KGS3775SD - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGS3775SD BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Koelkast met vriezer |
| Merk | Bosch |
| Model | KGS3775SD |
| Afmetingen (H x B x D) | 1860 x 700 x 650 mm |
| Nettogewicht | 85 kg |
| Energielabel (EU) | D |
| Nettocapaciteit totaal | 400 L |
| Koelkastcapaciteit | 280 L |
| Vriezercapaciteit | 120 L |
| Koelsysteem | NoFrost (zonder ijsvorming) |
| Binnenverlichting | LED |
| Type bediening | Elektronisch met digitaal display |
| Open deuralarm | Ja |
| Vakantiestand | Ja |
| Geluidsniveau | 42 dB(A) |
| Klimaatklasse | SN-ST (gematigd en subtropisch klimaat) |
| Elektrisch vermogen | 200 W |
| Reserveonderdelen beschikbaar | Ja, via klantenservice van Bosch |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig de binnenkant met een zachte doek en lauwwarm zeepwater. Ontdooi indien nodig handmatig. Controleer de deurrubbers. |
| Veiligheid | Kinderslot op het bedieningspaneel |
Veelgestelde vragen - KGS3775SD BOSCH
Gebruikersvragen over KGS3775SD BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGS3775SD - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGS3775SD van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KGS3775SD BOSCH
NL Gebruiksaanwijzing
ES modo de empleo
Veiligheidsvoorschriften, milieu-advies en bepalingen 30
Plaatsing van het apparaat 31
Kennismaking met het apparaat 31
De controlelampjes - inschakelen en temperatuurkeuze 32
Levensmiddelen inruimen.
Invriezen en opslaan 33
Invriezen en opslaan 34
Invriezen en opslaan - ontdooien 35
Schoonmaken 36
Tips om energie te besparen 36
Het zelf verhelpen van kleine storingen 37
Normale geluiden in een koelkast 38
Servicedienst 38
PT Indice
Wijzigingen voorbehouden
Veiligheidsvoorschriften, milieu-advies en bepalingen

Veiligheidsvoorschriften
Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R 600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd worden. Bij eventuele beschadigingen open vuur of andere ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte waarin het apparaat is opgesteld, een paar minuten luchten.
Afvoeren van het oude apparaat
Afgedankte apparaten onmiddellijk onbruikbaar maken, d.w.z. stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en een zelfsluitend slot of een klinksluiting verwijderen resp. onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten isolatiegassen en koelmiddelen die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Bovendien bevatten deze apparaten waardevolle grondstoffen die na bewerking opnieuw gebruikt kunnen worden. Vraag daarom bij het wegdoen van uw oude apparaat advies aan de gemeentelijke reinigingsdienst of bij uw leverancier. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van de koelmachine tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier.
Wegdoen van de verpakking van uw nieuwe apparaat
U kunt het verpakkingsmateriaal van uw nieuwe apparaat zonder problemen wegdoen.
Het karton kunt u in stukken snijden en in de papierbak doen. Het foliemateriaal is van polyetheen (PE) en het opvulmateriaal van polystyreen (PS) zonder CFK's. Als u deze waardevolle stoffen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeeft, kunnen ze na bewerking opnieuw gebruikt worden (kringloop).
Bepalingen
Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en om ijsblokjes te maken.
Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen.
Het apparaat is ontstoord volgens richtlijn 76/889 en de aanvullende EG-richtlijn 82/499.
Het voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20).
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten.
Reparaties mogen alleen door deskundigen worden uitgevoerd.
Ondeskundige reparaties kunnen gevaar voor de gebruiker opleveren.
Het apparaat is geschikt voor gebruik in een ruimte met een temperatuur van +16°C tot +32°C (bij de SN-uitvoering van +10°C tot +32°C; bij de ST-uitvoering van +18°C tot +38°C, zie het typeplaatje).
Plaatsing van het apparaat
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat liever niet in de zon of naast een fornuis, radiator of andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat, of neem de volgende minimumafstanden in acht: naast een elektrisch fornuis 3 cm. naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condensatiewater te vermijden. Maak voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt de binnenkant schoon (zie "schoonmaken").
Plaatsen en verwisselen van de deurophanging
Zie bijgesloten
installatie/ombouwvoorschrift.
Elektrische aansluiting
Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact met een zekering van 10 ampère of meer, op 220-240 V (SN/N), 220-230 V (ST) 50 Hz, wisselstroom aansluiten.
Ventilatie
De aan de achterkant van het apparaat vrijkomende warme lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Indien dit niet gebeurt, moet de koelmachine meer presteren, waardoor het energieverbruik toeneemt. De been ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit afgedekt worden.
Kennismaking met het apparaat
A.u.b. voor het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen.
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten.
Overzicht van het geheel
Figuur 1
1-9 Bedieningspaneel
10 Schappen
11 Flessenhouder
12 Yoghurtla
13 Afvoer van het drupwater
14 Schap
15 Groentela
16 Eierrekje
17 Ruimte voor kaas en boter
18 Flessenrek
19 IJsblokjeshouder
20 La's voor diepvriesproducten
21 Diepvriesschema
22 Plint
23 Afvoer van het drupwater
24 Ventilator
A Koelkast
B Diepvriezer
Bedieningspaneel
Afbeelding 2
1 Pilot-knop van de koelruimte
2 Temperatuurkiezer van de koelruimte
3 Indicatie gekozen temperatur koelruimte
4 Lichtschakelaar voor de binnenverlichting
5 Pilot-knop van de diepvriesruimte
6 Temperatuurkiezer diepvriesruimte
7 Indicate gekozen temperatuur diepvriesruimte
8 Supervriesschakelaar
9 Waarschuwingslampje temperatuur diepvriesruimte (rood)
De controlelampjes inschakelen en temperatuurkeuze
Supervriescontrolelampje (geel)
Afbeelding 2/8
Dit brandt als het supervriessysteem is ingeschakeld. Het gaat uit als het supervriessysteem wordt uitgeschakeld.
Waarschuwingslampje temperatuur diepvriesruimte (rood)
Afbeelding 2/9
Dit knippert als het te warm is in de diepvriesruimte, waardoor de ingevroren levensmiddelen kunnen bederven. Het kan zonder gevaar voor de diepvrieswaren tijdelijk knipperen: bij het in gebruik nemen van het apparaat, bij het opslaan van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, als de temperatuurkiezer op een hoger cijfer (= lagere temperatuur, en dus kouder) wordt ingesteld.
De koel- en diepvriesruimte kunnen onafhankelijk van elkaar gebruikt worden.
Koelruimte inschakelen en koeltemperatuur kiezen
Inschakelen afbeelding 2
Met bedieningsknop 1 wordt de koelkast ingeschakeld.
Bij het drukken licht de buitenste ring groen op en gaat de binnenverlichting aan. Wanneer u de keuze-draaiknop van links naar rechts draait, kunt u de thermostaatinstelling kiezen en zo de gewenste temperatuur bepalen.
Op schaal 3 kunt u de gekozen instelling aflezen; de koudste is aangeduid met het teken +.
Diepvriesruimte inschakelen en diepvriestemperatuur kiezen
Inschakelen afbeelding 2
Met bedieningsknop 5 wordt de diepvriesruimte ingeschakeld.
Bij het drukken licht de buitenste ring groen op.
Met keuze-draaiknop 6 kiest u met een beweging van links naar rechts de gewenste thermostaatinstelling, en daarmee de benodigde temperatuur.
Op schaal 7 kunt u de gekozen instelling aflezen; de koudste is aangeduid met het teken +.
Bij de eerste inschakeling is het raadzaam de koudste instelling te kiezen. U zult zien dat alarmlampje 9 oplicht, hetgeen betekent dat de benodigde temperatuur nog niet bereikt is; pas na enkele uren zal de lamp uitgaan.
Als alarmlampje 9 uitgaat, kan een gemiddelde thermostaatinstelling gekozen worden.
Opmerkingen:
Als de koelmachine in werking is, vormen zich waterdruppels of rijp op de verdamper. Dit is normaal.
Afschrapen en afwissen is overbodig.
De verdamper wordt namelijk automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt in het dooiwatergootje (afb. 1/13) opgevangen en naar de koelmachine afgevoerd, waar het verdampt. Als de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet meteen weer geopend kan worden: twee, drie minuten wachten tot de ontstane druk is opgeheven.
Levensmiddelen inruimen. Invriezen en opslaan.
Wijziging indeling van het interieur
De draagroosters in de koelruimte zijn in hoogte verstelbaar: draagrooster naar voren trekken, iets laten zakken en eruit nemen.
Op de gewenste hoogte erin schuiven. (afb. 4) De voorraadbakjes en het rekje in de deur (afb. 1/15 en 16) zijn onderling verwisselbaar en kunnen eruit genomen worden om als serveerbakje te dienen. Bakje of rekje iets optillen en eruit nemen (afb. 5 en 6).
Attentie bij het inruimen
- Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen.
- De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, smaak, kleur, vochtigheid en versheid van de levensmiddelen behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levensmiddelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen opgeslagen.
- Olie en vet mogen niet met de kunststofdelen en de deurafdichting in aanraking komen (ze kunnen poreus worden).
- Geen explosieve stoffen in het apparaat bewaren.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed afgesloten bewaren.
- De koelste plaatsen in de koelruimte bevinden zich aan de achterwand en boven de groenteladen. Levensmiddelen die snel bederven kunt u het beste op deze plaatsen bewaren.
- Flessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen nooit in de diepvriesruimte plaatsen. De flessen springen!
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De zone voor gevoelige levensmiddelen bevindt zich, afhankelijk van het model, helemaal onderaan tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder (afb. 15/1 en 1/2), of tussen de twee pijlen (afb. 16/1 en /2).
Ideaal voor het opslaan van vlees, vis, worst, gemengde salades etc.
Voorbeeld van de plaatsen
Figuur 1
Koelkastruimte (A)
In de schappen (10), van boven naar beneden: brood en gebak, gekookte maaltijden, melkproducten.
In de flessenhouder (11): flessen.
In de yoghurtla (12): melkproducten.
In het schap (14): vlees, worstjes en vleeswaren.
In de groentela (15): fruit en groenten.
In het eierrekje (16): eieren.
In de ruimte in de binnendeur (17): kaas en boter.
In de schappen (18): kleine flessen en conservenblikjes. Grote flessen.
Diepvriesruimte (B)
In het schap met de ijsblokjeshouder (19), maken van ijsblokjes.
In de bovenste en middelste la (20), diepvriezen van verse levensmiddelen.
In de onderste la (20), bewaren van diepvriesproducten.
Invriescapaciteit
In het bovenste vak, direct op het vriesrooster, kan binnen 24 uur maximaal 16 kg levensmiddelen in één keer worden ingevroren. Bij het invriezen in de diepvriesladen is de maximale hoeveelheid iets minder.
Zorg dat de verse levensmiddelen niet in aanraking komen met al ingevroren levensmiddelen.
Invriezen en opslaan
Attentie
De onderste diepvrieslade alleen gebruiken om er diepvrieswaren in op te slaan. Hierin liefst geen levensmiddelen invriezen.
Levensmiddelen verpakken
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. Vermeld op de vriespakjes inhoud en datum.
Levensmiddelen invriezen
Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u alle diepvriesladen (behalve de onderste) uit het apparaat halen en de levensmiddelen direct op de vriesroosters stapelen: diepvriesladen tot de aanslag uittrekken, ietsje optillen en eruit halen (afb. 8).
Om te voorkomen dat de circulatie van de lucht in het apparaat vermindert: de levensmiddelen niet hoger opstapelen dan zoals aangegeven (afb. 13/A).
Supervriezen
Als er reeds levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur voor het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld. In het algemeen is 4 tot 6 uur van tevoren voldoende.
Wilt u de invriescapaciteit ten volle benutten, dan moet u het supervriessysteem 24 uur van tevoren inschakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen tot (2 kg) kunnen zonder het gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Voor het inschakelen van het supervriessysteem hoeft u slechts op de knop te drukken (afb. 2/8).
Het gele controlelampje gaat nu branden. De koelmachine functioneert nu permanent. In de diepvriesruimte wordt een lage temperatuur bereikt.
35
Na het inladen van verse levensmiddelen kan het supervriessysteem weer uitgeschakeld worden. (Supervriesknop indrukken - het gele controlelampje gaat uit). Het invriesproces wordt nu automatisch geregeld. Dat wil zeggen: er wordt op tijd omgeschakeld op een normaal en zuinig energieverbruik.
Bewaren van levensmiddelen
Misschien wilt u af en toe grote hoeveelheden levensmiddelen in de vriezer plaatsen. In dat geval kunt u alle lades uit de diepvriezer halen (behalve de onderste lade) en de levensmiddelen direct op de planken in de diepvriezer leggen. Om de lades te verwijderen: naar voren trekken (totdat ze niet meer verder kunnen), omhoog duwen en vervolgens verwijderen. Fig. 8. Op het moment dat u levensmiddelen in de diepvriezer legt, moet u, om te voorkomen dat de luchtcirculatie aan de binnenkant van het vriesvak beschadigd raakt, in de gaten houden of ze de laadlijn niet overschrijden (Fig. 13).
Diepvrieskalender
Afbeelding 9/18
Om te voorkomen dat de kwaliteit van de diepvrieswaren afneemt, is het van belang dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven de toelaatbare bewaartijd in maanden van de desbetreffende levensmiddelen aan. Bij kant-en-klaar gekochte diepvriesproducten moet u altijd letten op de verpakkingsdatum of op de einddatum van de bewaartijd.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de diepvrieswaren, kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij kamertemperatuur, in de koelkast,
in de elektrische oven,
met of zonder heteluchtverwarming,
Invriezen en opslaan - ontdooien
IJsblokjes maken
Afbeelding 10
Vul het ijsbakje voor 3/4 met water en plaats het op het vriesplateau.
Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de ijsblokjes gemakkelijker los.
Koude-accu's
Afb. 14/30
Dit toebehoor wordt bij sommige modellen meegeleverd. Als uw apparaat niet met dit toebehoor is uitgerust, dan is dit hoofdstuk voor u niet van toepassing.
De koude-accu's voorkomen dat de opgeslagen diepvrieswaren bij het uitvallen van de stroom of bij een storing al te snel ontdooien.
Vertraging van het ontdooiproces wordt het beste bereikt door de koude-accu's direct op de levensmiddelen in de bovenste diepvrieslade te leggen.
De koude-accu's kunnen ook uit het apparaat worden genomen om levensmiddelen tijdelijk koel te houden (bijv. in een koeltas).
Ontdooien van de koelruimte
De koelruimte wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt via een verzamelgootje (afb. 3/11) door het afvoerpijpje (afb. 3/21) naar de achterkant van het apparaat gevoerd, waar het in de verdampingsschaal wordt opgevangen en vervolgens verdampt. Zorg ervoor dat het dooiwater ongehinderd kan aflopen (zie tips onder "schoonmaken").
Ontdooien van de diepvriesruimte
Indien u gaat ontdooien: trek altijd de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los.
Een te dikke laag rijp of ijs op de vriesplaten vermindert de invriescapaciteit waardoor meer energie wordt verbruikt.
Als de rijplaag ongeveer 1/2 cm dik is, moet het apparaat worden ontdooid. In ieder geval één tot twee keer per jaar. Het meest geschikte moment is als er weinig of geen diepvrieswaren in het apparaat zijn opgeslagen. Liggen er nog ingevroren producten in het apparaat, dan moet u ca. 4 uur voor het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat de levensmiddelen een lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij kamertemperatuur kunnen worden opgeslagen.
Daarna de diepvriesmanden met de levensmiddelen uit de diepvriesruimte nemen.
De levensmiddelen in een aantal lagen kranten of in een deken wikkelen en op een koele plaats bewaren. Laat de deur van het apparaat openstaan, trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los.
Het apparaat moet zo snel mogelijk ontdooid worden. (Hoe langer de ingevroren producten bij kamertemperatuur bewaard worden, des te korter zal de uiteindelijke bewaartijd zijn).
Om het dooiwater gedurende het ontdooien op te vangen, moet u het onderdeel dat in het gat van de onderste lege lade zit (afb. 7), van plaats veranderen en het in het afvoerpijpje zetten.
Na het ontdooien het dooiwater afwissen en de binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken.
Tips bij het ontdooien
Om het ontdooiingsproces te versnellen raden wij u aan een pan met heet water op een van de vriesplaten te zetten.
Wees voorzichtig met ontdooi-sprays.
Deze kunnen explosieve gassen ontwikkelen, kunststofoplossende bestanddelen of drijfgassen bevatten, of schadelijk zijn voor de gezondheid.
Rijp of ijs liever niet afschrapen. Hierdoor kunnen de vriesroosters beschadigen.
U kunt het apparaat beter laten ontdooien.
Schoonmaken Tips om energie te besparen
Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien.
Maak de koelruimte liefst één keer per maand schoon. Uit praktische overwegingen kunt u de diepvriesruimte het beste na het ontdooien schoonmaken.
Zorg ervoor dat het sop niet in de controlearmatuur en de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje licht desinfecterend schoonmaakmiddel worden schoongemaakt.
Geen zand- of zuurhoudende middelen, c.q. chemische oplosmiddelen gebruiken.
De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droog wrijven.
Het verzamelgootje (afb. 3/11) en afvoergaatje (afb. 3/21) in de koelruimte regelmatig schoonmaken zodat het dooiwater gemakkelijk kan aflopen. Het afvoergaatje met een stokje doorprikken. Zorg ervoor dat het sop niet via het afvoergaatje in de verdampingsschaal terechtkomt.
De buitenkant van het apparaat kan met een speciaal middel voor het onderhoud van lak behandeld worden.
Houd daarbij de deuren gesloten zodat het middel niet met de kunststofdelen aan de binnenkant van het apparaat in aanraking komt.
Energie besparen
- Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarming enz.) plaatsen.
- Warme gerechten pas na het afkoelen in het apparaat zetten.
- Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut hierdoor de in de diepvrieswaren aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte.
- De diepvriesruimte bij ijsvorming ontdooien. Een dikke laag ijs heeft een nadelige invloed op de koelcapaciteit waardoor het energieverbruik toeneemt.
- Bij het in- en uitladen de deuren zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimte geopend wordt, des te minder ijs zich kan afzetten op de vriesplaten.
Het zelf verhelpen van kleine storingen
Niet elke storing kan alleen door de
Servicedienst worden verholpen. Het gaat vaak om een kleinigheid die u zelf kunt oplossen. Ga daarom, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen.
Ook in de garantietijd moet u namelijk de volledige kosten voor een monteursbezoek betalen.
Abnormale geluiden:
Het apparaat staat niet waterpas of een vreemd voorwerp is in de omgeving van de koelmachine beklemd geraakt. Hierdoor kan een gedeelte aan de achterwand niet vrij trillen en raakt het apparaat de muur. Buig dit deel voorzichtig opzij.
Als de deuren niet evenwijdig lopen met de zijkanten van de kast:
Door het middelste deurscharnier te verschuiven (afb. 11) kunnen beide deuren gericht worden.
Als de controlelampjes niet branden:
Controleer of er stroom is, of de stekker in het stopcontact zit en of het apparaat is ingeschakeld.
De verlichting in de koelruimte functioneert niet:
De lichtschakelaar (afb. 2/4) klemt. Probeer of er beweging in zit. Schakel anders de Servicedienst in.
Een kapot of gebrekkig lampje:
Om dit lampje te vervangen, moet u eerst het kapje verwijderen. Dit doet u door het achterste gedeelte naar beneden te drukken (afb. 12). Vervang vervolgens het oude lampje voor een nieuw: 220-240 volt, max. 15 W, fitting E 14.
Vermindering van de koelcapaciteit:
De ontluchtingsopening aan de bovenkant van het apparaat of het beluchtingsrooster in de plint is afgedekt. Een vreemd voorwerp is tussen de koelmachine en de wand beklemd geraakt.
De deur werd te vaak geopend, of er werden te grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeladen.
Een te dikke laag rijp in de diepvriesruimte, ontdooien!
Als het rode lampje na langere tijd nog steeds knippert:
Er is sprake van een storing!
De temperatuur in de diepvriesruimte is te hoog.
Het be- en ontluchtingsrooster aan de bovenkant van het apparaat of in de plint is afgedekt.
De deur van de diepvriesruimte is niet goed dicht.
Er zijn te veel verse levensmiddelen in een keer ingevroren (in dit geval gaat het rode lampje na een tijdje weer uit) of de koelmachine is defect.
Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan in ieder geval de Servicedienst in.
Om koudeverlies te vermijden de deuren niet onnodig openen.
Verricht verder zelf geen reparaties aan het apparaat, vooral niet als het elektrische onderdelen betreft.
Attentie:
Als de temperatuur ten gevolge van een storing, of bij het uitvallen van stroom oploopt, moet u direct controleren of de diepvrieswaren beginnen te dooien.
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw ingevroren worden: vlees en vis als de temperatuur niet langer dan een dag boven de 3° is geweest.
In andere gevallen de levensmiddelen -als tenminste geur, smaak en kleur niet aangetast zijn- koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd van de levensmiddelen is hierdoor korter.
Normale geluiden in een koelkast
Het koelsysteem:
De gebruikte koelvloeistof kan geborrel veroorzaken als zij door de leidingen circuleert.
Bovendien kan het gebruikte isolatiemateriaal van het apparaat de geluiden versterken.
De compressor:
Deze kan gezoem en/of licht getik veroorzaken.
De materialen:
Vanwege de verschillende gebruikte materialen bij de constructie van het apparaat, ontstaan er knisperende geluiden door de diverse uitzettingen en krimpingen.
Servicedienst
Als u de hulp van de servicedienst inroept, geef dan het E-nummer 22 en het FD-nummer 23 op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje links onderaan in de koelruimte, naast de groentelade.
Het adres en telefoonnummer van de servicedienst vindt u in de meegeleverde brochure met serviceadressen of in het telefoonboek.
