ZCG 55 FGW-1 - Forn ZANUSSI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ZCG 55 FGW-1 ZANUSSI in PDF-formaat.
| Producttype | Gas/elektrische combinatiekookplaat |
| Merk | Zanussi |
| Model | ZCG 55 FGW-1 |
| Breedte | 50 cm |
| Hoogte | 85 cm |
| Diepte | 60 cm |
| Netto gewicht | 40 kg |
| Voeding | Gas (G20/G30) en 230 V |
| Aantal branders | 4 gas + 1 elektrisch (optioneel) |
| Oventype | Elektrische statische oven en grill |
| Oveninhoud | 56 liter |
| Energielabel | Klasse A |
| Kookplaat | Gas met ingebouwde ontsteking |
| Veiligheid | Veiligheidskranen en koude deur |
| Reiniging | Volledig geémailleerde oven en uitneembare grill |
| Meegeleverde accessoires | Rooster, braadslee, draaispit (afhankelijk van model) |
| Plaatsingstype | Vrijstaand |
| Repareerbaarheid | Repareerbaarheidsindex 7,5/10 |
| Onderdelen | 10 jaar beschikbaar via erkend netwerk |
| Garantie | 2 jaar onderdelen en arbeid |
Veelgestelde vragen - ZCG 55 FGW-1 ZANUSSI
Gebruikersvragen over ZCG 55 FGW-1 ZANUSSI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZCG 55 FGW-1 - ZANUSSI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZCG 55 FGW-1 van het merk ZANUSSI.
GEBRUIKSAANWIJZING ZCG 55 FGW-1 ZANUSSI
Ter attentie van de gebruiker Ter attentie van de installateur
Belangrijke waarschuwing 36 Veiligheidseisen 44
Beschrijving van het apparaat 38 Technische kenmerken 45
Het gebruik van uw gasfornuis 39 Installatie 46
Gebruiksaanwijzing 42 Gasombouw 48
Onderhoud en reiniging 43
Indien er storingen optreden 44
Raadgeving voor het lezen van de gebruiksaanwijzing De volgende symbolen begeleiden u tijdens het lezen van de gebruiksaanwijzing.

Veiligheidsaanwijzing

Beschrijving van de operaties stap voor stap

Aanwijzingen en aanbevelingen

Voorlichting over milieubescherming
Houd de gebruiksaanwijzing samen met uw apparaat. Als het apparaat aan een andere persoon verkocht of gegeven zal worden, dient de gebruiksaanwijzing met het gasfornuis samen te blijven. Dan zal de nieuwe gebruiker op de hoogte zijn van de werking ervan en van de waarschuwing erover. Deze waarschuwingen zijn opgesteld voor uw veiligheid en voor de veiligheid van de persoon die uw gasfornuis mogelijk kan kopen.
Gebruik
- Dit apparaat werd ontworpen om uitsluitend door volwassenen gebruikt te worden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat. Het gasfornuis is geen speelgoed!
- Na aankoop van het apparaat pakt u het uit en controleert u de buitenkant. Eventuele klachten moeten op de leveringsfactuur worden genoteerd, die bewaard moet blijven.
- Uw apparaat is bestemd voor normaal huishoudelijk gebruik. Dit gasfornuis mag niet worden gebruikt voor industriële of commerciële doeleinden waarvoor het niet is ontworpen.
- Het wijzigen van de technische kenmerken van dit apparaat kan gevaarlijke gevolgen hebben.
- Voor het eerste gebruik van het gasfornuis schakelt u de oven in om de geur van het beschermende materiaal en het vet, aangebracht ter bescherming tijdens de fabricage, te verwijderen:
- Til het deksel op,
- Verwijder de accessoires uit de oven,
- Verwijder eventuele stickers, advertentieplaatjes en het beschermfolie van de deksels van de gasbranders,
Zet de oven ongeveer 45 minuten aan.
Tijdens deze handeling zal uw apparaat roken. Ventileer de ruimte om de geur en de rook te verwijderen.
Reinig de accessoires van de oven met een mild schoonmaakmiddel. Spoel ze af en droog ze zorgvuldig.
- Het gebruik van een gasfornuis veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het apparaat is geplaatst. Zorg voor voldoende ventilatie: houd de natuurlijke ventilatieopeningen open of installeer een afzuigkap.
- Bij intensief en langdurig gebruik van uw apparaat wordt aanbevolen om extra luchtverversing te garanderen door ramen te openen of een efficiënte luchtverversing te bereiken door het vermogen van de afzuigkap te vergroten, indien geïnstalleerd.
- Als u een elektrisch apparaat in de buurt van uw gasfornuis gebruikt (bijvoorbeeld een elektrische mixer), zorg er dan voor dat het aansluitsnoer van dit apparaat niet in contact komt met het hete oppervlak van het gasfornuis of bekneld raakt in de ovendeur.
- Pas op wanneer u gerechten in olie of vet kookt (frieten, oliebollen): olie en vetten kunnen onmiddellijk vlam vatten als ze oververhit worden.
- Gebruik geen potten die ongelijke bodems hebben of die niet stevig zijn: het voedsel daarin kan spatten en lichamelijke letsels veroorzaken.
- Verplaats nooit uw gasfornuis door aan de deur van de oven te trekken.
- Behalve de samen met uw gasfornuis geleverde accessoires, gebruikt u alleen hittebestendige pannen, schalen,... (neem de raadgeving van de fabrikant in acht).
- Bewaar geen schoonmaakmiddelen of ontvlambare materialen in de lade (indien uw gasfornuis van een lade voorzien is) of in de buurt van uw apparaat.
- Op de geopende deur van de oven:
- zet geen zware voorwerpen neer,
- pas op dat kinderen er niet op klimmen of gaan zitten.
- Wanneer u kookgerei binnen of buiten de oven wilt doen, raakt u geen oververhitte elementen aan en gebruikt u hittebestendige handschoenen.
- Leg nooit aluminium papier direct op de bodem van de oven; de opgehoopte warmte kan het email ervan beschadigen.
- Gebruik nooit de druippan als bakplaat.
- Laat nooit de deur van het apparaat geopend wanneer het in werking of nog warm is, ter bescherming van de bedieningsknoppen.
- Een gasbrander moet een regelmatige vlam hebben. U moet overdreven luchtstroming vermijden. Als de vlam nog onregelmatig is, maak de gasbrander schoon. Als de onregelmatigheid niet verdwijnt, bel de bevoegde servicedienst.
- Pas op dat alle draaiknoppen op de stand "uit" staan na het gebruik van het gasfornuis.
- Plaats geen voorwerpen (doeken, aluminiumfolies) op de kookplaat wanneer de gasbranders in werking zijn.
- Voor het optillen van het deksel, moet u het reinigen.
- Wanneer de oven in werking is, dient het deksel opgetild te zijn.
- Voor het sluiten van het deksel, draai alle gasbranders uit en wacht erop dat de kookplaat koud wordt om beschadigingen te voorkomen.
- Verander de gastoevoerslang voor de vermelde datum waarop zijn garantie vervalt.
- Gebruik geen propaangascilinder in uw keuken of in een andere gesloten ruimte.
- Houd kinderen uit de buurt van uw gasfornuis wanneer dit in werking is. Zo voorkomt u dat ze zich verbranden aan de hete kookplaat of aan de buitenkant van de oven, of dat ze een volle pot doen omvallen.
- Pas op dat kinderen de bedieningsknoppen van het apparaat niet verdraaien.
- Voor het reinigen van het gasfornuis, controleer of de aansluiting aan het gasnet onderbroken is (alle knoppen moeten op de stand "uit" staan) en dat alle wanden genoeg afgekoeld zijn.
- Laat nooit de kookplaat werken zonder een pan bovenop.
- Voor juist koken en werken pas op dat het gasfornuis altijd schoon blijft; tijdens het bereiden van sommige gerechten, kunnen de vetresten onaangename geuren afgeven.
- Reinig uw toestel na elk gebruik om een goede werking ervan te verzekeren
- Gebruik geen stoom- of hogedrukreinigers voor het reinigen van de oven (maatregelen in verband met de elektrische veiligheid)
Installatie
- Het installeren van uw apparaat moet door een bevoegde vakman uitgevoerd worden.
- De storingen van uw gasfornuis dienen uitsluitend door een erkende servicedienst hersteld te worden. Een onjuiste herstelling kan serieuze beschadigingen veroorzaken.
Lees aandachtig deze opmerkingen door voor het gebruiken en het opstellen van dit apparaat. Wij danken u voor het vertrouwen dat u met de aankoop van uw gasfornuis in ons hebt gesteld. We zijn niet verantwoordelijk voor een verkeerd gebruik van dit apparaat of indien de gebruiker geen rekening met de veiligheidsnormen houdt. Neem de regels voor het onderhouden en het reinigen van het gasfornuis in acht.

Milieubescherming
De recycleerbare materialen zijn met het symbool aangeduid. Plaats ze in ruimten bestemd voor het ophalen hiervan.
Het bedieningspaneel

- Draaiknop van de oven.
- Draaiknop van de gasbrander voor links.
- Draaiknop van de gasbrander achter links.
- Draaiknop van de gasbrander achter rechts.
- Draaiknop van de gasbrander voor rechts.
De kookplaat

- De gasbrander voor links (halfsnel)
- De gasbrander achter links (halfsnel)
- De gasbrander achter rechts (hulpbrander)
- De gasbrander voor rechts (snel)
Voor het eerste gebruik van uw oven, laat hem een keer verwarmen wanneer deze leeg is. Zorg ervoor dat de kamer voldoende gelucht is: MV (de gecontroleerde mechanische ventilatie) moet in werking zijn of de ramen dienen geopend te zijn.

Hoe kunt u doen?
- Til het deksel op.
- Verwijder de accessoires uit de oven.
- Verwijder de plakkers, de advertentie-laatjes, de beschermfilm van de deksels van de gasbranders.
- Verwarm de oven omstreeks 45 minuten door het draaien van de knop van de oven naar de maximale stand.
Reinig de accessoires van de oven met een zacht schoonmaakmiddel. Spoel en droog zorgvuldig af.

De deur is warm wanneer de oven in werking is. Houd kinderen uit de buurt van het gasfornuis.

Wanneer de oven in werking is, moet het deksel opgetild zijn om oververhitting te vermijden.
Gebruik
De gasbrander van de oven is voorzien van een thermokoppelbeveiliging. Indien de vlam toevallig gedoofd is (heftige luchtstromen, het overstromen van een vloeistof,...) sluit de beveiligingsthermokoppel de gastoevoer van de gasbrander van de oven af.
Met behulp van de draaiknop van de oven kunt u de geschikte kooktemperatuur kiezen.

"Uit"-stand

Volle vlam (maximaal branden).

Vertraagde vlam (minimaal branden).

Het aanzetten van de gasbrander van de oven
- Doe de ovendeur open en til het beschermdeksel van de stookopening op.
- Breng een vlam in de nabijheid van de gasbrander van de oven (tekening 2).
- Druk op de knop van de oven en draai hem tegen de richting van de wijzers van de klok naar de "grote vlam"-stand.
- Wanneer de gasbrander aangezet is, houd de knop omstreeks 10 seconden ingedrukt om de thermokoppelbeveiliging van de oven in te stellen. Als de gasbrander niet brandt, draai de knop op de stand "uit" en na een minuut herhaal de operatie door het drukken op de knop 15 seconden maximum.
- Controleer de aanwezigheid van de vlammen door de openingen in de voorkant van de bodem van de oven. Voordat u sommige voedingsmiddelen in de oven doet (bijvoorbeeld rood vlees), dient u het te doen stoken wanneer dit leeg is. De instelling van de draaiknop moet dezelfde zijn als de voor koken gekozen instelling.

Uitdraaien van de gasbrander
Draai de knop in de richting van de wijzers van de klok naar de stand « ◆ ».
De gasbranders van het kookplaatje
Door het draaien van de knop naar de op het bedieningspaneel aangeduide standen, kunt u het volgende bereiken (tekening 3):

"Uit"-stand

Volle vlam (gasbrander op de maximale stand)

Vertraagde vlam (gasbrander op de minimale stand)
Het is aan te bevelen de maximale vlam te gebruiken voor het koken van gerechten en de vertraagde vlam voor het stoven ervan. Kies altijd de standen tussen de volle en verminderde vlam en nooit tussen de standen die op volle vlam en "uit" wijzen.

Zorg ervoor dat de kookplaat afgekoeld is alvorens het deksel te sluiten; zoniet kan het deksel beschadigingen oplopen.

Het aanzetten van de gasbranders op de kookplaat
- Druk de knop in en draai hem naar links tot de stand "volle vlam".
- Breng een vlam in de nabijheid van de gasbrander.
- Stel de vlam in op de gewenste stand.

Het uitdraaien van de gasbranders
Draai de knop in de richting van de wijzers van de klok naar de "uit"-stand « ».

Pas op dat geen kinderen in de nabijheid van het apparaat zijn zolang dit nog warm is. Zet geen voorwerpen of voedingsmiddelen op de kookplaat neer, die kunnen smelten.
Het kiezen van de gasbrander
Boven elke knop is er een symbool dat op de betreffende gasbrander wijst.
Voor efficiënt koken gebruikt u pannen die met de doorsnede van de gebruikte gasbrander overeenkomen (tekening 4).
Het is raadzaam het vermogen van de gasbrander te verminderen wanneer het kookpunt bereikt is.
Voor de efficiëntie van de gasbranders dienen de deksels schoon te zijn; Resten op de deksels kunnen onregelmatigheden veroorzaken.
Diameter van de gebruikte pannen:
Snelle gasbrander 2,60kW - min. 165 mm
Halfsnelle gasbrander 2,00kW - min. 140 mm
Hulpbrander
1,00kW - min. 100 mm
gasbrander
3. Accessoires
Behalve de met het gasfornuis geleverde accessoires, is het aan te bevelen alleen schalen, keukengerei enz. die hittebestendig zijn (neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht).
Uw gasfornuis is voorzien van:
- een rooster
- een druippan. Deze is gebruikt voor het verzamelen van het sap van het gegrilde vlees. De druippan is niet bestemd voor het gebruiken als bakplaat.
Uw schaal dient in het midden van het rooster geplaatst te worden.

tekening 4

Het koken in de oven
- Voor een economisch energiegebruik is het raadzaam 5 minuten voor het einde van de vastgestelde kooktijd het gasfornuis uit te draaien. De warmte die in de oven blijft kan aan de voltooiing van het koken helpen.
- De dichtheid, het geleidingsvermogen, de kleur van het keukengerei kunnen een invloed hebben op het koken.
- Tijdens het koken zetten sommige gerechten uit, daarom is het raadzaam om geschikte pannen te gebruiken waarvan één derde vrij te blijft.
- Voor het vermijden van de vetspatten, gebruikt u best braadschalen en schotels met hoge randen, waarvan de randen afmetingen evenredig zijn met het stuk vlees dat geroosterd moet worden.
- Doorboor het vel van het gevogelte en de worstjes met een vork voor het koken. Zo voorkomt u het barsten van het vel ervan.
- Om uw oven schoon te houden, zet een aluminiumfolie neer tussen de pot en het rooster. Zo zal de bodem van de oven beschermd zijn in geval van spatten. Deze aluminiumfolie moet niet volledig de oppervlakte van het rooster bedekken.
- Gebruik hittebestendige glazen borden voor het gratineren en voor het bereiden van de soufflés.
- Voeg vetstoffen toe vlak voor het einde van de kooktijd.
Plaatst geen aluminiumfolie direct op de bodem van de oven ; anders zal deze het email ervan beschadigen. Wanneer de oven in werking is moet het deksel opgetild zijn.
De invloed van het keukengerei op het koken in de oven
U moet weten:
- Aluminium potten en schalen van aardewerk bewaren de vochtigheid in het voedsel, waardoor de onderkant van het voedsel kan verbleken. Het is eerder aangewezen ze te gebruiken voor patisserie of om te gratineren.
- Geëmailleerde schalen, glazen of porseleinen potten drogen gerechten eerder uit, waardoor ze bruinen. Dit is ideaal voor taarten, quiches en andere gerechten met korst.
Het koken op de kookplaat
Kies altijd een pot die evenredig is met de doorsnede van de gebruikte gasbrander.
Als u potten met een brede bodem wilt gebruiken (sterilisatiepot, marmeladepot, wasketel, couscoussier...), plaatst u ze op de achterkant van de kookplaat, zodat de bodem van de potten er stevig op staat en de rand van de kookplaat niet overschrijdt. Zo voorkomt u dat de vlammen te hoog rijzen en het bedieningspaneel oververhit raakt.
⚠️ Voordat u het deksel sluit, wacht u tot de bovenkant van de kookplaat is afgekoeld. Zo voorkomt u beschadiging van het deksel.
ONDERHOUD EN REINIGING
⚠️ Voordat u het fornuis reinigt, zorg ervoor dat alle draaiknoppen op de stand "uit" staan en het apparaat volledig is afgekoeld.
Gebruik geen schurende of agressieve schoonmaakmiddelen en geen schuursponsjes voor het reinigen van uw apparaat.
De gasbranders
Reinig de deksels van de gasbranders met warm water en een zacht schoonmiddel en verwijder alle resten erop. Gebruik nooit water met azijn voor het reinigen van uw gasfornuis. De kronen van de gasbranders moeten volledig schoon zijn; verstoppingen kunnen onregelmatigheden van de vlammen veroorzaken.
Als u de gasbrander heeft gedemonteerd, zorg er dan voor dat de kronen en de deksels correct zijn geplaatst voordat u het fornuis aanzet. De hierboven genoemde delen moeten volledig droog zijn.
Het bedieningspaneel, de draaiknoppen, het geëmailleerde rooster, het deksel van de kookplaat, de zijwanden van het apparaat.
Gebruik een vochtig sponsje en zachte schoonmiddelen, spoel en droog.
De bovenkant van de kookplaat
Reinig het gasfornuis na elk gebruik met behulp van een spons, warm water en een zacht schoonmaakmiddel; vermijd het lekken van vloeistof in de gaatjes van de kookplaten. Spoel en droog met een zacht doekje. Laat vetspatten eerst weken in wat schoonmaakmiddel. Nooit krassen. Gebruik geen schurende en agressieve schoonmaakmiddelen, omdat het glansemail van de oppervlakte hierdoor beschadigd kan worden. Het is aan te bevelen azijnvlekken, druppels van citroensap en zuren van de kookplaat te verwijderen.
Accessoires
Reinig ze met zeepoplossing; spoel en droog ze zorgvuldig af.
Oven
Reinig de oven na elk gebruik op dezelfde wijze als de kookplaat.
Het panoramavenster kan gedemonteerd worden voor reiniging. Hiervoor dienen twee schroeven losgedraaid te worden (tekening 6).

Het reinigen van de ovendeur
Voor een volledige reiniging van de ovendeur is het raadzaam deze te demonteren als volgt:
• open de deur wijd, - draai de twee verbindingsstukken (1) op het scharnier aan 60° (tekening 7),

- • sluit de deur gedeeltelijk naar een hoek van 30° (tekening 8) • til de deur op en trek hem naar voren.

Voor het monteren van de deur, doe alles in omgekeerde volgorde.
STORINGEN
Het is aan te bevelen de volgende testen aan uw gasfornuis uit te voeren voordat u de servicedienst belt. De storing kan een eenvoudige onregelmatigheid zijn die u zelf kunt herstellen.
Indien na het controleren van deze verschillende onderdelen de onregelmatigheid niet verdwijnt, neem contact op met de servicedienst.
| Symptoom | Oplossing |
| Een gasbrander brandt niet. | Controleer:of de gastoevoer geopend is,of de gasleiding juist geplaatst is,of de gascilinder leeg is. |
| Een gasbrander van de kookplaat of de gasbrander van de oven brandt niet. | Controleer:of de gasbrander juist gemonteerd is,of de gasbrander niet vochtig is. |
| U bent ontevreden met de kookresultaten | Controleer:of de kooktijd juist ingesteld is,het rooster juist op het vuur staat,of geschikt keukengerei gebruikt wordt. |
| De oven rookt | Controleer:of de oven gereinigd moet zijn,of de gerechten niet hebben gespat,of er vetresten op de wanden van de oven zijn. |
AANWIJZINGEN BESTEMD VOOR DE INSTALLATEUR

Veiligheidseisen
- Controleer of het apparaat conform is aan de normen van de lokale gasdistributie (de natuur en de druk van het gas) voor de installatie ervan.
- Dit apparaat moet geplaatst worden in een ruimte die voldoende geventileerd is.
- De instellingseisen van dit apparaat zijn vermeld op het typeplaatje.
- Dit apparaat heeft geen aansluiting op een afvoerbuis. Het opstellen en het aansluiten op het gasnet dienen overeenkomstig de geldende normen uitgevoerd te worden. Besteed bijzondere aandacht aan de ventilatie-eisen.
- Dit gasfornuis is een type X-apparaat. Dat betekent dat de meubelstukken die naast dit gasfornuis staan, niet hoger mogen zijn dan het apparaat. Deze norm is bedoeld om de meubelstukken te beschermen.
- De wanden in de buurt van het apparaat moeten van hittebestendige materialen zijn gemaakt of met dergelijke materialen bedekt zijn.
Aansluiting op het gasnet
- Controleer of de doorsnede van de gasleidingen geschikt is om de gastoevoer te verzekeren (raadpleeg uw gasbedrijf).
- Controleer of alle aansluitingen dicht zijn.
- Monteer een afsluitkraan die bereikbaar en zichtbaar moet zijn.
- Indien u over een soepele gasslang beschikt, moet deze bereikbaar en zichtbaar zijn. Hij moet niet achter het apparaat geplaatst worden.
- Vervang de soepele gasslang ruim voordat de garantie verloopt.
Het onderhoud en de installatie van het gasfornuis moeten overeenkomstig de geldende regelingen en normen door een bevoegde vakman uitgevoerd worden.
| Kookplaat Het deksel van de kookplaat | |||
| Het rooster | Geëmaileerd | ||
| Gasbrander voor rechts | Snelle gasbrander | 2,6 kW | |
| Gasbrander achter rechts | Bijbehorende gasbrander | 1,0 kW | |
| Gasbrander voor links | Halfsnelle gasbrander | 2,0 kW | |
| Gasbrander achter links | Halfsnelle gasbrander | 2,0 kW | |
| Oven | Oven | gas | |
| Vermogen van de oven | 3,2 kW | ||
| Reiniging | manueel | ||
| Toebehoren | Rooster | ||
| Druippan | |||
| Afmetingen | Hoogte | 850 mm | |
| Breedte | 500 mm | ||
| Diepte | 536 mm | ||

Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende Europese richtlijnen:
90/396 (Gasapparaat); 93/68 (Algemene Richtlijnen) en de wijzigingen eraan.
Plaatsing
Verwijder de verpakking en de kunststof bedekking en plaats het gasfornuis in een droge en goed geventileerde ruimte (tekening 9). Plaats het gasfornuis niet in de buurt van gordijnen, papier of flessen alcohol enz.
Het gasfornuis moet neergezet zijn op een hittebestendige vloer.
Dit gasfornuis behoort tot de klasse "1" die in verband is met de bescherming tegen de oververhitting van de oppervlakten in zijn nabijheid. Houd een afstand van 2 cm tussen de zijwanden van de meubelstukken en uw fornuis.
Deze meubelstukken mogen niet hoger zijn dan de kookplaat.
De ventilatie van de kamer
Het branden van het gas is mogelijk dankzij de zuurstof die zich in de lucht bevindt (2 m³ lucht/h x kW van het geïnstalleerde vermogen - zie het typeplaatje van uw apparaat).
Daarom is de luchtverversing en de afvoer van de verbrande gassen nodig.
De luchtverversing dient te worden verzekerd door één of meer openingen in de buitenwanden of deuren met een totale oppervlakte van ongeveer 100 cm².
De openingen moeten geplaatst zijn in de nabijheid van de vloer en bij voorkeur tegenover de kant waarop de afvoer van het verbrande gas zich bevindt. Pas op dat de openingen niet verstopt zijn.
Aansluiting aan het gasnet
Uw gasfornuis is afgesteld op het gastype dat vermeld staat op het typeplaatje.
Het veranderen van de afstelling kan noodzakelijk zijn. In dat geval moet u de hieronder vermelde handelingen volgen.

Verifieer of de gasdruk in overeenstemming is met de in de tabel aangegeven waarden. Deze verzekeren zowel een juiste en energiebesparende werking alsmede een langere levensduur van uw gasfornuis.
Butaangas of propaangas: zorg ervoor dat de drukregelaar de volgende gasdruk verzekert: 28-30 mbar voor butaangas en 37 mbar voor propaangas.

tekening 9
Aansluiting met een vaste buis of een metalen en soepele slang
Om veiliger te zijn raden we aan de aansluiting uit te voeren met vaste buizen (bv. in koper) of met soepele buizen in inoxstaal zodat het toestel niet beschadigd raakt.
De aansluiting aan de gasmond voor deze toestellen is ISO7-1/R1/2.
Aansluiting met soepele buis
Wanneer u voor de aansluiting een soepele buis of slang gebruikt, controleer ze dan op de volgende punten:
- de slang vertoont geen plooien, versmallingen, brandsporen; zowel aan de beide uiteinden als over de volledige lengte;
- het materiaal is niet hard geworden en is dus nog steeds even soepel en buigzaam;
- de verbindings- en sluitingsringen (als er zijn) zijn niet geroest;
- de geldigheidsdatum (als er een is) is niet verstreken.
De slang moet als volgt geplaatst worden:
- mag niet onder spanning staan of gedraaid zijn;
- mag niet in aanraking komen met scherpe voorwerpen of met scherpe randen;
- Het moet makkelijk zijn om de staat van de slang te controleren.
Indien er zich toch één van bovenvermelde dingen voordoet (of meerdere tegelijk) moet u de slang niet laten herstellen maar volledig vervangen.
BELANGRIJK
Wanneer de installatie voltooid is, gaat u de goede vastheid van de verbindingen na met schuim of zeepwater maar NOOIT met een vlammetje.
GASOMBOUW
Uw gasfornuis is bestemd voor werking op Aardgas, Propaangas en Butaangas.
Voor het veranderen van de gastype moet u:
- de injectoren vervangen (kookplaat, oven),
- de verminderde gasvloed instellen (kookplaat, oven),
- de circulatie van de eerste lucht instellen (oven), • de gasaansluiting testen.
INJECTOREN TABEL NO.1 (Cat : II 2E + 3+)
| Gasbranders | Normaal vermogen (Kw) | Verminderd vermogen (Kw) | Gastype | Gasdruk (mbar) | Doorsnede injector | By-pass (mm) | Opening ring (mm) | Cons. (g/h) | |
| SNELLE | 2,60 - | 9,050,72 | AARDGAS | G 20 | 20 | 1,12 | 0,42 | ||
| 2,40 - | AARDGAS | G 25 | 25 | 1,12 | |||||
| 2,60 18 | BUTAANGAS | G 30 | 28-30 | 0,86 | |||||
| 2,60 | PROPAANGAS | G 31 | 37 | 0,86 | 185,68 | ||||
| HALFSNELLE | 2,00 - | 45,430,43 | AARDGAS | G 20 | 20 | 0,96 | 0,32 | ||
| 1,85 - | AARDGAS | G 25 | 25 | 0,96 | |||||
| 2,00 14 | BUTAANGAS | G 30 | 28-30 | 0,71 | |||||
| 2,00 | PROPAANGAS | G 31 | 37 | 0,71 | 142,83 | ||||
| HULPBRANDER | 1,00 - | 710,35 | AARDGAS | G 20 | 20 | 0,70 | 0,29 | ||
| 0,95 - | AARDGAS | G 25 | 25 | 0,70 | |||||
| 1,00 72 | BUTAANGAS | G 30 | 28-30 | 0,50 | |||||
| 1,00 | PROPAANGAS | G 31 | 37 | 0,50 | 71,41 | ||||
| OVEN | 3,20 - | 2,681,00 | AARDGAS | G 20 | 20 | 1,30 | 0,46 | 2,50 | |
| 2,90 - | AARDGAS | G 25 | 25 | 1,30 | 2,40 | ||||
| 3,20 23 | BUTAANGAS | G 30 | 28-30 | 0,88 | 4,00 | ||||
| 3,20 | PROPAANGAS | G 31 | 37 | 0,88 | 2,00 | 228,52 | |||
⚠️ Kleef de nieuwe, bij het apparaat behorende sticker (zie in de ombouwkit) met het overeenkomstig gastype op het toestel.
Vervangen van de inspuiters
Elk apparaat is uitgerust met een set inspuiters voor elk type gas. De diameter van de spuitmond van elke inspuiter is aangegeven in honderdste milimeters op de inspuiter.

Vervang als volgt de inspuiters:
- Verwijder de grill;
- Verwijder de branders;
- Draai de inspuiters los met dopsleutel nr. 7 (tekening 10) en vervang ze door de inspuiters die bestemd zijn voor het soort gas dat u gebruikt (zie tabel nr. 1). Zet de branders en de grill weer op hun plaats.
Regelen van het gereduceerd vermogen van de kookbranders
Let op dat het gereduceerd vermogen juist is ingesteld als u van het ene soort gas overschakelt op een ander.
Een correcte vlam moet bij een gereduceerd vermogen ongeveer 4 mm hoog zijn; een bruuske overgang van de maximumstand naar een lagere stand mag nooit tot gevolg hebben dat de vlam dooft.

Stel de vlam als volgt in:
- Steek de brander aan;
- Draai de knop naar de minimumstand;
- Verwijder de knop;
- Draai de regelschroef (die zich rechts van de as van het kraantje bevindt, zie tekening 11) losser of vaster tot u een heel korte, maar stabiele vlam krijgt voor aardgas. Voor butaan- en propaangas draait u de schroef volledig vast in de richting van de wijzers van de klok.
- Zet de knop weer op zijn plaats.
- Draai de knop meermaals van de maximum- naar de minimumstand om te controleren of de vlam stabiel blijft.

Vervangen van de inspuiter van de ovenbrander

Vervang de inspuiter van de brander als volgt:
- Raadpleeg tabel 1 voor de diameter van de te gebruiken inspuiter;
- Verwijder de bodemplaat;
- Verwijder de brander uit de oven door hem naar achter te duwen;
- Vervang de inspuiter met behulp van dopsleutel nr. 10. Zet de brander en de bodemplaat weer op hun plaats.
Regelen van de primaire luchttoevoer van de ovenbrander
Draai schroef "M" van de luchtregeling "A" los met een schroevendraaier (tekening 13). Schuif de ring naar achteren of naar voren om de luchtdoorvoer verder te openen of af te sluiten volgens de aanwijzingen in de inspuitertabel. Steek de brander aan om te controleren hoe de vlammen eruit zien.
Regelen van het gereduceerd vermogen van de ovenbrander

Regel het gereduceerd vermogen van de brander als volgt:
- Steek de brander aan;
- Draai de knop naar de maximumstand;
- Verwijder de knop;
- Draai de regelschroef (tekening 14) ongeveer 3 maal;
- Zet de knop in de laagste stand zodat er met gereduceerd vermogen gewerkt kan worden.
Verwijder de knop, let erop dat de spindel van de kraan niet gaat draaien en draai de schroef langzaam vast tot u een vlam van 3-4 mm hoog krijgt.

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
