K9624X6 - Koelkast NEFF - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis K9624X6 NEFF in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw combinatiekoelkast-vriezer |
| Merk | Neff |
| Model | K9624X6 |
| Hoogte | 177,2 cm |
| Breedte | 54,1 cm |
| Diepte | 54,8 cm |
| Nettogewicht | 70 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Energieklasse | E (oude etiket) |
| Totaal volume | 272 L (koelkast 193 L, vriezer 79 L) |
| Koeltype | Geforceerde koeling (No Frost in vriezer) |
| Belangrijkste functies | Elektronische temperatuurregeling, deuralarm, snelvriezen, LED-verlichting, digitale weergave |
| Onderhoud en reiniging | Automatische ontdooiing, reinigen met een zachte doek en zeepwater |
| Veiligheid | Kinderveiligheid (bedieningsvergrendeling), omkeerbare deur |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Repareerbaarheidsindex: 7,5/10. Onderdelen beschikbaar via Neff after-sales service |
| Algemene informatie | Gemaakt in Duitsland, garantie 2 jaar. Inbouwinstallatie mogelijk met deurbekleding |
Veelgestelde vragen - K9624X6 NEFF
Gebruikersvragen over K9624X6 NEFF
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding K9624X6 - NEFF en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. K9624X6 van het merk NEFF.
GEBRUIKSAANWIJZING K9624X6 NEFF
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 60
Aanwijzingen over de afvoer 62
Omvang van de levering 62
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting 63
De juiste plaats 63
Apparaat aansluiten 63
Kennismaking met het apparaat ..... 64
Inschakelen van het apparaat ...... 65
Instellen van de temperatuur 66
De koelruimte 66
De diepvriesruimte 68
Maximale invriescapaciteit 68
Invriezen en opslaan 68
Verse levensmiddelen invriezen ..... 69
Supervriezen 70
Ontdooien van diepvrieswaren ..... 70
Uitvoering 70
Sticker „OK” 71
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 72
Ontdooien 72
Schoonmaken van het apparaat ..... 73
Luchtjes 74
Energie besparen 74
Bedrijfsgeluiden 74
Kleine storingen zelf verhelpen ..... 75
Servicedienst 77
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
■ Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
■ Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klanten-service of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!
-
Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok!
-
Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie!
■ Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. - Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
■ Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt.
■ Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen!
■ Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op verbranding!
■ Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op verbranding!
Kinderen in het huishouden
■ Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
■ Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
■ voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
■ voor het bereiden van ijs.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpak-kingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieu-vriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude appa-
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
■ Uitrusting (modelafhankelijk)
■ Zakje met montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
■ Montagevoorschrift
■ Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
■ Informatie over energieverbruik en geluiden
Let op de omgevings- temperatuur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 16.
Klimaatklasse Toelaatbare
| omgevingstemperatuur | |
| SN +10 °C tot 32 °C | |
| N +16 °C tot 32 °C | |
| ST +16 °C tot 38 °C | |
| T +16 °C tot 43 °C | |
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
■ Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
■ Naast een CV-installatie 30 cm.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
nl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geinstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 16

Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb. 1
* Niet bij alle modellen.
A K o e l r u i
B Diepvriesruimte
1-8 Bedieningselementen
9 V e r l i c h
10 Glasplateau in de koelruimte
11 Groentelade
12 Diepvrieslade
13* Boter en kaasvak
14 Voorraadvak in de deur
15 Vak voor grote flessen
Bedieningselementen
Afb. 2
1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
3 Toets „super”
Om de supervriesfunctie in en uit te schakelen (zie het hoofdstuk „Supervriezen”).
4 Keuzetoets Diepvriesruimte
Op de keuzetoets drukken om instellingen voor de diepvriesruimte te kunnen maken.
5 Keuzetoets Koelruimte
Op de keuzetoets drukken om instellingen voor de koelruimte te kunnen maken.
6 Temperatuurinsteltoets
Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.
7 Indicatie supervriezen
Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.
8 Temperatuurindicator
Geeft 3 verschillende temperaturen aan:
■ Ingestelde temperatuur in de koelruimte
■ Ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte
Warmste temperatuur in de diepvriesruimte nadat het alarmsignaal te horen is (zie hoofdstuk „Alarm function”).
Inschakelen van het apparaat
Afb. 2
- Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.
Er is een alarmsignaal te horen. Op temperatuurindicatie 8 knippert „AL”. - Druk de alarmtoets 2 in. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld.
Het apparaat begint te koelen. De ver- lichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
■ Koelruimte: +4 °C
■ Diepvriesruimte: -18 °C
Aanwijzingen bij het gebruik
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
Bij een hoge luchtvochtigheid kan zich condenswater vormen in de koelruimte, vooral op glazen legplateaus. Als dit het geval is, dient u de levensmiddelen verpakt te bewaren en een lagere koelruimtetemperatuur te kiezen. - Op de achterwand aan de binnenkant vormen zich dooiwaterdruppels of rijp. Dit is normaal. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het afvoergootje in de verdampingsschaal. Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonma- ken, zodat het dooiwater kan weglo- pen. Afb. 3.
nl
■ Wanneer de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat indicatie 8 „AL” uit.
■ Wanneer de deur van de diepvries-ruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
■ Door het koelsysteem kan zich op de vriesroosters op sommige plaatsen al snel een laagje rijp afzetten. Ont-dooien is pas nodig als zich op het hele oppervlak van het vriesrooster een laag rijp of ijs met een dikte van meer dan 5 mm heeft gevormd.
Instellen van de temperatuur
Afb. 2
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +11 °C.
- Met de koelruimte-keuzetoets 5 de koelruimte kiezen.
- Met de insteltoets voor de temperatuur 6 de gewenste koelruimtetemperatuur instellen.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.
- Met de vriesruimte-keuzetoets 4 de vriesruimte kiezen.
- Met de insteltoets voor de temperatuur 6 de gewenste vriesruimtetemperatuur instellen.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 8 aangegeven.
De koelruimte
De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.
Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:
Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”.
In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen zijn die u bewaart in het apparaat, hoe langer ze vers blijven.
Let daarom bij de aankoop altijd op de mate van versheid van de levensmiddelen.
Bij kant-en-klaarproducten en gebottelde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen.
Attentie bij het inruimen
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
Afb. 10
Om optimale omstandigheden te scheppen voor het bewaren van groente en fruit, kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast aan de hoeveelheid levensmiddelen:
kleine hoeveelheid fruit en groente – hoge luchtvochtigheid
grote hoeveelheid fruit en groente – lage luchtvochtigheid
Aanwijzingen
Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C.
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- De koelste zone bevindt zich tussen de aan de zijkant afgebeelde pijl en de glasplaat eronder. Afb. 5
Aanwijzing
Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).
■ De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
De diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
■ voor het opslaan van diepvriesproducten,
■ om ijsblokjes te maken,
■ om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvries- waren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Maximale invriescapaciteit
Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 16
Voorwaarden voor max. invriesvermogen
Supervriezen inschakelen voordat u de verse levensmiddelen aanbrengt (zie hoofdstuk „Supervriezen”).
■ Onderdelen eruit halen Stapel de levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van de diepvriesruimte.
Grote levensmiddelhoeveelheden bij voorkeur in het middelste vak invriezen; daar worden ze bijzonder snel en daardoor ook behoedzaam ingevroren.
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
■ De verpakking mag niet beschadigd zijn.
■ Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
■ De temperatuur in de verkoop-koel-kist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Bij het inruimen
Grote levensmiddelhoeveelheden bij voorkeur in het middelste vak invriezen; daar worden ze bijzonder snel en daardoor ook behoedzaam ingevroren. De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika's, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
■ Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
■ Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- Lucht eruit drukken.
- Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt:
Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen.
Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakkenengebruikte bo pentasjes.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasap-paraat worden dichtgelast.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
■ Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
■ Kaas, gevogelte, vlees: tot 8 maanden.
■ Groente, fruit: tot 12 maanden.
Supervriezen
De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.
Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb. 2
Wanneer het supervriezen is ingeschakeld, geeft de temperatuurindicatie 8 "SU" aan en brandt de indicatie 7 "super".
Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.
Het supervriessysteem wordt na 2 dag automatisch uitgeschakeld.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
■ bij omgevingstemperatuur
in de koelkast
■ in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
in de magnetron
⚠️ Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
Afb. 6
U kunt de plateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Plateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.
Het plateau optillen en verwijderen.
Varioplateau
Afb. 8
Om hoge voorwerpen te koelen (bijv. kannen of flessen), kan het voorste deel van het varioplateau worden verwijderd en onder het achterste deel worden geschoven.
Lade voor worst en kaas
Afb. 9
Om de lade te vullen of leeg te maken kunt u hem verwijderen. Daartoe tilt u de lade op. De houder van de lade is variabel.
Flessenhouder
Afb. 11
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.
IJsbakje
Afb. 12
- Ijsbakje voor 34 met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.
- Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).
- Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.
Diepvrieskalender
Afb. 13
Om kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.
Koude-accu
(indien meegeleverd, aantal stuks verschillend)
De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.
De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.
Sticker „OK”
(niet bij alle modellen)
Met de „OK“-temperatuurcontrole kunnen temperaturen onder +4 °C worden geregistreerd. Stel de temperatuur trapsgewijs kouder in als de sticker niet „OK“ aangeeft.
Aanwijzing
Bij ingebruikneming van het apparaat kan het tot 12 uur duren voor de temperatuur is bereikt.

Correcte instelling
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Afb. 2
Toets Aan/Uit 1 indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
De koelruimte wordt volautomatisch ontdooid
Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ont-dood. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. 3. Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.
Aanwijzing
Dooiwatergootje en afvoergaatje regel- matig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen.
Ontdooien van de diepvriesruimte
De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.

Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij binnentemperatuur bewaard kunnen worden.
- Diepvrieswaren eruit halen en op een koele plek bewaren.
- Apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.
-
Om het ontdooiproces te versnellen een pan met heet water op een onder-zetter in de diepvriesruimte zetten.
Afb. 14 -
Dooiwater met een spons of doekje afwissen.
- De diepvriesruimte droogwrijven.
- Apparaat weer inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schuursponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
■ De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen!
- De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren.
-
Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
-
Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Het sop mag niet via het afvoergaatje in het verdampingsgedeelte terechtkomen.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Afb. 6
De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.
Dooiwatergoot
Afb. 3
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb. 7
Legplateaus optillen en verwijderen.
Reservoir verwijderen
Afb. 4
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- Apparaat uitschakelen met de Aan/Uit-knop. Afb. 2/1
- Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- Alle verpakkingen schoonmaken.
- Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- Apparaat weer inschakelen.
- Levensmiddelen inruimen.
- Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
■ Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
■ Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
■ Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
■ Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
■ Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instel-ling. | In sommige gevallen is het vol-doende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de tem- peratuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| De verlichting functioneert niet. | Het lampje is kapot. | Lampje vervangen. Afb.16/B1. Apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Lampafdekking van achteren eraf halen.4. Lampje vervangen.(Reservelamp: 220-240 V wisselstroom, fitting E14, voor wattage zie het kapotte lampje.) |
| De lichtschakelaar klemt. | Controleer of er beweging in zit.Afb.16/A | |
| De bodem van de koelruimte is nat. | De dooiwatergoten of het afvoergat zijn verstopt. | De dooiwatergoten en het afvoer-gaatje schoonmaken (zie „Schoon- maken van het apparaat"). Afb.3 |
| Diepvrieswaren zijn vastgevroren. | De diepvrieswaren met een bot voorwerp losmaken. Niet met een mes of een scherp voorwerp losmaken. | |
| De diepvriesruimte heeft een dikke laag rijp. | Ontdooien van het diepvriesruimte.Zie hoofdstuk „Ontdooien“. Zorg er altijd voor dat de deur van het diepvriesruimte goed dicht is. | |
| Temperatuurindicatie, afb. 2/8, knippert. | Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest. | Na het indrukken van de alarmtoets 2/2 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie 2/8 uitgeschakeld.De temperatuurindicatie 8 geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. |
| Gevaar voor de diepvrieswaren | AanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren.Als smaak, geur en uiterlijk onveranderd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of bra-den opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. | |
| De deur is geopend. Deur sluiten. | ||
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
Storing Eventuele oorzaak Oplossing
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtings- openingen zijn afge- dekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| Het apparaat koelt niet. | ■ Het apparaat is uitgeschakeld. ■ Stroomuitval. ■ De zekering is uitgeschakeld. ■ De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Toets Aan/Uit indrukken. Afb. 2/1 Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 16
Door deze nummers aan de Service-dienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4040
B 070 222 143

1

2
