HCE743350E - Forn BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HCE743350E BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Fornuis |
| Merk | Bosch |
| Model | HCE743350E |
| Afmetingen (H x B x D) | 85 x 60 x 60 cm |
| Netto gewicht | Ca. 50 kg |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Energielabel oven | A+ |
| Type kookplaat | Keramisch |
| Aantal kookzones | 4 |
| Oveninhoud | 69 L |
| Ovenfuncties | Hetelucht, grill, binnenverlichting |
| Ovenreiniging | Pyrolyse |
| Kinderslot | Ja |
| Automatische uitschakeling | Ja |
| Repareerbaarheidsindex | 8.2 / 10 |
| Geluidsniveau | 55 dB |
| Land van fabricage | Spanje |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - HCE743350E BOSCH
Gebruikersvragen over HCE743350E BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HCE743350E - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HCE743350E van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING HCE743350E BOSCH
Gebruiksaanwijzing ..... 27
Правила пользования ..... 53
Inhoudsopgave
Belangrijke veiligheidsvoorschriften....28
Oorzaken van schade....30
Overzicht.... 30
Schade aan de oven.... 30
Schade aan de schuiflade ....30
Opstellen en aansluiten ....31
Voor de installateur ....31
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen.... 31
Uw nieuwe fornuis....31
Algemeen 31
Kookplaat 32
De oven 32
De binnenruimte....33
De toebehoren ....33
Toebehoren plaatsen 33
Extra toebehoren.... 34
Klantenservice-artikelen....35
Voor het eerste gebruik ....35
Tijd instellen 35
De oven opwarmen 35
Toebehoren reinigen 35
Kookplaat instellen....35
Zo stelt u in 35
Grote kookzone met twee ringen 35
Kooktabel 36
Oven instellen....37
Wijzen van verwarmen en temperatuur 37
De oven moet automatisch uitschakelen.... 37
De oven schakelt automatisch in en uit 38
Snelvoorverwarming....38
Tijd instellen ....38
Kookwekker instellen....39
Kinderslot....39
Oven.... 39
Onderhoud en reiniging....39
Schoonmaakmiddelen 39
Inschuifrails verwijderen en bevestigen.... 40
Ovendeur verwijderen en inbrengen.... 40
Deurruiten verwijderen en inbrengen.... 41
Wat te doen bij storingen? 42
Storingstabel....42
Ovenlamp aan het plafond vervangen 42
Glazen afscherming....42
Servicedienst 42
E-nummer en FD-nummer 42
Energie- en milieutips ....43
Energie besparen met de oven 43
Energie besparen met de kookplaat.... 43
Milieuvriendelijk afvoeren 43
Voor u in onze kookstudio uitgetest....43
Gebak....43
Tips voor het bakken 45
Vlees, gevogelte, vis....46
Tips voor het braden en grillen.... 48
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast 48
Kant-en-klaar producten 48
Bijzondere gerechten 49
Ontdooien....49
Drogen 50
Inmaak 50
Acrylamide in levensmiddelen....51
Testgerechten 51
Bakken....51
Grillen....52
Meer informatie over producten, accessoires, onderdelen en diensten vindt u op het internet: www.bosch-home.com en in de online-shop: www.bosch-eshop.com
⚠️ Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Alleen dan kunt u het toestel goed en veilig bedienen. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik of om door te geven aan een volgende eigenaar.
Controleer het apparaat na het uitpakken. Niet aansluiten in geval van transportschade.
Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het uitsluitend voor het bereiden van gerechten en drank. Zorg ervoor dat het apparaat onder toezicht gebruikt wordt. Het toestel alleen gebruiken in gesloten ruimtes.
Dit apparaat is niet geschikt voor het gebruik met een externe wekker of afstandsbediening.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 8 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel.
Toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatsen. Zie beschrijving toebehoren in de gebruiksaanwijzing.
Risico van brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten. Bewaar geen brandbare voorwerpen in de binnenruimte. Open nooit de deur wanneer er sprake is van rookontwikkeling in het apparaat. Het toestel uitschakelen en de stekker uit het
stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
■ Wanneer de apparaatdeur geopend wordt, ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten. Tijdens het voorverwarmen mag er nooit bakpapier los op de toebehoren liggen. Verzwaar het bakpapier altijd met een vorm. Bakpapier alleen op het benodigde oppervlak leggen. Het bakpapier mag niet uitsteken over de toebehoren. ■ Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. - De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. - Het apparaat wordt erg heet, brandbare materialen kunnen snel vlam vatten. Bewaar of gebruik geen brandbare voorwerpen (bijv. spuitbussen, reinigingsmiddelen) onder of in de nabijheid van de oven. Bewaar geen brandbare voorwerpen in of op de oven. - Het oppervlak van de schuiflade kan erg heet worden. Bewaar alleen oventoebehoren in de schuiflade. Ontvlambare en brandbare voorwerpen mogen niet in de ovenlade worden opgeborgen.
Risico van verbranding!
- Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. ■ Toebehoren of vormen worden zeer heet. Neem hete toebehoren en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte. ■ Alcohol dampen kunnen in de binnenruimte vlam vatten. Nooit gerechten klaarmaken die een hoog percentage alcohol bevatten. Alleen kleine hoeveelheden drank met een hoog
alcoholpercentage gebruiken. De deur van het toestel voorzichtig openen.
- De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Tijdens het gebruikt worden de oppervlakken van het apparaat heet. De hete oppervlakken niet aanraken. Houd kinderen uit de buurt van het toestel.
- De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
- Het apparaat wordt heet tijdens de bereiding. Laat het voor de reiniging afkoelen.
Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. - Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. De deur van het toestel voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. ■ Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Risico van letsel!
■ Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken. ■ Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn. Wordt het toestel onbevestigd op een sokkel geplaatst, dan kan het hiervan afglijden. Het toestel moet goed aan de sokkel worden bevestigd.
Kantelgevaar!

Waarschuwing: Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, moet een kantelbeveiliging worden gemonteerd. Lees de montage-instructies door.
Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
- De kabelisolatie van hete toestelonderdelen kan smelten. Zorg ervoor dat er nooit aansluitkabels van elektrische toestellen in contact komen met hete onderdelen van het apparaat. ■ Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken.
- Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
- Een defect toestel kan een schok veroorzaken. Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. ■ Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice.
Oorzaken van schade
Kookplaat
Attentie!
■ Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen op het glaskeramiek. ■ U dient te voorkomen dat pannen leeg koken. Hierdoor kan schade ontstaan. ■ Nooit hete pannen op het bedieningspaneel, het indicatiegebied of de omlijsting zetten. Hierdoor kan schade ontstaan. ■ Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kookplaat vallen, kan deze beschadigd raken. Aluminiumfolie of kook- of bakgerei van kunststof smelten op de hete kookzones. Bakpapier is niet geschikt voor uw kookplaat.
Overzicht
In de volgende tabel vindt u de meest voorkomende schade:
Schade Oorzaak Maatregel
| Vlekken Overgelopen etenswaar Verwijder overgelopen etenswaar onmiddellijk met een schraper. | |
| Ongeschikte reinigingsmiddelen Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. | |
| Krassen Zout, suiker en zand Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets neer te zetten of als werkvlak. | |
| Door ruwe bodems van pannen ont-staan krassen op het glaskeramiek. Controleer uw kook- en bakgerei. | |
| Verkleuringen Ongeschikte reinigingsmiddelen Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. | |
| Slijtage van pannen (bijv. aluminium) Til de pannen tijdens het verplaatsen op. | |
| Defecten aan het oppervlak | Suiker, zeer suikerhoudende gerechten Verwijder overgelopen etenswaar onmiddellijk met een schraper. |
Schade aan de oven
Attentie!
■ Toebehoren, folie, bakpapier of vormen op de bodem van de binnenruimte: Geen toebehoren op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen bakpapier of folie, van welk type dan ook, op de bodem van de binnenruimte leggen. Geen vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van meer dan 50 °C ingesteld is. Er ontstaat dan een opeenhoping van warmte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd. ■ Water in de hete binnenruimte: Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Er ontstaat dan waterdamp. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan. ■ Vochtige levensmiddelen: Geen vochtige levensmiddelen langere tijd in de afgesloten binnenruimte bewaren. Het email raakt dan beschadigd. Vruchtensap: De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. ■ Afkoelen met open apparaatdeur: De binnenruimte alleen laten afkoelen wanneer deze afgesloten is. Ook wanneer de deur slechts op een kier openstaat, kan de voorzijde van aangrenzende meubels op den duur worden beschadigd. ■ Sterk vervuilde deurdichting: is de deurdichting sterk vervuild, dan sluit de apparaatdeur tijdens het gebruik niet meer goed. De voorzijde van aangrenzende meubels kan worden beschadigd. Zorg ervoor dat de deurdichting altijd schoon is. ■ Apparaatdeur als vlak om op iets op te leggen of te plaatsen: niets op de apparaatdeur leggen of plaatsen en er niets aan
hangen. Geen vormen of toebehoren op de apparaatdeur plaatsen.
■ Toebehoren inschuiven: afhankelijk van het type toestel kunnen de toebehoren krassen geven op de deur. Toebehoren altijd tot de aanslag in de binnenruimte schuiven. ■ Apparaat transporteren: Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen. De deurgreep houdt op den duur het gewicht van het apparaat niet en kan afbreken.
Schade aan de schuiflade
Attentie!
Leg geen hete voorwerpen in de schuiflade. Deze kan beschadigd raken.
Opstellen en aansluiten
Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een daartoe bevoegd vakman. De voorschriften van de verantwoordelijke elektriciteitsmaatschappij dienen te worden nageleefd.
Wanneer het toestel verkeerd wordt aangesloten, heeft u geen recht op garantie.
Attentie!
Als de aansluitkabel beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, door de servicedienst of door een erkende monteur worden vervangen.
- De installatie dient te beschikken over een schakelaar met een contactopening van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker voor de gebruiker toegankelijk is. ■ Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat van veiligheidsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. ■ Voor de aansluiting van het apparaat dient een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig te worden gebruikt.
Fornuis met de waterpas horizontaal plaatsen
Zet het fornuis direct op de vloer.
- Ovenlade eruit trekken en er naar boven uittillen. Aan de onderkant bevinden zich binnenin voor en achter stelvoeten.
- De stelvoeten zo nodig met een zeskantsleutel omhoog of omlaag draaien, tot het fornuis waterpas staat (Afbeelding A).
- Ovenlade weer inschuiven (Afbeelding B).


Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het fornuis kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Neem het montagevoorschrift voor bevestiging aan de wand in acht.
Uw nieuwe fornuis
Hier maakt u kennis met uw nieuwe fornuis. Wij leggen u de werking van het bedieningspaneel, de kookplaat en de
Algemeen
De uitvoering hangt van het type apparaat af.

afzonderlijke bedieningselementen uit. U krijgt informatie over de binnenruimte en de toebehoren.
Toelichting
| 1 Kookplaat |
| 2 Kookzoneschakelaars |
| 3 Functiekiezer, bedieningstoetsen en weergaveveld, temperatuurkiezer |
| 4 Koeling van het apparaat |
| 5 Ovendeur |
| 6 Schuiflade |
Schakelaars
De schakelaars kunnen in de uit-stand worden ingedrukt. Om in en uit te schakelen op de schakelaar drukken.
Kookplaat
Hier krijgt u een overzicht van het bedieningspaneel. De uitvoering hangt van het type apparaat af.

Toelichting
| 1 Tweekringskookzone 21 en 12 cm |
| 2 Kookzone 14,5 cm |
| 3 Kookzone 14,5 cm |
| 4 Kookzone 18 cm |
| 5 Restwarmte-indicatie |
Kookzoneknoppen
Met de vier kookzoneknoppen stelt u het verwarmingsvermogen van de afzonderlijke kookzones in.
Stand Betekenis
| 0 | Nulstand De kookzone is uitgeschakeld. |
1-9 Kookstanden 1 = laagste stand 9 = hoogste stand Extra inschakeling De grote kookzone met twee ringen inschakelen
Wanneer u een kookzone inschakelt, brandt het indicatielampje.
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Deze laat zien welke kookzones nog heet zijn. Ook wanneer de kookplaat uitgeschakeld is, is de indicatie verlicht tot de kookzone voldoende is afgekoeld.
U kunt de restwarmte energiebesparend benutten en bijvoorbeeld een klein gerecht warmhouden.
De oven
U stelt de oven in met de functie- en de temperatuurkeuzeknop.
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethode voor de oven in.
U kunt de functiekeuzeknoppen naar rechts of naar links draaien.
Stand Gebruik
| o | Nulstand De oven is uitgeschakeld. | |
| Boven- en onderwarmte | Voor taart en gebak, ovenschotels en magere braadstukken, bijv. rund of wild, op één niveau. De hitte komt gelijkmatig van boven en van beneden. | |
| 3D-hetelucht* Voor taart en gebak op één tot drie niveaus. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de oven. | ||
| Pizzastand Voor de snelle bereiding van diepvriesproducten zonder voorverwarmen, bijv. pizza's, patates frites of strudel. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | ||
| Onderwarmte Voor het inkoken en nabakken of naroosteren. De warmte komt van onderen. | ||
| Circulatiegrillen Voor het braden van vlees, gevo-gelte en hele vis. Het grillelement en de ventilator worden afwisse-lend in- en uitgeschakeld. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | ||
| Grill, klein Voor het grillen van kleine hoeveel-heden steaks, worstjes, toast en stukjes vis. Het middelste deel van het grillelement wordt heet. | ||
| Grill, groot Voor het grillen van steaks, sneet-jes brood en stukjes vis. Het gehele vlak onder het grillelement wordt heet. | ||
| Ontdooien Voor het ontdooien van vlees, gevogelte, brood en gebak. De ventilator wervelt de warme lucht rond het gerecht. | ||
| Snelvoorverwarming Snel voorverwarmen van de oven zonder toebehoren. | ||
* Verwarmingsmethode waarbij de energie-efficiëntieklasse overeenkomt met EN50304.
Wanneer u instelt, brandt de lamp in de binnenruimte.
Temperatuurkeuzeknop
Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur en de grillstand instellen.
Standen Functie
| Nulstand Oven niet heet. | |
| 50-270 Temperatuurbereik | Temperatuurinstellingen in °C. |
| 1, 2, 3 Grillstanden | Grillstanden voor de grill, klein □ en groot □ oppervlak. |
| Stand 1 = zwak | |
| Stand 2 = gemiddeld | |
| Stand 3 = sterk | |
Terwijl de oven opwarmt, brandt het temperatuursymbool ♪ in het display. Als het opwarmen wordt onderbroken, gaat het symbool uit. Bij sommige instellingen brandt het niet.
Toetsen en indicatie
Met de toetsen stelt u de verschillende extra functies in. Op het display kunt u de ingestelde waarden aflezen.
Toets Gebruik
| ⚠️ | Toets Kookwekker Hiermee stelt u de wekker in. |
| ➊ | Toets Klok Hiermee stelt u de tijd, de tijds-duur van de oven → l en de eindtijd → l in. |
| - | Toets Min Hiermee stelt u een lagere instel-waarde in. |
| ○→ | Toets Sleutel Hiermee schakelt u het kinderslot in en uit. |
| + | Toets Plus Hiermee stelt u een hogere instel-waarde in. |
De binnenruimte
In de binnenruimte bevindt zich de ovenlamp. Een koelventilator beschermt de oven tegen oververhitting.
Ovenlamp
Tijdens het gebruik brandt de ovenlamp in de binnenruimte.
Koelventilator
De koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. De warme lucht ontsnapt via de deur.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat de binnenruimte na gebruik sneller afkoelt.
Attentie!
De ventilatiesleuven niet afdekken. Anders raakt de oven oververhit.
De toebehoren
De meegeleverde toebehoren zijn geschikt voor vele gerechten. Let erop dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte plaatst.
Het grote assortiment speciale toebehoren zorgt ervoor dat vele van uw gerechten nog beter lukken en u de oven nog comfortabler kunt gebruiken.
Toebehoren plaatsen
U kunt de toebehoren op 5 verschillende hoogtes in de binnenruimte plaatsen. Altijd tot de aanslag inschuiven, zodat de toebehoren de deurruit niet raken.

De toebehoren kunnen tot ongeveer halverwege naar buiten worden getrokken, tot ze inklikken. Zo kunnen de gerechten gemakkelijk uit de oven worden genomen.
Zorg ervoor dat de toebehoren met de welving naar achteren in de binnenruimte worden geplaatst. Alleen zo klikken ze in.

Aanwijzing: Wanneer de toebehoren heet worden, kunnen ze vervormen. De vervorming verdwijnt weer nadat ze zijn afgekoeld. Dit heeft geen invloed op de werking ervan.
Houd de bakplaat aan weerszijden met beide handen vast en schuif de bakplaat recht in het frame. Vermijd bij het inschuiven bewegingen naar links of rechts. Anders kan de bakplaat niet gemakkelijk ingeschoven worden. Het geëmailleerde oppervlak kan beschadigd raken.
Toebehoren kunt u nabestellen bij de klantenservice, in de vakhandel of via internet. Geef hiervoor alstublieft het HEZ-nummer op.

Rooster
Voor servies, taart- en cakevormen, braadstukken, grillstukken en diepvriesgerechten.
Het rooster met de open kant naar de ovendeur en de welving naar beneden — inschuiven.

Emaillen bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Plaats de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur.

Braadslede
Voor vochtig gebak, taarten, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Hij kan ook worden gebruikt om het vet op te vangen, als u direct op het rooster grilt.
Plaats de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur.
Extra toebehoren
Extra toebehoren kunt u bij de servicedienst of in de speciaalzaak kopen. In onze brochures of op internet vindt u diverse producten die voor uw oven geschikt zijn. De beschikbaarheid van extra toebehoren en de mogelijkheid om deze via internet te kopen is per land verschillend. Informatie hierover vindt u in de verkoopbrochures.
Niet elk extra toebehoren is voor elk apparaat geschikt. Geef bij aankoop steeds de volledige naam (E-nr.) van uw apparaat op.
Extra toebehoren HEZ-nummer Functie
| Pizzaplaat HEZ317000 Is zeer geschikt voor pizza, diepvriesgerechten en ronde taarten. U kunt de pizzaplaat in plaats van de braadslede gebruiken. Schuif de plaat boven het rooster erin en houd u aan de gegevens in de tabellen. | ||
| Inzetrooster HEZ324000 Om te braden. Plaats het grillrooster altijd op de braadslede.Afdruipend vet en vleesvocht worden opgevangen. | ||
| Grillplaat HEZ325000 Deze wordt bij het grillen in plaats van het grillrooster of als spatbeveiliging gebruikt om de oven tegen sterke vervuiling te beschermen. Gebruik de grillplaat alleen in combinatie met de braadslede.Grillstukken op de grillplaat: Alleen de inschuifhoogtes 1, 2 en 3 worden gebruikt.Grillplaat als spatbeveiliging: De braadslede wordt tezamen met de grillplaat onder het rooster ingeschoven. | ||
| Baksteen HEZ327000 De baksteen is uitstekend geschikt voor het bereiden van zelf-gemaakt brood, broodjes en pizza die een knapperige bodem moeten krijgen. De baksteen moet altijd op de aanbevolen temperatuur worden voorverwarmd. | ||
| Geëmailleerde bakplaat HEZ331003 Voor gebak en koekjes.Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Geëmailleerde bakplaat met anti-aanbaklaag HEZ331011 Gebak en koekjes kunnen goed op de bakplaat worden verdeeld. Schuif de bakplaat met de schuine kant naar de oven-deur in de oven. | ||
| Braadslede HEZ332003 Voor vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braadstukken. Kan ook voor het opvangen van vet of vlees-vocht onder het rooster worden gebruikt.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Braadslede met anti-aanbaklaag HEZ332011 Vochtig gebak, koekjes, diepvriesgerechten en grote braad-stukken kunnen goed op de braadslede worden verdeeld.Schuif de braadslede met de schuine kant naar de ovendeur in de oven. | ||
| Deksel voor profipan HEZ333001 Met een deksel wordt de profipan een profibraadpan. | ||
| Profipan met inzetrooster HEZ333003 Is zeer geschikt voor het bereiden van grote hoeveelheden. | ||
| Uitschuifrail3-voudige telescopische uitschuifhulp HEZ338352 Met de uitschuifrails op de hoogtes 1, 2 en 3 kunt u het toebehoren verder uittrekken zonder dat het kantelt.3-voudige telescopische uitschuifhulp, niet geschikt voor appa-raten met draaispit. | ||
| Extra toebehoren HEZ-nummer Functie | ||
| 3-voudige uitschuifhulp met stopfunctie HEZ338357 Met de uitschuifrails op de hoogten 1, 2 en 3 kan het toebehoren geheel worden uitgetrokken zonder dat het kantelt. De uitschuifrails klikken vast, zodat de bakplaten gemakkelijk kunnen worden geplaatst.De 3-voudige telescopische uitschuifhulp met stopfunctie is niet geschikt voor apparaten met draaispitvoorzieningen. | ||
| Rooster HEZ334000 Voor ovenschalen, bakvormen, braadstukken, gegrilde stukken en diepvriesgerechten. | ||
| Glazen pan HEZ915001 De glazen pan is geschikt voor smoorgerechten en ovenscho-tels. Is zeer geschikt voor programma's en braadautomaat. | ||
| Klantenservice-artikelenVoor uw huishoudelijke apparaten kunt u bij de klantenservice, in de vakhandel of via het Internet voor afzonderlijke landen in | de e-shop de juiste onderhouds- en reinigingsmiddelen of andere toebehoren kopen. Geef hiervoor het betreffende artikelnummer op. | |
| Schoonmaakdoekjes voor roestvrijstalen oppervlakken | Artikel-nr. 311134 | Het afzetten van vuil wordt tegengegaan. Door de impregnatie met een speciale olie worden de oppervlakken van roestvrij-stalen apparaten optimaal schoongemaakt. |
| Oven-grillreiniger-gel | Artikel-nr. 463582 | Voor het reinigen van de binnenruimte. De gel is reukloos. |
| Microvezeldoek met honingraatstructuur | Artikel-nr. 460770 | Bijzonder geschikt voor het schoonmaken van gevoelige oppervlakken, zoals bijv. glas, glaskeramiek, roestvrij staal of aluminium. Het microvezeldoekje verwijdert in één keer vochtig en vethoudend vuil. |
| Deurbeveiliging Artikel-nr. 612594 Om te voorkomen dat kinderen de ovendeur openen. De beveiliging wordt vastgeschroefd op een manier die afhangt van de apparaatdeur. Neem de aanwijzingen in het bijlageblad bij de deurbeveiliging in acht. | ||
Voor het eerste gebruik
Hier vindt u alles wat u moet doen voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met de oven. Lees eerst het hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
Tijd instellen
Na de aansluiting zijn op het display het symbool Ⓤ en drie nullen verlicht. Stel de tijd in.
- De toets Ⓛ indrukken. Op het display verschijnt de tijd 12:00 uur en het symbool knippert.
- Met de toets + of de toets - de tijd instellen.
Na enige seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen.
De oven opwarmen
Om de geur van het nieuwe te verwijderen, warmt u de lege, gesloten oven op. Ideaal hiervoor is een uur met boven- en onderwarmte bij 240 °C. Let erop dat zich geen verpakkingsresten in de binnenruimte bevinden.
- Met de functiekeuzeknop Boven- en onderwarmte □ instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop 240 °C instellen.
Na een uur de oven uitschakelen. Functie- en temperatuurkeuzeknop op de nulstand draaien.
Toebehoren reinigen
Reinig de toebehoren voor het eerste gebruik grondig met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje.
Kookplaat instellen
In dit hoofdstuk leest u hoe u de kookzones kunt instellen. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingstijden voor verschillende gerechten.
Zo stelt u in
Met de kookzoneknoppen stelt u het verwarmingsvermogen van de afzonderlijke kookzones in.
Stand 0 = uit
Stand 1 = laagste stand
Stand 9 = hoogste stand.
Wanneer u een kookzone inschakelt, brandt het indicatielampje.
Grote kookzone met twee ringen
Bij deze kookzone kunt u de grootte veranderen.
Extra inschakelen van het grote vlak
Kookzoneknop tot stand 9 draaien - hier voelt u een lichte weerstand - en verder tot het symbool © = grote kookzone met twee ringen. Vervolgens direct naar de gewenste kookstand terugdraaien.
Terugschakelen naar het kleine vlak
Kookzoneknop op 0 draaien en opnieuw instellen.
Op de kleine kookzone met twee ringen kunt u bijzonder goed kleine hoeveelheden opwarmen.
Attentie!
Nooit verder dan het symbool Ⓞ op 0 draaien.
Kooktabel
In de volgende tabel vindt u enkele voorbeelden.
De bereidingstijden en kookstanden zijn afhankelijk van de aard, het gewicht en de kwaliteit van de gerechten. Daarom zijn afwijkingen mogelijk.
Bij het opwarmen van dikvloeibare gerechten regelmatig roeren.
Gebruik voor het aan de kook brengen kookstand 9.
| Doorkookstand Doorkookduur in minuten | ||
| Smelten | ||
| Chocolade, couverture, gelatine, | 1 | - |
| boter | 1-2 | - |
| Opwarmen en warmhouden | ||
| Eenpansgerecht (bijv. linzenschotel) | 1-2 | - |
| Melk** | 1-2 | - |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Knoedels, knödels | 4* | 20-30 min. |
| Vis | 3* | 10-15 min. |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 | 3-6 min. |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst (met dubbele hoeveelheid water) | 3 | 15-30 min. |
| In de schil gekookte aardappels | 3-4 | 25-30 min. |
| Gekookte aardappels | 3-4 | 15-25 min. |
| Deegwaren, pasta | 5* | 6-10 min. |
| Eenpansgerecht, soepen | 3-4 | 15-60 min. |
| Groente | 3-4 | 10-20 min. |
| Groente, diepvries | 3-4 | 10-20 min. |
| Garen in de snelkookpan | 3-4 | - |
| Sudderen | ||
| Rollades | 3-4 | 50-60 min. |
| Stoofvlees | 3-4 | 60-100 min. |
| Goulash | 3-4 | 50-60 min. |
| Braden** | ||
| Schnitzel, on/gepaneerd | 6-7 | 6-10 min. |
| Schnitzel, diepvries | 6-7 | 8-12 min. |
| Steak (3 cm dik) | 7-8 | 8-12 min. |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 4-5 | 8-20 min. |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 4-5 | 8-20 min. |
| Vis en visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6-7 | 8-12 min. |
| Pangerechten, diepvries | 6-7 | 6-10 min. |
| Pannenkoeken | 5-6 | ononderbroken |
* Doorkoken zonder deksel ** Zonder deksel
Oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen.
Wijzen van verwarmen en temperatuur
Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte ☐.
- Met de functiekeuzer de gewenste wijze van verwarmen instellen.

- Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.

De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
De oven moet automatisch uitschakelen
Voer nu nog een bereidingstijd (tijdsduur) voor uw gerecht in. Voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte □, 190 °C, tijdsduur 45 minuten.
- Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
- De toets Klok Ⓛ indrukken. Het symbool Tijdsduurl→l knippert.

- Met de toets + of de toets - de tijdsduur instellen. De toets + voorgestelde waarde = 30 minuten De toets - voorgestelde waarde = 10 minuten

De bereidingstijd is afgelopen.
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. Druk tweemaal op de toets Ⓤ en zet de functiekeuzeknop uit.
Instelling wijzigen
Druk op de toets Klok Ⓛ. Verander de tijdsduur met de toets + of de toets -.
Het instellen afbreken
Druk op de toets Klok Ⓛ. Druk op de toets - tot de indicatie op nul staat. Zet de functiekeuzeknop uit.
Tijdsduur instellen wanneer de tijd niet meer wordt weergegeven
Druk twee keer op de toets Klok Ⓛ en stel in, zoals beschreven bij punt 4.
De oven schakelt automatisch in en uit
Let erop dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de oven mogen staan.
Het voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte □, 190 °C. Het is 10:45 uur. De bereidingstijd van het gerecht bedraagt 45 minuten en het moet om 12:45 uur klaar zijn.
- Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode in.
- Stel met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand in.
- Druk op de toets Klok Ⓛ.
- Stel de tijdsduur in met de toets + of de toets -.
- Druk op de toets Klok Ⓛ totdat het symbool Einde knippert. Op het display ziet u wanneer het gerecht klaar is.

- Met de toets + kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Na enkele seconden wordt de instelling overgenomen. Op het display staat de eindtijd, totdat de oven start.

De bereidingstijd is afgelopen.
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. Druk tweemaal op de toets ⏻ en zet de functiekeuzeknop uit.
Aanwijzing: Zolang er een symbool knippert, kunt u wijzigen. Wanneer het symbool verlicht is, is de instelling overgenomen.
Snelvoorverwarming
Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.
Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- Zet de functiekeuzeknop op ».
- Stel met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur in. Op het display is het symbool ♪ verlicht. De oven begint op te warmen.
Het snel voorverwarmen is beëindigd.
Het symbool ♪ verdwijnt van het display. Plaats uw gerecht in de oven en stel de gewenste verwarmingsmethode in.
Tijd instellen
Na de eerste aansluiting of na een stroomonderbreking knipperen op het display het symbool ⏻ en drie nullen. Stel de tijd in. De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
- Druk op de toets Klok ⏻. Op het display verschijnt 12.00 uur en het symbool knippert.
- Stel de tijd in met de toets + of de toets -. Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen. Het symbool Ⓛ verdwijnt.
Wijzigen van bijv. zomer- in wintertijd
Druk twee keer op de toets Klok Ⓛ en wijzig met de toets + of de toets -.
Kookwekker instellen
U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een speciaal signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur van de oven afgelopen is. U kunt de wekker ook instellen wanneer het kinderslot actief is.
Zo stelt u in
- Druk op de toets Kookwekker ⚠. Het symbool ⚠ knippert.
- Stel de wekkertijd in met de toets + of de toets -. Toets + voorgestelde waarde = 10 minuten. Toets - voorgestelde waarde = 5 minuten.
Na enige seconden start de wekker. Op het display is het symbool ⚠ verlicht. De tijd loopt zichtbaar af.
Aan het einde van de ingestelde tijd
Er klinkt een signaal. Druk op de toets Kookwekker ⚠. De indicatie van de wekker gaat uit.
Wekkertijd veranderen
Druk op de toets Kookwekker ⚙. Verander de tijd met de toets + of de toets -.
Instelling wissen
De toets Kookwekker ⚠ indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat.
De wekker en tijdsduur lopen gelijktijdig af
De symbolen zijn verlicht. De wekkertijd loopt zichtbaar op het display af.
Resterende tijd I→I, Eindtijd →I of Tijd ⊙ opvragen: de toets Tijd ⊙ zo vaak indrukken tot het betreffende symbool verschijnt.
De opgevraagde waarde verschijnt enkele seconden op het display.
Kinderslot
Oven
Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.
Kinderslot in- en uitschakelen
De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
Inschakelen: de toets Sleutel o- indrukken tot op het display het symbool o- verschijnt. Dit duurt ca. 4 seconden.
Uitschakelen: de toets Sleutel O indrukken tot het symbool O verdwijnt.
Aanwijzingen
■ De wekker en de tijd kunt u altijd instellen. - Na een stroomonderbreking is het ingestelde kinderslot opgeheven.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
■ Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal. ■ Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp. ■ Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde reinigingsmiddelen beschadigd raken, moet u zich aan het volgende houden.
Gebruik bij de reiniging van de kookplaat
- geen onverdund afwasmiddel of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine, ■ geen schuursponsjes,
- geen agressieve reinigingsmiddelen zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen, ■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler. ■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Gebruik bij de reiniging van de oven
■ geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen, - geen reinigingsmiddelen met een hoog alcoholpercentage, ■ geen schuursponsjes, ■ geen hogedrukreiniger of stoomstraler. ■ Reinig losse onderdelen niet in de vaatwasmachine.
Was nieuwe sponsen voor het eerste gebruik goed uit.
Bereik Schoonmaakmiddelen
| Buitenzijde apparaat | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Roestvrij staal Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ont-staan.Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. | |
| Kookplaat Verzorging: beschermings- en onder-houdsmiddelen voor het glaskeramiek.Reiniging: schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek.De aanwijzingen voor het schoonmaken op de verpakking in acht nemen. | |
| Omlijsting van de kookplaat | Warm zeepsop:nooit schoonmaken met schraper, citroen of azijn. |
| Ruiten van de deur Glasreiniger:met een zachte doek schoonmaken.Geen schraper gebruiken. | |
| Binnenruimte Warm zeepsop of water met azijn:met een schoonmaakdoekje reinigen. | |
| Inschuifrails Warm zeepsop:laten weken en met een schoonmaak-doekje of borstel schoonmaken. | |
| Braadthermometer (afhankelijk van het type toestel) | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet afwassen in de vaat-wasmachine. |
| Glazen afscher-ming van de oven-lamp | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| DichtingNiet afnemen! | Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. |
| Toebehoren Warm zeepsop:laten weken en met een schoonmaak-doekje of borstel schoonmaken. | |
| Ovenlade Warm zeepsop:met een schoonmaakdoekje reinigen. | |
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- Rail voor optillen
- en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- Hierna de hele rail naar voren trekken
- en verwijderen (Afbeelding B).


Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).

De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- Ovendeur helemaal openen.
- Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).

- Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.

Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Verwijderen
- Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- De afscherming bovenaan de ovendeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).

- Ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding C).

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Gebruik geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat "right above" linksonder ondersteboven staat.
- De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden. (Afbeelding B).

- De afscherming plaatsen en aandrukken.
- Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing Mogelijke oor-zaak | Oplossing/aanwijzing | |
| De oven functio-neert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uit-gevallen. | Controleer of het keuken-licht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| De tijdsindica-tie knippert. | De stroom is uit-gevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meer-dere keren heen en weer. |
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.

- Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- Glazen afscherming er weer inschroeven.
- Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr.
FD-nr.
Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
NL 088 424 4010
B 070 222 141
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Energie- en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
■ De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven. - Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op. ■ Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk. ■ Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen. - Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de kookplaat
- Gebruik pannen met dikke, egale bodems. Niet-egale bodems verhogen het energieverbruik. ■ De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookzone. Vooral te kleine
pannen op de kookzone zorgen voor energieverlies. Let op: de fabrikanten geven vaak de diameter van de bovenkant van de pan aan. Deze is meestal groter dan de diameter van de pannenbodem.
- Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine pan. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig. ■ Sluit de pannen altijd af met een passend deksel. Wanneer u kookt zonder deksel heeft u vier maal meer energie nodig. ■ Kook met weinig water. Dit bespaart energie. Bij groente blijven vitamines en mineralen behouden. ■ Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. ■ Maak gebruik van de restwarmte. Schakel bij langere bereidingstijden al 5-10 minuten voor het einde van de bereidingstijd de kookzone uit.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst. Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren. ■ De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. ■ Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen. Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven- en onderwarmte ☐ lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
■ Gebak in vormen: hoogte ■ Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3D-hetelucht 📐.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
■ Braadslede: hoogte
Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
■ Bakplaat: hoogte 5
■ Braadslede: hoogte
■ Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, plaatst u deze zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van siliconen zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen Vorm Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | ||
| Cake, eenvoudig Krans-/rechthoekige vorm 2 | ☒ | 160-180 40-50 | |||
| 3 cakevormen 3+1 | ☒ | 140-160 60-80 | |||
| Cake, fijn Krans-/rechthoekige vorm 2 | ☐ | 150-170 60-70 | |||
| Taartbodem, roerdeeg Vorm vruchtentaartbodem 2 | ☐ | 150-170 20-30 | |||
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg Springvorm/tulbandvorm 2 | ☐ | 160-180 50-60 | |||
| Biscuittaart Springvorm 2 | ☐ | 160-180 30-40 | |||
| Bodem zandtaartdeeg met rand Springvorm 1 | ☐ | 170-190 25-35 | |||
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm 1 | ☐ | 170-190 70-90 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | ☐ | 220-240 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* | Springvorm 1 | ☐ | 180-200 50-60 | ||
| Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen) | Pizzaplaat | 1 | ☐ | 250-270 10-15 | |
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Roer- of gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 20-30 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 35-45 | |||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedek- king, vruchten | Braadslede | 3 | 160-180 40-50 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 50-60 | |||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 2 | 210-230 40-50 | ||
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Bakplaat | 2 | 190-210 15-20 | ||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Bakplaat | 2 | 160-180 30-40 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat | 3 | 160-180 60-70 | ||
| Kerststol van 1 kg bloem | Bakplaat | 3 | 150-170 90-100 | ||
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 180-200 55-65 | ||
| Börek | Braadslede | 2 | 180-200 40-50 | ||
| Pizza | Bakplaat | 2 | 220-240 15-25 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 35-45 | |||
| Klein gebak Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | ||
| Koekjes Bakplaat 3 | ☒ | 140-160 15-25 | |||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | ☒ | 130-150 25-35 | |||
| 2 bakplaten + braadslede 5+3+1 | ☒ | 130-150 30-40 | |||
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat 3 | ☐ | 140-150 30-40 | |||
| Bakplaat 3 | ☒ | 140-150 30-40 | |||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | ☒ | 140-150 30-45 | |||
| 2 bakplaten + braadslede 5+3+1 | ☒ | 130-140 35-50 | |||
| Bitterkoekjes Bakplaat 2 | ☐ | 110-130 30-40 | |||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | ☒ | 100-120 35-45 | |||
| 2 bakplaten + braadslede 5+3+1 | ☒ | 100-120 40-50 | |||
| Schuimgebak Bakplaat 3 | ☒ | 80-100 130-150 | |||
| Deeg van bijv. soesjes Bakplaat 2 | ☐ | 200-220 30-40 | |||
| Bladerdeeggebak Bakplaat 3 | ☒ | 180-200 20-30 | |||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | ☒ | 180-200 25-35 | |||
| 2 bakplaten + braadslede 5+3+1 | ☒ | 160-180 35-45 | |||
| Gistdeeggebak | Bakplaat 3 | ☐ | 180-200 20-30 | ||
| Braadslede + bakplaat 3+1 | ☒ | 170-190 25-35 | |||
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven.
Giet nooit water in de hete oven.
Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven.
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem Braadslede 2 | 270 | 8 | ||
| 200 | 35-45 | |||
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede 2 | 270 | 8 | |
| 200 | 40-50 | |||
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 210-230 20-30 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 170-190 15-20 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 20-30 | ||
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken.Op de bovenste plaat is het gebak don-kerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D-hetelucht [IMAGE]. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ont-staat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen.Dit is normaal. |
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit.
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. 1/2 cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Keer de grillstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1. Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees Gewicht Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten | |
| Rundvlees | ||||
| Gestoofd rundvlees 1,0 kg gesloten 2 | 200-220 120 | |||
| 1,5 kg 2 | 190-210 140 | |||
| 2,0 kg 2 | 180-200 160 | |||
| Runderfilet, medium 1,0 kg open 2 | 210-230 70 | |||
| 1,5 kg 2 | 200-220 80 | |||
| Rosbief, medium 1,0 kg open 1 | 210-230 50 | |||
| Steaks, medium, 3 cm dik Rooster 5 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg open 2 | 190-210 100 | ||
| 2,0 kg 2 | 170-190 120 | |||
| Vlees Gewicht Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten | ||
| Varkensvlees | |||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk) | 1,0 kg open 1 | ☒ | 200-220 100 | ||
| 1,5 kg 1 | ☒ | 190-210 140 | |||
| 2,0 kg 1 | ☒ | 180-200 160 | |||
| Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg open 1 | ☒ | 200-220 120 | ||
| 1,5 kg 1 | ☒ | 190-210 150 | |||
| 2,0 kg 1 | ☒ | 180-200 180 | |||
| Casselerrib met been 1,0 kg gesloten 2 | ☐ | 210-230 70 | |||
| Lamsvlees | |||||
| Lamsbout zonder been, medium 1,5 kg open 1 | ☒ | 150-170 120 | |||
| Gehakt | |||||
| Gehakt van 500 g | open 1 | ☒ | 170-190 70 | ||
| vlees | |||||
| Worstjes | |||||
| Worstjes Rooster 4 | ☐ | 3 | 15 | ||
| GevogelteDe gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na 3/3 van de opgegeven tijd keren. | Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na 3/3 van de tijd keren.Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen.Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap. | ||||
| Gevogelte | Gewicht Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Kip, heel | 1,2 kg Rooster 2 | ☒ | 200-220 60-70 | ||
| Poularde, heel | 1,6 kg Rooster 2 | ☒ | 190-210 80-90 | ||
| Kip, gehalveerd | elk 500 g | Rooster 2 | ☒ | 200-220 40-50 | |
| Stukken kip | elk 300 g | Rooster 3 | ☒ | 200-220 30-40 | |
| Eend, heel | 2,0 kg Rooster 2 | ☒ | 170-190 90-100 | ||
| Gans, heel | 3,5-4,0 kg | Rooster 2 | ☒ | 160-170 110-130 | |
| Kalkoen, heel | 3,0 kg Rooster 2 | ☒ | 170-190 80-100 | ||
| Kalkoenbout | 1,0 kg Rooster 2 | ☒ | 180-200 90-100 | ||
| VisKeer visstukken na 3/3 van de tijd.Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een | ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner. | ||||
| Vis | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar-mingsme-thode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
| Vis, heel | elk ca. 300 g | Rooster 2 | ☐ | 3 | 20-25 |
| 1,0 kg | Rooster 2 | ☒ | 180-200 45-50 | ||
| 1,5 kg | Rooster 2 | ☒ | 170-190 50-60 | ||
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster 3 | ☐ | 2 | 20-25 | |
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest”. Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast Plaats de vormen altijd op het rooster.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner. De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Ovenschotels | ||||
| Ovenschotel, zoet Ovenschaal 2 | ☐ | 180-200 40-50 | ||
| Pastaschotel Ovenschaal 2 | ☐ | 210-230 30-40 | ||
| Gratin | ||||
| Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten,max. 4 cm hoog | 1 ovenschaal 2 | ☒ | 160-180 60-80 | |
| 2 ovenschalen 1+3 | ☒ | 150-170 65-85 | ||
| Toast | ||||
| Toast grillen, 4 stuks Rooster 4 | ☒ | 160-170 10-15 | ||
| Toast grillen, 12 stuks Rooster 4 | ☒ | 160-170 15-20 | ||
Kant-en-klaar producten Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking. Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
| Gerecht Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsme-thode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten | ||
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza met dunne bodem | Braadslede | 2 | 190-210 15-20 | ||
| Braadslede + roos-ter | 3+1 | 180-200 20-30 | |||
| Pizza met dikke bodem | Braadslede | 2 | 170-190 20-30 | ||
| Braadslede + roos-ter | 3+1 | 170-190 25-35 | |||
| Pizza baguette | Braadslede | 3 | 170-190 20-30 | ||
| Minipizza | Braadslede | 3 | 180-200 10-20 | ||
| Pizza, gekoeld, voorverwarmen | Braadslede | 1 | 180-200 10-15 | ||
| Aardappelproducten, diepvries | |||||
| Frites | Braadslede | 3 | 190-210 20-30 | ||
| Braadslede + bak-plaat | 3+1 | 180-200 30-40 | |||
| Kroketten | Braadslede | 3 | 190-210 20-25 | ||
| Gerecht Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten | |
| Rösti, gevulde aardappelflappen Braadslede 3 | 190-210 15-25 | |||
| Brood en banket, diepvries | ||||
| Broodjes, baguette Braadslede 3 | 190-210 10-20 | |||
| Zoute krakelingen Braadslede 3 | 200-220 10-20 | |||
| Brood en banket, voorgebakken | ||||
| Afbakbroodjes of -stokbrood Braadslede 3 | 190-210 10-20 | |||
| Braadslede + roos- 3+1 ter | 160-180 20-25 | |||
| Groenteballetjes, diepvries | ||||
| Vissticks Braadslede 2 | 200-220 10-15 | |||
| Kipsticks,- nuggets Braadslede 3 | 190-210 10-20 | |||
| Strudel, diepvries | ||||
| Strudel Braadslede 3 | 190-210 30-40 | |||
Bijzondere gerechten
Bij lage temperaturen lukt romige yoghurt u met 3D-hetelucht even goed als luchtig gistdeeg.
Verwijder eerst de toebehoren, inhangroosters of telescooprails uit de binnenruimte.
Yoghurt maken
- 1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C afkoelen.
- Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- Hiermee koppen of kleine twist-off potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- De binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen.
- De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen.
- Het gistdeeg maken zoals gebruikelijk, in een hittebestendige vorm van keramiek leggen en afdekken.
- De binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen.
- De oven uitschakelen en het deeg in de uitgeschakelde binnenruimte plaatsen om het te laten rijzen.
| Gerecht Vormen | Verwar- | mingsmethode | Temperatuur | Tijdsduur | |
| Yoghurt | Koppen of Twist-Off potten | op de bodem van de binnenruimte plaatsen | 50 °C | 5 m | |
| 50 °C | 8 uur | ||||
| Gistdeeg laten rijzen | Hittebestendige vorm | op de bodem van de binnenruimte plaatsen | 50 °C | 5-10 min.. | |
| Apparaat uitschakelen en gistdeeg in de binnenruimte plaatsen | 20-30 min.. | ||||
Ontdooien.
Levensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte schaal op het rooster zetten.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijden zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid van de levensmiddelen.
Gevogelte met de borstzijde op het bord leggen.
| Diepvries | Toebehoren | Hoogte | Wijze van verwarmen | Temperatuurinstelling in °C |
| Bijv. slagroomtaarten, bakkersroomtaarten, taarten met chocolade- of suikerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood, broodjes, cake en ander gebak | Rooster | 2 | De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld |
Drogen.
Met 3D-hetelucht kunt u uitstekend drogen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat ze goed afdruipen en droog ze af.
Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren.
Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
| Vruchten en kruiden Toebehoren Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur Tijdsduur |
| 600 g appelringen Braadslede + rooster 3+1 | 80 °C ca. 5 uur | |
| 800 g stukjes peer Braadslede + rooster 3+1 | 80 °C ca. 8 uur | |
| 1,5 kg kwetsen of pruimten Braadslede + rooster 3+1 | 80 °C ca. 8-10 uur | |
| 200 g panklare keukenkruiden Braadslede + rooster 3+1 | 80 °C ca. 1 1/2 uur |
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
- De potten vullen, niet te
- De glazen randen schoonmaken.
- Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
- Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instellen
- * Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.
- 1/2 liter heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten.
- Ovendeur sluiten.
- Onderwarmte instellen.
- Temperatuur op 170 tot 180 °C instellen.
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
| Fruit in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen | ||
| Appels, rode bessen, aardbeien | Uitschakelen | Ca. 25 minuten |
| Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen | Uitschakelen | Ca. 30 minuten |
| Appelmoes, peren, pruimen | Uitschakelen | Ca. 35 minuten |
Groente
Zodra er in de potten belletjes opstijgen, de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente
ca. 35 tot 70 minuten. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte.
| Groente met koud vocht in glazen potten van één liter Wanneer het borrelen begint Nawarmen | ||
| Augurken | - | Ca. 35 minuten |
| Rode biet | Ca. 35 minuten | Ca. 30 minuten |
| Spruitjes | ca. 45 minuten | Ca. 30 minuten |
| Bonen, koolrabi, rodekool | Ca. 60 minuten | Ca. 30 minuten |
| Erwten | Ca. 70 minuten | Ca. 30 minuten |
Glazen potten verwijderen
Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte.
Attentie!
Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen.
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites,
toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide
| Algemeen | Bereidingstijden zo kort mogelijk houden.De gerechten goudgeel en niet te donker bakken.Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken Met boven- en onderwarmte max. 200 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. | |
| Koekjes Met boven- en onderwarmte max. 190 °C.Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °CEi of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. | |
| Frites uit de oven Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken,zodat de frites niet uitdrogen | |
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.
Bakken
Bakken op twee niveaus:
Braadslede altijd boven de bakplaat plaatsen.
Bakken op 3 niveaus:
Braadslede in het midden plaatsen.
Sprits:
Bakplaten die gelijktijdig worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bedekte appeltaart op 1 niveau:
Donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen.
Bedekte appeltaart op 2 niveaus:
Donkere springvormen diagonaal boven elkaar plaatsen, zie afbeelding.

Gebak in springvormen van blik:
Met boven- en onderwarmte □ op 1 niveau bakken. Gebruik de braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.
Aanwijzing: Gebruik voor het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Sprits, voorverwarmen* Bakplaat 3 | ☐ | 140-150 30-40 | ||
| Bakplaat 3 | ☒ | 140-150 30-40 | ||
| Bakplaat + braadslede 1+3 | ☒ | 140-150 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede 1+3+5 | ☒ | 130-140 40-55 | ||
| Small cakes, voorverwarmen* | Bakplaat 3 | ☐ | 150-170 20-35 | |
| Bakplaat 3 | ☒ | 150-170 20-35 | ||
| Bakplaat + braadslede 1+3 | ☒ | 140-160 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede 1+3+5 | ☒ | 130-150 35-55 | ||
| Waterbiscuit, voorverwarmen* | Springvorm op het rooster 2 | ☐ | 160-170 30-40 | |
| Springvorm op het rooster 2 | ☒ | 160-170 25-40 | ||
| Donkere appeltaart | Rooster + 2 springvor-men ∅ 20 cm | ☐ | 170-190 80-100 | |
| 2 roosters + 2 springvor-men ∅ 20 cm | 1+3 | 170-190 70-100 | ||
* Om voor te verwarmen niet de functie Snelvoorverwarming gebruiken.
Grillen
Wanneer u eten direct op het rooster plaatst, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht Toebehoren en vormen Hoogte Verwar- | mingsmethode | Grillstand Tijdsduur in minuten | |
| Brood roosteren10 minuten voorverwarmen | Rooster 5 | 3 1⁄2-2 | |
| Beefburger, 12 stuks*niet voorverwarmen | Rooster + braadslede 4+1 | 3 25-30 | |
* Na 2/3 van de tijd keren