KDV24N00 - Koelkast BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KDV24N00 BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouwkoelkast |
| Merk | Bosch |
| Model | KDV24N00 |
| Energielabel | E |
| Totale capaciteit | 242 L |
| Koelkastvolume | 190 L |
| Vriesvakvolume | 52 L |
| Afmetingen (H x B x D) | 122,1 x 54,1 x 54,8 cm |
| Nettogewicht | 49 kg |
| Elektrische voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Nominaal vermogen | 120 W |
| Geluidsniveau | 39 dB |
| Temperatuurregeling | Mechanisch (draaiknop) |
| Binnenverlichting | Gloeilamp |
| Legplateaus | 3 verwijderbare glazen legplateaus |
| Groentelade | 1 transparante lade |
| Vriesvak | 3 sterren (invriezen mogelijk) |
| Omkeerbare deur | Ja (links of rechts te monteren) |
| Ontdooiing | Handmatig (koelkast en vriezer) |
| Veiligheid | CE-certificering |
| Onderhoud | Reinigen met zachte doek en zeepwater |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via Bosch-service (bel aan de achterzijde) |
| Fabrieksgarantie | 2 jaar |
| Gebruiksaanwijzing | Gratis te downloaden op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - KDV24N00 BOSCH
Gebruikersvragen over KDV24N00 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KDV24N00 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KDV24N00 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING KDV24N00 BOSCH
NL Gebruiksaanwijzing
NO Bruksanvisning
SV Bruksanvisning
FI Käyttöohje
DA Bugsanvisning
| Aanwijzingen over de afvoer | 38 |
| Aanwijzingen voor uw veiligheid | 38-40 |
| Uw nieuwe apparaat | 40-41 |
| Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting | 41 |
| Apparaat aansluiten | 41 |
| Inschakelen en temperatuurkeuze | 42 |
| Uitschakelen en buiten werking stellen | 42 |
| Levensmiddelen inruimen | 42-43 |
| Levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken | 43-45 |
| Ontdooien | 45-46 |
| Schoonmaken | 46 |
| Tips om energie te besparen | 46 |
| Kleine storingen zelf verhelpen | 47-48 |
| Klantenservice | 48 |
FI Sisältö
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoer van het oude apparaat
Van toepassing als uw nieuwe apparaat een oud apparaat vervangt.
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Het afgedankte apparaat onbruikbaar maken:
- stekker uit het stopcontact trekken;
- aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen;
- deurslot verwijderen of onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas, die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
Attentie!
Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen – gevaar voor verstikking door vouwkarton en folie!
Uw nieuwe apparaat is op weg naar u beschermd door de verpakking. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG
betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Aanwijzingen voor uw veiligheid
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat.
Attentie!
- Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. Let erop als er koelmiddel naar buiten komt
– dat zich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van het lek bevinden.
- Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
- Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
- Per 8 g koelmiddel moet de ruimte minimaal 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
• In noodgevallen
- Ogen uitspoelen en een arts raadplegen.
- Vonken en open vuur buiten bereik van het apparaat houden.
- Stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte een paar minuten goed luchten.
- In de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien:
- ontdooien - schoonmaken Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd of defect apparaat niet in gebruik nemen. In geval van twijfel eerst contact opnemen met uw leverancier.
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.).
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan – Explosiegevaar!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Het apparaat nooit met een stoom-reiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken.
- De luchtaanvoer- en luchtafvoeropeningen nooit afdekken of dichtmaken!
- Reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan.
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
- Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen. Ze kunnen poreus worden.
In acht nemen tijdens het gebruik
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen!
- IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen. (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur).
- Diepvrieswaren niet met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen.
- Een laag rijp en vastgevroren diepvrieswaren niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen of losmaken. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit, kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Om het ontdooiproces te versnellen alleen de door de fabrikant aanbevolen middelen gebruiken.
- Dit apparaat mag door personen met beperkte lichamelijke of geestelijke vermogens, motorische storingen of gebrekkige kennis alleen onder toezicht of na uitvoerige instructie gebruikt worden.

Waarschuwingen
- Draagt u er zorg voor de ventilatieroosters van de structuur van de koelkast niet te versperren.
- Gebruik geen mechanische voorzieningen of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die welke door de fabrikant worden aanbevolen.
- Zorg ervoor dat u het koelcircuit niet beschadigt.
- Gebruik voor de koelkast/vriezer altijd het type interne elektrische componenten dat door de fabrikant wordt aanbevolen.
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
• voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, • voor het bereiden van ijs.
Het apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden de daarvoor geldende normen en voorschriften in acht nemen.
Het apparaat is ontstoord volgens E-U richtlijn 89/336/EEC.
Het koelmiddelsysteem is gecontroleerd op dichtheid.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335/2/24).
Uw nieuwe apparaat

Afhankelijk van het model zijn kleine afwijkingen mogelijk – vooral wat betreft de uitvoering van het interieur.
Afb. 1
1 Ijsbakje 2 Temperatuurkiezer en binnenverlichting 3 Draagrooster 4 Vleesbox
5 Dooiwatergootje
6 Plaat
7 Groentelade
8 Plint met ventilatierooster
9 Voorraadrekje
10 Flessenrek
11 Deurafdichting
22 Diepvriesschakelaar (Afb 3)
A Vriesruimte
B Koelruimte
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
De klimaatklasse staat op het typeplaatje (Afb. 10). Hierdoor wordt aangegeven binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden.
| klimaatklasse toegestane | |
| kamertemperatuur | |
| SN +10 °C tot 32 °C | |
| N +16 °C tot 32 °C | |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat.
Apparaat aansluiten
Na het opstellen van het apparaat dient men minstens een half uur te wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt, de binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie Schoonmaken).
Inschakelen en temperatuurkeuze
Maak voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt de binnenkant schoon (zie „schoonmaken”).
Inschakelen
Temperatuurkiezer (afb. 3) uit de „O”-stand draaien.
Het apparaat begint te koelen.
Attentie:
Als de deur van de vriesruimte na het sluiten niet meteen weer geopend kan worden:
twee à drie minuten wachten tot de ontstane onderdruk is opgeheven.
Instellen van de temperatuur
Met de temperatuurkiezer (afb. 3) wordt zowel in de koelruimte als in de vriesruimte de temperatuur ingesteld. Hoe hoger het cijfer, des te lager de temperatuur in beide ruimten.
Op stand „O“ is het koelsysteem uitgeschakeld, vanaf „1“ neemt de koeling toe.
Wij adviseren een gemiddelde instelling (ca. „2-3”).
Voor invriezen temperatuurkiezer op „3“ draaien (zie ook levensmiddelen invriezen).
Attentie bij het bewaren van diepvriesgoederen
Indien de temperatuur in de voor het apparaat bestemde ruimte daalt tot minder dan +18°C is het nodig de vriesschakelaar in werking te stellen: de rode markering wordt zichtbaar (Figuur 3/22).
Wanneer deze handeling wordt verricht, zal het licht binnenin op verminderde kracht blijven branden. Op deze wijze wordt in de vriesruimte de noodzakelijke temperatuur in stand gehouden voor langdurig bewaren.
Uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen
Temperatuurkiezer (afb 3) op „O” draaien. In het hele apparaat is de koeling nu uitgeschakeld.
Buiten werking stellen
Wordt het apparaat langere tijd niet gebruikt: stekker uit het stopcontact trekken, apparaat laten ontdooien en schoonmaken. Deuren open laten staan.
Levensmiddelen inruimen
Verandering van het interieur
De draagroosters in de koelruimte kunnen verzet worden. Hiervoor de roosters naar voren trekken, ietsje laten zakken, en ze op de gewenste plaats er weer inzetten. Afb 4.
Voor het bewaren van flessen kan het draagrooster schuin worden geplaatst.
De vakken van de binnendeur kunnen voor het reinigen eruit worden gehaald. Afb 6.
Attentie bij het inruimen
- Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen.
- De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren.
- Zorg dat de kunststof-delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden).
- Geen explosieve stoffen in het apparaat bewaren.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed gesloten bewaren.
- De koelste plaatsen in de koelruimte bevinden zich aan de achterwand en boven de onderste plaat.
Een voorbeeld van inruimen
Afb 1
In de vriesruimte (A): Levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken. Op de draagroosters (3): van boven naar beneden: brood en gebak, kant-en-klaargerechten, zuivelprodukten.
In de vleesbox (4)
vlees en worst.
Op de plaat (6):
vlees en worst.
In de groentelade (7):
groente, fruit en sla.
In de vakken in de deur (9): tubes en blikjes.
In het flessenrek (10): grote flessen.
Let op de koudezones in de koelruimte!
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De zone voor gevoelige levensmiddelen bevindt zich, afhankelijk van het model, helemaal onderaan tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder
(afb. 11/1 en 1/2). of tussen de twee pijlen) (afb. 12/1 en /2).
Ideaal voor het opslaan van vlees, vis, worst, gemengde salades etc.
Levensmiddelen invriezen en opslaan, ijsblokjes maken
Attentie bij het inkopen van diepvriesprodukten
- Let erop dat de verpakking niet beschadigd is.
- De op de verpakking aangegeven bewaartijd mag niet verstreken zijn.
- In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist ten minste -18°C zijn.
- Koop de diepvriesprodukten op het allerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de vriesruimte.
nl
Verpakken van levensmiddelen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als u zelf wilt invriezen. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polytheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een sluiting voorzien.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polytheen kunnen met een speciaal lasapparaat worden dichtgelast.
Vermeld op de pakjes inhoud en datum, voordat u ze in de vriesruimte legt.
Invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit volgens de actuele norm vindt u op het typeplaatje.
De maximale capaciteit voor het diepvriezen van verse levensmiddelen in 24 uur (verdeeld over de diepvries roosters) vindt men op de plaat met de kenmerken (in kg/24uur), zie figuur 10.
Temperatuurregelaar instellen op vriezen en de vriesknop indrukken.
Bij het opslaan van verse levensmiddelen de temperatuurregelaar op een gemiddelde stand (ca. 3) draaien. Bij deze instelling kan tot ongeveer 2,5 kg levensmiddelen worden ingevroren. Bij grotere hoeveelheden moet ook de vriesknop (Afb. 3/22) worden ingedrukt (tuimelschakelaar indrukken - het rode vlakje wordt zichtbaar). Na ongeveer 24 uur zijn de levensmiddelen ingevroren.
De vriesknop kan weer worden uitgeschakeld.
Attentie bij het invriezen van levensmiddelen.
Ingevroren levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met verse, nog in te vriezen levensmiddelen.
Attentie bij het opslaan van diepvrieswaren.
Indien de temperatuur in de voor het apparaat bestemde ruimte daalt tot minder dan +18°C is het nodig de vriesschakelaar in werking te stellen: de rode markering wordt zichtbaar (Figuur 3/22). Wanneer deze handeling wordt verricht, zal het licht binnenin op verminderde kracht blijven branden. Op deze wijze wordt in de vriesruimte de noodzakelijke temperatuur in stand gehouden voor langdurig bewaren.
Bewaartijd.
Om te voorkomen dat de kwaliteit van de levensmiddelen vermindert, mag de toelaatbare bewaartermijn niet overschreden worden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddel.
Bij een temperatuur van -18°C kunnen vis, worst, kant-en-klaargerechten, brood en gebak max. 2 maanden, kaas, gevogelte en vlees max. 4 maanden en groente en fruit max. 6 maanden worden opgeslagen.
Ontdooien van diepvriesprodukten.
Afhankelijk van soort en gebruik van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
bij kamertemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met of zonder heteluchtverwarming, in de magnetron. Half of geheel ontdooide diepvriesprodukten kunnen opnieuw worden ingevroren: vlees en vis als de temperatuur niet langer dan een dag, andere produkten als de temperatuur niet langer dan drie dagen boven de 3°C is gestegen.
In andere gevallen de levensmiddelen - als tenminste geur, smaak en uiterlijk niet veranderd zijn - koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen.
De opnieuw ingevroren produkten zijn minder lang houdbaar.
Ijsblokjes maken
Afb. 7
Plaats het voor 3/4 met water gevulde ijsbakje op de bodem van de vriesruimte. Door het ijsbakje iets te verbuigen laten de ijsblokjes gemakkelijker los.
Ontdooien
Koelruimte
De koelruimte wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater wordt in het dooiwatergootje (afb 8/7) opgevangen en naar de koel-machine afgevoerd waar het verdampt. Gootje en afvoergaatje (afb. 8/19) goed schoonhouden zodat het dooiwater gemakkelijk kan weglopen.
Vriesruimte
De vriesruimte (afb. 1/A) wordt niet automatisch ontdooid omdat de ingevroren levensmiddelen niet mogen ontdooien.
Een dikke laag rijp of ijs vermindert de vriescapaciteit waardoor het energieverbruik toeneemt.
Verwijderen van rijp:
Gebruik hiervoor een schraper. De vriesruimte mag beslist niet beschadigd worden. Gebruik daarom geen scherpe of hoekige voorwerpen van metaal.
Ontdooien van de ijslaag:
de vriesruimte moet ontdooid worden als zich een dikke laag ijs heeft gevormd.
Als er nog diepvriesgoederen liggen opgeslagen, ongeveer 4 uur voor het ontdooien de diepvriesschakelaar indrukken om de levensmiddelen door en door te laten bevriezen. Daarna de vriesladen met de levensmiddelen uit de kast nemen.
nl
U gaat als volgt te werk:
- Diepvriesproducten uit de vriesruimte nemen, in kranten wikkelen en op een koele plaats bewaren.
- Temperatuurknop (afb. 1/2) op "0" draaien of de stekker uit het stopcontact halen. Pas op dat het dooiwater niet in de temperatuurknop terechtkomt.
- Deur open laten en het dooiwater met een spons of doekje afwissen.
- Vriesruimte droogwrijven, apparaat weer inschakelen en de levensmiddelen erin leggen.
Tips bij het ontdooien
Wees voorzichtig met ontdooi-sprays. Deze kunnen explosieve gassen ontwikkelen, kunststofoplossende bestanddelen of drijfgassen bevatten of schadelijk zijn voor de gezondheid. Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing.
Schoonmaken
Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien.
Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje afwasmiddel worden schoongemaakt.
Geen zand- of zuurhoudende middelen, c.q. chemische oplosmiddelen gebruiken.
De deurafdichting (afb. 1/11) alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven.
Zorg dat het sop niet in de temperatuurknop (afb. 1/2) terechtkomt.
Afvoergootje (afb. 8/7) en afvoerpijpje (afb. 8/19) regelmatig schoonmaken zodat het dooiwater gemakkelijk kan weglopen. De openingen met een stokje doorprikken. Let op dat er geen sop via het afvoerpijpje in het verdampingsbakje terechtkomt.
De buitenkant kan ook nog met een speciaal middel voor het onderhoud van lak behandeld worden.
Houd daarbij de deur gesloten zodat het middel niet met de kunststofdelen aan de binnenkant in aanraking kan komen.
Tips om energie te besparen
- Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (radiator etc.) plaatsen.
- Warme gerechten pas na het afkoelen in het apparaat zetten.
- Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut daardoor de in de diepvriesproducten aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte.
- De vriesruimte bij ijsvorming ontdooien. Een dikke laag ijs vermindert de afgifte van kou, waardoor het energieverbruik stijgt.
- Bij het in- en uitladen de deur zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur geopend wordt, des te minder ijs zich kan afzetten op het vriesrooster.
Kleine storingen zelf verhelpen
Ga alvorens de Servicedienst in te schakelen aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen.
Ook in de garantietijd moet u de volledige kosten voor monteursbezoek betalen, al gaat het alleen maar om advies.
| Storingen | Eventuele oorzaken |
| Abnormale geluiden: | - Het apparaat staat niet waterpas of een vreemd voorwerp is in de omgeving van de koelmachine beklemd geraakt.- Een onderdeeltje aan de achterwand kan niet vrij trillen en raakt het apparaat of de muur.Buig dit deeltje voorzichtig opzij. |
| Binnenverlichting functioneert niet: | - Het lampje is kapot: stekker uit stopcontact trekken, afdekkapje Afb. 9, eraf halen.Lampje max. 15W, 220-240V, fitting E14 verwisselen.- De lichtschakelaar (afb. 5/1) zit klem.Probeer of u er beweging in krijgt. Zo niet, schakel dan de Servicedienst in.- De temperatuurkiezer (afb. 9/3) staat op „O". |
| Te koud in de koelruimte: | - Temperatuurregelaar is te laag ingesteld.- De vriesknop Afb 3/22 werd bij het invriezen van verse levensmiddelen niet ingedrukt. |
| Vermindering van de koelcapaciteit: | - De deur werd te vaak geopend.- Er werden grote hoeveelheden verse levens-middelen in de koelruimte opgeslagen.- Een te dikke laag rijp in de vriesruimte.- De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.- Een vreemd voorwerp is tussen de koelmachine en de muur beklemd geraakt. |
| Geen koelcapaciteit: | - De stekker zit los in het stopcontact.- De zekering is doorgeslagen.- De temperatuurkiezer (afb. 1/2) staat op „O". |
Kleine storingen zelf verhelpen
Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in.
Voer zelf geen reparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de elektrische onderdelen.
Om koudeverlies te vermijden de deur niet onnodig openen.
Klantenservice
Gegevensplaat
Fig. 10
Wanneer u de technische hulpdienst belt, het nummer van het apparaat (23) en het serienummer (24) opgeven.
Beide gegevens treft u aan in de zwart gemarkeerde zone van de gegevensplaat.
Deze plaat bevindt zich aan de onderkant van de koelkast, aan de linkerzijde, naast de groentelade.
Het adres en telefoonnummer van het dichtstbijzijnde kantoor van de technische hulpdienst staat op de lijst van kantoren voor klantenservice, of in de telefoongids van uw stad.
Wijzigingen voorbehouden
Wijzigingen voorbehouden