KGN39XL35 - Koelkast vriezer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGN39XL35 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KGN39XL35 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGN39XL35 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGN39XL35 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGN39XL35 BOSCH
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 61
Aanwijzingen over de afvoer 63
Omvang van de levering 63
Let op de omgevingstemperatuuren en de beluchting 64
Apparaat aansluiten 64
Kennismaking met het apparaat .... 65
Inschakelen van het apparatus 66
Instellen van de temperatuur 66
Alarm function 67
Netto-inhoud 67
De koelruimte 67
Superkoelen 69
Diepvriesruimte 69
Maximaleinvriescapaciteit 69
Invriezen en opslaan 70
Verse levensmiddelen invriezen .... 70
Supervriezen 71
Ontdooien van diepvrieswaren 72
Speciale uitvoering 72
Sticker "OK" 72
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 73
Schoonmaken van het apparatusat .... 73
Verlichting (LED) 74
Energie bespare 74
Bedrijfsgeluiden 75
Kleine storingen zelf verhelpen 76
Servicedienst 78
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindtkaarin belangrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing nicht in acht
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik
of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoveeelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet nicht beschadigd worden. Koelmiddel dat waar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende eenaar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat worden opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel要去h vertrek minstens 1m^3 moot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installmentie en reparations können groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gelebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel maguitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Kans op een elektrisch eschok!
nl
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kut u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Dranken met een hoog alcoholpercentage alttijd goed afgesloten en staand bewaren. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparatusaat nooit afdekken.
Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een person die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zich ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gezruikt.
Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - Niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes{kennen springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterial en onderden ervan zich geen spellegood voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparatus is geen spellegoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegedebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP)appeaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlij 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlij geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en Voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk fevoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten Aunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparatus
Zakje met montagematerialial
Uitrusting (modelafhankelijk)
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebjlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklassie geconstrueree. Afhankelijk van de klimaatklassie kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig fonctioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gezruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achechterwand en aan de zijwanden van het apparaat worden verwamd. De verwarmde lucht要去 ongehinderdfa gevoerd hunnen worden. Anders要去 de koelmachineeer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteme terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusaat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligld met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gezruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluiitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 11

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor once apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installations die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geenrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,要去en sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De LaTeX bladzijde met de afbeeldingen uiktlappen. Deze gebruiksaanwijzing is op更是 dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-3 Bedieningselementen
4 Hoofdschakelaar Aan/Juit
5 Verlichting (LED)
6 Legroosters/plateaus in de koelruimte
7 Flessenrek
8 Luchtopening
9 Verskoelvak
10 Groente- en fruitlade
Diepvrieslade
Diepvrieskalender
13 Glasplateau in de diepvriesruimte
14 Schroefvoetjes
15 Boter en kaasvak
16 Deurvak
17 Eierrekje
18 Flessenhouser *
19 Vak voor groe flessen
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Temperature display
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
2 Indicatie „super"
Deze brandt wonneer het superkoelen en supervriezen actief zich.
3 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets worden de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1/4 indrukken. Door op de insteltoets 3 te drukken, worden het temperatuuralarmsignaal uitgeschakeld. De temperatuurindicaties 1 knipperen of de indicate ^ 念 super"2 brandt totdat het apparaat de ingestelde temperaturen heeft bereikt.
Bij geopende deur brandt de verlichting in de koelruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zich bereikt.
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeeltekliglicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct wee geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De liaisonist ingestelde waarde worden in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur worden aangegeven op de temperatuurindicatie 1.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Gevoelige levensmiddelen nicht warmer dan bij +4^ bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimteteppaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimteteppaturen.
Alarm function
In de volgende gevalen kan het alarm afgaan.
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal wee uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm (pieptoon) worden
ingeschakeld wanner het in de
vriesruimte te warm
is en de diepvrieswaren gevaar lopen.
Temperatuurindicatie, afb. 2/1, knippert.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniewu invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-en-klaargerecht konnen ze opniewu worden ingevroren.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat,
■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werk.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Temperatuurinsteltoets 3 indrukken om het alarmsignaal UIT te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, können alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd.
De levensmiddelen können dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop".
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zich die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven.
Let waarom bij de aankoop algijd op de mate van versheid van de levensmiddelen.
Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen.
nl
In awhile nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
De levensmiddleslen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelendechterwand raken. Anders wordtdle luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan dechterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
Koudste zone
is in de binnenruimte gegen
de achechterwand en in het verskoelvak
Afb. 1/9
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
De warmste zone
behindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv.
harde kaas en boter. Kaas kan zo+zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 6
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
■kleinehoeveelheid fruit en groente - hoge luchtvochtigheid
grote hoeveelheid fruit en groente - lage luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dieren voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8^ tot +12^ .
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijdenen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoelvak
Afb. 7
In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kuren ook temperaturen onder 0^ optreten.
Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.
Desgewenst kan de temperatuur in het verskoelvak worden aangepast.
Lagere temperatuur: regelaar maar rechts
Hogere temperatuur: regelaar maar links
Wij adviseren een gemiddelde instelling.
Superkoelen
Bij het superkoelen worden de koelruimte ca. 2^1/2 dag lang zo koud möglich gekoeld. Hierna worden automatisch omgeschakeld maar de voór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsystem inschakelen bijv.
Voor het inladen van grothe hoeveelheden levensmiddelen.
om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het superkoelsystem is ingeschakeld,
kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
dan wordt ook de vriesruimte sterker gekoeld.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 3 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.
Het superkoelen schakelt na ca. 2^1/2 dag automatisch uit.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes temaken,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op hetypeplaatje. Afb. 11
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen").
nl
Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de levensmiddelenrechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte.
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag Niet beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 ^ C of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
- De levensmiddlesen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen
mogen Niet met de al ingevroren
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Tot in de Kern bevroren
levensmiddelen eventueel in een
andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nichtoodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze Niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyethene
en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruekte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiedelen zo snel möglichk door en door invriezen zodate vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smoak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ontgewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4-6 eer van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkct het apparaat permanent, in de diepvriesruimte worden een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
Aanwijzing
Tijdens het supervriezen worden de koelruimte ieis sterker gekoeld.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 3 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.
Het supervriessystem wird na 21 / 2 davon automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en vereidingswijze van de levensmiddelen kut u kiezen uit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniewu invriezen. Pas na het koken of braden tot een Kant-en-klaargerecht konnen ze opniewu worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Speciale UITvoering
(niet bij alle modellen)
Flessenrek
Afb. 5
In de flessenrek{kunnen flessen veilig
worden bewaard.De houder is variabel.
IJsbakje
Afb. 8
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Diepvrieskalender
Afb. 1/12
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur Niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrolle kuren temperaturen onder +4^ worden geregisteerd. Stel
de temperatuur trapsgewijs kouder in als
de sticker nicht „OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 1
Toets Aan/Jit 4 indrukken.
Koelmachine en verlichting wordenuitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparatus
Als u het apparaat langere vrijd nicht gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en Voorraadvakkenogensenietindeafwasmachine gereinigd worden.
Ze können verrormen!
de openingsssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak,
de bedieningselementen en
deverlichting.
nI
U gaat als volgt te werk:
- Vór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutral schoonmaakmiddel. Het sop mag Niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kannen alle variabele onderdelen van het apparatusaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen Afb. 9
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Reservoir verwijderen Afb. 4
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Warme gerechten en dranken eerst laden afkoelen, daarna in het apparaatplaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achechterkant van het apparatusaat af en toe gereinigd te worden.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouser monteren om de geplande energiaopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een Kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werkung van het apparaat. Het energieverbruik kan daniets hoger worden.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomd oor de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisystem treedt in werkung.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een ander meubel of apparatus
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaastwegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controller de delen die eruit gehaald\ kunnen worden en zet ze eventueel\ opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controller er erst of u aan de hand van de volgende punten de storing kurz verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te gezven om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van deinstilling. | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| De verlichtung functioneert nicht. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open.De verlichting worden na ca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. | |
| Geen enkele individatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zich Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat nicht onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Inviezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet nicht overschrijden. | |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur worden Niet meer bereikt. | Er zit zoVEL ijns op de verdamper dat het NoFrost-systeem Nietmeer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geisoleerd op een koele plaatsbewaren. Apparaat uitschakelen en van de wandwegschuiven. Deur van het apparat open lately. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 10 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkung stellen. |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Temperatuur-insteltoets aflb. 2/3 gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controlleren of het apparaat koelt. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11
Door vermeling van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbondeneerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141



2
3

4

5

6

7

8

9

10

11