen. 3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen. 4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen. 5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven. 6. Afvoergoot in de afgifte-eenheid reinigen; daartoe de afdekking verwijderen en de goot met een doek reinigen en drogen. 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 8. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Uitvoering Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).
IJsblokjesreservoir schoonmaken Als er langere tijd geen ijsblokjes uit de dispenser worden gehaald, dan krimpen de kant en klare ijsblokjes, smaken ze verschaald en plakken ze aan elkaar. Daarom dient de ijsblokjesbak regelmatig gereinigd te worden.
ã=Attentie Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar. 1. IJsblokjesreservoir eruit halen. 2. Het reservoir legen en met lauw water schoonmaken. Aanwijzing Reservoir niet schoonmaken door het in water te dompelen. Er mag geen water in het reservoir komen! 3. Reservoir goed droogwrijven om te voorkomen dat de nieuwe ijsblokjes vastvriezen. 4. IJsblokjesreservoir er weer inzetten. De productie van ijsblokjes gaat verder.
Verlichting (LED) Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting. Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.
Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden Heel normale geluiden Brommen De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator). Borrelen, zoemen of gorgelen Koelmiddel stroomt door de leidingen of water in de ijsbereider. Klikgeluiden Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit. Kloppende geluiden De kant en klare ijsblokjes van de ijsbereider vallen in het ijsblokjesreservoir.
Voorkomen van geluiden Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven. Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.
Oplossing In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
Geen enkele indicatie brandt.
Stroomuitval; de Stekker in het stopcontact steken. zekering is Controleer of er stroom is. uitgeschakeld; de Controleer de zekeringen. stekker zit niet goed in het stopcontact.
Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm” brandt. In de diepvriesruimte De deur is geopend. is het te warm! Gevaar De be- en voor ontluchtingsopeningen de diepvrieswaren! zijn afgedekt.
Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets indrukken. Afb. 2/5 Deur sluiten. Afdekking verwijderen.
Er werden te veel Max. invriescapacitiet niet levensmiddelen in één overschrijden. keer ingeladen om in te vriezen. Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit.
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.
Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.
Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren. Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Afb. 7 Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.
Het presentatielicht is ingeschakeld.
Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.
De ijsbereider werkt niet.
De ijsbereider is niet op de stroomvoorziening aangesloten.
Inschakelen van de Servicedienst.
De ijsbereider is uitgeschakeld.
IJsbereider inschakelen (zie IJsdispenser).
De ijsbereider bevat geen vers water.
Overtuig u ervan dat de wateraansluiting op de juiste wijze is aangesloten.
De vriesruimtetemperatuur is te hoog.
Vriesruimte-temperatuur controleren en eventueel iets kouder instellen.
Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld.
Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint.
Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald.
Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is.
Het apparaat uitsluitend aansluiten op de voorgeschreven waterdruk (zie het hoofdstuk „Apparaat aansluiten”, paragraaf „Wateraansluiting”).
De vriesruimtetemperatuur is te hoog.
Temperatuur kouder zetten.
Zeef van de watertoevoer is vuil.
Er is water weggelekt uit het leidingensysteem. Het geïntegreerde AquaStop-systeem heeft de watertoevoer onderbroken.
Sluit de watertoevoer af en neem contact op met de klantenservice (zie hoofdstuk „Alarm function”).
De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd.
IJsdispenser werkt niet. De toetsen „lock” en „on/off” knipperen.
IJsdispenser werkt niet. De toets „lock” blijft ook na 3 seconden nog branden.
Deur van het apparaat Deur van het apparaat goed sluiten. is niet dicht.
IJsdispenser werkt niet.
IJsbereider is leeg. Complete ijslading is verwijderd.
Er worden geen ijsblokjes gemaakt.
Zelftest apparaat Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Om te voorkomen dat de zelftest wordt afgebroken, dient men de deur van het apparaat gesloten te houden terwijl het zelftestprogramma loopt. Omdat er tijdens de test mogelijk water of ijs afgegeven wordt, dient men tijdens de zelftest een glas in de afgifte-eenheid te houden.
1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten. 2. Apparaat inschakelen. Als er een alarmsignaal klinkt, wordt dit na enige tijd automatisch uitgeschakeld.
Wachten tot er nieuw ijs is gemaakt.
3. Binnen de eerste 10 seconden na inschakeling van het apparaat gedurende 3 tot 5 seconden de super-toets, afb. 2/2, ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt. Daarna direct de deur sluiten. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest loopt, klinkt er eenmalig een lang geluidssignaal en gaan de bedieningselementen van de afgifteeenheid knipperen. Wanneer de zelftest is beëindigd en een geluidssignaal ■ tweemaal klinkt, is uw apparaat in orde. ■
vijfmaal klinkt en de super-toets 10 seconden knippert, is er een fout opgetreden. Op de temperatuurindicatie 4 wordt een foutcode weergegeven. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Servicedienst Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 8
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL B
088 424 4020 070 222 142
Notice-Facile