L76489FL - Wasdroger AEG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis L76489FL AEG in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over L76489FL AEG
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasdroger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding L76489FL - AEG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. L76489FL van het merk AEG.
GEBRUIKSAANWIJZING L76489FL AEG
Bedankt dat u voor dit AEG product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven gemakkelijker helpen maken – functies die gewone apparaten wellicht niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:

Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie: www.aeg.com

Registreer uw product voor een betere service: www.aeg.com/productregistration

Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat: www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Wij raden altijd het gebruik van originele onderdelen aan.
Zorg er als u contact opneemt met de klantenservice voor dat u de volgende gegevens bij de hand hebt.
De informatie staat op het typeplaatje. model, productnummer, serienummer.

Waarschuwing - Belangrijke veiligheidsinformatie.
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor letsel en schade veroorzaakt door een foutieve installatie. Bewaar de instructies van het apparaat voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor verstikking, letsel of permanente invaliditeit.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen.
- Houd alle reinigingsmiddelen uit de buurt van kinderen.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als de deur open is.
- Als het apparaat is uitgerust met een kinderbeveiling, raden wij aan dit te activeren.
- Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
1.2 Algemene veiligheid
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
- De specificatie van het apparaat mag niet worden veranderd.
- Respecteer het maximale laadvermogen van 8 kg (raadpleeg hoofdstuk "Programmaschema").
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant of diens technische dienst of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
- De waterdruk (minimaal en maximaal) moet liggen tussen 0,5 bar (0,05 MPa) en 8 bar (0,8 MPa)
- De ventilatie-openingen in de onderkant (indien van toepassing) mogen niet worden afgedekt door tapijt
- Het apparaat moet met de nieuwe slangset worden aangesloten op een kraan. Oude slangsets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
2. ⚠ VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Montage
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Bewaar de transportbouten. Als u het apparaat gaat verplaatsen, moet de trommel worden geblokkeerd.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Gebruik of installeer het apparaat niet als de temperatuur lager is dan 0 °C of als het is blootgesteld aan het weer.
- Volg de installatie-instructies op die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Zorg ervoor dat de vloer van de plaats waar u het apparaat installeert, vlak, stabiel, hittebestendig en schoon is.
- Plaats het apparaat niet op een plek waar de deur niet helemaal open kan.
- Wees voorzichtig met het verplaatsen van het apparaat, het is zwaar. Draag altijd veiligheidshandschoenen.
- Zorg dat er lucht tussen het apparaat en de vloer kan circuleren.
- Pas de stelvoeten aan om de nodige ruimte tussen het apparaat en de vloerbedekking te creëren.
Aansluiting op het elektriciteitsnet

WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Dit apparaat moet worden geaard.
- Controleer of de elektrische informatie op het typeplaatje overeenkomt met de stroomvoorziening. Zo niet, neem dan contact op met een elektromon- teur.
- Gebruik altijd een correct geïnstalleerd, schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren.
-
Zorg dat u de hoofdstekker en kabel niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan MOET dit gebeuren door onze Klan-tenservice.
-
Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het aansluitnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Raak de stroomkabel of stekker niet aan met natte handen.
- Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen.
Aansluiting aan de waterleiding
- Zorg dat u de waterslangen niet beschadigt.
- Het apparaat moet met de nieuwe slangset worden aangesloten op een kraan. Oude slangsets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
- Laat het water stromen tot het schoon is voordat u het apparaat aansluit op nieuwe leidingen of leidingen die lang niet zijn gebruikt.
- Zorg dat er geen lekkages zijn als u het apparaat de eerste keer gebruikt.
2.2 Gebruik van het apparaat

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, elektrische schokken, brand, brandwonden en schade aan het apparaat.
- Gebruik dit apparaat in een huishou-delijke omgeving.
- De specificatie van het apparaat mag niet worden veranderd.
- Volg de veiligheidsinstructies op de verpakking van het vaatwasmiddel op.
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlamba-
re producten in, bij of op het apparaat.
- Raak het glas van de deur niet aan als een programma in werking is. Het glas kan heet worden.
- Zorg dat u alle metalen onderdelen uit het wasgoed verwijdert.
- Plaats geen bak om mogelijke waterlekkage op te vangen onder het apparaat. Neem contact op met de service-dienst om te raadplegen welke accessoires gebruikt mogen worden.
2.3 Onderhoud en reiniging

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
- Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te reinigen.
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuur-sponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
2.4 Verwijdering

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deurgreep om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
Afmeting Breedte / hoogte /
600 / 850 / 605 mm
diepte
Totale diepte 640 mm
| Aansluiting op het elektriciteitsnet: | Voltage | 230 V |
| Totale stroom | 2200 W | |
| Zekering | 10 A | |
| Frequentie | 50 Hz | |
| De beschermkap biedt bescherming tegen vaste stoffen en vochtigheid, behalve op plaatsen waar de laagspanningsapparatuur geen bescherming tegen vocht biedt. | IPX4 | |
| Waterleidingdruk Minimaal 0,5 bar (0,05 MPa) | ||
| Maximaal 8 bar (0,8 MPa) | ||
| Watertoevoer 1) | Koud water | |
| Maximale belading Katoen 8 kg | ||
| Centrifugeersnelheid Maximaal 1400 tpm (L 76489 FL) | 1600 tpm (L 76689 FL) | |
1) Sluit de slang aan op een kraan met 3/4"-schroefdraad.
4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT

text_image
12 4 5 6 7
1 Bovenblad
2 Afwasmiddeldoseerbakje
3 Bedieningspaneel
4 Handgreep
5 Typeplaatje
6 Afvoerpomp
7 Stelvoetjes
8 Afvoerslang
9 Watertoevoerklep
10 Hoofdkabel
11 Transportbouten
12 Stelvoetjes
4.1 Accessoires

text_image
1 2 3 41 Moersleutel
Om de transportbouten te verwijderen.
2 Plastic dopjes
Voor het afdichten van de gaten aan de achterzijde van het apparaat nadat u de transportbouten hebt verwijderd.
3 Toevoerslang met geïntegreerd beschermingssysteem tegen wateroverlast
Om mogelijke wateroverlast te voorkomen.
4 Plastic slanggeleider
Om een afvoerslang op de rand van een gootsteen te bevestigen.
4.2 Kinderbeveiliging
- Als u deze beveiliging activeert, kunt u de deur niet sluiten. Dit voorkomt dat u kinderen of huisdieren in de trommel opsluit. Voor het inschakelen van de kinderbeveiliging verplaatst u het draaigedeelte met een muntstuk rechtsom totdat de groef horizontaal staat. Voor het uitschakelen van de kinderbeveiliging verplaatst u het draaigedeelte met een muntstuk links-
om totdat de groef weer verticaal staat.

1 Aan-/Uittoets (Aan/Uit - Marche/Arrêt)
2 Programmaschakelaar
3 Display
4 Toets Start/Pauze (Start/Pauze - Départ/Pause)
5 Toets Startuitstel (Startuitstel - Départ Différé)
6 Toets Tijd Besparen (Tijd Besparen - Gain de Temps)
7 Toets Extra spoelen (Extra Spoelen - Rinçage+)
8 Toets Vlekken (Vlekken - Taches)
9 Toets Kort centrifugeren (T/min.)
10 Toets Temperatuur (Temp. °C)
5.1 Aan/uit-toets 1
Druk op deze toets om het apparaat in of uit te schakelen. Er klinkt een geluid als het apparaat wordt ingeschakeld.
De AUTO Stand-by functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- Er een programma is geselecteerd, maar na 5 minuten van de instelling nog niet op de toets is gedrukt. 4 .
- Alle instellingen worden geannuleerd
- Druk op de knop 1 om het apparaat weer in te schakelen.
- Stel het wasprogramma en alle mogelijke opties
- 5 minuten na afloop van het wasprogramma. Raadpleeg 'Aan het einde van het programma'.
5.2 Programmaschakelaar 2
Draai deze knop om een programma in te stellen. Het bijbehorende programma-indicatielampje gaat branden.
5.3 Display 3

text_image
ABCD 60/1000 1.15Op het display verschijnt:
A • De maximum temperatuur van het programma. B • De standaard centrifugesnelheid van het programma. • "Niet centrifugeren" 1) en "Spoelstop"-symbolen.
C • De displaysymbolen. ^2)
Symbolen Beschrijving





U kunt de deur van het apparaat niet openen als het symbool brandt.
U kunt de deur van het apparaat openen als het symbool uit gaat.
Het symbool blijft aan, maar het programma is voltooid:
- Er staat water in de trommel.
- De functie 'Spoelstop' is aan.

Startuitstel
D • De programmatijd
Als het programma start, vermindert de tijd in stappen van 1 minuut.
- De uitgestelde start
Als u op de toets startuitstel drukt, toont de display de uitstelde starttijd. - Alarm codes
Als er een storing in het apparaat optreedt, worden er alarmcodes op de display weergegeven. Raadpleeg het hoofdstuk "Probleemoplossing".
- Err
Het display toont dit bericht enkele seconden als:
- U een functie instelt die niet van toepassing is voor het programma.
- U het programma wijzigt als het in werking is.
Het lampje van de toets Start/Pauze 4 knippert.
• 0
Als het programma is voltooid.
1) Alleen beschikbaar voor het programma Centrifugeren/Afpompen.
2) De symbolen verschijnen op de display als de bijbehorende fase of functie is ingesteld.
5.4 Toets Start/Pauze 4
Druk op toets 4 om het programma te starten of te onderbreken.
5.5 Toets startuitstel 5
Druk op toets 5 om de start van een programma vanaf 30 minuten tot 20 uur uit te stellen.
5.6 Toets tijdbesparing 6
Druk op de toets 6 om de programma- tijd te verminderen.
- Druk een keer om een verkort programma in te stellen voor wasgoed met dagelijks vuil.
- Druk twee keer voor het instellen van een extra snel programma voor wasgoed dat bijna niet vuil is.

Sommige programma's accepteren uitsluitend een van de twee functies.
5.7 Toets extra spoelen 7
Druk op toets 7 om spoelfases toe te voegen aan het programma.
Gebruik deze functie voor personen die allergisch zijn voor wasmiddelen en in gebieden waar het water erg zacht is.
5.8 Toets Vlekken 8
Druk op toets 8 om de vlekkenfase toe te voegen aan het programma.
Gebruik deze functie voor wasgoed met vlekken die moeilijk te verwijderen zijn.
Als u deze functie instelt, doet u vlekkenverwijderaar in het vakje 📋.

Deze functie verlengt de duur van het wasprogramma. Deze functie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40°C.
5.9 Toets centrifugeren 9
Druk op deze toets om:
- De maximale snelheid van de centrifugefase te verlagen als u een programma instelt.

De display toont alleen de centrifugesnelheden die voor het ingestelde programma beschikbaar zijn.
• Schakel de centrifugefase uit.
- Schakel de functie 'Spoelstop' in. Stel deze functie in om kreukvorming in stoffen te voorkomen. Het apparaat pompt geen water af als het programma is voltooid.

Centrifugefase is uit.

De functie 'Spoelstop' is aan.
5.10 Temperatuurtoets 10
Druk op knop 10 om de standaard temperatuur te wijzigen.
-- = koud water
5.11 Geluidssignalenfunctie
U hoort geluidssignalen als:
• U het apparaat inschakelt.
• U het apparaat uitschakelt.
- U op een toets drukt.
- Het programma is voltooid.
- Het apparaat ondervindt een storing. Voor het uitschakelen/inschakelen van de geluidssignalen, drukt u tegelijkertijd op toets 8 en toets 7 gedurende 6 seconden.

Als u de geluidssignalen uitschakelt, blijven ze alleen werken als u op de toetsen drukt en er een storing optreedt.
5.12 Functie kinderslot
Deze functie voorkomt dat kinderen spe- len met het bedieningspaneel.
- Druk om de functie te activeren, tegelijkertijd op toets 10 en toets 9 totdat de display het symbool 🔒 toont.
- Druk om de functie te deactiveren, tegelijkertijd op toets 10 en toets 9 totdat het symbool uitgaat.
U kunt de volgende functie activeren:
- Voordat u drukt op de toets Start/Pauze 4 : kan het apparaat niet starten.
- Nadat u drukt op de toets Start/Pauze 4, worden alle toetsen en de programmaschakelaar uitgeschakeld.
5.13 Permanente extra spoelfunctie
Met deze functie kunt u de extra spoelfunctie permanent aan laten als u een nieuw programma instelt.
- Druk om de functie te activeren, tegelijkertijd op toets 6 en toets 5 totdat het lampje van toets 7 brandt.
-
Druk om de functie uit te schakelen, tegelijkertijd op toets 6 en toets 5 totdat het lampje van toets 7 uit gaat.
-
PROGRAMMA'S
| Programma Temperatuur | Type lading max. gewicht van belading | Cyclus-beschrijving | Functies |
| Katoen Blanc/Couleurs Katoen 95° - Koud | Wit en bont katoen, normaal vervuild. max. 8 kg | Wassen Spoelingen Lang centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP VLEKKEN EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
| Katoen + Voor-was Blanc/Couleurs + Prélavage Katoen + Voor-was 95° - Koud | Wit en bont katoen, zwaar vervuild. max. 8 kg | Voorspoelen Wassen Spoelingen Lang centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP VLEKKEN EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
| Extra Stil Extra Silence Extra Stil 95° - Koud | Wit en bont katoen, normaal vervuild. max. 8 kg | Stop met water in de trommel Spoelingen Lang centrifuge-ren | VLEKKEN EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
| Synthetica Sinthétiques Synthetica 60° - Koud | Synthetische of ge-mengde stoffen, nor-maal vervuild. max. 4 kg | Wassen Spoelingen Kort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP VLEKKEN EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
| Strijkvrij Repassage Facile2) Strijkvrij 60° - Koud | Synthetica, normaal vervuild. max. 4 kg | Wassen Spoelingen Kort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
| Fijne Was Délicats Fijne Was 40° - Koud | Fijn wasgoed zoals acryl, viscose, polyes-ter stoffen, normaal vervuild. max. 4 kg | Wassen Spoelingen Kort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP VLEKKEN EXTRA SPOE-LING TIJDBESPARING 1) |
Wol/Zijde Laine /Soie Wol/zijde 40° - Koud | In de machine wasbare wol. Met de hand wasbare wol en fijn wasgoed met het symbool 'handwas'. max. 2 kg | Wassen SpoelingenKort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP |
| Dekbed Couette Dekbed 60° - 30° | Één synthetische de-ken, dekbed, sprei, enz. max. 3 kg | Wassen SpoelingenKort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL |
| Centrifugeren/ Pompen Essorage/Vidange3) Centr./Pompen | Alle stoffen De maximale bela-ding van wasgoed is afhankelijk van het type wasgoed. | Afvoer van het waterCentrifugefase op de maximale snelheid. | AANPASSEN TOERENTAL NIET CENTRIFU-GEREN |
| Spoelen Rinçage Spoelen | Handwasartikelen. Één spoeling met nabehandelings-middel Lang centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP EXTRA SPOE-LING4) | |
| Outdoor Blousons Outdoor 40° - Koud | Waterbestendige, sport- en buitenkle-ding. Gebruik geen wasverzachter! max. 2.5 kg | Wassen SpoelingenKort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP EXTRA SPOE-LING |
| 20 Min. - 3 kg 30° | Katoenen en synthetische kleding met lichte vervuiling of slechts eenmaal ge-dragen. | Wassen SpoelingenKort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL |
| Super Eco5) Koud | Gemengde stoffen (katoen en syntheti-sche stoffen). max. 3 kg | Wassen SpoelingenKort centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP EXTRA SPOE-LING |
| Katoen Eco Coton Eco 6) Katoen Eco 60° - 40° | Wit en bont katoen, normaal vervuild. max. 8 kg | Wassen SpoelgangenLang centrifuge-ren | AANPASSEN TOERENTAL SPOELSTOP VLEKKEN EXTRA SPOELEN TIJDBESPARING 1) |
1) Als u twee keer op de toets 6 drukt (functie Supersnel ingesteld), raden wij u aan om de hoeveelheid wasgoed te verkleinen. Het is mogelijk om de volledige lading te gebruiken, maar een goed wasresultaat kan niet worden gegarandeerd.
2) De was- en centrifugefase is zacht om te voorkomen dat het wasgoed gaat kreuken. De wasautomaat voegt extra spoelgangen toe.
3) De standaardinstelling van de centrifugeersnelheid is gebaseerd op katoenen wasgoed. Stel de centrifugesnelheid in. Zorg ervoor dat het geschikt is voor het soort wasgoed.
4) Stel deze functie om extra spoelingen toe te voegen. Met een lage centrifugeersnelheid voert het apparaat delicate spoelingen uit met kort centrifugeren.
5) Stel dit programma in om de tijd en het water- en energieverbruik te verlagen.
6) Standaardprogramma's voor de Energielabel verbruikswaarden Volgens de regulering 1061/2010 zijn deze programma's respectievelijk het "standaard 60° katoenprogramma" en het "standaard 40° katoenprogramma". Dit zijn de meest efficiënte programma's qua elektriciteits- en waterverbruik bij het wassen van normaal vervuild katoenen wasgoed.
Stel dit programma in voor een goed wasresultaat en om het stroomverbruik te verlagen. De tijd van het wasprogramma wordt verlengd.

De watertemperatuur van de wasfase kan verschillen van de temperatuur die is aangegeven voor het geselecteerde programma.
STOOMPROGRAMMA'S
| Programma1) | Type lading Max. lading | |
![]() | Opfrissen - Rafraîchir | Katoen en synthetica. tot 1.5 kg |
![]() | OpfrissenDit programma verwijdert luchtjes uit het wasgoed. | |
| Stoom verwijdert geen dierenluchtjes. | ||
![]() | Ontkreuk - Défroissage | Katoen en synthetica. tot 1.5 kg |
![]() | Stoom kan worden gebruikt voor droge, gewassen of eenmaal gedragen wasgoed. Deze programma's kunnen kreukels en luchtjes vermin-deren en het wasgoed zachter maken.Gebruik nooit een schoonmaakmiddel. Verwijder vlekken indien nodig door te wassen of plaatselijk vlekverwijderaar te gebruiken.Stoomprogramma's vormen geen hygiënische cyclus. | |
| Stel het Stoomprogramma niet in voor dit type kleding:Kleding waar op het wasvoorschrift niet staat of het geschikt is voor de dro-ger.Kleding met veel ingewerkte stukjes plastic, metaal, hout en dergelijke. | ||
1) Als u een stoomprogramma instelt met gedroogde was, zal de was aan het eind van de cyclus vochtig aanvoelen. Het is beter om de kleren aan de lucht te drogen gedurende 10 minuten om de vochtigheid te laten verdampen. Het wasgoed moet zo snel mogelijk uit de trommel worden verwijderd. Na een stoomcyclus kunt u de kleding toch nog strijken, maar dan uiteraard met veel minder moeite!
6.1 Woolmark-certificaat

De wolwascyclus van de machine is goedgekeurd door Woolmark voor het
wassen van Woolmark producten die in de machine gewassen kunnen worden, onder voorwaarde dat de kledingstukken worden gewassen volgens de instructies op het label in het kledingstuk en die van de fabrikant van deze wasmachine M1027
In het VK, Ierland, Hong Kong en India is het Woolmark-symbol is een certifice-ringshandelsmerk.
7. VERBRUIKSWAARDEN

Bij start van het programma toont het display de programmaduur voor de maximale laadcapaciteit.
Tijdens de wasfase wordt de programmaduur automatisch berekend en deze kan flink worden verlaagd als de wasgoedlading lager is dan de maximale laadcapaciteit (bijv. katoen 60°C, maximale laadcapaciteit 8 kg, de programmaduur is langer dan 2 uur, lading 1 kg, de programmaduur is nog geen uur).
Als het apparaat de echte programmaduur berekent, knippert er een punt in het display.

De gegevens van deze tabel zijn gemiddelden. Verschillende oorzaken kunnen de gegevens wijzigen: de hoeveelheid en het type wasgoed, het water en de omgevingstemperatuur.
| Programma's Lading (kg) | Energie-verbruik (kWh) | Water-verbruik (liter) | Gemid-delde pro-gramma-duur (minu-ten) | Reste-rend vocht (%)1)L 76489 FL | Reste-rend vocht (%)1)L 76689 FL |
| Katoen 60 °C | 8 | 1.6 | 72 | 168 | 52 |
| Katoen 40 °C | 8 | 1.0 | 72 | 164 | 52 |
| Synthetische stoffen 40 °C | 4 0.6 50 110 35 35 | ||||
| Fijne was 40 °C | 4 0.7 60 91 35 35 | ||||
| Wol/Handwas 30 °C | 2 0.35 57 58 30 30 | ||||
| Standaard katoenprogramma's | |||||
| Standaard 60 °C katoen | 8 0.89 58 225 52 43 | ||||
| Standaard 60 °C katoen | 4 0.75 45 170 52 43 | ||||
| Standaard 40 °C katoen | 4 0.50 44 165 52 43 | ||||
1) Aan het einde van de centrifugeerfase.
| Uit-modus (W) Modus aan laten (W) |
| 0.48 0.48 |
| De gegevens in de bovenstaande grafiek zijn in overeenstemming met de EU verordening 1015/2010 die richtlijn 2009/125/EC implementeert. |
- Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade om het afvoersysteem te activeren.
- Giet een klein beetje wasmiddel in het vakje van het hoofdwasmiddel
van de wasmiddellade. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed en start het programma. Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
9. BEDIENING VAN HET APPARAAT
- Draai de waterkraan open.
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Druk op toets 1 om het apparaat in te schakelen.
- Plaats het wasgoed in de machine.
- Gebruik de juiste hoeveelheid wasmiddelen en toevoegingen.
-
U dient het juiste programma in te stellen en te starten voor het type lading en de mate van vervuiling.
-
Plaats het wasgoed een voor een in de trommel. Schud de items voor u ze in de wasautomaat plaatst. Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel plaatst.
- Sluit de deur.
9.1 Wasgoed in de machine doen
- Open de deur van het apparaat.

Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen. Er kan waterlek- kage of beschadigd wasgoed ontstaan.
9.2 Wasmiddel en additieven (wasverzachter, vlekkenmiddel) toevoegen

![]() | Het wasmiddelvakje van de voorwasfase en het inweekprogramma.Voeg inweek- en voorwasmiddelen toe voordat u het programma start. |
![]() | Het vakje voor het wasmiddel van de wasfase.Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, dient u dit direct voor het starten van het programma te plaatsen. |
![]() | Vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen (wasverzachter, stijfsel).Plaats het product in het vakje voordat u het programma start. |
![]() | Dit is het maximale niveau voor vloeibare nabehandelingsmiddelen. |
![]() | Het vakje voor de vlekverwijderaar.Plaats het product in het vakje en stel de vlekfunctie in voordat u het programma start. |
![]() | Klepje voor poeder of vloeibaar wasmiddel.Draai het klepje (omhoog of omlaag) in de juiste stand om poeder of vloeibaar wasmiddel te gebruiken. |
![]() | Volg altijd de instructies op de verpakking van de wasmiddelen. |
De stand van de klep controleren

- Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze stopt.
- Druk de hendel in om de lade uit te trekken.

- Draai de klep omhoog om poeder-wasmiddel te gebruiken.

- Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.

Met de klep in de stand OM- LAAG:
- Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen.
- Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep.
- Stel de voorwasfase niet in.
-
Stel de startuitstelfunctie niet in.
-
Meet het wasmiddel en wasverzachter af.
- Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig. Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt.
9.3 Een programma instellen en starten
- Draai de programmaschakelaar. Het bijbehorende programma-indicatie-lampje gaat branden.
-
Het lampje van toets 4 knippert in het rood.
-
Op het display verschijnt de standaard temperatuur en centrifugesnelheid. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, drukt u op de bijbehorende toetsen.
- Stel de beschikbare functies in. Het lampje van de ingestelde functie
gaat aan, of de display toont het bij- behorende symbool.
- Druk op toets 4 om het programma te starten. Het lampje van toets 4 is aan.

De afvoerpomp kan even werken als het apparaat gevuld wordt met water.

De wasmachine past de cyclustijd automatisch aan op het wasgoed dat u in de trommel hebt gedaan, voor perfecte wasresultaten binnen een minimaal benodigde tijd. Na ongeveer 15 minuten vanaf de start van het programma geeft de display de nieuwe tijdwaarde weer.
9.4 Een programma onderbreken
- Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- Als u opnieuw op toets 4 drukt. Het wasprogramma gaat verder.
9.5 Een programma annuleren
- Druk op toets 1 om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- Druk opnieuw op toets 1 om het apparaat in te schakelen. U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.

Het apparaat pompt geen water weg.
9.6 Een functie wijzigen
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- Als u op de toets 4 drukt: Het indicatielampje knippert.
- De ingestelde functie wijzigen.
9.7 Het startuitstel instellen
- Druk herhaaldelijk op toets 5 tot het aantal minuten of uren op de
display verschijnt. De bijbehorende symbolen gaan branden.
- Druk op toets 4, het apparaat begint met aftellen van de uitgestelde start. Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het wasprogramma automatisch gestart.

Voordat u op toets 4 drukt om het apparaat te starten, kunt u de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.
U kunt de uitgestelde start niet instellen bij het Stoom programma.
9.8 De uitgestelde start annuleren
- Als u op de toets 4 drukt: Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- Druk herhaaldelijk op toets 5 tot de display 0' toont.
- Als u op de toets 4 drukt: Het programma wordt gestart.
9.9 Deur openen
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld.
De deur van het apparaat openen:
- Druk op toets 4 . Het deurvergren- delingssymbool in de display gaat uit.
- Open de deur van het apparaat.
- Sluit de deur van de machine en druk op toets 4 . Het programma of startuitstel gaat verder.

Als de temperatuur en het water- peil in de trommel te hoog zijn, blijft het symbool voor de deur- vergrendeling aan en kunt u de deur niet openen. U opent in dat geval de deur als volgt:
- Schakel het apparaat uit.
- Wacht enkele minuten.
- Zorg ervoor dat er zich geen water in de trommel bevindt.

Als u het apparaat uit zet, dient u het programma opnieuw in te stellen.
9.10 Aan het einde van het programma
- Het apparaat stopt automatisch.
- De geluidssignalen klinken.
- In de display gaat het symbool 0 aan.
- Het indicatielampje van de toets Start/Pauze 4 gaat uit.
- Het deurvergrendelingssymbool gaat uit.
- Druk op toets 1 om het apparaat uit te schakelen. Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energie-besparingsfuncie het apparaat automatisch uit.

Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste ingestelde programma in de display weergegeven. Draai de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- Haal het wasgoed uit de wasmachine. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
- Draai de waterkraan dicht.
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
- De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen.
Het water wegpompen:
- Verlaag zo nodig de centrifugesnelheid.
- Druk op de toets Start/Pauze 4. Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- Als het programma is voltooid, gaat het deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- Schakel het apparaat uit.

Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifuge- ren.
10. AANWIJZINGEN EN TIPS
10.1 Wasgoed sorteren
- Verdeel het wasgoed in: wit, bont, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen. We raden daarom aan om dit soort kleding de eerste keer dan ook apart te wassen.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Maak riemen vast.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
-
Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
-
Verwijder hardnekkige vlekken.
- Was delen met zware vervuiling met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met de gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een zak of kussensloop.
- Niet in de machine wassen:
– Wasgoed zonder zomen of met scheuren - Beugelbeha's.
- Gebruik een waszakje om kleine stuk wasgoed te wassen.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen in de trommel en de centrifugefase opnieuw starten.
10.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en was-middel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te verwijderen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
10.3 Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor gebruik in een wasautomaat.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik niet meer dan de benodigde hoeveelheid wasmiddel om het milieu te beschermen.
- Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van deze producten.
-
Gebruik de juiste producten voor het type en de kleur stof, de programma-temperatuur en de mate van vervuiling.
-
Stel geen voorwasfase in als u vloeiba-re wasmiddelen gebruikt.
- Als uw machine geen wasmiddellade heeft met klepje, voeg dan het vloeibare wasmiddel toe met een doseerbal.
10.4 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met de plaatselijke waterautoriteit voor de waterhardheid in uw gebied.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de producten.
Gelijkwaardige eenheden meten de waterhardheid:
- Duitse graden (°dH).
- Franse graden (°TH)
- mmol/l (millimol per liter - een internationale eenheid voor de hardheid van water).
- Clarke-graden.
Waterhardheidstabel
| Niveau Type | Waterhardheid | ||||
| °dH °TH mmol/l Clarke | |||||
| 1 zacht 0-7 0-15 0-1.5 0-9 | |||||
| 2 medium 8-14 16-25 1.6-2.5 10-16 | |||||
| 3 hard 15-21 26-37 2.6-3.7 17-25 | |||||
| 4 | erg hard | >21 | >37 | >3.7 | >25 |
11. ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact voor- dat u het apparaat reinigt.
11.1 Ontkalken
Het water dat wij gebruiken, bevat kalk. Als het nodig is dient u waterverzachter
te gebruiken om deze kalk te verwijderen.
Gebruik een speciaal product voor was- automaten. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van de produ- cent.
Doe dit apart van het wassen van was- goed.
11.2 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog.

LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of chemische producten.
11.3 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel
achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswas uit. Om dit te doen:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Stel het heetste wasprogramma in voor katoen
- Gebruik de juiste hoeveelheid poederwasmiddel met biologische eigenschappen.
Houd de deur enige tijd open na elke wasbeurt, om schimmels te voorkomen en onprettige geurtjes te verwijderen.
11.4 Deurrubber

Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder voorwerpen uit de binnenkant.
11.5 Trommel
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen. Gebruik alleen speciale producten om roestdeeltjes uit de trommel te verwijderen.
Ga als volgt te werk:
- Reinig de trommel met een speciaal product voor roestvrij staal.
- Start een kort programma voor katoen op de maximale temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
11.6 Wasmiddeldoseerlade
De wasmiddeldoseerlade reinigen:

- Druk op de hendel.
- Trek de doseerlade naar buiten.

- Verwijder het bovenste gedeelte van het vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen.
-
Maak alle onderdelen schoon met water.
-
Maak de ruimte van de wasmiddel-doseerlade schoon met een borstel.
-
Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte.
11.7 Afvoerpomp

Controleer de afvoerpomp regel- matig en zorg dat deze schoon is.
De pomp schoonmaken als:
- Het apparaat geen water wegpompt.
- De trommel niet kan draaien.
- Het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt door een blokkade in de afvoerpomp.
- De display een alarmcode weergeeft door een probleem met de waterafvoer.
De afvoerpomp reinigen:

- Trek de stekker uit het stopcontact.
-
Verwijder het filter niet als het apparaat in gebruik is. Reinig de afvoerpomp niet als het water in de machine heet is. Het water moet koud zijn voordat u de afvoerpomp kunt reinigen.
-
Open het afvoerpompdeurtje.
- Trek de klep naar voren om hem te verwijderen.

-
Plaats een bak onder de uitsparing van de afvoerpomp om het uitstromende water op te vangen.
-
Druk de twee hendels in en trek het afvoerkanaal naar voren om het water eruit te laten stromen.
-
Als de bak vol met water is, duwt u het afvoerkanaal terug en leegt u de bak. Herhaal stap 4 en 5 tot er geen water meer uit de afvoerpomp stroomt.
-
Duw het afvoerkanaal terug en draai het filter om het te verwijderen.
-
Verwijder stof en voorwerpen uit de pomp.
-
Zorg dat het schoepenrad op de juiste wijze kan draaien. Neem als dit niet lukt, contact op met de klantenservice.
-
Reinig het filter onder de water- kraan en plaats het terug in de speciale geleiders van de pomp.
-
Zorg ervoor dat het filter stevig vastzit om waterlekkage te voorkomen.
-
Plaats de klep terug en sluit het afvoerpompdeurtje.
11.8 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter
Het kan nodig zijn filters te reinigen als:
- Het apparaat niet met water wordt gevuld.
- Het lampje van toets 4 knippert en de display het bijbehorende alarm weergeeft. Raadpleeg 'Probleemoplossing'.

WAARSCHUWING!
Trek de stekker uit het stopcontact.
De watertoevoerfilters schoonmaken:

- Draai de waterkraan dicht.
- Verwijder de watertoevoerslang van de kraan.
-
Reinig het filter in de toevoerslang met een harde borstel.
-
Verwijder de toevoerslang achter de machine.
-
Reinig het filter in de klep met een harde borstel of een handdoek.
-
Installeer de watertoevoerslang opnieuw. Zorg ervoor dat de koppelingen stevig vast zitten om lekkage te voorkomen.
-
Draai de waterkraan open.
11.9 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en met (6) van "De afvoerpomp reinigen" uit.
Maak de pomp zo nodig schoon.
Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de afvoerpompklep.
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, dient u het afvoersysteem opnieuw te activeren:
- Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddeldoseerlade.
- Start het programma om water af te voeren.
11.10 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Draai de waterkraan dicht.
- Verwijder de watertoevoerslang.
- Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- Als de afvoerpomp leeg is, installiert u de toevoerslang opnieuw.

WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0 °C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Het apparaat start niet of stopt tijdens het programma.
Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt, neem contact op met de service afdeling.
Bij sommige problemen werken de geluidssignalen en toont de display een alarmcode:
- E10 - Het apparaat wordt niet gevuld met water.
• E20 - Het apparaat pompt geen water weg.
- E40 - De deur is open of niet goed gesloten.
• EFO - Anti-overstromingsbeveiliging is aan.

WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit voordat u controles uitvoert.
| Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing | ||
| Het apparaat neemt geen wa-ter. | De waterkraan is dicht. Draai de waterkraan open. | |
| De watertoevoerslang is beschadigd. | Controleer of de watertoevoerslang niet is beschadigd. | |
| De filters in de water-toevoerslang zijn ver-stopt. | Reinig de filters Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". | |
| De waterkraan is ver-stopt of aangezet met kalkaanslag. | Maak de waterkraan schoon. | |
| De aansluiting van de watertoevoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| De waterdruk is te laag. Neem contact op met het wa-terleidingbedrijf. | ||
| Het apparaat pompt geen water weg. | De waterafvoerslang is beschadigd. | Controleer of de waterafvoerslang niet is beschadigd. |
| Het filter in de afvoer-pomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de af-voerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reini-ging". | |
| De aansluiting van de waterafvoerslang is niet correct. | Zorg dat de aansluiting altijd correct is. | |
| Er is een wasprogramma zonder afvoerfase ingesteld. | Stel het afvoerprogramma in. | |
| De functie 'Spoelstop' is aan. | Stel het afpompprogramma in. | |
| De deur is open of niet goed gesloten. | Sluit de deur goed. | |
| Anti-overstromingsbeveiliging is aan. | Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.Draai de waterkraan dicht.Neem contact op met het servicecentrum. | |
| Het apparaat centrifugeert niet. | De centrifugafase is uit. | Stel het centrifugeprogramma in. |
| Het filter in de afvoerpomp is geblokkeerd. | Reinig het filter of maak de afvoerpomp schoon. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reini-ging". | |
| Balansproblemen met de waslading. | Verdeel de artikelen handmatig in de trommel en start de centrifugefase opnieuw. | |
| Het programma start niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker in het stopcon-tact. |
| De zekering in de mer-kast is doorgebrand. | Vervang de zekering. | |
| U heeft niet op toets 4 gedrukt. | Als u op de toets 4 drukt: | |
| De uitgestelde start is ingesteld. | Annuleer de uitgestelde start om het programma direct te starten. | |
| Het kinderslot is geactiveerd. | Het kinderslot uitschakelen. | |
| Er ligt water op de vloer. | Lekkages van de koppe-lingen van de waterslan-gen. | Zorg dat de koppelingen goed zijn aangedraaid. |
| Lekkages van de afvoerpomp. | Zorg dat het filter van de afvoer-pomp goed is bevestigd. | |
| De waterafvoerslang isbeschadigd. | Verzeker u ervan dat de water-toevoerslang niet is beschadigd. | |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | Het wasprogramma is bezig. | Laat het wasprogramma beëin-digen. |
| Er staat water in detrommel. | Kies het programma Pompen of Centrifugeren. | |
| Het apparaat maakt een abnor-maal geluid. | Het apparaat staat niet waterpas. | Het apparaat waterpas afstellen.Raadpleeg "Installatie". |
| De verpakking en/of de transportbouten zijn niet verwijderd. | Verwijder de verpakking en/of de transportbouten. Raadpleeg "Installatie". | |
| De lading is erg klein. Meer wasgoed in de machine doen. | ||
| Het apparaat vult zich met water en pompt het direct weer af. | Het uiteinde van de af-voerslang is te laag. | Zorg dat de afvoerslang op de juiste hoogte staat. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | Het door u gebruikte wasmiddel was niet cor-rect of onvoldoende. | Gebruik meer wasmiddel of ge-bruik een ander middel. |
| U heeft de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. | Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwij-deren. | |
| Onjuiste temperatuur ingesteld. | Zorg dat u de juiste tempera-tuur instelt. | |
| Te veel wasgoedbela-ding. | Verminder de hoeveelheid was-goed. | |
Schakel het apparaat na de controle in. Het programma gaat verder vanaf het punt waar het werd onderbroken.
Als het probleem opnieuw optreedt, neem dan contact op met onze service afdeling.
Indien het display andere alarmcodes meldt, neem dan contact op met onze service afdeling.
13. MONTAGE
13.1 Set bevestigingsplaatjes (4055171146)
Verkrijgbaar bij uw geautoriseerde verkooppunt.
Zet het apparaat goed vast met de bevestigingsplaatjes als u het apparaat op een plint plaatst.
Volg de instructies die bij de set zijn meegeleverd.
13.2 Uitpakken

-
Gebruik de handschoenen. De externe folie eraf trekken. Gebruik zo nodig een mes.
-
Verwijder de kartonnen deksel.
-
Verwijder de piepschuim verpak- kingsmaterialen.
-
De interne folie eraf trekken.
-
Open de deur. Verwijder het piepschuim blok van de deur en alle andere onderdelen uit de trommel.

-
Plaats het piepschuim verpakkingsmateriaal op de vloer achter het apparaat. Plaats het apparaat met de achterzijde voorzichtig op het kartonnen deksel. Zorg dat u de slangen niet beschadigt.
-
Verwijder de piepschuim bescherming van de onderkant.
-
Zet het apparaat weer rechtop.
-
Verwijder het aansluitsnoer en de afvoerslang van de slanghouders.
-
Draai de drie transportbouten los. Gebruik de bij het apparaat gelever- de moersleutel.
-
Trek de bouten met de plastic tussenstukken eruit.

- Doe de plastic dopjes in de gaatjes. U vindt deze doppen in de zak van de gebruikershandleiding.

WAARSCHUWING!
Verwijder alle transportbouten en verpakking voordat u het apparaat installeert.

Wij raden u aan om alle transportbouten en verpakking te bewaren voor als u het apparaat gaat verplaatsen.
13.3 Plaatsing en waterpas zetten

- Installeer het apparaat op een vlakke harde vloer.
- Zorg ervoor dat de vloerbedekking de luchtcirculatie onder het apparaat niet stopt.
- Zorg ervoor dat het apparaat geen muren of andere apparaten raakt.
- Gebruik de stelvoetjes om het apparaat waterpas te zetten. Een juiste afstelling van het apparaat voorkomt trillingen en lawaai en het bewegen van het apparaat als deze in bedrijf is.

- Het apparaat moet waterpas en sta-biel staan.

LET OP!
Plaats geen karton, hout of vergelijkbare materialen onder de voeten van het apparaat om deze waterpas te stellen.
13.4 De toevoerslang

- Sluit de slang aan op het apparaat. Draai de toevoerslang alleen naar links of rechts. Maak de ringmoer los om hem in de juiste stand te zetten.

- Sluit de watertoevoerslang aan op een koudwaterkraan met 3/4-schroefdraad.

LET OP!
Zorg ervoor dat de koppelingen niet lekken.

Gebruik geen verlengslang als de toevoerslang te kort is. Neem contact op met de klantenservice voor vervanging van de toevoerslang.
Waterstop

De watertoevoerslang is voorzien van een waterstop. Dit toestel voorkomt lekkage in de slang door natuurlijke slijtage. Het rode gedeelte in het venster «A» toont deze storing.
Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht en neemt u contact op met de klanten-service om de slang te laten vervangen.
13.5 Waterafvoer
Er zijn verschillende procedures om de afvoerslang aan te sluiten:
Met de plastic slanggeleider.

- Op de rand van een gootsteen.
- Zorg dat de plastic geleider niet kan bewegen als het apparaat water afvoert. Bevestig de geleider op de waterkraan of wand.
- Op een standpijp met ventilatieopening.
Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 100 cm. Het einde van de afvoerslang moet altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter van de afvoerpijp groter moet zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang.
- Op een gootsteenafvoer.
Raadpleeg de illustratie. Plaats de afvoerslang in de gootsteenafvoer en draai vast met een clip. Zorg dat de afvoerslang een bocht maakt om te voorkomen dat resterende deeltjes uit de gootsteen in het apparaat komen.
- Direct op een ingebouwde afvoerpomp in de kamerwand en zet vast met een klem.

U kunt de afvoerslang maximaal 400 cm verlengen. Neem contact op met de klantenservice voor de andere afvoerslang en het verlengstuk.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool ⚙. Gooi de verpakking in een geschikte verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
SOMMAIRE
- CONSIGNES DE SÉCURITÉ 35
- INSTRUCTIONS DE SÉCURITÉ 36
- CARACTERISTIQUES TECHNIQUES 38
- DESCRIPTION DE L'APPAREIL 38
- BANDEAU DE COMMANDE 39
- PROGRAMMES 43
- VALEURS DE CONSOMMATION 46
- AVANT LA PREMIÈRE UTILISATION 47
- UTILISATION DE L'APPAREIL 48
- CONSEILS 52
- ENTRETIEN ET NETTOYAGE 53
- EN CAS D'ANOMALIE DE FONCTIONNEMENT 57
- INSTALLATION 60
Wol/zijde 40° - Koud









