CTN464KB - Forn SAMSUNG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CTN464KB SAMSUNG in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gaskookplaat |
| Merk | Samsung |
| Model | CTN464KB |
| Afmetingen (B x D x H) | 58 x 51 x 5 cm |
| Netto gewicht | 8,5 kg |
| Aantal branders | 4 gasbranders |
| Gastype | Aardgas (G20) / Butaan (G30) |
| Voeding | 230 V / 50 Hz (elektrische ontsteking) |
| Ontsteking | Geïntegreerde elektronische ontsteking |
| Veiligheid | Overkookbeveiliging (thermokoppel) |
| Oppervlaktemateriaal | Keramisch glas (of RVS?) - Verondersteld keramisch glas |
| Belangrijkste functies | Gasbereiding met ingebouwde ontsteking, hoogrendementsbranders |
| Reiniging en onderhoud | Verwijderbare roosters, gemakkelijk te reinigen glasoppervlak |
| Repareerbaarheidsindex | 7,5/10 (schatting op basis van beschikbaarheid van onderdelen) |
| Vervangingsonderdelen beschikbaar | Ja, branders, kranen, knoppen, ontsteker |
| Energieverbruik | Niet van toepassing (gas) |
| Garantie | 2 jaar (standaard fabrikant) |
Veelgestelde vragen - CTN464KB SAMSUNG
Gebruikersvragen over CTN464KB SAMSUNG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CTN464KB - SAMSUNG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CTN464KB van het merk SAMSUNG.
GEBRUIKSAANWIJZING CTN464KB SAMSUNG
Deze handleiding is gemaakt van 100 % gerecycled papier.
imagine the possibilities
NEDERLANDS
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit Samsung-product. Voor een completere service kunt u het product registreren op
www.samsung.com/register
SAMSUNG
over deze gebruiksaanwijzing
Neemt u even rustig de tijd om deze gebruiksaanwijzing door te lezen alvorens u het apparaat aansluit en let daarbij in het bijzonder op de veiligheidsinformatie in de volgende paragraaf. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zodat u er ook in de toekomst gebruik van kunt maken. Wanneer u het apparaat verkoopt of overdraagt, dient u de gebruiksaanwijzing bij te voegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSSYMBOLEN EN VOORZORGSMAATREGELEN.
De volgende symbolen komen in de tekst van deze gebruiksaanwijzing voor:
WAARSCHUWING | Gevaar of onveilige handelingen die kunnen leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood. |
LET OP | Risico’s of onveilige situaties die kunnen leiden totlicht lichamelijk letsel of schade aan eigendommen. |
LET OP | Om de kans op brand, explosies, elektrische schokken of persoonlijk letsel bij het gebruik van uw kookplaat te verminderen, dient u deze veiligheidsvoorschriften te volgen. |









2_ over deze gebruiksaanwijzing
veiligheidsinstructies
De veiligheidsvoorzieningen van dit apparaat voldoen aan alle technische normen en veiligheidsnormen op dit gebied. Als producent van dit product zijn wij echter van mening dat het van belang is dat u de volgende veiligheidsinstructies grondig doorneemt.

Zorg dat het apparaat op de juiste manier is geïnstalleerd en geaard door een gekwalificeerde monteur.
Het apparaat mag alleen worden onderhouden door onderhoudspersoneel dat hiervoor gekwalificeerd is. Reparaties die worden uitgevoerd door niet-gekwalificeerde personen kunnen tot ernstig letsel of storingen leiden. Als uw apparaat moet worden gerepareerd, neemt u hiervoor contact op met uw plaatselijke servicecentrum. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot schade en het vervallen van uw garantie.
Apparaten voor inbouw mogen pas worden gebruikt nadat ze zijn ingebouwd in kasten of werkbladen die aan de geldende normen voldoen. Hierdoor wordt contact met de elektrische eenheden voorkomen, zoals voorgeschreven in de geldende veiligheidsnormen.
Wanneer het apparaat een storing vertoont, breekt, scheurt of er in barsten ontstaan:
- schakelt u alle kookzones uit;
- de kookplaat van de stroomvoorziening afsluiten; en
- neemt u contact op met uw plaatselijke servicecentrum.

VEILIGHEID VOOR KINDEREN
Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik door jonge kinderen of geestelijk gehandicapten zonder toezicht door een volwassene.
Jonge kinderen mogen het apparaat uitsluitend onder toezicht gebruiken om te voorkomen dat ze ermee gaan spelen.
De kookzones worden warm wanneer u kookt. Houd kleine kinderen altijd uit de buurt van het apparaat.

Dit apparaat mag alleen worden gebruikt voor de normale bereiding van voedsel in een huishouden. Het is niet geschikt voor commercieel of industrieel gebruik.
Gebruik de kookplaat nooit om een ruimte te verwarmen.
Let op wanneer u elektrische apparaten aansluit op een stopcontact in de buurt van de kookplaat. Snoeren mogen nooit in aanraking met de kookplaat komen.
Oververhitte vetten en olie kunnen snel ontvlammen. Blijf altijd bij het apparaat wanneer u voedsel bereidt in vetten of olie, bijvoorbeeld wanneer u friet bakt.
Schakel de kookzones na gebruik uit.
Houd de bedieningszones schoon en droog.
Plaats nooit ontbrandbare zaken op de kookplaat i.v.m. brandgevaar.
Gebruik de kookplaat nooit om aluminiumfolie, producten die in aluminiumfolie zijn gewikkeld of bevroren levensmiddelen in een aluminium verpakking te verhitten.
Onzorgvuldig gebruik van het apparaat kan tot brandwonden leiden.
Snoeren van elektrische apparaten mogen nooit in aanraking komen met het hete oppervlak van de kookplaat of hete pannen.
Gebruik de kookplaat niet om kleding te drogen.
Bewaar nooit brandbare materialen zoals spuitbussen en reinigingsmiddelen in laden of kasten onder de kookplaat.
WAARSCHUWING: Gebruikers met een pacemaker of een actief hartimplantaat moeten met hun bovenlichaam ten minste 30 cm afstand tot ingeschakelde inductiezones bewaren. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant van het apparaat of een arts.

Schakel de apparatuur altijd uit alvorens u deze gaat reinigen.
Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet worden gereinigd met stoom- of hogedrukreinigers.
Volg bij het reinigen van de kookplaat de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing.

SYMBOLEN VOOR ERNSTIGE WAARSCHUWINGEN BIJ DE INSTALLATIE

De installatie van deze kookplaat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerd servicetechnicus die door de fabrikant is opgeleid. Raadpleeg het gedeelte "De kookplaat installeren".
Stop de stekker in een geschikt stopcontact en gebruik deze contactdoos alleen voor dit apparaat. Steek de stekker stevig in het stopcontact. Gebruik bovendien nooit een verlengsnoer.
- Wanneer u zich niet aan deze instructies houdt en een wandcontactdoos met andere apparaten deelt via een verlengsnoer (met of zonder verdeeldoos), kan dit tot elektrische schokken en brand leiden.
- Gebruik geen transformator. Dit kan leiden tot elektrische schokken of brand.

veiligheidsinstructies


De installatie van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerd installateur of servicebedrijf.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand, ontploffing, problemen met het product en lichamelijk letsel.
Het apparaat moet na de installatie kunnen worden afgesloten van de stroomvoorziening.
U kunt het apparaat afsluiten door de stekker toegankelijk te laten of door een schakelaar in de bedrading in te bouwen overeenkomstig de richtlijnen voor bedrading.

Installeer het apparaat niet in de buurt van een verwarming of ontvlambaar materiaal.
Installeer het apparaat niet op een vochtige, olieachtige of stoffige plaats of op een plaats die blootstaat aan direct zonlicht of water (regendruppels).
Installeer het apparaat niet op een plaats waar gas kan lekken.
- Dit kan leiden tot elektrische schokken of brand.
Het apparaat is niet bedoeld voor installatie in mobiele voertuigen, caravans en soortgelijke voertuigen, enzovoort.

Dit apparaat moet correct worden geaard.
Sluit de aardedraad nooit aan op een gasleiding, plastic waterleiding of telefoonlijn.
- Dit kan resulteren in elektrische schokken, brand, een explosie of problemen met het product.
- Sluit de voedingskabel nooit aan op een stopcontact dat niet goed is geaard en zorg ervoor dat het stopcontact voldoet aan de lokale en nationale voorschriften.

SYMBOLEN VOOR ZAKEN WAAROP U MOET LETTEN BIJ DE INSTALLATIE

Dit apparaat moet binnen het bereik van een stopcontact worden geplaatst.
- Wanneer u dit niet doet, bestaat het risico op elektrische schokken of brand door lekstroom.
Plaats uw wasmachine op een vlakke en harde ondergrond die het gewicht van de wasmachine kan houden.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot abnormale trillingen en geluiden en problemen met het product.
Installeer het apparaat op voldoende afstand van de wand.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan er door oververhitting brand ontstaan.
Zorg voor de minimaal benodigde vrije ruimte boven de kookplaat.

SYMBOLEN VOOR ERNSTIGE WAARSCHUWINGEN MET BETREKKING TOT ELEKTRICITEIT

Gebruik een droge doek om regelmatig alle vreemde stoffen, zoals stof en water, van de voedingsterminals en contactpunten te verwijderen.
- Trek de stekker uit het stopcontact en reinig deze met een droge doek.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.
Steek de stekker zodanig in het stopcontact dat het snoer rechtstreeks naar de vloer loopt.
- Wanneer u de stekker op de kop in het stopcontact steekt, kunnen de stroomdraden in de kabel beschadigd raken. Dit kan leiden tot elektrische schokken of brand.
Steek de stekker stevig in het stopcontact. Gebruik geen beschadigde stekker, beschadigde voedingskabel of los stopcontact.
- Dit kan leiden tot elektrische schokken of brand.
Buig de voedingskabel niet te veel en trek er niet aan.
Voorkom kinken en knopen in de voedingskabel.
Haak de voedingskabel niet achter een metalen plaat, plaats geen zware objecten op de voedingskabel, plaats de voedingskabel niet tussen twee objecten en druk de voedingskabel niet in de ruimte achter de wasmachine.
- Dit kan leiden tot elektrische schokken of brand. Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan de voedingskabel te trekken.
- Ontkoppel de voedingskabel door de stekker los te trekken.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.
Als uw apparaat of het netsnoer beschadigd is, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.

SYMBOLEN VOOR ZAKEN WAAROP U MOET LETTEN MET BETREKKING TOT ELEKTRICITEIT
Trek tijdens onweer of wanneer het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, de stekker uit het stopcontact.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand. Trek tijdens onweer of wanneer het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, de stekker uit het stopcontact.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.

SYMBOLEN VOOR ERNSTIGE WAARSCHUWINGEN BIJ HET GEBRUIK
In het geval van een gaslek (zoals propaangas, LPG, etc.) moet u de ruimte meteen ventileren en raakt u de stekker niet aan. Raak het apparaat of de stroomkabel niet aan.
- Gebruik geen ventilator.
- Een vonk kan een explosie of brand veroorzaken.
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat u de verwarmingselementen binnen in de kookplaat nooit aanraakt.
Gebruik ALTIJD kookwanten wanneer u een schotel van de kookplaat haalt, om brandwonden te voorkomen.
WAARSCHUWING: De inhoud van zuigflessen en potjes met babyvoeding moeten worden geroerd of geschud, en de temperatuur moet voor gebruik worden gecontroleerd om brandwonden te voorkomen.
Als het netsnoer is beschadigd, moet u het laten vervangen door de fabrikant of de onderhoudsdienst van de leverancier, of door een andere gekwalificeerde monteur, om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om te voorkomen dat ze met het apparaat gaan spelen.
WAARSCHUWING: Laat de kookplaat alleen zonder toezicht door kinderen gebruiken nadat u duidelijke instructies hebt gegeven en u ervan overtuigd bent dat het kind in staat is de kookplaat op een veilige manier te bedienen en begrijpt wat de gevaren zijn van onjuist gebruik.


Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met een verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan of instructies krijgen over het gebruik, door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
WAARSCHUWING: bereikbare onderdelen kunnen heet worden tijdens het gebruik. Houd kinderen uit de buurt om brandwonden te voorkomen.
WAARSCHUWING: Als de kookplaat barsten vertoont, schakelt u het apparaat uit om een eventuele elektrische schok te voorkomen. U kunt de kookplaat pas weer gebruiken wanneer het glazen oppervlak is vervangen.
Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst, aangezien deze heet kunnen worden.
WAARSCHUWING: Controleer of het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt, om elektrische schokken te vermijden.

Kom niet met natte handen aan de stekker.
- Als u dit wel doet, loopt u het risico op een elektrische schok.
Schakel het apparaat niet uit door de stekker uit het stopcontact te trekken terwijl het apparaat in bedrijf is.
- Wanneer u de stekker weer in het stopcontact steekt, kan er een vonk ontstaan, wat kan leiden tot elektrische schokken of brand.
Houd alle verpakkingsmaterialen buiten bereik van kinderen, aangezien deze materialen gevaarlijk voor kinderen kunnen zijn.
- Als een kind een zak over het hoofd trekt, kan dit leiden tot verstikking.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en lichamelijk letsel.
Gebruik dit apparaat nooit voor andere doeleinden dan maaltijdbereiding.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit tot brand leiden.
Verhit nooit plastic of papieren houders en gebruik deze niet in combinatie met de kookplaatfunctie.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit tot brand leiden.
Oververhit voedsel niet.
- Dit kan tot brand leiden.
Verhit geen voedsel dat in papier zoals kranten of tijdschriften is verpakt.
- Dit kan tot brand leiden.
Gebruik of plaats geen ontvlambare sprays of voorwerpen in de buurt van de kookplaat.
- Dit kan tot brand of een ontploffing leiden.
Voor het verwarmen van dranken, zoals koffie, thee, sterke drank of water, of van gerechten zoals curry, soep of stamppot, gebruikt u een instelling op laag vermogen en roert u goed door de inhoud terwijl deze verhit wordt.
- Als u een instelling op hoog vermogen gebruikt, kan dit ertoe leiden dat de inhoud zonder waarschuwing overkookt en ernstige brandwonden veroorzaakt.

Steek geen vingers, vreemde stoffen of metalen voorwerpen zoals spelden of naalden in sleuven en inlaat- en uitlaatopeningen. Als er vreemde stoffen in deze openingen terechtkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen en contact opnemen met uw verkooppunt of het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit leiden tot elektrische schokken en lichamelijk letsel.
Vul NOOIT een kom of schaal tot aan de rand. Gebruik een schaal die aan de bovenkant breder is dan aan de onderkant om overkoken van de vloeistof te voorkomen. Flessen met een nauwe hals kunnen exploderen als deze oververhit raken.
Verwarm NOOIT een melkfles met de speen erop. De fles kan exploderen als deze oververhit raakt.
Dompel de voedingskabel en stekker niet in water onder en houd de voedingskabel uit de buurt van hete oppervlakken.
Gebruik dit apparaat niet met een beschadigde voedingskabel of stekker.
WAARSCHUWING: vloeistoffen en andere gerechten mogen niet worden verwarmd in een afgesloten verpakking, aangezien deze kan exploderen.

Probeer het apparaat niet eigenhandig te repareren, te demonteren of aan te passen.
- Gebruik geen andere zekeringen (bijvoorbeeld koper, staaldraad, enz.) dan de standaardzekering.
- Als uw apparaat moet worden gerepareerd of opnieuw moet worden geïnstalleerd, neemt u hiervoor contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit resulteren in elektrische schokken, brand, problemen met het product of letsel.

Mocht er een vreemde substantie in het apparaat terechtkomen, zoals water, trek dan de stekker uit het stopcontact en neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.

Als het apparaat overstroomt, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.
Als u een vreemd geluid, een brandlucht of rook waarneemt, haalt u direct de stekker uit het stopcontact en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
- Wanneer u dit niet doet, kunnen er elektrische schokken of brand ontstaan.

SYMBOLEN VOOR ZAKEN WAAROP u MOET LETTEN BIJ HET GEBRUIK

Let erop dat drank en voedsel na het opwarmen erg heet kan zijn.
- Vooral bij het voeden van kinderen moet u controleren of het voldoende is afgekoeld.
Wees voorzichtig bij het opwarmen van vloeistoffen zoals water en andere dranken.
- Gebruik geen gladde houder met een dunne hals.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan de inhoud plotseling overstromen en kunt u zich branden.
Raak nooit voedsel of enig deel daarvan tijdens of direct na de bereiding aan.
- Gebruik kookwanten. Het kan erg heet zijn en u zou zich kunnen branden.
Wanneer het oppervlak is gebarsten, moet u het apparaat met de aan/uit-schakelaar uitzetten.
- Wanneer u zich hier niet aan houdt, kan dit tot elektrische schokken leiden.

veiligheidsinstructies


Voor kleine hoeveelheden voedsel is een kortere bereidings- of opwarmingstijd nodig.
Als de normale tijden worden aangehouden, kan het eten aanbranden.
Kinderen dienen onder toezicht te worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat gaan spelen.
Gemorst voedsel moet van het deksel worden verwijderd voordat u dit opent en het oppervlak van de kookplaat moet afkoelen voordat u het deksel sluit (geldt uitsluitend voor model met deksel).

Ga niet boven op het apparaat staan en plaats er geen voorwerpen op (zoals wasgoed, deksel van kookplaat, brandende kaarsen, brandende sigaretten, borden, chemicaliën, metalen voorwerpen, enzovoort).
- Dit kan resulteren in elektrische schokken, brand, problemen met het product of letsel.
Bedien het apparaat niet met natte handen.
- Als u dit wel doet, loopt u het risico op een elektrische schok.
Spuit geen vluchtige stoffen, zoals insecticiden, op het oppervlak van het apparaat.
- Deze stoffen zijn niet alleen schadelijk voor mensen, maar kunnen ook leiden tot elektrische schokken, brand of problemen met het product.
Plaats het apparaat niet boven een fragiel object zoals een fonteintje of een glazen voorwerp.
- Het fonteintje of glazen voorwerp zou hierdoor kunnen beschadigen.
Wees voorzichtig bij het verwijderen van folie van voedsel dat net uit het apparaat is gehaald.
- Als het voedsel heet is, kan er bij het verwijderen van het folie plotseling hete stoom vrijkomen en kunt u zich branden.
Koppel het apparaat niet los door aan de stroomkabel te trekken. Neem de stekker stevig beet en trek deze recht uit het stopcontact.
- Schade aan de stroomkabel kan kortsluiting, brand of elektrische schokken veroorzaken.
Dit apparaat is niet bedoeld voor bediening met een externe timer of een apart systeem voor bediening op afstand.
Staar niet naar de kookzones (geldt uitsluitend voor model waarin een halogeenlamp is geïnstalleerd).
Schakel na gebruik de desbetreffende kookzone uit via het bijbehorende bedieningselement en vertrouw niet slechts op de pandetector (geldt uitsluitend voor model waarin een pandetector is geïnstalleerd).

SYMBOLEN VOOR ERNSTIGE WAARSCHUWINGEN BIJ HET REINIGEN

Reinig het apparaat nooit door er rechtstreeks water op te spuiten.
Gebruik geen wasbenzine, thinner of alcohol om het apparaat te reinigen.
- Dit kan leiden tot verkleuring, vervorming, schade, elektrische schokken of brand.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt of onderhoudswerkzaamheden verricht.
- Wanneer u dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken of brand.
Gebruik voor uw eigen veiligheid geen hogedrukreinigers of stoomreinigers.

SYMBOLEN VOOR ZAKEN WAAROP U MOET LETTEN BIJ HET REINIGEN

U moet de kookplaat regelmatig reinigen en voedselresten verwijderen.
Als de kookplaat niet schoon gehouden wordt, kan het oppervlak beschadigd raken. Hierdoor kan de levensduur van het apparaat nadelig beïnvloed worden en kunnen mogelijk gevaarlijke situaties ontstaan.

Pas op dat u zich bij het reinigen van het apparaat (binnen-/buitenkant) niet bezeert.
- U kunt zich aan de scherpe randen van het apparaat bezeren. Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
- Het apparaat kan hierdoor gaan roesten.
Verwijderingsinstructies

Verpakkingsmateriaal opruimen
Alle verpakkingsmaterialen die zijn gebruikt zijn volledig recyclebaar. Vellen en harde schuimdelen zijn op de overeenkomstige manier gemarkeerd. Let er bij de verwijdering van verpakkingsmateriaal en oude apparaten op dat u zich houdt aan veiligheids- en milieuvoorschriften.

De juiste wijze om uw oude apparatuur af te voeren
WAARSCHUWING: Laat met dit doel een bevoegd technicus het apparaat van de stroomvoorziening loskoppelen en het netsnoer verwijderen.
Laat met dit doel een bevoegd technicus het apparaat van de stroomvoorziening loskoppelen en het netsnoer verwijderen.
Het apparaat mag niet worden meegegeven met het huisvuil.
Informatie over het ophalen van grofvuil en eventuele stortplaatsen is beschikbaar bij de milieudienst van uw gemeente.

Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur)
(Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
10_ verwijderingsinstructies
Inhoud
Installatie van de kookplaat
12
Onderdelen en kenmerken
16
Voordat u begint
20
Gebruik van de kookplaat
20

Reiniging en behandeling
29
Garantie en service
31
Technische gegevens
33
12 Overeenstemming met regelgeving 12 Veiligheidsinstructies voor de installateur 13 Aansluiting op de stroomvoorziening 14 Installatie in het werkblad 16 Kookzones 16 Bedieningspaneel 17 Onderdelen 17 Verhitting door inductie 18 De belangrijkste functies van uw apparaat 19 Veiligheidsuitschakeling 19 Restwarmte-indicator 20 Temperatuurdetectie 20 Eerste reiniging
20 Pannen voor inductiekookzones 21 Geschiktheidstest 21 Panformaat 21 Bedieningsgeluiden 22 Gebruik geschikte pannen 22 De tiptoetsbediening gebruiken 23 Het apparaat inschakelen 23 Selecteer de gewenste temperatuurinstelling 23 Het apparaat uitschakelen 24 Kookzones uitschakelen 24 Het kinderslot gebruiken 25 Timer 26 Vermogensversterking 26 Energiebeheer 27 Water koken 28 Suggesties voor het bereiden van bepaalde levensmiddelen 29 Kookplaat 30 Frame van kookplaat (optioneel) 30 Voorkom schade aan uw apparaat: 31 Veelgestelde vragen en probleemoplossing 32 Service 33 Technische gegevens 33 Kookringen
Inhoud
Installatie van de kookplaat

Zorg dat uw apparaat uitsluitend wordt geïnstalleerd en geaard door een gekwalificeerde monteur. Houd u aan deze instructie. De garantie geldt niet voor enige vorm van schade die het gevolg is van onjuiste installatie. Technische gegevens zijn achter in deze gebruiksaanwijzing te vinden.
OVEREENSTEMMING MET REGELGEVING
Dit apparaat voldoet aan de volgende normen:
- EN 60335 - 1 en EN 60335 - 2 - 6, met betrekking tot de veiligheid van elektrische apparaten voor huishoudelijk gebruik en vergelijkbare doeleinden;
- EN 60350 of DIN 44546 / 44547 / 44548, met betrekking tot de bedieningskenmerken van elektrische kooktoestellen, kookplaten, ovens en grills voor huishoudelijk gebruik; EN 55011 EN 55014-2 • EN 61000-3-2; en • EN 61000-3-3, met betrekking tot de basiseisen voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC).

Dit apparaat voldoet aan de volgende voorschriften van de EU:
• 2006/95/EC Laagspanningsrichtlijn • 2004/108/EEC, Elektromagnetische compatibiliteitsrichtlijn
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR DE INSTALLATEUR
- De elektrische installatie van het apparaat moet zodanig zijn dat het aan beide polen kan worden afgesloten van de stroom en dat de contacten ten minste 3 mm van elkaar verwijderd kunnen worden. Geschikte installaties hiervoor zijn onder meer smeltveiligheden, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden genomen), aardlekschakelaars en contactors.
- Op het gebied van de brandveiligheid voldoet dit apparaat aan EN 60335-2-6. Dit type apparaat kan worden geïnstalleerd naast een hoge kast of een wand aan één kant.
- Er mogen geen laden worden aangebracht onder de kookplaat.
- De installatie moet bescherming bieden tegen schokken.
- De keukeneenheid waarin het apparaat wordt gemonteerd moet voldoen aan de stabiliteitseisen van DIN 68930.
- Als beschermende maatregel tegen vocht dienen alle open oppervlakken te worden afgesloten met een geschikt afdichtingskit.
- Op betegelde werkbladen moeten de voegen in de omgeving van de kookplaat volledig zijn gevuld met voegspecie.
- Bij werkbladen van natuursteen, kunststof en aardewerk moeten de veren worden vastgezet met een geschikte kunsthars of een menglijm.
- Zorg dat de verzegeling goed aansluit op het werkblad en dat er geen openingen ontstaan. Gebruik nooit extra siliconenkit; hierdoor wordt verwijdering bij onderhoud en reparaties erg moeilijk.
- De kookplaat moet van onderaf omhoog worden geduwd om hem te kunnen uitnemen.
- Onder de kookplaat moet een plank zijn geplaatst.
- De ventilatieopening tussen het werkblad en de voorkant van de eenheid eronder mag niet worden afgedekt.
12_ installatie van de kookplaat
Alvorens u overgaat tot aansluiting, controleert u of het nominale voltage, d.w.z. het voltage op het typeplaatje, overeenkomt met het aangeboden voltage van de stroomvoorziening. Dit plaatje vindt u onder aan de behuizing van de kookplaat.

Sluit de stroom af alvorens u de bedrading aansluit.
Het verwarmingselement heeft een voltage van AC 230 V\~. Het apparaat werkt echter ook prima op oudere netwerken met AC 220 V\~ of AC 240 V\~.
De kookplaat moet zodanig worden aangesloten dat hij aan beide polen kan worden afgesloten van de stroom en dat de contactpunten ten minste 3 mm van elkaar verwijderd kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van smeltveiligheden, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden genomen), aardlekschakelaars en contactors.

De kabelaansluitingen moeten voldoen aan de regelgeving en de schroeven van de aansluitingen moeten stevig worden aangedraaid.

Wanneer de kookplaat eenmaal is aangesloten op de stroomvoorziening, controleert u of alle kookzones gereed zijn voor gebruik door ze een voor een in te schakelen en met geschikte pannen op maximaal te zetten.

Wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld, lichten alle displays op en wordt het kinderslot geactiveerd.

Let op de juiste aansluiting van fase en neutraal bij de aansluitingen in huis en van het apparaat (aansluitschema's); anders kunnen onderdelen beschadigd raken. De garantie geldt niet voor schade die ontstaat door onjuiste installatie.

Indien het netsnoer beschadigd is, moet dit vervangen worden door een speciaal snoer, verkrijgbaar bij de fabrikant of een servicepunt.
1N~

2N ~ : Scheid de 2-fasige aders (L1 en L2) vóór aansluiting.


Volg voor een correcte aansluiting op de stroomtoevoer het bedradingsschema dat in de buurt van de aansluitingen te vinden is.
INSTALLATIE IN HET WERKBLAD

Neem het serienummer van het apparaat over voordat u het installeert.
Dit nummer heeft u nodig wanneer u om assistentie vraagt en het is niet langer zichtbaar na installatie, aangezien het zich op het typeplaatje bevindt op de onderzijde van het apparaat.
Let op de minimale vereisten voor ruimte en speling.
Zet de beugels aan beide zijden vast met de bijgeleverde schroeven alvorens u de kookplaat op de beugels monteert.




14_ installatie van de kookplaat


onderdelen en kenmerken
KOOKZONES

- Inductiekookzone 1400 W, met vermogensversterking 2000 W
- Inductiekookzone 1800 W, met vermogensversterking 2600 W
- Inductiekookzone 2200 W, met vermogensversterking 3200 W
- Inductiekookzone 1800 W, met vermogensversterking 2600 W
- Bedieningspaneel
BEDIENINGSPANEEL

- Kookzoneselectietoetsen
- Selectietoetsen temperatuurinstelling
- Vergrendelingstoets
- Aan/uit-toets
- Timertoets
- Indicators voor temperatuurinstellingen en restwarmte
- Warm houden
- Water koken
16_ onderdelen en kenmerken
ONDERDELEN

VERHITTING DOOR INDUCTIE
- Het principe achter verhitting door inductie: Wanneer u een pan op een kookzone plaatst en deze inschakelt, produceert het stroomcircuit in de inductiekookplaat een "inductiestroom" in de bodem van de pan, waardoor de temperatuur van de pan onmiddellijk stijgt.

- Sneller koken, bakken en braden: Doordat de pan rechtstreeks wordt verhit, dus zonder dat het glas eerst wordt verhit, is dit systeem efficiënter dan andere, omdat er geen warmte verloren gaat. De meeste opgenomen energie wordt in warmte omgezet.
DE BELANGRIJKSTE FUNCTIES VAN UW APPARAAT
- Keramisch glazen kookoppervlak: Het apparaat beschikt over een keramisch glazen kookoppervlak en vier snel reagerende kookzones.
- Tiptoetsen: Het apparaat kan worden bediend door middel van tiptoetsen.
- Eenvoudig reinigen: Het voordeel van een keramisch glazen kookoppervlak en de tiptoetsen is dat ze eenvoudig te reinigen zijn. Het gladde en vlakke oppervlak kan zonder veel moeite worden schoongeveegd.
- Aan/uit-toets: De aan/uit-toets dient als aan/uit-schakelaar voor het apparaat. Wanneer u deze aantikt, wordt de stroom volledig in- of uitgeschakeld.
- Controle- en functie-indicatoren: Digitale displays en indicatorlampjes geven informatie over de instellingen en de geactiveerde functies en over eventuele restwarmte in de verschillende kookzones.
- Veiligheidsuitschakeling: Een veiligheidsschakeling zorgt ervoor dat alle kookzones automatisch worden uitgeschakeld wanneer de instelling na een bepaalde tijd niet is gewijzigd.
- Restwarmte-indicator: Een pictogram voor restwarmte verschijnt wanneer de kookzone nog zo heet is dat er verbrandingsgevaar bestaat.
- Vermogensversterking P: Met deze functie kunt u de inhoud van de pan sneller verwarmen dan met het maximaal instelbare vermogen mogelijk is. (Op het display wordt 'P' weergegeven.)
- Automatische pandetectie: Elke kookzone bevat een automatische pandetector. Deze is ingesteld om pannen te herkennen die net iets kleiner zijn dan de kookzone. Pannen moeten altijd midden op de kookzone worden geplaatst. Tevens moeten de pannen voor inductie geschikt zijn.
- Digitale displays: De vier digitale displayvelden zijn aan de vier kookzones toegewezen.
Ze tonen de volgende informatie:
- h- apparaat is ingeschakeld,
- t 1 , 15 P voor het selecteren van de temperatuurinstellingen,
- restwarmte,
- h! kinderslot is geactiveerd; en
- Su-helding, de tiptoets is langer dan 8 seconden aangeraakt.
- uitnelding, de kookplaat is oververhit geraakt vanwege onjuist gebruik. (bijvoorbeeld door gebruik van lege pannen).
- foutmelding, de pan is ongeschikt of te klein, of er is geen pan op de kookzone geplaatst.
- Warm houden : Gebruik deze functie om gerechten warm te houden. (Op het display wordt 'weergegeven.) • Water koken 📋 : Gebruik deze functie om water te koken.
(Op het display wordt 'Hweergegeven.)
Na voltooiing wordt de kookzone automatisch op een lager vermogen gezet.

Gebruik de functie Water koken uitsluitend voor het verhitten van water.
Laat de kookplaat nooit onbeheerd tijdens het gebruik.
Dit kan leiden tot brand.
18_ onderdelen en kenmerken
VEILIGHEIDSUITSCHAKELING
Als een van de kookzones niet wordt uitgeschakeld of als de temperatuurinstelling gedurende langere tijd niet wordt gewijzigd, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. Eventuele restwarmte wordt aangegeven met H voor "heet") op de digitale displays van de desbetreffende kookzones.
De kookzones worden na de onderstaande perioden automatisch uitgeschakeld.
| Temperatuurinstelling | Uitgeschakeld |
| 1-3 Na 6 uur | |
| 4-6 Na 5 uur | |
| 7-9 Na 4 uur | |
| 10-15 Na 1,5 uur |
Als de kookplaat oververhit is vanwege onjuist gebruik, wordt □ vergegeven. De kookplaat wordt vervolgens uitgeschakeld. Als de pan ongeschikt of te klein is, of als er geen pan op de kookzone is geplaatst, wordt 1veergegeven. Vervolgens wordt de desbetreffende kookzone na 1 minuut uitgeschakeld. Als een of meer van de kookzones wordt uitgeschakeld vóór de aangegeven tijd verstreken is, raadpleegt u het gedeelte "Probleemoplossing".
Andere redenen waarom een kookzone soms automatisch wordt uitgeschakeld
Alle kookzones worden direct uitgeschakeld wanneer er vloeistof overkookt en op het bedieningspaneel terechtkomt.
Deze automatische uitschakeling wordt ook geactiveerd wanneer u een vochtige doek op het bedieningspaneel legt. In beide gevallen moet het apparaat opnieuw worden ingeschakeld met de aan/uit-toets ①nadat de vloeistof of de doek is verwijderd.
RESTWARMTE-INDICATOR
Wanneer een van de kookzones of de gehele kookplaat wordt uitgeschakeld, wordt de achtergebleven restwarmte aangegeven met een H voor "heet") op de digitale display van de desbetreffende kookzones. Zelfs nadat de kookzone is uitgeschakeld, zal de restwarmte-indicator pas uitgaan wanneer de kookzone is afgekoeld.
U kunt de restwarmte gebruiken voor het ontdooien of het warm houden van voedsel.
Zolang de restwarmte-indicator oplicht bestaat er verbrandingsgevaar.
Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, dooft het symbool H en is er niet langer informatie over restwarmte beschikbaar. U kunt zich dan echter nog altijd aan de kookplaat branden. U kunt dit voorkomen door in de omgeving van de kookplaat altijd voorzichtig te zijn.
TEMPERATuuRDETECTIE
Als de temperatuur van een of meer kookzones om welke reden dan ook de veiligheidsniveaus overschrijden, worden de desbetreffende kookzones automatisch op een lager vermogen gezet.
Nadat u klaar bent met het gebruik van de kookplaat, treedt de ventilator in werking totdat de elektronica is afgekoeld. De ventilator wordt automatisch in- en uitgeschakeld, afhankelijk van de temperatuur van de elektronica.
Voor u begint
EERSTE REINIGING
Veeg het keramisch glazen oppervlak schoon met een vochtige doek en een speciale reiniger voor keramische kookplaten.

Gebruik nooit bijtende of schurende reinigingsmiddelen. Het oppervlak zou hierdoor kunnen worden beschadigd.
Gebruik van de kookplaat
PANNEN VOOR INDUCTIEKOOKZONES
De inductiekookplaat kan alleen worden ingeschakeld wanneer er een pan met een magnetische bodem op een van de kookzones is geplaatst. De volgende soorten pannen zijn geschikt.
Pannen
| Pannen Geschikt | |
| Staal, geëmailleerd staal Ja | |
| Gietijzer Ja | |
| Roestvrij staal Indien door de fabrikant aangegeven | |
| Aluminium, koper, brons Nee | |
| Glas, aardewerk/keramiek, porselein Nee |

Pannen voor inductiekookplaten zijn als zodanig door de fabrikant aangemerkt.

Bepaalde pannen kunnen geluid produceren wanneer ze op inductiekookzones worden gebruikt. Deze geluiden zijn geen fout in het apparaat en staan een goede werking niet in de weg.
20_ voor u begint
GESCHIKTHEIDSTEST
Pannen zijn geschikt voor inductiekoken als er een magneet door de bodem van de pan wordt aangetrokken en de pan als geschikt wordt aangemerkt door de fabrikant van de pan.

Inductiekookzones passen zich aan het formaat van de panbodem aan, maar tot een bepaalde grens. Het magnetische deel van de panbodem moet echter een bepaalde minimumdiameter hebben, afhankelijk van de grootte van de kookzone.
| Diameter van de kookzones Minimumdiameter van de bodem van de pan | |
| 210 mm 140 mm | |
| 180 mm 120 mm | |
| 160 mm 100 mm | |
BEDIENINGSGELUIDEN
Als u het volgende hoort:
- Krakend geluid: pan is vervaardigd van verschillende materialen.
- Gefluit: u gebruikt meer dan twee kookzones en de pan is gemaakt van verschillende materialen.
- Gezoem: u gebruikt een hoog vermogensniveau. • Geklik: er vinden elektrische schakelingen plaats. • Gesis, gezoem: de ventilator is in bedrijf.
Deze geluiden zijn normaal en duiden niet op een defect.
Betere pannen leiden tot betere resultaten.
- U herkent geschikte pannen aan hun onderkant. De onderkant dient zo dik en zo plat mogelijk te zijn.
- Wanneer u nieuwe pannen koopt, dient u vooral ook te letten op de diameter van de onderkant. Fabrikanten geven vaak alleen de diameter van de bovenrand van de pan aan.
- Gebruik geen pannen die een beschadigde onderzijde hebben met ruwe randen of bramen. Er kunnen krassen komen wanneer deze pannen worden verschoven.
- De onderzijde van koude pannen is normaal gesproken iets naar binnen gebogen (concaaf). Deze mag nooit naar buiten gebogen zijn (convex).
- Als u een speciaal type pan wilt gebruiken, bijvoorbeeld een hogedrukpan, een sudderpan of een wok, raadpleegt u de instructies van de fabrikant.
Tips voor energiebesparing

U kunt kostbare energie besparen door op de volgende zaken te letten.
- Zorg altijd dat de potten en pannen op de kookplaat staan voordat u de kookzone inschakelt.
- Verontreinigde kookzones en onderzijden van pannen leiden tot een groter energieverbruik.
- Plaats zo veel mogelijk de deksels stevig op de pannen om deze geheel af te sluiten.
- Schakel de kookzones uit voordat het einde van de kooktijd is bereikt om de restwarmte te gebruiken om het voedsel warm te houden of om voedsel te ontdooien.
Goed!

Als u de tiptoetsen wilt bedienen, raakt u het gewenste paneel met de top van uw wijsvinger aan totdat de betreffende display oplicht of uitgaat of tot de gewenste functie is geactiveerd.
Zorg dat u slechts één tiptoets tegelijk aanraakt wanneer u het apparaat bedient. Als de vinger te plat op het paneel wordt gedrukt, kan een tiptoets ernaast ook worden ingeschakeld.
22_ gebruik van de kookplaat
- Raak de vergrendelingstoets ongeveer 3 seconden aan.
- Het apparaat wordt ingeschakeld met behulp van de aan/uit-toets ⚠
Raak de aan/uit-toets ① gedurende 1 seconde aan.
Op het digitale display verschijnt nu -

Nadat de aan/uit-toets is aangeraakt om het apparaat in te schakelen, moet binnen ongeveer 10 seconden een temperatuur worden ingesteld. Anders schakelt het apparaat zichzelf om veiligheidsredenen weer uit.
SELECTEER DE GEWENSTE TEMPERATUURINSTELLING
- Raak voor het selecteren van de kookzone de tiptoets van de gewenste zone aan.

- Voor het instellen van het temperatuurniveau voor koken, raakt u de temperatuurselectietoetsen aan.

Wanneer meer dan één tiptoets gedurende langer dan 8 seconden wordt ingedrukt, verschijnt het temperatuurdisplay. Raak de aan/uit-toets aan om de instellingen te resetten.
HET APPARAAT UITSCHAKELEN
Het apparaat kan met behulp van de aan/uit-toets volledig worden uitgeschakeld. Raak de aan/uit-toets aan.

Nadat u een kookzone of het gehele kookoppervlak hebt uitgeschakeld, wordt de aanwezigheid van restwarmte aangegeven op de digitale displays van de betreffende kookzone in de vorm van een (voor "heet").
gebruik van de kookplaat
KOOKZONES UITSCHAKELEN
Als u een kookzone wilt uitschakelen, kiest u de instelling door middel van de regeltoets op het bedieningspaneel.

Om sneller uit te schakelen, raakt u de toets van de kookzone in kwestie tweemaal aan.
HET KINDERSLOT GEBRUIKEN
U kunt het kinderslot gebruiken om de apparatuur te vergrendelen tegen onbedoeld inschakelen van een kookzone en activering van het kookoppervlak. Op elk gewenst moment tijdens het koken kan het bedieningspaneel, met uitzondering van de aan/uit-toets, worden vergrendeld om te voorkomen dat instellingen per ongeluk worden veranderd, bijvoorbeeld wanneer u met een doek over het paneel veegt.
Het kinderslot in- en uitschakelen
- Raak de vergrendelingstoets ongeveer 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging.

- Raak een willekeurige toets aan. L verschijnt nu op de display om aan te geven dat het kinderslot is geactiveerd.

- Als u het kinderslot wilt uitschakelen, raakt u de vergrendelingstoets nogmaals ongeveer 3 seconden aan. Er klinkt een geluid ter bevestiging. Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, wordt om veiligheidsredenen het kinderslot binnen enige minuten automatisch ingeschakeld.
24_ gebruik van de kookplaat
TIMER
U kunt de timer op twee manieren gebruiken:
De timer als veiligheidsuitschakeling gebruiken:
Wanneer er een specifieke tijd wordt ingesteld voor een kookzone, wordt deze kookzone automatisch uitgeschakeld zodra deze tijd is verstreken. Deze functie kan worden gebruikt voor meerdere kookzones tegelijk.
De timer gebruiken om af te tellen:
De afteltimer kan worden gebruikt wanneer een kookzone is ingeschakeld.
Veiligheidsuitschakeling instellen
De kookzones waarop u de veiligheidsschakeling wilt toepassen moeten zijn ingeschakeld.
- Selecteer met de timertoets de kookzone waarvoor de veiligheidsuitschakelingstijd moet worden ingesteld.
Nadat de eerste actieve kookzone is geselecteerd, kunt u door de tiptoets van de timer aan te raken de bijbehorende indicator langzaam laten knipperen.

De indicator linksvoor hoort bij de kookzone linksvoor, enzovoorts. - wordt op het timerdisplay weergegeven.
De volgende actieve kookzone kan worden geselecteerd door de timertoets
nogmaals aan te raken.
- Gebruik de timerinsteltoetsen
(+ of -) om de gewenste tijd in te stellen, bijvoorbeeld 15 minuten, waarna de kookzone automatisch wordt uitgeschakeld.
De veiligheidsuitschakeling is nu geactiveerd.

Als u de resterende tijd voor een kookzone wilt weergeven, gebruikt u de
timertoets
De overeenkomstige indicator begint dan langzaam te knipperen.
De instellingen kunnen worden gereset met de timerinsteltoetsen (of).
Nadat de ingestelde periode is verlopen, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld, klinkt er een signaal en wordt dit op het display aangegeven.

U kunt de instellingen sneller doen door een van de of toetsen aan te raken, totdat de gewenste waarde is bereikt.
Als de Ⓑ toets eerst wordt aangeraakt, begint de tijdsinstelling met 99 minuten; als de ⓣ toets eerst wordt aangeraakt, begint de timer met 1 minuut.
Afteltimer
Als u de afteltimer wilt gebruiken, moet het apparaat zijn ingeschakeld maar alle kookzones uitgeschakeld.
- Raak de timertoets aan.

wordt op het timerdisplay weergegeven.
- Doe de gewenste instellingen voor de timer met de timerinsteltoetsen (of). De afteltimerfunctie wordt nu geactiveerd en de resterende tijd verschijnt in het timerdisplay.
Als u de resterende tijd wilt aanpassen, raakt u de timertoets aan en wijzigt u de instellingen met behulp van de timerinsteltoetsen (of).
VERMOGENSVERSTERKING
De functie voor vermogensversterking zorgt dat er extra vermogen voor de kookzones beschikbaar komt (bijvoorbeeld om een grote hoeveelheid water aan de kook te brengen).
De vermogensversterking wordt voor elk van de kookzones maximaal 10 minuten geactiveerd.
Daarna ontvangen de kookzones weer vermogen 15.
Onder bepaalde omstandigheden kan de vermogensversterking automatisch worden uitgeschakeld, om de interne elektronische onderdelen van de kookplaat te beschermen.
ENERGIEBEHEER
De kookzones kennen een maximaal vermogen. Als dit maximum bij een kookzone wordt overschreden doordat de vermogensversterking wordt ingeschakeld, wordt door de vermogensbeheerfunctie de temperatuurinstelling van een andere, gekoppelde kookzone, automatisch omlaag gebracht.
• Linkerkant: nr.1 en 2 zijn gekoppelde kookzones - Rechterkant: nr.3 en 4 zijn gekoppelde kookzones. De indicator voor deze kookzone verandert van de ingestelde temperatuur naar de maximaal mogelijke temperatuur.
- Voorbeeld
![graph TD A["1"] <--> B["2"] C["4"] <--> D["3"]](/content/2026/06/1290935/images/4ab6ac58f8d4885d3bc5d642a8fe200b4af985236958f2a3ec3af297fa450960.jpg)
| Laatste temperatuurinstelling van kookzone (nr.3) | Temperatuurinstelling van een gekoppelde kookzone (nr.4) | |
| oorspronkelijke temperatuur- instelling | automatisch aangepaste temperatuurinstelling | |
| Vermogensversterking niveau 15 niveau 13 | ||
26_ gebruik van de kookplaat
WATER KOKEN
- Raak de tiptoets voor de desbetreffende kookzone aan.

- Raak de toets Water koken aan.


- Stel het gewenste vermogen na het koken van water in.
Wanneer het koken van water is voltooid, wordt het vermogen van de kookzone automatisch verminderd tot dit vermogen en klinkt er een geluidssignaal.



Gebruik de functie Water koken uitsluitend voor het verhitten van water.
Laat de kookplaat nooit onbeheerd tijdens het gebruik.
Dit kan leiden tot brand.
De hoeveelheid water die beschikbaar is voor elke kookzone:
| Kookzone Hoeveelheid water | |
| 160 mm 1 liter ~ | 2 liter |
| 180 mm 1 liter ~ | 3 liter |
| 210 mm 1 liter ~ | 3 liter |
Alleen water op kamertemperatuur gebruiken.
De kooktemperatuur en -tijd kan verschillen al naar gelang de hoeveelheid water, de temperatuur van het water en het type bodem van de schaal of kom.
Raak het kookmateriaal niet aan of verwijder het niet als de functie voor het koken van water wordt gebruikt.
Deze functie werkt mogelijk niet behoren als de kookzone al verwarmd is.

SUGGESTIES VOOR HET BEREIDEN VAN BEPAALDE LEVENSMIDDELEN
De waarden in de onderstaande tabel zijn algemene richtlijnen. De vereiste temperatuurinstellingen voor de verschillende kookmethoden zijn afhankelijk van een aantal variabelen, zoals de kwaliteit van de gebruikte pannen en de hoeveelheid voedsel die wordt bereid.
| Instelling schakelaar | Kookmethode Praktische voorbeelden | |
| 14-15 | Verwarmen Koken Braden | Het verwarmen van grote hoeveelheden vloeistof, het koken van pasta, het dichtschroeien van vlees (goulash bruinen, vlees smoren). |
| 10-13 | Intensief Braden | Steak, lendestuk, gebakken aardappels, worst, pannenkoeken/poffertjes |
| 8-9 Braden | Schnitzel/karbonade, lever, vis, rissole, gebakken ei | |
| 6-7 Koken | Het koken van tot 1,5 l vloeistof, aardappels, groenten | |
| 3-5 | Stomen Stoven Koken | Stomen en stoven van kleine hoeveelheden groenten, rijst koken en gerechten met melk |
| 1-2 Smelten | Boter smelten, gelatine oplossen, chocolade smelten | |

De temperatuurinstellingen in de bovenstaande tabel vormen uitsluitend een indicatie.

Al naar gelang de gebruikte pannen en de hoeveelheden voedsel dient u de temperatuurinstellingen aan te passen.
28_ gebruik van de kookplaat
reiniging en behandeling
KOOKPLAAT

Reinigingsmiddelen mogen niet in contact komen met het verwarmde keramisch glazen oppervlak: Alle reinigingsmiddelen moeten na reiniging met voldoende schoon water worden verwijderd, aangezien ze anders een bijtend effect kunnen hebben wanneer het oppervlak wordt verwarmd. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen zoals grill- of ovenspray en metalen of kunststof schuursponsjes.

Reinig het keramisch glazen oppervlak steeds na gebruik wanneer het nog net warm aanvoelt. Zo voorkomt u dat eventueel gemorst voedsel op het oppervlak vastbrandt. Verwijder kalkresten, watervlekken, vetspetters en metaalverkleuring met een speciale reiniger voor keramisch glas.
Lichte bevuiling
- Veeg het keramisch glazen oppervlak met een vochtige doek schoon.
- Droogvegen met een schone doek. Er mogen geen resten van het reinigingsmiddel op het oppervlak achterblijven.
- Reinig het gehele keramisch glazen oppervlak minstens eenmaal per week met een speciaal reinigingsmiddel voor keramisch glas.
- Neem het keramisch glazen oppervlak met voldoende water af en wrijf het met een niet-pluizende doek droog.
Hardnekkig vuil
- Gebruik voor het verwijderen van overgekookte etensresten en ander hardnekkig vuil een glasschraper.
- Zet de glasschraper onder een hoek op het keramisch glazen oppervlak.
- Verwijder het vuil door te schrapen.

Glasschrapers en reinigingsmiddelen voor keramisch glas zijn bij speciaalzaken verkrijgbaar.

- Verwijder vastgebrande suiker, gesmolten plastic, aluminiumfolie of andere materialen direct met een glasschraper terwijl ze nog heet zijn.

Pas op dat u zich niet verbrandt wanneer u de glasschraper op een hete kookzone gebruikt:
- Reinig de kookplaat op de normale manier wanneer hij eenmaal is afgekoeld. Als de kookzone waarop iets is vastgesmolten inmiddels is afgekoeld, warmt u deze weer op om hem te reinigen.

Krassen of donkere vlekken op het oppervlak van het keramische glas die bijvoorbeeld zijn veroorzaakt door een pan met scherpe randen kunnen niet worden verwijderd. Ze hebben echter geen nadelig effect op de werking van de kookplaat.

Gebruik nooit azijn, citroensap of ontkalkingsmiddelen op het frame van de kookplaat; dit leidt tot doffe vlekken.
- Veeg het frame met een vochtige doek schoon.
- Maak resten eerst met een natte doek vochtig. Veeg ze nu weg en wrijf de plaats droog.
VOORKOM SCHADE AAN UW APPARAAT:
- Gebruik de kookplaat nooit als werkblad of om dingen op te zetten.
- Zet nooit een kookzone aan als er geen pan op staat of wanneer de pan leeg is.
- Keramisch glas is erg duurzaam en bestand tegen temperatuurschokken, maar het is niet onbreekbaar. Het kan beschadigen door een scherp voorwerp of wanneer er een hard voorwerp op valt.
- Plaats nooit pannen op het frame van de kookplaat. Dit kan leiden tot beschadigingen van de afwerking.
- Voorkom dat u zure vloeistoffen, bijvoorbeeld azijn, citroensap en ontkalkingsmiddelen op het frame van de kookplaat morst, aangezien dit soort middelen doffe plekken kan veroorzaken.
- Wanneer suiker of een gerecht dat met suiker is bereid in contact komt met een hete kookzone en smelt, moet dit direct met een glasschraper worden verwijderd terwijl het nog warm is. Als u dit soort vuil eerst laat afkoelen, kan bij het verwijderen beschadiging optreden.
- Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten, bijvoorbeeld plastic, aluminiumfolie en ovenfolie uit de buurt van het keramisch glazen oppervlak. Als een dergelijk product op de kookplaat smelt, moet dit direct met een glasschraper worden verwijderd.
30_ reiniging en behandeling


garantie en service
VEELGESTELDE VRAGEN EN PROBLEEMOPLOSSING
Storingen kunnen het gevolg zijn van kleine fouten, en u kunt dit soort fouten helpen voorkomen aan de hand van de volgende instructies. Probeer geen verdere reparaties uit te voeren indien de instructies hieronder niet helpen in de aangegeven gevallen.

Reparaties aan de apparatuur mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus. Onjuist uitgevoerde reparaties kunnen aanzienlijke risico's opleveren voor de gebruiker. Als uw apparaat gerepareerd moet worden, neemt u contact op met het servicecentrum.
Wat moet ik doen als de kookzones niet werken?
Controleer het volgende:
- Is de zekering in de stoppenkast doorgeslagen? Als dit meerdere malen achtereen gebeurt, belt u een elektricien. • Is het apparaat ingeschakeld?
- Zijn de indicators op het bedieningspaneel verlicht? • Is de kookzone ingeschakeld?
- Zijn de kookzones ingesteld op de gewenste temperatuur?
Wat moet ik doen als ik de kookzones niet kan inschakelen?
Controleer het volgende:
- Zijn er meer dan 10 seconden verstreken tussen het moment waarop het apparaat werd ingeschakeld en het moment waarop de gewenste kookzone wordt geactiveerd (zie het gedeelte "Het apparaat inschakelen").
- Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof.
Wat moet ik doen als de gehele display, behalve de indicator voor restwarmte Hneens uitgaat?
Dit kan twee oorzaken hebben:
- Het apparaat is per ongeluk uitgeschakeld.
- Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof.
Wat moet ik doen als de kookzones zijn uitgeschakeld en er geen restwarmte wordt aangegeven op het display?
Controleer het volgende:
- Is de kookzone slechts kort gebruikt zodat er geen restwarmte is? Als de kookzone heet is, neemt u contact op met het servicecentrum.
Wat moet ik doen als ik de kookzones niet kan in- of uitschakelen?
Dit kan de volgende oorzaken hebben:
- Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof. • Het kinderslot is geactiveerd.
Wat moet ik doen als het 58 splay oplicht?
Controleer het volgende:
- Het bedieningspaneel is gedeeltelijk bedekt met een vochtige doek of vloeistof. Raak de aan/uit-toets aan om het apparaat te resetten.
garantie en service
Wat moet ik doen als het 📞 🟣 splay oplicht?
Controleer het volgende:
- De kookplaat is oververhit geraakt vanwege onjuist gebruik.
- Raak nadat de kookplaat is afgekoeld de aan/uit-toets aan om het apparaat te resetten.
Wat moet ik doen als het display oplicht?
Controleer het volgende:
- De pan is ongeschikt of te klein, of er is geen pan op de kookzone geplaatst.
- Als u een geschikte pan gebruikt, verdwijnt de melding automatisch.
Wat moet ik doen als de koelventilator draait nadat de kookplaat is uitgeschakeld?
Controleer het volgende:
- Als u gereed bent met het gebruiken van de kookplaat, draait de koelventilator automatisch om het apparaat af te koelen.
- Nadat de elektronica van de kookplaat is afgekoeld, wordt de koelventilator uitgeschakeld.
Als u onnodig een monteur laat komen als gevolg van een bedieningsfout, kan dit voor u kosten opleveren, ook tijdens de garantietermijn.
SERVICE
Raadpleeg voordat u een monteur laat komen voor reparatie of onderhoud eerst het gedeelte "Probleemoplossing".
Als u dan nog steeds hulp nodig heeft, volgt u de onderstaande aanwijzingen.
Betreft het een technische storing?
Als dit het geval is, neemt u contact op met het servicecentrum.
Zorg altijd dat u gegevens bij de hand hebt voordat u belt. Zo wordt het eenvoudiger om het probleem vast te stellen en te bepalen of er een monteur moet worden gestuurd.
Zorg dat u de volgende gegevens klaar hebt:
• Waaruit bestaat het probleem? - Onder welke omstandigheden doet het probleem zich voor?
Houd het model en het serienummer van uw apparaat gereed wanneer u belt.
Deze gegevens vindt u op het typeplaatje:
- Model • S/N-code (15 cijfers)
Wij raden u aan deze informatie hier te noteren voor uw gemak.
Model:
Serienummer:
Wanneer kost service geld, zelfs tijdens de garantieperiode?
- Als u het probleem zelf had kunnen verhelpen door een van de oplossingen te volgen die werd aangedragen onder "Probleemoplossing".
- Als de servicemonteur meerdere bezoeken moet afleggen omdat u voor het eerste bezoek niet alle vereiste informatie hebt doorgegeven en hij daardoor extra onderdelen moet gaan halen. Als u het telefoongesprek goed voorbereidt zoals hierboven is aangegeven, kunt u zich deze kosten besparen.
32_ garantie en service
technische gegevens
TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen apparaat | Breedte 575 mm |
| Diepte 505 mm | |
| Hoogte 56 mm | |
| Afmetingen uitsnede werkblad | Breedte 560 mm |
| Diepte 490 mm | |
| Radius hoek 3 mm | |
| Aansluitingsvoltage 220-240 V ~ 50/60 Hz | |
| Maximaal uitgangsvermogen 7,2 kW | |
| Gewicht | Netto 11,3 kg |
| Bruto 14,2 kg | |
KOOKRINGEN
| Positie Diameter Energie | ||
| Linksachter 160 | mm 1400 W / Versterkt 2000 W | |
| Linksvoor 210 | mm 2200 W / Versterkt 3200 W | |
| Rechtsachter 180 | mm 1800 W / Versterkt 2600 W | |
| Rechtsvoor 180 | mm 1800 W / Versterkt 2600 W | |
WAARSCHUWING
LET OP
LET OP