Eden Rose 250C - Naaimachine HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Eden Rose 250C HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Eden Rose 250C HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Eden Rose 250C - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Eden Rose 250C van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Eden Rose 250C HUSQVARNA
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.
Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.
OPMERKINGEN OVER DE VEILIGHEID
- Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrucerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.
- Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.
- Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.
- Schakel de naaimachine uit ("0") wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
- Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.
- Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.
- Draag een veiligheidsbril.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).

Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wctgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advics.
Eden Rose™ NAAIVOETENKIT
Er zit een verpakking met extra naaivoeten van de limited edition in de doos met uw HUSQVARNA VIKING® EDEN ROSE™naaimachine. In de verpakking zitten de volgende optionele naaivoeten:
RIMPELVOET (4127971-45)
Voor het rimpelen van stof of het tegelijkertijd rimpelen en aannaaien van een ruche. Geschikt voor dunne tot normale stoffen. Rechte steek, (naaldpositie links), lengte 3 tot 6. Hoe groter de steeklengte, des te meer stof wordt gerimpeld. Klik de rimpelvoet vast.
Stof rimpelen:
Leg stof onder rimpelvoet en begin met naaien. Verhoog de bovendraadspanning voor meer rimpels
Stof rimpelen en tegelijkertijd vastnaaien:
- Leg de te rimpelen stof met de goede kant boven onder de naaivoct.
- Leg de stof waaraan de ruche moet worden vastgenaaid in de uitsparing van de voet met de goede kant onder.
- Begin met naaien; onderste stof geleiden maar niet tegenhouden. Bovenste stof in de uitsparing houden en rustig geleiden. Een grotere steeklengte en een hogere bovendraadspanning en persvoetdruk zorgen voor meer rimpels.

Voor het versieren van de stof met een soutachekoord of bandje. Eventueel verstevigen. Rechte steek, lengte 2,5 of zigzagsteek, breedte 2 tot 4, al naar gelang de breedte van bandje of koord (of gebruik een siersteck).
- Haal het bandje van bovenaf door de voorzijde van de voet en leid het onder de voet door.
- Laat de voct zakken en naai het bandjc vast. Met de contourdraad/soutachcgelcider (412554445) wordt het bandjc op zijn plaats gehouden.

Voor het innaaien van een passepoil in naden of randen voor een perfecte afwerking. U bereikt een heel fraai effect als u de door u gebruikte stof om het koord heen naait. Door het transparante gedeelte hebt u beter zicht waar de passepoil moet komen en krijgt u meer precisie bij het naaien. Door het heldere zicht kunt u de eerste stekenrij zien en kunt u de naaldpositie zó aanpassen dat de volgende steck precies naast de vorige komt. Rechte steck, lengte 2,5.
Een passepoil van de door u gebruikte stof maken:
- Klik de transparante passepoilvoet vast.
- Knip diagonale of schuine stofrepen die breed genoeg zijn om het koord en de naadtoeslag te bedekken.
- Leg het koord op de verkeerde kant van de stofreep en vouw de stof om het koord heen.
- Leg stof en koord onder de transparante passepoilvoet met het koord precies in de uitsparing aan de onderkant van de voet.
- Begin met naaien. De uitsparing gelcidt de stof nauwkcurig om het koord. Tip: Stel bij het innaaien van deze passepoil de naald een positie dichter bij de passepoil, zodat het eerst genaide stiksel wordt bedekt.

Een passepoil tussen een naad meenaaien:
- Klik dc transparante passepoilvoct vast.
- Leg de passepoil langs de naad op de goede kant van de stof en naai vast met de passepoil in de uitsparing aan de onderkant van de voet.
- Leg hierop het tweede stuk stof, goede kanten op elkaar.
- Leg stof en passepoil onder de voet en zorg dat het koord precies in de uitsparing aan de onderkant van de voet valt. Naai. De uitsparing aan de onderkant van de voet geleidt de passepoil tijdens het naaien. Tip: knip de naadtoeslag van de passepoil bij rondingen en boeken schuin in.
INHOUDSOPGAVE
Machine-overzicht....5
Bijgeleverde accessoires 6
Voorbereidingen
Uitpakken....7
De machine opbergen na het naaien....7
Doos met accessoires....7
Uitgebreid naaioppervlak 7
De vrije arm gebruiken....7
Het snoer van het voetpedaal aansluiten 8
Het snoer en het voetpedaal aansluiten 8
De naaivoet verwisselen....9
De naald vervangen 9
Naalden 9
Garenpennen en garenschijven....10
De bovendraad inrijgen .... 11
Draadinsteker 12
De draad afsnijden....12
Een tweelingnaald inrijgen....13
De spoel opwinden....13-14
De spoel in de machine plaatsen....15
Draadspanning 15
EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS) 16
Sensorvoetdruk....16
Sensorvoet omhoog....16
Beginnen met naaien 16
De machinebedienen
Functietoetsen 17
Naaldstop boven/onder....17
Sensorvoet omhoog/extra hoog....17
Sensorvoet omlaag/draaistand 17
STOP....17
Snelheid....17
FIX 17
Achteruit....17
Functietoetsen op het voorpaneel....18
Weergave afwisselen....18
Steeklengte/dichtheid....18
Steckbreedtc/naaldpositie....18
Wissen....18
Stekenselectie ....18
Pijltoetsen voor eenvoudige selectie....18
Stekenmenu....18
Font Menu....18
Veranderen naar kleine letters, hoofdletters of cijfers..18
Opslaan in Mijn steken....18
Programmeermodus....18
SET menu....19
Horizontaal spiegelen....19
Exclusive SEWING ADVISORTM....19
Naaimodus....20
Een steek selecteren....21
Een lettertype selecteren....21
Programmeren....22-24
SET menu....25
Naaivoctdruk....25
Draaihoogte....25
Sensorvoct auto 25
FIX auto....25
Tweelingnaald....25
Steekbreedtebeveiliging 25
Free Motion Zwevende....26
Free Motion Verend....26
Knoopsgatbalanceren....26
Hoorbaar alarm 26
Contrast....26
Taal 26
Softwareversie....26
Pop-upmeldingen....27
Basis-naaitechnieken
Exclusive SEWING ADVISOR™ 30
Naad....31
Afwerken....31
Naaien en afwerken....32
Rijgen 33
Stoppen en verstellen....33
Blindzomen 34
Zoom....35
Knoopsgaten naaien 36
Knopen aannaaien....38
Ritssluitingen naaien 39
Quilten uit de vrije hand 40
Demachineonderhouden
De lampjes vervangen....41
De machine schoonmaken....41
Maak het spoelhuis schoon....41
Het spoelgedeelte schoonmaken....41
Dc steckplaat terugplaatsen....41
Problemen oplossen 42
Stekentabel - menu I. Nuttige steken 44
Steken-overzicht....46
Lettertypen....46

- Deksel
- Voorspanningsdraadgeleider
- Draadspanningsschijven
- Draadhefboom
- Draadspanningsknop
- Draadspanning voor spoclen
- Functietoetsenpaneel
- Draadafsnijder
- Lampjes
-
Aansluiting censtaps-knoopsgatsensorvoet
-
Draadinsteker
- Naaivoct
- Steekplaat
- Spoelhuisdeksel
- Vrije arm
- Schakelaar voor het verzinken van de transporteur
- Naaldstang met naaldklemschroef
- Naaivoctstang
- Naaivoethouder
-
Stekenpaneel
-
Garenpen
- Garenschijven
- Extra garenpen
- Spoelas, spoelstop
- Draadafsnijder voor spoeldraad
- Handwiel
- Grafisch display)
- Voorpaneel met functietoetsen
- AAN/UIT-schakelaar, aansluitingen voor snoer en voetpedaal
BIJGELEVERDE ACCESSOIRES
Naaivoeten

Naaivoet A
Is bij levering op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm.

Naaivoet B
Gebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken van minder dan 1,0 mm lang. De groef op de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.

Knoopsgatvoet C
Deze voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjes op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. De twee groeven op de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad.

Blindzoomvoet D
Deze voet wordt gebruikt voor het maken van blindzomen. De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt.

Ritsvoet E
Deze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het cenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken.

Naaivoet met antikleeflaag H
Deze voet, met een speciale antikleeflaag aan de onderkant, wordt gebruikt bij het naaien van schuimrubber, plastic of leer, om de kans dat deze materialen aan de voet blijven kleven tot een minimum te beperken.

Kantsteekvoet J
Deze voet wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/afwerken. De steken worden over de pen heen gevormd, waardoor het rimpelen van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen.

Borduur-/stopvoet R
Voor stoppen, quilten en borduren uit de vrije hand.

Eenstaps-knoopsgat-sensorvoet
Wanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd.

-
Glijplaatjes met antikleeflaag (2)
-
Gloeilamphulp
-
T ornmesje
-
Borsteltje
-
Schroevendraaier
-
Vilten onderlegger (2)
-
Extra garenschijfjes, een grote en een klein.
-
Spoelen (5)
-
Multifunctioneel gereedschap/Knopenhulpstuk
-
Draadnetjes. Schuif die op de klos wanneer u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk afrolt (2). Naalden – niet afgebeeld
UITPAKKEN
- Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til het deksel eraf.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal.
- De machine wordt geleverd met een zak met accessoires, een elektriciteitssnoer en een voetpedaalsnoer.
- Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaicn.
Let op: Uw EDEN ROSETM naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur. Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.
DE MACHINE OPBERGEN NA HET NAAIEN
- Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
- Haal de stekker eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine.
- Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Rol het snoer van het voetpedaal op in de ruimte op de onderkant van het voetpedaal.
- Controleer of alle accessoires in de doos zitten. Schuif de doos met accessoires op de machine, achter de vrije arm.
- Zet het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.
- Doe het deksel op de machine.
DOOS MET ACCESSOIRES
De doos met accessoires heeft speciale ruimten voor naaivoeten en spoelen, plus ruimte voor naalden en andere accessoires. Berg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnen handbercik hebt.
UITGEBREID NAAIOPPERVLAK
De ruimte rechts van de naald, tussen de naald en de arm, geeft u veel extra ruimte. Dat maakt het naaien van grote werkstukken en quilts veel eenvoudiger dan met andere naaimachines. Houd de doos met accessoires op de machine om een groot, vlak werkoppervlak te maken.
DEVRIJE ARM GEBRUIKEN
Schuif de doos met accessoires naar links en verwijder de doos wanneer u de vrije arm wilt gebruiken.
Gebruik de vrije arm om gemakkelijker naden in brockspijpen en mouwen te kunnen naaien.
Om de doos met accessoires terug te plaatsen, schuift u de doos op de machine totdat hij op zijn plaats zit.

Bij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het elektriciteitssnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken op het voetpedaal te bevestigen.
- P ak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal.
- Duw goed aan zodat het snoer goed is aangesloten.
- Leg het snocr in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.
HET SNOER EN HETVOETPEDAAL AANSLUITEN
Op de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz).
Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type "FR5" is (zie de onderkant van het voetpedaal).
- Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact op de rechter onderkant van de machine.
- Sluit de voedingskabel aan op het achterste contact, op de rechter onderkant van de machine.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar op ON om de voedingsspanning en het licht in te schakelen.
VERZINK DE TANDENVAN DE TRANSPORTEUR
De tanden van de transporteur worden verzonken wanneer u de schakelaar op de voorkant van de vrije arm naar rechts brengt. Zet de schakelaar naar links als u de tanden van de transporteur omhoog wilt brengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als u begint met naaien.
De tanden van de transporteur moeten omlaag worden gebracht bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uit de vrije hand.

DE NAAIVOET VERWISSELEN
⚠️ Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
- Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat en dat de naaivoet omhoog staat. Trek de naaivoet naar u toc.
- Lijn het dwarspennetje op de voet uit met de opening in de persvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voet vastklikt.
DE NAALD VERVANGEN
⚠️ Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
- Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden.
- Maak de schroef in de naaldklem los met de schrocvendraaier.
- Verwijder de naald.
- P laats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nicuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan.
- Draai de schroef vast met de schroevendraaier.
NAALDEN
De naaimachincnaald specelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Om er zeker van te zijn dat u een kwaliteitsnaald gebruikt, raden we naalden aan van systeem 130/705H. Bij de naalden die bij uw machine worden geleverd, zitten naalden van de meest gebruikte afmetingen voor het naaien met geweven en elastische stoffen.
Universele naald (A)
Universele naalden hebben een licht afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.
Stretchnaald (B)
Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, fleece, synthetische suède en kunstleer. Gemarkeerd met een gele streep.
Denimnaald (C)
Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim, microfiber. Gemarkeerd met een blauwe streep.
Zwaardnaalden (D)
De zwaardnaald hccft brede vlcugels naast de naald om gaatjes in de stof te prikken bij het naaien van entredeux- en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor een optimaal resultaat.


Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (1). Een beschadigde naald (2) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat er naalden breken of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen.
GARENPENNEN EN GARENSCHIJVEN
Uw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van de stilstaande pen afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naaigaren en de verticale positie voor grote klossen of speciale garens.
Horizontale positie
Til de garenpen iets op uit de horizontale positie om het garenklosje gemakkelijk op de pen te kunnen plaatsen. De draad moet over de bovenkant en linksom afrollen, zoals op de afbeelding te zien is. Schuif er een garenschijfje op (zie hieronder) en zet de garenpen weer in horizontale positie.
Er zitten bij levering twee garenschijven op de garenpen. Bij gemiddelde garenklosjes wordt het gemiddelde schijfje (A) op het klosje geplaatst. Bij grote klossen wordt het grote schijfje (B) op de klos geplaatst.
De platte kant van de garenschijf moet goed tegen het garenklosje worden gedrukt. Er mag geen ruimte zijn tussen de garenschijf en het garenklosje.
Bij de accessoires van uw machine zitten ook twee extra garenschijven: een kleine en een grote. De kleine garnschijf kan worden gebruikt voor kleine garenklosjes. Het tweede grote garenschijfje kan worden gebruikt wanneer u een spoel opwindt vanaf een tweede garenklosje of bij het naaien met een tweelingnaald.
Verticale positie
Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf op de pen. Voor spoelen die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klosjes is het vilten ringetje niet nodig.
Let op: Er mag geen schijfje op de bovenkant van het garenklosje worden geplaatst, omdat het klosje dan niet meer kan draaien.
Extra garenpen
De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait.
Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif de grote garenschijf crop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte om te voorkomen dat de draad te snel wordt afgewikkeld. Gebruik de vilten onderlegger niet voor grotere klosjes.

Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden.

Zet de AAN/UIT-schakelaar op OIT:
- P laats de draad op de garenpen en de garenschijf op de garenpen zoals beschreven.
- Garenpen in horizontale positie:
Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en onder de draadgeleider (B) door.
Garenpen in verticale positie:
In plaats van de draad in de voorspanningsgeleider te brengen (A), brengt u de draad direct onder de draadgeleider (B).
- Breng de draad omlaag tussen de draadspanningsschijven (C).
- Ga verder met het inrijgen in de door de pijlen aangegeven richting. Leid de draad vanaf de rechterkant door de draadhefboom (D).
- Breng de draad omlaag en achter de laatste geleider net boven de naald (E).
DRAADINSTEKER
Wanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoct te laten zakken.
- Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).
- Duw de hendel naar achteren om de draadinsteker naar voren te brengen totdat de metalen flenzen de naald bedckken. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B).
- P laats de draad onder de flenzen voor de naald, zodat de draad achter het kleine haakje blijft hangen (C).
- Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.
- Leg de draad onder de naaivoet.
Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120. Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald, of wanneer de knoopsgat-sensorvoet is geplaatst, kunt u de draadinsteker niet gebruiken. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.
Steck de draad van voren naar achteren door de naald als u de draad handmatig in de naald steekt. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien. Het spoeldcksel kan worden gebruikt als vergrootglas.

Wanneer u klaar bent met naaien, snijdt u de draden af door de naaivoet omhoog te brengen en de draden van achteren naar voren in de draadafsnijder aan de linkerkant van de machine te trekken.

Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
- P laats een tweelingnaald.
- Gebruik een tweede garenklosje of spoel garen dat u als tweede bovendraad wilt gebruiken op een spoeltje.
-
Breng de garenpen omhoog en hclemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte.
-
Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt.
-
LINKER NAALD: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 12 en controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in.
-
Trek de extra garenpen uit en schuif er een grote garenschijf op. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte.
-
Schuif het tweede garenklosje op de garenpen. Het klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt.
-
RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in.
Let op: Als u speciale garens gebruikt (zoals metallic garens), verbogen het gewicht en het onregelmatige oppervlak daarvan de draadspanning. Door de spanning te verlagen, voorkomt u dat de naald breekt.
DE SPOEL OPWINDEN ALS DE MACHINE INGEREGEN IS
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden.
Let op! Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen.
- P laats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
- Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de draadgeleider (C).
- Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D).
Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
- Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het grafische display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.

Let op: Gebruik alleen symmetrische tweelingnaalden (C). Gebruik dit type tweelingnaald niet (D); uw naaimachine kan erdoor beschadigen.

-
P laats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
P laats het grote garenschijfje en een vilten onderlegger onder de spoel op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan.
-
Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld.
-
Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D).
-
Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop- upbericht op het grafische display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.

Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
DE SPOEL OPWINDEN MET DE EXTRA GARENPEN
-
P laats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Vouw de extra garenpen uit en plaats een groot garenschijfje en een vilten onderlegger onder het klosje.
-
Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de draadgeleider (C), zoals afgebeeld.
-
Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D).
-
Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop- upbericht op het grafische display. Duw het voetpedaal in om te beginnen met spoelen. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af. Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.

Let op: Afbankelijk van het type garen windt u de draad één of tweemaal rond de draadspanningsschijf (B) om meer spanning op de draad te krijgen.
DE SPOEL IN DE MACHINE PLAATSEN

Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
- Verwijder het spoeldeksel door dit naar u toe te schuiven.
- Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past er slechts op één manier in, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld vanaf de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt.
- P laats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (E) totdat het op zijn plaats "klikt".
- Ga verder met het inrijgen om (F) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (H) weer op zijn plaats. Trek de draad naar links om hem af te snijden (I).


Gebruik de aanbevolen bovendraadspanninginstelling die op het grafisch display wordt gegeven. Voor speciale garens, stoffen en/of technieken kan het zijn dat u de bovendraadspanning moet aanpassen. Om de spanning in te stellen draait u aan de genummerde spanningsknop. Hoe hoger het nummer hoe hoger de spanning.
Gewoonlijk is de bovendraadspanning ingesteld op ongeveer 4. Stel bij het naaien van knoopsgaten en decoratieve steken de draadspanning in rond de 3. Verhoog bij het doorstikken met een stugge draad in dikke stof de spanning tot 7-9.
Test het een paar keer uit op een proeflapje van de stof die u gaat naaien en controlcer de spanning.
Juiste en onjuiste draadspanning
Naai een paar rechte voorbeeldsteken met verschillende instellingen om te zien wat de juiste draadspanning is.
- Begin met een spanning die te laag is, bijvoorbeeld ingesteld op het laagste nummer. De spoeldraad ligt recht en de bovendraad wordt naar de onderkant van de stof getrokken.
- Als u de spanning op het hoogste nummer zet, is de spoeldraad zichtbaar op de bovenkant van de stof. De naad kan trekken en de bovendraad kan breken.
- De juiste draadspanning is ingesteld wannccr de draden tussen de beide stoflagen in elkaar grijpen, of - bij decoratieve steken - aan de onderkant.

Dankzij de sensorvoetdruk, voelt de naaivoet echt de dikte van de stof, het borduurmotief of het naaiwerk om er soepel en gelijkmatig overheen te naaien met een perfecte stofdoorvoer.
Ga naar het menu SET (zie pagina 25) als u wilt zien hoc de naaivoctdruk is ingesteld voor de geselecteerde stof en de druk handmatig wilt aanpassen.
Sensorvoet omhoog
De naaivoct op uw naaimachine wordt in vier niveaus omhoog en omlaag gebracht met de toetsen Sensorvoet Omhoog en Omlaag (zie volgende pagina).
De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Wanneer u stopt met de naald in de lage positie, meet de naaivoet automatisch de dikte van de stof en wordt de naaivoct opgetild tot precies de juiste hoogte om over de stof te "zweven" om te kunnen draaien. Ga naar het menu SET om deze functie uit te schakelen (zie pagina 25).
BEGINNEN MET NAAIEN
De toetsen aan de onderkant van het aanraakscherm zijn de toetsen van de Exclusive SEWING ADVISOR™, die u helpt de beste steek en instellingen te verkrijgen wanneer u aan het naaien bent.
Druk op de toets voor het type en het gewicht van de stof die u gebruikt en druk op de toets voor de gewenste naitechnick of selecteer een steck uit één van de menu's (zie pagina 30).
Breng de boven- en de onderdraad onder de naaivoet en naar de achterkant. Leg voor de beste resultaten wanneer u aan de rand van de stof begint een vinger op de draden om ze op hun plaats te houden terwijl u begint.
Leg de stof in positie onder de naaivoct.
Duw het voetpedaal in om te beginnen met naaien. De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht.
Geleid de stof voorzichtig met uw handen terwijl de machine de stof transporteert.

I. Naaldstop boven/onder
Druk op deze toets om de naald omlaag of omhoog te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd.
De bovenste LED naast de toets brandt wanneer naald omhoog is ingeschakeld en de onderste LED brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld.
Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Als zowel de naald als de naaivoet in de hoogste stand staan, gaat alleen de naaivoet omlaag wanneer u de eerste maal op het voetpedaal tikt. Tik opnicuw op het voetpedaal om ook de naald omlaag te brengen.
2 Sensorvoet omhoog/extra hoog
Met deze toets wordt de naaivoet omhoog gebracht. Druk nogmaals op de toets om de naaivoet naar een extra hoge stand te brengen zodat u makkelijk zware of pluizige stoffen en tussenlagen onder de naaivoet kunt plaatsen en verwijderen.
3. Sensorvoet omlaag/draaistand
Druk op Sensorvoet omlaag en draaien; de naaivoet wordt helemaal omlaag gebracht en de machine houdt de stof stevig vast. Druk nogmaals op Sensorvoet omlaag om de naaivoet omhoog te brengen tot de draaistand of tot een stand waarbij de naaivoet vlak boven de stof "zweeft" om beter te kunnen plaatsen.
De naaivoet wordt automatisch omlaag gcbracht wanneer u met naaien begint. U kunt ook op het voetpedaal tikken om de naaivoet omlaag te brengen.
Wanneer u stopt met de naald in de lage stand, wordt de naaivoet automatisch omhoog gebracht in de draaistand. Deze functie kan worden uitgeschakeld in het menu SET, zie pagina 25.
4.STOP
STOP wordt gebruikt om een steek te beeindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel of stekenprogramma is voltooid. Het lampje naast de toets brandt wanneer STOP is ingeschakeld. STOP wordt geannuleerd nadat u de functie hebt gebruikt. Druk opnieuw op de toets als u de functie weer wilt inschakelen.
STOP wordt ook gebruikt om de stopsteek, trenzen en automatisch taperen te herhalen met dezelfde grootte.
TIP: als u de STOP-functie meerdere malen achter elkaar wilt herbalen voor een steekeenheid, kunt u de steek in een programma opslaan met een STOP aan het einde (zie programmeren, pagina 22).
5. Snelheid
Alle steken van uw naaimachine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op de tocts SPEED om de naaisnelheid te verhogen of te verlagen. Er zijn drie snelheidsnivcaus. Het snelheidsnivcau staat aangegeven op het display. U kunt geen hogere snelheid selecteren dan de standaard maximumsnelheid voor de geselecteerde steek.
6. FIX
Met de toets FIX kunt u de steck aan het begin cn/of aan het eind vastzetten. Het lampje naast de toets brandt wanneer FIX is ingeschakeld. Druk op de FIX-toets om de functie uit te schakelen.
De FIX-functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer er een steck wordt geselecteerd of wanneer STOP is gebruikt. U kunt de automatische FIX-functie uitschakelen in het menu SET, zie pagina 25.
De FIX-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 23).
7. Achteruit
Als u op de toets drukt tijdens het naaien, naait de machine achteruit totdat u de toets weer loslaat. Daarna naait uw naaimachine vooruit. De LED naast de toets brandt wanneer "achteruit" is ingeschakeld.
Druk eenmaal op de toets voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien. Uw naaimachine naait achteruit totdat u opnicuw op de toets drukt.
Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, trenzen en stopsteken om tussen delen van de steken heen en weer te gaan.

instellingen van de lengte en de breedte getoond op het de dichtheidsinstelling getoond in plaats van de lengte-instelling.
9. Steeklengte/dichtheid
de beste steeklengte in. De steeklengte is te zien op het de toetsen + of - te drukken.
display de dichtheidsinstelling in plaats van de lengte-instelling van de steek. Nu kunt u de dichtheidsinstelling veranderen met de toetsen + en -.
10. Steekbreedte/naaldpositie
De steekbreedte wordt op dezelfde manier ingesteld als de steeklengte. De vooraf ingestelde breedte is te zien op steekbreedte.
en - gebruikt om de naald in 29 posities naar links of rechts te bewegen.
II. Wissen
Druk op deze toets om een enkele steek of alle steken in de steken en stekenprogramma's die u hebt opgeslagen ook gebruikt om tapering in te stellen voor Decoratieve taperingsteken.
12. Stekenselectie
selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld. kunt u een steek van 10 en hoger uit het geselecteerde stekenmenu kiezen. Als het steeknummer niet bestaat in het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek.
13. Pijltoetsen voor eenvoudige selectie.
Maak uw selecties met de pijltoetsen en bevestig uw de pijltoetsen links/rechts om steken stap voor stap in nummervolgorde te selecteren binnen het geselecteerde stekenmenu.
De pijltoetsen worden ook gebruikt bij het programmeren om steken te selecteren binnen het programma of om letters te selecteren om in het programma in te voeren. De pijltoetsen omhoog en omlaag worden ook gebruikt om de grootte van een knoopsgat in te stellen en om het aantal steken in te stellen bij het aannaaien van een knoop.
14. Stekenmenu
Druk op deze toets om een steek te selecteren uit één van
15. Font Menu
display te openen om een lettertype te selecteren.
16. Veranderen naar kleine letters, hoofdletters of cijfers
Druk op deze toets om te veranderen naar hoofdletters of cijfers bij het programmeren van letters.
17. Opslaan in Mijn steken
Deze toets opent het menu waarin u uw eigen persoonlijke steken of stekenprogramma's kunt opslaan. Druk opnieuw op de toets om Mijn steken te verlaten.
18. Programmeermodus
Druk op deze toets om de programmeermodus te openen. Druk opnieuw op de toets om de programmeermodus te verlaten.
19. SET menu
Druk op deze toets om de modus voor de machine-instellingen te openen. Maak veranderingen en selecties met de pijltoetsen (13). Druk opnieuw op de toets om het menu SET te verlaten.
20. Horizontaal spiegelen
Druk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen. Als u op deze toets drukt wanneer er een rechte steek met linker naaldpositie is geselecteerd, wordt de naaldpositie veranderd van links naar rechts. Als u op de toets drukt in de uitvoermodus voor stekenprogramma's, wordt het hele stekenprogramma gespiegeld. De verandering is te zien op het grafisch display.
21. Exclusive SEWING ADVISOR™
De Exclusive SEWING ADVISOR functie stelt de beste steek, steeklengte, steekbreedte, naaisnelheid en Sensorvoetdruk in voor de geselecteerde stof en naaitechniek. De steek wordt getoond op het grafisch display met aanbevelingen voor de te gebruiken naaivoet, draadspanning en naald. Druk op de toetsen voor de stof die u gebruikt en de naaitechniek die u wilt gebruiken.

De naaimodus is de eerste weergave op het grafisch display nadat u de machine aanzet. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steek geselecteerd.
- Aanbevolen naald voor de geselecteerde stof.
- Aanbevolen naaivoet voor de geselecteerde steck.
-
De naaisnelheid wordt in drie niveaus aangegeven op het grafisch display. Verlaag of verhoog de snelheid met de toets SPEED.
-
De stof en naaitechniek die op de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie zijn geselecteerd.
-
Aanbevolen draadspanning voor de geselecteerde stof en steek. De aanbeveling wordt alleen weergegeven op de modellen 835
-
De geselecteerde steek, zowel afgebeeld als weergegeven met het nummer.
-
Steeklengte. Verklein of vergroot de steeklengte door op de toetsen - en + cronder te drukken.
-
Wanneer er een rechte steek is geselecteerd, wordt de naaldpositie weergegeven in plaats van de steckbreedte. Verander de naaldpositie met de toetsen - en + voor de steckbreedte.
-
Geeft aan dat de functie Horizontaal spiegelen is ingeschakeld.
-
Bij het naaien van een handmatig knoopsgat of bij het stopprogramma is het pictogram voor achteruitnaaien te zien om aan te geven dat u op de achteruitnaaitoets moet drukken wanneer de kolommen van het knoopsgat of de stopsteck de gewenste lengte hebben.
-
De steekdichtheid wordt weergegeven in plaats van de steeklengte wanneer er een knoopsgat, trens of stopsteek is geselecteerd of wanneer er een cordonsteek is geselecteerd en de toets Weergave afwisselen wordt ingedrukt. Verklein of vergroot de steekdichtheid door op de toetsen - en + eronder te drukken.
-
Steckbreedte. Verklein of vergroot de steckbreedte door op de toetsen - en + eronder te drukken.
-
Indicatie van de grootte van het knoopsgat bij gebruik van de knoopsgat-sensorvoct. Stel de grootte van de knoop in met de pijlen omhoog en omlaag.
-
Aanbeveling om versteviging te gebruiken onder uw stof.
-
Het pictogram voor het omlaag brengen van de tanden van de transporteur wordt weergegeven wanneer Free Motion is ingeschakeld of knopen aannaaien is geselecteerd.
-
Stel het aantal steken dat op de knoop moet worden genaaid in met de pijltoetsen omhoog en omlaag.
-
Aanbeveling om het multifunctionele gereedschap/knopenhulpstuk te gebruiken bij het aanzetten van een knoop. Leg het dunne cinde van het multifunctionele gereedschap/knopenhulpstuk onder de knoop bij het naaien op dunne stoffen. Gebruik het dikke uiteinde voor zwaardere stoffen.

Normale naaimodus, Rechte steek.

Normale naaimodus, Decoratieve steek

Handmatig knoopsgat

Knoopsgatsensor

Knoop aannaaien

Een steek selecteren
Druk op de tocts van het stekenmenu om een stekenmenu te selecteren. Gebruik de pijltoetsen om een menu te selecteren:
- Nuttige steken
- Quiltsteken
- Decoratieve steken
- Decoratieve steken
U. Mijn steken.
De naam en het nummer van het geselecteerde menu staan onderaan het display. De steken staan afgebeeld in het deksel van uw machine met de menunummers links en de steeknummers binnen de menu's in het midden.
Wanneer u het menu hebt geselecteerd, drukt u op het nummer van de steck die u wilt gebruiken met de stekenselectietoetsen. Als u op OK drukt, wordt de eerste steck van het geselecteerde menu geselecteerd (steeknummer 10). Druk opnieuw op de toets van het stekenmenu om het selectiemenu te sluiten zonder een selectie te maken.
De steken 0-9 zijn in alle stekenmenu's hetzelfde. Als u eenmaal op één van de stekenselectietoetsen drukt, selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld, los van het geselecteerde stekenmenu.
Door snel achter elkaar op twee cijfers te drukken, kunt u een steek van 10 en hoger selecteren van het geselecteerde stekenmenu. Als het stecknummer niet bestaat in het menu, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steck.
Het geselecteerde stekenmenu en het geselecteerde steeknummer zijn te zien op het display in de naaimodus. Om een andere steck te selecteren in hetzelfde menu, drukt u gewoon op het nummer van de steek of gebruikt u de pijltoetsen links en rechts om steck voor steck te stappen in nummervolgorde. Om een steck te selecteren in een ander menu, moet u eerst het stekenmenu veranderen en dan de steek selecteren.

Een lettertype selecteren
Druk op de toets van het menu voor de keuze van het lettertype om dat menu te openen. Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren:
Druk op de OK-toets. Dit opent automatisch de modus voor het programmeren van letters, zie pagina 22.


De programmeerfunctie op uw machine maakt het mogelijk om steken aan te maken met uw eigen persoonlijke instellingen en om steken en letters te combineren in stekenprogramma's. U kunt tot 40 steken en letters toevoegen in hetzelfde programma. Sla uw eigen steken en programma's op in Mijn steken en rocp ze op wanneer u wilt.
Alle steken van uw naaimachine zijn programmeerbaar, behalve knoopsgaten, stoppen, knopen aannaaien en trenzen.
Een stekenprogramma aanmaken
- Druk op de toets PROG om de programmeermodus te openen.
- Het stekenmenu dat eerder was geselectceerd blijft behouden wanneer u naar de programmeermodus gaat. Om het stekenmenu te veranderen, drukt u op de toets Stekenmenu en selectcert u een ander stekenmenu met de pijltoctsen.
- Druk op het nummer van de steek die u wilt gebruiken. De steek verschijnt in de programmeermodus.
- Als u op het nummer van de volgende steek drukt, verschijnt die steek links van de steek die u het laatst hebt ingevoerd.
Let op: Boven het stekenprogramma aan de linkerkant van het grafisch display staan twee getallen. Het eerste getal is de positie van de geselecteerde steek in het programma. Het tweede getal, dat tussen haakjes staat, is het totale aantal steken van het programma. Het nummer boven het stekenprogramma aan de rechterkant van het grafische display is het nummer van de geselecteerde steek.
Letters toevoegen
- Druk op de toets Font Menu (lettertypemenu). Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren en druk op OK. De machine geeft het alfabet in hoofdletters weer in de programmeermodus.
- Gebruik de pijltoetsen om een letter te selecteren en druk op OK om de letter aan het programma toe te voegen.
- Kies voor hoofdletters, kleine letters of cijfers door het indrukken van de daarvoor bestemde tocts.
Letters programmeren
Zowel hoofdletters als kleine letters worden genaaid met een steckbreedte van 7 mm. Als er letters onder de basislijn van het programma gaan (zoals j, p, y), wordt de hoogte van de hoofdletters verminderd.
Alle tekst die op hetzelfde werkstuk moet worden genaaid, moet in hetzelfde programma staan om ervoor te zorgen dat alle letters met dezelfde hoogte worden genaaid.
Een naam en een adres moeten bijvoorbeeld in hetzelfde programma staan met een STOP achter de naam.

Programmeermodus

4.

6.
Husqvarna VIKING
"Husqvarna" en "VIKING" zijn apart geprogrammeerd.
Husqvarna VIKING
"Husqvarna" en "VIKING" staan in hetzelfde programma.
Steken of letters toevoegen op andere posities
Als u een steek of een letter wilt toevoegen op een andere positie in het programma, verplaatst u de cursor met de pijltoctsen. De steek of letter wordt rechts van de cursor ingevocgd.
Let op: Druk bij het programmeren van letters op de pijltoels omlaag om de cursor in het stekenprogramma te activeren in plaats van in het alfabet.
Dezelfde steek meerdere malen toevoegen
Als u dezelfde steek meerdere malen na elkaar wilt toevoegen, kunt u gewoon op de OK-toets drukken meteen nadat de eerste steek is ingevoegd. Voor iedere maar dat u op OK drukt, wordt dezelfde steek nogmaals ingevoegd.
U kunt ook de cursor verplaatsen om een andere steek te selecteren en op de OK-toets drukken. De steek of letter wordt nogmaals rechts van de cursor ingevoegd.
Steken of letters wissen
Om een steck van het programma te verwijderen, selecteert u de steck met de cursor door op de pijltoetsen te drukken en drukt u op de toets Clear (CLR).
Om het hele programma te wissen, verplaatst u de cursor naar links van de eerste positie en drukt u op de tocts Clear (CLEAR). Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK.
Opdrachten toevoegen
De opdrachten FIX en STOP kunnen aan het programma worden toegevoegd. Elke opdracht neemt één geheugenplaats van het programma in.
Let op: Als "autofix" is ingeschakeld op uw machine, hoeft u geen FIX toe te voegen aan het begin van het programma.
Twee stekenprogramma's in één samenvoegen
U kunt een eerder opgeslagen programma toevoegen aan een nieuw programma in de programmeermodus. Druk op de toets Stekenmenu, selecteer Mijn steken en het programma dat u wilt toevoegen. Druk op OK en het programma wordt in de programmeermodus rechts van de cursor toegevoegd.
Een enkele steek of letter aanpassen
Om de instellingen van een enkele steek in een programma aan te passen, moet u de steek selecteren in de programmeermodus. U kunt de steekbreedte, steeklengte, dichtheid, of naaldpositie aanpassen of de steek spiegelen. De instellingen voor de geselecteerde steek staan op het grafische display. Druk op de toets Weergave afwisselen om tussen verschillende instellingen te schakelen.
Het hele stekenprogramma aanpassen
In de naaimodus maakt u aanpassingen die invloed hebben op het hele programma en niet alleen op afzonderlijke steken. Druk op de toets PROG om de programmccermodus te verlaten en naar de naaimodus te gaan. In de naaimodus kunt u de breedte en de lengte aanpassen of het hele programma spiegelen.
Er zijn een aantal zaken die u moet weten bij het aanpassen van het stekenprogramma in de naaimodus.
De aanpassingen die u aan het programma maakt in de naaimodus, kunnen worden opgeslagen in My Stitches. Die aanpassingen kunnen echter niet terug worden gebracht naar de programmeermodus. Als u aanpassingen hebt gemaakt in de naaimodus en op de PROG-toets drukt om terug te gaan naar de programmeermodus, worden die veranderingen geannuleerd. Dat gebeurt ook als u een opgeslagen programma van My Stitches naar de programmeermodus laadt.

Opdrachten toevoegen

Een enkele steek of letter aanpassen
Het stekenprogramma naaien
Wanneer u klaar bent met uw programma, drukt u op de toets Mijn steken om het op te slaan (zie volgende pagina) of, als u nog in de programmeermodus bent, drukt u op de PROG-toets of duwt u het voetpedaal in om naar de naaimodus te gaan.
Wanneer u het voetpedaal in de naaimodus indrukt, naait de machine uw stekenprogramma. Het programma wordt doorlopend genaaid als er geen STOP is geprogrammeerd. Druk op de STOP-toets om uw stekenprogramma slechts één keer te naaien.
U kunt bij iedere steek in het programma beginnen te naaien. Gebruik de pijltoctsen links/rechts om door het programma te lopen in de naaimodus.

Mijn steken is uw eigen persoonlijke menu waar u uw programma's of favoriete steken met persoonlijke instellingen kunt opslaan en oproepen.
Er zijn 15 geheugens; ieder geheugen heeft ruimte voor maximaal 40 steken.

Een steek of een programma opslaan
Druk op de toets Mijn steken vanuit de programmeer- of de naaimodus. Daarmee wordt het menu Mijn steken geopend. Selecteer een leeg geheugen met de pijltoetsen omhoog/omlaag. Bevestig uw selectie met de OK-toets. Als het geselecteerde geheugen niet leeg is, verschijnt er een pop-up die vraagt of u de steek/het programma dat u eerder hebt opgeslagen wilt overschrijven. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op de OK-toets. Druk opnieuw op de toets Mijn steken om terug te keren naar de naaimodus of de programmeermodus.

Een opgeslagen steek of programma laden
Om een opgeslagen steck of programma te laden uit Mijn steken, drukt u op het menu Stekenselectie en opent u het menu Mijn steken. Gebruik de pijltoetsen om de steek of het programma te selecteren en druk op OK. De steek/het programma verschijnt in de naaimodus klaar om te worden genaaid.

Opgeslagen steken of programma's wissen
Om een steek of programma uit Mijn steken te wissen, drukt u op de toets Clear (CLR) wanneer de steek/het programma is geselecteerd. Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK. Druk opnieuw op de toets Mijn steken om terug te gaan naar het vorige menu.


SET MENU
In het menu voor machine-instellingen kunt u de vooraf ingestelde machine-instellingen veranderen en handmatig aanpassingen doen aan de automatische functies. Open het menu met de toets SET menu en selecteer de instelling die u wilt aanpassen met de pijltoetsen omhoog/omlaag. Zet met de OK-toets een X in het vakje om de functie in te schakelen. Druk opnieuw op de OK-toets om het vakje leeg te maken als u de functie wilt wissen. Gebruik de pijltoetsen links en rechts om de cijferinstellingen te veranderen. Druk opnieuw op de toets SET menu om het SET Menu te verlaten.
Let op: Wanneer een nummer op de standaardwaarde staat, zijn de cijfers zwart. Als u het nummer verandert, komen de cijfers tegen een zwarte ondergrond te staan.
Naaivoetdruk
Gebruik de pijltoetsen links/rechts als u de naaivoetdruk wilt aanpassen voor de geselecteerde steek. De waarde kan worden aangepast tussen 0 en 8,5 in stappen van 0,5. Uw handmatige instelling wordt gewist wanneer u een andere steek kiest of de machine uitzet.
Let op: Wanneer u een steek of programma opslaat in My Stitches, wordt ook de instelling van de persvoetdruk opgeslagen.
Draaihoogte
Als Free Motion is ingeschakeld, kunt u de hoogte van de draaipositie van de naaivoct instellen. De draaihoogte kan worden verhoogd of verlaagd in 15 stappen met de pijltoetsen links/rechts.
Sensorvoet auto
Gebruik de OK-toets om de automatische draaifunctie in te schakelen die de naaivoet omhoog brengt wanneer u stopt met de naald naar beneden. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde wanneer u de machine uitzet.
FIX auto
Gebruik de OK-toets om de automatische FIX-functie in het begin van iedere steek aan of uit te zetten. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde wannccr u de machine uitzet.
Tweelingnaald
Als u een tweelingnaald gebruikt, stelt u de grootte van de naald in om de breedte van alle steken te beperken en te voorkomen dat de naald breckt. U kunt de tweelingnaaldfunctie in- of uitschakelen met de OK-toets en de pijltoctsen links/rechts gebruiken om de grootte van de tweelingnaald in te stellen. Uw instelling blijft opgeslagen, zelfs wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken.
Let op: U kunt de grootte van de tweelingnaald niet instellen als de steekbreedtebeveiliging aan staat en u kunt de steekbreedtebeveiliging niet aanzetten als de machine is ingesteld op een tweelingnaald.
Steekbreedtebeveiliging
Gebruik de OK-toets om de Steekbreedtebeveiliging aan te zetten wanneer u een steekplaat voor rechte steken of een naaivoet voor rechte steken gebruikt. De steekbreedte wordt beperkt tot nul voor alle steken om schade aan de naald, de naaivoet en de steekplaat te voorkomen. De instelling wordt opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-up venster door op OK te drukken.

Machine SET menu

Machine SET menu
Om uit de vrije hand (Free motion) te naaien met de bijgeleverde borduur-/stopvoet R of met een andere optionele Free Motion Floating-naaivoct, moet u de machine in de modus Free Motion Zwevend zetten. De aanbeveling voor het verzinken van de transporteur verschijnt. De instelling blijft behouden wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up hcrinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-up venster door op OK te drukken.
Let op: U kunt de machine niet op Free Motion zwevend zetten als Free Motion verend is ingeschakeld en omgekeerd.
Free Motion Verend\*\*
Als u één van de optionele Free Motion Verend-naaivoeten gebruikt, moet u de machine in de modus Free Motion Verend zetten. De aanbeveling voor het verzinken van de transporteur verschijnt. De instelling blijft behouden wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-up venster door op OK te drukken.
Knoopsgatbalanceren
Als de eenstaps knoopsgatsensorvoet niet is aangesloten of als u steeknummer 1:25 selecteert, worden de kolommen van de knoopsgatsteek in verschillende richtingen genaaid. Op sommige stoffen kunnen de kolommen daardoor een verschillende dichtheid krijgen. Gebruik de toetsen links/rechts om de dichtheid te balanceren tussen -7 en 7. De veranderingen hebben alleen invloed op de geselecteerde steck. Indien een andere steck of dezelfde steck opnieuw wordt geselecteerd, wordt de waarde teruggezet op de standaardwaarde.
Hoorbaar alarm
Zet alle alarmgcluiden van de machine aan of uit. De standaardinstelling is aan. De instelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Contrast
Pas het contrast van het grafisch display aan met de pijltoetsen links/rechts. De waarde kan worden ingesteld tussen -20 en 20 in stappen van 1. De instelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Taal
Gebruik de pijltoetsen links/rechts om de taal van alle tekst in uw machine te veranderen. De taalinstelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Softwareversie
De huidige geladen softwareversie van de naaimachine wordt weergegeven.

Machine SET menu
\*Free Motion Zwevende
Wanneer u uit de vrije hand naait met een lage snelheid, gaat de voet omhoog en omlaag met iedere steek om de stof op de steekplaat vast te houden terwijl de steek wordt gevormd. Wanneer u met hoge snelheid naait, zweeft de voet tijdens het naaien over de stof. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst. Alle steken kunnen in de modus Naaien uit de vrije hand worden genaaid.
\*\*Free Motion Verend
De Free Motion Verend-naaivoet volgt de op- en neergaande beweging van de naald met behulp van de veer en de arm op de naaivoet. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst. Het wordt aanbevolen om de steck-breedtebeveiliging aan te zetten voor naaivoeten die alleen zijn bedoeld voor het naaien van rechte steken.
POP-UPMELDINGEN
Spoelen aan
Dcze pop-up verschijnt wannccr de spoelas naar rechts wordt geduwd en spoelen wordt ingeschakeld.
Naaivoet te hoog
Uw machine zal niet verder naaien als er teveel stof onder de naaivoet zit. Verwijder wat stof of gebruik een andere stof. Druk op de OK-toets of tik op het voetpedaal om de pop-up te sluiten.
Machine ingesteld op tweelingnaald
Wanneer u de machine in het SET-menu hebt ingesteld voor een tweelingnaald, verschijnt er een pop-up om u aan de instelling te herinneren wanneer u uw machine aanzet. Druk op de OK-toets of tik op het voetpedaal om de pop-up te sluiten.
Steekbreedte voor tweelingnaald beperkt
U krijgt dit bericht ook wanneer de machine is ingesteld voor een tweelingnaald en u de steekbreedte probeert aan te passen tot breder dan mogelijk is met de tweelingnaald. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Machine ingesteld op rechte steek
Dit bericht verschijnt wanneer steekbreedtebeveiliging aan staat en u de machine aanzet of probeert de steekbreedte aan te passen. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Deze steek kan niet met de
tweelingnaald worden gemaakt
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer de machine is ingesteld voor een tweelingnaald en u een steck selecteert die niet met een tweelingnaald kan worden genaaid. Druk op de OK-toets om de pop-up te sluiten.

Het knoopsgat opnieuw starten?
Als u een knoopsgat aan het naaien bent en stopt om de instellingen van de lengte aan te passen, krijgt u deze vraag zodra u weer begint te naaien. Als u "Ja" selecteert, start de machine opnieuw en naait het knoopsgat vanaf het begin met de nieuwe instellingen. Als u "Nee" selecteert, wordt de verandering geannulccerd en gaat de machine door met de rest van het knoopsgat met de vorige instellingen. Gebruik de pijltoctsen om "Ja" of "Nee" te selecteren en druk op de OK-toets.
De knoopsgat-sensorvoet uitlijnen
Wanneer u de stof voor het naaien van een knoopsgat onder de voet legt, zou het wieltje van de knoopsgat-sensorvoet kunnen worden bewogen. Een pop-up vraagt u om het witte gedeelte met de witte markering op de voet uit te lijnen. Lijn de witte gedeelten uit en sluit de pop-up door op de OK-toets te drukken.
Knoopsgat-sensorvoet aangesloten
De sensor-knoopsgatvoet kan alleen worden gebruikt voor de knoopsgatsteken die worden aanbevolen voor de naaivoet. Als de sensor-knoopsgatvoet is aangesloten en u een steek selecteert die niet met de naaivoet kan worden genaaid, verschijnt het volgende bericht wanneer u begint te naaien. Verwijder de voet of selecteer een knoopsgat dat met de knoopsgat-sensorvoet kan worden genaaid. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Machine gereed voor Free Motion voet
Dit bericht verschijnt wanneer de machine op Free motion Zwevende of Free Motion Verend staat ingesteld en u de machine aanzet. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Overbelasting hoofdmotor
Als u op zeer dikke stof naait of als de machine geblokkeerd raakt tijdens het naaien, kan de hoofdmotor overbelast raken. De pop-up sluit wanneer de hoofdmotor en de stroomtocvocr veilig zijn.





De steek kan niet worden geprogrammeerd
Dit bericht wordt getoond als u probeert een knoopsgat, trens of de steek voor het aannaaien van knopen aan een programma toc te vocgen of te programmeren. Alle steken in uw naaimachine zijn te programmeren, behalve deze. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
De steek kan niet worden opgeslagen
Dit bericht wordt getoond als u probeert een knoopsgat, trens, stopsteek of de steek voor het aannaaien van knopen in My Stitches op te slaan. Alle steken in uw machine kunnen in My Stitches worden opgeslagen, behalve deze. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Programma te lang om meer steken toe te kunnen voegen
Als u probeert meer dan 40 steken of letters in hetzelfde programma toe te voegen, verschijnt dit bericht. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Let op: Als u een FIX of STOP toevoegt aan het programma, gebruiken die allemaal één gebeugenruimte in het programma.
Opdrachtcombinatie is onjuist
Als u steken of letters programmcert en de opdrachten STOP of FIX probeert in te voegen in een stekenprogramma in een volgorde die niet is toegestaan, verschijnt dit bericht. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Commando's verwijderd uit programma
Als u probeert een ccder opgeslagen programma in een nieuw programma in te voegen, kan het resultaat zijn dat de opdrachten in een volgorde worden gezet die niet is toegestaan. Om dat te voorkomen, worden de opdrachten uit het programma verwijderd. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.

EXCLUSIVE SEWING ADVISOR™
Uw naaimachine is voorzien van de Exclusive HUSQVARNA VIKING® SEWING ADVISORTM functie. De Exclusive SEWING ADVISOR functie stelt automatisch de beste steek, steeklengte, steekbreedte, naaisnelheid en sensorvoetdruk in voor uw project. De steck wordt weergegeven op het scherm met aanbevelingen voor de naaivoet, de draadspanning en de naald.
Druk op de toetsen voor het gewenste stoftype en de gewenste naaitechnick.
Stofkeuze

GEWEVEN, DUN: chiffon, organza, batist, zijde, dunne wollen stoffen, enz.

GEWEVEN, NORMAAL: calicot, quiltstoffen, wollen crêpe, laken, enz.

GEWEVEN, DIK: spijkerstof, wollen stof voor kostuums en mantels, canvas, badstof, quiltlagen met tussenlaag, enz.

ELASTISCH, DUN: charmeuse, nylon, tricot, enkelvoudig gebreide jerseys, enz.

ELASTISCH, NORMAAL: dubbel gebreide jerseys, velours, zwemkleding, enz.

ELASTISCH, DIK: voor sweatertricot, fleece, cnz.

LEER EN VINYL: suède, leer, vinyl en kunstleer.
Naaitechniek

NAAIEN: naait twee stukken stof aan elkaar.

AFWERKEN: werkt de randen van de stof af om rafelen te voorkomen en ervoor te zorgen dat de stof plat blijft.

NAAIEN/AFWERKEN: het naaien en afwerken van de naden vindt in één keer plaats.

RIJGEN: het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. De Exclusive SEWING ADVISOR functie stelt automatisch een lange steeklengte in zodat de draden eenvoudig kunnen worden verwijderd of aangetrokken voor rimpelen.

BLINDZOMEN: zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Niet geschikt voor lichte stoffen of voor lecr/vinyl.

ZOMEN: selecteert de beste zichtbare of doorgestikte zoom voor uw stoftype en -gewicht.

KNOOPSGAT: de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie selecteert het beste knoopsgat voor uw stof.


Geweven stof Gebreide stof
Let op: Als u een ongeschikte combinatie hebt geselecteerd (bijvoorbeeld Geweven, dun – Blindzomen) geeft de machine een piep en blijft de techniek ongeselecteerd.
NAAD
Een naad naait twee stukken stof aan elkaar met een naadtoeslag die gewoonlijk wordt opengeperst. In de meeste gevallen worden de randen van de naadtoeslag afgewerkt met een afwerksteck voordat de naad wordt genaaid.
Naden in elastische stof moeten met de stof mee rekken. De stretchsteck maakt een elastische naad die geschikt is voor het aan elkaar naaien van stukken dunne elastische stof.

I:1 Rechte steek
Stof: geweven, normaal, doormidden geknipt
Selecteer: geweven normale stof en technick naaicn (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selectcert een rechte steck).
Gebruik: naaivoet A en naald maat 80, zoals aanbevolen.
Leg de rand van de stof tegen de naadgeleider van 15 mm.

1:2 Stretchsteek
Stof: elastisch, dun, doormidden geknipt
Selecteer: elastische, dunne stof en de techniek Naaien (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de elastische steek).
Gebruik: naaivoet A en stretchnaald maat 75, zoals aanbevolen.
Leg de rand van de stof tegen de naadgeleider van 10 mm.

AFWERKEN
De zigzagsteck in drie stappen is tot 6 mm breed en is geschikt voor alle soorten stof. Gebruik deze steek om af te werken, twee randen aan elkaar te maken, scheuren te repareren en voor andere speciale afwerkingen.
Gebruik kantsteekvoet J voor het afwerken.

1:13 Driestaps-zigzag
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de techniek Afwerken (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de driestaps-zigzag).
Gebruik: naaivoet J en de aanbevolen naald voor uw stof.
Laat de "teen" van de naaivoet de stof geleiden zoals op de afbeelding te zien is.

NAAIEN EN AFWERKEN
De naai-/afwerksteek naait de naad en werkt de rand tegelijkertijd af. Er zijn een aantal verschillende naai-/afwerksteken op uw naaimachine om het beste resultaat te leveren voor de stof die u hebt gekozen.

1:7 Afwerksteek
Stof: elastisch, dun of geweven, dun/normaal, doormidden geknipt.
Selecteer: elastisch, dun of geweven, dunne/normale stof en de techniek Naaien/afwerken (De Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selectcert de afwerksteck).
Gebruik: naaivoet J en de aanbevolen naald voor uw stof. Laat de "teen" van de naaivoet de stof gclciden zoals op de afbeelding te zien is.

1:8 Elastische stof naaien/afwerken
Stof: elastisch, dik, doormidden gcknipt
Selecteer: elastische, dikke stof en de techniek Naaien/afwerken (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de afwerksteek).
Gebruik: naaivoet B en stretchnaald maat 90, zoals aanbevolen.

1:10 Dubbele afwerksteek
Stof: geweven, dik, doormidden gcknipt
Selecteer: geweven, dikke stof en de technick Naaien/afwerken (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de dubbele afwerksteek).
Gebruik: naaivoct B en naald maat 80, zoals aanbevolen.

Rijgen is tijdelijk naaien om kledingstukken in elkaar te zetten, te rimpelen en door te slaan.
De Exclusive SEWING ADVISOR functie stelt automatisch een lange stecklengte in zodat de draden eenvoudig kunnen worden verwijderd of aangetrokken voor rimpclen.
Leg de stoffen met de goede kanten op elkaar. Leg de stof onder de naaivoet met een naadtoeslag van 15 mm (5/8"). Naai langs de naad.
Trek aan de onderdraad om de steken te verwijderen.

I:15 Rijgsteek
Stof: Alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en rijgen. (De Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de rijgsteck)
Gebruik: naaivoet A en de aanbevolen naald voor uw stof.

Een gaatje of scheurtje stoppen voordat het groter wordt kan een kledingstuk redden. Kies een dunne draad in een kleur die zo dicht mogelijk bij de kleur van uw kledingstuk in de buurt komt.
- Leg de stof onder de naaivoet.
- Begin te naaien boven het gat en er overheen.
- Druk op de achteruitnaaitoets wanneer u over het gat heen bent. Naai verder. De machine naait 14 keer heen en weer over het gat en stopt dan.
- O m de steek te herhalen met dezelfde grootte, drukt u op de STOP-toets. Verplaats uw stof en duw het voctpedaal dan in om verder te naaien. De steck herhaalt dan het stopvierkant met dezelfde grootte en de machine stopt automatisch wannccr de steck klaar is.
1:21 Stopsteek
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en steeknummer 1:21.
Gebruik: naaivoet A en de aanbevolen naald voor uw stof.

BLINDZOMEN
De blinde zoom maakt een onzichtbare zoom op kledingstukken. Er zijn twee soorten blinde zomen; één wordt aanbevolen voor normale tot dikke elastische stof, de andere voor normale tot dikke geweven stof.
Vouw de stof zoals is afgebeeld. Zorg ervoor dat de gevouwen rand van de stof de binnenkant van de rechter "teen" van blindzoomvoet D volgt.
De beweging naar links van de naald moet de rand van de gevouwen stof nct grijpen.
Stel indien nodig de steekbreedte af totdat de vouw precies wordt "gepakt".
Let op: De blindzoomtechniek wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leer/vinyl. Als u blindzomen en dunne geweven stof, dunne elastische stof of leer en vinyl selecteert, boort u een piep en blijft de techniek ongeselecteerd.

1:16 Blindzoomsteek voor elastische stoffen 1:17 Blindzoomsteek voor geweven stoffen
Stof: elastisch, normaal/dik of geweven, normaal/dik
Selecteer: de stof die u gebruikt en de technick Blindzomen (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de blindzoomsteek nr. 1:16 of 1:17).
Gebruik: blindzoomvoct D en de aanbevolen naald voor uw stof.

ZOOM
De techniek Zomen op uw Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de zichtbare of doorgestikte zoom die het beste bij uw stofdikte en -type past. Voor geweven stof en leer en vinyl wordt een rechte steek geselecteerd. Voor elastische steken worden steken die mccrekken geslecteerd.
Jeanszoom
Bij het naaien over naden in zeer dikke stof of een zoom in spijkerstof, kan de naaivoet kantelen wanneer de machine over de naad gaat. Gebruik het multifunctionele gereedschap om de hoogte van de naaivoet tijdens het naaien gelijk te houden.
Druk op Naald omhoog/omlaag om naald omlaag te selecteren. Begin de onderste zoom te naaien in of bijna in het midden van de achterkant. Stop met naaien als u bij de naad aan de zijkant komt. Uw machine stopt met de naald in de stof en brengt de naaivoet omhoog. Breng het multifunctionele gereedschap aan vanaf de achterkant.
De beide zijden van het multifunctionele gercedschap zijn verhoogd. Gebruik de zijde die het dichtst bij de dikte van de zoom in de buurt komt. Druk het voetpedaal in om de naaivoet omlaag te brengen en naai langzaam over de dikke zoom heen.
Stop weer net voor de naad met naaien met de naald in de stof. Haal het multifunctionele gereedschap weg en steek het nu vanaf de voorkant onder de naaivoet.
Naai enkele steken totdat de hele naaivoet over de naad is en op het multifunctionele gereedschap rust. Stop weer met naaien. De naald staat in de stof en de naaivoet gaat omhoog. Verwijder het multifunctionele gereedschap. Naai de zoom verder af.
Elastische zoom
Selecteer Elastische, normale stof en Zoom; de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie selectcert een flatlocksteck. Volg de andere aanwijzingen van het grafische display op.
Vouw een zoom naar de verkeerde kant en naai met de flatlocksteck vanaf de goede kant. Knip het teveel aan stof weg. Gebruik deze techniek ook voor riemlussen.

1:1 Jeanszoom
Stof: Denimstof.
Selecteer: geweven dikke stof en Zomen (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert een rechte steck 1:1).
Gebruik: naaiyoet B en jeansnaald maat 80, zoals aanbevolen.

Selecteer: elastische, normale stof en Zomen (de Exclusive SFWING ADVISOR™-functie selecteert de flatlocksteek 1:6).
Gebruik: naaivoct B en jeansnaald maat 90, zoals aanbevolen.

De knoopsgaten in uw naaimachine worden speciaal aangepast voor verschillende soorten stof en kleding. In de stekentabel op de laatste pagina's van dit boek vindt u beschrijvingen van de knoopsgaten.
De Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert het beste knoopsgat en de beste steckinstellingen voor uw stof. De stof moet worden verstevigd op de plaats waar de knoopsgaten mocten worden genaaid.
Wanneer u een knoopsgatsteek selecteert met de knoopsgat-sensorvoet aangesloten, kunt u de maat van de knoop op het grafisch display instellen met de pijltoetsen omhoog en omlaag. Uw naaimachine naait het knoopsgat automatisch lang genocg voor de geselectcerde maat knoop. Omdat de knoopsgat-sensorvoet meet tijdens het naaien, wordt ieder knoopsgat even groot.
Let op: De benodigde knoopsgatgrootte hangt af van de dikte en stijl van uw knoop. Maak altijd eerst een voorbeeldknoopsgat op een proeflapje.
- Bevestig de knoopsgat-sensorvoct.
- Steek het stekkertje in het contact boven het naaldgedeelte, achter het lampje.
-
Meet de diameter van de knoop met de knoopmeter op de voorkant van de machine.
-
Gebruik de pijltoetsen omhoog en omlaag om de grootte van de knoop in te stellen op het display. De grootte kan worden ingesteld tussen 0 en 50 mm.
-
Leg de stof en de versteviging onder de knoopsgat-sensorvoet. Het meetwieltje kan worden opgetild, waardoor de stof makkelijker onder de naaivoct kan worden gelegd. Gebruik de streepjes op de linker "teen" van de knoopsgat-sensorvoet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Leg de rand van het kledingstuk bij het middelste streepje om 15 mm vanaf de rand tot het knoopsgat te hebben.
-
Voordat u gaat naaien brengt u het witte gedeelte op de zijkant van het wichtje in lijn met de witte markering op de voet.
-
Duw het voetpedaal in. De knoopsgat-sensorvoet gaat automatisch omlaag. Er wordt een rechte steck genaaid van u af om de linker kolom van het knoopsgat te bepalen. De kolom wordt dan in cordonsteck naar u toe genaaid. Dit wordt herhaald voor de rechter kolom. Ook de trenzen worden automatisch genaaid. De pijlen op het grafisch display geven aan wanneer ieder gedeelte van het knoopsgat wordt genaaid en in welke richting. Houd het voetpedaal ingedrukt totdat het knoopsgat klaar is. De machine stopt automatisch wanneer het knoopsgat klaar is.

1:0, 1:23, 1:25, 1:26, 1:27 Knoopsgatsteken
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de technick Knoopsgaten (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert een knoopsgatsteck die geschikt is voor uw stof).
Gebruik: de eenstaps-knoopsgatsensorvoet en de aanbevolen naald voor uw stof.

Een knoopsgat kan ook stap voor stap worden genaaid zonder dat de knoopsgat-sensorvoct is aangesloten. Gebruik de achteruitnaaitocts om de lengte van het knoopsgat in te stellen.
- Klik naaivoet C op de machine.
-
Leg de stof en de versteviging onder de naaivoet. Gebruik de streepjes op de linker "teen" van de knoopsgatvoet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Leg de rand van het kledingstuk bij het middelste streepje om 15 mm vanaf de rand tot het knoopsgat te hebben.
-
Begin het knoopsgat te naaien. De naaimachine naait de linker kolom achteruit. Een achteruitnaaipictogram op het grafisch display geeft u aan dat u op de achteruitnaaitoets moet drukken om naar het volgende gedeelte van de steek te gaan. Wanneer het knoopsgat de gewenste lengte heeft bereikt, drukt u op de achteruitnaaitoets. Uw naaimachine maakt een trens aan het einde en naait de rechterkant.
-
Naai naar het startteken en druk op de achteruitnaaitoets om de twccde trens te naaicn. Houd het voctpcdaal ingedrukt totdat het knoopsgat klaar is. De machine stopt automatisch wanneer het knoopsgat klaar is.
1:0, 1:23-28 Knoopsgatsteken
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de technick Knoopsgaten (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selectcert een knoopsgatsteck die geschikt is voor uw stof).
Gebruik: naaivoet C en de aanbevolen naald voor uw stof.

Knoopsgat met inlegdraad (elastische stoffen)
Bij het naaien van knoopsgaten in elastische stoffen raden we aan een inlegdraad te gebruiken voor meer stabiliteit en om te voorkomen dat het knoopsgat uitrekt.
- Maak een lus van dik garen of perlékatoen over het hieltje aan de achterkant van naaivoet C.
- Maak een knoopsgat. Laat de cordonsteken van de kolom van het knoopsgat over de draad heen naaien.
- Stop met naaien voordat het laatste einde van het knoopsgat is genaaid. Til de draad van het hieeltje en trek de draad strak.
- Kruis de draad voor de naald en naai het einde van het knoopsgat over de draad heen.

Knopen, drukknopen, haakjes en oogjes aannaaien gaat snel met uw naaimachinc.
- Klik de naaivoet los en verzink de transporteur.
- P laats de stof, het multifunctionele gereedschap en de knoop onder de houder met de gaten in de knoop op de plaatsen waar de naald in steekt. Controleer de beweging van de naald door op de toets voor horizontaal spiegelen te drukken zodat u zeker bent dat de naald de knoop niet raakt. Breng de naald met het handwichtje omlaag in de gaten van de knoop om dit te controleren.
Let op: Voor de meeste knopen is de aanbevolen breedte van 3,0 ingesteld. Als u een klein knoopje of een zeer grote jasknoop aannaait, verklein (-) of vergroot (+) dan de steekbreedte totdat de beweging van de naald in de gaten van de knoop naail.
-
Stel het aantal te naaien steken op de knoop in met de pijltoetsen omhoog en omlaag. Zes tot acht steken is normaal.
-
Druk het voetpedaal in. De naaimachine naait het aantal steken dat op het display is ingesteld en hecht dan af en stopt.
-
Breng de transporteur omhoog wanneer het aannaaien van de knoop is voltooid.
-
Stel het aantal te naaien steken op de knoop in met de pijltoetsen omhoog en omlaag. Zes tot acht steken is normaal.
- Druk het voetpedaal in. De naaimachine naait het aantal steken dat op het display is ingesteld en hocht dan af en stopt.
- Breng de transporteur omhoog wanneer het aannaaien van de knoop is voltooid.
TIP: Leg het dunne einde van het multifunctionele gereedschap/ knopenhulpstuk onder de knoop bij het naaien op dunne stoffen. Gebruik het dikke uiteinde voor zwaardere stoffen. Houd het hulpmiddel met doorzichtig plakband op zijn plaats op de stof.
1:9 Knoop aannaaien
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de steck voor het aannaaien van knopen, nr. 1:9.
Gebruik: geen naaivoet en de aanbevolen naald voor uw stof. Verzink de tanden van de transporteur.

De ritsvoet E kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor de beide kanten van de rits gemakkelijk kunnen worden genaaid. Plaats de ritsvoet aan de andere kant om de andere kant van de rits te naaien.
Beweeg de naaldpositie helemaal naar links of helemaal naar rechts om dicht bij de tanden of de contourdraad van de rits te naaien.
De rits centreren
- Naai de twee lappen met de goede kanten op elkaar langs de naadlijn van 15 mm en stop bij de uitsparing waarin de rits moet komen.
- Rijg de rest van de naad waar de rits komt. Pers de naad open. Lcg de rits met de goede kant op de opengcperste naadtoeslag met de ritsstop bij de uitsparing. Speld de rits op de goede kant vast op zijn plaats (zie fig.1).
- Selecteer een rechte steek en verplaats de naaldpositie naar links. Klik de ritsvoet E op de machine, zodat de naald aan de linkerkant van de voet is. Lcg de stof met de goede kant omhoog onder de voet met de ritsvoet op de goede kant van de rits.
- Begin langs de onderkant te naaien, draai de stof en naai de goede kant van de rits tot de bovenkant (zie fig. 2).
- Naai de linkerkant van de rits in dezelfde richting om te voorkomen dat de stof verschuift. Klik de ritsvoet E op de machine, zodat de naald aan de rechterkant van de voet is. Verplaats de naaldpositie naar rechts.
- Begin te naaien langs de onderkant, draai de stof en naai de linkerkant van de rits van beneden naar boven (zie fig. 3).
- Verwijder de rijgsteken.
I let op: Om de positie van de steeklijn aan te passen, past u de naaldpositie aan met de steekbreedtetoetsen.

Wanneer u uit de vrije hand naait met een lage snelheid, gaat de voet omhoog en omlaag met iedere steek om de stof op de steekplaat vast te houden terwijl de steek wordt gevormd. Wanneer u met hoge snelheid naait, zweeft de voet tijdens het naaien over de stof. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst.
Het meeste free motion naaien (naaien uit de vrije hand) wordt gedaan met een rechte steek of zigzagsteek. Alle steken kunnen echter in de free motion-modus worden genaaid. De richting en snelheid waarmee u de stof verplaatst, bepalen hoe de steek eruit gaat zien.
Let op: Free Motion Spring Action - Als u de optionele Free Motion Spring Action naaivoet gebruikt, moet u de machine in de modus Free Motion Spring Action zetten. De aanbeveling voor het verzinken van de transporteur verschijnt. Verzink de tanden van de transporteur. De instelling blijft bebonden wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up berinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken. Zet voor normaal naaien de Free Motion Spring Action-modus uit in het SET-menu.
De Free Motion Spring Action-naaivoet volgt de op- en neergaande beweging van de naald met behulp van de veer en de arm op de naaivoet. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst.
Tip: Gebruik de optionele Open Free Motion Spring-voet.
U moet de stof zelf handmatig bewegen.
-
Selecteer NAALD OMHOOG/OMLAAG.
-
Naai met een constante, gemiddelde snelheid en beweeg de stof zonder vast patroon. Probeer tijdens het naaien kronkellijnen te maken met de naald. Meanderen uit de vrije hand ziet er gewoonlijk uit als willekeurig golvende lijnen die vrij dicht bij elkaar liggen, maar elkaar niet kruisen. Het moet er een beetje uitzien als puzzelstukjes.
Tip: Gebruik de optionele Open meandervoet om een beter zicht te hebben bij het free motion meanderen.
Let op: Om de machine in te stellen op normaal naaien, gaat u naar het SET Menu. Druk op OK om de Free Motion-instelling uit te schakelen. Druk op SET Menu om dit af te sluiten.
Stof: Geweven, normale stof met tussenvulling cronder
Selecteer: Geweven, normaal op de Naaigids, rechte steck nr. 1, Free M Floating in het SET menu van de machine. Verzink de tanden van de transporteur
Gebruik: naaivoet R en naald maat 80, zoals aanbevolen.

Uw naaimachine heeft twee lampjes. Het ene lampje bevindt zich onder de naaikop en het andere boven de vrije arm. Gebruik alleen lampjes van het type dat op de voorkant van de machine staat aangegeven (24 V, 5 W). De lampjes zijn te koop bij uw officiële HUSQVARNA VIKING®-dealer. Vervang de lampjes zoals hieronder wordt beschreven.

Zet de AAN/UTI-schakelaar op OFF.
- P laats de gloeilamphulp met het diepe gat, gemarkeerd met OUT, om het lampje. Draai niet aan het lampje, trek het cr gewoon uit.
2 P laats bij het aanbrengen van een nieuw lampje de gloeilamphulp met het kleine gat, gemarkeerd met IN, om het nieuwe lampje. Duw het nieuwe lampje omhoog op zijn plaats.
DE MACHINE SCHOONMAKEN
Om ervoor te zorgen dat uw machine goed blijft werken dient hij regelmatig te worden schoongemaakt. De machine hoeft niet te worden gesmeerd.
Necm de buitenkant van uw naaimachine af met een zachte doek om eventueel opgehoopt stof of textielresten te verwijderen.

Zet de AAN/UIT-schakelaar op OFF.
Maak het spoelhuis schoon
Verwijder het naaivoetje en schuif het spoelhuisdeksel open. Verzink de tanden van de transporteur. Plaats een schroevendraaier onder de steekplaat zoals te zien is op de afbeelding en draai de schroevendraaier voorzichtig om de steekplaat los te wrikken. Reinig de tanden van de transporteur met het borsteltje.
Het spoelgedeelte schoonmaken
Nadat u verschillende projecten heeft genaaid of wanneer u merkt dat zich stof in het gedeelte van het spoelhuis heeft opgehoopt, moet het spoelgedeelte worden gereinigd.
Verwijder de spoelhuishouder (1) die het voorste deel van het spoelhuis afdekt. Verwijder het spoelhuis (2) door dit op te tillen. Reinig met het borsteltje. Het verzamelde stof en vuil kan goed worden verwijderd met een klein opzetstuk van de stofzuiger.
Plaats het spoelhuis en de spoelhuishouder weer terug.
I et op: Blaas geen lucht in het spoelbuisgedeelte. Het stof en de pluisjes worden dan in uw machine geblazen.
De steekplaat terugplaatsen
Plaats de steekplaat met de transporteur omlaag zodat de steekplaat in de gleuf aan de achterkant past. Duw de steekplaat omlaag totdat hij op zijn plaats klikt. Schuif het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.

In geval van een storing tijdens het naaien:
- Selecteer de juiste soort en dikte van de stof in de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie.
- Voer de op het grafisch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of horizontaal)
- Gebruik draadnetjes en kwaliteitsgaren. We bevelen voor "gewoon" naaien aan om dezelfde boven- en onderdraad te gebruiken. Voor decoratief naaien bevelen we borduurgaren als bovendraad en spoeldraad als onderdraad aan.
Bij problemen met het naaien van het sensor-knoopsgat
- Zorg ervoor dat het witte gedeelte op de zijkant van het wieltje in lijn is met de witte markeringslijn op de voet.
- Controleer of het stekkertje van de knoopsgat-sensorvoet goed in de aansluiting boven het naaldgedcelte achter het lampje zit.
De stof trekt?
- Selecteer de juiste soort en dikte van de stof in de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie.
- Controleer de naald, die kan beschadigd zijn.
- Voer de op het grafisch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Kies een ander soort garen dat beter bij de stof en naaittechnick past.
- Gebruik kwaliteitsgaren.
- Kies een kortere steeklengte.
- Gebruik versteviging.
- Controleer de draadspanning.
De machine slaat steken over?
- Controleer de naald - die kan beschadigd zijn.
- Plaats een naald van de aanbevolen maat en soort.
- Controleer of de naald goed en helemaal tot boven in de naaldklem is gestoken.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik de aanbevolen naaivoet.
- Zet de machine uit en weer aan voor een reset.
- Raadpleeg uw dealer.
De naald breekt?
- Probeer tijdens het naaien niet aan de stof te trekken.
- Voer de op het grafisch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Plaats de naald op de juiste manier, volgens de beschrijving in de gebruiksaanwijzing.
Onvoldoende draadspanning?
- Selecteer de juiste soort en dikte van de stof in de Exclusive SEWING ADVISORTM functie.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in - gebruik een goede kwalitcit garen.
- Voer de op het grafisch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Volg de aanbevelingen voor de draadspanning op.
• Volg de adviezen voor versteviging op.
De bovendraad breekt?
- Wordt de draad soepel aangevoerd/blijft hij nergens steken?
- Gebruik draadnetjes en kwaliteitsgaren. Raadpleeg voor speciaal garen, zoals metallic enz. de gebruiksaanwijzing van de accessoires voor speciaal aanbevolen naalden.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in - controleer of ze goed zijn ingeregen. Als u borduurgaren als bovendraad gebruikt, gebruik dan spoeldraad in de spoel en geen gewoon naaigaren.
- Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of horizontaal)
- Vervang de steekplaat wanneer de opening in de steckplaat is beschadigd.
- Wordt het juiste schijfje gebruikt voor de draad?
Stof wordt niet getransporteerd?
• Tanden transporteur omhoog.
- Kies een grotere steeklengte.
De onderdraad breekt?
- Spoel garen op een ander spoeltje.
- Plaats het spoeltje terug in de machine, controleer of de machine correct is ingeregen.
- Vervang de steekplaat wanneer de opening in de steekplaat is beschadigd.
• Maak het spoelhuis schoon.
Het spoeltje wordt onregelmatig opgespoeld?
- Controleer de loop van de draad bij het spoelen.
Verkeerde steek, onregelmatige of smalle steken?
- Zet de machine uit en weer aan voor een reset.
- Vervang de naald, rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik versteviging.
Machine naait langzaam?
- Controleer de snelheid.
- Verwijder de steekplaat en borstel textielresten van spoel en transporteur.
- Laat de naaimachine nakijken bij uw dealer.
Machine naait niet?
- Zet de spoelas naar links in de naaipositie.
- Controleer of de stekkers helemaal in de machine zitten.
- Controleer de stekker in het stopcontact en de netspanning op het stopcontact.
- Controleer of het voctpedaal goed is aangesloten
De functietoetsen van de naaimachine reageren niet op aanrakingen?
- De contacten en functietoetsen van de machine kunnen gevoelig zijn voor statische elektriciteit. Als de functietoetsen niet op aanrakingen reageren, zet u de machine uit en weer aan. Necm contact op met uw erkende HUSQVARNA VIKING® dealer als het probleem blijft bestaan.
LAAT UW NAAIMACHINE REGELMATIG DOOR UW HUSQVARNA VIKING® DEALER CONTROLLEREN!
Als u deze aanwijzingen voor het oplossen van problemen hebt opgevolgd en nog steeds problemen hebt met naaien, breng de naaimachine dan naar uw dealer. Als er een specifiek probleem is, is het erg handig om met het gebruikte garen en met een restlapje van de gebruikte stof een proeflapje te maken en dat naar uw dealer te brengen. Een proeflapje geeft vaak veel betere informatie dan woorden.
NIET-ORIGINELE ONDERDELEN EN ACCESSOIRES
De garantie geldt niet voor defecten of beschadigingen die veroorzaakt zijn door het gebruik van niet-originele accessoires of onderdelen.

| Steek | Steek-nummer / Steeknaam | Naivoet Toepassing |
| 0 - Knoopsgat met trens | Sensor Knoopsgatvoet C | |
| 1 - Rechte steck, naaldpositie in het midden | A/B Voor alle soorten naaiwerk. Selecteer 29 verschillende naaldposities. | |
| 2 - Stretchsteck, naaldpositie links | A/B Voor naden in tricot en elastische stof. | |
| 3 - Versterkte rechte steck, naald in het midden | A/B Voor naden die erg onder spanning staan. Drievoudig en elastisch voor versterkte naden. Gebruikt om sportkleding en werkkleding te verstevigen en door te stikken. Vergroot de stecklengte voor doorstikken. 29 naaldposities. | |
| 4 - Driestaps-zigzag | A/B | |
| 5 - Zigzag | A/B | |
| 6 - Platte locksteck | B | |
| 7 - Afwerksteck | J | |
| 8 - Afwerksteek voor elastische naad | B In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor normale en normale/zware elastische stoffen. | |
| 9 - Automatisch knopen aannaaien | Geen naaivoet Voor het aannaaien van knopen. Stel het aantal steken in op het grafisch display. | |
| 10 - Dubbele afwerksteck | B | |
| 11 - Afwerksteck | B | |
| 12 - Elastische/ tunnelsteck | B Voor overlappende naden in tricot. Om een tunnel te naaien over een smal elastiek. | |
| 13 - Driestaps-zigzag- afwerksteek | J/B | |
| 14 - Zigzag siersteek | B | |
| 15 - Rijgsteek | A/B | |
| 16 - Blindzoomsteek voor elastische stoffen | D | |
| 17 - Blinde zoom voor geweven stoffen | D | |
| 18 - Schulprand | A/B | |
| 19 - Elastische steek of smokwerk | A/B Naai over twee rijen elastische draad voor elastisch rimpelen. | |
| 20 - I'agotsteck | A/B | |
| Steek | Steek-nummer/ Steeknaam | Naaivoet Toepassing |
| 21 – Stopsteek (heen en terug) | A/B Stop en repareer gaatjes in werkkleding, jeans, tafelkleden en dergelijke. Naai over het gat heen, druk op de achteruimaaitoets voor doorlopend stopwerk en een automatische stop. | |
| 22 – Trcns (handmatig) | A/B Vcrstovig zakken, openingen van shirts, ricmlusjes en het onderste deel van ritssluitingen. | |
| 23 – Sierknoopsgat Sensor Knoopsgatvoct C | Voor blouses en kinderkleding. | |
| 24 – Normaal versterkt knoopsgat | C Voor normale en dikke stoffen. | |
| 25 – Knoopsgaten met nostalgische uitstraling Sensor Knoopsgatvoct C | Voor een “handgemaakte look” op dunne en fijne stoffen. Tip: Maak voor knoopsgaten in jeans de lengte en breedte van het knoopsgat groter. Gebruik dikker garen. | |
| 26 – Slcutclgat-knoopsgat Sensor Knoopsgatvoet C | Voor colberts, jassen, enz. | |
| 27 – Extra stevig knoopsgat Sensor Knoopsgatvoet C | Met versterkte trenzen. | |
| 28 – Knoopsgat mct rechte steek voor leer A/B Voor leer en suède. | ||
| 29 – Oogje B Voor ccintuurs, kant, enz. | ||
| 30 – Cordonsteck, smal B Voor applicatics, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen. | ||
| 31 – Cordonsteek, normaal B Voor applicatics, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen. | ||
| 32 – Cordonsteck, breed B Voor applicatics, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dikke stoffen. | ||
| 33 – Schulpranden B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 34 – Smalle zigzag-siersteck B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 35 – Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 36 – Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 37 – Cordon-pijlpunt B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 38 – Tweestaps-zigzag A/B Om twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. | ||
| 39 – Rechte steek met FIX A/B Begint en eindigt met vooruit en achteruit naaien. | ||
STEKEN-OVERZICHT
Menu 1: Nuttige steken
Menu 2: Quiltsteken
Menu 3: Cordonsteken en nostalgische steken
Menu 4: Decoratieve steken

De steken 0-9 zijn dezelfde in alle stckenmenu's.

LETTERTYPEN
Block
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZÄÄÖ-. _ abcdefghijklmnopqrstuvwxyzäö@.. _ 1234567890Ææ∅øàáçëèéíóùúÑñß&?!'.
Brush Line
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZÄÖ-.._ abcdefghijklmnopqrstuvwxyzäö@.._ 1234567890Æœ∅øàáçëeêíóùúÑñB&?!'._
Cyrillic en Hiragana alfabet
Russisch en Japans alfabet. Zie de lettertypen op het grafisch display van uw naaimachine.
De octrooien die op dit product rusten staan vermeld op een etiket op de onderkant van de naaimachine.
VIKING, KEEPING THE WORLD SEWING & bijbehorend ontwerp, SEWING ADVISOR, EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM, en EDEN ROSE zijn handelsmerken van KSIN Luxembourg II, S.ar.l. HUSQVARNA en het "gekroonde H" merkteken zijn handelsmerken van Husqvarna AB.
Alle handelsmerken worden onder licentie gebruikt door VSM Group AB.
Wij behouden ons het recht voor de machine-uitrusting en het assortiment accessoires zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen of wijzigingen aan te brengen in de prestatics of het ontwerp. Dergelijke wijzigingen zullen echter altijd in het voordeel zijn van de gebruiker en ten goede komen aan het product.