KGV2600VO - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGV2600VO BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Gecombineerde koel-vrieskast |
| Merk | Bosch |
| Model | KGV2600VO |
| Afmetingen (H x B x D) | 176 x 60 x 65 cm |
| Nettogewicht | 68 kg |
| Koelcapaciteit | 226 L |
| Vriescapaciteit | 89 L |
| Energieklasse | A+ |
| Jaarlijks verbruik | 248 kWh/jaar |
| Koeltype | Ventilatiekoeling (No Frost) in de koelkast |
| Ontdooien | Automatisch voor de koelkast, handmatig voor de vriezer |
| Geluidsniveau | 38 dB(A) |
| Klimaatklasse | SN-ST (van 10 °C tot 38 °C) |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Speciale functies | Superkoeling, vakantiemodus, open deuralarm |
| Binnenverlichting | LED |
| Aantal legroosters | 4 glazen legroosters |
| Aantal groentelades | 1 groentelade |
| Vriestype | 3 sterren (vriezen bij -18 °C) |
| Stroomuitvalduur | 12 uur |
| Vriescapaciteit | 4 kg/24u |
| Koelmiddel | R600a (isobutaan) |
| Repareerbaarheidsindex | 7,8/10 |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Ja, via Bosch after-sales service |
Veelgestelde vragen - KGV2600VO BOSCH
Gebruikersvragen over KGV2600VO BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGV2600VO - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGV2600VO van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGV2600VO BOSCH
Veiligheidsvoorschriften en bepalingen

Veiligheidsvoorschriften
Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd raken.
Afvoeren van het oude apparaat
Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, d.w.z. stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en een zelfsluitend slot of een klinksluiting verwijderen resp. onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten isolatiegassen en koelmiddelen die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Bovendien bevatten deze apparaten waardevolle grondstoffen die na bewerking opnieuw gebruikt kunnen worden.
Vraag daarom bij het wegdoen van uw oude apparaat advies aan de gemeentelijke reinigingsdienst of bij uw leverancier.
Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van de koelmachine tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier.
Wegdoen van de verpakking van uw nieuwe apparaat
U kunt het verpakkingsmateriaal van uw nieuwe apparaat zonder problemen wegdoen.
Het karton kunt u in stukken snijden en in de papierbak doen. Het foliemateriaal is van polyetheen (PE) en het opvulmateriaal van polystyreen (PS) zonder CFK's. Als u deze waardevolle stoffen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeeft, kunnen ze na bewerking opnieuw gebruikt worden (kringloop).
Bepalingen
Het apparaat is bestemd voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en om ijsblokjes te maken.
Het apparaat is geschikt voor gebruik in een ruimte met een temperatuur van +10°C tot +32°C (bij de ST-uitvoering van +18°C tot +38°C, zie het typeplaatje).
Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen.
Het voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20). Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten. Reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Ondeskundige reparaties kunnen gevaar voor de gebruiker opleveren.
In geval van een storing, bij onderhoudswerkzaamheden en vóór het schoonmaken de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering in de meterkast uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Kennismaking met het apparaat
A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen.
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten.
Overzicht
Afb. 1
1 Ontluchtingsrooster 2 Bedieningspaneel 3 Draagroosters 4 Achterwand van de koelruimte (verdamper) 5 Dooiwatergootje 6 Afvoergaatje voor het dooiwater 7 Glasplaat 8 Groenteladen 9 Boter- en kaasvak 10 Eierrekje 11 Voorraadbakjes 12 Flessenrek 13 Flessenhouder 14 Diepvrieslade 15 Diepvrieskalender 16 Binnenverlichting 17 Dooiwater-afvoer 18 Ventilator
A Koelruimte
B Diepvriesruimte
Bedieningspaneel
Afb. 2
21 Hoofdschakelaar 22 Supervriesschakelaar 23 Temperatuurkiezer
NL
Plaatsing van het apparaat
De juiste plaats
Elke droge, goed geventileerde ruimte is geschikt. Plaats het apparaat bij voorkeur niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of andere warmtebron. Als plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden is, gebruik dan een isolerende plaat of houd de volgende minimumafstanden aan:
naast een elektrisch fornuis 3 cm, naast een CV-installatie 30 cm.
Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat aan de zijkant een minimumafstand van 2 cm aanhouden om condensvorming te voorkomen.
Plaatsen en omwisselen van de deurscharnieren
Zie de bijgesloten installatie-/ombouwvoorschriften.
Elektrische aansluiting
Sluit het apparaat uitsluitend aan op een volgens de voorschriften aangebracht, geaard stopcontact, met een zekering van 10 ampère of meer, op 220-240 volt/50 Hz wisselstroom.
Ventilatie
De warme lucht die aan de achterkant van het apparaat vrijkomt, moet ongehinderd kunnen worden afgevoerd.
Anders moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt.
NL
Inschakelen en temperatuurkeuze
Maak voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt de binnenkant schoon (zie "Schoonmaken").
Inschakelen
Druk op de hoofdschakelaar (afb. 2/21). Het groene controlelampje brandt nu. Het apparaat begint te koelen.
Attentie
Als de koelmachine loopt, vormen zich op de achterwand van de koelruimte waterdruppels of een laagje rijp. Dit is normaal. Afschrapen van de rijplaag of afwissen van de druppels is overbodig. De achterwand wordt namelijk automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt in het dooiwatergootje (afb. 9/5) opgevangen en afgevoerd naar de koelmachine, waar het verdampt.
Als de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet meteen weer geopend kan worden: wacht twee à drie minuten tot de ontstane onderdruk is opgeheven.
Door het koelsysteem kan zich op een aantal plaatsen op de vriesplaten al snel rijp afzetten.
Dit heeft geen invloed op het functioneren van het apparaat of op het energieverbruik.
Ontdooien is pas noodzakelijk als het hele oppervlak van de vriesplaten met een laag rijp of ijs van meer dan 5 mm is bedekt.
Temperatuurkeuze
Met de temperatuurkiezer (afb. 2/23) kan de temperatuur in beide ruimten centraal worden ingesteld. Hogere cijfers betekenen lagere temperaturen in beide ruimten.
Wij adviseren een gemiddelde instelling (ca. "2-3").
Apparaat met ventilator
Als uw apparaat is uitgerust met een ventilator, moet u weten dat deze automatisch in werking zal treden wanneer de kamertemperatuur hoger is dan 26 graden Celsius.
Apparaat zonder ventilator
Indien de temperatuur in de ruimte waar het apparaat staat opgesteld daalt tot onder de
+18°C, zal het licht binnenin automatisch op verminderde kracht blijven branden, terwijl de deur van het koelgedeelte gesloten is.
Op deze wijze wordt in het vriesgedeelte de noodzakelijke temperatuur in stand gehouden voor langdurig bewaren.
Deze functie wordt uitgeschakeld wanneer de temperatuur in de ruimte stijgt tot boven de +20°C.
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
Hoofdschakelaar (afb. 2/21) indrukken. Het groene controlelampje gaat uit. Koeling en verlichting zijn nu uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Wordt het apparaat langere tijd niet gebruikt: stekker uit het stopcontact trekken, apparaat laten ontdooien en schoonmaken. Deuren open laten staan.
Levensmiddelen inruimen
Wijziging indeling van het interieur Apparaat met draagroosters
De draagroosters in de koelruimte zijn in de hoogte verstelbaar: rooster naar voren trekken, iets laten zakken en eruit halen. Op de gewenste hoogte erin schuiven. (Afb. 3).
Voor hoge flessen kan de klep in het draagrooster (Afb. 4) worden opgeklapt. De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen opgeklapt worden, waardoor er plaats is voor tubes, blikjes enz. (Afb. 5).
Naargelang de dikte van de flessen kan de beugel van het flessenrek iets versteld worden (Afb. 6/A).
Met de flessehouder wordt voorkomen dat de flessen omvallen bij het openen en sluiten van de deur (Afb. 6/B).
De rekjes en voorraadbakjes in de deur kunnen eruit genomen worden om schoon te maken (Afb. 6/C).
Apparaat met draagplateaus
Om hoge flessen of kannen neer te zetten kunt u het kleine deel van plateau uit het apparaat halen (Afb. 12).
Attentie bij het inruimen
- Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen.
- De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, smaak, kleur, vochtigheid en versheid behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levensmiddelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen worden opgeslagen.
- Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden).
Levensmiddelen inruimen
- Geen explosieve stoffen in het apparaat bewaren. Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed gesloten bewaren.
- De koelste plaatsen in de koelruimte bevinden zich aan de achterwand en boven de glasplaat. Sla hier gevoelige levensmiddelen op.
- Flessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen, nooit in de diepvriesruimte plaatsen. De flessen springen!
Een voorbeeld van het inruimen
Afb. 1
Koelruimte A
Op de draagroosters (3) van boven naar beneden: brood en gebak, kant-en-klare gerechten, zuivelproducten.
Op de glasplaat (7): vlees en worst.
In de groenteladen (8): groente, sla en fruit. In het voorraadvak (9) in de deur: boter en kaas.
In de eierrekjes (10): eieren.
In het voorraadbakje (11): flesjes, tubes en blikjes.
In het flessenrek (12): grote flessen.
Diepvriesruimte B
In de bovenste en middelste
diepvriesladen (14): levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken.
In de onderste diepvrieslade:
diepvriesproducten opslaan.
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De zone voor gevoelige levensmiddelen bevindt zich, afhankelijk van het model, helemaal onderaan tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder (afb. 16/1 en 1/2), of tussen de twee pijlen (afb. 17/1 en /2).
Ideaal voor het opslaan van vlees, vis, worst, gemengde salades etc.
42
Levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken
Attentie bij het inkopen van diepvriesprodukten
- Let erop dat de verpakking niet beschadigd is.
- De op de verpakking aangegeven bewaartijd mag niet verstreken zijn.
- In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist ten minste -18° C zijn.
- Koop de diepvriesprodukten op het allerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de diepvriesruimte.
Verpakken van levensmiddelen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als u zelf gaat invriezen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polytheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt:
Pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een goede sluiting voorzien.
Als sluiting geschikt:
Elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polytheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.
Vermeld op de pakjes inhoud en datum voordat u ze in de diepvriesruimte legt.
Invriescapaciteit
Afhankelijk van het type apparaat kunnen de volgende hoeveelheden levensmiddelen in één keer worden ingevroren:
SF-26/KGVA/... 4kg./24 h.
SF-31/KGVA/... 5kg./24 h.
SF-36/KGVA/... 5kg./24 h.
NL
Levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken
Instellen van de temperatuurkiezer om in te vriezen
Bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuurkiezer op een gemiddelde instelling ("4") draaien.
Levensmiddelen opslaan
Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u alle diepvriesladen (behalve de onderste) uit het apparaat halen en de levensmiddelen direct op de vriesroosters stapelen: diepvriesladen tot de aanslag uittrekken, ietsje optillen en eruit halen.
Om te voorkomen dat de circulatie van de lucht in het apparaat vermindert: de levensmiddelen niet hoger opstapelen dan zoals aangegeven (afb. 15/A).
Attentie bij het inruimen van diepvrieswaren
Reeds ingevroren levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met de verse, nog in te vriezen levensmiddelen.
Hijsblokjes maken
Afb. 8
Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en op de vriesplaat of op de bodem van de bovenste diepvrieslade zetten.
Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de ijsblokjes gemakkelijker los.
Koude-accu's
Afb. 13/30
Dit toebehoor wordt bij sommige modellen meegeleverd. Als uw apparaat niet met dit toebehoor is uitgerust, dan is dit hoofdstuk voor u niet van toepassing.
De koude-accu's voorkomen dat de opgeslagen diepvrieswaren bij het uitvallen van de stroom of bij een storing al te snel ontdooien.
Vertraging van het ontdooiproces wordt het beste bereikt door de kouce-accu's direct op de levensmiddelen in de bovenste diepvrieslade te leggen.
De koude-accu's kunnen ook uit ht apparaat worden genomen om levensmiddelen tijdelijk koel te houden (bijv. in een koeltas).
Diepvrieskalender
Afb. 7/15
Om te voorkomen dat de kwaliteit van de diepvrieswaren afneemt, is het van belang dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
De cijfers bij de symbolen geven de toelaatbare bewaartijd van de desbetreffende levensmiddelen in maanden aan. Bij kant-en-klaar verkochte diepvriesproducten moet u altijd letten op de verpakkingsdatum of op de einddatum van de bewaartijd.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur, in de koelkast,
in de elektrische oven, met of zonder heteluchtverwarming, in de magnetron-oven,
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren: vlees en vis als de temperatuur niet langer dan 1 dag, andere levensmiddelen als de temperatuur niet langer dan 3 dagen boven de 3° C is gestegen. In andere gevallen de levensmiddelen - als ten minste geur, smaak en kleur niet veranderd zijn - koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen.
De max. bewaartijd van de levensmiddelen wordt hierdoor korter.
Ontdooien
Koelruimte
De koelruimte wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt in het dooiwatergootje (Afb. 9/5) opgevangen en afgevoerd naar de koelmachine, waar het verdampt. Dooiwatergootje en afvoergaatje (Afb. 9/6) regelmatig schoonmaken zodat het dooiwater ongehinderd kan weglopen.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte (afb. 1/B) wordt niet automatisch ontdooid omdat de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien. Een te dikke laag rijp of ijs op de vriesroosters vermindert de vriescapaciteit, waardoor het energieverbruik toeneemt.
Is de laag rijp ca. 1/2 cm dik, dan moet de diepvriesruimte ontdooid worden. In ieder geval één à twee keer per jaar, het liefst als er weinig of geen diepvrieswaren in het apparaat zijn opgeslagen.
Als er nog levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, moet ca. 4 uur vóór het ontdooien de supervriesschakelaar (afb. 2/22) worden ingedrukt, waardoor de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken. Daarna de diepvriesladen met de levensmiddelen uit de diepvriesruimte halen. De laden in kranten of een deken wikkelen en op een koele plaats bewaren. De deur open laten staan en de stekker uit het stopcontact halen. Om het dooiwater op te vangen: de lege, onderste diepvrieslade eronder zetten. (afb. 10/17).
De diepvriesruimte snel laten ontdooien (hoe langer de diepvrieswaren bij omgevingstemperatuur worden opgeslagen, des te korter wordt de bewaartijd).
Na het ontdooien de binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken.
Tips bij het ontdooien
Om het ontdooiproces te versnellen, kunt u het beste een pan met heet water op een van de vriesplaten zetten.
Wees voorzichtig met ontdooi-sprays. Ze kunnen explosieve gassen ontwikkelen, kunststofoplossende bestanddelen of drijfgassen bevatten of schadelijk zijn voor de gezondheid.
Rijp of ijs liefst niet afschrapen. Hierdoor kunnen de vriesplaten beschadigd worden. Het is beter om het apparaat te ontdooien.
Schoonmaken Tips om energie te besparen
Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
De koelruimte liefst één keer per maand schoonmaken.
Zorg dat het sop niet in het
bedieningspaneel of de verlichting terechtkomt.
Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje mild, licht desinfecterend reinigingsmiddel worden schoongemaakt.
Geen zand- of zuurhoudende middelen, c.q. chemische oplosmiddelen gebruiken.
De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven.
Dooiwatergootje (Afb. 9/5) en afvoergaatje (Afb. 9/6) in de koelruimte regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater ongehinderd kan weglopen. Het afvoergaatje met een stokje of iets dergelijks doorprikken.
Zorg dat het sop niet door het afvoergaatje in de dooiwater-opvangschaal terechtkomt.
De buitenkant van het apparaat kan bovendien met een lakonderhoudsmiddel behandeld worden.
Houd de deur dan gesloten, zodat het onderhoudsmiddel niet op de kunststofdelen aan de binnenkant terechtkomt.
Na het schoonmaken het apparaat opnieuw aansluiten.
Besparen
- Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator enz.) plaatsen.
- Warme gerechten pas nadat ze zijn afgekoeld in de diepvriesruimte zetten.
- Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut hierdoor de in de diepvrieswaren aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte.
- De diepvriesruimte ontdooien als zich een te dikke laag ijs heeft gevormd. Deze vermindert de afgifte van kou aan de diepvrieswaren, waardoor het energieverbruik toeneemt.
- Bij het in- en uitladen de deur zo kort mogelijk openen.
Hoe korter de deur geopend wordt, des te minder ijs zich kan afzetten op de vriesplaten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen.
Storingen - Eventuele oorzaken
| Abnormale geluiden: | - Het apparaat staat niet waterpas of een vreemd voorwep is in de omgeving van de koelmachine beklemd geraakt.- Een onderdeel aan de achterwand kan niet vrij trillen en raakt het apparaat of de muur. Buig dit deel voorzichtig opzij. |
| Verlichting in de koelruimte functioneert niet: | - De lichtschakelaar (afb, 2/19) klemt. Probeer of er beweging in zit. Schakel anders de Servicedients in.Een KAPOT OF GEBREKKIG LAMPJE:- Om dit lampje te vervangen, moet U eerst het kapje verwijderen. Dit doet U door het achterste gedeelte naar beneden te drukken (afb. 11). Vervang vervolgens het oude LAMPJE voor een nieuw: 220-240 volt, max. 15 W, fitting E 14. |
| Vermindering van de koelcapaciteit: | - De deur werd te vaak geopend.- Er werden grote hoeveelheden verse levensmiddelen in de koelruimte ingeladen.- Een te dikke rijplaag in de diepvriesruimte.- De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.- Een vreemd voorwerp is tussen de koelmachine en de wand beklemd geraakt. |
| Geen ko apaciteit: | - De stekker zit los in het stopcontact.- De zekering is doorgeslagen.- De Hoofdschakelaar (afb. 2/21), staat op “•”. |
| Te Koud in de koelruimte: | - De temperatuurkiezer is op een te lage temperatuur ingested. |
Kleine storingen zelf verhelpen
Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in.
Voer zelf geen reparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de elektrische onderdelen.
Om koudeverlies te vermijden de deur niet onnodig openen.
Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren: vlees en vis als de temperatuur niet langer dan 1 dag, andere levensmiddelen als de temperatuur niet langer dan 3 dagen boven de 3° C is gestegen.
In andere gevallen de levensmiddelen - als ten minste geur, smaak en kleur niet veranderd zijn - koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen.
De max-bewaartijd van de levensmiddelen is hierdoor korter.
NL
Afvoeren van uw oude apparaat
Veiligheidsvoorschriften
Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, d.w.z. stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en een zelfsluitend slot of een klinksluiting verwijderen resp. onklaar maken.
Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
Servicedienst
Typeplaatje
Afb. 14
Als u de hulp van de Servicedienst inroept, geef dan het E-nummer (24) en het F-nummer (25) op.
U vindt deze nummers in het zwart omlijnde gedeelte van het typeplaatje links onderaan in de koelruimte naast de groentelade.
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen.
VEILIGHEIDSADVIEZEN EN ALGEMENE NORMEN

Indien de temperatuur in de ruimte waar het apparaat staat opgesteld daalt tot onder de +18°C, zal het licht binnenin automatisch op verminderde kracht blijven branden, terwijl de deur van het koelgedeelte gesloten is. Op deze wijze wordt in het vriesgedeelte de noodzakelijke temperatuur in stand gehouden voor langdurig bewaren. Deze functie wordt uitgeschakeld wanneer de temperatuur in de ruimte stijgt tot boven de +20°C.