PLS21-1 - Overige kleine keukenapparaten SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PLS21-1 SMEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PLS21-1 SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Overige kleine keukenapparaten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PLS21-1 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PLS21-1 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING PLS21-1 SMEG
Inhoudsopgave
- VEILIGHEIDS- EN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN ____ 30
- INSTALLATIE VAN HET APPARAAT ____ 32
- REGELING VAN HET GAS 36
- LAATSTE HANDELINGEN 38
- GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT 39
- REINIGING EN ONDERHOUD ____ 41
DEZE INSTRUCTIES ZIJN ALLEEN GELDIG VOOR DE LANDEN VAN BESTEMMING WAARVAN DE IDENTIFICATIESYMBOLEN OP DE VOORZIJDE VAN DEZE HANDLEIDING STAAN.

INSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR: zijn bestemd voor de gekwalificeerde technicus die de gasinstallatie moet controleren en de installatie, de inbedrijfstelling en de keuring van het apparaat moet uitvoeren.

INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER: geven gebruiksadviezen, beschrijving van de bedieningen en de juiste reinigings- en onderhoudswerkzaamheden voor het apparaat.
1. VEILIGHEIDS- EN GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN

DEZE HANDLEIDING MAAKT DEEL UIT VAN HET APPARAAT EN MOET DERHALVE IN ZIJN GEHEEL BINNEN HANDBEREIK ERVAN BEWAARD WORDEN GEDURENDE DE HELE LEVENSDUUR VAN DE KOOKPLAAT. WIJ ADVISEREN DEZE HANDLEIDING EN ALLE AANWIJZINGEN ERIN AANDACHTIG DOOR TE LEZEN ALVORENS DE KOOKPLAAT TE GEBRUIKEN. BEWAAR OOK DE SERIE BIJGELEVERDE MONDSTUKKEN. HET APPARAAT MOET WORDEN GEINSTALLEERD DOOR GEKWALIFICEERD PERSONEEL MET INACHTNEMING VAN DE GELDENDE NORMEN. DIT APPARAAT IS BEDOELD VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK EN VOLDOET AAN DE GELDENDE NORMEN DIE OP DIT MOMENT VAN KRACHT ZIJN. HET APPARAAT IS GEBOUWD OM DE VOLGENDE FUNCTIE TE VERVULLEN: BEREIDING EN OPWARMEN VAN VOEDSEL; IEDER ANDERSOORTIGE GEBRUIK DIENT ALS ONEIGENLIJK GEBRUIK TE WORDEN BESCHOUWD.
DE FABRIKANT WIJST ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR ANDER GEBRUIK DAN IS AANGEGEVEN, AF.

LAAT DE RESTEN VAN DE VERPAKKING NIET ONBEWAAKT IN HUIS ACHTER. SCHEID DE VERSCHILLENDE AFVALMATERIALEN VAN DE VERPAKKING EN OVERHANDIG HEN AAN HET DICHTSTBIJZIJNDE CENTRUM VOOR GESCHEIDEN AFVALVERWERKING.

VERBINDING MET DE AARDE IS VERPLICHT VOLGENS DE TOEPASSELIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VAN DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE.

DE STEKKER DIE AAN DE VOEDINGSKABEL EN HET BIJBEHORENDE STOPCONTACT MOETEN WORDEN BEVESTIGD, MOETEN VAN HETZELFDE TYPE ZIJN, EN AAN DE GELDENDE VOORSCHRIFTEN VOLDOEN. BIJ EEN INGEBOUWD APPARAAT MOET HET STOPCONTACT BEREIKBAAR ZIJN.. TREK DE STEKKER NOOIT AAN DE KABEL UIT HET STOPCONTACT.

KEUR DE KOOKPLAAT ONMIDDELLIJK NA INSTALLATIE AAN DE HAND VAN DE INSTRUCTIES DIE VERDEROP GEGEVEN WORDEN. IN GEVAL VAN SLECHTE WERKING MOET HET APPARAAT WORDEN AFGEKOPPELD VAN HET ELEKTRICITEITSNET EN MOET HET DICHTSTBIZIJNDE TECHNISCHE SERVICECENTRUM WORDEN GECONTACTEERD. PROBEER NOOIT HET APPARAAT TE REPAREREN.

CONTROLEER TELKENS NA HET GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT OF DE BEDIENINGSKNOPPEN IN DE STAND O (UIT) STAAN.
DE IDENTIFICATIEPLAAT MET DE TECHNISCHE GEGEVENS, HET SERIENUMMER EN DE MARKERING IS ZICHTBAAR GEPLAATST ONDER DE KAP. DE PLAAT OP DE KAP MAG IN GEEN GEVAL WORDEN VERWIJDERD.

ZET GEEN PANNEN OP DE ROOSTERS VAN DE KOOKPLAAT DIE NIET VOLKOMEN GLAD EN REGELMATIG ZIJN.

GEBRUIK GEEN SCHALEN OF (GRILL)PANNEN DIE DE OMTREK VAN DE KOOKPLAAT TE BUITEN GAAN.

HET APPARAAT IS BESTEMD VOOR GEBRUIK DOOR VOLWASSENEN. STA HET NIET TOE DAT DE KOOKPLAAT GEBRUIKT WORDT ALS SPEELGOED DOOR KINDEREN, ZONDER VOLDOEND TOEZICHT.

DIT APPARAAT IS VOORZIEN VAN HET MERKTEKEN IN DE ZIN VAN DE EUROPESE RICHTLIJN 2002/96/EG BETREFFENDE AFGEDANKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR - AEEA (WASTE ELECTRICAL AND ELECTRONIC EQUIPMENT - WEEE).•DEZE RICHTLIJN BEPAALT DE NORMEN VOOR HET INZAMELEN EN RECYCLEN VAN DE AFGEDANKTE APPARATUUR WELKE GELDEN VOOR HET VOLLEDIGE TERRITORIUM VAN DE EUROPESE UNIE.

De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor persoonlijk letsel of materiële schade of die veroorzaakt worden door het veronachtzamen van bovenstaande voorschriften of door het onklaar maken van afzonderlijke onderdelen van het apparaat, of door gebruik van niet-originele vervangingsonderdelen.
2. INSTALLATIE VAN HET APPARAAT

De volgende ingreep vergt metsel- of timmerwerk en moet derhalve worden verricht door een technicus die op dit vlak bekwaam is.
De installatie is mogelijk op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met plastic gelamineerd hout, als het maar hittebestendig is (T 90°C).
2.1 Bevestiging aan de steunstructuur
Bij installatie van het apparaat op een werkblad moet u daarin de openingen maken die in figuur 1 worden aangegeven met de grijze zones.
Vergewis u ervan dat de vuren van de fornuizen een minimum afstand tot een eventuele verticale plank erboven hebben van 750 mm.
Om het apparaat op het werkblad vast te zetten moet u de vier bevestigingsbeugeltjes (A) invoeren zoals afgebeeld in de figuur, tot ze vastgeklemd zitten. Vervolgens moet u met behulp van de vier zelftappende schroeven door de sleuven B het apparaat op het werkblad vastzetten.



2.2 Elektrische aansluiting
Controleer of het voltage en de dimensionering van de voedingslijn corresponderen met de eigenschappen op het plaatje onder de kap van het apparaat. Dit plaatje mag in geen geval worden verwijderd.

De stecker aan het uiteinde van de snoer moet overeenstemmen met het stopcontact en moet bovendien aan de desbetreffende geldende voorschriften conform zijn. Controleer of de voedingslijn naar behoren geaard is.

Instructies Voor de Installateur


Breng op de voedingslijn van het apparaat een veelpolig onderbrekingsmechanisme aan met en afstand tussen de contacten van minstens 3 mm, op een gemakkelijk toegankelijke plaats en in de buurt van het apparaat.
Gebruik geen reductoren, adapters of aftakmoffen.

In geval van vervanging van de voedingskabel, mag de doorsnede van de draden van de nieuwe kabel niet minder zijn dan 0.75 mm 2 (kabel van 3 x 0.75), en denk eraan dat het uiteinde dat met het apparaat verbonden moet worden een minstens 20 mm langere aardingsdraad (geel-groen) moet hebben. Gebruik uitsluitend een snoer van type H05V2V2-F of gelijkwaardig die bestendig is tegen een temperatuur van 90°C. Het vervangen van de snoer mag slechts door een gespecialiseerd technicus worden uitgevoerd die aansluiting op het stroomnet volgens het hiernavolgende schema zal moeten uitvoeren.
L = bruin
N = blauw
ⓧ = geel - groen


Voor persoonlijk letsel of materiële schade, veroorzaakt door het veronachtzamen van bovenstaande voorschriften of door onklaar maken van een afzonderlijk deel van het apparaat: de fabrikant wijst elke aansprakelijkheid af.

2.3 Ventilatie van de vertrekken
Het apparaat mag alleen worden geïnstalleerd in ruimten met permanente ventilatie, zoals voorzien door de normen. In het vertrek waarin het apparaat geïnstalleerd is moet zoveel lucht kunnen toestromen als nodig is voor de reguliere verbranding van het gas en de nodige luchtverversing in het vertrek zelf. De luchtinlaatopeningen, beschermd door roosters, moeten correct gedimensioneerd zijn (voorschriften van de normen) en zodanig geplaatst dat ze niet geheel of gedeeltelijk verstopt kunnen raken. De ruimte moet naarbehoren geventileerd worden om de warmte en de vochtigheid, die door het bakken worden veroorzaakt, te verwijderen: voraal, na langdurig gebruik, wordt aanbevolen een raam te openen of eventueel de snelheid van de ventilatoren te verhogen.

2.4 Afvoer van verbrandingsproducten
De afvoer van verbrandingsproducten moet worden verzekerd via wasemkappen die zijn verbonden met een schouw met natuurlijke trek en de juiste doelmatigheid, door geforceerde afzuiging. Een doelmatig afzuigsysteem vereist een nauwgezet ontwerp door een specialist die daartoe bevoegd is, met inachtneming van de posities en afstanden die door de normen worden opgelegd. Na de werkzaamheden moet de installateur een conformiteitsverklaring afgeven.
2.5 Gasaansluiting
De aansluiting op het gasnet kan worden verricht met een starre koperbuis of met een flexibele buis met doorgaande wand en in overeenstemming met de voorschriften van de normen. Controleer na de handeling met behulp van een zeepoplossing, en nooit met een vlam, of de afdichting perfect is. De kookplaat is goedgekeurd voor methaangas G25 (2L) NL - G20/G25 (2E+) BE met een druk van 25 mbar NL - 20/25 mbar BE. Voor voeding met andere types gas zie Hoofdstuk "3 REGELING VAN HET GAS". Het verbindingsstuk heeft een externe schroefdraad van ½" gas (ISO 7-1) NL / ISO 228-1 BE.
Aansluiting met starre koperbuis: de aansluiting op het gasnet moet zodanig geschieden dat het geen belastingen van welke aard dan ook op het apparaat veroorzaakt. De aansluiting kan gebeuren met een adapter D met biconus, waarbij altijd de bijgeleverde pakking C ertussen moet worden aangebracht.

NL
Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitend flexibele buiten volgens de geldende voorschriften en zet altijd tussen het verbindingsstuk A en de flexibele buis E de geleverde pakking C.
BE
Aansluiting met flexibele buis: gebruik uitsluitend flexibele buisen volgens de geldende voorschriften (op de buis moet het opschrift AGREE AGB/BGV leesbaar zijn) en zet altijd tussen het verbindingsstuk A en de flexibele buis D een geschikte adaptor C. De adaptor C moet voorzien zijn van een interne cilindrische leiddraad (ISO 228-1) aan het uiteinde zodat deze met het apparaat aangesloten kant worden en een externe kegelvormige leiddraad (ISO 7-1) aan het uiteinde om aan de buis te sluiten. Altijd de geleverde pakking B tussen het verbindingsstuk A en de adaptor C zetten.


De flexibele buis moet zo worden gelegd dat de lengte van de leidingen niet meer is dan 1.5 meter in maximale extensie; controleer of de leidingen niet in aanraking komen met beweegbare delen of bekneld raken.

2.6 Aansluiting op vloeibaar gas
BE
Gebruik een drukregelaar en sluit de fles aan volgens de voorschriften van de normen. Vergewis u ervan dat de voedingsdruk de waarden in acht neemt die worden aangegeven in de tabel in paragraaf "3.2 Tabellen met eigenschappen van branders en sproeiers".

De kookplaat is getest en kan uitsluitend op G25 gas met een druk van 25 mbar functioneren, en hoeft dus niet meer te worden afgesteld.
| Brander | Nominaal warmtevermogen (kW) | Methaangas – G25 25 mbar | |
| Diameter mondstuk 1/100 mm | Beperkt debiet (W) | ||
| Hulpbrander | 1.05 | 76 | 380 |
| Halfsnelle | 2.15 | 110 | 450 |
| Snel | 3.0 | 128 | 650 |
| Ultrasnel | 3.25 | 135 | 1400 |
3. REGELING VAN HET GAS

Voor de werkzaamheden moet altijd de elektrische voeding naar het apparaat worden uitgeschakeld.
De kookplaat is goedgekeurd voor methaangas G25 (2L) NL - G20/G25 (2E+) BE met een druk van 25 mbar NL - 20/25 mbar BE. Voor voeding met andere types gas zie Hoofdstuk "3 REGELING VAN HET GAS". Het verbindingsstuk heeft een externe schroefdraad van 1/2 " gas (ISO 7-1) NL / ISO 228-1 BE.
3.1 Vervanging van de kookplaat
Bij deze ingreep hoeft de primaire lucht niet te worden geregeld.
- Haal de roosters weg, verwijder alle kapjes en vlamverdelerkransen;
- schroef de sproeiers van de branders los met een buissleutel van 7 mm;
- vervang de sproeiers van de branders al naar gelang het gas dat u wilt gebruiken, op de manier die beschreven wordt in paragraaf "3.2 Tabellen met eigenschappen van branders en sproeiers".
- Plaats de branders weer terug op hun plaats.

3.2 Tabellen met eigenschappen van branders en sproeiers
| BE | Brander | Nominaal warmtevermogen (kW) | Vloeibaar gas – G30/G31 28/37 mbar | ||||
| Diameter mondstuk 1/100 mm | By-pass mm 1/100 | Beperkt debiet (W) | Debiet g/h G30 | Debiet g/h G31 | |||
| Hulpbrander (1) | 1.05 | 50 | 27 | 350 | 76 | 75 | |
| Halfsnelle (2) | 1.8 | 65 | 33 | 450 | 130 | 128 | |
| Snel (3) | 2.3 | 75 | 43 | 800 | 166 | 164 | |
| Ultrasnel (4) | 3.5 | 94 | 63 | 1.6 | 253 | 250 | |
| BE | Brander | Nominaal warmtevermogen (kW) | Methaangas – G20/G25 20/25 mbar | |
| Diameter mondstuk 1/100 mm | Beperkt debiet (W) | |||
| Hulpbrander (1) | 1.05 | 72 | 350 | |
| Halfsnelle (2) | 1.8 | 97 | 450 | |
| Snel (3) | 2.3 | 103 | 800 | |
| Ultrasnel (4) | 3.5 | 133 | 1500 | |
3.3 Rangschikking van de branders op de kookplaat


BRANDER
1 Hulpbrander
2 Halfsnelle
3 Snel
4 Ultrasnel
4. LAATSTE HANDELINGEN

Na bovenstaande instellingen te hebben uitgevoerd, het apparaat weer in elkaar zetten door de instructies uit paragraaf "3.1 Vervanging van de kookplaat" in omgekeerde volgorde uit te voeren.

Na de instelling met een andere soort gas dan bij de keuring dient het etiket in de opwarmruimte voor het voedsel te worden vervangen door het etiket dat correspondeert met de nieuwe gassoort. Het etiket is verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde Erkende Assistentiecentrum.

4.1 Instelling van het minimum voor methaangas
Steek de brander aan en zet hem op de kleinste stand. Neem de knop van de gaskraan weg en draai aan de stelschroef die in of naast het staafje van de kraan zit (dit is afhankelijk van de modellen), totdat er een regelmatige minimale vlam ontstaat. Hermonteer de knop en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander (als de knop snel van de grootste naar de kleinste stand gedraaid wordt, mag de vlam niet uitgaan). Herhaal deze operatie op alle gaskranen.


4.2 Instelling van het minimum voor vloeibaar gas
Voor de instelling van het minimum voor vloeibaar gas moet de schroef die in of naast het staafje van de kraan zit (afhankelijk van de modellen) helemaal met de klok mee worden gedraaid. De diameters van de by-pass voor elke brander afzonderlijk worden vermeld in de tabel "3.2 Tabellen met eigenschappen van branders en sproeiers".

4.3 Smering van de gaskranen
Het kan zijn dat de gaskranen in de loop der tijd moeilijker gaan draaien en blokkeren. Maak hen dan aan de binnenkant schoon en ververs het smeervet. Dit dient te worden gedaan door een gespecialiseerd technicus.

5. GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT
5.1 Instelknop branders

Alvorens de branders van de kookplaat te ontsteken dient u te controleren of de vlamverdelerkransen goed op hun plaats zitten met hun kapjes, en erop letten of de gaten A van de vlamverdelers corresponderen met de bougies en de thermokoppels.

Het rooster B kan indien gewenst gebruikt worden voor een "wok" (Chinese pan).
Teneinde slijtage van het werkblad te voorkomen, hebben wij het blad voorzien van een verhoogd rooster C: hij moet worden geplaatst onder pannen met een diameter die groter is dan die aangegeven in de tabel in paragraaf "5.3 Diameter van de pannen". Pannen met een diameter van meer dan 28 cm mogen in ieder geval alleen op de centrale brander worden gebruikt.

Bij elke knop wordt aangegeven bij welke brander hij hoort. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende de knop in te drukken en op het symbool van de minimum vlam ▲ te draaien, totdat de ontsteking heeft plaatsgevonden.

De gaspitten zijn voorzien van elektronische ontsteking. Het is voldoende om de draaiknop tegen de klok in op het symbool van minimale vlam te draaien en in te drukken, totdat het gaspit aangestoken is. Bij de modellen die met beveiligingskleppen uitgerust zijn, de knop voor ongeveer 2 seconden ingedrukt houden om het doorlaten van het gas en de beveiligingsinrichting te activeren. Mocht de vlam van een brander uitgaan zodra de knop losgelaten wordt, dan moet de handeling opnieuw verricht worden en de knop dient langer ingedrukt gehouden te worden.
Wanneer de brander eenmaal is ontstoken kunt u de vlam naar wens regelen.
Controleer telkens na het gebruik van de kookplaat of de bedieningsknoppen in de stand O (uit) staan.

5.2 Praktische wenken voor het gebruik van de branders
Voor een beter rendement van de branders en een minimaal gasverbruik: gebruik pannen met een deksel, met de juiste afmetingen in verhouding tot de brander, om te vermijden dat de vlam de zijkanten raakt (zie paragraaf "5.3 Diameter van de pannen"). Verklein de vlam op het moment van koken zoveel als nodig is om te voorkomen dat de vloeistof overkookt.
Om tijdens de bereiding verbrandingen of beschadiging van de plaat te vermijden, moeten alle pannen en schalen binnen de omtrek van de kookplaat worden geplaatst.
Let bij het gebruik van olie of vet zeer goed op, want deze kunnen vlam vatten als zij oververhit raken.
5.3 Diameter van de pannen


| BRANDERS | ∅ min. en max. (in cm) | |
| 1 | Hulpbrander | 12-14 |
| 2 | Halfsnelle | 16-20 |
| 3 | Snel | 18-24 |
| 4 | Ultrasnel | 20-26 |

Onderstaand vindt u de diameters van de pannen die geschikt zijn voor gebruik met de verhoogde pandrager.
∅ min. en max. (cm)
| 1. | Hulpbrander | 16-26 |
| 2. | Semi snel | 22-26 |
| 3. | Snel | 24-28 |
| 4. | Ultra snel | 26-34 |
6. REINIGING EN ONDERHOUD

Voor alle werkzaamheden moet de elektrische voeding van het apparaat worden uitgeschakeld.

6.1 Reiniging van het roestvrij staal
Om het roestvrij staal in goede conditie te houden, moet het regelmatig na elk gebruik worden schoongemaakt, nadat de oven is afgekoeld.
6.1.1 Gewone dagelijkse reiniging
Gebruik voor het schoonmaken en conserveren van de roestvrij stalen oppervlakken altijd specifieke producten die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.
Gebruikswijze: giet het product op een vochtige doek en maak hiermee het oppervlak schoon, nauwkeurig afnemen en drogen met een zachte doek of een zeem van damhertenleer.
6.1.2 Voedselvlekken of -restanten
Gebruik beslist geen metalen sponsjes of scherpe schrapers, om de oppervlakken niet te beschadigen. Gebruik normale producten voor staal, niet schurend, en maak eventueel gebruik van houten of kunststof werktuigen.
Nauwkeurig afnemen en drogen met een zachte doek of een zeem van damhertenleer.

6.2 Reiniging van de onderdelen van de kookplaat
De kapjes en de vlamverdelerkransen kunnen worden weggehaald om hen gemakkelijk schoon te maken; was hen af met warm water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Let erop dat alle aankoekingen worden verwijderd en wacht tot ze perfect droog zijn.
LET OP: was deze onderdelen niet af in de vaatwasmachine. Kunnen worden geweekt met warm water en een reinigingsmiddel.


Plaats de vlamverdelerkransen terug, en vergewis u ervan dat ze goed op hun plaats zitten met de kapjes. Let erop dat de gaten A van de vlamverdelers corresponderen met de bougies en de thermo-elementen.
Voor een goede werking moeten de ontstekingsbougies en de thermokoppels altijd goed schoon zijn. Controleer hen regelmatig en maak hen indien nodig schoon met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten worden verwijderd met een houten prikker of een naald.
