PCP700/1SDCX - Forn CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PCP700/1SDCX CANDY in PDF-formaat.
| Producttype | Gas- en elektrisch fornuis |
| Afmetingen (B x H x D) | 70 cm x 85 cm x 60 cm |
| Nettogewicht | 45 kg |
| Voeding | Gas (G20/G30) en elektrisch 220-240 V, 50/60 Hz |
| Aantal kookzones | 5 (4 gas + 1 elektrisch) |
| Totaal vermogen kookzones | 8,5 kW (gas) + 1,5 kW (elektrisch) |
| Oven | Elektrische heteluchtoven, inhoud 70 L |
| Ovenfuncties | Hetelucht, natuurlijke convectie, grill, ontdooien |
| Ovenreiniging | Pyrolyse (zelfreinigend) |
| Ovendeur | Verwijderbaar dubbel glas |
| Ontsteking | Geïntegreerde elektronische ontsteking voor gasbranders |
| Gasveiligheid | Anti-uit beveiliging (thermokoppel) |
| Kinderveiligheid | Gaskraan, bedieningsvergrendeling |
| Energielabel oven | A+ |
| Repareerbaarheidsindex | 7,2 / 10 |
| Beschikbare onderdelen | Ja, bij erkende dealers (roosters, verwarmingselementen, enz.) |
| Geluidsvermogen | 49 dB(A) |
| Inbegrepen accessoires | Braadslede, rooster, draaispit |
| Onderhoud | Reiniging branders met zeepwater, demontage knoppen |
Veelgestelde vragen - PCP700/1SDCX CANDY
Gebruikersvragen over PCP700/1SDCX CANDY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PCP700/1SDCX - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PCP700/1SDCX van het merk CANDY.
GEBRUIKSAANWIJZING PCP700/1SDCX CANDY
NL KOOKPLATEN 70 90 cm GEBRUIKSAANWIJZING FR PLANS DE CUISSON 70 90 cm NOTICE D'EMPLOI GB HOBS 70 90 cm USER INSTRUCTIONS
NL 3E C B
TECHNISCHE GEGEVENS
| Kookplaten 70x50 | ||||||
| Kookzones 5 gas 5 gas 5 gas 5 gas 5 gas | - | - | - | - | - | - |
| Type verwijzing P751 P751 P751 P752 P752 Spanningfrequentie (W/Hz) 230/50 230/50 | 230/50 230/50 230/50 230/50 | |||||
| Vermogen elektrische installatie (W) - Aantal branders normaal 111111 | - | - | - | - | - | |
| Aantal branders groot 222222 | ||||||
| Kleine brander 111111 | ||||||
| Dubbelings workbrander | 1 | - | - | 1 | - | - |
| Extra grote brander | - | 1 | - | - | 1 | - |
| Visbrander | - | - | 1 | - | - | 1 |
| Vermogen gas installatie: | ||||||
| - G20/20 mbar** | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 11,2 |
| - G25/25 mbar (kW)*** | 10,6 | 10,5 | 10,6 | 10,6 | 10,6 | 10,5 |
| - G30/28-30 mbar (g/h) | 813 | 813 | 813 | 813 | 813 | 813 |
| Vorkonsteking* | ja | ja | ja | ja | ja | ja |
| Viambevelliging | - | - | - | ja | ja | ja |
| Afmeting mm. | 695x510 | 695x510 | 695x510 | 695x510 | 695x510 | 695x510 |
| Beveiligungsgraad | - | - | - | - | - | - |
| Klasse | 393333 | |||||

Fig. 1
| Kookplaten 90x50 | |||||||||
| Kookzones | 5 gas---- | 5 gas1 elektrisch | 5 gas---- | 4 gas | 5 gas----1 elektrisch | 5 gas | 5 gas | 4 gas | |
| Type verwijzing | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | P505230/50 | |
| Spanning/frequentie | (V/Hz) | ||||||||
| Vermogen elektrische installatie | (W) | - | - | - | 1850 | - | - | - | 1850 |
| Aantal branders normaal | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | |
| Aantal branders groot | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 | |
| Kleine brander | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | |
| Dubbelrings workbrander | 1 | - | - | - | 1 | - | - | - | |
| Extra grote brander | - | 1 | - | - | - | 1 | - | - | |
| Visbrander | - | - | 1 | - | - | - | 1 | - | |
| Vermogen gas installatie: | |||||||||
| -G20/20 mbar** | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 7,9 | 11,2 | 11,2 | 11,2 | 7,9 | |
| -G25/25 mbar (kW)*** | 10,6 | 10,6 | 10,6 | 7,5 | 10,6 | 10,6 | 10,6 | 7,5 | |
| -G30/28-30 mbar (g/h) | 813 | 813 | 813 | 575 | 813 | 813 | 813 | 575 | |
| Vorkonsteking* | ja | ja | ja | ja | ja | ja | ja | ja | |
| Viambeverliging | - | - | - | - | ja | ja | ja | ja | |
| Afmeting | mm. | 860x510 | 860x510 | 860x510 | 860x510 | 860x510 | 860x510 | 860x510 | 860x510 |
| Beveiligungsgraad | - | - | - | Type Y | - | - | - | Type Y | |
| Klasse | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | |
Fig. 1
* op sommige modellen
*** (NL) Fabrieksopgave - NL cat. IbL3B/P
** (BE) Fabrieksopgave - BE cat. Il2E+3+
INSTALLATIE
De installatie is de verantwoording van de koper. De fabrikant is vrijgesteld van deze verantwoordelijkheid. Als de service dienst wordt ingeschakeld voor een defect ontstaan door foutieve installatie valt dit niet onder de garantie.
Deze inbouwkookplaten zijn bestemd voor installatie in een werkblad dat bestand is tegen temperaturen van 100 °C en een dikte hebben tussen 25 en 40 mm. Voor de inbouwmaat dient u zich te houden aan de maten zoals aangegeven in figuur 1.

De kookplaat dient zo te worden ingebouwd dat er aan de linker- en rechterzijde minstens 150 mm. ruimte is tussen kookplaat en kasten of verticale panelen. De afstand tussen kookplaat en achterwand dient minstens 55 mm. te zijn (fig. 2). Indien er onder de kookplaat een vrij toegankelijke ruimte is (bijv.: een lade), dient er tussen de kookplaat en het onderkastje een afscheiding door middel van een plaat te worden gemonteerd (fig. 2). Deze plaat dient minstens 10 mm.
afstand te hebben van de onderzijde van de kookplaat.
Het vastzetten in het meubel geschiedt door de bijgeleverde bevestigingsbeugels die aan de onderzijde op de daarvoor bestemde plaats worden vastgedraaid.
BELANGRIJK - BEVESTIGING AFDICHTINGSKIT
Belangrijk: op onderstaande tekening kunt u zien hoe de afdichtingskit moet worden aangebracht.

Dit apparaat is uitsluitend ontwikkeld voor huishoudelijk gebruik.
Het is geschikt voor ontwerpen/plaatsing, ook onder zware omstandigheden, in een omgeving waarin de temperaturen binnen acceptabele limieten blijven en derhalve onderhevig aan de geldende Europese wetgeving.
Apparaten type Y kunnen worden ingebouwd naast een hoge kast of wand, mits de afstand minimaal 5 cm bedraagt. Dit geldt ook voor installatie in een verlaagde kookunit. Bij apparaten type X mogen de wanden niet te dicht bij het apparaat staan. Zie hiervoor de Technische gegevens, beveiligingsgraad.
Aanwijzingen voor de installateur
De omgeving voor installatie
Een gaskookplaat produceert tijdens het gebruik warmte en vocht in de ruimte waarin deze is geïnstalleerd. Wilt u zeker zijn van een goede ventilatie van de ruimte, open dan de ventilatieroosters (fig. 3-4) of installeer een afzuigkap met een afvoer. Bij een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan het nodig zijn extra te ventileren door bijvoorbeeld een raam open te zetten of de afzuigkap op de hoogste stand te zetten. Bij een kookplaat met vlambeveiliging dient de ventilatieopening (fig. 3) minimaal 200 cm² te zijn.

In het geval dat er geen mogelijkheid is om een afzuigkap te installeren, is het nodig een elektrische ventilator te plaatsen, met afvoer of in het raam. Deze ventilator moet geschikt zijn voor een keuken en een capaciteit hebben van 3 tot 5 maal het volume van de keuken per uur. De installateur dient zich te houden aan de geldende wetgeving.

Aansluiten (elektrische gedeelte)
Controleer of de gegevens op het typeplaatje op het apparaat, dat zich bevindt aan de binnenzijde onder in de kookplaat, en verzeker u er vervolgens van dat dit overeenkomt met de plaatselijk geldende normen nodig voor een goed functioneren.
Voordat u het apparaat aansluit, controleer of het goed is geaard.
De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor eventuele materiële of persoonlijke schade als gevolg van foutieve installatie. Voor apparaten zonder stekker dient u een stekker op het aansluitsnoer te monteren die het vermogen als aangegeven op het typeplaatje kan verwerken. De aardkabel is uitgevoerd in groengeel.
Als u het aansluitsnoer gaat vervangen, dient de aardkabel 10 mm langer te zijn dan de andere kabels. Gebruik uitsluitend een aansluitsnoer met rubber isolatie type H05RR-F. De doorsnede van de draden dient minimaal 1,5 mm² te zijn voor verwarmingselementen en 0,75 mm² voor de overige apparaten. Daarnaast mag de diameter van de kabel aan de buitenzijde niet groter zijn dan 7 mm.
HOOFDAANVOER
![graph LR A["ONDERSTROOM"] --> B["L"] C["GEARD"] --> D["⊥"] E["NEUTRAAL"] --> F["N"] G["BRUINE DRAAD"] --> H["ELECTRICITEITSKABEL"] I["GROEN/GELE DRAAD"] --> H J["BLAUWE DRAAD"] --> H](/content/2026/06/1346997/images/da992520a466b0eec4a6737dcef11f685b22d0557c6b35a19ae70847397ca496.jpg)
Conformiteitsverklaring. Dit apparaat, het gedeelte dat wordt aangesloten op het lichtnet, is conform de richtlijnen van de CEE 89/109.
CE: Dit apparaat is conform de Europese richtlijnen 89/336/CEE, 90/396/CEE, 73/23/CEE en de daaropvolgende wijzigingen.
Aansluiten (gasgedeelte)
Op de typeplaat is aangegeven voor welk type gas dit apparaat geschikt is. Zie ook het typeplaatje.
Het is echter mogelijk andere soorten gas te gebruiken nadat enkele eenvoudige aanpassingen zijn uitgevoerd.
a) Aansluiten op het gasnet
Het aansluiten van het apparaat op het gasnet of gasflessen dient te geschieden volgens de wettelijk geldende voorschriften. Eerst dient men te controleren of het apparaat is afgesteld voor de gebruikte gassoort. Als dit niet het geval is, volg dan de aanwijzingen in hoofdstuk "Aanpassing aan diverse gassoorten". Indien men gebruik maakt van gasflessen, dient men een drukregelaar te gebruiken die aan de wettelijke voorschriften voldoet.
Belangrijk: Controleer, voor een veilig en optimaal gebruik en levensduur van het apparaat, of de gasdruk overeenkomt met de waarden in de tabel op pagina 6.
Aansluiten op een vaste gastoevoer (zie pag. 11)
Zorg er bij aansluiting op een vaste gasbuis voor dat u niet forceert, maar dat alles precies op elkaar aansluit.
Aansluiten op een flexibele slang (zie pag. 11)
De aansluitnippel op het apparaat heeft een buitendraadse (man.) 1/2 gasnippel. Gebruik uitsluitend slangen en afdichtingsrubbertjes die volgens de geldende voorschriften zijn goedgekeurd.
De flexibele aansluiting door middel van een slang mag nooit langer zijn dan 2000 mm.
Belangrijk: Controleer nadat u alle installatiehandelingen heeft verricht de aansluitpunten op een goede afsluiting. Gebruik hiervoor een zeepsopje. Nooit een vlam. Controleer ook of de flexibele slang niet in aanraking komt met bewegende delen van de keukenmeubelen, zoals een lade, zodat de slang wordt beschadigd.

Aanpassen aan diverse soorten gas
Om de kookplaat aan een andere gassoort aan te passen, dient u de volgende handelingen uit te voeren.
— verwijder pannendrager en branders
— gebruik de bijgeleverde pijpsleutel om via de opening (fig. 5) van de branders bij de branderbasis te komen
— draai de inspuiter los en vervang deze door het passende type (zie tabel gasverbruik). Als u deze aanpassingen heeft afgerond, verwijder dan het etiket met de gaswaarden en vervang deze door een etiket met de juiste waarden.

Mengverhouding van de vlam
Voor het bereiken van een optimaal rendement van de brander kan het nodig zijn de mengverhouding (lucht/gas) aan te passen. Een goede vlam moet duidelijk afgetekend zijn en geen gele puntjes hebben (fig. 7/b); in het geval van een overschot aan lucht is de vlam erg kort (fig. 7/c), in het geval van een tekort aan lucht is de vlam slecht afgetekend met vlammen die eindigen in een gele punt (fig. 7/a). Als er een tekort of overschot aan luchttoevoer is, dient u de mengverhouding aan te passen met de uitschuifbare luchttoevoerbuis (fig. 6) in de mengbuis van de brander. Om de uitschuifbare luchttoevoerbuis in de juiste positie te brengen, dient u het schroefje los te draaien. Zodra afgeregeld, de schroef weer vastdraaien.
Voor maten (x) zie tabel

| Tabel gasverbruik 1W = 0,860 kcal/h | Afstand «X» aan de hand van het type gas | ||||||||||
| G20/G25 | G30 | G20/G30 | G25 | G20 G30 G25 G31 | |||||||
| Werkende ∅ brander | 1/100 mm insputstuk | 0/100 mm insputstuk | Cn kW | Iħ g/n G20 G30 | Cn Uħ Qm. kW | 277 | 0,570 | afstel- buisje | afstel- buisje | afstel- buisje | |
| grote | 120 | 80 | 2,65 | 252 190 | 2,5 | 343 | 0,300 | 4 mm 2 | mm 4 mm | 5 mm | |
| dubbeirings | 2x94 | 2x65 | 3,3 | 314 238 | 3,1 | 13 mm | mm 13 mm | 15 mm | |||
| normaal | 93 | 61 | 1,5 | 143 109 | 1,45 | 161 | 0,380 | 2 mm 5 | mm 2 mm | 7 mm | |
| kleine | 80 | 54 | 1,1 | 106 80 | 1,05 | 116 | 0,250 | 6 mm 4 | mm 6 mm | 6 mm | |
| visbrander | 2x94 | 2x65 | 3,3 | 314 238 | 3,1 | 343 | 0,900 G30 1 G20/G25 | 15 mm | mm 15 mm | 15 mm | |
| extra grote | 2x94 | 2x65 | 3,3 | 314 238 | 3,1 | 343 | 0,300 | 13 mm | mm 13 mm | 13 mm | |
De laagstandafstelling
Steek de brander aan en draai de knop op de laagste positie en verwijder de knop. Vervolgens kunt u met een kleine schroevendraaier een schroefje bovenop de gaskraan draaien (fig. 8). Tegen de wijzers van de klok in voor een hogere gastoevoer, met de wijzers van de klok mee voor een lagere gastoevoer. Probeer een vlam van 3 à 4 mm te krijgen. Wanneer cilindergas gebruikt wordt, draai dan de schroef met de klok mee tot het eind.
Afstelschroefje laagstand van de branders
Stelschroeven voor 'gas laag-stand' (platte schroevendraaier)

Gebruik van de gasbranders
Om de brander aan te steken (bij versie zonder vonkontsteking) houdt u eerst een vlam bij de brander en drukt u de knop naar beneden en draait u de knop tegen de wijzers van de klok in tot maximum.
Als u de branders lange tijd niet gebruikt heeft, kan het zijn dat er een beetje lucht in de gasbuizen zit. Houd er rekening mee dat de ontsteking dan iets langer kan duren. Kookplaten die zijn uitgerust met elektrische vonkontsteking kunnen heel eenvoudig worden aangezet door de branderknop in te drukken en te draaien naar de positie gemarkeerd met een ster.
Zodra de brander is ontstoken, kunt u de knop naar de gewenste positie draaien. De vonkontsteking heeft een herhaalde werking: indien de brander niet gelijk ontsteekt, dient u de knop maximaal 5 seconden op de ontstekingspositie te houden. Indien de brander dan nog niet werkt, dient u de branderknop eerst op de uitpositie te zetten en daarna de bovenstaande handelingen te herhalen.
Sommige modellen zijn voorzien van een vlambeveiliging. Een systeem dat ervoor zorgt dat als de vlam per ongeluk uit gaat, de gastoevoer wordt gestopt. Om deze gaspitten te ontsteken, herhaalt u de bovenstaande handeling maar houdt u na het ontsteken van het gas de knop 5-6 seconden ingedrukt.
Daarna zal de vlam blijven branden.
LET OP: Verzeker u na het schoonmaken van de kookplaat ervan dat de branders goed gepositioneerd zijn ten opzichte van de vonkontsteking.
Voor optimaal gebruik van de branders raden wij u aan pannen te gebruiken die bij de branders passen.
— kleine brander ∅ 6 tot 12 cm.
— normale brander ∅ 12 tot 18 cm. — grote brander ∅ 18 tot 24 cm.
— dubbele kroonbrander ∅ 24 tot 28 cm. — extra grote brander ∅ 24 tot 28 cm.
Visbrander: 26-28 cm. Rechthoekige of ovale pan: maximaal 21x37 cm, minimaal 15x29 cm.
In het geval dat u kleinere pannen wilt gebruiken, dient u zich ervan te verzekeren dat u de vlam zo instelt dat deze net de onderzijde van de pan raakt. Het gebruik van holle of bolle pannen wordt ernstig afgeraden.
WAARSCHUWING: in het geval dat de vlam een keer te groot wordt, draai dan de knop dicht en wacht minstens 1 minuut alvorens u de gaspit weer ontsteekt. Voordat u de glasdeksel (optioneel) sluit, dient u zich ervan te verzekeren dat de branders uit en volledig afgekoeld zijn. Dit om breuk door een thermische schok te voorkomen.
Gebruik van elektrische kookzones
Om de elektrische kookzones aan te zetten, is het voldoende om de knop op de gewenste kookstand te zetten. Voor optimale prestaties met een minimum aan energieverbruik kunt u de volgende tabel raadplegen.
| GEBRUIK VAN DE ELEKTRISCHE KOOKZONES | ||
| Positie | ||
| 0 UIT | ||
| 1 ZEER | LAAG Bordenwarmen, smelten van boter en chocolade... | |
| 2 LAAG | Opwarmen van kleine hoeveelheden en malen van sauzen... | |
| 3 ZACHT | Koken van zachte groente, fruit. Aan de kook houden van water... | |
| 4 | GEMIDDELD | Doorkoken van groente, pasta en bereiden van vis... |
| 5 | HOOG | Vlees braden... |
| 6 | ZEER HOOG | Aan de kook brengen. Braden en frituren... |
Wanneer de elektrische plaat in gebruik is, zal een indicatielampje blijven branden.
Bij het gebruik van de elektrische kookzones raden wij u aan pannen te gebruiken met een vlakke bodem en een diameter die overeenkomt met die van de gekozen kookzone. Zeker geen kleinere diameter gebruiken (fig. 9). Wij raden u aan de bodem van de pan goed te drogen bij eventueel overkoken. Laat nooit een kookzone aanstaan zonder pan of met een lege pan.

Belangrijke waarschuwing
Voordat u gaat demonteren of schoonmaken dient u de stroomvoorziening af te sluiten door de stekker uit het stopcontact te halen of de stroomtoevoer via de zekering af te sluiten. Zorg ervoor dat het apparaat volledig is afgekoeld.
Reinig de geëmailleerde, verchroomde en geverfde delen met handwarm water en met een niet agressieve allesreiniger.
Gebruik voor de roestvrijstalen delen een rvs reiniger die gewoon in de winkel verkrijgbaar is.
Aluminium kunt u het beste reinigen door eerst met een met olie doordrenkte doek te poetsen en dit vervolgens met een alcoholhoudend middel af te nemen.
Gebruik tijdens het schoonmaken nooit: schuurmiddelen, bijtende schoonmaakmiddelen, bleekmiddel of zuren.
Voorkom dat er op de geëmailleerde, roestvrijstalen of geverfde delen zuren blijven liggen (azijn, citroensap etc.)
De brandervoet kunt u reinigen met water en allesreiniger. Als u de oorspronkelijke glans terug wilt krijgen, kunt u een speciaal schoonmaakmiddel voor aluminiumlegeringen gebruiken.
De branderdeksel, gemaakt van staal met emaille, kunt u reinigen in warm water met
reinigingsmiddel. U dient alle aangekoekte deeltjes te verwijderen die onregelmatigheid in de vlam kunnen veroorzaken.
Na het reinigen moeten brandervoet en branderdeksel goed worden gedroogd. Let hierbij op de buisjes in de brandervoet. Zet daarna de branders zorgvuldig op hun plaats. LET OP: Zorg ervoor dat na het schoonmaken de branders op de juiste plaats zitten en dat de branderdeksel goed op de brandervoet zit. Dit om een slecht vlambeeld en schade aan de brandervoet te voorkomen.
Dit apparaat is ontwikkeld en geproduceerd voor koken bij huishoudelijk gebruik. Elke andere vorm van gebruik is onjuist en derhalve gevaarlijk.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade veroorzaakt door onjuist, onredelijk en onverantwoord gebruik.
Smeren van de gaskranen
ONDERSTAANDE HANDELINGEN LATEN UITVOEREN DOOR EEN GEKWALIFICEERDE MONTEUR.
In het geval dat een gaskraan stroef draait, is het nodig deze te demonteren. Reinig deze met benzine en smeer deze in met een vet dat bestand is tegen hoge temperaturen.
Voer de volgende stappen uit:
— haal de stekker uit het stopcontact en sluit de gastoevoer af. — Verwijder de bedieningsknoppen en de vangschaal door de schroeven los te draaien die onder elke brander en onder de pandrager-scharnieren zitten. — Draai de twee schroefjes los die de afdichting/pakking bovenaan op zijn plaats houdt. — Verwijder de afdichting/pakking bovenaan en het veertje dat aan het stangetje vastzit. — Verwijder de konische regelklep voor het gas. Reinig deze met benzine en smeer deze vervolgens met een beetje vet in dat tegen hoge temperaturen bestand is. Zorg ervoor dat u de kanalen voor gastoevoer niet met vet blokkeert. — Controleer alle onderdelen en zet deze in omgekeerde volgorde weer op hun plaats.
Technische dienst
Het kan natuurlijk gebeuren dat er met uw kookplaat iets niet in orde is. Alvorens de service dienst te bellen (in het geval dat de kookplaat niet goed werkt):
— controleer of de stekker juist is aangesloten en in het stopcontact zit;
— controleer of de gastoevoer goed is.
In het geval dat er iets niet functioneert, haal dan de stroom van het apparaat. Maak het apparaat in geen geval open maar neem contact op met de Technische dienst. Het apparaat is voorzien van een standaard garantie certificaat. Dit geeft u, in combinatie met de aankoopnota, recht op één jaar volledige garantie.
Vergeet niet deel A van dit certificaat binnen 10 dagen na aankoop op te sturen.
Deel B dient u samen met de aankoopnota te bewaren om aan de Technische dienst te kunnen tonen. Voor eventuele verlengde garantie gelden andere regels.
MONTAGE VAN DEKSEL
De glazen afdekplaat is optioneel. Om de afdekplaat te bevestigen deze laten zakken in de scharnieren zoals hiernaast is aangegeven.

Voordat u de deksel sluit, dient u zich er van te verzekeren dat de kookzones uit zijn en volledig zijn afgekoeld. Dit om glasbreuk door een thermische schok te voorkomen. Indien u iets kneoit dient dit van de beschermkap verwijderd te worden voordat deze geopend wordt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor mogelijke fouten in de gebruiksaanwijzing veroorzaakt door druk- of zetfouten. De fabrikant behoudt zich het recht voor de producten tussentijds te wijzigen indien zij dit nodig of nuttig acht. De gebruiksaanwijzing is beschikbaar in Duitse versie.
INSTRUCTIES VOOR HET AANSLUITEN VAN DE KOOKPLAAT OP HET GASNET
Deze instructies zijn bedoeld voor personen die zijn geautoriseerd de apparaten te installeren volgens de normen. Welke ook ingrepen mogen doen bij elektrische apparatuur.
VOLGORDE VAN DE MONTAGE
Voor montage van de gasnippel zijn een steek sleutel van 17 en 23 mm nodig.

1) Draai de onderdelen vast volgens de tekening.
A) Gasbuis
B) Pakking
C) Draaibare gasnippel

2) Draai de nippel in de gewenste richting en draai vervolgens met de steek sleutels stevig vast.

3) Verbindt de gasnippel aan de toevoer (buis of slang).
BELANGRIJK:
Controleer nadat u alle installatie handelingen heeft verricht de aansluitpunten op een goede afsluiting.
Gebruik hiervoor een zeepsopje.
Nooit een vlam. Controleer ook of de flexibele slang niet in aanraking komt met bewegende delen van de keukenmeubelen zoals een lade zodat de slang wordt beschadigd.
NA AFLOOP VAN DE INSTALLATIE AANSLUITINGEN CONTROLEREN MET ZEEPSOP.
CARACTERISTIQUES TECHNIQUES