GS33NVW30 - Koelkast vriezer SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GS33NVW30 SIEMENS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GS33NVW30 SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GS33NVW30 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GS33NVW30 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING GS33NVW30 SIEMENS
nl Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 71
Aanwijzingen over de afvoer 73
Omvang van de levering 73
Let op de omgevingstemperatuuren en de beluchting 74
Apparaat aansluiten 74
Kennismaking met het apparaat .... 75
Inschakelen van het apparatus 76
Instellen van de temperatuur 76
Alarm function 76
Netto-inhoud 77
De diepvriesruimte 78
Maximaleinvriescapaciteit 78
Invriezen en opslaan 78
Verse levensmiddelen invriezen 78
Supervriezen 79
Ontdooien van diepvrieswaren 80
Uitvoering 80
Apparaat uitschakelen en buiten
werking stellen 81
Ontdooien 82
Schoonmaken van het apparatus ... 82
Verlichting (LED) 83
Energie bespare 83
Bedrijfsgeluiden 83
Kleine storingen zelf verhelpen 84
Zelftest apparatus 86
Servicedienst 86
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installmentievoorschrift nauwkeurig door. U vindt waar belongrijke informatatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid als de aanwijzingen
en waarschuwingen
in de gebruiksaanwijzing Niet in acht
worden genomen. Bewaar
de gebruiksaanwijzing en het
montagevoorschrift voor later gebruik
of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoveeelheid van het milieuvriendelijkke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installmentiet nicht beschadigd worden. Koelmiddel dat waar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
Ruimte gedurende eenaar minuten goed luchten;
Apparaat uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat,des te groter moet de ruimte+zijn waarin het apparaat worden opgesteld. In een tekleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar(AP) mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel要去h vertrek minstens 1m^3 moot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden verrangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installment en reparations können groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificierde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de verilgheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschäft.
Bij het gebruik
Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluitingveroorzaken. Kans op een elektrische schok!
nl
- Gebruik geen suntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat maar buit spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. nied als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te make: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze können pereus worden.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Personen (inclusief kinderen) met fysiieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een person die verantwoordelijk is voor hun verilgheid of door deze persoon zich ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gezruikt.
Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – Niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes konnen springen!
Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddelijk in de mond nemen. Kans op verbranding!
Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
Verpakkingsmaterial en onderden ervan zichn geen spellegoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozens en folie!
Het apparaat is geen spellegoed voor kinderen!
Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparatus is geschikt
voir het invriezen van levensmiddelen,
voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privilegegebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontrolererd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw(AP)appeaat
De verpakking beschermt uw apparaat gegen transportschade. De gebruikte materialen zich onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help waarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk worden afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmaterial van het neue apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijkke verwerking.

Afvoeren van uw oude paraat
Oude apparaten zich geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijkke afvoer{kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlij 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). Deze richtlij geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en Voorraadvakken nicht eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen nicht met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddelen in de isolatie gas. Die zorgvuldig要去en worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijk afvoer mooten de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport nicht beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten Aunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij once klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Vrijstaand apparatus
Zakje met montagematerialial
Uitrusting (modelafhankelijk)
Gebruiksaanwijzing
Montagevoorschrift
Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueree. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 11.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanner een apparaat uit klimaatklasse SN worden gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, hunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5^
Beluchting
Afb. 3
De lucht aan de achechterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht要去 ongehinderd afgevoerd hunnen worden. Anders要去 de koelmachine更是 presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na hetplaatsen van het apparaat要去 u minimaal 1aarwachtend voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsystem terecht komt.
Vóor het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparatusaat bevinden en ook na het opstellen van het apparatusaat goed bereikbaar�.
Het apparaat voldoet aan beschemklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact要去en beveiligld met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in nicht Europese landen
worden gebruikt op het typeplaatje
controleren of de aansluitspanning
en de stroomsoort overeenkomen met
de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens
op het typeplaatje. Afb. 11

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor once apparaten können netvoedingsinverters en sinusinverters worden gezruikt. Netvoedingsinverters worden gezruikt bij fotovoltaische installations die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,要去en sinusinverter worden gezruikt.
Kennismaking met het apparaat

De LaTeX bladzijde met de afbeeldingen uiktlappen. Deze gebruiksaanwijzing is op更是 dan een type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variieren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zich mogelijk.
Afb. 1
- Niet bij alle modellen.
1-5 Bedieningselementen
6 Verlichting (LED)
7 NoFrost-system
8 Klep van het vriesvak
9 Glasplaat
10 Ijsbereider/ijsblokjesreservoir
Diepvrieslade (klein)
Diepvrieslade (groot)
13 Schroefvoetjes
14 Koude-accu *
15 Diepvrieskalender
16 Deurontluchting
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets „super"
Om het supervriessystem in enuit te schakelen.
Brandt alleen als het supervriessystem is ingeschakeld.
3 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets worden de gewenste temperatuur ingesteld.
4 Temperatuurindicatie
Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan.
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal UIT te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function").
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
Druk de alarmtoets 5 in. Het alarmsignaal wordenuitgeschakeld.
Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 4 branden.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóör dieijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
Door het volledig automatische NoFrost system blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is Niet nodig.
De voorzijde van het apparaat achefter de deur worden gedeelteklicht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting worden voorkomen.
Wonneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten nicht direct waar geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.
Temperatuur-insteltoets 3 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.
DeIRST ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op individatie 4 aangegeven.
Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.
Alarm function
In de volgende gevalen kan het alarm afgaan.
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten worden het alarmsignaal wee uitgeschakeld.
Ontdooialarm
Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna worden deze waarde gewist.
Indicatie 4 geeft zonder te knipperende ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan.
Vanaf dit moment worden de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm worden
ingeschakeld als het
in de diepvriesruimte te warm
is waardoor de diepvrieswaren können ontdooien.
De temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
■ bij het in gebruik nemen van het apparaat,
■ bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werk.
Stroomuitval-alarm
Afb. 2
Het stroomuitval-alarm worden ingeschakeld als het door het uittallen van de stroom in het apparaat te warm worden en de levensmiddelen gevaar lopen.
De alarmtoets 5 brandt en „PI" verschijnt op de temperatuurindicatie 4.
Attentie!
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren nicht opniewu invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht konnen ze opniewu worden ingevroren.
De maximale bewaartijd nicht meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb. 2
De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal UIT te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 11
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen,{kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kannen danrechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Aanwijzing
Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4
Klep van het vriesvak Afb. 5
- Klep van het vriesvak half openen.
- Houder aan een zijde van het apparaat losmaken.
- Klep van het vriesvak waar voren trekken en van de houder nemen.
- Houder aan de andere zijde van het apparatusat losmaken.
Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb. 6
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
voir het opslaan van diepvriesproducten,
om ijsblokjes te make,
om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op hetypeplaatje. Afb. 11
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
De verpakking mag nicht beschadigd zich.
Neem de houdbaarheidsdatum inRCT.
De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 ^ C of kouder zich.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Attentie bij het inruimen
Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenstevak. Daar worden ze heel snugendaardoor voorzichtig ingevroren.
De ventilatiesleuf aan dechterwand Niet met diepvrieswaren afdekken.
- De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen.
Aanwijzing
De vers in te vriezen levensmiddelen mogen Niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.
- Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed möglichk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het worden ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren nicht noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen
niet met de nog in te vriezen
levensmiddelen in aanrakingkommen.
Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gezogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, poter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten,.gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
Niet geschikt om in te vriezen: Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekooke eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonnaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddleslen luchtdicht verpakken zodat ze Niet uitrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststoff-, polyethene, aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruekte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen+kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
Vis, worst, klaargemaakte gerechten brood en banket: tot 6 maanden.
Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmildelen zo snel möglichk door en door invriezen zodate vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smoak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ontgewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Na het inschakenen werkct het apparaat permanent, in de diepvriesruimte worden een zeer lage temperatuur bereikt.
nl
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur voor het inladen van de verse waar het supervriezen in te schaken.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) können zonder gebruik van het supervriessystem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessystem is ingeschakeld,konnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Toets "super" 2 indrukken.
Is super vriezen ingeschakeld, danlicht de toets op.
Het supervriessystem wordt na 21 / 2 davon automatischuitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en vereidingswijze van de levensmiddelen(Intt u kiezen uit de volgende möglichkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdoode diepvrieswaren nicht opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht konnen ze opnieuw worden ingevroren. De maximale bewaartijd worden hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Diepvrieslade (groot)
Afb. 1/12
Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.
Diepvrieskalender
Afb. 7/A
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur Niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen given in maanden de toelaaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
Afb.7/B
De koude-accu vertraagt bij het uittvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opsglątijd worden bereikt wanner u het koeelement in het bovenstevak op de levensmiddelen legt.
Om ruimte te besparen kan de accu in hetvakindeurbewaard worden.
De koude-accu kan ook voor hetijdelijk koelhonden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genommen worden.
IJsbereider
Afb. 8
Gebruik voor het makeen van ijsblokjesuitsluitend drinkwater.
- Waterreservoir verwijderen en tot de markering vullen met drinkwater.
Aanwijzing
Een te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werkung van de ijsbereider. De ijsblokjes kennen Niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanner het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.
- Drinkwater toevoegen via develulopening.
- Waterreservoir weer aanbrengen.
- Zodra de ijsblokjes bevroren zich, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes lately los en vallen in het voorraadbakje.
- Voorraadbakje uittrekken en ijsblokjes verwijderen.
IJsbakje
Afb. 9
- IJsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te make: het ijsbakje ieits verbuigen of kort onder stromend water houlden.
Apparaat uitschakelen en buiten werkinq stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordenuitgeschakeld.
Buiten werkig stellen van het apparaat
Als u het apparaat langerearend nicht gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open lately.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-system blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Schoonmake van het apparaat
Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
De legplateaus en voorraadvakken mooten Niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ca. 4 eer voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodate levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard+kunnen worden.
U gaat als volgt te werk:
- Vór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
-
Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
-
De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doeck en lauw water met een scheutje pH neutral schoonmaakmiddel. Het sop mag nicht in de verlichting verechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat wee aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren wee in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kannen alle variabile onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).
IJsbereider reinigen
Reinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.
- IJsbereider verwijderen. Afb. 6
- Voorraadbakje verwijderen en leegmaken.
- Afdekking van de ijsbereider verwijderen.
- Alle onderdelen van de ijsbereider reinigen met warm water.
- Onderdelen goed latent opdrogen.
- IJsbereider samenbouwen en aanbrengen.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkendvakman worden uitgevoerd.
Energie bespare
Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat Niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen Zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Deuren van het apparaat zo kort可想而知 openen.
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achechterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.
- Indien aanwezig: Wandafstandhouser monteren om de geplande energiaopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een Kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werkung van het apparaat. Het energieverbruik kan daniets hoger worden.
De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparatus.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat nicht waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat gegen een ander meubel of apparatus
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaastwegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controller de delen die eruit gehaald\ kunnen worden en zet ze eventueel\ opnieuw in het apparaat.
Kleine storingen zich verhulpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroegt:
Controller er erst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geben om de storing te verhelppen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gezallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 Minutes uit te schaken. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkeleindicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering isuitgeschakeld; de stekker zit Niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| Er is een alarmsignaal te horen; de indicatie „Alarm“ brandt. In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Om het alarmsignaal uit te schaken de alarmtoets indrukken. Afb. 2/5 | |
| De deur is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen+zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in eén keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitet nicht overschrijden. | |
| Als de storing is verholpen gaht het alarmindicatie na eenijdje uit. | ||
| De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur worden nicht meer bereikt. | Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem Niet meer volautomatisch ontdooit. | Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleeréd op een koèle plaatsbewaren. Apparaat uitschakelen en van de wandwegschuiven. Deur van het apparatopen latent. Na ca. 20 minutes begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan dechterwand van het apparaat te lopen. Afb. 10 Om te voorkomen dat de dooiwateropvanschaal overloopt: het dooiwater met een sponspnemen. Als er geen dooiwatereer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimteschoonmaken. Het apparaat wee in werkingsstellen. |
| Het apparaat koelt nicht, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb 2/5, gedurende 10 seconden ingedrukt honden tot een bevestigingsignaal te horen is. Na eenijdje controeren of het apparaat koelt. |
Zelftest apparatus
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen können worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen en 5 Minutes wachten.
- Apparaat inschakelen.
- Alarm-toets, Afb. 2/5, indrukken om het alarm uit te schakelen. Als er geen alarmsignaal klinkt, vervalt deze stap.
- Binnen de eerste 10 seconden na inschakeling van het apparaat gedurende 3 tot 5 seconden de super-toets, afb. 2/2, ingedrukt honden, tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest worden UITgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.
Wanner de zelftest is afgelopen en er tweeemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.
Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fouit. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparatus beeing
Na afloop van het programma schakelt het apparaat wee over op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kut u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparatus op.
U vindt deze gegevens op hetypeplaatje.Afb. 11
Door vermeling van het fabrikaat- en productnummer kurz u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbondeneerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 0884244010
B 070222141


1
2

3


4

5
6

7


8
9

11

10