BG91PX9-1 - Forn SMEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BG91PX9-1 SMEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BG91PX9-1 SMEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BG91PX9-1 - SMEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BG91PX9-1 van het merk SMEG.
GEBRUIKSAANWIJZING BG91PX9-1 SMEG
Inhoudsopgave
1 Waarschuwingen 218
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 218
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 222
1.3 Beoogd gebruik 223
1.4 Typeplaatje 223
1.5 Deze gebruiksaanwijzing 223
1.6 Verwerking 223
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 224
2 Beschrijving 225
2.1 Algemene beschrijving 225
2.2 Kookplaat 226
2.3 Bedieningspaneel 226
2.4 Andere onderdelen 227
2.5 Beschikbare accessoires 227
3 Gebruik 229
3.1 Waarschuwingen 229
3.2 Eerste gebruik 230
3.3 Gebruik van de accessoires 231
3.4 Gebruik van de kookplaat 233
3.5 Het gebruik van de oven 234
3.6 Advies voor bereidingen 236
3.7 Gebruik van de bergruimte 237
3.8 Klok programmeereenheid 238
4 Reiniging en onderhoud 243
4.1 Waarschuwingen 243
4.2 Reiniging van het apparaat 243
4.3 Demontage van de deur 244
4.4 Reiniging van de ruiten van de deur 245
4.5 Pyrolyse 248
4.6 Buitengewoon onderhoud 250
5 Installatie 252
5.1 Gasaansluiting 252
5.2 Aanpassing aan de verschillende gastypes 257
5.3 Plaatsing 262
5.4 Elektrische aansluiting 267
5.5 Toegang tot het klemmenbord 268
5.6 Voor de installateur 270
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
1 Waarschuwingen
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen
Persoonlijk letsel
- Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden zeer heet tijdens het gebruik. Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat.
- Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de ovenruimte.
- Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.
- Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met beperkte lichamelijke, geestelijke of sensorische capaciteiten of onvoldoende ervaren en kennis, mits ze worden bijgestaan of ingelicht zijn over een veilig gebruik van het apparaat en de aanverwante gevaren kennen.
- Laat kinderen niet spelen met het apparaat.
-
Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan uit de buurt van het apparaat.
-
Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.
- Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.
- Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.
- Let op voor de snelle verwarming van de kookzones. Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting.
- Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
-
Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
-
Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken.
- Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.
- Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- Houd de deur dicht tijdens de bereiding.
- Als er een ingreep nodig is aan het gerecht of aan het einde van de bereiding, de deur gedurende een aantal seconden 5 centimeter openen, de stoom laten ontsnappen en vervolgens de deur volledig openen.
- Open de bergruimte (indien aanwezig) niet wanneer de oven ingeschakeld of warm is.
- Voorwerpen in de bergruimte kunnen zeer heet zijn na gebruik van de oven.
-
GEEN ONTVLAMBARE MATERIALEN GEBRUIKEN OF BEWAREN IN DE BERGRUIMTE (INDIEN AANWEZIG) OF IN DE NABIJHEID VAN HET APPARAAT.
-
GEBRUIK GEEN SPUITBUSSEN IN DE BUURT VAN HET APPARAAT TERWIJL HET WERKT.
- Na gebruik het apparaat uitschakelen.
• VOER GEEN WIJZIGINGEN UIT OP HET APPARAAT. - Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Voorafgaand aan iedere ingreep op het apparaat moet de algemene elektrische voeding gedeactiveerd worden.
- Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.
- Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus.
- Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Als de stroomkabel beschadigd is, moet men contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen, om gevaren te vermijden.
Beschadiging van het apparaat
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Gebruik eventueel houten of plastic gereedschappen.
- Roosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot ze niet verder kunnen. De mechanische veiligheidsblokkeringen die de verwijdering van de roosters voorkomen moeten naar beneden en naar de achterzijde van de ovenruimte gericht zijn.


• Ga niet op het apparaat zitten.
- Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.
- Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
- Laat het apparaat niet onbeheerd achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die bij heet worden vlam kunnen vatten. Wees heel voorzichtig.
- Brandgevaar: geen voorwerpen op de kookoppervlakken bewaren.
- GEBRUIK HET APPARAAT NOOIT OM DE RUIMTE TE VERWARMEN.
- Sproei geen spuitbussen in de nabijheid van de oven.
- Gebruik geen plastic vaatwerk of pannen om voedsel te bereiden.
- Plaats geen blikken of gesloten pannen in de ovenruimte.
- Verwijder alle ovenschalen en roosters die tijdens de bereiding niet gebruikt worden uit de ovenruimte.
- Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
- Plaats geen pannen of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
- Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.
- Gebruik de open deur niet als steun door pannen of schalen direct op het binnenglas te plaatsen.
-
De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
-
Alle pannen moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
- Mors geen zuurhoudende stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat.
- Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.
- Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.
- Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidaties, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
-
Gebruik de open deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
-
Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.
- Til dit apparaat niet op door de handgreep beet te pakken.
Installatie
• DIT APPARAAT MAG NIET GEÏnstALLEERD WORDEN IN BOTEN OF CARAVANS.
- Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.
- Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.
- Om mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden mag het niet achter een decoratieve deur of een paneel worden geïnstalleerd.
- Laat de gasaansluiting uitvoeren door bevoegd technisch personeel.
- Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de buis niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking bij flexibele stalen buizen en 1,5 meter bij rubberen slangen.
- De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.
- Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.
- Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.
- Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.
- Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.
- Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet gelijk zijn aan 1,5 - 2 Nm.
- Verzeker u er voor de montage van dat de plaatselijke gastoevoer (soort gas en gasdruk) en de regeling van het apparaat compatibel zijn.
- De regelingsvoorwaarden voor dit apparaat staan vermeld op het etiket voor de regeling van het gas.
- Dit apparaat is niet aangesloten op een apparaat voor afvoer van de verbrandingsproducten. Het moet geïnstalleerd en aangesloten worden in overeenstemming met de geldende installatievoorschriften. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de ventilatie-eisen.
Voor dit apparaat
- Controleer of het apparaat is uitgeschakeld voordat de lamp wordt vervangen.
- Ga niet steunen of zitten op de geopende deur van het apparaat.
- Controleer of er geen voorwerpen in de deur vastzitten.
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:
- een ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien;
- het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing;
- het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;
- het gebruik van niet-originele reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
- Dit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden. Elk ander gebruik is oneigenlijk.
- Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.
1.4 Typeplaatje
Het typeplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.
1.5 Deze gebruiksaanwijzing
Deze handleiding voor gebruik is een integraal onderdeel van het apparaat en moet gedurende de gehele levensduur van het apparaat intact en binnen handbereik van de gebruiker bewaard worden. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig vóór installatie.
1.6 Verwerking

Het apparaat moet op het einde van zijn gebruiksduur afzonderlijk ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG,
2003/108/EG). Het apparaat bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen.
Verwijdering van het apparaat:
- Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker.

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
• Schakel de stroomtoevoer uit.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of het overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkardig apparaat wordt gekocht.
Het apparaat zit verpakt in milieuvriendelijke en recyclebare materialen.
- Breng het verpakkingsmateriaal naar de betreffende centra voor afvalverwerking.

Plastic verpakking Gevaar voor verstikking
- Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.
- Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing
In deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:
Waarschuwingen

Algemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.
Beschrijving

Beschrijving van het apparaat en de accessoires.
Gebruik

Informatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires.
Reiniging en onderhoud

Informatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.
Installatie

Informatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.

Veiligheidswaarschuwingen

Informatie

Suggestie
- Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.
- Enkele gebruiksaanwijzing.
2 Beschrijving
2.1 Algemene beschrijving

1 Plint
2 Kookplaat
3 Bedieningspaneel
4 Lamp
5 Pakking
6 Deur
7 Ventilator
8 Bergruimte
1,2,3
Frame voor roosters/ovenschalen
2.2 Kookplaat

AUX = Hulpbrander
SR = Halfsnelle brander
R = Snelle brander
UR = Ultra snelle brander
2.3 Bedieningspaneel

1 Temperatuurknop
Met deze knop kunnen de bereidingstemperatuur en -tijd geselecteerd worden, kunnen geprogrammeerde bereidingen ingesteld worden, kan de actuele tijd ingesteld worden, en kan de lamp in de ovenruimte in- en uitgeschakeld worden.
2 Klok programmeereenheid
Handig voor de weergave van het actuele tijdstip, de geprogrammeerde bereidingen en voor de instelling van de kookwekker.
3 Controlelamp deurblokkering
Licht op wanneer de automatische reinigingscyclus wordt geactiveerd (pyrolyse).
4 Functieknop
Met deze knop kan het apparaat in-/uitgeschakeld worden en kan de bereidingsfunctie geselecteerd worden.
5 Knoppen van de branders van de kookplaat
Nuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de plaat.
Druk op de knoppen, en draai deze
linksom op de waarde ⚠ om de
overeenkomstige branders te ontsteken.
Om de vlam te regelen, moet de knop in de
zone tussen het maximum △ en het
minimum △ gedraaid worden.
Om de branders uit te schakelen, moeten
de knoppen op Ⓞ geplaatst worden.
2.4 Andere onderdelen
Koelventilator
De ventilator zorgt voor de afkoeling van de ovens, en wordt tijdens de bereiding in werking gesteld.
De werking van de ventilator veroorzaakt een normale luchtstroom die aan de achterzijde van het apparaat naar buiten komt, en die ook na de uitschakeling van het apparaat nog kort kan doorgaan.


Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.
Interne verlichting
De interne verlichting van het apparaat wordt ingeschakeld:
• als de deur wordt geopend;
- als een willekeurige functie wordt gekozen, met uitzondering van de functie ECO.
Plaatsbare niveaus

Het is niet mogelijk om de binnenverlichting uit te schakelen als de deur is geopend.
Het apparaat beschikt over niveaus om roosters en ovenschalen op verschillende hoogtes te plaatsen. De plaatsbare hoogtes worden begrepen van laag naar hoog (zie 2.1 Algemene beschrijving).
2.5 Beschikbare accessoires
Diepe ovenschaal

Nuttig om vet op te vangen afkomstig van voedsel op het bovenstaande rooster, of om taarten, pizza's en gebak te bakken.
Rooster

Handig voor het plaatsen van schalen met voedsel in bereiding.
Draaispit

Nuttig voor het bereiden van kip of voedsel dat gelijkmatig moet worden bereid.

De accessoires die in contact kunnen komen met het voedsel zijn gemaakt van materialen conform de van kracht zijnde wetsbepalingen.

De bijgeleverde of optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij erkende verkopers. Gebruik enkel de originele accessoires van de fabrikant.
3 Gebruik
3.1 Waarschuwingen

Hoge temperatuur in de ovens tijdens het gebruik Gevaar voor verbranding
- Houd de deur dicht tijdens de bereiding.
- Bescherm de handen met ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de ovenruimte
- Raak de verwarmingselementen in het apparaat niet aan.
- Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- Houd kinderen van jonger dan 8 jaar uit de buurt wanneer het apparaat in werking is.
- Als er bewerkingen nodig zijn aan de etenswaren of aan het einde van de bereiding, opent u een aantal seconden lang de deur 5 centimeter, zodat de stoom ontsnapt. Vervolgens kunt u de deur volledig openen.

Incorrect gebruik. Gevaar voor verbranding
- Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.
- Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting. Wees heel voorzichtig.

Incorrect gebruik. Beschadiging van de oppervlakken
- Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
- Bij gebruik van bakpapier moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de ovenruimte er niet door wordt verhinderd.
- Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
- Gebruik de open deur niet als steun door potten of schalen te plaatsen op het binnenglas.
- Giet geen water rechtstreeks op hete ovenschalen.
- De pannen of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
- Alle pannen moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.
- In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.

De temperatuur in de bergruimte kan hoog oplopen Gevaar voor verbranding
- Open de bergruimte niet wanneer het apparaat ingeschakeld of warm is.
- De voorwerpen in de bergruimte kunnen erg heet zijn na het gebruik van het apparaat.

De temperatuur in de bergruimte kan hoog oplopen tijdens gebruik van de oven
Brand- en ontploffingsgevaar
- Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.
- Laat of gebruik geen ontvlambare materialen in de nabijheid van het apparaat of de bergruimte.
- Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.
- Plaats geen blikken of gesloten houders in de ovenruimte.
- Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.
- Verwijder ongebruikte ovenschalen en roosters tijdens de bereiding uit de ovenruimte.
Lekkend gas kan een explosie veroorzaken.
Wanneer u gas ruikt of als de gasinstallatie lekt:
- De gastoevoer onmiddellijk sluiten of het ventiel van de gasfles onmiddellijk dichtdraaien.
- Open vuur en sigaretten onmiddellijk uitdoven.
- Geen schakelaars of apparaten inschakelen en geen enkele stekker uit het stopcontact verwijderen. Binnen het gebouw geen (mobiele) telefoons gebruiken.
- Ramen openen en het vertrek luchten.
- Contact opnemen met het servicecentrum of uw gasbedrijf.
Onregelmatige werking
Elke van de volgende omstandigheden moet als een onregelmatige werking worden beschouwd en vereist een ingreep:
- De branderplaat kleurt geel.
- Beschadiging van het keukengerei.
- Verkeerde ontsteking van de branders.
- Branders blijven met moeite branden.
- Uitschakeling van de branders tijdens de werking.
- De gaskranen kunnen moeilijk open of dicht worden gedraaid.
Neem contact op met het erkende servicecentrum bij u in de buurt als het apparaat niet correct werkt.
3.2 Eerste gebruik
- Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.
- Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires en uit de ruimten.
- Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).
- Verwarm het lege apparaat op de hoogste temperatuur om eventuele productieresten te verwijderen.
3.3 Gebruik van de accessoires
Rooster voor ovenschaal
Het rooster voor de ovenschaal wordt in de schaal geplaatst. Zo wordt het vet apart van het voedsel opgevangen tijdens de bereiding.

Roosters en ovenschalen
Roosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot aan het eindpunt.
De mechanische veiligheidsblokkeringen, die de ongewenste verwijdering van het rooster voorkomen, moeten naar beneden en naar de binnenzijde van de ovenruimte gericht zijn.


Plaats de roosters en de schalen helemaal in de ovenruimte, tot ze vast komen te zitten.

Maak de ovenschalen schoon voor het eerste gebruik, om eventuele productieresten te verwijderen.
Draaispit
- Breng de 4 meegeleverde draagstukken aan in de 4 gaten op de hoeken van de diepe ovenschaal. Draai ze met behulp van een gereedschap (bijv. een schroevendraaier) op de ringen vast.

- Breng de steunen van het draaispit aan in de draagstukken, zie de onderstaande afbeelding.

Gebruik
- Gebruik de bijgeleverde klemvork om het draaispit voor te bereiden. De vorken kunnen bevestigd worden met de bevestigingsschroeven.

- Plaats het draaispit na de voorbereiding op de desbetreffende steunen. Plaats de punt van de stang in de zitting van het mechanisme op de linkersteun, tot aan zijn stoppositie.

-
Breng de ovenschaal aan op het eerste vlak van het frame (zie "Algemene beschrijving").
-
Plaats de punt van de stang in de zitting van het motortje van het draaispit, links op de achterwand van de ovenruimte.


Deze handelingen moeten uitgevoerd worden wanneer de oven uitgeschakeld is en koud staat.
- Activeer het draaispit door de functieknop op te draaien en met de temperatuurknop een bereidingstemperatuur in te stellen.

Het wordt aanbevolen om een beetje water in de ovenschaal te gieten zodat rookvorming wordt vermeden.
-
Verwijder de ovenschaal met het draaispit aan het einde van de bereiding.
-
Om het draaispit makkelijk te kunnen verplaatsen, moet de bijgeleverde en daarvoor bestemde handgreep vastgedraaid worden.

3.4 Gebruik van de kookplaat
Alle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Als de brander niet wordt ontstoken binnen 15 seconden, moet de knop op geplaatst worden en moet 60 seconden gewacht worden tot de volgende poging. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen.
Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling. Houd de knop langer ingedrukt.

In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gaslevering, ook wanneer de kraan open staat. Draai de knop op Ⓞ. Wacht minstens 60 seconden, alvorens de brander opnieuw te ontsteken.
Correcte positie van de vlamverdelers en van de deksels
Voordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct met de respectievelijke deksels gepositioneerd zijn. Let op dat de openingen van de vlamverdelers 1 overeenstemmen met de thermokoppels 2 en de vonkontstekers 3.

Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaat
Voor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten pannen gebruikt worden met een deksel en die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt. Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.

Diameter van de pannen:
- AUX: 12 - 14 cm.
- SR: 16 - 24 cm.
• R: 18 - 26 cm. - UR: 18 - 28 cm.
3.5 Het gebruik van de oven
Inschakelen van de oven
Voor de inschakeling van de oven:
- Selecteer de gewenste bereidingsfunctie met de functieknop.
- Selecteer de gewenste temperatuur met de temperatuurknop.

Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk gelijktijdig op de toetsen

en 📋 om de klok van de programmeereenheid te resetten.
Lijst van de functies

Statisch
De warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle types van gebraden, brood en gevulde taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.

Geventileerde onderwarmte
Met de combinatie van de ventilator en enkel de onderwarmte zal de bereiding sneller klaar zijn. Dit systeem wordt aanbevolen voor het steriliseren of voor het voltooien van voedsel dat reeds goed oppervlakkig gaar is, maar nog niet binnenin, en waarvoor dus een gematigde bovenwarmte nodig is. Ideaal voor elk type van voedsel.

Grill + draaispit
Het draaispit werkt in combinatie met de centrale grillweerstand, zodat het voedsel een perfect goudbruine kleur krijgt.

Grill
Met de warmte die van het grill element komt, kunnen uitstekende resultaten bereikt worden zoals het roosteren van dun en iets dikker vlees, en in combinatie met het draaispit (waar voorzien) wordt op het einde van de bereiding een uniforme goudbruine kleur verkregen. Ideaal voor worsten, ribbetjes en bacon. Met deze functie kan een grote hoeveelheid voedsel, en vooral vlees, uniform gegrild worden.

Geventileerde grill
De lucht afkomstig van de ventilator verzacht de warmtegolven die worden verkregen door de grill, zodat ook dik voedsel uitstekend wordt gegrild. Ideaal voor grote stukken vlees (bijv. varkensscheenbeen).

Statisch+ventilator
De werking van de ventilator, gecombineerd met de traditionele bereiding, verzekert ook voor ingewikkelde recepten homogene bereidingen. Ideaal voor koekjes en taarten, die ook gelijktijdig op meerdere niveaus bereid kunnen worden. (Voor bereidingen op meerdere niveaus raden we u aan om het 2e en het 4e niveau te gebruiken).

Turbo
Met de combinatie van de geventileerde bereiding en de traditionele bereiding kan erg snel en doeltreffend verschillend voedsel op meerdere niveaus klaargemaakt worden, zonder het mengen van geuren of smaken. Ideaal voor omvangrijk voedsel waarvoor een intense bereiding nodig is.

Circulatie + ventilator
De combinatie van de ventilator en het luchtcirculatie element (ingebouwd op de achterzijde van de oven) maakt het koken van voedsel over meerdere verdiepingen mogelijk, mits hiervoor dezelfde temperatuur en hetzelfde kookproces vereist is. De warmeluchtcirculatie verzekert een onmiddellijke en uniforme verdeling van de warmte. Het zal bijvoorbeeld mogelijk zijn om gelijktijdig (op meerdere vlakken) vis, groenten en koekjes klaar te maken, zonder dat de geur en de smaak gemengd zullen worden.

Onderwarmte
De warmte, die enkel van onderaan komt, eindigt de bereiding van voedsel dat een hogere basistemperatuur nodig heeft, zonder gevolgen voor het bruin braden. Ideaal voor gebak of hartige taarten, vlaaien en pizza.

Eco
Deze functie wordt aanbevolen voor de bereiding op één vlak, met een laag energieverbruik. Is geschikt voor alle levensmiddelen, m.u.v. levensmiddelen die veel vocht kunnen ontwikkelen (bijvoorbeeld groenten). Voor een maximale besparing van de energie en een kortere bereidingstijd wordt het aanbevolen om de levensmiddelen in te ovenruimte te plaatsen zonder deze voor te verwarmen.

Pyrolyse
Wanneer deze functie wordt ingesteld, bereikt de oven temperaturen tot 500°C zodat al het vuil en vet wordt opgelost dat wordt gevormd op de binnenwanden.

In de ECO-functie tijdens de bereiding de deur niet openen.

In de ECO-functie duren de bereidingstijden (en de eventuele voorverwarming) langer.

De ECO-functie is een zachte bereidingsfunctie die ideaal is voor bereidingen bij een temperatuur tot 210°C; Voor bereidingen bij een hogere temperatuur wordt aanbevolen om een andere functie te kiezen.
3.6 Advies voor bereidingen
Algemeen advies
- Gebruik de geventileerde functie om een gelijkmatige bereiding te bekomen op verschillende niveaus.
- Algemeen gezien is het niet mogelijk om de bereidingstijden te verkorten door de temperatuur te verhogen (het voedsel zou aan de buitenkant goed gebakken kunnen zijn, maar binnenin minder).
- De bereidingstijden van gesneden stukken zijn voor hetzelfde gewicht korter dan voor het hele stuk.
Advies voor het bereiden van vleesgerechten
- De bereidingstijden hangen af van de dikte en van de kwaliteit van het voedsel, en van de smaak van de consument.
- Gebruik een vleesthermometer voor gebraad, of druk met een lepel op het gebraad. Als het gebraad stevig aanvoelt is het klaar, anders moet de bereiding nog een aantal minuten doorgaan.
Aanbevelingen voor bereidingen met de grill
- Het grillen van vlees kan zowel uitgevoerd worden bij koude als bij voorverwarmde oven, als het resultaat van de bereiding gewijzigd moet worden.
- Bij de functie van de geventileerde grill wordt daarentegen aanbevolen om de ovenruimte eerst voor te verwarmen.
- Er wordt aanbevolen om het voedsel in het midden van het rooster te plaatsen.
- In de grillfunctie is het aanbevolen om de temperatuurknop op de hoogste waarde in te stellen (symbool ), voor een optimale bereiding.
Advies voor het bereiden van gebak en koekjes
- Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen; deze helpen de warmte beter te absorberen.
- De temperatuur en de tijdsduur van de bereiding hangen af van de kwaliteit en de dikte van het deeg.
-
Plaats de gerechten bij de bereiding op meerdere vlakken het liefst op het 2e en het 4e vlak, verleng de bereidingstijd met een enkele minuut en gebruik uitsluitend de geventileerde functies.
-
U kunt nagaan of het gebak van binnen voldoende gebakken is door een tandenstoker in het hoogste deel te prikken. Wanneer het deeg niet aan de tandenstoker blijft plakken, is het gebak klaar.
- Wanneer het gebak verslapt wanneer het uit de oven wordt gehaald, moet bij de volgende bereiding de temperatuur ongeveer 10°C lager worden ingesteld, en moet eventueel een langere kooktijd geselecteerd worden.
- De bereidingstijd van schuimpjes en soezen variëren afhankelijk van de afmeting.
Advies voor het ontdooien en het rijzen
- Er wordt aangeraden om het ingevroren voedsel zonder de verpakking in een recipiënt zonder deksel te plaatsen, op het eerste niveau van de ovenruimte.
- Vermijd opeenstapeling van voedingsmiddelen.
- Om vlees te ontdooien kunt u een rooster gebruiken op het tweede niveau, en een ovenschaal op het eerste niveau. Op deze manier blijft het voedsel niet in contact met de vloeistof van de ontdooiing.
- Brood en fruit in stukken ontdooien binnen dezelfde tijd, ongeacht het aantal en het totale gewicht.
- De meest delicate delen kunnen bedekt worden met aluminiumfolie.
- Voor het rijzen wordt aanbevolen om onderin de ovenruimte een bakje met water te zetten.
Om energie te besparen
- Stop de bereiding enkele minuten voordat de normale kooktijd verstrijkt. De bereiding zal voortgezet worden door de warmte die zich in de oven heeft opgehoopt.
- Open de deur van de oven zo weinig mogelijk, zodat de warmte niet verloren gaat.
- Houd de binnenkant van het apparaat altijd schoon.
3.7 Gebruik van de bergruimte
Aan de onderkant van het fornuis is een bergruimte aangebracht die u kunt openen door de handgreep naar u toe te trekken. Deze bergruimte is geschikt om pannen of metalen voorwerpen, noodzakelijk voor het gebruik van het apparaat, te bewaren.


- Open de bergruimte niet als de oven aanstaat en nog warm is: de temperatuur in deze ruimte kan zeer hoog zijn.
- Bewaar geen ontvlambare materialen, doeken of papier in de bergruimte.
3.8 Klok programmeereenheid


Toets waarde lager

Toets klok

Toets waarde hoger

Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk op de toets 📊 om de klok van de programmeereenheid te resetten.
Instelling van de tijd

De oven kan niet worden ingeschakeld als de tijd niet is ingesteld.
Bij het eerste gebruik of na een stroomonderbreking zullen de cijfers

op het display van het apparaat
- Houd de toets klok 📊 twee seconden ingedrukt. De stip tussen de uren en de minuten knippert.
- Met de toetsen waarde hoger + of waarde lager - kan de tijd ingesteld worden. Houd de toets ingedrukt om snel vooruit te gaan.
- Wacht 7 seconden. De stip tussen de uren en de minuten stopt met knipperen.
- Het symbool op het display duidt aan dat het apparaat klaar is om de bereiding te starten.

Houd de toetsen waarde hoger

tegelijkertijd twee seconden ingedrukt om de tijd te wijzigen. Vervolgens kunt u de tijd regelen.
Bereiding met tijdinstelling

Met bereiding met tijdinstelling wordt de functie bedoeld waarmee u met de bereiding kunt beginnen, en deze na een ingestelde tijd kan doen eindigen.
- Houd de kloktoets ingedrukt tot het symbool wordt weergegeven.
- Druk nogmaals op de kloktoets 📊. Op het display verschijnen het symbool A en het opschrift dur B, afgewisseld met de huidige tijd.
- Druk op de toetsen hoger + en lager — om de gewenste minuten voor de bereiding in te stellen.
- Selecteer een bereidingsfunctie en - temperatuur.
- Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt de actuele tijd samen met de symbolen en A.
Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal geactiveerd.
-
Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op een willekeurige toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden.
-
Druk op de kloktoets 📊 om de klok van de programmeereenheid te resetten.

Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.

Om de ingestelde programmering te resetten moet gelijktijdig op de toetsen hoger + en lager - gedrukt worden, en moet de oven handmatig uitgeschakeld worden.
Geprogrammeerde bereiding

Met geprogrammeerde bereiding wordt de functie bedoeld waarmee u op een vooraf bepaalde tijd met de bereiding kan beginnen, om ze na een vooraf ingestelde periode te doen eindigen.
- Stel de bereidingsduur in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf "Bereiding met tijdinstelling".
- Houd de toets menu 2 seconden ingedrukt.
-
Druk nogmaals op de toets menu. Het display toont afwisselend de cijfers 0:00 en de tekst du rA, terwijl het symbool A knippert (bijvoorbeeld het actuele tijdstip is 17.30)
-
Druk op de toetsen — of + om de gewenste minuten in te stellen. (bijvoorbeeld 1 uur)
- Druk op de toets menu 📊. Op het display verschijnt 📊Endafgewisseld door de actuele tijden de eerder ingestelde bereidingsduur (bijvoorbeeld het weergegeven tijdstip waarop de bereiding eindigt is 18.30).
- Met de toets — of + stelt u het tijdstip voor het einde van de bereiding in. (bijvoorbeeld 19.30).

Houd er daarbij rekening mee dat aan de duur van de bereiding een enkele minuut voor de voorverwarming van de oven dien te worden toegevoegd.
- Wacht ongeveer 7 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnen de huidige tijd en de symbolen 📊 en 🌐
- Selecteer een bereidingsfunctie en - temperatuur.
-
Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd. Op het display wordt het symbool uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal geactiveerd.
-
Draai de functie- en temperatuurknop op 0.
- Voor het dimmen van het geluidssignaal is het voldoende te drukken op een willekeurige toets van de klok van de programmeereenheid.
- Druk gelijktijdig op de toetsen — en
- om de ingestelde programmering op nul te stellen.

Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.

Het is niet mogelijk om een geprogrammeerde bereiding die langer dan 24 uur duurt in te stellen.

Wanneer u na de instelling de resterende bereidingstijd wilt weergeven, moet u 2 seconden lang op de toets menu drukken. Druk nogmaals op de toets menu . Het display toont aafgewisseld door de resterende bereidingstijd.
Kookwekker

De kookwekker onderbreekt de bereiding niet, maar waarschuwt de gebruiker wanneer de ingestelde minuten verstreken zijn.
De kookwekker kan op elk gewenst moment geactiveerd worden.
-
Houd de kloktoets gedurende enkele seconden ingedrukt. Het display toont de cijfers 0:00 en het knipperende symbool tussen de uren en de minuten.
-
Druk op de toetsen hoger + en lager
-
om de gewenste minuten in te stellen.
-
Wacht ongeveer 5 seconden zonder een toets in te drukken om de instelling van de kookwekker te beëindigen. Op het display verschijnen de huidige tijd en de symbolen 📊 en 🔒.
Aan het einde van de ingestelde tijd wordt een geluidssignaal ingeschakeld.
- Druk op de toets lager — om het geluidssignaal uit te schakelen.

U kunt de kookwekker vanaf 1 minuut tot maximaal 23 uur en 59 minuten instellen.
Wijziging van de ingestelde gegevens
- Druk op de kloktoets Ⓤ.
- Druk op de toetsen hoger + en lager
- om de gewenste minuten in te stellen.
Het annuleren van de ingestelde gegevens
- Druk op de kloktoets
- Houd de toetsen hoger + en lager
- tegelijkertijd ingedrukt.
- Schakel de oven daarna handmatig uit indien er een bereiding bezig is.
Selectie geluidssignaal
Het geluidssignaal kan op 3 verschillende tonen worden ingesteld.
-
Houd de toetsen hoger + en lager
— tegelijkertijd ingedrukt. -
Druk op de kloktoets
-
Druk op de toets lager — om een ander geluidssignaal te selecteren.
Indicatieve tabel bereidingen
| Gerechten | Gewicht (Kg) | Functie | Positie van de geleider vanaf onderaan | Temperatuur (°C) | Tijd (minuten) | |
| Lasagne | 3 - 4 | Statisch | 1 | 220 - 230 | 45 - 50 | |
| Pasta uit de oven | 3 - 4 | Statisch | 1 | 220 - 230 | 45 - 50 | |
| Kalfsgebraad | 2 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 90 - 100 | |
| Varkenslende | 2 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 70 - 80 | |
| Worst | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | MAX | 15 | |
| Rosbief | 1 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 200 | 40 - 45 | |
| Gebraden konijn | 1,5 | Circulatie | 2 | 180 - 190 | 70 - 80 | |
| Kalkoenbout | 3 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 110 - 120 | |
| Coppa in de oven | 2 - 3 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 170 - 180 | |
| Gebraden kip | 1,2 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 65 - 70 | |
| Zijde 1 | Zijde 2 | |||||
| Varkenskoteletten | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | MAX | 15 | 5 |
| Ribben | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | MAX | 10 | 10 |
| Varkensspek | 0,7 | Grill | 5 | MAX | 7 | 8 |
| Varkensfilet | 1,5 | Geventileerde grill | 4 | MAX | 10 | 5 |
| Rundfilet | 1 | Grill | 5 | MAX | 10 | 7 |
| Zalmforel | 1,2 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 150 - 160 | 35 - 40 | |
| Zeeduivel | 1,5 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 160 | 60 - 65 | |
| Tarbot | 1,5 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 160 | 45 - 50 | |
| Pizza | 1 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | MAX | 8 - 9 | |
| Brood | 1 | Circulatie | 2 | 190 - 200 | 25 - 30 | |
| Focaccia | 1 | Turbo/Statisch+ventilator | 2 | 180 - 190 | 20 - 25 | |
| Tulband/donut | 1 | Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Confituurtaart | 1 | Circulatie | 2 | 160 | 35 - 40 | |
| Ricottataart | 1 | Circulatie | 2 | 160 - 170 | 55 - 60 | |
| Gevulde tortellini | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 20 - 25 | |
| Paradijstaart | 1,2 | Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Soezen/beignets | 1,2 | Turbo/Circulatie | 2 | 180 | 80 - 90 | |
| Cake | 1 | Circulatie | 2 | 150 - 160 | 55 - 60 | |
| Rijsttaart | 1 | Turbo/Circulatie | 2 | 160 | 55 - 60 | |
| Brioches | 0,6 | Circulatie | 2 | 160 | 30 - 35 | |
De in de tabel weergegeven tijden zijn exclusief de voorverwarmingstijden, en zijn indicatief.
4 Reiniging en onderhoud
4.1 Waarschuwingen

Incorrect gebruik. Beschadiging van de oppervlakken
- Gebruik geen stoomstraal om het apparaat te reinigen.
- Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidaties, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
- Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
- Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.
- Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
4.2 Reiniging van het apparaat

Er wordt aanbevolen om reinigingsproducten van de fabrikant te gebruiken.
Advies voor de reiniging van de kookplaat
Om de oppervlakken van het apparaat in uitstekende staat te houden, moet u ze na elk gebruik schoonmaken. Laat ze eerst afkoelen.
Reiniging van de kookplaat
- Breng een niet-schurend reinigingsmiddel aan op een vochtige doek en haal de doek over het oppervlak.
- Spoel nauwgezet af.
- Maak droog met een zachte doek of een microvezeldoek.
Reiniging van de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels
- Verwijder de elementen van de kookplaat.
- Reinig met behulp van lauwwarm water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen
- Maak zorgvuldig droog met een zachte doek of een microvezeldoek.
- Breng de elementen weer op de kookplaat aan.

De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.
Reiniging van de vonkontstekers en de thermokoppels
- Maak, wanneer nodig, de vonkontstekers en de thermokoppels met een vochtige doek schoon.
- Verwijder eventuele droge resten met een satéstokje of een naald.

Reiniging van de ovenruimte
Om de ovenruimte in goede staat te houden, moet hij na afkoeling regelmatig gereinigd worden.
Laat geen voedselresten in de ovenruimte opdrogen aangezien daardoor de lak beschadigd kan raken.
Verwijder de uitneembare delen alvorens de ovenruimte te reinigen.
Voor een gemakkelijke schoonmaak is het aanbevolen om het volgende te demonteren:
- de deur;
- de frames voor roosters/ovenschalen;
• de eventueel uitneembare geleiders;

Als specifieke reinigingsmiddelen gebruikt worden, wordt geadviseerd om het apparaat circa 15/20 minuten op de maximale temperatuur te laten werken om eventuele resten te verwijderen.
4.3 Demontage van de deur
Om de reiniging van de oven te vergemakkelijken, kunt u de ovendeur verwijderen en op een theedoek leggen. Voor een correcte demontage moet als volgt gehandeld worden:
- Open de deur volledig en plaats de twee pennen in de openingen van de scharnieren zoals op de afbeelding.

- Neem de deur aan beide kanten en met beide handen vast, hef ze op met een hoek van ongeveer 30°, en verwijder ze.

- Om de deur weer te monteren, moeten de scharnieren in de daarvoor bestemde openingen in de oven geplaatst worden, zodat de gleuven A helemaal op de openingen steunen. Laat de deur zakken zodat ze geplaatst wordt, en verwijder de pinnetjes uit de openingen in de scharnieren.

4.4 Reiniging van de ruiten van de deur
Er wordt aangeraden om ze steeds schoon te houden. Gebruik absorberend keukenpapier. Bij hardnekkig vuil moet u schoonmaken met een vochtige spons en een gewoon reinigingsmiddel.
Demontage van de binnenruiten
Voor een gemakkelijke schoonmaak, kunnen de binnenruiten van de deur worden gedemonteerd.
- Verwijder de interne ruit door deze achteraan voorzichtig naar boven te trekken en volg de beweging die wordt aangeduid door de pijlen (1).

- Schuif de interne ruit uit de lijst aan de voorkant (2) om de ruit uit de deur te verwijderen.

- Verwijder de tussenruiten door ze omhoog te tillen.

- Maak de buitenruit schoon, evenals de voorheen verwijderde ruiten. Gebruik absorberend keukenpapier. In geval van hardnekkig vuil moet een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel gebruikt worden.

- Breng aan het einde van de reiniging de tussenruit weer op diens plaats in de deur aan.
- Breng de interne ruit aan door de bovenkant in de lijst van de deur te schuiven en druk de 2 pennen aan de achterkant voorzichtig op hun plaats.
Verwijdering van de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen
Als de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen worden verwijderd, kan de reiniging van de zijdelen makkelijker uitgevoerd worden.
Om de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen te verwijderen:
- Trek het frame naar de binnenkant van de ovenruimte zodat het uit de klemverbinding A komt, en verwijder het uit de zittingen achteraan B.

- Herhaal na de reiniging de net beschreven handelingen om de geleiderframes voor de roosters/ovenschalen weer aan te brengen.
Handmatige uitschakeling van de hendel van de deurblokkering

Incorrect gebruik.
Gevaar voor verbranding
- De volgende handelingen moeten altijd worden uitgevoerd als het apparaat koud en uitgeschakeld is.
- Probeer nooit de hendel van de deurblokkering handmatig uit te schakelen tijdens de pyrolyse.
De hendel van de deurblokkering bevindt zich in de eerste sleuf van links onder het bedieningspaneel, in het bovenste gedeelte van de voorkant van de oven.

Tijdens normale reiniging van de oven kan het gebeuren dat de hendel van de deurblokkering per ongeluk ingeschakeld wordt.

hendel van de deurblokkering ingeschakeld (bovenaanzicht)
- Verplaats de hendel van de deurblokkering naar rechts, tot hij niet verder kan.

(bovenaanzicht)
- Maak de hendel van de deurblokkering voorzichtig los.
De veer van het mechanisme zorgt ervoor dat de hendel terugkeert in de uitgeschakelde stand.
Probeer nooit om de hendel van de deurblokkering uit te schakelen door deze met kracht naar links te duwen, dit om beschadiging van het mechanisme te voorkomen.

(bovenaanzicht)
4.5 Pyrolyse

De pyrolyse is een automatische reinigingsprocedure met hoge temperaturen, die het vuil zal oplossen. Dankzij deze procedure is het mogelijk om de binnenkant van de ovenruimte zeer makkelijk te reinigen.

Incorrect gebruik. Beschadiging van de oppervlakken
- Verwijder voedselresten of gemorste sporen van vroegere bereidingen uit de ovenruimte.

- Tijdens de werking kan het oppervlak warmer dan normaal worden. - Houd kinderen op een afstand.
Voorbereiding
Voor u de pyrolyse inschakelt:
- Maak de interne ruit schoon overeenkomstig de gebruikelijke instructies.
- Verstuif in geval van hardnekkige afzettingen een reinigingsproduct voor ovens op de ruit (respecteer de waarschuwingen die aangeduid worden op het product zelf); laat 60 minuten inwerken, spoel daarna, en droog de ruit met keukenpapier of met een microvezeldoek.
- Verwijder alle accessoires uit de oven.
- Verwijder de geleiderframes voor roosters/ovenschalen.
- Sluit de deur.
Instelling van de pyrolyse
-
Plaats de functieknop op het symbool
P. Op het display verschijnt de tekst A dur, afgewisseld door de minimale duur van de pyrolyse (2 uur). -
Druk op de toetsen — of + om de duur van de reinigingscyclus in te stellen van minimaal 2 uur tot maximaal 3 uur en 30 minuten.

Aanbevolen tijdsduur voor de pyrolyse:
- Weinig vuil: 2 uren.
-
Middelmatig vuil: 2 uur en 45 minuten.
• Zeer vuil: 3 uur en 30 minuten. -
Druk, om de start van de pyrolyse te bevestigen, op de toets 📊.
-
Een minuut na de start van de pyrolyse wordt de deur vergrendeld door een mechanisme dat het openen ervan onmogelijk maakt (het lampje van de deurvergrendeling gaat branden).

Het is niet mogelijk om een functie te selecteren wanneer de deurblokkering ingeschakeld is.
- Aan het einde van de pyrolyse knipperen alle cijfers op de display en kondigt een geluidssignaal het einde van de automatische reinigingscyclus aan.
- Plaats de functieknop opnieuw op „0“.
-
De deur blijft geblokkeerd tot de temperatuur binnenin de oven een veilig niveau bereikt.
-
Wacht tot de oven is afgekoeld en veeg de restjes binnenin weg met een microvezeldoek.
Instelling van de geprogrammeerde pyrolyse
Het tijdstip waarop de pyrolyse begint kan net zoals de andere functies worden geprogrammeerd.
- Houd na de start van de pyrolyse (zie "Instelling van de pyrolyse"), de
2 seconden ingedrukt.


- Houd de toets ingedrukt, tot op het
display de tekst
verschijnt.

- Druk binnen 5 seconden op de toetsen

en

om het tijdstip in te stellen
waarop de reinigingscyclus moet worden beeindigd.
- Druk op de toets 📊 om de ingestelde gegevens te bevestigen.

Let er bij het instellen van de pyrolyse op dat u niet aan de functieknop draait. In dat geval worden de gegevens die ingesteld zijn met de programmeerklok geannuleerd, en moeten ze opnieuw worden ingesteld.

Tijdens de eerste pyrolyse kunnen er onaangename geurtjes voorkomen, door verdamping van de olieachtige productiestoffen. Dit is een normaal verschijnsel dat na de eerste reinigingscyclus verdwijnt.

Tijdens de pyrolyse maken de ventilatoren meer geluid omdat ze sneller draaien. Dit maakt deel uit van de normale werking om de warmte beter af te voeren. Na de pyrolyse blijft de ventilatie automatisch ingeschakeld, en dit lang genoeg zodat oververhitting van de wanden van de meubels en de voorkant van de oven wordt vermeden.
Reiniging en onderhoud
4.6 Buitengewoon onderhoud
Vervanging van de lamp voor de binnenverlichting

Delen onder elektrische stroom Gevaar voor elektrische schok
- Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.

De ovenruimte is voorzien van twee halogeenlampen van 40W.
- Verwijder alle accessoires uit de oven.
- Verwijder de geleiderframes voor roosters/ovenschalen.
- Verwijder de kap van de lamp met gereedschap (bijv. een schroevendraaier).

Zorg ervoor dat het email op de wanden van de ovenruimte geen krassen oplopen.

- Draai de lamp los en verwijder ze.


Raak ze niet direct met de vingers aan, gebruik altijd isolerend materiaal.
- De nieuwe lamp aanbrengen.
- Hermonteer het deksel. Keer de geprofileerde binnenkant van het glas (A) naar de deur.

- Druk goed op de bedekking zodat ze perfect aan de fitting hecht.
Oplossingen voor problemen...
Het apparaat functioneert niet:
- De schakelaar is defect: controleer in de zekeringkast of de schakelaar in orde is.
- Afname van het vermogen: controleer of de controlelampen van het apparaat werken.
De gasbrander ontsteekt niet:
- Afname van het vermogen of vocht in de bougies: ontsteek de gasbrander met een aansteker of een lucifer.
De oven warmt niet op:
- Defecte zekering: controleer en vervang de schakelaar indien nodig.
- De functieknop is niet ingesteld: stel de functieknop in.
Alle gerechten die in de ovenruimte worden bereid verbranden in zeer korte tijd:
- Defecte thermostaat: neem contact op met het servicecentrum
Het glas van de deur beslaat als de oven warm is:
- Dit is heel normaal en wordt veroorzaakt door het temperatuurverschil: dit heeft geen effect op de ovenprestaties.
De plaat produceert rook:
- De plaat is vuil, maak de plaat schoon na afloop van de bereiding.
De gebruikte pannen maken veel lawaai:
- Dit vormt geen gevaar voor de plaat of de pan, en is normaal voor bepaalde types potten en pannen.
De ventilator stopt met draaien wanneer de deur wordt geopend tijdens een geventileerde functie:
- Dit is geen defect, maar de normale werking van het product. Ze is nuttig wanneer u tijdens de bereiding het voedsel wilt controleren, zodat niet te veel warmte verloren gaat. Wanneer de deur wordt gesloten, zal de ventilator weer gaan draaien.
De koelventilator blijft ook na uitschakeling van de kookplaat draaien:
- Dit is normaal, aangezien de interne elektronische elementen moeten afkoelen.
U hoort geknars of geklik:
- Lawaai als gevolg van technische redenen, dit kan niet vermeden worden.
Na de automatische reinigingscyclus (pyrolyse) kan geen functie geselecteerd worden:
- Controleer of de deurblokkering uitgeschakeld is. Indien dit niet het geval is, is het apparaat voorzien van een bescherming die de uitvoering van een functie verhindert terwijl de deurblokkering actief is. Dit is het geval omdat de temperatuur in de ovenruimte zodanig hoog is dat geen enkele bereiding kan uitgevoerd worden.

Wanneer het probleem niet wordt opgelost, of voor andere types van defecten, neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
5 Installatie
5.1 Gasaansluiting

Gaslek Explosiegevaar
- Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.
- Gebruik, waar dit wordt gevraagd, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.
- Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.
- Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de bebuizing niet langer is dan 2 meter van de maximale uitrekking voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen.
- De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.
- De regelingsvoorwaarden voor dit apparaat staan vermeld op het etiket voor de regeling van het gas.
Algemene informatie
De aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een flexibele stalen buis op een rechte wand, en volgens de voorschriften die aangeduid worden door de van kracht zijnde norm. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk "5.2 Aanpassing aan de verschillende gastypes".
De toevoerverbinding van het gas heeft een extern schroefdraad 1/2" (ISO 228-1).
Aansluiting met rubberleiding
Controleer of alle volgende voorwaarden gerespecteerd worden:
- of de leiding op het rubber bevestigd is met veiligheidsklemmen;
- of de leiding op geen enkele plaats in aanraking komt met hete wanden (max. 50 °C);
- of de leiding niet wordt onderworpen aan trekkrachten of spanningen, en geen strakke bochten maakt of vernauwingen heeft;
- of de leiding niet in aanraking komt met snijdende voorwerpen of scherpe hoeken;
- wanneer de buis niet perfect dicht is, en er dus gas kan ontsnappen, mag de buis niet hersteld worden; vervang met een nieuwe buis;
- controleer of de vervaldatum van de leiding, die wordt aangeduid op de leiding zelf, niet overschreden werd.

Voer de aansluiting op het gasnetwerk uit met een rubberleiding conform de kenmerken van de van kracht zijnde norm (controleer of de afkorting van deze norm op de leiding gedrukt is).
Draai de slangaansluiting 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad 1/2 " ISO 228-1) van het apparaat, en breng de pakking 2 aan.
Afhankelijk van de diameter van de gebruikte gasleiding kan ook de slangaansluiting 4 vastgedraaid worden op de slangaansluiting 3.
Plaats, als de slangaansluiting(en) is(zijn) vastgedraaid, de gasleiding 6 op de slangaansluiting en bevestig ze met de klem 5 conform de van kracht zijnde norm.


De aansluiting met rubberleiding conform de van kracht zijnde normen mag enkel uitgevoerd worden wanneer de leiding over de volledige lengte geïnspecteerd kan worden.

De binnendiameter van de buis moet 8 mm zijn voor vloeibaar gas en 13 mm voor methaan en stadsgas.
Aansluiting met een flexibele stalen buis
Voer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.
Draai de aansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting 1 van het apparaat, en breng de pakking 2 ertussen aan.

Aansluiting met een flexibele stalen buis met bajonetsluiting
Voer de aansluiting op het gasnet uit met behulp van een flexibele stalen buis met bajonetsluiting, in overeenstemming met B.S. 669. Breng isolerend materiaal aan op de schroefdraad van de gasleiding 4, en draai de adapter 3 vast. Draai het blok vast op de mobiele verbinding 1 van het apparaat, en voorzie steeds de bijgeleverde pakking 2.

Aansluiting met een flexibele stalen buis met conische verbinding
Voer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.
Draai de verbinding 3 zorgvuldig vast op de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½" ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking 2 aan. Breng isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding 3, en draai de flexibele stalen slang 4 vast op de verbinding 3.

Aansluiting op vloeibaar gas
Gebruik een drukregelaar, en realiseer de aansluiting op de gasfles volgens de voorschriften die bepaald worden door de van kracht zijnde normen.

De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel "Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken".
Verlengstuk gasaansluiting
- Draai de schroef A aan de achterzijde van het apparaat onder de gasaansluiting los.
- Bevestig met de zojuist verwijderde schroef A de bijgeleverde beugel B op de achterzijde van het fornuis.

- Draai de aansluiting 3 zorgvuldig op het verlengstuk van de gasaansluiting 1 en breng altijd de meegeleverde pakking 2 ertussen aan.

- Draai het gemonteerde verlengstuk C op de gasaansluiting van het apparaat D en breng altijd de meegeleverde pakking 2 ertussen aan.

- Breng isolerend materiaal aan op de schroefdraad van het gemonteerde verlengstuk C en draai de flexibele buis E vast.
Ventilatie van de vertrekken
Het apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen hebben in overeenstemming met de van kracht zijnde normen en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, geblokkeerd zijn. De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid, die door de bereidingen geproduceerd worden, geelimineerd kunnen worden: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.
Afvoer van de verbrandingsproducten

Dit apparaat is niet aangesloten op een apparaat voor afvoer van de verbrandingsproducten. Het moet geïnstalleerd en aangesloten worden in overeenstemming met de geldende installatievoorschriften. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de ventilatie-eisen.
De afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte natuurlijke trek of met een geforceerde afzuiging. Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig ontworpen worden door een daarvoor bevoegde specialist, in overeenstemming met de in de normen aangegeven posities en afstanden.
Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.

1 Evacuatie door middel van een afzuigkap
2 Evacuatie zonder afzuigkap
A Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trek
B Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilator
C Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruit
D Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand
Lucht
Verbrandingsproducten
Elektrische ventilator
5.2 Aanpassing aan de verschillende gastypes

Verkeerde installatie Gevaar voor storingen
- Maak bij de aanpassing aan het Stadsgas G110 – 8 mbar (categorie 1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit G110-branders bij de Technische assistentie.
Wanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de lage vlam op de gaskranen geregeld worden.
Vervanging van de gasmondstukken
- Verwijder de roosters, de deksels en de vlamverdelers om de branderdoppen te bereiken.
- Vervang de straalpijpen met behulp van een sleutel 7mm naargelang het gebruikte gas (zie Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken).

- Plaats de branders weer correct in de gepaste zittingen.
Regeling van het minimum voor methaan of stadsgas
Schakel de brander in en laat hem op de lage stand branden. Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.
Monteer de knop opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander. Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.

Regeling van het minimum voor vloeibaar gas
Draai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.

Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).
Smering van de gaskranen
Het kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken.
Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.

Laat de gaskranen door een gespecialiseerde technicus smeren.
Buitenafmetingen
Plaats van de elektrische aansluitingen en gasaansluitingen.

| A | 51 mm |
| B | 624 mm |
| C | 126 mm |
| D | 28 mm |
E Gasaansluiting
F Elektrische aansluiting
Type van gas en toebehorende landen
| Type van gas | IT | GB-IE | FR-BE | DE | AT | NL | ES | PT | SE | RU | DK | PL | HU | |
| 1 Methaan G20 | ||||||||||||||
| G20 | 20 mbar | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | ● | |||
| G20/25 | 20/25 mbar | ● | ||||||||||||
| 2 Methaan G20 | ||||||||||||||
| G20 | 25 mbar | ● | ||||||||||||
| 3 Methaan G25 | ||||||||||||||
| G25 | 25 mbar | ● | ||||||||||||
| 4 Methaan G25.1 | ||||||||||||||
| G25.1 | 25 mbar | ● | ||||||||||||
| 5 Methaan G25 | ||||||||||||||
| G25 | 20 mbar | ● | ||||||||||||
| 6 Methaan G2.350 | ||||||||||||||
| G2.350 | 13 mbar | ● | ||||||||||||
| 7 Vloeibaar gas G30/31 | ||||||||||||||
| G30/31 | 28/37 mbar | ● | ● | ● | ● | |||||||||
| G30/31 | 30/37 mbar | ● | ● | |||||||||||
| G30/31 | 30/30 mbar | ● | ● | ● | ||||||||||
| 8 Vloeibaar gas G30/31 | ||||||||||||||
| G30/31 | 37 mbar | ● | ||||||||||||
| 9 Vloeibaar gas G30/31 | ||||||||||||||
| G30/31 | 50 mbar | ● | ● | |||||||||||
| 10 Stadsgas G110 | ||||||||||||||
| G110 | 8 mbar | ● | ● | ● | ||||||||||

Het is mogelijk om de gastypen vast te stellen die in het land van installatie van het apparaat beschikbaar zijn. Zie het nummer in de aanhef voor de juiste waarden in de "Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken".
Tabel eigenschappen brander en gasmondstukken
| 1 Methaan G20 - 20 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 72 | 94 | 115 | 145 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (X) | (Y) | (Y) | (Z) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 2 Methaan G20 - 25 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 72 | 94 | 113 | 135 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (X) | (Z) | (H8) | (S) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 3 Methaan G25 - 25 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 72 | 94 | 121 | 148 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (F1) | (Y) | (F2) | (F3) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 4 Methaan G25.1 - 25 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 77 | 100 | 134 | 152 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (F1) | (Y) | (F3) | (F3) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 5 Methaan G25 - 20 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 3,9 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 77 | 100 | 134 | 152 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (F1) | (Y) | (F3) | (F3) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 6 Methaan G2.350 - 13 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 94 | 120 | 165 | 210 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (Y) | (Y) | (F3) | (H3) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| 7 Vloeibaar gas G30/31 - 30/37 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,75 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 50 | 65 | 85 | 102 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | - | - | - | - |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| Nominaal verbruik G30 (g/h) | 73 | 127 | 211 | 291 |
| Nominaal verbruik G31 (g/h) | 71 | 125 | 207 | 286 |
| 8 Vloeibaar gas G30/31 - 37 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 4,0 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 50 | 65 | 81 | 94 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | - | - | - | - |
| Gereduceerd verbruik (W) | 450 | 550 | 800 | 1600 |
| Nominaal verbruik G30 (g/h) | 73 | 131 | 211 | 291 |
| Nominaal verbruik G31 (g/h) | 71 | 129 | 207 | 286 |
| 9 Vloeibaar gas G30/31 - 50 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,9 | 3,8 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 43 | 58 | 74 | 77 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | (H2) | (M) | (Z) | (F4) |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1600 |
| Nominaal verbruik G30 (g/h) | 73 | 131 | 211 | 276 |
| Nominaal verbruik G31 (g/h) | 71 | 129 | 207 | 271 |
| 10 Stadsgas G110 - 8 mbar | AUX | SR | R | UR |
| Nominaal warmteverbruik (kW) | 1,0 | 1,8 | 2,8 | 3,8 |
| Diameter van de straalpijp (1/100 mm) | 145 | 185 | 260 | 340 |
| Voorkamer (gedrukt op straalpijp) | /8 | /2 | /3 | /13 |
| Gereduceerd verbruik (W) | 400 | 500 | 800 | 1400 |
De straalpiijpen die niet worden bijgeleverd kunt u bestellen bij erkende servicecentra.

OPGELET: Maak bij de aanpassing aan het Stadsgas G110 - 8 mbar (categorie 1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit G110-branders bij de Technische assistentie.
5.3 Plaatsing

Zwaar apparaat Pletgevaar
- Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel.

Druk op de deur Gevaar voor beschadiging van het apparaat
- Gebruik de deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
- Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.
- Til dit apparaat niet op door de handgreep beet te pakken.

Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaat Brandgevaar
- Fineerbewerkingen, kleefstoffen of plastic bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (minstens 90°C).
Algemene informatie
Het apparaat kan geïnstalleerd worden tegen wanden die hoger zijn dan het werkblad, op een minimale afstand van 50 mm van de zijkant van het apparaat, zoals wordt aangeduid in de afbeeldingen A en C betreffende de installatieklassen.
Keukenkasten die zich boven het werkblad bevinden, moeten zich op een afstand van minstens 750 mm bevinden. Bij gebruik van een afzuigkap boven de kookplaat dient de gebruiksaanwijzing van de afzuigkap te
Buitenafmetingen

| A | 900 mm |
| B | 600 mm |
| C1 | 450 mm |
| D | 900 mm |
| H | 750 mm |
| I | 450 mm |
| L2 | 900 mm |
1 Minimumafstand tot zijwanden of andere ontvlambare materialen.
2 Minimumbreedte inbouwkast (=A).
worden geraadpleegd om de correcte afstand te bepalen.
Dit apparaat behoort, afhankelijk van het installatietype, tot de klasse:

A - Klasse 1
(Apparaat vrije installatie)

B - Klasse 2 subklasse 1
(Ingebouwd apparaat)

C - Klasse 2 subklasse 1
(Ingebouwd apparaat)

Het apparaat moet geïnstalleerd worden door een bevoegd technicus, en volgens de van kracht zijnde normen.
Plaatsing en nivellering

Zwaar apparaat Gevaar voor beschadiging van het apparaat
- Plaats eerst de voorste voetjes en daarna de achterste.
- Nadat de gas- en de elektrische aansluiting is uitgevoerd, moeten de vier bijgeleverde voetjes van het apparaat vastgedraaid worden.

Voor de stabiliteit is het absoluut noodzakelijk dat het apparaat correct genivelleerd wordt op de ondergrond:
- Schroef het onderste gedeelte van de voetjes open of dicht, tot het apparaat stabiel staat en genivelleerd is.

Bevestiging op de wand

Om omvallen van het apparaat te voorkomen, moeten de stabilisatoren worden geïnstalleerd.
- Schroef het bevestigingsplaatje voor de bevestiging op de muur vast op de achterzijde van het apparaat.

- Regel de hoogte van de 4 voetjes.

- Assembleer de bevestigingsbeugel.

- Lijn de onderkant van de haak van de bevestigingsbeugel uit met de onderkant van de rand van het bevestigingsplaatje aan de muur.

- Lijn de onderkant van de bevestigingsbeugel uit met de grond en draai de schroeven vast om de afmetingen vast te stellen

- Houd tussen de zijkant van het apparaat en de gaten van de beugel 50 mm vrij.

- Plaats de beugel op de muur en markeer de punten waar gaten in de muur moeten worden geboord.

- Boor de gaten. Zet de beugel met pluggen en schroeven aan de muur vast.
- Duw het fornuis naar de muur en breng tegelijkertijd de beugel aan in het plaatje bevestigd op de achterzijde van het apparaat.

Montage van de plint

De bijgeleverde plint is een integrerend deel van het product. Het wordt aanbevolen om deze te bevestigen op het apparaat voordat het apparaat zelf wordt geïnstalleerd.
De plint moet steeds correct gepositioneerd en bevestigd worden op het apparaat.
- Draai de 4 bouten op de achterzijde van de kookplaat los met een schroevendraaier.

- Plaats de plint op het vlak.

- Plaats de lipjes van de plint in de ventilatieopening van het vlak. (A)

- Bevestig de plint op de plaat met de 2 eerder losgedraaide schroeven.

5.4 Elektrische aansluiting

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok
- Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
- Gebruik een persoonlijk beschermingsmiddel.
- De aarding moet verplicht aangebracht worden volgens de voorziene veiligheidsnormen van de elektrische installatie.
• Schakel de stroomtoevoer uit. - Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.
- Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.
- Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.
Algemene informatie
Controleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het typeplaatje.
Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat.
Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.
Voorzie de aarding met een kabel van minimaal 20 mm langer dan de andere.
Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren (raadpleeg de paragraaf over bekabeling):
- 220-240 V 2\~

Driepolige kabel 3 x 2,5 mm².
- 220-240 V 3\~

Vierpolige kabel 4 x 2,5 mm².
- 220-240 V 1N\~

Driepolige kabel 3 x 2,5 mm².
- 380-415 V 2N\~

Vierpolige kabel 4 x 2,5 mm².
- 380-415 V 3N\~

Vijfpolige kabel 5 x 1,5 mm².

De waarden verwijzen naar de diameter van de interne geleider.

De stroomkabels hebben afmetingen die rekening houden met de gelijktijdigheidsfactor (conform de norm EN 60335-2-6).
5.5 Toegang tot het klemmenbord
Om de voedingskabel aan te sluiten heeft u toegang nodig tot het klemmenbord op de achterste behuizing:
- Verwijder de schroeven waarmee het deurtje op de achterste behuizing is bevestigd.

- Draai het deurtje enigszins en verwijder het uit zijn zitting.

- Ga verder met de installatie van de voedingskabel.


Geadviseerd wordt om de schroeven van de kabelbevestiging los te draaien voordat u verdergaat met de installatie van de voedingskabel.
- Plaats tot slot het deurtje terug op de achterste behuizing en bevestig het met de eerder verwijderde schroeven.

Vaste aansluiting
Installeer een schakelaar op de voedingslijn waarmee het apparaat van het omnipolaire netwerk kan worden losgekoppeld, met een openingsafstand tussen de contacten waarmee volledige afkoppeling mogelijk is in de omstandigheden van overspanningscategorie III, in overeenstemming met de installatievoorschriften.
Test
Voer na de installatie een korte test uit. Bij een slechte werking van het apparaat, terwijl u heeft geconstateerd dat u de instructies correct heeft uitgevoerd, moet u het apparaat loskoppelen van het elektriciteitsnet en contact opnemen met het dichtstbijzijnde Technische Servicecentrum.
5.6 Voor de installateur
- Na de installatie moet de stekker bereikt kunnen worden. De voedingskabel mag niet verbogen of vastgeklemd worden.
- Het apparaat moet volgens de installatieschema's worden geïnstalleerd.
- Het schroefdraadelement van de verbinding niet losdraaien of forceren. Daardoor kan dit deel van het apparaat beschadigd raken en wordt de fabrieksgarantie ongeldig.
- Verifieer op alle aansluitingen met water en zeep of gas lekt. Zoek eventuele lekken NIET op met open vuur.
- Ontsteek de branders een voor een en allemaal tegelijkertijd om de correcte werking van het gasventiel, de brander en de ontsteking te waarborgen.
- Draai de knoppen van de branders op de stand lage vlam en observer of de vlam van elke brander apart en van alle branders tegelijkertijd stabiel is.
- Wend u tot het dichtstbijzijnde servicecentrum als het apparaat niet correct werkt na alle verificaties te hebben verricht.
- Licht de gebruiker over de correcte werking in wanneer het apparaat correct is geïnstalleerd.