WTC 8733 XB0B - Wasmachine BEKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WTC 8733 XB0B BEKO in PDF-formaat.
| Producttype | Voorlader wasmachine |
| Merk | Beko |
| Model | WTC 8733 XB0B |
| Wascapaciteit | 8 kg |
| Maximale centrifugesnelheid | 1400 toeren/min |
| Energielabel | A+++ |
| Jaarlijks waterverbruik | 10500 L/jaar (schatting) |
| Geluidsniveau (wassen) | 52 dB(A) |
| Geluidsniveau (centrifugeren) | 76 dB(A) |
| Afmetingen (H x B x D) | 84 cm x 60 cm x 50 cm |
| Netto gewicht | 65 kg (schatting) |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 2200 W (schatting) |
| Wasprogramma's | Katoen, Synthetisch, Fijn, Wol, Snel, Eco, Stoom, etc. |
| Speciale functies | Uitgestelde start, Trommelreiniging, Kinderslot, Anti-onbalans |
| Motortype | Invertor motor (ProSmart) |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig reinigen van filter en wasmiddellade |
| Veiligheid | Kinderslot, lekkagebeveiliging, automatische uitschakeling |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Repareerbaarheidsscore: 8.3/10 (schatting) |
| Algemene informatie | Fabrieksgarantie 2 jaar, klantenservice beschikbaar |
Veelgestelde vragen - WTC 8733 XB0B BEKO
Gebruikersvragen over WTC 8733 XB0B BEKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WTC 8733 XB0B - BEKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WTC 8733 XB0B van het merk BEKO.
GEBRUIKSAANWIJZING WTC 8733 XB0B BEKO
Gebruikershandleiding
Lave-linge
Dit product werd vervaardigd volgens de nieuwste technologie op milieuvriendelijk gebied.
1 Algemene veiligheidsinstructies
Dit gedeelte omvat veiligheidsinstructies die kunnen bijdragen aan het voorkomen van letsel en materiële schaderisico's. Alle soorten garanties komen te vervallen als deze instructies niet worden nageleefd.
1.1 Veiligheid voor leven en eigendom
▶ Plaats het product nooit op een vloer met vloerbedekking. Elektrische onderdelen raken oververhit, omdat de lucht niet onder het apparaat door kan circuleren. Dit zal problemen met uw product veroorzaken. ▶ Trek de stekker van het product uit als het niet in gebruik is. ▶ Laat de installatie en reparatiewerkzaamheden altijd door een geautoriseerde onderhoudsmonteur uitvoeren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schades ontstaan door werkzaamheden uitgevoerd door niet-geautoriseerde personen. ▶ De watertoevoer en afvoerslangen moeten stevig bevestigd zijn en onbeschadigd blijven. Anders kan er lekkage ontstaan. ▶ Doe de laaddeur nooit open en verwijder het filter niet als er nog water in het product staat. Anders is er een kans op overstroming en letsel door heet water. ▶ Forceer nooit een vergrendelde laaddeur. De deur kan een paar minuten na beëindiging van de wascyclus worden geopend. In het geval de laaddeur geforceerd wordt geopend, kunnen de deur en het slotmechanisme beschadigd raken. ▶ Gebruik slechts wasmiddelen, wasverzachters en supplementen die geschikt zijn voor automatische wasmachines. ▶ Volg de instructies op het textieletiket en het wasmiddelpak.
1.2 Veiligheid van kinderen
- Dit product kan worden gebruikt door kinderen die 8 jaar of ouder zijn en personen met fysieke, zintuiglijke of mentale stoornissen of door onervaren of ongeschoolde personen mits zij onder toezicht staan of getraind zijn voor het veilige gebruik van het product en de risico's hiervan kennen. Kinderen mogen niet met het product spelen. Reiniging- en onderhoudswerkzaamheden dienen niet door kinderen te worden uitgevoerd behalve wanneer zij onder toezicht staan. Houd kinderen jonger dan 3 jaar op afstand, tenzij ze doorlopend onder toezicht zijn.
▶ Verpakkingsmaterialen kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Bewaar alle verpakkingsmaterialen op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen.
▶ Elektrische producten zijn gevaarlijk voor kinderen. Houd kinderen uit de buurt van het product tijdens zijn werking. Laat hen niet met het product spelen. Gebruik het kinderslot om te voorkomen dat kinderen het product kunnen
manipuleren.
▶ Vergeet niet de laaddeur dicht te doen als u de kamer verlaat waar het product staat. ▶ Bewaar alle wasmiddelen en toevoegingen op een veilige plaats buiten het bereik van de kinderen. Sluit het deksel van de wasmiddelcontainer of verzegel de verpakking.
1.3 Elektrische veiligheid
Indien het product een storing vertoont, mag het niet in werking worden gezet voordat het is gerepareerd door een geautoriseerde onderhoudsmonteur. Er is een risico op een elektrische schok! - Dit product is ontworpen om de werking te hervatten na een stroomonderbreking. Als u het programma wilt annuleren, raadpleeg dan de paragraaf "Annuleren van programma". ▶ Sluit het product aan op een geaard stopcontact met een zekering van 16 A. Zorg ervoor dat de installatie van de aardleiding door een erkend elektricien wordt uitgevoerd. Ons bedrijf is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van het product zonder aarding overeenkomstig de lokale voorschriften. ▶ Reinig het product niet door er water op te sproeien of te gieten! Er is een risico op een elektrische schok! ▶ Raak de stroomkabel nooit aan met natte handen! Trek niet aan het snoer om de stekker uit het stopcontact te trekken, maar houd met één hand het stopcontact vast en trek met de andere hand aan de stekker. ▶ De stekker van het product moet uit het stopcontact zijn getrokken tijdens installatie, onderhoud, reiniging en reparatiewerkzaamheden. ▶ Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon (bij voorkeur een elektricien) of iemand die door de importeur is aangesteld om mogelijke risico's te vermijden.
1.4 Veiligheid bij hete oppervlakken


Tijdens het wassen van wasgoed op hoge temperaturen wordt het glas van de laaddeur heet. Daarom moeten kinderen tijdens het wassen uit de buurt van de laaddeur van het product blijven om te voorkomen dat ze deze aanraken.
2 Belangrijke instructies voor veiligheid en milieu
Dit product voldoet aan de EU WEEE-richtlijn (2012/19/EU). Dit product draagt het classificatiesymbool voor selectieve sortering van afval van elektrische en elektronische apparatuur (WEEE).

Dit product is vervaardigd uit kwalitatief hoogwaardige onderdelen en materialen die kunnen worden hergebruikt en geschikt zijn voor recycling. Gooi het product aan het einde van zijn levensduur niet weg met het normale huishoudelijke afval. Breng het naar een inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Neem contact op met uw lokale autoriteiten om te weten waar deze inzamelpunten zich bevinden.
Naleving van de RoHS-richtlijn:
Het door u aangekochte product voldoet aan de EU RoHS-richtlijn (2011/65/EU). Het bevat geen schadelijke en verboden materialen zoals bepaald in de richtlijn.
2.2 Verpakkingsinformatie
De verpakkingsmaterialen van het product worden gemaakt van recyclebare materialen in overeenstemming met onze nationale milieuvoorschriften. Voer het verpakkingsmateriaal niet af met huishoudelijk of ander afval. Breng deze naar de inzamelingspunten voor verpakkingsmateriaal zoals aangegeven door de lokale autoriteiten.
3 Bedoeld gebruik
- Dit product is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Het is niet bestemd voor commerciële doeleinden en dient niet gebruikt te worden waar het niet voor bedoeld is.
- Het product mag enkel worden gebruikt om wasgoed dat hiervoor gemarkeerd is te wassen en te spoelen.
- De fabrikant onthoudt zich van elke verantwoordelijkheid die voortkomt uit het incorrecte gebruik of transport.
- De levensduur van uw product is 10 jaar. Tijdens deze periode zijn originele onderdelen beschikbaar om het apparaat correct te laten werken.
4 Technische specificaties
Naleving van de door de commissie gedelegeerde reglementering (EU) nr. 1061/2010
| Naam leverancier of handelsnaam Beko | |
| Modelnaam WTC 8733 XBOB | |
| Nominaal vermogen (kg) 8 | |
| Energie-efficiëntieklasse / Schaal van A+++ (hoogste efficiëntie) tot D (laagste efficiëntie) A+++ | |
| Jaarlijks energieverbruik (kWh) (1) | 191 |
| Energieverbruik van het standaard 60°C katoenprogramma bij volle lading (kWh) 1.106 | |
| Energieverbruik van het standaard 60°C katoenprogramma bij gedeeltelijke lading (kWh) 0.660 | |
| Energieverbruik van het standaard 40°C katoenprogramma bij gedeeltelijke lading (kWh) 0.651 | |
| Stroomverbruik in 'off(uit)-modus' (W) 0.500 | |
| Stroomverbruik in 'left-on(aanlaat)-modus' (W) 0.500 | |
| Jaarlijks waterverbruik (l) (2) | 10560 |
| Centrifugeer-efficiëntieklasse / Schaal van A (hoogste efficiëntie) tot G (laagste efficiëntie) B | |
| Maximale centrifugeersnelheid (rpm) 1400 | |
| Resterende vochtigheid (%) 53 | |
| Standaard katoenprogramma (3) | Katoen Eco 60°C en 40°C |
| Programmaduur van het standaard 60°C katoenprogramma bij volle lading (min) 220 | |
| Programmaduur van het standaard 60°C katoenprogramma bij gedeeltelijke lading (min) | 190 |
| Programmaduur van het standaard 40°C katoenprogramma bij gedeeltelijke lading (min) | 190 |
| Duur van de left-on(aanlaat)-modus (min) | N/A |
| Akoestische luchtgeluidsuitstoot wassen/centrifugeren (dB) | 52/73 |
| Inbouw | Nee |
| Hoogte (cm) | 84 |
| Breedte (cm) | 60 |
| Diepte (cm) | 60 |
| Nettogewicht (±4 kg) | 75 |
| Enkele waterinlaat / Dubbele waterinlaat | |
| • Beschikbaar | • / - |
| Elektrische stroom (V/Hz) | 230 V / 50Hz |
| Totale stroom (A) | 10 |
| Totaal vermogen (W) | 2200 |
| Modelcode | 108 |
(1) Energieverbruik gebaseerd op 220 standaard wasbeurten voor katoenprogramma's op 60°C en 40°C bij volle en gedeeltelijke lading, en het verbruik van lage stroom-modi. Werkelijk energieverbruik hangt af van hoe het apparaat wordt gebruikt. (2) Waterverbruik gebaseerd op 220 standaard wasbeurten voor katoenprogramma's op 60°C en 40°C bij volle en gedeeltelijke lading. Werkelijk waterverbruik hangt af van hoe het apparaat wordt gebruikt. (3) "Standaard 60°C katoenprogramma" en het "standaard 40°C katoenprogramma" zijn de standaard wasprogramma's waar de labelinformatie en fiche betrekking op hebben en deze programma's zijn geschikt om normaal bevuild katoenen wasgoed te wassen. Dit zijn de meest efficiënte programma's ten opzichte van gecombineerde energie- en waterverbruik. Technische specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden om de kwaliteit van het product te verbeteren.
4.1 Installatie
- Raadpleeg het dichtstbijzijnde erkende dienst voor de installatie van uw product.
- De voorbereiding van de locatie en elektrische, watertoevoer en -afvoerinstallaties op de plaats van installatie is de verantwoordelijkheid van de klant.
- Verzeker u ervan dat de watertoevoer- en afvoerslangen als ook de stroomkabel niet gevouwen, gekneld of samengeperst worden als u het product na installatie of reinigingswerkzaamheden op zijn plaats zet.
- Zorg dat de installatie en elektrische aansluitingen van het product zijn uitgevoerd door een erkende dienst. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schades ontstaan door werkzaamheden uitgevoerd door niet-geautoriseerde personen.
- Controleer voor de installatie visueel of het product defecten heeft. Laat het in dat geval niet installeren. Beschadigde producten kunnen risico's voor uw veiligheid veroorzaken.
4.1.1 Geschikte installatieplaats
- Plaats het product op een harde en vlakke vloer. Plaats het niet op hoogpolig tapijt of dergelijke oppervlakken.
- Als de wasmachine en droger bovenop elkaar zijn geplaatst, wegen zij samen geladen tot wel 180 kilo. Plaats het product op een stevige en vlakke vloer die voldoende capaciteit heeft om de lading te dragen.
- Plaats het product niet bovenop de stroomkabel.
- Installeer het product niet in omgevingen waar de temperatuur beneden de 0 °C kan komen.
- Laat een minstens 1 cm ruimte tussen de machine en het meubilair.
- Plaats het product op een verhoogde vloer niet naast de rand of op een platform.
4.1.2 Verpakkingsversteviging verwijderen

Kantel de machine naar achteren om de verpakkingsversteviging te verwijderen. Verwijder de verpakkingsversteviging door aan het lint te trekken. Voer deze handeling niet alleen uit.
4.1.3 De transportvergrendelingen verwijderen
1 Draai alle bouten los met een geschikte moersleutel tot ze vrij ronddraaien (C). 2 Verwijder de veiligheidsbouten voor het transport door ze enigszins te draaien. 3 Doe de plastic afsluitingen in de zak waar de gebruikershandleiding inzit op de openingen op het achterpaneel. (P)


OPGELET: Verwijder de beveiligingsbouten voor transport voordat u de wasmachine in gebruik neemt! Anders raakt het product beschadigd.
Bewaar de beveiligingsbouten voor vervoer op een veilige plaats om ze opnieuw te kunnen gebruiken voor een toekomstig transport.
Installeer de veiligheidsbouten voor transport in omgekeerde volgorde van de procedure voor demontage.
Verplaats het product nooit zonder de beveiligingsbouten voor vervoer goed op hun plek te hebben bevestigd!
4.1.4 De watertoevoer aansluiten
| De watertoevoerdruk die vereist is om het product te laten werken bevindt zich tussen 1 en 10 bar (0,1 – 10 MPa). Er dient 10-80 liter water per minuut uit de kraan te stromen om uw machine vlot te laten werken. Bevestig een reduceerklep indien de waterdruk te hoog is. | |
| Als u uw product met dubbele watertoevoer gebruikt als enkele (koud) watertoevoereenheid, moet u voor het product te laten werken de meegeleverde stop installeren in de warmwaterinlaatklep. (Van toepassing op de producten met meegeleverde blinde stopgroep.) | |
| OPGELET: Modellen met enkele watertoevoer mogen niet worden aangesloten op de warmwaterkraan. In dat geval raakt het wasgoed beschadigd of schakelt het product over op de beveiligingsmodus en werkt het niet. | |
| OPGELET: Gebruik geen oude of gebruikte watertoevoerslangen op uw nieuwe product. Dit kan vlekken op uw wasgoed veroorzaken. |

Sluit de met het product meegeleverde speciale waterslangen aan op de waterinlaten op het product. Rode slang (links) (max. 90 °C) is voor warmwatertoevoer, blauwe slang (rechts) (max. 25 °C) is voor koudwatertoevoer.
Zorg dat de heet- en koudwaterkranen juist zijn aangesloten als het product wordt geïnstalleerd. Anders kan het wasgoed zeer warm zijn aan het einde van het wasproces en verslijten.

1 Draai de moeren van de slang met de hand vast. Gebruik nooit een moersleutel wanneer u de moeren vastdraait. 2 Als de slangaansluiting voltooid is, controleert u of er lekkageproblemen zijn bij de aansluitpunten door de kranen volledig te openen. Als er lekken zijn, draai de kraan dan dicht en verwijder de moer. Draai de moer opnieuw zorgvuldig vast nadat u de dichting gecontroleerd hebt. Houd de kranen van het product dicht als het niet wordt gebruikt om waterlekkage en daaruit voortvloeiende schade te voorkomen.
4.1.5 De afvoerslang aansluiten op de afvoer
- Bevestig het uiteinde van de afvoerslang rechtstreeks op de waterafvoer, wasbak of badkuip.

OPGELET: Uw vloer zal overspoelen als de slang uit zijn behuizing geraakt tijdens het afvoeren van water. Er is bovendien verbrandingsgevaar door hoge wastemperaturen! Om dergelijke situaties te voorkomen en te zorgen dat de machine zonder enige problemen water inneemt en wegpompt, moet de afvoerslang goed vastgezet worden.

- Sluit de afvoerslang aan op minimaal 40 cm en maximaal 100 cm hoogte. - In het geval de afvoerslang omhoog gebracht wordt nadat ze op grondniveau of dichtbij de grond lag (minder dan 40 cm boven de grond), kan de waterafvoer moeilijker worden en het wasgoed drijfnat uit de machine komen. Volg daarom de hoogtes die in de afbeelding staan vermeld.
- Om te voorkomen dat het afvoerwater terug in de machine loopt en makkelijke afvoer te garanderen, moet het uiteinde van de slang niet in het afvoerwater worden ondergedompeld en niet meer dan 15 cm in de afvoer worden gestoken. Als deze te lang is, kort hem dan in.
- Het uiteinde van de slang mag niet gebogen zijn, er mag niet op worden gestapt en de slang mag niet geklemd zijn tussen de afvoer en de machine.
- Als de slang te kort is, gebruik deze door een originele verlengslang toe te voegen. De slang mag niet langer zijn dan 3,2 m. Om defecten door waterlekken te vermijden, moet de aansluiting tussen de verlengslang en de afvoerslang van het product goed geplaatst zijn met een geschikte klem zodat deze niet loskomt en lekt.
4.1.6 Poten afstellen

OPGELET: Ten einde ervoor te zorgen dat uw machine stiller en zonder trillingen werkt, moet deze waterpas en in evenwicht op zijn poten staan. Zet de machine in evenwicht door de poten af te stellen. Anders kan het product van zijn plaats komen en samenpersings- en trilproblemen veroorzaken.
OPGELET: Gebruik geen gereedschappen om de borgmoeren los te draaien. Anders kunnen deze worden beschadigd.
1 Draai de borgmoeren op de pootjes met de hand los. 2 Stel de pootjes af tot het product stabiel en in evenwicht staat. 3. Draai alle borgmoeren weer met de hand vast.

Sluit het product aan op een geaard stopcontact dat beveiligd is met een zekering van 16 ampère. Ons bedrijf is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van het product zonder aardlekschakelaar, in overeenstemming met de lokale voorschriften.
- De aansluiting moet voldoen aan de nationale regelgeving.
- De stekker van het netsnoer moet na installatie gemakkelijk bereikbaar zijn.
- Als de nominale stroom van de zekering of de aardlekschakelaar in huis lager is dan 16 ampère, laat dan een erkende elektricien een zekering van 16 ampère installeren.
- De spanning die in de 'Technische specificaties' wordt vermeld, moet overeenkomen met de netspanning.
- Maak geen gebruik van verlengsnoeren of stekkerdozen.

LET OP: Beschadigde netsnoeren moeten worden vervangen door een erkende onderhoudsmonteur.
4.1.8 Eerste gebruik

Voordat u het product gaat gebruiken, moet u ervoor zorgen dat de voorbereidingen zijn getroffen volgens de 'Belangrijke instructies voor veiligheid en milieu' en de instructies in het gedeelte 'Installatie'. Om het product voor te bereiden op het wassen van wasgoed, voert u eerst het Trommelreinigingsprogramma uit. Als dit programma niet beschikbaar is op uw machine, voert u de methode uit zoals beschreven in paragraaf 4.4.2.

Gebruik een ontkalkingsmiddel dat geschikt is voor wasmachines.
Er kan wat water in het product achterblijven als gevolg van de kwaliteitscontroleprocessen tijdens de productie. Dit is niet schadelijk voor de machine.
4.2 Voorbereiding
4.2.1 Wasgoed sorteren
* Sorteer het wasgoed op basis van het type stof, de kleur, de mate van vervuiling en de toegestane watertemperatuur. * Volg altijd de instructies op de kledingetiketten.
4.2.2 Het wasgoed voorbereiden op het wassen
- Wasgoed met metalen delen zoals beugelbeha's, gespen of metalen knopen zullen de machine beschadigen. Verwijder de metalen stukken of was de kleding in een waszak of kussensloop.
- Neem alle substanties uit de zakken zoals munten, pennen en paperclips, en draai de zakken binnenstebuiten en borstel ze uit. Soortgelijke voorwerpen kunnen het product beschadigen of lawaai veroorzaken.
- Doe kleine kledingstukken zoals babysokjes en nylon kousen in een waszak of kussensloop.
- Doe gordijnen erin zonder deze samen te drukken. Verwijder bevestigingshaken van de gordijnen.
- Sluit ritssluitingen, naai losse knopen vast en herstel scheuren.
- Was machinewasbare of handwasbare producten enkel met een geschikt programma.
- Was geen kleuren en witgoed samen. Nieuwe, donker gekleurde katoenen stoffen geven veel kleur af. Was ze afzonderlijk.
- Hardnekkige vlekken moeten zorgvuldig behandeld worden voor het wassen. Informeer bij een stomerij indien u niet zeker bent.
- Gebruik enkel verf / kleuropfrissers en ontkalkmiddelen die geschikt zijn voor wassen in de machine. Volg altijd de instructies op de verpakking.
- Was broeken en fijn wasgoed binnenstebuiten.
- Leg angora wollen spullen een paar uur in de vriezer voor het wassen. Dit vermindert pluizen.
- Wasgoed bevuild met materialen zoals bloem, kalkstof, melkpoeder enz. moet goed uitgeschud worden voor het in de machine wordt geplaatst. Zulk stof en poeder op het wasgoed kan zich mettertijd opstapelen op de binnendelen van de machine en schade veroorzaken.
4.2.3 Dingen die u moet doen voor energiebesparing
De volgende informatie zal u helpen het product op een ecologische en energiebesparende manier te gebruiken.
- Laat het product in de hoogste capaciteit, die toegestaan is door het door u geselecteerde programma, functioneren, maar overlaad niet; zie, "Tabel programma en verbruik". Zie "Tabel programma en verbruik"
- Volg altijd de instructies op de verpakking van het wasmiddel.
- Was enigszins vuile was op lage temperaturen.
- Gebruik snellere programma's voor kleine hoeveelheden enigszins vuile was.
- Gebruik geen voorwas en hoge temperaturen voor was die niet ernstig vervuild of bevlekt is.
- Indien u van plan bent uw wasgoed in de droger te drogen, selecteer dan de hoogste aanbevolen centrifugeersnelheid tijdens het wasproces.
- Gebruik niet meer wasmiddel dan de hoeveelheid die wordt aanbevolen op het pak.
4.2.4 Het wasgoed laden
- Open de laaddeur.
- Plaats het wasgoed losjes in de machine.
- Duw de laaddeur dicht en sluit deze tot u een kliksluiting hoort. Zorg dat er niets tussen de deur is geraakt. De laaddeur is vergrendeld als een programma draait. De deur kan alleen even nadat het programma is beeindigd, worden geopend.
4.2.5 Correcte laadcapaciteit
De maximum laadcapaciteit hangt af van het type was, de mate van bevuiling en het gewenste wasprogramma.
De machine past de hoeveelheid water aan volgens het gewicht van het wasgoed dat u heeft geplaatst.

WAARSCHUWING: Volg de informatie in de "Tabel programma en verbruik" op. Indien overladen zal de machineprestatie afnemen. Bovendien kunnen er zich lawaai- en trilproblemen voordoen.
4.2.6 Wasmiddel en wasverzachter gebruiken

Indien u wasmiddel, wasverzachter, stijfsel, kleurstof, bleekmiddel of ontkleuring gebruikt, lees dan de instructies van de fabrikant op de verpakking en volg de doseringswaarden op. Gebruik indien mogelijk een maatbeker.

De wasmiddellade bestaat uit drie vakken.
- (1) voor voorwas
- (2) voor hoofdwas
- (3) voor wasverzachter
- (bovendien heeft het wasverzachtervak een sifon.)
Wasmiddel, wasverzachter en andere reinigingsmiddelen
- Voeg wasmiddel en wasverzachter toe voor het starten van het wasprogramma.
- Laat de wasmiddellade niet open tijdens het wassen!
- Indien u een programma draait zonder voorwas, doe dan geen wasmiddel in het voorwasvak (vaknr. "1").
- Indien u een programma draait met voorwas, doe dan geen vloeibaar wasmiddel in het voorwasvak (vaknr. "1").
- Selecteer geen programma met voorwas als u een wasmiddelzak of wasmiddelbol gebruikt. Plaats de zak of de bol direct tussen de was in de machine.
Indien u vloeibaar wasmiddel gebruikt, vergeet dan niet de houder voor vloeibaar wasmiddel in het hoofdwasvak te plaatsen (vaknr. "2").
Het wasmiddeltype kiezen
Het te gebruiken wasmiddel is afhankelijk van het soort materiaal en de kleur.
- Gebruik verschillende wasmiddelen voor gekleurde en witte kleding.
- Was uw fijne kleding met speciale wasmiddelen (vloeibaar wasmiddel, wolwasmiddel, enz.) die alleen voor fijne kleding worden gebruikt.
- Voor het wassen van donkere kleding en dekens is het aanbevolen een vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
- Was wol met een speciaal wolwasmiddel.

OPGELET: Gebruik enkel wasmiddelen die specifiek voor de wasmachine zijn bestemd.
OPGELET: Gebruik geen zeeppoeder.
De hoeveelheid wasmiddel aanpassen
De te gebruiken hoeveelheid wasmiddel hangt af van de hoeveelheid was, de mate van bevuiling en de waterhardheid.
- Gebruik niet meer dan de doseerhoeveelheid aanbevolen op de verpakking van het wasmiddel om problemen te vermijden van buitensporig schuim, slecht spoelen, financiële besparingen en tenslotte milieubescherming.
- Gebruik minder wasmiddel voor kleine hoeveelheden of lichtbevuilde kleding.
Wasverzachters gebruiken
Plaats de verzachter in het wasverzachtervak van de wasmiddellade.
- Overschrijd het (>max<) niveau in het wasverzachtervak niet.
- Indien de verzachter niet erg vloeibaar meer is, verdun deze dan met water voor u deze in de wasmiddellade plaatst.
Vloeibare wasmiddelen gebruiken
Als het product voorzien is van een houder voor vloeibaar wasmiddel:

- Plaats de houder voor vloeibaar wasmiddel in vaknr. "2".
- Als het vloeibare wasmiddel minder vloeibaar is geworden, verdunt u het met water voor het in de wasmiddelhouder te gieten.
Als het product niet voorzien is van een houder voor vloeibaar wasmiddel:
- Gebruik geen vloeibaar wasmiddel voor de voorwas in een programma met voorwas.
- Vloeibaar wasmiddel bevlekt uw kleding indien gebruikt met de Uitgestelde Start-functie. Als u de Uitgestelde Start-functie gaat gebruiken, gebruik dan geen vloeibaar wasmiddel.
Gebruik van gel en wasmiddeltabletten
- Als het gelwasmiddel vloeibaar is en uw machine niet voorzien is van een speciale houder voor vloeibaar wasmiddel, doe het gelwasmiddel dan in het hoofdwasvak tijdens de eerste watertoevoer. Als uw machine voorzien is van een houder voor vloeibaar wasmiddel, doet u het wasmiddel in deze houder voor u de machine start.
- Als het gelwasmiddel niet vloeibaar is of in een capsule zit, doe deze dan direct in de trommel voor het wassen.
- Doe de wasmiddeltabletten in het hoofdwasvak (vaknr. "2") of direct in de trommel voor het wassen.
Het gebruik van stijfsel
- Doe de vloeibare soda, poedersoda of de kledingverf in het wasverzachtervak.
Gebruik wasverzachter en stijfsel niet samen in een wascyclus.
Neem de binnenkant van de machine met een vochtige en schone doek af na het gebruik van stijfsel.
Antikalkproducten gebruiken
- Gebruik, indien nodig, enkel antikalkmiddelen die speciaal bestemd zijn voor wasmachines.
Gebruik van bleekmiddel
Voer bleekmiddel aan het begin van de wascyclus toe door een voorwasprogramma te kiezen. Doe geen wasmiddel in het voorwasvak. Als alternatieve toepassing selecteert u een programma met extra spoeling en voegt u bleekmiddel toe terwijl de machine water neemt van het wasmiddelvak tijdens de eerste spoelfase.
- Gebruik geen bleekmiddel gemengd met wasmiddel.
- Gebruik een kleine hoeveelheid (circa 50 ml) bleekmiddel en spoel de kleding goed uit, want dit veroorzaakt huidirritatie. Giet bleekmiddel niet op het wasgoed en gebruik het niet met bonte was.
- Kies bij het gebruik van op zuurstof gebaseerd ontkleuringsmiddel een programma dat het wasgoed op een lage temperatuur wast.
- Op zuurstof gebaseerd ontkleuringsmiddel kan gebruikt worden met wasmiddel; echter, als het niet dezelfde consistentie heeft, doet u eerst het wasmiddel in vaknr. "2" in de wasmiddellade en wacht u tot de machine het wasmiddel wegspoelt met de inname van water. Terwijl de machine doorgaat met water innemen, voegt u aan hetzelfde vak het ontkleuringsmiddel toe.
4.2.7 Tips voor efficiënt wassen
| Kleding | |||||
| Lichte kleuren en witgoed | Kleuren | Zwart / donkere kleuren | Fijne was / wol / zijde | ||
| (Aanbevolen temperatuur op basis van de vuilgraad: 40-90 °C ) | (Aanbevolen temperatuur op basis van de vuilgraad: koud -40 °C ) | (Aanbevolen temperatuur op basis van de vuilgraad: koud -40 °C ) | (Aanbevolen temperatuur op basis van de vuilgraad: koud -30 °C ) | ||
| Bevuilingsgraden | Zwaarbevuild(moeilijke vlekken zoals gras, koffie, fruit en bloed.) | Mogelijk moeten vlekken worden voorbehandeld of is voorwas nodig. Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor witte was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor sterk bevuild wasgoed. Het is raadzaam poederwasmiddelen te gebruiken om klei en vuilvlekken en vlekken die gevoelig zijn voor bleekmiddelen schoon te maken. | Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor gekleurde was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor sterk bevuild wasgoed. Het is raadzaam poederwasmiddelen te gebruiken om klei en vuilvlekken en vlekken die gevoelig zijn voor bleekmiddelen schoon te maken. Gebruik wasmiddelen zonder bleekmiddelen. | Vloeibare wasmiddelen geschikt voor gekleurde was en donkere kleuren kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor sterk bevuild wasgoed. | Geef de voorkeur aan vloeibare wasmiddelen die speciaal werden ontwikkeld voor fijne was. Wol en zijde moet worden gewassen met speciaal daartoe ontwikkelde wasmiddelen. |
| Normaal bevuild(Bijvoorbeeld voor vlekken veroorzaakt door het lichaam op kragen en polsen) | Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor witte was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor normaal bevuild wasgoed. | Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor gekleurde was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor normaal bevuild wasgoed. Gebruik wasmiddelen die geen bleek bevatten. | Vloeibare wasmiddelen geschikt voor gekleurde was en donkere kleuren kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor normaal bevuild wasgoed. | Geef de voorkeur aan vloeibare wasmiddelen die speciaal werden ontwikkeld voor fijne was. Wol en zijde moet worden gewassen met speciaal daartoe ontwikkelde wasmiddelen. | |
| Lichtbevuild(zonder zichtbare vlekken.) | Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor witte was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor licht bevuild wasgoed. | Poederwasmiddelen en vloeibare wasmiddelen aanbevolen voor gekleurde was kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor licht bevuild wasgoed. Gebruik wasmiddelen die geen bleek bevatten. | Vloeibare wasmiddelen geschikt voor gekleurde was en donkere kleuren kunnen in de aanbevolen doses worden gebruikt voor licht bevuild wasgoed. | Geef de voorkeur aan vloeibare wasmiddelen die speciaal werden ontwikkeld voor fijne was. Wol en zijde moet worden gewassen met speciaal daartoe ontwikkelde wasmiddelen. | |

Allergy UK is de bedrijfsnaam van The British Allergy Foundation. De goedkeuringszegel, die aangeeft dat het product dat het bezit specifiek allergenen beperkt / vermindert / verwijdert uit de omgeving van de allergiepatiënt of dat het aanmerkelijk allergeeninhoud heeft verminderd, was gecreëerd om een richtlijn te geven voor mensen die advies zoeken in deze kwestie. Het doel is mensen te verzekeren dat producten wetenschappelijk getest zijn of beoordeeld zijn met meetbare resultaten.
4.3 Bediening van het product
4.3.1 Bedieningspaneel

1 - Programmakeuzeknop 2 - Temperatuurseselectieleds 3 - Selectieleds centrifugeersnelheid 4 - Informatiescherm tijdsduur 5 - Led kinderslot ingeschakeld 6 - Instellingsknop eindtijd 7 - Led deurslot ingeschakeld
8 - Indicatorleds programmaverloop 9 - Aan- / Uit-knop 10 - Start- / Pauze-knop 11 - Hulpfunctieknoppen 12 - Knop voor centrifugeersnelheidaanpassing 13 - Knop voor temperatuuraanpassing 14 - Programmakeuzeleds
4.3.2 Programmaselectie
1 Bepaal het geschikte programma voor het type, de hoeveelheid en de bevuilingsgraad van de was overeenkomstig met de "Tabel programma en verbruik". 1 Selecteer het gewenste programma met de knop "Programmakeuze".
![]() | De programma's zijn beperkt tot de hoogste centrifugeersnelheid die geschikt is voor dat bepaalde type stof. |
| Bij het kiezen van het programma dient u altijd rekening te houden met het type materiaal, de kleur, bevuillingsgraad en toegestane watertemperatuur. | |
| Verkies altijd de laagst mogelijke temperatuur die geschikt is voor uw type wasgoed. Hogere temperaturen betekenen een hoger stroomverbruik. |
4.3.3 Programma's
- Katoen
Gebruik het voor uw katoenen wasgoed (zoals lakens, dekbedhoes- en kussensloopsets, handdoeken, badjassen, ondergoed, enz.) Uw wasgoed zal met krachtige wasbewegingen worden gewassen tijdens een langere wascyclus.
- Synthetisch
Gebruik het om uw synthetische kleding te wassen (overhemden, bloezen, synthetisch/katoenmengsels, enz.). Het programma wast met langzamere bewegingen en heeft een kortere wascyclus in vergelijking met het programma "Katoen".
Gebruik voor gordijnen en voile het programma "Synthetisch 40°C" met voorwas en antikreukfuncties geselecteerd. Omdat hun netweefsel overmatig schuimen veroorzaakt, wast u de vitrages/voile met een kleine hoeveelheid wasmiddel in het hoofdwasvak. Doe geen wasmiddel in het voorwasvak.
• Wol
Gebruik het om uw wollen kleding te wassen. Selecteer de geschikte temperatuur overeenkomstig de labels in uw kleding. Gebruik een wolwasmiddel voor wol.
- Katoen Eco
Gebruik het om uw normaal bevuilde, duurzaam katoenen en linnen wasgoed te wassen. Hoewel het wasprogramma langer duurt dan alle andere programma's, levert het een grote energie- en waterbesparing op. De werkelijke watertemperatuur kan afwijken van de vermelde wastemperatuur. Als u de machine met minder wasgoed vult (bijv. ½ capaciteit of minder) kan de programmatijd automatisch korter worden. Op deze manier wordt het verbruik van energie en water verminderd en zorgt zo voor een economisch wasbeurt. Dit programma is beschikbaar op modellen met de resttijdindicator.
- Delicaat 20°
Gebruik het om uw fijne was te wassen. Het programma wast vergeleken met het programma "Synthetisch" met langzamere bewegingen zonder tussentijds centrifugeren. Het is bedoeld voor wasgoed waar fijn wassen voor wordt aanbevolen.
- Handwas
Gebruik het om uw wol/fijne was met het label "niet machinewasbaar" waarvoor handwas aanbevolen is, te wassen. De was wordt met zeer langzame wasbewegingen gewassen om het wasgoed niet te beschadigen.
• Daily Xpress (Mini)
Gebruik dit programma om uw licht vervuilde katoenen kleding snel te wassen.
• Xpress Super Short (Mini 14)
Gebruik het om uw licht bevuilde of vlekkeloze katoenen kleding snel te wassen.
- Mix 40
Gebruik dit programma om uw katoenen en synthetische wasgoed samen te wassen zonder deze te sorteren.
- Hemden
Gebruik het om katoenen en synthetische overhemden, evenals gemengd synthetische stoffen samen te wassen.
- Aqua 40'/40°
Gebruik dit programma om uw licht bevuilde of vlekkeloze katoenen kleding snel te wassen.
- Dekbed
Gebruik dit programma om uw vezeldekbed te wassen dat een "machine wasbaar" etiket heeft. Verzeker u ervan dat u het dekbed goed verdeeld heeft om schade aan de machine en het dekbed te voorkomen. Verwijder de dekbedhoes voor het dekbed in de machine te doen. Vouw het dekbed in tweeën en verdeel het in de machine. Verdeel het dekbed zodanig in de machine dat het niet in contact komt met de balg.

Laad niet meer dan 1 dubbelvezeldekbed (200 x 200 cm).
Was uw dekbedden, kussens enz. die katoen bevatten niet in de machine.

OPGELET: Was geen spullen, zoals kleden, tapijten enz., op dekbedden na, in de machine. Het veroorzaakt blijvende schade aan de machine.
Gebruik dit programma voor uw wasgoed dat u op lage temperaturen met intensieve en lange wascyclus wilt wassen. Gebruik dit programma voor uw wasgoed dat u hygiënisch wilt wassen op lage temperatuur.
- Verwijdering van huisdierhaar+
Gebruik dit programma voor uw wasgoed waarvoor u een anti-allergie en hygiënisch wasprogramma wilt op hoge temperaturen met intensieve en lange wascycli. Plaats wasmiddel in het voorwascompartiment om een effectief resultaat met dit programma te verkrijgen.
- Programma voor verwijdering van huisdierhaar+ 60°C is getest en goedgekeurd door “The British Allergy Foundation” (Allergy UK) in het Verenigd Koninkrijk.
| Indicatieve waarden voor synthetische programma's (FL) | ||||||
| Lading (kg) | Waterverbruik (l) | Energieverbruik (kWu) | Programmaduur (min)* | Resterend vochtgehalte (%) **≤ 1000 rpm > 1000 rpm | Resterend vochtgehalte (%) ** | |
| Synthetisch 60 | 4 65 1.25 105 | / 135' | 45 40 | |||
| Synthetisch 40 | 4 65 0.70 105 | / 135' | 45 40 | |||
| * U kunt de wastijdsduur van het geselecteerde programma zien op het scherm van de machine. Het is normaal dat zich kleine veranderingen voordoen tussen de aangegeven tijd op het scherm en de werkelijke wastijd. | ||||||
| ** Waarden van het resterend vochtgehalte kunnen verschillen van de geselecteerde centrifugeersnelheid. | ||||||
- Spoelen
Gebruik het wanneer u afzonderlijk wilt spoelen of stijven.
• Centrifugeren+Pompen
Gebruik het om het water in de machine weg te pompen.
4.3.4 Temperatuurselectie
Telkens wanneer een nieuw programma is geselecteerd, verschijnt de aanbevolen temperatuur voor dat geselecteerde programma op de temperatuurindicator.
Om de temperatuur te verlagen, drukt u opnieuw op de knop "Aanpassing Temperatuur". De temperatuur zal geleidelijk afnemen.

Als het programma het verwarmingsproces nog niet heeft bereikt, kunt u de temperatuur aanpassen zonder de machine in de Pauze-stand te zetten.
4.3.5 Selectie centrifugeersnelheid
Wanneer een nieuw programma is geselecteerd, wordt de aanbevolen centrifugeersnelheid van het geselecteerde programma weergegeven op de indicator van de centrifugeersnelheid.
Om de centrifugeersnelheid te verminderen, drukt u op de knop Aanpassing Centrifugeren. De centrifugeersnelheid zal geleidelijk verminderen.
Dan verschijnen, afhankelijk van het productmodel, "Spoelstop" en "Niet Centrifugeren" opties op het scherm. Zie "Hulpfunctiekeuze" paragraaf voor uitleg van deze opties.
Spoelstop
Indien u het wasgoed niet onmiddellijk na het programma wilt verwijderen, kunt u de functie spoelstop gebruiken en uw wasgoed in het laatste spoelwater laten staan om te voorkomen dat het kreukt wanneer er geen water meer in de machine staat. Druk na deze fase op de knop Start/Pauze als u het water wilt wegpompen zonder uw wasgoed te centrifugeren. Het programma zal hervat en beëindigd worden na het wegpompen van het water.
Indien u het wasgoed in het water wilt centrifugeren, past u de Centrifugeersnelheid aan en drukt u op knop Start / Pauze.
Het programma wordt hervat. Het water wordt weggepompt, het wasgoed wordt gecentrifugeerd en het programma wordt beeindigd.

Als het programma het centrifugeerproces nog niet heeft bereikt, kunt u de snelheid aanpassen zonder de machine in de Pauze-stand te zetten
4.3.6 Tabel programma en verbruik
| FL | Hulpfunctie | ||||||||
| Programma (°C) | Max. Lading (kg) | Waterbruik (l) | Energieverbruik (kWh) | Max. Snelheid*** | Voorwas | Express Wassen | Extra Spoelen | Selecteerbaar temperatuurbereik in °C | |
| Katoen Eco | 60** 8 | 52 1.1 | 1 1400 Kou | d-60 | |||||
| 60** 4 | 45 0.6 | 6 1400 Kou | d-60 | ||||||
| 40** 4 | 44 0.6 | 5 1400 Kou | d-60 | ||||||
| Katoen | 90 8 | 77 2.30 | 1400 ● ● | ● Koud-90 | |||||
| 60 8 | 77 1.60 | 1400 ● ● | ● Koud-90 | ||||||
| 40 8 | 77 0.80 | 1400 ● ● | ● Koud-90 | ||||||
| pet hair removal+ | 90 | 8 | 92 | 2.80 | 1400 | * | * | 30 - 90 | |
| Synthetisch | 60 4 | 65 1.25 | 800 | ● ● ● | ● Koud-60 | ||||
| 40 4 | 65 0.70 | 800 | ● ● ● | ● Koud-60 | |||||
| Hemden | 60 4 | 65 1.20 | 800 | ● ● ● | ● Koud-60 | ||||
| Wol | 40 | 2 | 46 | 0.28 | 800 | ● | Koud-40 | ||
| Handwas | 30 2 | 40 0.25 | 800 | Koud-30 | |||||
| Delicaat 20° | 20 | 4 | 45 | 0.15 | 800 | ● | 20 | ||
| Daily Xpress | 90 8 | 63 2.00 | 1400 | ● Koud-90 | |||||
| 60 8 | 60 1.10 | 1400 | ● Koud-90 | ||||||
| 30 8 | 60 0.60 | 1400 | ● Koud-90 | ||||||
| Xpress Super Short | 30 2 | 32 0.10 | 1400 | ● Koud-30 | |||||
| Aqua 40'/40° | 40 8 | 45 0.55 | 1400 Kou | -40 | |||||
| Mix 40 | 40 | 4 | 68 | 0.85 | 800 | ● | ● | Koud-40 | |
| Dekbed | 40 | - | 65 | 0.90 | 800 | ● | ● | Koud-60 | |
| Hygiene 20° | 20 4 | 98 0.42 | 1400 | * | 20 | ||||
• : Selecteerbaar. * : Automatisch geselecteerd, kan niet worden geannuleerd. ** : Energielabelprogramma (EN 60456 Ed.3) *** : Als de maximale centrifugeersnelheid van de machine lager is als deze waarde, kunt u enkel tot de maximale centrifugeersnelheid selecteren.
- : Zie de programmabeschrijving voor maximale lading.

** "Katoen eco 40°C en katoen eco 60°C zijn de standaard programma's." Deze programma's staan bekend als 'standaard
programma katoen 40°C' en 'standaard programma katoen 60°C' en zijn op het paneel aangeduid met de symbolen



De hulpfuncties in de tabel kunnen verschillen afhankelijk van het model van uw machine.
Het water- en stroomverbruik kan afwijken door veranderingen in de waterdruk, waterhardheid en watertemperatuur, omgevingstemperatuur, type en hoeveelheid was, selectie van hulpfuncties en centrifugeersnelheid en schommelingen in de netspanning.
U kunt de wastijdsduur van het geselecteerde programma zien op het scherm van de machine. Het is normaal dat zich kleine veranderingen voordoen tussen de aangegeven tijd op het scherm en de werkelijke wastijd.
"Keuzepatronen voor hulpfuncties kunnen door de fabrikant gewijzigd worden. Nieuwe keuzepatronen kunnen worden toegevoegd of verwijderd."
"De centrifugeersnelheid van uw machine kan afhankelijk van het programma verschillen, echter kan deze snelheid de maximale snelheid van uw machine niet overschrijden."
De fabrikant behoudt zich het recht voor om aanpassingen te maken in de programma's en hulpfuncties die in de tabel worden gegeven. Hoewel deze aanpassingen de machinewerking niet wijzigen, kunnen programmastappen en tijdsduur wijzigen.
4.3.7 Selectie van hulpfuncties
Selecteer de gewenste hulpfuncties voor u het programma start.
Als een programma wordt gekozen of als een relevante hulpfunctie wordt gekozen, gaat de gerelateerde indicator branden.

Indicatorlampjes van de hulpfuncties die niet gekozen kunnen worden met het huidige programma zullen knipperen en er wordt een geluidssignaal weergegeven.
U kunt ook hulpfuncties kiezen of annuleren die geschikt zijn voor het programma dat draait nadat de wascyclus start. Als de wascyclus een punt heeft bereikt dat er geen hulpfunctie gekozen kan worden, wordt een geluidswaarschuwing gegeven en zal het gerelateerde lampje van de hulpfunctie knipperen.

Sommige functies kunnen niet samen worden geselecteerd. Indien voordat de machine start een tweede hulpfunctie niet samen blijkt te gaan met de eerste geselecteerde, zal de eerst geselecteerde functie geannuleerd worden en de tweede hulpfunctie in werking blijven. Indien u bijvoorbeeld Kort Wassen wilt selecteren nadat u Extra water heeft geselecteerd, zal Extra water geannuleerd worden en Kort Wassen in werking blijven.
Een hulpfunctie die niet compatibel is met het programma, kan niet worden geselecteerd. (Zie "Tabel programma en verbruik")
Bepaalde programma's hebben hulpfuncties die tegelijkertijd moeten worden gebruikt. Deze functies kunnen niet worden geannuleerd. Het kader van de hulpfunctie brandt niet, alleen het binnenste deel licht op.
- Voorwas
Een voorwas is enkel nuttig bij zeer vuile was. Als u geen voorwas gebruikt, bespaart u energie, water, wasmiddel en tijd.
- Express Wassen
Deze functie kan worden gebruikt voor programma's voor Katoen en Synthetisch stoffen. Ze vermindert de wastijd en ook het aantal spoelcycli voor licht bevuild wasgoed.

Telkens wanneer u deze functie selecteert, laadt u de machine met de helft van de maximale hoeveelheid wasgoed die aangegeven staat in de programmatabel.
- Extra Spoelen
Deze functie laat de machine een extra spoelbeurt uitvoeren naast de spoelbeurt die al is uitgevoerd na de hoofdwas. Zo kan het risico voor de gevoelige huid (baby's, allergische huid, enz.) als gevolg van de minimale wasmiddelresten op het wasgoed worden gereduceerd.
4.3.8 Eindtijd
Met de Eindtijd-functie kan het starten van het programma tot 24 uur uitgesteld worden. Nadat u op de knop Eindtijd hebt gedrukt, wordt de geschatte eindtijd van het programma weergegeven. Als de Eindtijd wordt aangepast, brandt de Eindtijd-indicator.
Om de Eindtijd-functie te activeren en het programma op een bepaald moment te laten eindigen, moet u na instelling van de tijd de knop Start / Pauze indrukken.
Indien u de Eindtijdfunctie wilt annuleren, drukt u op de knop Aan / Uit om de machine uit en aan te zetten.

Gebruik geen vloeibare wasmiddelen als u de Eindtijdfunctie activeert! Er bestaat een risico op bevlekking van de kleding.
1 Open de laaddeur, plaats het wasgoed en doe er wasmiddel in, enz. 2 Selecteer het wasprogramma, temperatuur, centrifugeersnelheid en, indien gewenst, de hulpfuncties. 3 Stel de gewenste eindtijd in door op de knop Eindtijd te drukken. Eindtijd-indicator brandt. 4 Druk op de knop Start / Pauze. Aftellen van de tijd begint. ":" teken in het midden van de eindtijd op het scherm begint te knipperen.

Tijdens de aftelling van de Eindtijd kan extra wasgoed worden geladen. Aan het eind van de aftelling verdwijnt de Eindtijd-indicator, begint de wascyclus en verschijnt de tijd van het gekozen programma op het scherm.
Wanneer de Eindtijdkeuze is afgerond, verschijnt de tijd op het scherm. Deze bestaat uit de eindtijd plus de duur van het gekozen programma.
4.3.9 Het programma starten
- Druk op de knop Start / Pauze om het programma te starten.
- Het programmaverlooplampje dat het opstarten van het programma weergeeft, begint te branden.

Als binnen 1-10 minuten tijdens het programmakeuzeproces er geen programma wordt gestart of geen enkele knop wordt ingedrukt, schakelt de machine naar de UIT-stand. Scherm en alle indicatoren zijn uit.
Als u op de knop Aan / Uit drukt, worden de geselecteerde programmagegevens weergegeven.
4.3.10 Laaddeurvergrendeling
De laaddeur van de machine heeft een vergrendelingssysteem dat voorkomt dat de deur opent indien het waterniveau dat niet kan toelaten.
Led van de deurvergrendeling verschijnt in het paneel wanneer de laaddeur wordt vergrendeld.
4.3.11 De keuzes wijzigen nadat het programma gestart is
Nadat het programma gestart is kunt u de volgende wijzigingen doorvoeren:
4.3.11.1 Het programma in de pauzemodus zetten:
Druk tijdens het draaien van het programma op de knop Start/Pauze om de machine over te schakelen op de pauzestand. Het lampje dat de Start / Pauze-status en de programmastap aangeeft gaat knipperen op de programmaverloopindicator om aan te geven dat de machine op de pauzemodus gezet is. Ook zal het laaddeurlampje knipperen totdat de deur geopend kan worden. Als de deur geopend kan worden, gaat het laaddeurlampje uit en gaat de programmastapindicator en het Start / Stop-led knipperen.
Als de deur geopend kan worden, gaat naast het programmastaplampje ook het laaddeurlampje uit.
4.3.11.2 Veranderen van de hulpfunctie, snelheid en temperatuur
Afhankelijk van de programmastap die bereikt is kunt u de hulpfuncties annuleren of selecteren. Zie "Selectie van hulpfuncties".
U kunt ook de snelheid- en temperatuurinstellingen wijzigen. Zie "Centrifugeersnelheidkeuze" en "Temperatuurkeuze".

Als de wijziging niet toegestaan is zal het relevante lampje 3 keer knipperen.
4.3.11.3 Toevoegen of uitnemen van wasgoed
- Druk op de knop Start / Pauze om de machine over te schakelen op de pauzemodus. Het lampje van het relevante programma, waarin de machine zich bevond toen deze in de pauzestand werd gezet, zal knipperen.
- Wacht tot de laaddeur geopend kan worden.
- Open de laaddeur en voeg wasgoed toe of neem wasgoed uit.
- Sluit de laaddeur.
- Wijzig, indien nodig, de hulpfuncties, temperatuur en snelheidsinstellingen.
- Druk op de knop Start/Pauze om het programma te starten.
4.3.12 Kinderbeveiliging
Gebruik de Kinderbeveiliging functie om te voorkomen dat kinderen aan de machine komen. Zo kunt u voorkomen dat er zich wijzigingen in een draaiend programma voordoen.

U kunt de machine aan of uit zetten met de Aan / Uit-knop terwijl het Kinderslot ingeschakeld is. Als u de machine weer aanzet zal het programma verdergaan waar het was gestopt.
4.3.12.1 Om het kinderslot te activeren:
Druk de hulpfunctieknop 2 gedurende 3 seconden in. In het programmakeuzescherm op het paneel gaat het lampje "Kinderslot ingeschakeld" aan. Laat hulpfunctieknop 2 los als deze waarschuwing wordt weergegeven.
4.3.12.2 Om het kinderslot uit te schakelen:
Druk de hulpfunctieknop 2 gedurende 3 seconden in. In het programmakeuzescherm op het paneel gaat het lampje "Kinderslot ingeschakeld" uit.
4.3.13 Annuleren van het programma
Het programma wordt geannuleerd wanneer de machine wordt uit- en ingeschakeld. Druk de knop Aan / Uit in en houd deze gedurende 3 seconden ingedrukt.

Wanneer u Aan / Uit-knop indrukt terwijl het Kinderslot ingeschakeld is, wordt het programma niet geannuleerd. U moet eerst het Kinderbeveiliging uitschakelen.
Indien u de laaddeur wilt openen nadat u het programma heeft geannuleerd, maar dit blijkt niet mogelijk door een te hoge waterstand, draai dan de Programmakeuzeknop op het Pomp+Centrifugeer-programma en laat het water uit de machine lopen.
4.3.14 Einde van het programma
Het led voor einde verschijnt op het display als het programma beëindigd is.
Als u gedurende 10 minuten geen enkele knop indrukt, gaat de machine UIT (OFF-modus). Scherm en alle indicatoren zijn uit.
Voltooide programmastappen worden weergegeven als u op de knop Aan / Uit drukt.
4.3.15 Uw machine heeft een "Stand-by-modus".
Als u uw machine heeft ingeschakeld met de Aan/Uit-knop en er geen programma wordt gestart of er geen andere procedure wordt uitgevoerd bij de selectiestap of er binnen circa 10 minuten na beëindiging van het gekozen programma geen actie wordt ondernomen, schakelt uw machine automatisch naar de UIT-stand. Scherm en alle indicatoren zijn uit. Als u op de knop Aan / Uit drukt, worden de geselecteerde programmagegevens weergegeven. Controleer voordat u het programma start of u de juiste keuzes hebt gemaakt. Herhaal ze, indien nodig. Dit is geen defect.
4.4 Onderhoud en reiniging
De levensduur van uw product wordt verlengd en regelmatig voorkomende problemen worden verminderd als deze regelmatig wordt gereinigd.
4.4.1 Schoonmaken van de wasmiddellade

Reinig het wasmiddelbakje regelmatig (om de 4-5 wascycli) zoals hieronder wordt aangegeven om de ophoping van poederwasmiddel op langere termijn te voorkomen.
Til voor verwijdering het achtergedeelte van de sifon op, zoals afgebeeld.
Als zich meer dan een normale hoeveelheid water en wasverzachtermengsel in het wasverzachtervak verzamelt, moet de sifon worden gereinigd.
1 Druk op het gemarkeerde punt van de sifon in het wasverzachtervak en trek naar u toe tot de lade verwijderd is uit de machine. 2. Was de wasmiddellade en de sifon met voldoende lauwwarm water in een wasbak. Om te voorkomen dat resten in contact komen met uw huid, reinigt u het met een geschikte borstel en draagt u handschoenen. 3 Schuif de lade terug op zijn plaats na reiniging en verzeker u ervan dat deze juist geplaatst is.
4.4.2 Het reinigen van de laaddeur en de trommel
Zie voor producten met trommelreinigingsprogramma 'Bediening van het product - programma's'. Volg voor producten zonder trommelreiniging de onderstaande stappen voor het reinigen van de trommel: Kies hulpfunctie Extra water of Extra spoelen. Gebruik een programma voor katoen zonder voorwas. Stel de temperatuur in op het niveau dat wordt aanbevolen op het trommelreinigingsmiddel dat verkregen kan worden bij erkende servicediensten. Pas deze procedure toe zonder wasgoed in het product. Voor het programma te starten doet u 1 zakje speciaal trommelreinigingsmiddel (als dit niet verkrijgbaar is, gebruikt u max. 100 g antikalkpoeder) in het hoofdwasmiddelvak (vaknr. „2“). In geval het een antikalktablet betreft, doe dan één tablet in het hoofdwasmiddelvak, vaknr. „2“. Droog de binnenkant van de machine met een schone doek nadat het programma beëindigd is.

Herhaal het trommelreiningsproces elke 2 maanden.
Gebruik een antikalkmiddel dat geschikt is voor wasmachines.

Zorg na elke wasbeurt dat er geen vreemde stof in de trommel achterblijft.
Als de gaten in het manchet zoals getoond in de afbeelding verstopt zijn, kunt u deze openen met een tandenstoker.
Vreemde metalen stoffen veroorzaken roestvlekken in de trommel. Reinig de vlekken op het trommeloppervlak met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
Gebruik nooit staalwol of een pannenspons. Deze beschadigen de gelakte, verchroomde en plastic oppervlakken.
4.4.3 Het reinigen van de kast en het bedieningspaneel
Neem de kast van de machine af met water en zeep of indien nodig met een niet-schurende milde reinigingsgel, en droog met een zachte doek.
Gebruik enkel een zachte en vochtige doek om het bedieningspaneel te reinigen.
4.4.4 Reinig de watertoevoerfilters
Er bevindt zich een filter aan het uiteinde van elke watertoevoerklep aan de achterkant van de machine en ook aan het uiteinde van elke watertoevoerslang waar deze aangesloten zijn op de kraan. Die filters voorkomen dat vreemde substanties en vuil in het water in de wasmachine terecht komen. De filters moeten worden gereinigd omdat ze vuil worden.

- Sluit de kranen.
- Verwijder de moeren van de watertoevoerslangen om bij de filters op de watertoevoerkleppen te komen. Reinig ze met een geschikt borstel. Als de filters te vies zijn, neem ze dan van hun plek met een tang en reinig ze op deze manier.
- Verwijder de filters op de platte uiteinden van de watertoevoerslangen met de pakkingen en reinig ze zorgvuldig onder stromend water.
- Vervang de afdichtingen en filters zorgvuldig en draai hun moeren met de hand vast.
4.4.5 Resterend water wegpompen en de pompfilter reinigen
Het filtersysteem in uw machine verhindert dat stukken zoals knopen, munten en stofvezels de pomprotor verstoppen tijdens het wegpompen van het water. Zo zal het water zonder problemen weglopen en zal de levensduur van de pomp verlengen.
Indien de machine het water niet kan wegpompen, is de pompfilter verstopt. Het filter dient gereinigd te worden als het verstopt is of minimaal om de 3 maanden. Het water moet eerst weggepompt zijn om de pompfilter te reinigen.
Bovendien dient, voordat de machine wordt vervoerd (bijv. als u verhuist) en in geval van bevriezing van het water, het water volledig weggepompt te zijn.

OPGELET: Vreemde substanties die in het pompfilter achterblijven kunnen uw machine beschadigen of vreemde geluiden veroorzaken.
OPGELET: Als het product niet wordt gebruikt, sluit u de kraan, verwijdert u de waterleidingslang en pompt u het water uit de machine weg, zodat het niet kan bevriezen.
OPGELET: Draai na ieder gebruik de waterkraan waarop de waterslang is aangesloten dicht.
Ten einde het vuile filter te reinigen en het water weg te pompen:
1 Verwijder de stekker van de machine uit het stopcontact.

OPGELET: De watertemperatuur in de machine kan oplopen tot 90 °C. Om kans op verbranding te voorkomen, reinigt u het filter nadat het water in de machine is afgekoeld.
- Open het filterdeksel.

3 Volg de hieronder beschreven procedures op om het water weg te pompen.
Als het product een noodwaterafvoerslang heeft, moet u om het water weg te pompen:

a Trek de noodafvoerslang van zijn plaats b Zet een grote container bij het uiteind van de slang. Voer het water af in de container door de plug aan het uiteinde van de slang te verwijderen. Blokkeer de toevoer van de slang door de plug terug te plaatsen wanneer de container vol is. Herhaal de bovenstaande procedure nadat de container is geledigd om het water volledig uit de machine te laten lopen. c Als het water afgevoerd is sluit u het einde weer met de plug en bevestigt u de slang op zijn plaats. d Draai het pompfilter en verwijder deze.
- Reinig alle resten in het filter alsook vezels, indien aanwezig, rondom de pomprotor.
- Vervang het filter.
- Als het filterdeksel uit twee stukken bestaat, sluit u het filterdeksel door op het lipje te drukken. Als het een stuk is, plaatst u eerst de lipjes in het lage gedeelte op hun plek en duwt u daarna op het bovendeel om het te sluiten.
5 Probleemoplossing
| Probleem Reden Oplossing | |||
| Programma kan niet worden gestart of geselecteerd. | De wasmachine is overgeschakeld naar de zelfbeschermingsmodus vanwege een voedingsprobleem (stroomvoltage, waterdruk, enz.). | ♦ Om het programma de annuleren draait u de Programmakeuzeknop om een ander programma te kiezen. Het vorige programma wordt geannuleerd. (Zie “Annuleren van het programma”) | |
| Water in de machine. Er kan wat water | ter achtergebleven zijn in het product door de kwaliteitscontroleprocessen in de productie. | ♦ Dit is geen fout; water is niet schadelijk voor de machine. | |
| Machine vult zich niet met water. | Kraan is dichtgedraaid. | ♦ Zet de kranen open. | |
| Watertoevoerslang is geknikt. | ♦ Trek de slang recht. | ||
| Watertoevoerfilter is verstopt. | ♦ Reinig het filter. | ||
| Laaddeur kan open staan. | ♦ Sluit de deur. | ||
| Machine voert het water niet af. | Waterafvoerslang kan verstopt zijn of gedraaid. | ♦ Reinig de slang of trek deze recht. | |
| Pompfilter is verstopt. | ♦ Reinig de pompfilter. | ||
| Machine trilt of maakt lawaai. | De machine staat mogelijk uit evenwicht. | ♦ Stel de poten om de machine waterpas te zetten. | |
| Er kan iets hards in het pompfilter terechtgekomen zijn. | ♦ Reinig de pompfilter. | ||
| De transportbeveiligingsbouten zijn niet verwijderd. | ♦ Verwijder de transportbeveiligingsbouten. | ||
| De hoeveelheid wasgoed in de machine kan te weinig zijn. | ♦ Voeg meer was toe aan de machine. | ||
| De machine kan overladen zijn met wasgoed. | ♦ Neem wat wasgoed uit de machine of verdeel het beter met de hand voor meer evenwicht in de machine. | ||
| De machine leunt op een onbuigzaam voorwerp. | ♦ Zorg ervoor dat de machine nergens op leunt. | ||
| Er lekt water uit de onderkant van de wasmachine. | Waterafvoerslang kan verstopt zijn of gedraaid. | ♦ Reinig de slang of trek deze recht. | |
| Pompfilter is verstopt. | ♦ Reinig de pompfilter. | ||
| De machine is gestopt kort nadat het programma werd gestart. | De machine kan tijdelijk gestopt zijn vanwege een lage spanning. | ♦ De machine zal het draaien hervatten wanneer spanning terug op het normale niveau is. | |
| Machine voert het toegevoegde water meteen af. | Afvoerslang bevindt zich mogelijk niet op de geschikte hoogte. | ♦ Sluit de waterafvoerslang aan zoals beschreven de handleiding. | |
| Er is geen water zichtbaar in de machine tijdens het wassen. | Het waterpeil in de wasmachine is van buitenaf niet zichtbaar. | ♦ Dit is geen defect. | |
| Laaddeur kan niet geopend worden. | Deurslot is ingeschakeld door het waterpeil in de machine. | ♦ Voer het water af door het Pomp of Centrifugee programma te draaien. | |
| Machine is het water aan het opwarmen of bevindt zich in de centrifugeercyclus. | ♦ Wacht tot het programma beëindigd is. | ||
| Kinderslot is ingeschakeld. Deurslot zal een paar minuten na het beëindigen van het programma uitgeschakeld worden. | ♦ Wacht een paar minuten tot het deurslot uitgeschakeld wordt. | ||
| Wassen duurt langer dan aangegeven in de handleiding.(*) | Waterdruk is laag. | ♦ Machine wacht op een geschikte hoeveelheid water in de machine om slechte waskwaliteit te vermijden te wijten aan een verminderde hoeveelheid water. Daarom is de wastijd langer. | |
| Spanning kan laag zijn. | ♦ Wastijd wordt verlengd om gebrekkige wasresultaten te vermijden door een lage spanningstoevoer. | ||
| Temperatuur van het toevoerwater kan laag zijn. | ♦ Benodigde tijd om het water op te warmen neemt toe in koude seizoenen. De wastijd kan ook verlengd worden om gebrekkige wasresultaten te vermijden. | ||
| Aantal spoelingen en/of spoelwater kan toegenomen zijn. | ♦ Machine verhoogt de hoeveelheid spoelwater indien goed spoelen nodig is en voegt een extra spoelfase toe indien nodig. | ||
| Er kan overmatig schuimvorming hebben plaatsgevonden en het automatische schuimabsorptiesysteem kan ingeschakeld zijn door het gebruik van te veel wasmiddel. | ♦ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmidde | ||
| Programmatijd loopt niet terug. (Op modellen met scherm) (*) | Tijdschakelaar stopt tijdens toevoer van water. | ◆ Tijdschakelaarindicator loopt niet terug voordat de machine voldoende water heeft. De machine zal wachten tot er voldoende water is om slechte wasresultaten te vermijden omwille van een gebrek aan water. De tijdschakelaarindicator zal het teruglopen hierna hervatten. | |
| Tijdschakelaar stopt tijdens opwarming. | ◆ De tijdschakelaarindicator loopt niet terug voordat de machine de geselecteerde temperatuur heeft bereikt. | ||
| Tijdschakelaar stopt tijdens centrifugeren. | ◆ Het automatische waarnemingssysteem voor onevenwichtige lading kan geactiveerd zijn door een onevenwichtige verdeling van het wasgoed in de trommel. | ||
| Programmatijd loopt niet terug. (*) | De lading is mogelijk niet goed uitgebalanceerd in de machine geplaatst. | ◆ Het automatische waarnemingssysteem voor onevenwichtige lading kan geactiveerd zijn door een onevenwichtige verdeling van het wasgoed in de trommel. | |
| Machine schakelt niet naar de centrifugeerfase. (*) | De lading is mogelijk niet goed uitgebalanceerd in de machine geplaatst. | ◆ Het automatische waarnemingssysteem voor onevenwichtige lading kan geactiveerd zijn door een onevenwichtige verdeling van het wasgoed in de trommel. | |
| De machine zal niet centrifugeren indien het water niet volledig is afgevoerd. | ◆ Controleer het filter en de afvoerslang. | ||
| Er kan overmatig schuimvorming hebben plaatsgevonden en het automatische schuimabsorptiesysteem kan ingeschakeld zijn door het gebruik van te veel wasmiddel. | ◆ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel | ||
| Wasresultaat is slecht: Wasgoed wordt grijs. (**) | Voor lange tijd was er onvoldoende hoeveelheid wasmiddel gebruikt. | ◆ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel geschikt voor de waterhardheid en de was. | |
| Het wassen is gedurende een lange tijd uitgevoerd op lage temperaturen. | ◆ Selecteer de juiste temperatuur voor het te was wasgoed. | ||
| Onvoldoende hoeveelheid wasmiddel is gebruikt met hard water. | ◆ Het gebruik van onvoldoende wasmiddel met ha water zorgt ervoor dat het vuil aan de kleding vasthecht, wat met de tijd de kleding grauw kleurt. Het is moeilijk grauwheid te verwijderen als het zich eenmaal voordoet. Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel geschikt voor de waterhardheid en de was. | ||
| Er is te veel wasmiddel gebruikt. | ◆ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel geschikt voor de waterhardheid en de was. | ||
| Wasresultaat is slecht: Vlekken verdwijnen niet of de was is niet wit. (**) | Er is onvoldoende hoeveelheid wasmiddel gebruikt. | ◆ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel geschikt voor de waterhardheid en de was. | |
| De machine is geladen met te veel wasgoed. | ◆ Laad de machine niet overmatig. Laad met hoeveelheden aanbevolen in de "Tabel programma en verbruik". | ||
| Verkeerde programma en temperatuur waren geselecteerd. | ◆ Selecteer het juiste programma en de juiste temperatuur voor het te wassen wasgoed. | ||
| Er is verkeerd soort wasmiddel gebruikt. | ◆ Gebruik orgineel wasmiddel geschikt voor de machine. | ||
| Er is te veel wasmiddel gebruikt. | ◆ Doe het wasmiddel in het juiste vak. Mix geen bleekmiddel en wasmiddel met elkaar. | ||
| Wasresultaat is slecht: Vettige vlekken verschijnen op het wasgoed. (**) | De trommel is niet regelmatig gereinigd. | ◆ Reining de trommel regelmatig. Zie hiervoor 4.4.2. | |
| Wasresultaat is slecht: Kleding ruikt onaangenaam. (**) | Geuren en bacteriën hebben zich aan de trommel gehecht door het doorgaans wassen op lage temperaturen en/of in korte programma's. | ◆ Laat het wasmiddelvak alsmede de laaddeur va de machine op een kier staan na iedere wasbeurt. Zo blijft de machine geen vochtige omgeving waar bacteriën goed gedijen. | |
| Kleur van de kleding is vervaagd. (**) | De machine is geladen met te veel wasgoed. | ♦ Laad de machine niet overmatig. | |
| Het in gebruik zijnde wasmiddel is vochtig. | ♦ Bewaar wasmiddel afgesloten in een vochtvrije ruimte en stel deze niet bloot aan extreme temperaturen. | ||
| Er is een hogere temperatuur geselecteerd. | ♦ Selecteer het juiste programma en de juiste temperatuur overeenstemmend het soort en vervuillingsgraad van het wasgoed. | ||
| Het spoelt niet goed. De hoeveelheid. | het merk en de bewaaromstandigheden van het wasmiddel zijn ongeschikt. | ♦ Gebruik een geschikt wasmiddel voor de wasmachine en uw wasgoed. Bewaar wasmiddel afgesloten in een vochtvrije ruimte en stel deze niet bloot aan extreme temperaturen. | |
| Wasmiddel is in het verkeerde vak gedaan. | ♦ Indien het wasmiddel in het voorwasvak is gedaan zonder het selecteren van een voorwas, kan de machine dit wasmiddel opnemen tijdens de spoel- of wasverzachterfase. Doe het wasmiddel in het juiste vak. | ||
| Pompfilter is verstopt. | ♦ Controleer het filter. | ||
| Afvoerslang is dubbelgevouwen. | ♦ Controleer de afvoerslang. | ||
| Wasgoed werd stijf na het wassen. (**) | Er is onvoldoende hoeveelheid wasmiddel gebruikt. | ♦ Het gebruik van onvoldoende hoeveelheid wasmiddel voor de waterhardheid kan veroorzaken dat het wasgoed met de tijd stijf wordt. Gebruik een geschikte hoeveelheid wasmiddel overeenkomstig de waterhardheid. | |
| Wasmiddel is in het verkeerde vak gedaan. | ♦ Indien het wasmiddel in het voorwasvak is gedaan zonder het selecteren van een voorwas, kan de machine dit wasmiddel opnemen tijdens de spoel- of wasverzachterfase. Doe het wasmiddel in het juiste vak. | ||
| Wasmiddel kan gemengd zijn met de wasverzachter. | ♦ Meng geen wasverzachter met wasmiddel. Was en reinig het doseerbakje met heet water. | ||
| Wasgoed ruikt niet naar de wasverzachter. (**) | Wasmiddel is in het verkeerde vak gedaan. | ♦ Indien het wasmiddel in het voorwasvak is gedaan zonder het selecteren van een voorwas, kan de machine dit wasmiddel opnemen tijdens de spoel- of wasverzachterfase. Was en reinig het doseerbakje met heet water. Doe het wasmiddel in het juiste vak. | |
| Wasmiddel kan gemengd zijn met de wasverzachter. | ♦ Meng geen wasverzachter met wasmiddel. Was en reinig het doseerbakje met heet water. | ||
| Wasmiddelresten in de wasmiddellade. (**) | Wasmiddel is in een natte lade gedaan. | ♦ Droog de wasmiddellade voor er wasmiddel in te doen. | |
| Wasmiddel is vochtig geworden. | ♦ Bewaar wasmiddel afgesloten in een vochtvrije ruimte en stel deze niet bloot aan extreme temperaturen. | ||
| Waterdruk is laag. | ♦ Controleer de waterdruk. | ||
| Het wasmiddel in het hoofdwasvak is nat geworden tijdens de waterinname voor de voorwas. Gaten van het wasmiddelvak zijn geblokkeerd. | ♦ Controleer de gaten en reinig deze als ze zijn verstopt. | ||
| Er is een probleem met de wasmiddelladekleppen. | ♦ Bel de Geautoriseerde Onderhoudsmonteur. | ||
| Wasmiddel kan gemengd zijn met de wasverzachter. | ♦ Meng geen wasverzachter met wasmiddel. Was en reinig het doseerbakje met heet water. | ||
| De trommel is niet regelmatig gereinigd. | ♦ Reining de trommel regelmatig. Zie hiervoor 4.4.2. | ||
| Er vormt zich te veel schuim in de machine. (**) | Er worden voor de wasmachine onjuiste wasmiddelen gebruikt. | ♦ Gebruik geschikte wasmiddelen voor de wasmachine. | |
| Er is teveel wasmiddel gebruikt. | ♦ Gebruik slechts benodigde hoeveelheid wasmiddel. | ||
| Wasmiddel was bewaard onder onjuiste omstandigheden. | ♦ Bewaar wasmiddel op een afgesloten en droge plek. Bewaar deze niet in overmatige warme plekken. | ||
| Sommige netachtige stoffen zoals voile kunnen te veel schuimen door hun weefselstructuur. | ♦ Gebruik kleinere hoeveelheden wasmiddel voor soort artikelen. | ||
| Wasmiddel is in het verkeerde vak gedaan. | ♦ Doe het wasmiddel in het juiste vak. | ||
| Wasverzachter wordt te vroeg ingenomen. | ♦ Er kan een probleem zijn in de kleppen of in de wasmiddeldoseerbakje. Bel de Geautoriseerde Onderhoudsmonteur. | ||
| Er komt schuim uit de wasmiddellade. | Er is te veel wasmiddel gebruikt. | ♦ Meng 1 eetlepel verzachter en 1/2 l water en giet in het hoofdwasvak van de wasmiddellade. | |
| ♦ Plaats een dusdanige hoeveelheid wasmiddel in de machine geschikt voor de programma's en maximale lading zoals aangegeven in""Tabel programma en verbruik". Indien u chemische producten toevoegt (vlekverwijderaars, bleekmiddelen enz.) dient u de hoeveelheid wasmiddel te verminderen. | |||
| Wasgoed blijft nat na het beëindigen van het programma. (*) | Er kan overmatig schuimvorming hebben plaatsgevonden en het automatische schuimabsorptiesysteem kan ingeschakeld zijn door het gebruik van te veel wasmiddel. | ♦ Gebruik de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel. | |
| (*) De machine schakelt niet naar de centrifugeerfase wanneer het wasgoed niet evenwichtig verdeeld is in de trommel om schade aan de machine en zijn omgeving te vermijden. Het wasgoed moet worden herverdeeld en opnieuw gecentrifugeerd worden. | |||
| (**) De trommel is niet regelmatig gereinigd. Reining de trommel regelmatig. Zie 4.4.2. | |||
![]() | OPGELET: Als u het probleem, desondanks het volgen van de instructies in deze sectie, niet kunt oplossen, raadpleeg dan uw dealer of een bevoegde onderhoudsmonteur. Probeer nooit zelf een niet-functioneel product te repareren. | ||

