KDV33VL32 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KDV33VL32 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Koelkast met vriesvak |
| Merk | BOSCH |
| Model | KDV33VL32 |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (zie typeplaatje) |
| Voeding | 220-240 V ~, 50 Hz |
| Aanbevolen zekering | 10 A tot 16 A |
| Koelmiddel | R600a (brandbaar, milieuvriendelijk) |
| Temperatuurbereik koelkast | +2 °C tot +8 °C (fabrieksinstelling +4 °C) |
| Superkoeling | Ja |
| Supervriezen | Ja (maximaal 2,5 dagen) |
| Maximale vriescapaciteit (24u) | Vermeld op typeplaatje |
| Nuttige inhoud | Vermeld op typeplaatje |
| Binnenverlichting | LED (onderhoudsvrij) |
| Groentelade | Met vochtigheidsregelaar |
| Glazen legplanken | Verwijderbaar, aantal afhankelijk van model |
| Flessenrek | Ja |
| IJsblokjesbak | Ja (vullen tot 3/4 met water) |
| Sticker « OK » | Geeft temperatuur ≤ +4 °C aan |
| Ontdooiing koelkast | Automatisch |
| Ontdooiing vriesvak | Handmatig (geen scherpe voorwerpen gebruiken) |
| Toegestane omgevingstemperatuur (klasse SN) | +10 °C tot +32 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur (klasse N) | +16 °C tot +32 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur (klasse ST) | +16 °C tot +38 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur (klasse T) | +16 °C tot +43 °C |
| Klantenservice | Telefonisch contact per land (FR: 01 40 10 11 00) |
Veelgestelde vragen - KDV33VL32 BOSCH
Gebruikersvragen over KDV33VL32 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KDV33VL32 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KDV33VL32 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KDV33VL32 BOSCH
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 54
Aanwijzingen over de afvoer 56
Omvang van de levering 56
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting 57
Apparaat aansluiten 57
Kennismaking met het apparatusat .... 58
Inschakelen van het apparatus 59
Instellen van de temperatuur 59
Netto-inhoud 59
De koelruimte 60
Superkoelen 59
De diepvriesruimte 60
Maximaleinvriescapaciteit 60
Verse levensmiddelen invriezen 61
Supervriezen 62
Ontdooien van diepvrieswaren 62
Uitvoering 62
Sticker "OK" 63
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 63
Ontdooien 64
Schoonmaken van het apparatusat .... 64
Luchtjes 65
Verlichting (LED) 66
Energie bespare 66
Bedrijsgeluiden 66
Kleine storingenzelfverhelpen 67
Zelftest apparatus 68
Servicedienst 69
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door.
U vindt waarin belangrijke informatatie overplaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing Niet in ache
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoveeelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet nicht beschadigd worden. Koelmiddel dat waar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende eenaar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat worden opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel要去h vertrek minstens 1m^3 moot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installment en reparations können groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gelebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschäft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Kans op een elektrisch eschok!
Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een person die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zich ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gezruikt.
Flessen en blinkinges met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – Niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blinkingjes können springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterial en onderden ervan zichen geen spellegood voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spelelgoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen.
Dit apparaat is bestemd voor privilegegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontrolererd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruiktematerialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Helpaarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.

Afvoeren van uw oude paraat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparatus is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlij 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlij geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en Voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk fevoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten=kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparaat
Uitrusting (modelafhankelijk)
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Zakje met montagematerialial
Let op de omgevingstemperatuuren de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklassie staat op het typeplaatje, afb. 14.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaatuit klimaatklasse SN worden gezruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
In dit geval raden wij u aan de koudst möglichke koelruimtetelemperatuur in te stellen, om eventuele condensvorming te beperken.
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan dechterwand en aan de zijwanden van het apparaat worden verwamd. De verwarmde lucht要去 ongehinder afgevoerd hunnen worden. Anders要去 de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aar wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteme terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusaat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligld met een zekering van 10 A tot 16 A.
nl
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gezruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 14

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor once apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installations die rechtstreeks+zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geenrechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,要去en sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De LaTeX bladzijde met de afbeeldingen uiktlappen. Deze gebruiksaanwijzing is op更是 dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
1-4 Bedieningselementen
5 Glasplateau in de diepvriesruimte
6 Verlichting (LED)
7 Glasplateau in de koelruimte
8 Groentelade
9 Schroefvoetjes
10 Voorraadvak in de deur
11 Vak voor groe flessen
A Diepvriesruimte
B Koelruimte
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Temperatuurindicatie Koelruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in ^ C
3 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessystem is ingeschakeld.
4 Temperatuurinsteltoets koelruimte
Met de toets worden de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de insteltoets inschakelen. Afb. 2/1
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanner de deur open is.
Aanwijzingen bij het gebruik
Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zich bereikt.
Vóor die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
De voorzijde van het apparaat awhile de deur worden gedeeltelijklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct wee ter geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2^ tot +8^ .
Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld. De LAST ingestelde waarde worden in het geheugen opgeslagen.
De ingestelde temperatuur worden op indicateie 2 aangegeven.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4^ voor de koelruimte.
Gevoelige levensmiddlesen nicht warmer dan bij +4^ bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur in de diepvriesruimte is afhankelijk van de koelruimtetemperatuur.
Lagere koelruimtetepmperaturen
veroorzaken ook lagere
vriesruimtetepmperaturen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 14
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaatsvoor klaargemaakte gerechten, brood enbanket, conserven, gecondenseerdemelk, harde kaas, koudegevoelig fruit engroente en voor zuidvruchten.
Attentie bij het inruimen:
De levensmiddlesen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddlesen maar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelendechterwand raken. Anders wordtdle luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen können aan dechterwand vastvriezen.
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculation in de koelruimte verschillen de koudezones:
De koudste zone is de schuiflade. Afb. 4
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
In de warmste zone bijv. boter en kaas bewaren. Tijdens het serveren behoudt de kaas+zijn aroma en de boter blijft smeerbaar.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
hoort het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 ^ C of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op hetypeplaatje. Afb. 14
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglich te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nicht noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevrøren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze Niet uitrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zich in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
Deze hangt af van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiedelen zo snel möglichk door en door invriezen zoday vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smoak behouden blijven.
Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: eenaar uur vór het inladen van verse levensmiddelenhets supervriessysteme inschaken. Doorgaans is 4-6 uur van tevoren voldoende.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schaken.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
In- en uitschakelen
Afb. 2
De temperatuurinsteltoets 4 meermaals indrukken, tot de indicatie super 3 brandt.
Het supervriessystem wird na 21 / 2 davon automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen(Int) kiezen uit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniew invriezen. Pas na het koken of braden tot een kanten-klaargerecht können ze opniew worden ingevroren.
De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 5
U kunt de plateaus en Voorraadvakken in de binnenruimteaar wens verplaatsen: Plateau optillen,haar voren trekken,laten zakken en zichwaartsaar buiten draaien.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 6
Om een optimaal klimaat voor het bewaren van groente, salute en fruit te scheppen, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden geregeld afhankelijk van de te bewaren hoeveeelheid.
Door de vochtigheidscontrole kannen verse levensmiddelen met behoud van hun versheid tot tweemaal langer bewaard worden dan in de normale koelzone.
Kleine hoeveelheden levensmiddelen – Regelaar maar links schuiven.
Grote hoeveelheden levensmiddelen – Regelaar maar rechts schuiven.
Flessenrek
Afb. 7
In de flessenrek kuren flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.
Flessenhouser
Afb. 8
De flessenhouser voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
Ijsbakje
Afb. 9
Het ijsbakje voor 3 / 4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.
Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrolle
kunnen temperaturen onder +4^ worden gereigsteerd. Stel
de temperatuur trapsgewijs kouder in als
de sticker nicht „OK" aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werkung stellen
Uitschakelen van het apparatus
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit
en de koelmachine wordenuitgeschakeld.
Buiten werkig stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere&tiet nicht gebruikt:
- Uitschakelen van het apparatus.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Ontdooien van de diepvriesruimte
De diepvriesruimte worden nicht automatisch ontdooid odomat de diepvrieswaren Niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgiffe aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik worden verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

Attentie
Een laag rijp of ijs Niet met een mes of een scherp voorwerp afterschapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 eer voor het ontdooien het supervriessystem inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer Lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij binnentemperatuur bewaard:kennen worden.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
- Om het ontdooiprocesse te versnellen een pan met heet water op een onderzetter in de diepvriesruimte zetten.
-
Dooiwater met een spons of doeke afwissen.
-
De diepvriesruimte droogwrijven.
- Apparaat weer inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
De koelruimte worden volautomatisch ontdooid
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterruppels of een laagje rijp op dechterwand van de koelruimte. Dit is normal. U hoeft de waterdruppels Niet af te wissen of de rijp af te schrapen. Dechterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 10. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje waar de koelmachine waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schuursponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. - De legplateaus en voorraadvakken, mogen Niet in de afwasmachine, gereinigd worden. Ze können verrormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóor het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.uitschakelen!
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutral schoonmaakmiddel. Het sop mag nicht in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kannen alle variabele onderdelen van het apparatusaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 5
De glasplateaus optillen, maar voren trekken, lately zakken en zijdelings eruit zwenken.
Afvoergoot voor dooiwater
Voor het reinigen van de dooiwaterafvoergoot eruit halen het glasplateauboven de groentelade, afb. 1/8.
De dooiwater-afvoergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Reservoir verwijderen
Afb.
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Groentelade
Afb. 12
De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd.
De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en waar bij de afterschermplaat van de groentelade nemen.
Legplateausuit de deur nemen
Afb. 18
Legplateaus optillen en verwijderen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop.Afb.2/1
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenkant van de diepvriesruimteschoonmaken. Zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat".
- Alle verpakkingen schoonmaken.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 eer controlleren of er opniew luchtjes zich ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen!
- De diepvrieswaren om te ontdooien in de koelruimte leggen. Hierdoor benut u de koude van de diepvrieswaren voor het koelen van de levensmiddelen.
Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig lately ontdooien!
Een laag rijp of ijs vermindert de afgithe van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知,
-
maybe it's a good idea to have a little more time.
Dechterkant van het apparaat af en toe met met een stofzuiger of borstel reinigen om toename van het energieverbruik te voorkomen. -
Indien aanwezig: Wandafstandhouser monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Eenkleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werkung van het apparaat. De energieopname kan dan weliets veranderen. De afstand van 75mm mag nicht worden overschreden.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een andermeubel of apparatus
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaastwegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controller de delen die eruit gehald können worden en zet ze eventuel opniew in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroegt:
Controller er erst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vragt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te gezven om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van deinstelling. | In sommige geallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minutes uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstilling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele individatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zich Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controller of er stroom is. Controller de zekeringen. |
| In de koelruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk „Instellen van de temperatuur"). |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergat+zijn verstoot. | De dooiwatergoten en het afvoergaatje schoonmaken (zie „Schoonmaken van het apparaat"). Afb. |
| De diepvriesruimte heeft een dikke laag rijp. | Ontdooien van het diepvriesruimte. Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er algijd voor dat de deur van het diepvriesruimte goed zich is. | |
| De temperaatur in de diepvriesruimte ist te warm. | De deur van het apparaat werk te vaak geopend. | Deur van het apparaat Niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen�xijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitet Niet overschrijden. |
Zelftest apparatus
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 Minutes wachten.
- Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de temperatuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de koelruimte-temperatuurindicatie 2^ gaat branden.
Het zelftestprogramma start wanner de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.
Wanner het apparaat na korteijd de voor de zelftest ingestelde temperuur aangeeft, is het in orde.
Als de indicate tie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fouit.
Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparatus beeindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weever op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op hetypeplaatje.Afb. 14
Door deze nummers aan de Servicedienst door te Geven voorkomt u onnodig heen en weeer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141


1
2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14