GEBRUIKSAANWIJZING KGN39XL35 BOSCH
Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 61
Aanwijzingen over de afvoer 63
Omvang van de levering 63
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 64
Apparaat aansluiten 64
Kennismaking met het apparaat 65
Inschakelen van het apparaat 66
Instellen van de temperatuur 66
Alarmfunctie 67
Netto-inhoud 67
De koelruimte 67
Superkoelen 69
Diepvriesruimte 69
Maximale invriescapaciteit 69
Invriezen en opslaan 70
Verse levensmiddelen invriezen .... 70
Supervriezen 71
Ontdooien van diepvrieswaren 72
Speciale uitvoering 72
Sticker "OK" 72
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 73
Schoonmaken van het apparaat .... 73
Verlichting (LED) 74
Energie besparen 74
Bedrijfsgeluiden 75
Kleine storingen zelf verhelpen 76
Servicedienst 78
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; Ruimte gedurende een aantal minuten goed luchten; Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie! Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zich ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. Flessen en blikjes met vloeistoffen - vooral koolzuurhoudende dranken - niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op verbranding! Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterialen en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.
Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie en gas. Die moeten zorgvuldig worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat, zakje met montagemateriaal, uitrusting (modelafhankelijk), gebruiksaanwijzing, montagevoorschrift, klantenserviceboekje, garantiebijlage, informatie over energieverbruik en geluiden.
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting.
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse | Toelaatbare
omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5°C.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwarmd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Voor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet beveiligd zijn met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt, op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor deze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
*Niet bij alle modellen.
1-3 Bedieningselementen 4 Hoofdschakelaar Aan/Uit 5 Verlichting (LED)
6 Legroosters/plateaus in de koelruimte 7 Flessenrek 8 Luchtopening 9 Verskoelvak 10 Groente- en fruitlade Diepvrieslade Diepvrieskalender 13 Glasplateau in de diepvriesruimte 14 Schroefvoetjes 15 Boter- en kaasvak 16 Deurvak 17 Eierrekje 18 Flessenhouder * 19 Vak voor grote flessen
A Koelruimte B Diepvriesruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Temperatuurdisplay
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ° C
2 Indicatie „super"
Deze brandt wanneer het superkoelen en supervriezen actief is.
3 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1/4 indrukken. Door op de insteltoets 3 te drukken, wordt het temperatuuralarmsignaal uitgeschakeld. De temperatuurindicaties 1 knipperen of de indicatie „super" 2 brandt totdat het apparaat de ingestelde temperaturen heeft bereikt.
Bij geopende deur brandt de verlichting in de koelruimte.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt. Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig. De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk verwarmd, waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2°C tot +8°C .
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie 1.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4°C voor de koelruimte.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4°C bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetemperaturen veroorzaken ook lagere vriesruimtetemperaturen.
Alarmfunctie
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan.
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm (pieptoon) wordt ingeschakeld wanneer het in de vriesruimte te warm is en de diepvrieswaren gevaar lopen. Temperatuurindicatie, afb. 2/1, knippert.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, als de deur van de vriesruimte te lang geopend wordt.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
Temperatuurinsteltoets 3 indrukken om het alarmsignaal UIT te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd.
De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop".
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven.
Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van versheid van de levensmiddelen.
Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen.
In acht nemen bij het bewaren
Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard. Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen. De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
Koudste zone
is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak (afb. 1/9)
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
De warmste zone
bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 6
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
■ kleine hoeveelheid fruit en groente - hoge luchtvochtigheid; grote hoeveelheid fruit en groente - lage luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8°C tot +12°C. - Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoelvak
Afb. 7
In het verskoelvak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte. Er kunnen ook temperaturen onder 0°C optreden.
Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor salades, groente en koudegevoelige levensmiddelen.
Desgewenst kan de temperatuur in het verskoelvak worden aangepast.
Lagere temperatuur: regelaar naar rechts. Hogere temperatuur: regelaar naar links.
Wij adviseren een gemiddelde instelling.
Superkoelen
Bij het superkoelen wordt de koelruimte ca. 2 1/2 dag lang zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de voor het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
Voor het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen, om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld,
kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen. Dan wordt ook de vriesruimte sterker gekoeld.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 3 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.
Het superkoelen schakelt na ca. 2 1/2 dag automatisch uit.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten, om ijsblokjes te maken, om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 11
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen").
nl
Uitrustingsdelen eruit halen; stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte. Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag niet beschadigd zijn. Neem de houdbaarheidsdatum in acht. De temperatuur in de verkoopkoelkast moet -18 °C of kouder zijn. Diepvriesproducten bij voorkeur in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp. diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
Geschikt om in te vriezen: bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes. Niet geschikt om in te vriezen: groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden. Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden. Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamines, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Aanwijzing
Tijdens het supervriezen wordt de koelruimte iets sterker gekoeld.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 3 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.
Het supervriessysteem wordt na 2 1/2 uur automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator, in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Speciale uitvoering
(niet bij alle modellen)
Flessenrek
Afb. 5
In het flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
IJsbakje
Afb. 8
- IJsbakje voor 3/4 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Diepvrieskalender
Afb. 1/12
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4°C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 1
Toets Aan/Uit 4 indrukken. Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Schakel het apparaat uit.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los, respectievelijk schakel deze uit.
- Maak het apparaat schoon.
- Laat de deur van het apparaat openstaan.
Schoonmaken van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Gebruik geen schurende of krassende sponsjes.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
De openingssleuf aan de voorkant in de bodem van het vriesvak, de bedieningselementen en de verlichting.
NI
U gaat als volgt te werk:
- Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen Afb. 9
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Reservoir verwijderen Afb. 4
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. - Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden. - Indien aanwezig: Wandafstandshouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Knakkende geluiden
Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat.
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen.
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar.
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van deinstilling. | | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. |
| De verlichtung functioneert nicht. | De LED verlichting is kapot. | Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. |
| De deur stond te lang open.De verlichting worden na ca. 10 minutenuitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting wee. |
| Geen enkele individatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zich Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat nicht onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. |
| Inviezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet nicht overschrijden. |
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur worden Niet meer bereikt. | Er zit zoVEL ijns op de verdamper dat het NoFrost-systeem Nietmeer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geisoleerd op een koele plaatsbewaren. Apparaat uitschakelen en van de wandwegschuiven. Deur van het apparat open lately. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 10 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat waar in werkung stellen. |
| Het apparaat koelt Niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Temperatuur-insteltoets aflb. 2/3 gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controlleren of het apparaat koelt. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 11
Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141


2 3
4
5
6
7
8
9
10

11