GEBRUIKSAANWIJZING PIL613T14E BOSCH
Gebruiksaanwijzing 14
Veiligheidsvoorschriften 14
Oorzaken van schade 16
Bescherming van het milieu 17
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier 17
Tips om energie te besparen 17
Koken op inductie 17
Voordelen van het koken op inductie 17
Geschikte pannen 17
Het apparaat leren kennen 18
Het bedieningspaneel 18
De kookzones 19
Restwarmte-indicator 19
Programmeren van de kookplaat 19
In- en uitschakelen van de kookplaat 19
Afstellen van de kookzone 19
Kooktabel 20
Kinderslot 21
Het activeren en deactiveren van het kinderslot 21
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen 21
Functie Powerboost 21
Gebruiksbeperkingen 21
Activeren 21
Uitschakelen 21
Timerfunctie 22
Een kookzone automatisch uitschakelen 22
Automatische tijdslimiet 22
Basisinstellingen 23
Toegang tot de basisinstellingen 23
Onderhoud en reiniging 24
Kookplaat 24
Omlijsting van de kookplaat 24
Repareren van storingen 24
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat. 25
Servicedienst 25
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com
Veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren.
Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandsbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun
veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Risico van brand!
Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. - De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. - Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. - De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Risico van verbranding!
- De kookzones en de omgeving ervan worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- De kookzone wordt warm, maar de inductie functioneert niet. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat. Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Dit apparaat voldoet aan de reglementeringen inzake veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit. Personen met een pacemaker of een geïmplanteerde insulinepomp mogen niet in de buurt komen van het apparaat om het te bedienen. Het is onmogelijk om te garanderen dat 100% van deze mechanismen die op de markt zijn, voldoen aan de geldende regelgeving omtrent elektromagnetische compatibiliteit en dat er geen interferenties optreden die de juiste werking in gevaar brengen. Ook is het mogelijk dat personen met andere soorten mechanismen, zoals hoorapparaten, enige vorm van hinder kunnen ondervinden.
Gevaar voor beschadiging!
Deze plaat is uitgerust met een ventilator, die zich aan de onderzijde bevindt. Indien er zich onder de kookplaat een lade bevindt, mogen er geen kleine of papieren voorwerpen in worden bewaard. Als deze namelijk worden geabsorbeerd, kunnen ze de ventilator beschadigen of de koeling verslechteren.
Tussen de inhoud van de lade en de inlaat van de ventilator moet een afstand van ten minste 2 cm worden aangehouden.
Risico van letsel!
Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
Oorzaken van schade
Attentie!
■ Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken. - Plaats nooit lege pannen op de kookzones. Dit kan schade veroorzaken. - Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken. ■ Als er harde of scherpe voorwerpen op de kookplaat vallen, kan dit de plaat beschadigen. Aluminiumfolie en plastic bakken smelten als ze op een hete kookzone gelegd worden. Het gebruik van beschermplaten op de kookplaat wordt afgeraden.
Algemeen overzicht
In de onderstaande tabel vindt u de meest voorkomende vormen van schade:
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
| Vlekken | Gemorst voedsel | Verwijder gemorst voedsel onmiddelijk met een glasschraper. |
| Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschikt+zijn voor kookplaten. |
| Krassen | Zout, suiker en zand | Gebruik de kookplaat Niet als werkoppervlak of steun. |
| Ruwe bodems van pannen+kennenkrassen op de vitroceramische plaatveroorzaken | Controler de pannen. |
| Verkleuringen | Ongeschikte reinigingsproducten | Gebruik reinigingsproducten die geschicht+zijn voor kookplaten. |
| Aanraking van de pannen | Til koekpannen en koekenpannen op om ze te verplaatsen. |
| Afbladderingen | Suiker, levensmiddleselen met een hoogsuikergehalte | Verwijder gemorst voedsel onmiddelijk met een glasschraper. |
Bescherming van het milieu
Pak het apparaat uit en gooi het verpakkingsmateriaal op milieuvriendelijke wijze weg.
Verwijdering van afvalstoffen op een milieuvriendelijke manier

Dit apparaat is geïdentificeerd conform de Richtlijn betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur WEEE 2002/96/EG. Deze richtlijn omschrijft het kader voor de recyclage en het hergebruik van afgedankte apparaten binnen het hele Europese grondgebied.
Tips om energie te besparen
- Doe altijd de bijbehorende deksel op de pan. Bij koken zonder deksel op de pan is het energieverbruik vier keer zo hoog. Gebruik een glasdeksel om een goede zichtbaarheid te hebben zonder dat u het deksel van de pan hoeft te nemen.
- Gebruik pannen met een dikke en vlakke bodem. Pannen met bolle bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan moet overeenkomen met de afmeting van de kookzone. In het tegenovergestelde geval kan energieverspilling ontstaan. Opgelet: De fabrikant duidt gewoonlijk de grootste diameter van de pan aan. Deze is over het algemeen groter dan de diameter van de bodem van de pan. ■ Kies pannen met een afmeting die geschikt is voor de hoeveelheid voedsel die u gaat bereiden. Een grote pan die maar halfvol is, verbruikt veel energie. Kook met weinig water. Zo wordt energie bespaard en blijven bovendien vitamines en mineralen van de groente behouden. Selecteer een lagere vermogensstand.
Koken op Inductie
Voordelen van het Koken op Inductie
Koken op Inductie betekent een radicale verandering van de traditionele wijze van verwarmen, aangezien de warmte rechtstreeks in de pan wordt gegenereerd. Daarom biedt het een aantal voordelen:
Tijdbesparing bij het koken en frituren; doordat de pan rechtstreeks wordt verwarmd. Dit werkt energiebesparend. Eenvoudiger in onderhoud en reiniging. Overgelopen voedingswaren verbranden minder snel. - Kook- en veiligheidscontrole; de plaat levert energie of stopt de energietoevoer onmiddellijk als op de controleknoppen gedrukt wordt. De inductiekookzone levert geen warmte meer af als de pan wordt weggenomen, ook al wordt het apparaat voor die tijd niet uitgeschakeld.
Geschikte pannen
Uitsluitend geschikt voor inductiekoken zijn ferromagnetische pannen zoals van:
geëmailleerd gietijzer, speciale pannen voor inductie van roestvrij staal.
Kijk, om te weten of de pannen geschikt zijn, of ze worden aangetrokken door een magneet.
Andere pannen die geschikt zijn voor inductie
Er bestaat een ander soort pannen speciaal voor inductie, met een niet geheel ferromagnetische bodem.

Bij het gebruik van grote pannen met een ferromagnetische zone met een kleinere diameter, worden enkel de ferromagnetische zone verwarmd, zodat de warmte niet homogeen kan worden verdeeld.

De recipiënten met aluminiumzones in de bodem reduceren de ferromagnetische zone en bijgevolg zal er meer warmte worden ontwikkeld en kunnen zich detectieproblemen voordoen.

Om goede kookresultaten te verkrijgen, is het raadzaam dat de diameter van de ferromagnetische zone van de pan aangepast is aan de maat van de kookzone. Als de pan in de kookzone niet wordt gedetecteerd, controleer dan in de zone met een wat kleinere diameter.
Niet geschikte pannen
Gebruik nooit pannen van:
■ dun normaal staal ■ glas ■ aardewerk ■ koper ■ aluminium
Kenmerken van de bodem van de pan
De kenmerken van de bodem van de pannen kunnen invloed hebben op de homogeniteit van het kookresultaat. Pannen die gemaakt zijn van materialen die warmte verspreiden, zoals "sandwich" pannen van roestvrij staal, verdelen de warmte op gelijkmatige wijze, waardoor tijd en energie worden bespaard.
Geen pan of ongeschikte afmeting
Als er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden worden gewacht, gaat de kookzone automatisch UIT.
Lege pannen of pannen met een dunne bodem
Verwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie "automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone UIT. Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst.
Pandetectie
Iedere kookzone heeft een minimumlimiet voor pandetectie, die afhankelijk is van het materiaal van de pan die wordt gebruikt. Daardoor mag alleen de kookzone worden gebruikt die het meest geschikt is voor de pan.
Het apparaat leren kennen
Deze gebruiksinstructies kunnen op de diverse kookplaten toegepast worden. Op pagina 2 staat een algemeen overzicht van de modellen met informatie over hun afmetingen.
Het bedieningspaneel

| Bedienings-vlakken | Functie |
| 0 | Hoofdschakelaar |
| -/+ | Selecteer de vermogensstand |
| \(\bigcirc\) | Timerfunctie |
| -0 | Kinderslot/basisinstellungen |
| \(+\wedge\) | Powerboost |
| Indicators |
| 1-9 | Kookstanden |
| H/h | Restwärme |
| 00 | Timerfunctie |
| 1→1 | Duur van de kooktijd |
| △ | Kookwekker |
| b | Functie Powerboost |
Bedieningsvlakken
Bij het aanraken van een symbool worden de overeenkomstige functies geactiveerd.
Aanwijzingen
- Instellingen wijzigen: raak niet meerdere symbolen tegelijk aan. Hierdoor kan de programmeerzone worden gereinigd in geval van gemorst voedsel. Zorg ervoor dat de bedieningsvlakken altijd droog zijn. Vocht heeft een negatieve invloed op de werking.
De kookzones
| Kookzone | Activeren en deactiveren |
| ○ Enkelvoudige kookzone | Gebruik een pan met de geschikte maat. |
| Gebruik enkel pannen die geschikt+zijn om te koken op inductie,zie hoofdstuk “Geschikte pannen”. |
Restwarmte-indicator
De kookplaat beschikt over een restwarmte-indicator in elke kookzone, die aangeeft welke zones nog warm zijn. Raak kookzones met die indicatie niet aan.
Ook als de plaat uitgeschakeld is, blijft h/H branden zolang de kookzone warm is.
Als de pan van de plaat wordt genomen voordat de kookzone is uitgeschakeld, verschijnen afwisselend de indicator h/H en de geselecteerde kookstand.
Programmeren van de kookplaat
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een kookzone kan worden afgesteld. In de tabel staan de kookstanden en de bereidingstijden voor verschillende gerechten vermeld.
In- en uitschakelen van de kookplaat
De kookplaat wordt in- en uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.
Inschakelen: druk op het symbool ①. De indicator boven de hoofdschakelaar zal gaan branden. De kookplaat is klaar om te werken.
Uitschakelen: druk op het symbool ① tot de indicator boven de hoofdschakelaar dooft. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. De indicator voor de restwarmte zal blijven branden tot de kookzones voldoende afgekoeld zijn.
Aanwijzing: De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als de kookzones langer dan 20 seconden gedoofd zijn.
Afstellen van de kookzone
Selecteer de gewenste vermogensstand met de symbolen + en -.
Vermogensstand 1 = minimumvermogen.
Vermogensstand 9 = maximumvermogen.
Elke vermogensstand is voorzien van een tussenliggende instelling. Deze worden aangegeven met een punt.
Selecteer de kookstand.
De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- Druk op het symbool + of - van de gewenste kookzone. Op de visuele indicator gaat branden.
- Druk tijdens de volgende 10 seconden op het symbool + of - . De basisinstelling wordt weergegeven.
Symbool ^+ kookstand 9.
Symbool - kookstand 4.


- De kookstand wijzigen: druk op het symbool + of - tot de gewenste kookstand verschijnt.
Schakel de kookzone uit
Druk op het symbool + of - tot 0 verschijnt. De kookzone wordt uitgeschakeld als de restwarmte-indicatie verschijnt.
Aanwijzing: Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, zal de gekozen kookstand beginnen te knipperen. Na het verstrijken van een tijd gaat de kookzone UIT.
Kooktabel
In de volgende tabel worden enkele voorbeelden gegeven.
De kooktijden zijn afhankelijk van de vermogensstand, het type, het gewicht en de kwaliteit van het voedsel. Daarom zijn er variaties.
De vermogensstanden beïnvloeden het kookresultaat.
Roer puree, gebonden soep en dikke sauzen af en toe om tijdens het opwarmen.
Gebruik de vermogensstand 9 als u begint te koken.
| Vermogensstand | Kooktijd in minutes |
| Smelten |
| Chocolade, chocoladeglazuur, boter, honing | 1-1. | - |
| Gelatine | 1-1. | - |
| Verhitten en warmhouden |
| Maaltijdsoep (bv. linzen) | 1-2 | - |
| Melk** | 1.-2. | - |
| Worstjes verhit in water** | 3-4 | - |
| Ontdooien en verhitten |
| Diepvriesspinazie | 2.-3. | 5-15 min. |
| Diepvriesgoulash | 2.-3. | 20-30 min. |
| Op een zicht vuurtje gaarstoven, op een zicht vuurtje koken |
| Aardappel-gehaktballen | 4.-5.* | 20-30 min. |
| Vis | 4-5* | 10-15 min. |
| Witte sauzen, bv. bechamel | 1-2 | 3-6 min. |
| Geklopte sauzen, bv. bearnisesaus, Hollandse saus | 3-4 | 8-12 min. |
| Koken, stomen, smoren |
| Rijst (met twee kerz zoveel water) | 2-3 | 15-30 min. |
| Rijstpap | 2-3 | 25-35 min. |
| Aardappelen in de schil | 4-5 | 25-30 min. |
| Geschilde aardappelen met zout | 4-5 | 15-25 min. |
| Pasta | 6-7* | 6-10 min. |
| Eenpansgerecht, soep | 3.-4. | 15-60 min. |
| Groenten | 2.-3. | 10-20 min. |
| Diepvriesgroenten | 3.-4. | 7-20 min. |
| Koken met de snelkookpan | 4.-5. | - |
| Sudderen |
| Rollade | 4-5 | 50-60 min. |
| Stoofschotel | 4-5 | 60-100 min. |
| Goulash | 3.-4. | 50-60 min. |
| Braden / Frituren met een beetje olie** |
| Filets, al dan nicht gepaneerd | 6-7 | 6-10 min. |
| Diepvriesfilets | 6-7 | 8-12 min. |
| Koteletten, al dan nicht gepaneerd | 6-7 | 8-12 min. |
| Biefstuk (3 cm dikte) | 7-8 | 8-12 min. |
| Borst (2 cm dikte) | 5-6 | 10-20 min. |
| Diepvriesborst | 5-6 | 10-30 min. |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 5-6 | 8-20 min. |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6-7 | 8-20 min. |
| Gepaneerde diepvriesvis, bv. vissticks | 6-7 | 8-12 min. |
| Garnalen en steurgarnalen | 7-8 | 4-10 min. |
| Diepviesgesrechten, bv. gesauteerd | 6-7 | 6-10 min. |
| Pannenkoeken | 6-7 | een portie na de andere frituren |
| Omelet | 3.-4. | een portie na de andere frituren |
| Spiegelleieren | 5-6 | 3-6 min. |
| Vermogensstand | Kooktijd in minutes |
| Frituren** (150-200g per portie in 1-2 l olie) | | |
| Diepvriesproducten, bv. frites, kipnuggets | 8-9 | een portie na de andere frituren |
| Diepvrieskrokreten | 7-8 |
| Gehaktballen | 7-8 | |
| Vlees, bv., stukjeskip | 6-7 | |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6-7 | |
| Groenten, paddenstoelen, gepaneerd of in bierdeeg, bv. championons | 6-7 | |
| Banket, bv. beignets, fruit in bierdeeg | 4-5 | |
De kookplaat kan beveiligd worden tegen ongewilde inschakeling, om te voorkomen dat kinderen de kookzones kunnen inschakelen.
Het activeren en deactiveren van het kinderslot
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
Activeren: houd het symbool → gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De indicator → gaat gedurende 10 seconden branden. De kookplaat is geblokkeerd.
Deactiveren: houd het symbool → 0 gedurende circa 4 seconden ingedrukt. De blokkering is gedeactiveerd.
Het permanente kinderslot inschakelen of uitschakelen
Met deze functie wordt het kinderslot altijd automatisch ingeschakeld als de kookplaat wordt uitgeschakeld.
Activeren en deactiveren
Zie paragraaf "Standaardinstellingen".
Functie Powerboost
Met de functie Powerboost kan het voedsel sneller worden verwarmd dan wanneer de vermogensstand 3 wordt gebruikt.
Gebruiksbeperkingen
Deze functie is beschikbaar in alle kookzones, mits de andere zone van dezelfde groep niet in werking is (zie afbeelding). Zo niet, dan knippert op de visuele indicator van de geselecteerde kookzone en 3; vervolgens wordt de vermogensstand automatisch afgesteld op 9.
Op kookzone nummer 1 kan de Powerboost-functie altijd geactiveerd worden.

Activeren
- Selecteer de gewenste kookstand 9.
- Druk op het symbool +. De visuele indicator van de kookzone gaat branden. De functie is nu geactiveerd.
Uitschakelen
Druk op het symbool -. De aanduiding zal niet langer aangeduid worden en de kookzone zal terugkeren naar de kookstand 3. De functie Powerboost is nu gedeactiveerd.
Aanwijzing: Onder bepaalde omstandigheden kan de Powerboost-functie automatisch uitgeschakeld worden om de elektronische onderdelen aan de binnenzijde van de plaat te beschermen.
Timerfunctie
Deze functie kan op twee verschillende manieren gebruikt worden:
om een kookzone automatisch uit te schakelen. als kookwekker.
Een kookzone automatisch uitschakelen
Voer de kooktijd in voor de gewenste kookzone. De zone zal automatisch uitschakelen als de ingestelde tijd verstreken is.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- Selecteer de gewenste kookstand.
- Druk op het symbool . De indicator van de kookzone gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt 們 . Op een drukken tot de indicator van de gewenste kookzone gaat branden.
- Druk op symbool + of - van de timerfunctie. De basisinstelling wordt weergegeven:
Symbool ^+ : 30 minuten.
Symbool -: 10 minuten.


- Druk op het symbool + of - tot de gewenste kooktijd verschijnt.
Na enkele seconden begint de geprogrammeerde tijd te lopen.
Na het verstreijken van de tijdsduur
De kookzone gaat uit. Er klinkt een geluidssignaal en op de visuele indicatie van de timerfunctie verschijnt gedurende 10 seconden. De indicator gaat aan op de visuele indicator van de kookzone. Druk op het symbool , de indicatoren doven en het geluidssignaal stopt.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk meerdere keren op het symbool tot de gewenste indicator gaat branden. De kooktijd wijzigen met de symbolen ^+ of -, of afstellen op 00.
Aanwijzingen
■ Als er in de diverse kookzones een kooktijd is ingesteld, is het mogelijk om in te stellen dat alle tijdwaarden worden weergegeven. Druk hiertoe meerdere keren op het symbool ① tot de indicator van de gewenste kookzone gaat branden. - De maximale bereidingstijd die ingesteld kan worden is 99 minuten.
Automatische timer
Met deze functie kan een kooktijd voor alle kookzones worden ingesteld. Na het inschakelen van een kookzone begint de ingestelde tijd te lopen. De kookzone zal automatisch uitschakelen als de kooktijd is verstreken.
De instructies over de activering van de timer vindt u in het hoofdstuk "Basisinstellingen".
Aanwijzing: De kooktijd van een kookzone kan worden gewijzigd of geannuleerd:
Druk meerdere keren op het symbool tot de gewenste indicator gaat branden. Wijzig de kooktijd met de symbolen + of -, of pas hem aan met 00.
De kookwekker
Met de kookwekker kan een tijd worden geprogrammeerd tot 99 minuten. Deze is niet afhankelijk van andere instellingen. Deze functie schakelt de kookzone niet automatisch uit.
Zo wordt dit geprogrammeerd
- Druk meerdere keren op het symbool 日 tot de indicator 日 gaat branden. Op de visuele indicator van de timerfunctie verschijnt 日 .
- Druk op symbool + of - van de timerfunctie. De basisinstelling verschijnt.
Symbool ^+ : 10 minuten.
Symbool -: 0,5 minuut.
- Stel de gewenste kooktijd in met de symbolen + of -
Na enkele seconden begint de tijd te lopen.
Na het verstreijken van de tijd
Er klinkt een waarschuwingssignaal. De visuele indicator van de timerfunctie toont en de indicator gaat branden. Na 10 seconden doven de indicators.
Druk op het symbool , de indicators doven en het akoestisch signaal stopt.
De tijd wijzigen of annuleren
Druk meerdere keren op het symbool 日 tot de indicator 日 gaat branden. Wijzig de kooktijd of stel deze af op met de symbolen ^+ of -.
Automatische tijdslimiet
Indien de kookzone gedurende lange tijd in werking is en er geen enkele wijziging in de instelling uitgevoerd wordt, dan wordt de automatische tijdslimiet geactiveerd.
De kookzone wordt niet meer verhit. De visuele indicator van de kookzone knippert afwisselend F en B.
De indicator gaat uit als er op een willekeurig symbool wordt gedrukt. Nu kan de kookzone opnieuw ingesteld worden.
Wanneer de automatische limiet geactiveerd is, worden de zones geregeld volgens de geselecteerde kookstand (van 1 tot 10 uur).
Basisinstellingen
Het apparaat beschikt over diverse basisinstellingen. Deze instellingen kunnen aangepast worden aan de behoeften van de gebruiker.
| Indicator | Functie |
| c1 | Permanent kinderslot |
| Gedeactiveerd.* |
| Geactiveerd. |
| c2 | Akoestische signalen |
| Bevestigingssignaal en foutsignaal gedeactiveerd. |
| Alleen bevestigingsignaal gedeactiveerd. |
| Alle signalen+zijn geactiveerd.* |
| c5 | Automatische timer |
| Uitgeschakeld.* |
| Tijd van de automatische uitschakeling |
| c6 | Duur van het geluidssignaal van de timerfunctie |
| 10 seconden*. |
| 30 seconden. |
| 1 minuut. |
| c7 | Functie Power-Management |
| Gedeactiveerd.* |
| = 1000 W minimumvermogen. |
| = 1500 W |
| = 2000 W |
| ... |
| of 9. = maximumvermogen van de plaat. |
| c8 | Terug maar de standardinstellungen |
| Persoonlijke instellungen.* |
| Terug�de fabrieksinstellungen. |
*Fabrieksinstelling
Toegang tot de basisinstellingen
De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- De kookplaat inschakelen.
- Tijdens de volgende 10 seconden, het symbool = -0 gedurende 4 seconden ingedrukt houden.

Links van het scherm verschijnt en rechts.
- Druk op het symbool totdat de indicator van de gewenste functie getoond wordt.
- Selecteer vervolgens de gewenste instelling met de symbolen + en -.

- Houd het symbool → nogmaals gedurende meer dan 4 seconden ingedrukt.
De instellingen zijn op de juiste wijze opgeslagen.
Afsluiten
Om de instellingen af te sluiten, de kookplaat met de hoofdschakelaar uitschakelen.
Onderhoud en reiniging
De raadgevingen en waarschuwingen in dit hoofdstuk zijn bedoeld voor het optimaal schoonmaken en onderhouden van de kookplaat.
Kookplaat
Reiniging
Maak de kookplaat na ieder gebruik schoon. Op die manier voorkomt u dat aangekoekte resten verbranden. Maak de kookplaat pas schoon als hij voldoende is afgekoeld.
Gebruik alleen reinigingsproducten die geschikt zijn voor kookplaten. Volg de aanwijzingen op de verpakking van het product op.
Gebruik nooit:
Schuurmiddelen, agressieve schoonmaakmiddelen zoals ovensprays of vlekkenmiddel, schuursponzen, hogedrukreinigers of stoommachines.
Glasschraper
Verwijder hardnekkig vuil met een glasschraper.
1. Verwijder het beschermkapje van de schraper. 2. Maak het oppervlak van de kookplaat met het mesje schoon.
Maak het oppervlak van de kookplaat niet met het beschermkapje van de schraper schoon, er kunnen anders krassen opkomen.
Risico op verwondingen!
Het mes is erg scherp. Gevaar voor snijwonden. Bescherm het mesje als het niet wordt gebruikt. Vervang het mesje onmiddellijk als het gebreken vertoont.
Onderhoud
Gebruik een speciaal middel voor het onderhoud en de bescherming van de kookplaat. Volg de raadgevingen en waarschuwingen op de verpakking op.
Omlijsting van de kookplaat
Om schade aan de omlijsting van de kookplaat te vermijden, moeten de volgende aanwijzingen worden opgevolgd:
Gebruik alleen warm water met een beetje zeep. Gebruik nooit scherpe of bijtende producten. Gebruik de glasschaper niet.
Repareren van storingen
Vaak zijn storingen het gevolg van kleinigheden. Neem de volgende raadgevingen en waarschuwingen in acht alvorens contact op te nemen met de Technische Dienst.
| Indicator | Storing | Maatregel |
| geen | De stroom is uitgevallen. | Controler met andere elektrische apparaten of de stroom is uitgeval-
len. |
| Het apparaat is nicht aangesloten volgens
het aansluitschema. | Controler of het apparaat is aangesloten volgens het aansluit-
scheme. |
| Storing in het elektronische systeme. | Als de storing na de voorgaande controlleds Niet is opgelost, neem
dan contact op met de technische Dienst. |
| E knippert | Het bedieningsspaneel is vochtig of er ligt
iets op. | Droog de zone van het bedieningsspaneel of neem het voorwerp weg. |
| Er +nummer /
d + nummer /
E + nummer | Storing in het elektronische systeme. | Sluit de kookplaat van het verdemailnet af. Wacht 30 seconden alvo-
rens hem waar aan te sluiten. |
| F0 / F9 | Er is een interne fout in de werking opge-
treden. | Sluit de kookplaat van het verdemailnet af. Wacht 30 seconden alvo-
rens hem waar aan te sluiten. |
| F2 | Het elektronische systeme is oververhit
geraatkt en heeft de overeenkomstige
kookzone uitgeschakeld. | Wacht totdat het elektronische systeme voldoende afgekoeld is. Druk
ervolgens op een willekeurig symbol van de kookplaat.* |
| F4 | Het elektronische systeme is oververhit
geraatkt en heeft alle kookzones uitgesch-
keld. | |
| U1 | Onjuiste voedingsspanning, overschrijding
van de normale werklimieten | Neem contact op met uw elektriciteitsleverancier. |
| U2 / U3 | De kookzone is oververhit en werk uitge-
schakeld om uw kookplaat te beschermen. | Wacht tot het elektronische systeme voldoende afgekoeld is en zet
de kookplaat waar aan. |
- Als de indicatielampje blijft branden, neem dan contact op met de Technische Dienst. Zet geen hete pannen op het bedieningspaneel.
Normaal geluid tijdens de werking van het apparaat
De technologie van het verwarmen door inductie is gebaseerd op het ontstaan van elektromagnetische velden die ervoor zorgen dat de warmte rechtstreeks op de bodem van de pan wordt voortgebracht. De pannen kunnen, afhankelijk van hun bouw, geluiden of trillingen voortbrengen, zoals hieronder worden genoemd:
Dit geluid ontstaat tijdens het koken op een hoge kookstand. De oorzaak hiervan is de hoeveelheid energie die de kookplaat aan de pan overdraagt. Het geluid verdwijnt of vermindert zodra de kookstand wordt verlaagd.
Een laag fluitend geluid
Dit geluid ontstaat als de pan leeg is. Het geluid verdwijnt zodra er water of voedsel in de pan wordt gedaan.
Knisperen
Dit geluid doet zich voor bij pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen. Het geluid komt door de trillingen die
ontstaan op de verbindingsvlakken van de verschillende materialen. Dit geluid is afkomstig van de pan. De hoeveelheid voedsel en de bereidingswijze kunnen variëren.
Hoge fluitende geluiden
De geluiden ontstaan met name in pannen die bestaan uit lagen van verschillende materialen, zodra deze worden aangezet op de hoogste stand en op twee kookzones tegelijk. Deze fluitende geluiden verdwijnen of worden minder zodra het vermogen wordt verlaagd.
Geluid van de ventilator
Voor een goed gebruik van het elektronische systeem moet de kookplaat op een gecontroleerde temperatuur werken. Daartoe is de kookplaat uitgerust met een ventilator die steeds als de temperatuur wordt vastgesteld door middel van de verschillende kookstanden gaat werken. De ventilator kan ook door inertie werken, nadat de kookplaat is uitgezet, als de gedetecteerde temperatuur nog te hoog is.
De omschreven geluiden zijn normaal en maken deel uit van de inductietechnologie en duiden niet op een storing.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar.
E-nummer en FD-nummer
Geef wanneer u contact opneemt met de servicedienst altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van het apparaat op. Het typeplaatje met de nummers vindt u op het identificatiebewijs van het apparaat.
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 0884244010
B 070222141
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.