60996 - Digitale decoder Märklin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 60996 Märklin in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale decoder |
| Merk | Märklin |
| Model | 60996 |
| Afmetingen (L x B x H) | 65 x 45 x 20 mm |
| Gewicht | 35 g |
| Voeding | 14-24 V DC via rail of speciale transformator |
| Motorstroom | 1,0 A max |
| Aantal kanalen | 4 schakelkanalen |
| Communicatieprotocol | Märklin mfx, DCC compatibel |
| Hoofdfuncties | Locomotiefbesturing, verlichting inschakelen, geluidseffecten, beheer van hulpfuncties |
| Onderhoud en reiniging | Afstoffen met een droge kwast; vocht vermijden |
| Veiligheid | Niet de maximumspanning overschrijden; gebruik een geschikte transformator |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Onderdelen verkrijgbaar via erkende Märklin-dealers |
| Algemene informatie | Handleiding te downloaden als PDF op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - 60996 Märklin
Gebruikersvragen over 60996 Märklin
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Digitale decoder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 60996 - Märklin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 60996 van het merk Märklin.
GEBRUIKSAANWIJZING 60996 Märklin
Verantwoord gebruiken 20
Leveringsomvang: 20
Veiligheidsvoorschriften 20
Installatie van de decoder 21
Voertuigen met PluX22 interface 21
Multiprotocolbedrijf 22
Analoogbedrijf 22
Digitaalbedrijf 22
Afrem-/stopsectie fx (MM), mfx, DCC 22
Automatisch inmeten voor alle protocollen 22
Adressering 23
Programmering 23
fx-protocol (MM) 24
Adressering 24
Programmeren 24
Adressering 24
Programmering 24
Fysieke functies 25
Logische functies 25
Optrek- en afremvertraging 25
Rangeerstand 25
Decoder als functiedecoder zonder motoruitgang 25
Decoder functies en CV instellingen 25
Schakelbare functies 26
mfx 26
DCC 26
CV-tabel fx (MM) 27
CV-tabel DCC 30
Storingen verhelpen 34
Verantwoord gebruiken
Decoder 60996 is voorzien voor het ombouwen van H0-loco-motieven met PluX22 interface overeenkomstig NEM658.
Leveringsomvang:
1 decoder met PluX22 interface
Inbouwaanwijzin
Garantiebewijs
Veiligheidsvoorschriften
- Let op! Bevat functionele scherpe kanten.
- Bedrading- en montagewerkzaamheden alleen in spanningsloze toestand uitvoeren. Indien deze aanwijzing niet opgevolgd wordt, kan dit gevaarlijke lichaamsstromen en verwondingen tot gevolg hebben.
- De decoder alleen met de toegelaten spanning (zie technische gegevens) gebruiken.
Technische gegevens
- Continu belasting van de motoruitgang ≤ 1.1 amps
- Belasting van de lichtuitgangen ≤ 250 milliamps
- Belasting AUX 1 – Aux 7 elk ≤ 250 milliamps
- Belasting AUX + licht (gezamenlijk) ≤ 300 milliamps
- Belasting motor resp. AUX 8/9 ≤ 1.1 amps
- Maximale totaal belasting (gezamenlijk) ≤ 1.6 amps
• Maximale spanning ≤ 40 volts - Kortsluit- en overbelastingbeveiliging op de uitgangen licht voor (LV), licht achter (LH), AUX1 – AUX7 en op de motoruitgangen.
Functions
De mSD3 is een decoder met zeer vergaande instel- en aanpassingmogelijkheden.
De instel- en digitale functies kunnen alleen worden gebruikt in digitale modus. Dezelfde opties zijn echter niet in alle protocollen beschikbaar.
- Multi-protocol geschikt (fx (MM), mfx, DCC en AC/DC)
• Automatische systeemherkenning - RailCom terugmelding (CV29, Bit3 aan)
• Digitale functies met dieselloc sounds - Optrek- en remvertraging kunnen apart worden ingesteld.
- Variabele motorregeling in digitaal en analoog bedrijf.
- Ondersteuning voor C90-, DC- en permanente magneetmotoren.
- Functiemapping, zie Help in de Central Station 60213/60214/60215/60216/60226 of een uitvoerige tabel over de functiemapping op: http://www.maerklin.de/de/service/technische-informationen
- Updatebaar met CS2 60213/60214/60215 (softwareversie 4.0 of hoger), CS3 60216/60226 of met programmer 60971 (met decodertester 60970).
- Programming on Main (PoM), deze programmering moet worden ondersteund door de rijregelaar.
- Instelbare rangeergang
- Rem-/seinstopsectie-herkenning in digitale modus
- Automatisch inmeten van de locomotief met CV7 (mfx, DCC, MM).
Installatie van de decoder
Voor installatie moet de loc worden gecontroleerd op correcte mechanische en elektrische werking. Indien nodig moet de loc eerst worden gerepareerd.
Let op: Wij verlenen geen garantie voor niet vakkundig uitgevoerde werkzaamheden.
Voertuigen met PluX22 interface
Steek de decoder op de passende interface van de loc (let op de positionering).
Let op dat de decoder of de aansluitingen niet in aanraking kunnen komen met metalen of elektrisch geleidende onderdelen van de loc.
Multiprotocolbedrijf
Analoogbedrijf
De decoder kan ook op analoge modelbanen of spoortrajecten gebruikt worden. De decoder herkent de analoge wissel- of gelijkspanning (AC/DC) automatisch en past zich aan de analoge railspanning aan. Alle functies die onder mfx of DCC voor het analoge bedrijf zijn ingesteld, worden geactiveerd (zie digitaalbedrijf).
Digitaalbedrijf
De mSD3 een multiprotocoldecoder. De decoder kan onder de volgende digitale protocollen ingezet worden: mfx, DCC, fx (MM).
Het digitaalprotocol met de meeste mogelijkheden is het primaire digitaalprotocol. De volgorde van de digitaalprotocollen is afnemend in mogelijkheden:
Prioriteit 1: mfx
Prioriteit 2: DCC
Prioriteit 3: fx (MM)
Opmerking: de digitale protocollen kunnen elkaar beïnvloeden. Voor een storingsvrij bedrijf is het aan te bevelen de niet gebruikte protocollen met CV 50 te deactiveren. Deactiveer eveneens, voor zover uw centrale dit ondersteunt, ook de daar niet gebruikte digitale protocollen.
Worden twee of meer digitaal protocollen op de rails herkend, dan neemt de decoder automatisch het protocol met de hoogste prioriteit, bijv. mfx/DCC, dan wordt door de decoder het mfx-digitalprotocol gebruikt (zie bovenstaand overzicht).
Opmerking: let er op dat niet alle functies in alle digitaal-protocollen mogelijk zijn. Onder mfx of DCC kunnen enkele instellingen, welke in analoogbedrijf werkzaam moeten zijn, ingesteld worden.
Afrem-/stopsectie fx (MM), mfx, DCC
De afremmodules zetten in principe een gelijkspanning op de rails. Herkent de decoder een dergelijke gelijkspanning op de rails, dan remt de loc met de ingestelde vertraging af. Herkent de decoder wederom een digitaalprotocol, dan trekt de loc weer op tot de ingestelde snelheid.
Als het automatisch herkennen van de afremsectie gebruikt dient te worden, is het aan te bevelen het 2-rail stroomopname-bedrijf uit te schakelen (zie CV beschrijving).
Voor het automatisch afremmen is het aanbevolen in DCC bedrijf de waarde in CV 27 op 16 of 32 (zie pag. 32) in te stellen.
Automatisch inmeten voor alle protocollen
- Voor het inmeten dient eerst het motortype gekozen te worden (zie CV 52).
- Het automatisch inmeten van de locomotief dient op een daarvoor geschikt ovaal zonder hindernissen (seinen, stijgingen e.d.) te geschieden. Aanbevolen is een ovaal met een radius groter dan 430 mm. De locomotief trekt namelijk op tot de maximumsnelheid en kan dan, bij een te kleine radius, uit de bocht vliegen. Voor het automatisch inmeten van de loc gaat u in de locconfiguratie van het Central Station -> CV -> info. In het veld Firmware versie overschrijft u het eerst cijfer met 77. In de protocollen MM/DCC overschrijft u in de configuratiemodus in CV7 de aangegeven waarde met waarde 77 en slaat deze op in
de loc. Overschrijf de daar getoonde waarden met 77 en sla dat op in de loc. Stel met de rijregelaar een snelheid in. Nu trekt de loc langzaam op tot de maximumsnelheid en stopt na korte tijd. Daarna maakt de loc meerdere optrekproeven. Blijft de loc langere tijd stilstaan, dan is het inmeten beëindigt.
Tijdens het gehele verloop mag niet worden ingegrepen.
Met de toets "STOP", het draaien aan de rijregelaar of het wisselen van de rijrichting kan het inmeten afgebroken worden. Na een onderbreking moet de gehele afloop weer herhaald worden. Stelt het inmeten niet tot tevredenheid, dan kan het inmeten met een ander motortype herhaald worden. Het is mogelijk dit meerdere keren te herhalen.
Heeft de inmeetrit niet tot het gewenste resultaat geleidt, dan kunnen in de motorparameter handmatig de verschillende parameters gewijzigd worden. (MM/DCC zie CV-tabel, mfx in de locconfiguratie van het Central Station -> CV -> motor).
Door de volgende lichtsignalen wordt het begin en het einde van de inmeetrit weergegeven.
| Geactiveerd (Waarde 77 invoeren) | ![]() |
| Start van de meetrit (rijstap > 1) | ![]() |
| Einde van de meetrit | ![]() |
| Afgebroken of storing |
Uitvoerige informatie hierover in het Internet: www.maerklin.de/de/service/technische_informationen.html
mfx-protocol
Adressering
- Een adres is niet nodig, elke decoder heeft een éénmalig en éénduidig kenmerk (UID).
- De decoder meldt zich vanzelf aan bij het Central Station of Mobile Station met zijn UID.
- Naam af de fabriek: mSD3 Diesel
Programmering
- De eigenschappen kunnen m.b.v. het grafische scherm op het Central Station resp. deels ook met het Mobile Station geprogrammeerd worden.
- Alle configuratie variabelen (CV) kunnen vaker gelezen en geprogrammeerd worden.
- De programmering kan zowel op het hoofdspoor als op het programmeerspoor gebeuren.
- De default-instellingen (fabrieksinstelling) kunnen weer hersteld worden.
- Functiemapping: functies kunnen met behulp van het Central Station 60212 (met beperking) en met het Central Station 60213/60214/60215/60216/60226 aan elke gewenste functietoets worden toegewezen (zie het helpbestand in het Central Station.
fx-protocol (MM)
Adressering
• 4 adressen (72 / 73 / 253 / 254).
- Adresbereik:
1 - 225 afhankelijk van het besturingsapparaat/centrale
- Hoofdadres is handmatig programmeerbaar
- De volgadressen zijn in- uitschakel- en instelbaar en zijn handmatig of automatisch programmeerbaar.
Programmeren
- De eigenschappen van de decoder kunnen via de programmering van de configuratie variabelen (CV) vaker geprogrammeerd worden. Het lezen van de CV is niet mogelijk.
- Het CV-nummer en de CV-waarde worden direct ingevoerd.
- De default-instellingen (fabrieksinstelling) kunnen weer hersteld worden.
- De eerste vier functies en het licht zijn via het hoofdadres altijd te schakelen, verdere functies zijn afhankelijk van het vervolgadres beschikbaar.
- Alle instellingen uit de functiemapping van de mfx- of DCC programmering worden overgenomen voor fx (MM).
DCC-protocol
Adressering
- Kort adres – lang adres – tractie adres
- Adresbereik:
1 – 127 kort adres, tractie adres 1 – 10.239 lang adres
- Elk adres is handmatig programmeerbaar
- Kort of lang adres wordt via de CV gekozen.
- Een toegepast tractieadres deactiveert het standaardadres.
Programmering
- De eigenschappen van de decoder kunnen via de configuratie variabelen (CV) vaker gewijzigd worden.
- De CV-nummers en de CV-waarden worden direct ingevoerd.
- De CV's kunnen vaker gelezen en geprogrammeerd worden (programmering op het programmeerspoor).
-
De CV's kunnen naar wens geprogrammeerd worden (programmering op het hoofdspoor PoM). PoM is alleen bij de in de CV-tabel aangegeven CV's mogelijk. De programmering op het hoofdspoor (PoM) moet door uw centrale ondersteund worden (zie de gebruiksaanwijzing van uw apparaat).
-
De default-instellingen (fabrieksinstelling) kunnen weer hersteld worden.
• 14/28 resp. 126 rijstappen instelbaar. -
Voor het automatisch afremmen is het aanbevolen in 2-rail stroomopname bedrijf de waarde in CV 27 op 16 of 32 (zie pag. 32) in te stellen.
-
Alle functies kunnen overeenkomstig de functiemapping geschakeld worden (zie CV-beschrijving).
- Voor verdere informatie, zie de CV-tabel DCC-protocol. Het is aan te bevelen om het programmeren alleen op het programmeerspoor uit te voeren.
Fysieke functies
Elke fysieke functie moet extern op de print aangesloten worden. Men spreekt daarom van fysieke functies. Aan elke fysieke uitgang (AUX/licht) kan in het digitale bedrijf een eigen modus/effect toegewezen worden. Er kan voor elke uitgang slechts één modus/effect ingesteld worden. Een uitvoerige tabel hiervoor vindt u op het internet onder: www.maerklin.de/de/service/technische_informationen.html
Logische functies
Aangezien deze functies uitsluitend via de software uitgevoerd worden, is hier geen fysieke uitgang voor nodig. Daarom spreekt men hier dan ook van een logische functie.
Optrek- en afremvertraging
- De optrek- en afremvertraging kan gescheiden van elkaar ingesteld worden.
- De logische functie uitschakeling (ABV = optrek-en afremvertraging) kan d.m.v. functiemapping aan elke gewenste functietoets worden toegewezen.
Rangeerstand
De rangeerstand zorgt voor het reduceren van de actuele snelheid. Dit maakt het zeer precies regelen van de locomotief mogelijk. De rangeerstand kan bij mfx of DCC d.m.v. functiemapping aan elke gewenste functietoets worden
toegewezen. Het opzetten van de rangeerstand (zie CV tabel op pagina 334) CV 145 of MFX in het menu Centraal Station).
Decoder als functiedecoder zonder motoruitgang
Als u de decoder alleen gebruikt als functiedecoder kunnen de uitgangen motor 1 en motor 2 worden omgesteld op versterkte functie-uitgangen (per uitgang max. 500 mA). Stel hiervoor in CV52 waarde 0 in.
Decoder functies en CV instellingen
Verderop vindt u de functies en de CV's in tabelvorm weergegeven. Via deze CV's heeft u de mogelijkheid om een verscheidenheid aan instellingen en de toewijzing van functietoetsen te wijzigen.
U vindt de CV's en het gebruik daarvan voor de protocollen fx (MM) en DCC in de afzonderlijke tabellen.
In het protocol mfx kunnen deze op comfortabele wijze via het CS2 (vanaf softwareversie 4.0) / CS3 ingesteld worden. Indien nodig moet u of uw handelaar een update van uw Central Station 60213/60214/60215 uitvoeren.
| Schakelbare functies | mfx | DCC | |
| Frontverlichting f0 | |||
| AUX 1 f1 | |||
| Geluid: bedrijfsgeluiden f2 | |||
| Geluid: signaalhoorn f3 | |||
| ABV uit f4 | |||
| AUX 3 f5 | |||
| AUX 4 f6 | |||
| Geluid: sein laag f7 | |||
| AUX 2 (Telex-koppeling) f8 | |||
| Geluid: piepende remmen uit f9 | |||
| Geluid: ventilator f10 | |||
| Geluid: luidklok f11 | |||
| Geluid: stationsomroep f12 | |||
| Geluid: hulpdiesel f13 | |||
| Geluid: raillassen f14 | |||
| Geluid: conducteurfluit f15 | |||
| Geluid: aankoppelen (buffer aan buffer) f16 | |||
| Geluid: perslucht afblazen f17 |
| Schakelbare functies | mfx | DCC | |
| Geluid: compressor f18 | |||
| Koppelingswals (AUX 2) | f19 | ||
| Geluid: vertreksequentie | f20 | ||
| Geluid: deuren sluiten | f21 | ||
| AUX 5 (Cabineverlichting) | f22 | ||
| AUX 6 (Tafelverlichting) | f23 | ||
| AUX 7 (Binnenverlichting) | f24 |
CV-tabel fx (MM)
| CV Omschrijving Waarde Default Opmerking | ||||
| 1 Adres 1 (hoofdadres) | 1–255 72 | |||
| 2 Minimumsnelheid (Vmin) | 1–255 4 | |||
| 3 Optrekvertraging (AV) | 1–255 12 | CV value multiplied by 0.25 gives the time from complete stop to maximum speed. | ||
| 4 Afremvertraging (BV) | 1–255 12 | CV-waarde vermenigvuldigd met 0,25 geeft de tijd van het afremmen | ||
| 5 Maximumsnelheid (Vmax) | 0–63 45 | |||
| 7 Inmeetrit | 77 | |||
| 8 Decoder resetten (default- of fabrieksinstelling) | 8 | |||
| 17 Adres 3 (2de vervolgadres) | 1–255 254 | |||
| 18 Adres 4 (3de vervolgadres) | 1–255 253 | Adres kan de/activeert worden in afhankelijkheid van CV 49. | ||
| 27 | Afremmodus:Bit 4: Polariteit tegen de rijrichting inBit 5: DC , Polariteit overeenkomstig de rijrichting | 0 / 160 / 32 | 48 | Rijrichting afhankelijk afremmen:- 16 normaal 2-draads gedrag- 32 omgekeerd 2-draads gedragAfremmen onafhankelijk van de rijrichting:- 48 : 3-draads-gedrag |
| 29 | Configuratie:Bit 0 : Rijrichtinggedrag van de loc omkerenBit 1 : aantal rijstappen (14 of 27)Bit 2 : Analoogbedrijf uit-/inschakelen | 0 / 10 / 20 / 4 | 6 | Het rijrichtinggedrag heeft betrekking op de rijrichting en het licht. |
| 49 | Uitgebreide configuratie:Bit 0 : aantal adressen, LSBBit 1 : aantal adressen, MSBBit 2 : automatische vervolgadressering | 0 / 10 / 20 / 4 | 5 | 0 = een | 1 = twee | 0 = drie | 1 = vier0 Adr. | 0 Adr. | 1 Adr. | 1 Adr.0 = auto. vervolg / 1 = auto. vervolg uit |
| 50 | Alternatieve formaten:Bit 0 : Analoog ACBit 1 : Analoog DCBit 2 : DCCBit 3 : mfx | 0 / 10 / 20 / 40 / 8 | 15 | Opmerking:fx (MM) kan zich zelf niet deactiveren. |
| 51 | Bit 0: motor geïnviteerdBit 1: licht geïnviteerdBit 2: rail geïnviteerd | 0 / 10 / 20 / 4 | 0 | De waarden van de benodigde instellingen moet bij elkaar opgeteld worden. |
| 52 | Motortype ...Aux – functie-uitgang 8 en 9Motor - Softdrive SinusMotor - ongeregeldMotor – hoogvermogen-aandrijving C90Motor - klokankerMotor - gelijkstroom DC zachtMotor - gelijkstroom DC hardMotor - gelijkstroom DC Spoor 1 | 01234567 | 5 | Kies een motortype voor verdere instelling van de motorregeling.ofkies extra functie-uitgangen bij een H0-Decoder. |
| 53 Motorregeling – regelreferentie | 0–63 10 | Absolute Vmax voor motorkromme | ||
| 54 Motorregeling – regelparameter K | 0–63 20 | Regelaandeel K | ||
| 55 Motorregeling – regelparameter I | 0–63 15 | Regelaandeel I | ||
| 56 Motorregeling - regelinvloed | 0–63 63 | 0 = ongeregelde PWM voor Sinus (zie ook CV 52 motortype) | ||
| 73 | Verschillende toestanden opslaan:Bit 0 : functie toestanden opslaanBit 1 : snelheid opslaanBit 2 : na een reset met/zonder ABV wegrijden | 0 / 10 / 20 / 4 | 7 | 0 = niet opslaan / 1 = opslaan0 = niet opslaan / 2 = opslaan0 = zonder ABV / 4 = met ABV |
| 74 | Verschillende toestanden opslaan:Bit 0 : rijrichting opslaan | 0 – 1 1 | 0 = niet opslaan / 1 = opslaan | |
| 75 Adres 2 (1ste vervolgadres) | 1 – 80 79 | Adres kan de/activeert worden, Afhankelijk van CV 49. | ||
| 76 Analoog DC startspanning | 0–63 12 | Opmerking voor het CS1:Het CS1 geeft de waarde geïnverteerd weer. | ||
| 77 Analoog DC maximumsnelheid | 0–63 43 | |||
| 78 Analoog AC startspanning | 0–63 15 | Opmerking voor het CS1:Het CS1 geeft de waarde geïnverteerd weer. | ||
| 79 Analoog AC maximumsnelheid | 0–63 49 | |||
1 Een uitvoerige tabel hiervoor vindt u op het internet onder: www.maerklin.de/de/service/technische_informationen.html
CV-tabel DCC
| CV Omschrijving Waarde Default Opmerking | ||||
| 1 Hoofdadres | 1 – 127 3 | Kort adres 1 – 127 als CV29 / Bit 5 = 0 | ||
| 2PoM | Minimumsnelheid (Vmin) | 0 – 255 4 | Waarde moet kleiner zijn dan Vmax, CV 5. (zie CV 67) | |
| 3PoM | Optrekvertraging (AV) | 0 – 255 3 | CV-waarde vermenigvuldigd met 0,9 geeft de tijd van stilstand tot de maximumsnelheid. | |
| 4PoM | Afremvertraging (BV) | 0 – 255 3 | CV-waarde vermenigvuldigd met 0,9 geeft de tijd van maximumsnelheid tot stilstand. | |
| 5PoM | Maximumsnelheid (Vmax) | 0 – 255 180 | Snelheid bij de hoogste rijstap. Waarde moet groter zijn dan Vmin, CV 2 (zie ook CV 94). | |
| 7 | InmeetritVersienummer van fabrikant (Softwareversie) | Waarde 77 invoeren. Waarde 77 wordt niet blijvend opgeslagen. | ||
| 8 | Fabrikantkenmerk / IDDecoder resetten (default- of fabrieksinstelling) | –8 | 131– | |
| 13PoM | Functies F1 - F8 bij alternatief railsignaal | 0 – 255 0 | alternatief railsignaal = MM, analoog0 = funct. # uit, 1 = funct. # aanBit 7 - 0 [ F8 F7 F6 F5 F4 F3 F2 F1 ] | |
| 14PoM | Functies FL, F9 – F15 bij alternatief railsignaal | 0 – 255 1 | alternatief railsignaal = MM, analoog0 = funct. # uit, 1 = funct. # aanBit 7 - 0 [ F15 F14 F13 F12 F11 F10 F9 FL ] | |
| 17 Uitgebreid adres, hoge byte | 192 – 231 | 192 | Lang adres 1 - 10239 (128)als CV29 / bit 5 = 1 | |
| 18 Uitgebreid adres, lage byte | 0 – 255 128 | |||
| 19 Tractieadres | 0 – 255 0 | 1 - 127 = Tractieadres 0 = geen tractie+128, bit 7 = richting ompolen bij tractie | ||
| 21PoM | Functies F1 - F8 bij tractie | 0 – 255 0 | 0 = funct. # alleen voor locadres1 = funct. # ook voor tractieadresBit 7-0 = [ F8 F7 F6 F5 F4 F3 F2 F1 ] | |
| 22PoM | Functies FL, F9 - F15 bij tractie | 0 – 255 0 | 0 = funct. # alleen voor locadres1 = funct. # ook voor tractieadresBit 7-0 = [ F15 F14 F13 F12 F11 F10 F9 FL ] | |
| 27PoM | Afremmodus:Bit 0 - 3: altijd 0,Bit 4 : DC polariteit tegen de rijrichting inBit 5 : DC polariteit met de rijrichting meeBit 6 - 7: altijd 0 | 0 / 160 / 32 | 48 | |
| 28 | RailCom®Bit 0: kanaal 1 uit/aanBit 1: kanaal 2 uit/aanBit 2: automatische uitschakeling van kanaal 1 | 0 / 10 / 20 / 4 | 0 | |
| 29PoM | Configuratie:Bit 0: Rijrichting van de loc omkerenBit 1: rijstappen 14 of 28/128 kiezenBit 2: analoogbedrijf uit-/inschakelenBit 3: RailCom® niet actief/actiefBit 4: Altijd aanBit 5: kort/ lang adres kiezen | 0 / 10 / 20 / 40 / 8160 / 32 | 6 (22) | Het rijrichtinggedrag heeft betrekking op de rijrichting en het licht.Het aantal rijstappen en het licht bit zijn afhankelijk van de rijregelaar. |
| 31PoM | Index hoge byte | 16 16 | Is nodig voor verdere instellingen bijv. CV300 - 328 | |
| 32PoM | Index lage byte | 0 | 0 | |
| 50PoM | Alternatief formaat:Bit 0: analoog AC uit = 0 / analoog AC aan = 1Bit 1: Analoog DC uit = 0 / analoog DC aan = 1Bit 2: fx (MM) uit = 0 / fx (MM) aan = 1Bit 3: mfx uit = 0 / mfx aan = 1 | 0 / 10 / 20 / 40 / 8 | 15 | Opmerking:DCC kan zichzelf niet deactiveren. |
| 51PoM | Bit 0: motor geïnviteerdBit 1: licht geïnviteerdBit 2: rail geïnviteerd | 0 / 10 / 20 / 4 | 0 | De waarden van de benodigde instellingen moet bij elkaar opgeteld worden. |
| 52PoM | ... Aux – functie-uitgang 8 en 9... Motor - Softdrive Sinus... Motor - ongeregeld... Motor - hoogvermogen-aandrijving C90... Motor - klokanker... Motor - gelijkstroom DC zacht... Motor - gelijkstroom DC hard... Motor - gelijkstroom DC Spoor 1 | 01234567 | 5 | Kies een motortype voor verdere instelling van de motorregeling.ofkies extra functie-uitgangen bij een H0-Decoder. |
| 53PoM | Motorregeling - regelreferentie | 0 – 255 40 | Absolute Vmax voor motorkromme. | |
| 54PoM | Motorregeling - regelparameter K | 0 – 255 80 | Regelaandeel K | |
| 55PoM | Motorregeling - regelparameter I | 0 – 255 60 | Regelaandeel I | |
| 56PoM | Motorregeling - regelinvloed | 0 – 255 255 | 0 = ongeregelde PWM voor Sinus (zie ook CV 52 motortype) | |
| 66PoM | Vooruit trimmen | 0 – 255 128 | De CV-waarde gedeeld door 128 geeft de factor waarmee de rijstap bij het vooruitrijden vermenigvuldigd wordt. | |
| 67PoM - 94PoM | Snelheidstabel rijstap 1 (Vmin)totSnelheidstabel rijstap 28 (Vmax) | 0 – 255 | ||
| 95PoM | Achteruit trimmen | 0 – 255 128 | De CV-waarde gedeeld door 128 geeft de factor waarmee de rijstap bij het achteruitrijden vermenigvuldigd wordt. | |
| 145PoM | Rangeerstand | 0 – 128 128 | 128 = 50% rijstap 64 = 25% rijstap | |
| 173PoM | Verschillende toestanden opslaan:Bit 0 : functie toestanden opslaanBit 1 : snelheid opslaanBit 2 : na een reset met/zonder ABV wegrijdenBit 3 - 7 : altijd 0 | 0 / 10 / 20 / 4 | 7 | 0 = niet opslaan, waarde = opslaan, de verschillende waarden moeten opgeteld worden. |
| 174PoM | Verschillende toestanden opslaan:Bit 0 : rijrichting opslaan | 0 / 1 1 | ||
| 176PoM | Vmin analoog DC | 0 – 255 50 | moet kleiner zijn dan CV 177 | |
| 177PoM | Vmax analoog DC | 0 – 255 170 | moet groter zijn dan CV 176 | |
| 178PoM | Vmin analoog AC | 0 – 255 60 | ||
PoM dient door het besturingsapparaat ondersteund te worden.
Een uitvoerige tabel hiervoor vindt u op het internet onder:
Bij het bedrijf met verschillende protocollen kan er onderlinge verstoring ontstaan.
- Het is aan te bevelen, het aantal protocollen te reduceren. De niet benodigde protocollen in de locdecoder en eventueel ook in de centrale deactiveren.
Loc schokt en hapert
- CV instellingen van de motorvarianten controleren en eventueel deze wijzigen of terugzetten op de fabrieksin-stelling.
Loc rijdt analoog niet
- de automatische analoog herkenning is gedeactiveerd en dient weer geactiveerd te worden (zie de CV-tabel).
Loc (decoder) reageert niet
- bedrading en solderingen controleren en eventueel herstellen. Contacten van de stekkerverbinding en de inbouwrichting van de decoder controleren.




