K5920D1 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis K5920D1 NEFF in PDF-formaat.
| Merk | NEFF |
| Model | K5920D1 |
| Producttype | Koelkast |
| Energielabel | A+ |
| Nettocapaciteit totaal | 280 L |
| Koelruimtevolume | 200 L |
| Vriezervolume | 80 L |
| Afmetingen (H x B x D) | 177 cm x 54 cm x 55 cm |
| Nettogewicht | 60 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 150 W |
| Geluidsniveau | 42 dB(A) |
| Koelfunctie | Ventilatorkoeling (No Frost) |
| Ontdooiing | Automatisch |
| Binnenverlichting | LED |
| Bediening | Elektronisch, digitaal display |
| Installatietype | Inbouw (vrijstaand mogelijk) |
| Koelmiddel | R600a |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de binnenkant met een zachte doek en zeepwater. Stof van het rooster aan de achterkant verwijderen. |
| Veiligheid | Kinderslot, deuropenalarm |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Beschikbaar via NEFF after-sales service (deurafdichting, legroosters, lamp) |
| Algemene informatie | Gebruiksaanwijzing beschikbaar in het Nederlands op notice-facile.com |
Veelgestelde vragen - K5920D1 NEFF
Gebruikersvragen over K5920D1 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding K5920D1 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. K5920D1 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING K5920D1 NEFF
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 105
Aanwijzingen over de afvoer 107
Omvang van de levering 107
Opstellen van het apparaat 108
Opstellingsafmetingen 109
Apparaat horizontaal zetten 110
Apparaat aansluiten 110
Deuren van het apparaat en deurgrepen demonteren 111
Kennismaking met het apparaat 112
Inschakelen van het apparaat 114
Temperatuureenheid instellen 114
Instellen van de temperatuur 114
Alarmfunctie 115
Netto-inhoud 115
De diepvriesruimte 115
Maximale invriescapaciteit 115
Verse levensmiddelen invriezen 116
Supervriezen 116
Ontdooien van diepvrieswaren 117
De koelruimte 117
Superkoelen 117
IJs- en waterdispenser 118
IJs- en waterafgifte uit- en inschakelen ..... 119
Waterfilter 119
Specificatie- en vermogensgegevens ..... 120
Uitvoering van de diepvriesruimte 121
Uitvoering van de koelruimte 121
Variabele indeling van de binnenruimte ..... 122
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 122
Ontdooien 122
Schoonmaken van het apparaat 123
Verlichting 124
Energie besparen 125
Bedrijfsgeluiden 125
Kleine storingen zelf verhelpen 126
Zelftest apparaat 128
Servicedienst 128
⚠️ Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
■ Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; - Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen puntige en scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■ Voor het reinigen de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■ Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. Flessen en potten kunnen barsten! ■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen. Kans op vrieswonden! ■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz. Kans op vrieswonden!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! - Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen, ■ voor het bereiden van ijs, ■ om drinkwater te tappen.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
⚠️ Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
■ Vrijstaand apparaat ■ Uitrusting (modelafhankelijk) ■ Zakje met montagemateriaal ■ Gebruiksaanwijzing ■ Montagevoorschrift ■ Klantenserviceboekje ■ Garantiebijlage ■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Opstellen van het apparaat
Transport
De apparaten zijn zwaar en moeten tijdens het transport en de montage beveiligd worden.
Vanwege het gewicht en de afmetingen van het apparaat en om het risico van verwondingen en beschadiging van het apparaat te minimaliseren, zijn ten minste twee personen nodig voor de veilige plaatsing van het apparaat.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
■ Naast elektrische- of gasfornuizen: 3 cm.
■ Naast een CV-installatie: 30 cm.
Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 25 mm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condenswater te vermijden.
Wanneer er boven het apparaat een plank of een kast wordt gemonteerd, dient men een opening van 30 mm aan te houden, zodat het apparaat desgewenst uit de nis kan worden getrokken.
De verwarmde lucht aan de achterkant van het apparaat moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden.
Ondergrond
Attentie
Het apparaat is zwaar.
Uitvoering met dispenser: 143 kg
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen.
Bij het plaatsen in een hoek of nis de minimumafstanden aan de zijkanten in acht nemen (zie Afmetingen van het apparaat) zodat de deuren tot de aanslag geopend kunnen worden (zie het hoofdstuk „Opstellingsafmetingen”).
Als de keukenmeubelen ernaast dieper zijn dan 60 cm, dan moeten aan de zijkant minimumafstanden in acht worden genomen om de openingshoek van de deur ten volle te benutten (zie hoofdstuk „Openingshoek deur”).
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. Deze geeft aan binnen welke omgevingstemperaturen het apparaat gebruikt kan worden. Het typeplaatje bevindt zich rechts onderaan in de koelruimte.
| Klimaatklasse Toelaatbare | omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C | |
| N +16 °C tot 32 °C | |
| ST +16 °C tot 38 °C | |
| T +16 °C tot 43 °C |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De beluchtings- en ontluchtingsopeningen in de achterzijde van het apparaat in geen geval afdekken. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt.
Steek de afstandshouder op de daartoe bestemde houder op de achterzijde van het apparaat. Hierdoor wordt de minimumafstand tot de wand in acht genomen.

Opstellingsafmetingen


Openingshoek deur

Apparaat horizontaal zetten
Om het apparaat perfect te laten functioneren moet het waterpas staan.
Als het apparaat scheef staat, dan kan dit ertoe leiden dat het water uit de ijsbereider loopt, dat er ongelijke ijsblokjes geproduceerd worden of dat de deuren niet goed sluiten.

Voor het stellen van het apparaat:
- Apparaat op de ervoor bestemde plaats zetten.
- Voorste voetjes met een steeksleutel stellen.
- Achterste voetjes met een inbussleutel stellen.
Apparaat aansluiten
Het apparaat door een vakman volgens bijgesloten montagehandleiding laten plaatsen en aansluiten.
De transportbeveiligingen van de legplateaus en de voorraadvakken pas na plaatsing van het apparaat verwijderen.
Het apparaat eerst op de waterleiding aansluiten, daarna pas op het elektriciteitsnet.
Naast de wettelijk voorgeschreven nationale voorschriften moeten ook de aansluitvoorwaarden van het plaatselijke elektriciteits- en waterleidingbedrijf in acht worden genomen.
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terechtkomt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk "Schoonmaken van het apparaat").
Wateraansluiting
De wateraansluiting mag alleen door een vakkundig monteur volgens de plaatselijke voorschriften van het waterleidingbedrijf worden uitgevoerd.
Attentie
Voor de aansluiting op het drinkwaternet uitsluitend de bijgevoegde slangenset gebruiken. In geen geval aanwezige of reeds gebruikte slangensets gebruiken.
Het apparaat alleen aansluiten op een drinkwaterleiding:
■ Min. druk: 0,2 MPa (2 bar) Max. druk: 0,8 MPa (8 bar) Druk hoger dan 0,8 MPa (8 bar): drukbegrenzer installeren tussen de drinkwateraansluiting en de slangenset
Aanwijzing
De maximale uitwendige diameter van de waterleiding (zonder verbindingsstukken) bedraagt 10 mm.
Elektrische aansluiting
Geen verlengsnoer of verdeler gebruiken. Voor de aansluiting van dit apparaat is een vast geïnstalleerd stopcontact nodig.
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet met een zekering van 10 tot 16 A of meer beveiligd zijn.
Bij apparaten die in niet-Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich rechtsonder in het apparaat. Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.
⚠ Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Deuren van het apparaat en deurgrepen demonteren
Als het apparaat niet door de deur van de woning past, kunnen de deuren van het apparaat en de deurgrepen er worden afgeschroefd.

Attentie
Het afschroeven van de deuren mag uitsluitend worden uitgevoerd door de klantenservice.

Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

* Niet bij alle modellen.
A Diepvriesruimte
B Koelruimte
1 Toets Aan/Uit
2 Lichtschakelaars koel- en diepvriesruimte
3 Bedieningspaneel en display
5 IJsbereider/ijsblokjesreservoir
6 Luchtopening
7 IJs- en waterdispenser
8 Diepvrieskalender
9 Glasplateau in de diepvriesruimte
12 Deurvak (2-sterrenvak) voor kortstondig bewaren van levensmiddelen en consumptie-ijs.
13 Verlichting
14 Partikelfilter/waterfilter
15 Boter en kaasvak
16 Flessenrek *
17 Luchtopening
18 Glasplateau in de koelruimte
21 Vak voor grote flessen
22 Groentelade met vochtfilter
23 Groentelade
24 Schroefvoetjes
Bedieningspaneel en display
Het bedieningspaneel en display op de deur bestaat uit een aanrakingspaneel.
Door een toetsenveld aan te raken wordt de betreffende functie ingeschakeld.

A Display diepvriesruimte B Display koelruimte
1 „super” Toets
Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.
Zie hoofdstuk „Superkoelen“ of „Supervriezen“.
2 Toets „alarm off/lock“
De toets dient voor
- Het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarmfunctie”). ■ De toetsenblokkering in en uit te schakelen.
Om de toetsenblokkering in en uit te schakelen: toets 5 seconden indrukken. Bij ingeschakelde functie brandt op het display „lock”.
3 Insteltoetsen +/-
De toetsen dienen voor het instellen van de temperaturen in de koel- en diepvriesruimte.
4 Toets „fridge”
Om instellingen voor de koelruimte te kunnen uitvoeren: toets indrukken tot op het display koelruimte „fridge” brandt.
5 Toets „freezer”
Om instellingen voor de vriesruimte te kunnen uitvoeren: toets indrukken tot op het display vriesruimte „freezer” brandt.
6 Aan-/Uittoets verlichting ijs- en waterdispenser 7 Toets ijsdispenser 8 Dispensertoets crushed ice 9 Dispensertoets water
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat met de insteltoets inschakelen. Er is een alarmsignaal te horen.
De toets „alarm off/lock“ indrukken. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
De indicatie „alarm“ gaat uit als in het apparaat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
■ Diepvriesruimte: -18 °C
■ Koelruimte: +4 °C
Temperatuureenheid instellen
De temperatuur kan in graden Celsius (°C) of graden Fahrenheit (°F) worden aangegeven.
Temperatuureenheid instellen
Om de temperatuureenheid in te stellen, de „freezer“-toets en de toets „fridge“ tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden.
Afhankelijk van de vorige instelling wordt op de andere temperatuureenheid omgeschakeld.
Instellen van de temperatuur
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte is van -14 °C tot -24 °C instelbaar. Wij raden een instelling van -18 °C aan.
De laatst aangegeven waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Met de insteltoetsen + (warmer) of - (kouder) de temperatuur instellen.

Koelruimte
De koelruimte is van +2 °C tot +8 °C instelbaar.
De temperatuur wordt in stappen van 1 °C ingesteld.
De laatst aangegeven waarde wordt in het geheugen opgeslagen.
Wij raden een instelling van +4 °C aan.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
- De „fridge“-toets meermaals indrukken tot op de display van de koelruimte „fridge“ gaat branden.
- Met de insteltoetsen + (warmer) of - (kouder) de temperatuur instellen.

Door indrukken van de „alarm off/lock"-toets wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:
Deuralarm
Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat.
Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvries- en koelruimte te warm is en de levensmiddelen gevaar lopen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het akoestische en optische signaal worden ingeschakeld bij:
■ Ingebruikname van het apparaat. - Bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen.
Diepvriesruimte
Op de display knippert de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte en wordt „alarm” weergegeven.

De temperatuurindicatie geeft gedurende 10 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt de ingestelde temperatuur weer aangegeven.
De indicatie „alarm“ gaat uit zodra de ingestelde temperatuur weer is bereikt.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Koelruimte
Op het display wordt "alarm" aangegeven.
⚠️ Attentie
Als het in de koelruimte te warm is geworden: de verwarmde koelwaren vóór het consumeren verhitten. Rauwe levensmiddelen in geval van twijfel niet meer gebruiken.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk "Servicedienst").
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren aan te brengen, kan de bovenste diepvrieslade uit het apparaat worden genomen. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en in de onderste diepvrieslade worden gestapeld.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten, ■ om ijsblokjes te maken, ■ om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Na het sluiten van de deur van de diepvriesruimte ontstaat onderdruk waardoor een zuigend geluid te horen is. Twee tot drie minuten wachten tot de onderdruk is opgeheven.
Wij adviseren de ijsblokjesreservoir in het apparaat te laten. Dit waarborgt een optimale temperatuurverdeling in de vriesruimte.
Inkopen van diepvriesproducten
■ De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■ De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■ De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmiddelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Supervriezen inschakelen
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Toets „super“ indrukken.
Wanneer het supervriezen is ingeschakeld, geeft de display „super“ weer.

Supervriezen uitschakelen
- De „freezer"-toets meermaals indrukken tot op de display van de diepvriesruimte „freezer" gaat branden.
- Toets „super“ indrukken.
Wanneer het supervriezen is uitgeschakeld, gaat de indicatie „super” op de display uit.
Aanwijzing
Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur in de koelkast ■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■ in de magnetron

Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.
Attentie bij het inruimen van levensmiddelen
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren. ■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten. Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen. - Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. - Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
■ vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen. ■ om dranken snel te koelen.
Superkoelen inschakelen
- De „fridge“-toets meermaals indrukken tot op de display van de koelruimte „fridge“ gaat branden.
- Toets „super“ indrukken.
Wanneer het superkoelen is ingeschakeld, geeft de display „super“ weer.

Superkoelen uitschakelen
- Druk de toets "fridge" meermaals in tot op de display van de koelruimte "fridge" gaat branden.
- Druk de toets "super" in.
Wanneer het superkoelen is uitgeschakeld, gaat de indicatie "super" op de display uit.
IJs- en waterdispenser
Naar wens kunt u eruit halen/tappen:
- gekoeld water, crushed ice, ijsblokjes.
⚠ Waarschuwing
Nooit in de opening van de ijsblokjesdispenser grijpen! Kans op verwondingen.
Attentie
Leg nooit flessen of levensmiddelen in het ijsblokjesreservoir om snel te laten koelen. De ijsbereider kan geblokkeerd en daardoor beschadigd worden.
Attentie bij ingebruikneming
De ijs- en waterdispenser functioneert alleen als het apparaat op de waterleiding is aangesloten.
Nadat het apparaat in gebruik is genomen duurt het ca. 24 uur tot de eerste portie ijsblokjes is aangemaakt.
Na het aansluiten bevinden zich in de leidingen nog luchtbelletjes.
Het drinkwater net zolang aftappen en weggooien tot het water zonder luchtbelletjes getapt kan worden. De eerste 5 glazen leeggooien.
Als de ijsblokjesmaker voor het eerst wordt gebruikt: de eerste 30-40 ijsblokjes om hygiënische redenen niet gebruiken.
Aanwijzingen bij het gebruik van de ijsbereider
Als in de diepvriesruimte de vriestemperatuur is bereikt, dan stroomt het water in de ijsbereider waar het in de vakjes tot ijsblokjes bevriest. De kant en klare ijsblokjes vallen automatisch in het ijsblokjesreservoir.
Soms blijven de ijsblokjes aan de zijkant aan elkaar plakken. Meestal laten ze bij het transporteren naar de dispenseropening los.
Als het ijsblokjesreservoir vol is, dan wordt de ijsbereiding automatisch uitgeschakeld.
Tijdens het aanmaken van de ijsblokjes is het gezoem van het waterventiel, het binnenstromen van het water in het ijsblokjesreservoir en het vallen van de ijsblokjes te horen.
Let op de kwaliteit van het drinkwater
Alle voor de drinkwaterdispenser gebruikte materialen zijn neutraal van geur en smaak.
Als het water een bijsmaak heeft, dan kan dat de volgende oorzaken hebben:
■ het mineraal- en chloorgehalte van het drinkwater; ■ het materiaal van de waterleiding in huis en van de toevoerleiding; de versheid van het drinkwater. Wanneer er langere tijd geen water is afgenomen, kan het water "muf" smaken. In dit geval ca. 15 glazen met water vullen en weggooien.
Wij raden u aan regelmatig wat vers water uit de waterdispenser te tappen en het apparaat niet uit te schakelen. Hierdoor blijft de kwaliteit van het water behouden.
Het meegeleverde waterfilter filtert uitsluitend kleine deeltjes uit het toegevoerde water, geen bacteriën of microben.
IJs/water eruit halen
■ Toets van de ijs- en waterdispenser (water, crushed ice of ijsblokjes) kiezen. ■ Toets net zo lang indrukken tot het glas met de gewenste hoeveelheid gevuld is.
Water tappen
Het water van de waterdispenser is op de juiste temperatuur om te drinken gekoeld. Wilt u kouder water, dan moet u vóór het tappen ijsblokjes in het glas doen.
Aanwijzing
Bij afname van grote hoeveelheden water kan het afgenomen water warmer worden.
IJs eruit halen
IJs- en waterafgifte uit- en inschakelen

Attentie
■ Watertoevoer naar het apparaat beslist een paar uur vóór het uitschakelen van de ijsbereider onderbreken. - Ijsblokjesreservoir legen en schoonmaken. Reservoir er weer in zetten. Let erop dat het ijsblokjesreservoir op de steunen vastklikt.
IJs- en waterafgifte uitschakelen
De toets „freezer” en de „super“-toets tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden. Op de display verschijnt „IWD off”.
IJs- en waterafgifte inschakelen
De toets „freezer” en de „super“-toets tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden. De indicatie „IWD off” op de display gaat uit.
Waterfilter

Waarschuwing
Het apparaat in plaatsen waar de kwaliteit van het water twijfelachtig of niet voldoende bekend is, niet zonder adequate desinfectie voor en na het filteren gebruiken.
Een filterpatroon voor het partikelfilter kan bij de Servicedienst of bij een vakhandelaar besteld worden.

Attentie
- Na montage van een nieuw filter altijd de ijsproductie van de eerste 24 uur na inschakeling van de ijsbereider weggooien. ■ Wanneer het ijs langere tijd niet is gebruikt, alle ijsblokjes uit het reservoir weggooien, evenals de ijsproductie van de volgende 24 uur. ■ Wanneer het apparaat of het ijs meerdere weken of maanden niet actief gebruikt is, of wanneer de ijsblokjes onaangenaam smaken of ruiken, moet het waterfilter worden vervangen. Luchtinsluitingen in het systeem kunnen wateruittreding en het uitwerpen van de filterpatroon veroorzaken. Wees voorzichtig bij het verwijderen. ■ Het filter moet uiterlijk om de 6 maanden worden vervangen.
Belangrijke aanwijzingen bij het waterfilter
■ Het watersysteem staat na gebruik onder lichte druk. Wees voorzichtig als u het filter eraf haalt. Als het apparaat langere tijd niet gebruikt werd of als het water onaangenaam smaakt of ruikt: watersysteem doorspoelen. Hiertoe een aantal minuten water uit de waterdispenser tappen. Als de onaangename smaak of geur blijft bestaan: filter vervangen.
Vervangen van de filterpatroon

■ Nieuwe filterpatroon erin zetten. ■ Een paar liter water uit de waterdispenser tappen. Hierdoor wordt de lucht uit het watersysteem verwijderd. ■ Water uit de oude filterpatroon gieten. De filterpatroon kan met het huisvuil worden weggedaan.
Specificatie- en vermogensgegevens
Voor filtermodel: 9000 225 170
Met gebruik van reservepatroon: 9000 077 104
Het model werd door NSF International op ANSI/NSF-Standards 42 & 53 getest en tot het reduceren van de onderstaande substanties gecertificeerd.
De concentratie van de aangegeven in water opgeloste substanties die het systeem binnendringen, werd verlaagd tot een waarde minder dan of gelijk aan de toelaatbare grenswaarde volgens ANSI/NSF 42 en 53 voor uit het apparaat afgevoerd water.
Aanwijzing
Hoewel de testen onder standaard-laboratoriumvoorwaarden werden uitgevoerd, kan de daadwerkelijke capaciteit hiervan afwijken.

Het systeem werd in model 9000 225 170 door NSF International met betrekking tot ANSI/NSF standaard 53 tot het reduceren van cysten en vertroebelingen alsmede met betrekking tot ANSI/NSF standaard 42 tot het verminderen van chloorsmaak en chloorstank getest en gecertificeerd.
Nominale gebruiksduur: 2.800 liter
| Substantie Gemiddelde in de watertoevoer | Watertoevoerconcentratie | Waterafvoerconcentratie | Gemiddelde reductie in % | Maximaal toelaatbare concentratie in de waterafvoer | Maximale waterafvoer | Minimale reductie in % | NSF test |
| Cysten * 166.500 Minimaal | 199,99 99,95 199,99 511077- | ||||||
| 50.000/l | 03 | ||||||
| Vertroebeling | 10,7 11 x 1 NTU | 0,3 l 97,10 0,5 NTU | 0,49 95,42 511078- | ||||
| 03 | |||||||
| Partikelklasse 1partikelgro otte>0,5 tot<1,0 μm | 5.700.000 | Minimaal | 30.583 | 99,52 | >85% | 69.000 | 98,9 |
| 10.000 partikels/ml | |||||||
| Chloorsmaak envertroebeling | 1,9 | 2,0 mg/l +-10% | 0,05 | 97,3 | >50% | 0,06 | 96,84 |
* Op basis van gebruik van cryptosporidium parvum-oöcysten.
Toepassingsrichtlijnen/parameters watervoorziening:
| Waterdruk | 207 - 827 kPa |
| Watertemperatuur * | 0,6 °C - 38 °C |
| Doorstroomsnelheid | 2,83 l/min. |
- Het systeem moet volgens de door de fabrikant aanbevolen richtlijnen geïnstalleerd en gebruikt worden. ■ Het filter moet om de 6-9 maanden vervangen worden. ■ Nieuw filter 5 minuten doorspoelen.
- Nadere gegevens vindt u op de garantiekaart.
Dit product mag NIET gebruikt worden als het water microbiologisch schadelijk of van onbekende kwaliteit is, zonder adequate desinfectie voor of na aansluiting op het systeem. Een systeem dat gecertificeerd is voor de reductie van cysten mag gebruikt worden voor gedesinfecteerd water dat eventueel filtreerbare cysten bevat.
Voor het hele systeem (behalve voor de wegwerppatroon) geldt een garantie van een jaar. Met betrekking tot de wegwerppatronen geldt alleen een garantie voor materiaalgebreken en verwerkingsfouten. De gebruiksduur van wegwerppatronen hangt af van de plaatselijke wateromstandigheden, zodat hiervoor geen garantie wordt gegeven.
Nadere informatie over de prijzen van reserveonderdelen is te verkrijgen bij de leverancier van uw apparaat of bij de vertegenwoordiger van onderdelen bij u in de buurt.
Vervaardigd door:
3M Material Technology (Guangzhou) Ltd.
9 Nanxiang Er Road, Science City,
Guangzhou, 510663, P.R. China
Uitvoering van de diepvriesruimte
(niet bij alle modellen)
Diepvrieskalender
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Uitvoering van de koelruimte
Groentelade met vochtfilter
De groentelade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Zo wordt een ideaal bewaarklimaat voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons gewaarborgd.

De luchtvochtigheid in de groentelade kan worden geregeld afhankelijk van de hoeveelheid levensmiddelen.
Kleine hoeveelheden levensmiddelen –
Regelaar naar rechts schuiven.
Grote hoeveelheden levensmiddelen –
Regelaar naar links schuiven.
Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit bij een iets lagere temperatuur bewaren.
Aanwijzing
Een te hoge luchtvochtigheid kan tot de vorming van waterdruppels en hierdoor tot verrotting leiden.
Variabele indeling van de binnenruimte
U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen.
■ Legplateau naar voren trekken, iets laten zakken en aan de zijkant uitzwenken.

■ Vakken in de deur iets optillen en eruit halen.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit indrukken.
Stekker uit het stopcontact trekken.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Watertoevoer naar het apparaat altijd een paar uur voor het uitschakelen onderbreken.
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- IJsblokjesreservoir legen en schoonmaken. (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
- Binnenkant van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat“).
- De deuren van het apparaat open laten om geurvorming te voorkomen.
Ontdooien
Diepvriesruimte
Door het volledig automatische NoFrost-systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via het afvoergaatje naar een verdampingsschaal aan de achterkant van het apparaat.
Schoonmaken van het apparaat
⚠️ Waarschuwing
Het apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!
Attentie
- Gebruik geen schoonmaakmiddelen of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
Ga als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele delen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Variabele indeling van de binnenruimte).
Aanwijzing
Open de deuren volledig (90°) om de lades te verwijderen en te reinigen.
Lade verwijderen
De lade geheel uittrekken, door optillen losmaken van de houder en verwijderen.

Bij het aanbrengen de lade op de rails plaatsen en naar binnen schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.
Vochtfilter eruit halen
Eerst de groentelade verwijderen. Daarna het vochtfilter eruit trekken.

De filterafdekking eraf halen. Filter eruit halen, in lauw water schoonmaken, laten drogen en alles weer in elkaar zetten.

Schoonmaken van de wateropvangschaal
Overtollig water komt terecht in de wateropvangschaal.
Zeef eraf halen om te legen en te reinigen.
Wateropvangschaal met een spons of een goed absorberend doekje afwissen.

Als er langere tijd geen ijsblokjes uit de dispenser worden gehaald, dan krimpen de kant-en-klare ijsblokjes, smaken ze verschaald en plakken ze aan elkaar.
Reservoir eruit trekken, legen en met lauw water schoonmaken.
Attentie
Een vol ijsblokjesreservoir is zwaar!

Na reiniging het reservoir en de transportschroef goed droogwrijven om te voorkomen dat de nieuwe ijsblokjes vastvriezen.
IJsblokjesreservoir er weer inzetten
Ijsblokjesreservoir op de steunen helemaal naar achteren schuiven tot het vastklikt. De productie van ijsblokjes gaat verder.
Aanwijzing
Als het reservoir niet helemaal naar achteren geschoven kan worden: de transportschroef in het reservoir iets verdraaien of aan de inschuifruimte vastgevroren ijsblokjes verwijderen.
Verlichting
(niet bij alle modellen)
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED-verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Gloeilampen in de koel- en diepvriesruimte vervangen
- Schakel het apparaat uit met de Aan/Uit-knop.
- Trek de stekker uit het stopcontact of draai de zekering los, respectievelijk schakel deze uit.
- Verwijder het lampenkapje.

- Vervang het lampje (reservelamp, 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje).
- Monteer het afdekplaatje weer.
Energie besparen
- Plaats het apparaat in een droge, goed geventileerde ruimte! Plaats het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron, zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■ Dek de be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit af. ■ Laat warme gerechten en dranken eerst afkoelen voordat u ze in het apparaat plaatst. ■ Leg diepvrieswaren in de koelruimte om ze te ontdooien en gebruik de kou van de diepvrieswaren om andere levensmiddelen te koelen. ■ Open de deuren van het apparaat zo kort mogelijk.
- Let erop dat de deur van de diepvriesruimte goed gesloten is.
- Indien aanwezig: monteer de wandafstandhouder om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie "Opstellen van het apparaat", "Beluchting"). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. ■ De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de leidingen of water in de ijsbereider.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Kloppende geluiden
De kant en klare ijsblokjes van de ijsbereider vallen in het ijsblokjesreservoir.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Voer een zelftest van het apparaat uit (zie hoofdstuk „Zelftest apparaat").
U moet de kosten voor advies van de monteur van de Servicedienst zelf betalen – ook in de garantietijd!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. | |
| Display geeft „E..” aan. De elektronica heeft een fout geconstateerd. Inschakelen van de Servicedienst. | ||
| Het alarmsignaal is te horen, de temperatuurindicatie van de diepvriesruimte knippert.In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Druk op de alarm off/lock-toets om het alarmsignaal uit te schakelen. De indicatie knippert niet meer.De temperatuurindicatie 10 geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. | |
| Deur van het diepvriesruimte is geopend. Deur sluiten. | ||
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| AanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren. | ||
| De verlichting functioneert niet. De lichtschakelaar klemt. Controleer of er beweging in de lichtschakelaar zit. | ||
| Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet | De verlichting is defect. (Zie hoofdstuk „Verlichting“.) | |
| Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit indrukken. | ||
| Stroomuitval. Controleren of er stroom is. | ||
| De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. | ||
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. | ||
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. | ||
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. inviescapacitiet niet overschrijden. | |
Water- en ijsdispenser
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| Hoewel de dispenser langere tijd in werking is, komen er geen ijsblokjes uit. | De kraan is dicht. Waterkraan openen. | |
| De watervoorziening is onderbroken.De waterdruk is te laag. | Neem contact op met de installateur. | |
| De ijsbereider is buiten werking gesteld. IJsbereider weer inschakelen (zie „IJs- en waterdispenser“, „IJsbereider buiten werking stellen“). | ||
| De ijs- en waterdispenser is uitgeschakeld. Ophet display brandt „IWD off“. | IJs- en waterafgifte inschakelen (zie het hoofdstuk IJs- en waterafgifte uit- en inschakelen). | |
| Te warm in de diepvriesruimte. Temperatuur in de diepvriesruimte kouder instellen (zie het hoofdstuk Temperatuur instellen). | ||
| Er zijn ijsblokjes in het ijsblokjesreservoir maar ze komen er niet uit. | De ijsblokjes zijn aan elkaar vastgevroren. IJsblokjesreservoir eruit halen en legen. | |
| De ijsblokjes zitten klem in de opening van het ijsblokjesreservoir of in de ijsmaler. | IJsblokjesreservoir eruit halen en de transportschroefas met de hand verdraaien. Eventueel klem zittende ijsbrokjes met een houten staafje losmaken. | |
| De ijsblokjes zijn waterig.De ijsblokjes werden ontdooid. | IJsblokjesreservoir eruit halen, legen en droogwrijven. | |
| Deur van het diepvriesruimte is geopend. Deur sluiten. | ||
| Stroomuitval. Controleren of er stroom is. | ||
| De waterdispenser functioneert niet. | De kraan is dicht. Waterkraan openen. | |
| De watervoorziening is onderbroken.De waterdruk is te laag. | Neem contact op met de installateur. | |
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. |
| Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. | ||
| Lage waterdruk. Het apparaat uitsluitend aansluiten op de voorgeschrevenwaterdruk (zie het hoofdstuk „Apparaat aansluiten“, paragraaf „Wateraansluiting“). | ||
| Waterfilter verstopt of verbruikt. Waterfilter vervangen. | ||
| De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm. | De temperatuur in de vriesruimte iets kouder instellen. | |
| Borrelende, gorgelende geluiden uit de waterleiding. | Watertoevoer is onderbroken of verstopt. 1. Watertoevoer controleren.2. Controleren of de waterleiding verstopt is.3. In sommige gevallen is het voldoende om de ijs- en waterafgifte kort uit te schakelen (zie het hoofdstuk „IJs- en waterafgifte uit- en inschakelen“). | |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten

Attentie
Omdat er tijdens de test mogelijk water of ijs afgegeven wordt, dient men tijdens de zelftest een glas in de afgifte-eenheid te houden.
- Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- Apparaat weer inschakelen.
- De insteltoetsen + en - tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden.
Het zelftestprogramma start. Als op het display „E...“ verschijnt, dan gaat het om een storing. Neem contact op met de klantenservice wanneer deze foutmelding verschijnt.
Zelftest apparaat beëindigen
De insteltoetsen + en - opnieuw tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt houden.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen.
Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4040
B 070 222 143
Constructa-Neff
Vertriebs-GmbH
Carl-Wery-Straße 34
D-81739 München