Topaz 30 - Naaimachine HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Topaz 30 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Topaz 30 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Topaz 30 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Topaz 30 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING Topaz 30 HUSQVARNA
Deze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/ EN 60335-2-28.
Elektrische aansluiting
Deze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.
Opmerkingen over de veiligheid
- Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.
- Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.
- Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.
- Schakel de naaimachine uit ("0") wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.
- Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.
- Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.
- Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aanbevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.
- Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het lampje vervangt. Vervang het lampje door het zelfde type (voltage en watt).

Let op! Dit product moet op een veilige manier gerecycled worden volgens de geldende nationale wetgeving voor elektrische/elektronische producten. Raadpleeg bij twijfel uw leverancier voor advies.
Instellen
Pagina 10-31
1
Naaimodus
Pagina 32-44
2
Basis-naaitechnieken
Pagina 45-54
3
Instellen voor borduren
Pagina 55-58
4
Borduurmodus
Pagina 59-67
5
De machine-onderhouden
Pagina 68-70
6
Machineoverzicht en accessoires, pagina 6-9
Stekentabel en alfabetten, pagina 71-73
Inhoudsopgave
Machineoverzicht 6
Bijgeleverde accessoires ....8
1. Instellen
Uitpakken....10
Het voetpedaal aansluiten 10
Het snoer en het voetpedaal aansluiten ....10
De machine opbergen na het naaien....11
Uitgebreid naaioppervlak ....11
De vrije arm gebruiken ....11
Garenpennen en garenschijven ....12
Bovendraad inrijgen 13
Draadinsteker 14
De draad afsnijden ....14
Een tweelingnaald inrijgen 15
Draadsensor....15
De spoel aanbrengen ....18
Draadspanning 19
EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS) .....19
Een naaivoet verwisselen ....20
Een naald vervangen ....20
Naalden 21
Draden 22
Pictogrampen....22
Verstevigers 22
USB-poort 23
USB embroidery stick 23
5D ^TM Embroidery Software.....24
Uw machine updaten 24
Functietoetsen 25
Overzicht aanraakscherm 27
SET Menu 28
2. Naaimodus
Overzicht naaimodus ....32
Een steek selecteren 33
Een lettertype selecteren....33
Exclusive SEWING ADVISORTM 34
Steek-instellingen ....35
Programmeren....37
Menu My Stitches 40
Pop-upberichten voor het naaien ....41
3. Basis-naaiotechnieken
Naad....45
Afwerken 45
Naaien en afwerken....46
Rijgen 47
Stoppen en verstellen 47
Zoom....48
Blindzoom....49
Knoopsgaten naaien 50
Knopen aannaaien 52
Ritssluitingen naaien 53
Tapse cordonsteek, model 30 ....54
4. Instellen voor borduren
Overzicht borduureenheid ....55
Overzicht borduurringen ....55
Motieven 55
Borduureenheid aansluiten 56
Borduureenheid verwijderen....56
Stof in de borduurring spannen ....57
De borduurring plaatsen 57
Aan de slag met borduren....58
5. Borduurmodus
Overzicht borduurmodus ....59
Een motief laden 60
Een lettertype laden 60
Borduurinformatie 61
Motieven aanpassen 62
Borduurringopties....63
Borduurfuncties....64
Pop-upberichten voor het borduren 65
4. De machine onderhouden
De lampjes vervangen 68
De naaimachine reinigen 68
Problemen oplossen....69
Stekentabel – menu 1. Nuttige steken .....71
Stekenoverzicht 73
Alfabetten 73
Index 74
Machineoverzicht

- Deksel
- Voorspanningsdraadgeleider
- Draadspanningsschijven
- Draadhefboom
- Draadspanning voor spoelen
- Draadinvoergleuven
- Functietoetsenpaneel
- Draadafsnijder
- Lampjes
10 Aansluiting eenstaps-knoopsgatsensorvoet - Ingebouwdedraadinsteker
-
Naaivoet
-
Steekplaat
- Spoelhuisdeksel
- Vrije arm
- Schakelaar voor het verzinken van de transporteur
- Knoopmeter en ingebouwde centimeter
- Grondplaat
- Naaldstang met naaldklemschroef
- Naaivoetstang
- Naaivoethouder
- Stekenpaneel
-
Hoofdgarenpen
-
Garenschijven
- Extra garenpen
- Spoelgeleider (model 30)
- Spoelas (model 30)
- Draadafsnijder voor onderdraad (model 30)
- Spoelgeleider voor opspoelen
- Handwiel
- Grafi sch display
- Aanraakscherm
- IngebouwdeUSB-poort
-
AAN/ UIT-schakelaar, aansluitingen voor snoer en voetpedaal
-
Spoelstop (model 20)
- Spoelas (model 20)
- Draadafsnijder voor onderdraad (model 20)
Achterkant
- Handvat
- Aansluiting borduureenheid


Onderdelen van de borduureenheid
(Voor model 30 type BE18, voor model 20 type BE19)
- Aansluiting borduureenheid
- Borduurarm
- Ontkoppelingstoets borduureenheid (onderkant)
- Borduurringaansluiting
- Afstelpootjes

Accessoiredoos
De doos met accessoires heeft speciale ruimten voor naaivoeten en spoelen, plus ruimte voor naalden en andere accessoires. Berg de accessoires op in de doos zodat u ze altijd binnen handbereik hebt.
- Ruimte voor accessoires
- Uitneembare naaivoet- en spoelhouder

Bijgeleverde accessoires
- 2 garennetjes. Schuif die op de klos wanneer u synthetisch garen gebruikt dat gemakkelijk afrolt.
- Schroevendraaier
- Gloeilamphulp
- Tornmesje
- Borsteltje
- 2 glijplaatjes met antikleeH aag
- 2 vilten ringetjes
- 2 garenschijven, groot (1 op de machine bevestigd bij levering)
- Garenschijf, klein
- Garenschijf, gemiddeld (op de machine bevestigd bij levering)
- 6 spoelen (één in de machine bij levering)
- Multifunctioneelgereedschap/ Knopenhulpstuk
- USB embroidery stick (1 GB)
- Borduurringklemmen (16 bij model 30, 10 bij model 20)
- Pictogrampen
Bijgeleverde borduurringen
- DESIGNER™ Royal Hoop, 360x200mm (alleen bij model 30)
- DESIGNER™ Crown Hoop, 260x200mm (alleen bij model 20)
- DESIGNER™ Splendid Square Hoop, 120x120mm
Bijgeleverde accessoires – niet afgebeeld
- Schaar
- Naalden
- Draagkoffer (is bij levering op de machine bevestigd.
• Voetpedaal - Snoer voetpedaal
- Netsnoer
- Borduurgaren
- Lapjes stof en versteviging
- 5D™ Embroidery Machine Communication-cd
• DESIGNER TOPAZ™ voorbeelden-cd - DESIGNER TOPAZ™ 30 Bonus voorbeelden-cd (alleen bij model 30)
• DESIGNER TOPAZ™ voorbeeldenboekje
• Gebruikershandleiding - Snelgids
• Gebruiksaanwijzing Accessoires
• Garantiekaart

![]() | Naaivoet A Is bij levering | op de machine bevestigd. Deze voet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm. |
![]() | Decoratieve naaivoet B | Gebruik deze voet bij het naaien van decoratieve steken of zigzagsteken en andere nuttige steken van minder dan 1,0 mm lang. De groef op de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken. |
![]() | Knoopsgatvoet C Deze | voet wordt gebruikt voor het stap voor stap naaien van knoopsgaten. Gebruik de streepjes op de voet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. De twee groeven op de onderkant van de voet zorgen voor een soepel transport over de knoopsgatranden. Het hieltje aan de achterkant van de voet houdt de draad vast bij knoopsgaten met inlegdraad. |
![]() | Blindzoomvoet D Deze | voet wordt gebruikt voor het maken van blindzomen. De binnenrand van deze voet geleidt de stof. De rechterkant van de voet is zo ontworpen dat hij langs de rand van de zoom beweegt. |
![]() | Ritsvoet E Deze voet kan | rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien. Verplaats de naaldpositie naar rechts of links om dichter langs de ritssluiting te naaien of om breed koord te overdekken. |
![]() | Naaivoet met antikleen aag H | Deze voet, met een speciale antikleeñaag aan de onderkant, wordt gebruikt bij het naaien van schuimrubber, plastic of leer, om de kans dat deze materialen aan de voet blijven kleven tot een minimum te beperken. |
![]() | Kantsteekvoet J Deze voet | wordt gebruikt voor afwerksteken en zomen/ afwerken. De steken worden over de pen heen gevormd, waardoor het rimpelen van de naad aan de rand van de stof wordt voorkomen. |
![]() | Borduur-/ stopvoet R Voor borduren uit de vrije hand/ quilten/ naaien en borduren in borduurring. | |
![]() | Decoratievenaaivoet B Transparant | Een doorzichtige naaivoet voor decoratief naaien om steken goed op elkaar aan te kunnen laten sluiten. Dezelfde groef op de onderkant als naaivoet B. |
![]() | Eenstaps-knoopsgatsensorvoet | Wanneer deze voet op de machine is aangesloten, wordt het knoopsgat op een lengte genaaid die geschikt is voor de grootte van de knoop die in de machine is ingevoerd. |
1. Instellen
Uitpakken
- Zet de machine op een stevige vlakke ondergrond, verwijder de verpakking en til het deksel eraf.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal en het voetpedaal.
- De machine wordt geleverd met een zak met accessoires, een elektriciteitssnoer en een voetpedaalsnoer.
- Neem de machine af met een doek, met name rondom de naald en de steekplaat, om eventueel vuil te verwijderen voordat u gaat naaien.
Het snoer van het voetpedaal aansluiten
Bij de accessoires vindt u het snoer van het voetpedaal en het elektriciteitssnoer. U hoeft het snoer alleen de eerste keer dat u de machine gaat gebruiken op het voetpedaal te bevestigen.
- Pak het snoer van het voetpedaal. Draai het voetpedaal om. Sluit het snoer aan op de uitgang in de ruimte in het voetpedaal.
- Duw goed aan zodat het snoer goed is aangesloten.
- Leg het snoer in de gleuf op de onderkant van het voetpedaal.
Het snoer en het voetpedaal aansluiten
Op de onderkant van de machine vindt u informatie over de voedingsspanning (V) en de frequentie (Hz).
Let op: Controleer voordat u het voetpedaal aansluit of het van het type "FR5" is (zie de onderkant van het voetpedaal).
- Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact op de rechter onderkant van de machine (1).
- Sluit de voedingskabel aan op het achterste contact, op de rechter onderkant van de machine (2).
- Zet de AAN/ UIT-schakelaar op ON om de voedingsspanning en het licht in te schakelen (3).

De machine opbergen na het naaien
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (3) op OFF.
- Haal de stekker eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de machine (2).
- Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine (1). Rol het snoer van het voetpedaal op in de ruimte op de onderkant van het voetpedaal.
- Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de machine, achter de vrije arm.
- Zet het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.
- Doe het deksel op de machine.
Uitgebreid naaioppervlak
De ruimte rechts van de naald, tussen de naald en de arm, geeft u veel extra ruimte. Dat maakt het naaien van grote werkstukken en quilts veel eenvoudiger dan met andere naaimachines. Houd de accessoiredoos op de machine om een groot, vlak werkoppervlak te maken.
De vrije arm gebruiken
Schuif de accessoiredoos naar links en verwijder de doos wanneer u de vrije arm wilt gebruiken.
Gebruik de vrije arm om gemakkelijker broekspijpen en mouwen te kunnen naaien.
Om de accessoiredoos terug te plaatsen, schuift u de doos op de machine totdat hij goed zit.

Garenpennen en garenschijven
Uw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofdgarenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor alle soorten garen. De hoofdgarenpen is verstelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van de stilstaande pen afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). Gebruik de horizontale positie voor normaal naagaren en de verticale positie voor grote klossen of speciale garens.
Horizontale positie
Til de garenpen iets op uit de horizontale positie om het garenklosje gemakkelijk op de pen te kunnen plaatsen. De draad moet over de bovenkant en linksom afrollen, zoals op de afbeelding te zien is. Schuif er een garenschijfje op (zie hieronder) en zet de garenpen weer in horizontale positie.
Er zitten bij levering twee garenschijven op de garenpen. Bij gemiddelde garenklosjes wordt het gemiddelde schijfje (A) op het klosje geplaatst. Bij grote klossen wordt het grote schijfje (B) op de klos geplaatst.
De platte kant van de garenschijf moet goed tegen het garenklosje worden gedrukt. Er mag geen ruimte zijn tussen de garenschijf en het garenklosje.
Bij de accessoires van uw machine zitten ook twee extra garen- schijven: een kleine en een grote. De kleine garenschijf kan wor- den gebruikt voor kleine garenklosjes. Het tweede grote garen- schijfje kan worden gebruikt wanneer u een spoel opwindt vanaf een tweede garenklosje of bij het naaien met een tweelingnaald.
Vertical position
Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf op de pen. Voor spoelen die kleiner zijn dan het gemiddelde garenschijfje of wanneer u speciale garens gebruikt, legt u een vilten ringetje onder de garenklos om te voorkomen dat de draad te snel afrolt. Voor grotere klosjes is het vilten ringetje niet nodig.
Let op: Er mag geen schijfje op de bovenkant van het garenklosje worden geplaatst, omdat het klosje dan niet meer kan draaien.
Extra garenpen
De extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een tweelingnaald naait.
Til de extra garenpen op en breng de pen naar links. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte om te voorkomen dat de draad te snel wordt afgewikkeld. Gebruik de vilten onderlegger niet voor grotere klosjes.

De bovendraad inrijgen
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden.
-
Plaats de draad op de garenpen en de garenschijf op de garenpen zoals beschreven.
-
Garenpen in horizontale positie: Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en onder de draadgeleider (B) door.
Garenpen in verticale positie:
In plaats van de draad in de voorspanningsgeleider te brengen (A), brengt u de draad direct onder de draadgeleider (B).
-
Breng de draad omlaag tussen de draadspanningsschijven (C).
-
Ga verder met het inrijgen in de door de pijlen aangegeven richting. Leid de draad vanaf de rechterkant door de draadhefboom (D).
-
Breng de draad omlaag en achter de laatste geleider net boven de naald (E).
Draadinsteker
Wanneer u de draadinsteker wilt gebruiken, moet de naald zich in de bovenste stand bevinden. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken.
- Gebruik de hendel om de draadinsteker helemaal naar beneden te trekken, zodat de draad onder de geleider blijft steken (A).
- Duw de hendel naar achteren om de draadinsteker naar voren te brengen totdat de metalen enzen de naald bedekken. Een klein haakje gaat door het oog van de naald heen (B).
- Plaats de draad onder de H enzen voor de naald, zodat de draad achter het kleine haakje blijft hangen (C).
-
Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit.
-
Leg de draad onder de naaivoet.
Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120. Wanneer u gebruik maakt van naalden met nr. 60 of kleiner, een zwaardnaald, een tweelingnaald of een drielingnaald, of wanneer de eenstaps-knoopsgatsensorvoet is geplaatst, kunt u de draadinsteker niet gebruiken. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken.
Steek de draad van voren naar achteren door de naald als u de draad handmatig in de naald steekt. De witte kleur van de naaivoethouder zorgt ervoor dat u het oog van de naald duidelijk kunt zien. Het spoeldeksel kan worden gebruikt als vergrootglas.


Wanneer u klaar bent met naaien, kunt u de draden afsnijden door de naaivoet omhoog te brengen en de draden aan de linkerkant van de machine van achteren naar voren in de draadafsnijder te trekken.

Een tweelingnaald inrijgen
- Plaats een tweelingnaald.
- Gebruik een tweede garenklosje of spoel garen dat u als tweede bovendraad wilt gebruiken op een spoeltje.
- Breng de garenpen omhoog en helemaal naar rechts. Vergrendel de garenpen in de verticale positie door de pen iets omlaag te duwen. Schuif de grote garenschijf erop. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte.
- Schuif het eerste garenklosje op de garenpen. Het klosje moet rechtsom draaien wanneer de draad afrolt.
- LINKER NAALD: Rijg de machine in volgens de beschrijving op pagina 12 en controleer of de draad tussen de linker draadspanningsschijven ligt (A). Rijg de linker naald met de hand in.
- Trek de extra garenpen uit en schuif er een grote garenschijf op. Plaats een vilten onderlegger onder klosjes die kleiner zijn dan de garenschijf van gemiddelde grootte.
- Schuif het tweede garenklosje op de garenpen. Het klosje moet linksom draaien wanneer de draad afrolt.
- RECHTER NAALD: Rijg de machine in zoals eerder omschreven, maar zorg ervoor dat deze draad tussen de rechter draadspanningsschijven (A) ligt en buiten de draadgeleider (B). Rijg de rechter naald met de hand in.
Let op: Gebruik dit type tweelingnaald niet (C); uw naaimachine kan erdoor beschadigen.
Draadsensor
Als de bovendraad breekt of de onderdraad op is, stopt de machine en verschijnt er een pop-up op het scherm.
Als de bovendraad breekt: Rijg de machine opnieuw in en druk op OK. Het pop-upbericht verdwijnt. Als de spoeldraad oprakt, plaats dan een volle spoel en ga door met naaien.

De spoel opwinden als de machine ingeregen is
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden.
Let op! Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen.
-
Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Rijg de draad in de machine met de hoofdgarenpen in horizontalepositie.
Let op: A is de garenklos te groot is voor de horizontale positie, spoel dan het spoeltje op zoals beschreven onder "Speciaal garen opspoelen" hieronder.
-
Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de spoeldraadgeleider (C).
-
Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D).
-
Duw de spoelas naar rechts. Er verschijnt een pop-upbericht op het grafi sche display. Druk het voetpedaal in of druk op de Start/ Stop-toets om het opspoelen te starten. Houd het uiteinde van de draad goed vast wanneer u begint met spoelen. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.
Als de spoel vol is, stopt het spoelen automatisch. Duw de spoelas terug naar links, verwijder de spoel en snijd de draad af op de draadafsnijder.

Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
Speciaal garen opspoelen
Het opspoelen via de naald van speciaal garen zoals transparant of ander stretchgaren, metaaldraad of plat metaaldraad raden wij af.
Spoel speciaal garen altijd bij een minimale snelheid op.
-
Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Plaats het grote schijfje en een vilten onderlegger onder de spoel op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan.
-
Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de spoeldraadgeleider (C), zoals afgebeeld.
-
Zie De spoel opwinden als de machine is ingeregen, stap 4-5.

Let op: Afhankelijk van het type garen windt u de draad een of tweemaal rond de onderdraadspanningsschijf (B) om meer spanning op de draad te krijgen. Borduuronderdraad moet tweemaal rond de onderdraadspanningsgeleider worden gewikkeld.
Spoelen, model 30
De spoel opwinden als de machine ingeregen is
Zorg ervoor dat de naaivoet en de naald zich in de hoogste stand bevinden.
Let op! Gebruik geen plastic naaivoet bij het spoelen.
-
Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Rijg de draad in de machine met de hoofdgarenpen in horizontalepositie.
Let op: A is de garenklos te groot is voor de horizontale positie, spoel dan het spoeltje op zoals beschreven onder "Speciaal garen opspoelen" verderop.
-
Trek de draad vanaf de naald onder de naaivoet door en naar rechts door de spoeldraadgeleider (C).
-
Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel(D).
-
Duw de spoelgeleider naar de spoel toe om op te spoelen. Er verschijnt een pop-upbericht op het grafische display. Druk op de OK-toets om te beginnen met spoelen. Gebruik de pijltoetsen links/ rechts om de spoelsnelheid aan te passen. Houd de draad goed vast wanneer het spoelen begint. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.
De spoelgeleider gaat terug wanneer de spoel vol is en het opspoelen wordt automatisch gestopt. Het pop-upbericht wordt gesloten. Verwijder de spoel en snijd de draad af met behulp van de onderdraadafsnijder.

Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
Speciaal garen opspoelen
Het opspoelen via de naald van speciaal garen zoals transparant of ander stretchgaren, metaaldraad of plat metaaldraad raden wij af.
Spoel speciaal garen altijd bij een minimale snelheid op.
-
Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Plaats het grote schijfje en een vilten onderlegger onder de spoel op de hoofdgarenpen die in verticale positie moet staan.
-
Breng de draad over en achter de voorspanningsdraadgeleider (A) en omlaag rond de draadspanningsschijven (B) en dan door de spoeldraadgeleider (C), zoals afgebeeld.
-
Zie De spoel opwinden als de machine is ingeregen, stap 4-5.

Let op: A fhankelijk van het type garen windt u de draad een of tweemaal rond de onderdraadspanningsschijf (B) om meer spanning op de draad te krijgen. Borduuronderdraad moet tweemaal rond de onderdraadspanningsgeleider worden gewikkeld.
Spoelen tijdens het borduren of naaien
Model 30 heeft een aparte motor voor het opspoelen, zodat kan worden opgespoeld terwijl u gewoon verder naait of borduurt.
-
Plaats een lege spoel op de spoelas bovenop de machine. De spoel past slechts op één manier, met het logo omhoog. Gebruik alleen originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen.
-
Breng de extra garenpen omhoog. Plaats een grote garenschijf, een vilten onderlegger en een garenklosje op de garenpen.
-
Leid de onderdraad om de draadspanningsschijf (B) en door de draadgeleider (C) zoals is afgebeeld.
-
Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (D).
-
Duw de spoelgeleider naar het spoeltje toe om op te spoelen. Er verschijnt een pop-upbericht op het grafische display. Druk op de OK-toets om te beginnen met spoelen. Gebruik de pijltoetsen links/ rechts om de spoelsnelheid aan te passen. Houd de draad goed vast wanneer het spoelen begint. Wanneer het opspoelen is begonnen, knipt u het losse uiteinde af.
De spoelgeleider gaat terug wanneer de spoel vol is en het opspoelen wordt automatisch gestopt. Het pop-upbericht wordt gesloten. Verwijder de spoel en snijd de draad af met behulp van de onderdraadafsnijder.
Let op: Let op of de draad tijdens het opspoelen de garenschijf van de horizontale garenpen niet raakt. Als dat wel zo is, plaats de garenschijf en het klosje dan hoger op de verticale garenpen.

Let op: Als u de eerdere versie van HUSQVARNA VIKING®-spoelen gebruikt die geen gat hebben, draai dan eerst de draad een aantal maal om de spoel om te beginnen.
De spoel plaatsen
-
Verwijder het spoeldeksel door dit naar u toe te schuiven.
-
Plaats de spoel in het spoelhuis. De spoel past er slechts op één manier in, met het logo omhoog. De draad wordt afgewikkeld vanaf de linkerkant van de spoel. De spoel draait dan linksom wanneer u aan de draad trekt.
-
Plaats uw vinger op het spoeltje om te voorkomen dat het kan draaien als u de draad stevig naar rechts trekt en vervolgens naar links in het spanningsveertje (E) totdat het op zijn plaats "klikt".
-
Ga verder met het inrijgen om (F) heen en naar de rechterkant van de draadafsnijder (E). Schuif het spoelhuisdeksel (H) weer op zijn plaats. Trek de draad naar links om hem af te snijden (I).
1

Uw machine stelt automatisch de beste draadspanning in voor de geselecteerde steek en stof. Ga naar het SET Menu om de draadspanning aan te passen voor speciale garens, technieken of stoffen (zie pagina 28).
Juiste en onjuiste draadspanning
Voor mooie en duurzame steken moet u controleren of de bovendraadspanning goed is afgesteld; voor algemeen naaien wil dat dus zeggen dat de draden tussen de stoflagen verknopen (1).
Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van de stof, is de bovendraadspanning te hoog (2). Verlaag de bovendraadspanning.
Als de bovendraad zichtbaar is op de onderkant van de stof, is de bovendraadspanning te laag (3). Verhoog de bovendraadspanning.
Let op: Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet de bovendraad zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.
EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM™ (ESS)
Sensorvoetdruk
Dankzij de sensorvoetdruk, voelt de naaivoet echt de dikte van de stof, het borduurmotief of het naaiwerk om er soepel en gelijkmatig overheen te naaien met een perfecte stofdoorvoer.
Ga naar het menu SET (zie pagina 28) als u wilt zien hoe de naaivoetdruk is ingesteld voor de geselecteerde stof en de druk handmatig wilt aanpassen.
Sensorvoet omhoog

De naaivoet op uw naaimachine wordt in vier niveaus omhoog en omlaag gebracht met de toetsen Sensorvoet Omhoog en Omlaag (zie pagina 25).
De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Wanneer u stopt met de naald in de lage positie, meet de naaivoet automatisch de dikte van de stof en wordt de naaivoet opgetild tot precies de juiste hoogte om over de stof te "zweven" om te kunnen draaien. Ga naar het menu SET om deze functie uit te schakelen (zie pagina 28).

De tanden van de transporteur worden verzonken wanneer u de schakelaar op de voorkant van de vrije arm naar rechts brengt. Zet de schakelaar naar links als u de tanden van de transporteur omhoog wilt brengen. De tanden van de transporteur gaan omhoog als u begint met naaien. De tanden van de transporteur moeten omlaag worden gebracht bij het aannaaien van knopen en bij het naaien uit de vrije hand.
Bij het borduren wordt de transporteur automatisch omlaag gebracht wanneer de borduureenheid wordt aangesloten. Wanneer de borduureenheid wordt verwijderd, wordt de transporteur automatisch weer omhoog gebracht wanneer u begin met naaien.

De naaivoet verwisselen

Zet de AAN/ UIT-schakelaar uit
- Zorg ervoor dat de naald in de hoogste stand staat en dat de naaivoet omhoog staat. Trek de naaivoet naar u toe.
- Lijn het dwarspennetje op de voet uit met de opening in de persvoethouder. Duw het naar achteren totdat de voet vastklikt.

Zet de AAN/UIT-schakelaar uit
- Gebruik het gat in het multifunctionele gereedschap om de naald vast te houden.
- Maak de schroef in de naaldklem los met de schroevendraaier.
- Verwijder de naald.
- Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan.
- Draai de schroef vast met de schroevendraaier.

De naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Om er zeker van te zijn dat u een kwaliteitsnaald gebruikt, raden we naalden aan van systeem 130/705H. Bij de naalden die bij uw machine worden geleverd, zitten naalden van de meest gebruikte afmetingen voor het naaien met geweven en elastische stoffen.
Universele naald (A)
Universele naalden hebben een licht afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.
Stretchnaald (B)
Stretchnaalden hebben een speciale las om overgeslagen steken te verwijderen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, fleece, synthetische suède en kunstleer. Gemarkeerd met een gele streep.
Denimnaald (C)
Denimnaalden hebben een scherpe punt om door dicht geweven stoffen te prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim, microfi ber. Gemarkeerd met een blauwe streep.
Zwaardnaalden (D)
De zwaardnaald heeft brede vleugels naast de naald om gaatjes in de stof te prikken bij het naaien van entredeux- en andere ajursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor een optimaal resultaat.
Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (1). Een beschadigde naald (2) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat er naalden breken of dat de draad afbreekt. Een kapotte naald kan ook de steekplaat beschadigen.

Er zijn tegenwoordig veel garens te koop die zijn ontwikkeld voor verschillende doeleinden.
Universeel naaigaren
Universeel naaigaren is gemaakt van synthetisch materiaal, katoen of katoen met een polyesterlaagje. Dit type garen wordt gebruikt voor het naaien van kleding en werkstukken.
Borduurgaren
Borduurgaren is gemaakt van verschillende vezels: rayon, polyester, acryl of metallic. Deze garens geven borduurmotieven en ander decoratief naaiwerk een glad en glanzend effect.
Gebruik borduurgaren in de spoel bij het borduren.
Let op: A is u metallic of plat garen gebruikt om te borduren, hebt u waarschijnlijk een naald met een groter oog nodig en moet u de borduursnelheid verlagen. Rijg de naaimachine in met de spoel in verticale positie.
Transparant garen
Transparant garen, ook wel monofilament-garen genoemd, is enkeldradig helder synthetisch garen. Het wordt gebruikt voor quilten en ander decoratief naaiwerk. Rijg de naaimachine in met de spoel in verticale positie. Als u een spoel opwindt, spoel dan met lage snelheid en spoel tot de spoel halfvol is.
Pictogrampen
Gebruik een in lucht of water oplosbare markeerpen voor borduurwerk en Pictogrammen op alle typen stof. Na een paar uur verdwijnt de kleur. U kunt ook koud water gebruiken om de markeringen helemaal te verwijderen. Zorg ervoor dat alle markeringen zijn verwijderd voordat u de stof strijkt of wast met zeep of wasmiddel.

Scheurversteviging wordt gebruikt bij stevige geweven stoffen. Gebruik scheurversteviging onder de stof voor decoratief naaiwerk of span de versteviging op samen met de stof als u gaat borduren. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg.
Opstrijkversteviging
Opstrijkversteviging is een volledig stevige versteviging met een gladde kant die op de stof kan worden gestreken. Deze soort wordt aanbevolen voor jersey en alle soorten gevoelige stoffen. Strijk deze versteviging op de verkeerde kant van de stof voordat u begint met naaien of voordat u de stof in de borduurring spant. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg.
Knipversteviging
Knipversteviging scheurt niet, dus moet overtollig materiaal worden weggeknipt. Deze soort wordt aanbevolen voor jersey en alle soorten onstabiele stoffen en in het bijzonder voor borduren in de borduurring.
Wateroplosbare versteviging
Wateroplosbare versteviging wordt op de stof gelegd bij het versieren/ borduren van stoffen met een vleug of met lussen, zoals badstof. Bij opengewerkt borduren gebruikt u de versteviging onder de stof. Leg uw werk in water om overtollige versteviging op te lossen. De versteviging is verkrijgbaar in diverse dikten.
Versteviging die vanzelf uit elkaar valt
Dit is een stabiele, losjes geweven stof die wordt gebruikt voor technieken zoals opengewerkt borduurwerk en wanneer u een gehaakt randje aan de stofrand wilt maken. De versteviging verdwijnt met warmte.
Plakversteviging
Plakversteviging wordt gebruikt voor borduren in de borduurring wanneer de te borduren stof te kwetsbaar of te klein is om in de borduurring te spannen. Span de plakversteviging in de borduurring met de papieren kant omhoog. Verwijder het papier en plak het te borduren werkstuk op de versteviging. Scheur na het naaien de overtollige versteviging weg.
Sommige stoffen geven nog verf af waardoor de stoffen of uw naaimachine kunnen verkleuren. Het kan moeilijk of onmogelijk zijn om deze verkleuring te verwijderen.
Fleece- en denimstoffen in met name rood en blauw bevatten vaak overtollige verf.
Wanneer u vermoedt dat uw stof/ kledingstuk overtollige verf bevat, was het dan altijd voor voordat u het naait of borduurt om verkleuring te voorkomen.
USB-poort
Op de rechterkant van uw machine vindt u een USB-poort waar u de USB embroidery stick op aan kunt sluiten.
Bij uw machine wordt een USB embroidery stick geleverd. Bij levering staan er borduurmotieven en één borduurlettertype op de stick. Gebruik de stick om motieven van uw pc op te slaan en naar uw machine over te brengen.
Let op: Alleen originele HUSQVARNA VIKING® USB-borduursticks worden ondersteund.
Aansluiten op en loskoppelen van USB-poort
Steek de USB embroidery stick in de USB-poort op de rechterkant van uw machine. De USB-stekker kan slechts op één manier worden aangesloten – steek hem niet met kracht in de poort!
Om de USB embroidery stick te verwijderen, trekt u de stick er voorzichtig recht uit.
De USB embroidery stick gebruiken
Een lampje op het uiteinde van de stick geeft aan dat de USB embroidery stick correct is aangesloten. Tijdens het laden van de stick, knippert het lampje.
Let op: Verwijder de USB embroidery stick niet tijdens het laden, aanpassen of naaien van een motief.
U kunt de USB embroidery stick die bij de machine wordt geleverd in de machine laten zitten wanneer u de beschermkap erop doet. Zorg ervoor dat de bescherming van de USB stick omlaag wijst.

Maak lettertypebestanden (.vf3) voor uw HUSQVARNA VIKING® DESIGNER TOPAZ™ borduurmachine vanuit de meeste TrueType®- of OpenType®-fonts op uw computer.
5D ^TM Organizer
Vind uw borduurmotieven en afbeeldingen in een handomdraai. Bekijk ze in verschillende afmetingen en print ze uit als hele werkbladen of als mini-afbeeldingen. U kunt uw motieven converteren naar de bekendste borduurformaten, naar afbeeldingen of een bureaubladachtergrond voor uw computer.
Uw software installeren
Als u andere HUSQVARNA VIKING® 5D™ Embroidery System software bezit, moet u mogelijk de 5D™ Embroidery System 9.2 (of hogere versie) Update installeren voordat u de Embroidery Machine Communication-software installeert. Voeg de HUSQVARNA VIKING® DESIGNER TOPAZ™ 30 of 20 naai- en borduurmachine dan uit de Machine Manager toe in 5D™ Configure, zoals staat beschreven in Stap 4.
- Zorg ervoor dat u op uw computer bent ingelogd met een gebruikersnaam die beheerdersrechten heeft en installeer dan de software van de bijgeleverde cd (bevestigd op de achterkaft van deze gebruiksaanwijzing).
- Doe uw CD in het station. In Windows® 7/ Vista kan er een AutoPlay-bericht verschijnen dat vraagt wat u met de cd wilt doen. Klik op de optie om Menu.exe uit te voeren. Selecteer de gewenste taal en selecteer de optie 'Embroidery Machine Communication-software installeren' uit het menu.
- Volg de instructies van de Installation Wizard op. Wanneer u wordt gevraagd uw Installatiecode in te voeren, voert u het volgende nummer in: 9200.
- Selecteer uw type machine onder MyMachines in de 5D™ Confi gure Wizard: HUSQVARNA VIKING® DESIGNER TOPAZ™ 30 of 20. Selecteer onder Verzenden 1 of Verzenden 2 HUSQVARNA VIKING® DESIGNER TOPAZ™ 30 of 20, USB Embroidery Stick.
Let op U vindt meer gedetailleerde informatie over installatie in de startershandleiding van het 5D™ Embroidery System, in de map 'UserGuides' op de cd. Uw installatie-cd heeft een optie Stuurprogramma's installeren. Dat is echter niet nodig voor de HUSQVARNA VIKING® DESIGNER TOPAZ™ borduurmachine.
Uw 5D ^TM software registreren
Als het installeren van de software is voltooid, kunt u ervoor kiezen uw software te registreren door op Registreren te klikken in het menu. Maak een account aan en voer uw gegevens in om 5D™ nieuwsbrieven te ontvangen over onderwerpen die u interesseren.
Belangrijk!
Tijdens de registratieprocedure krijgt u een optie om in te vullen welke naai- en borduurmachine(s) u bezit. Dit is GEEN product- of garantieregistratie. De machinegegevens die hier worden ingevoerd, worden alleen gebruikt om de 5D™ Software-nieuwsbrieven af te stemmen op uw interesses. Voor de registratie van het product en de garantie, gaat u naar de HUSQVARNA
VIKING® website op www.husqvarnaviking.com.
Om de registratie later uit te voeren, kunt u op ieder gewenst moment de toets Registreren selecteren in 5D™ Configure.
De programma's openen
Snelkoppelingen op het bureaublad
- Dubbelklik op de snelkoppeling naar de programmamap van het 5D™ Embroidery System. Er verschijnt een lijst met programma's.
- Dubbelklik op 5D ^TM Organizer, 5D ^TM QuickFont of 5D ^TM Configure om dit te starten.
Gebruik eventueel het startmenu voor het openen van modules onder Start, Programma's, 5D™ Embroidery System.
PDF- gidsen bekijken en afdrukken
Om alle referentie- en voorbeeldgidsen voor uw 5D™ Embroidery System-software te vinden, gaat u naar Start, Alle Programma's, 5D™ Embroidery System en kiest u vervolgens referentiehandleidingen of voorbeeldgidsen. Kies de map die u nodig hebt en selecteer dan de gewenste PDF-gids. Als er Adobe Acrobat op uw computer staat, kunt u het betreffende .pdf-bestand openen door op de naam ervan te dubbelklikken. Om Acrobat Reader te installeren, plaatst u de 5D™ Embroidery System-cd in de computer en selecteert u die optie uit het weergegeven menu.
Uw machine updaten
Raadpleeg de website www.husqvarnaviking.com en/ of uw plaatselijke erkende HUSQVARNA VIKING®-dealer voor updates en upgrades voor uw machine en de gebruiksaanwijzing.
Update-instructies
- Ga naar de HUSQVARNA VIKING®-website op www.husqvarnaviking.com en zoek uw naaimachine op. Hier vindt u de updates die beschikbaar zijn voor uw machine.
- Download de update-software op uw USB embroidery stick, volgens de instructies op de website.
- Zorg dat uw machine uit staat. Sluit de USB embroidery stick met de nieuwe softwareversie aan op de USB-poort van uw machine.
- Houd de toets Naaldstop omhoog/ omlaag en de achteruitnaitoets tegelijkertijd ingedrukt. Houd deze twee toetsen goed ingedrukt en zet uw machine aan.
- De nieuwe softwareversie wordt automatisch geïnstalleerd. Laat de toetsen los wanneer de LED naast de achteruitnaaitoets begint te knipperen.
- Het updaten kan enkele minuten duren. Het grafische display is leeg terwijl de LEDs naast de achteruitnaaitoets en twee andere toetsen in verschillende combinaties knipperen.
- Wanneer de update is voltooid, start de machine automatisch opnieuw. Controleer het nummer van de softwareversie in het SET Menu.
Let op: A is de update niet met succes is voltooid, knipperen de LEDs naast de achteruitnaaitoets en twee andere toetsen tegelijkertijd. Zet de machine uit en begin het updaten opnieuw. Neem contact op met uw erkende dealer als het probleem blijft bestaan.
Functietoetsen




1. Naaldstop boven/onder
IN DE NAAIMODUS: Druk op deze toets om de naald omlaag of omhoog te bewegen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd.
De bovenste LED naast de toets brandt wanneer naald omhoog is ingeschakeld en de onderste LED brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld.
Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Als zowel de naald als de naaivoet in de hoogste stand staan, gaat alleen de naaivoet omlaag wanneer u de eerste maal op het voetpedaal tikt. Tik opnieuw op het voetpedaal om ook de naald omlaag te brengen.
IN DE BORDUURMODUS: Als er geen borduurring is bevestigd, brengt de borduureenheid de borduurarm naar de parkeerpositie wanneer u Naaldstop omhoog/ omlaag selecteert. Als een borduur-ring is bevestigd, brengt de machine de borduurring vooruit, naar u toe, om de draden eenvoudig af te kunnen snijden (zie pagina 64).

2. Sensorvoet Omhoog en Extra hoog
Met deze toets wordt de naaivoet omhoog gebracht. Druk nogmaals op de toets om de naaivoet naar een extra hoge stand te brengen zodat u makkelijk zware of pluizige stoffen en tussenlagen onder de naaivoet kunt plaatsen en verwijderen.

3. Sensorvoet omlaag en draaistand
IN DE NAAIMODUS: Druk op Sensorvoet omlaag en draaien; de naaivoet wordt helemaal omlaag gebracht en de machine houdt de stof stevig vast. Druk nogmaals op Sensorvoet omlaag om de naaivoet omhoog te brengen tot de draaistand of tot een stand waarbij de naaivoet vlak boven de stof "zweeft" om beter te kunnen plaatsen.
De naaivoet wordt automatisch omlaag gebracht wanneer u met naaien begint. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen.
Wanneer u stopt met de naald in de laagste positie, wordt de naaivoet automatisch omhoog gebracht naar de draaistand. Deze functie kan worden uitgeschakeld in het SET Menu, zie pagina 28. IN DE BORDUURMODUS: Druk op de toets Sensorvoet omlaag om de naaivoet omlaag te brengen in de "zwevende" borduurpositie.

4. Stop
IN DE NAAIMODUS: STOP wordt gebruikt om een steek te beëindigen of om slechts één onderdeel van de steek te naaien. Uw naaimachine hecht de draad af en stopt automatisch wanneer één steekonderdeel of stekenprogramma is voltooid. De LED naast de toets brandt wanneer STOP is ingeschakeld. STOP wordt geannuleerd nadat u de functie hebt gebruikt. Druk opnieuw op de toets als u de functie weer wilt inschakelen.
STOP wordt ook gebruikt om de stop- of trenssteek even groot te herhalen.
Tip: als u de STOP-functie meerdere malen achter elkaar wilt herhalen voor een steekeenheid, kunt u de steek in een programma opslaan met een STOP aan het einde (zis programmeren, pagina 37).
IN DE BORDUURMODUS: Bij het borduren is STOP automatisch ingeschakeld en stopt de machine bij kleurwissels. Druk op STOP om stops voor kleurwissels te verwijderen en een borduurmotief in één kleur te maken (zie pagina 64). De LED naast de toets brandt wanneer STOP is ingeschakeld.

5. Snelheid
IN DE NAAIMODUS: Alle steken van uw naaimachine hebben een vooraf ingestelde, aanbevolen naaisnelheid. Druk op de toets SPEED (snelheid) of, op het model 30: Druk op SPEED+ of SPEED- om de naaisnelheid
te verhogen of te verlagen. Model 20 heeft drie snelheidsniveaus en model 30 heeft vijf snelheidsniveaus. Het snelheidsniveau staat aangegeven op het display. U kunt geen hogere snelheid selecteren dan de maximumsnelheid voor de geselecteerde steek.
IN DE BORDUURMODUS: Ieder steektype in een motief heeft een vooraf ingestelde maximumsnelheid waarmee hij kan worden genaaid. Om de snelheid te verminderen als u speciale garens gebruikt, drukt u op de SPEED-toets of, op model 30, op SPEED-. Om de snelheid weer te verhogen, drukt u opnieuw op de SPEED-toets, of op model 30, op SPEED+.



6. FIX
IN DE NAAIMODUS: Met de toets FIX kunt u de steek aan het begin en/ of aan het eind vastzetten. De LED naast de toets brandt wanneer FIX is ingeschakeld. Druk op de FIX-toets om de functie uit te schakelen.
De FIX-functie wordt automatisch ingeschakeld wanneer er een steek wordt geselecteerd of wanneer STOP, de selecteerbare draadafsnijder* of Steek opnieuw beginnen* is gebruikt. U kunt de automatische FIX-functie uitzetten in het SET Menu, zie pagina 28. Er worden geen afhechtsteken genaaid, tenzij u de FIX-toets selecteert op uw machine.
De FIX-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 38).
IN DE BORDUURMODUS:Druk op FIX om een rijgsteek rond het te borduren gebied te naaien (zie pagina 64).

7. Achteruit
Als u op de toets drukt tijdens het naaien, naait de machine achteruit totdat u de toets weer loslaat. Daarna naait uw naaimachine vooruit. De LED naast de toets brandt wanneer "achteruit" is ingeschakeld.
Druk eenmaal op de toets voordat u begint te naaien als u permanent achteruit wilt naaien. Uw naaimachine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt.
Achteruitnaaien wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, trenzen, stopsteken en taperingsteken* om tussen delen van de steken heen en weer te gaan.

8. Start/Stop
IN DE NAAIMODUS: Druk op deze toets om de machine zonder het voetpedaal te starten en te stoppen. Druk eenmaal op START/ STOP om te beginnen met naaien en druk er opnieuw op om te stoppen met naaien.
IN DE BORDUURMODUS: Druk op Start/ Stop om te beginnen met borduren en druk er opnieuw op om te stoppen. Uw machine stopt automatisch bij kleurwissels en wanneer het borduurmotief is voltooid.
* Alleen op model 30

9. Selecteerbare draadafsnijder (Alleen op model 30)
IN DE NAAIMODUS: Druk op de toets van de Selecteerbare draadafsnijder en uw naaimachine hecht de draden af, snijdt de boven- en onderdraad af, brengt de naald en de naaivoet omhoog en activeert de FIX-functie voor de volgende start. Om draden aan het einde van een steek of steekprogramma af te snijden, drukt u op Selecteerbare draadafsnijder tijdens het naaien. De LED naast de toets gaat knipperen om aan te geven dat de draden moeten worden afgesneden. Wanneer de steek of het steekprogramma is voltooid, worden de boven- en onderdraad afgesneden.
De selecteerbare draadafsnijder-functie kan worden geprogrammeerd (zie pagina 38).
Let op: Uw machine snijdt de draden automatisch af nadat u een sensor-knoopsgat of een oogje hebt genaaid. De automatische selecteerbare draadafsnijder kan worden uitgeschakeld in het SET Menu, zie pagina 29.
IN DE BORDUURMODUS: Snijdt de boven- en onderdraad af en brengt de naaivoet omhoog. De bovendraad wordt alleen automatisch afgesneden bij een kleurwissel. Als het motief is voltooid, worden zowel de boven- als onderdraad automatisch afgesneden.
Overzicht aanraakscherm
- Weergave afwisselen
- +/- toetsen voor het aanpassen van steken en motieven
- Wissen
- Stekenselectietoetsen
- Exclusive SEWING ADVISOR™
15.Stofkeuze
16.Naaitechniek - Borduurringopties
- Motief roteren
- Borduurinfotoets
- Steek voor steek door het motief –
- Steek voor steek door het motief +
- OK/ Hoekcontrole
- Pijltoetsen
- Kleur voor kleur door het motief –
- Kleur voor kleur door het motief +
- Stekenmenu/ Motief laden
- Lettertypemenu
- Verander lettertypen naar hoofdletters, kleine letters of cijfers
- Opslaan in My Stitches
- Programmeermodus
- SET Menu
- Steek opnieuw beginnen (Alleen op model 30)
- Verticaal spiegelen (Alleen op model 30)
- Horizontaal spiegelen


SET Menu
U kunt de bestaande machine-instellingen veranderen en handmatige aanpassingen maken aan de automatische functies van het SET Menu. Open het menu met de toets SET Menu en selecteer de instelling die u wilt aanpassen met de pijltoetsen omhoog/omlaag. Zet met de OK-toets een X in het vakje om de functie in te schakelen. Druk opnieuw op de OK-toets om het vakje leeg te maken als u de functie wilt wissen. Gebruik de pijltoetsen links en rechts om de cijferinstellingen te veranderen. Druk opnieuw op de toets SET menu om het SET Menu te verlaten.
Let op: Wanneer een nummer op de standaardwaarde staat, zijn de cijfers zwart. Als u het nummer verandert, komen de cijfers tegen een zwarte ondergrond te staan.
Draadspanning
Uw machine stelt automatisch de beste draadspanning in voor de geselecteerde steek en stof. Gebruik de pijltoetsen links/ rechts als u de draadspanning moet aanpassen.
In de naaimodus hebben de wijzigingen alleen effect op de geselecteerde steek. Indien een andere steek of dezelfde steek opnieuw wordt geselecteerd, wordt de waarde teruggezet op de standaardwaarde. In de borduurmodus wordt de waarde op de standaardwaarde gezet wanneer een nieuw motief wordt geladen. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde wanneer u de machine uitzet.
Persvoetdruk (alleen in de naaimodus)
Gebruik de pijltoetsen links/ rechts als u de persvoetdruk wilt aanpassen voor de geselecteerde steek. De waarde kan worden aangepast tussen 0 en 8,5 in stappen van 0,5. Uw handmatige instelling wordt gewist wanneer u een andere steek kiest of de machine uitzet.
Let op: Wanneer u een steek of programma opslaat in My Stitches, wordt ook de instelling van de persvoetdruk opgeslagen.
Draaihoogte
Als Free Motion is ingeschakeld in de borduurmodus, kunt u de hoogte van de draaipositie van de naaivoet instellen. De zweef-/draaihoogte kan worden verhoogd of verlaagd in 15 stappen met de pijltoetsen links/ rechts. Uw instelling voor de huidige modus blijft opgeslagen, zelfs wanneer de machine wordt uitgezet.
Sensorvoet auto (alleen in de naaimodus)
Gebruik de OK-toets om de automatische draaifunctie in te schakelen die de naaivoet omhoog brengt wanneer u stopt met de naald naar beneden. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde wanneer u de machine uitzet.
FIX auto (alleen in de naaimodus)
Gebruik de OK-toets om de automatische FIX-functie in het begin van iedere steek aan of uit te zetten. Uw instelling blijft opgeslagen, zelfs wanneer de machine wordt uitgezet.

Machine SET menu, naaimodus

Machine SET menu, naaimodus
Selecteerbare draadafsnijder(Alleen op model 30)
De Selecteerbare draadafsnijder snijdt automatisch de draden af en de naaivoet gaat omhoog nadat een sensorknoopsgat of oogje is genaaid, bij kleurwissels of wanneer een borduurmotief is voltooid. Druk op de OK-toets om deze functie uit te schakelen. De instelling wordt teruggezet op de standaardwaarde wanneer u de machine uitzet.
Tweelingnaald
Als u een tweelingnaald gebruikt, stelt u de grootte van de naald in om de breedte van alle steken te beperken en te voorkomen dat de naald breekt. U kunt de tweelingnaaldfunctie in- of uitschakelen met de OK-toets en de pijltoetsen links/ rechts gebruiken om de grootte van de tweelingnaald in te stellen. Uw instelling blijft opgeslagen, zelfs wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken.
Let op: U kunt de grootte van de tweelingnaald niet instellen als de steekbreedtebeveiliging aan staat en u kunt de steekbreedtebeveiliging niet aanzetten als de machine is ingesteld op een tweelingnaald.
Steekbreedtebeveiliging
Gebruik de OK-toets om de Steekbreedtebeveiliging aan te zetten wanneer u een steekplaat voor rechte steken of een naaivoet voor rechte steken gebruikt. De steekbreedte wordt beperkt tot nul voor alle steken om schade aan de naald, de naaivoet en de steekplaat te voorkomen. De instelling wordt opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken.
Om uit de vrije hand (Free motion) te naaien met de bijgeleverde borduur-/ stopvoet R of met een andere optionele Free Motion Floating-naaivoet, moet u de machine in de modus Free Motion zwevend zetten. In de naaimodus wordt de aanbeveling voor het verzinken van de transporteur ingeschakeld. De instelling blijft behouden wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken.
Let op: U kunt de machine niet op Free Motion zwevend zetten als Free Motion verend is ingeschakeld en omgekeerd.
Free Motion verend\*\*
Als u één van de optionele Free Motion verend-naaivoeten gebruikt, moet u de machine in de modus Free Motion verend zetten. In de naaimodus wordt de aanbeveling voor het verzinken van de transporteur ingeschakeld. De instelling blijft behouden wanneer de machine wordt uitgezet. Een pop-up herinnert u aan de instelling wanneer u de machine aanzet. Sluit het pop-upbericht door op OK te drukken.

Machine SET menu, naaimodus
\*Free Motion Zwevende
Wanneer u uit de vrije hand naait met een lage snelheid, gaat de voet omhoog en omlaag met iedere steek om de stof op de steekplaat vast te houden terwijl de steek wordt gevormd. Wanneer u met hoge snelheid naait, zweeft de voet tijdens het naaien over de stof. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst. Alle steken kunnen in de modus Naaien uit de vrije hand worden genaaid.
\*\*Free Motion Verend
De Free Motion Verend-naaivoet volgt de op- en neergaande beweging van de naald met behulp van de veer en de arm op de naaivoet. De tanden van de transporteur moeten helemaal zijn verzonken en de stof wordt met de hand verplaatst. Het wordt aanbevolen om de steekbreedtebeveiliging aan te zetten voor naaivoeten die alleen zijn bedoeld voor het naaien van rechte steken.
Knoopsgatbalanceren (alleen in de naaimodus)
Als de eenstaps knoopsgatsensorvoet niet is aangesloten of als u steeknummer 1:25 selecteert, worden de kolommen van de knoopsgatsteek in verschillende richtingen genaaid. Op sommige stoffen kunnen de kolommen daardoor een verschillende dichtheid krijgen. Gebruik de toetsen links/ rechts om de dichtheid te balanceren tussen -7 en 7. De veranderingen hebben alleen invloed op de geselecteerde steek. Indien een andere steek of dezelfde steek opnieuw wordt geselecteerd, wordt de waarde teruggezet op de standaardwaarde.
Automatisch sprongsteken afsnijden (alleen in de borduurmodus op model 30)
Model 30 is voorzien van de functie Automatisch sprongsteken afsnijden. Dankzij deze functie hoeft u geen draden meer af te knippen wanneer het borduurmotief klaar is. Druk op de OK-toets om deze functie aan of uit te schakelen. De standaardinstelling is aan. Terwijl u borduurt, snijdt de machine de bovenste sprongsteekdraad af en trekt het draaduiteinde naar de onderkant van de stof.
Let op: De machine snijdt ook de draad af nadat u met een nieuwe kleur bent begonnen. Houd het uiteinde van de draad vast wanneer u doorgaat met borduren, zodat u het stukje draad eenvoudig kunt verwijderen nadat het is afgesneden.
Niet alle motieven zijn geprogrammeerd voor Automatisch sprongsteken afsnijden. Afsnij-opdrachten voor sprongsteken kunnen aan ieder motief worden toegevoegd met de 5D™ software.

In sommige borduurmotieven die u koopt kunnen afsnij-opdrachten staan. Om te controleren of er afsnij-opdrachten in een motief zitten, kunt u het motief openen in 5D™ Stitch Editor en zoeken naar het
symbool voor de afsnij-opdrachten.
Let op: A is de voor- en achterkant van uw borduurmotief zichtbaar zullen zijn, zet Automatisch sprongsteken afsnijden dan uit en knip de draden met de hand af.
My Hoops (Alleen in de borduurmodus)
Gebruik de rechter pijltoets om een menu te openen waarin u kunt instellen welke borduurringen u bezit. Gebruik de OK-toets om een borduurring te selecteren of te deselecteren. Wanneer u een motief laadt, selecteert uw machine automatisch de kleinste borduurring waar het motief in past uit de borduurringen die u hebt ingesteld. Als geen of alle borduurringen zijn geselecteerd in de lijst My Hoops, kunt u uit alle borduurringen kiezen in de borduurmodus. Druk op de linker pijltoets om terug te keren naar het SET Menu.

Machine SET menu, naaimodus

Machine SET menu, borduurmodus

Menu My Hoops selecties
Hoorbaar alarm
Zet alle alarmgeluiden van de machine aan of uit. De standaardinstelling is aan. De instelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Contrast
Pas het contrast van het grafisch display aan met de pijltoetsen links/ rechts. De waarde kan worden ingesteld tussen -20 en 20 in stappen van 1. De instelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Taal
Gebruik de pijltoetsen links/ rechts om de taal van alle tekst in uw machine te veranderen. De taalinstelling blijft ook opgeslagen wanneer de machine wordt uitgezet.
Softwareversie
De huidige geladen softwareversie van de naaimachine wordt weergegeven.

Machine SET menu, naaimodus
2. Naaimodus
De naaimodus is de eerste weergave op het display nadat u de machine aanzet wanneer de borduureenheid niet is aangesloten. Hier vindt u de basisinformatie die u nodig hebt om te beginnen met naaien. Dit is ook het menu waarin u de instellingen van uw steek aanpast. Standaard is de rechte steek geselecteerd.
Overzicht naaimodus
- Naaisnelheid aangegeven door drie of, voor model 30, vijf niveaus.
- De stof en naaitechniek die op de Exclusive SEWING ADVISORTM functie zijn geselecteerd.
- Geselecteerd steeknummer
- Steekgebied
5.Steeklengte/ dichtheid
6.Steekbreedte/ naaldpositie
Aanbevelingen – naaien
Afhankelijk van de stof en de naaitechniek die zijn geselecteerd op de Exclusive SEWING ADVISORTM functie, verschijnen er verschillende aanbevelingen op het grafi sche display.
- Aanbevolen naald voor de geselecteerde stof. Als tweelingnaald is ingeschakeld, wordt de geselecteerde tweelingnaaldmaat getoond.
- Aanbeveling om een glijplaatje onder de naaivoet te gebruiken.
- Aanbevolen naaivoet voor de geselecteerde steek en stof.
- Aanbeveling om versteviging onder uw stof te gebruiken.
- Aanbeveling om de transporteur te verzinken.
- Aanbeveling om het multifunctionele gereedschap/ knopenhulpstuk te gebruiken bij het aanzetten van een knoop.
- Aanbeveling voor knoopsgat met inlegdraad.


Een steek selecteren
Druk op de toets van het stekenmenu om een stekenmenu te selecteren. Gebruik de pijltoetsen om een menu te selecteren:
- Nuttige steken
- Quiltsteken
- Decoratieve steken
- Decoratieve steken
U. Mijn steken.
De naam en het nummer van het geselecteerde menu staan onderaan het display. De steken staan afgebeeld in het deksel van uw machine met de menunummers links en de steeknummers binnen de menu's in het midden.
Wanneer u het menu hebt geselecteerd, drukt u op het nummer van de steek die u wilt gebruiken met de stekenselectietoetsen. Als u op OK drukt, wordt de eerste steek van het geselecteerde menu geselecteerd (steeknummer 10). Druk opnieuw op de toets van het stekenmenu om het selectiemenu te sluiten zonder een selectie te maken.
De steken 0-9 zijn in alle stekenmenu's hetzelfde. Als u eenmaal op één van de stekenselectietoetsen drukt, selecteert u meteen de steek die op die toets staat afgebeeld, los van het geselecteerde stekenmenu.
Door snel achter elkaar op twee cijfers te drukken, kunt u een steek van 10 en hoger selecteren van het geselecteerde stekenmenu. Als het steeknummer niet bestaat in het menu, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek.
Het geselecteerde stekenmenu en het geselecteerde steeknummer zijn te zien op het display in de naaimodus. Om een andere steek te selecteren in hetzelfde menu, drukt u gewoon op het nummer van de steek of gebruikt u de pijltoetsen links en rechts om steek voor steek te stappen in nummervolgorde. Om een steek te selecteren in een ander menu, moet u eerst het stekenmenu veranderen en dan de steek selecteren.

Een lettertype selecteren
Druk op de toets van het lettertypemenu om dat menu te openen op het grafische display. Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren:
Model 20: Block, Cyrillic alfabet, Hiragana alfabet.
Model 30: Block, Brush Line, Script, Cyrillic alfabet, Hiragana alfabet.
Druk op de OK-toets. Dit opent automatisch de modus voor het programmeren van letters, zie pagina 37.


Model 30, Lettertypemenu
Exclusive SEWING ADVISOR™
Uw naaimachine is voorzien van de Exclusive HUSQVARNA VIKING® SEWING ADVISORTM functie. De Exclusive SEWING ADVISORTM functie stelt automatisch de beste steek, steeklengte, steekbreedte, draadspanning, naaisnelheid en sensorvoetdruk in voor uw project. De steek wordt weergegeven op het scherm met aanbevelingen voor de naaivoet en de naald. Druk op de toetsen voor het gewenste stoftype en de gewenste naaitechniek.
Stofkeuze
Geweven of gebreid
Het verschil tussen geweven en gebreide stoffen is de manier waarop de draden samen zijn gebracht. Geweven stoffen zijn gemaakt van twee draadsystemen, schering in de lengte en inslag in de breedte, die elkaar met rechte hoeken snijden. Een gebreide stof is gemaakt van één draadsysteem met dooreengevlochten steken. Een gebreide stof heeft gewoonlijk rek.
Als algemene regel voert u Geweven in voor stabiele stoffen die geen rek hebben en Elastisch voor stoffen die wel rek hebben.

A GEWEVEN, DUN: chiffon, organza, batist, zijde, dunne wollen stoffen, enz.

B GEWEVEN, NORMAAL: calicot, quiltstoffen, wollen crêpe, laken, enz.

C GEWEVEN, DIK: spijkerstof, wollen stof voor kostuums en mantels, canvas, badstof, quiltlagen met tussenlaag, enz.

D ELASTISCH, DUN: charmeuse, nylon, tricot, enkelvoudig gebreide jerseys, enz.

E ELASTISCH, NORMAAL: dubbel gebreide jerseys, velours, zwemkleding, enz.

F ELASTISCH, DIK: voor sweatertricot, fl eece, enz.

G LEER EN VINYL: suède, leer, vinyl en kunstleer.
Naaitechniek

1 NAAIEN: naait twee stukken stof aan elkaar.

2 AFWERKEN: werkt de randen van de stof af om rafelen te voorkomen en ervoor te zorgen dat de stof plat blijft.

3 NAAIEN/AFWERKEN: het naaien en afwerken van de naden vindt in één keer plaats.

4 RIJGEN: het tijdelijk naaien voor het in elkaar zetten van kledingstukken, het maken van plooien en doorslaan. De Exclusive SEWING ADVISOR™ functie stelt automatisch een lange steeklengte in en vermindert de spanning zodat de draden eenvoudig kunnen worden verwijderd of aangetrokken voor rimpelen.

5 BLINDZOMEN: zorgt voor een onzichtbare zoom in kledingstukken. Niet geschikt voor lichte stoffen of voor leer/ vinyl.

6 ZOMEN: selecteert de beste zichtbare of doorgestikte zoom voor uw stoftype en -gewicht.

7 KNOOPSGAT: de Exclusive SEWING ADVISORTM functie selecteert het beste knoopsgat voor uw stof.

Let op: A Is u een ongeschikte combinatie hebt geselecteerd (bijvoorbeeld Geweven, dun – Blindzomen) geeft de machine een piep en blijft de techniek ongeselecteerd.

Geweven stof Gebreide stof

Uw machine stelt automatisch de beste instellingen in voor iedere geselecteerde steek. De veranderingen zijn te zien op het grafische display. U kunt uw eigen aanpassingen aan de geselecteerde steek maken met de toetsen + of - onder de instellingen.
De instelling heeft alleen invloed op de geselecteerde steek. Uw veranderde instellingen worden teruggezet op standaard wanneer u een andere steek selecteert. De veranderde instellingen worden niet automatisch opgeslagen wanneer u de machine uitzet. U kunt de aangepaste steek opslaan in My Stitches, zie pagina 40.
Let op: Wanneer de waarde voor steeklengte/-breedte/-dichtheid of de naaldpositie op de standaardwaarde is ingesteld, zijn de cijfers zwart. Als u het nummer verandert, komen de cijfers tegen een zwarte ondergrond te staan. Wanneer u probeert de minimum- of maximuminstellingen te overschrijden, hoort u een piep.
Steeklengte (1)
Vergroot of verklein de steeklengte met de toets + of -.
Als u een zigzagsteek of een decoratieve steek verlengt, wordt de hele steek langer. Als u een cordonsteek verlengt waarvan de dichtheid kan worden aangepast, wordt de hele steek langer, maar blijft de dichtheid hetzelfde.
Steekbreedte (2)
Vergroot of verklein de steekbreedte met de toets + of -.
Steekdichtheid (3)
Als u een knoopsgat hebt geselecteerd, staat op het grafisch display de dichtheidsinstelling in plaats van de lengte-instelling van de steek. Nu kunt u de dichtheidsinstelling veranderen met de toetsen + en -.
Als u op de toets Weergave afwisselen drukt, toont het grafisch display de dichtheidsinstelling voor cordonsteken. Gebruik de toetsen + en - om de instelling te veranderen.
Let op Dit wordt vaak gebruikt bij speciaal garen en als voor een minder dichte cordonsteek wordt gekozen.
Naaldpositie (4)
Als een rechte steek is geselecteerd, verschijnt de naaldpositie op het grafische display in plaats van de steekbreedte. De toetsen + en - worden gebruikt om de naald naar links of naar rechts te brengen in 29 posities.
Model 30: Steekpositie
Met de functie Steekpositie van model 30 kunt u de naaldpositie van alle steken veranderen. Als u op de toets Weergave afwisselen drukt, wordt op het grafi sche display de naaldpositie getoond in plaats van de instellingen van de steekbreedte. Nu kunt u de naaldpositie veranderen naar links of naar rechts met de toetsen + en -. De naaldpositie kan niet verder worden veranderd dan tot de limiet van de maximum-steekbreedte. Het veranderen van de naaldpositie beperkt ook de mogelijkheid om de steekbreedte aan te passen.

Steekdichtheid – Steekdichtheid +

Verticaal spiegelen (Alleen op model 30)
Druk op deze toets om de geselecteerde steek verticaal te spiegelen. Als u op de toets drukt in de uitvoermodus voor stekenprogramma's, wordt het hele stekenprogramma gespiegeld. De verandering is zichtbaar op het grafi sche display en een pictogram geeft aan dat verticaal spiegelen is geselecteerd.

Horizontaal spiegelen
Druk op deze toets om de geselecteerde steek horizontaal te spiegelen. Als u op deze toets drukt wanneer er een rechte steek met linker naaldpositie is geselecteerd, wordt de naaldpositie veranderd van links naar rechts. Als u op de toets drukt in de uitvoermodus voor stekenprogramma's, wordt het hele stekenprogramma gespiegeld. De verandering is zichtbaar op het grafische display en een pictogram geeft aan dat horizontaal spiegelen is geselecteerd.
Let op: Sommige steken kunnen niet worden gespiegeld. Wanneer u probeert een steek te spiegelen die niet kan worden gespiegeld, hoort u een piep.

Steek opnieuw beginnen (Alleen op model 30)
Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met naaien, drukt u op Steek opnieuw beginnen om weer bij het begin van de steek te starten met naaien zonder dat u speciale instellingen die u eventueel had gemaakt opnieuw hoeft in te voeren.

De programmeerfunctie op uw machine maakt het mogelijk om steken aan te maken met uw eigen persoonlijke instellingen en om steken en letters te combineren in stekenprogramma's. U kunt tot 40 steken en letters toevoegen in hetzelfde programma. Sla uw eigen steken en programma's op in Mijn steken en roep ze op wanneer u wilt.
Alle steken in uw naaimachine zijn programmeerbaar, behalve knoopsgaten, stoppen, tapse steken*, knopen aannaaien en trenzen.
Een stekenprogramma aanmaken
- Druk op de toets PROG om de programmeermodus te openen.
- Het stekenmenu dat eerder was geselecteerd blijft behouden wanneer u naar de programmeermodus gaat. Om het stekenmenu te veranderen, drukt u op de toets Stekenmenu en selecteert u een ander stekenmenu met de pijltoetsen.
- Druk op het nummer van de steek die u wilt gebruiken. De steek verschijnt in de programmeermodus.
- Als u op het nummer van de volgende steek drukt, verschijnt die steek links van de steek die u het laatst hebt ingevoerd.
Let op: Boven het stekenprogramma aan de linkerkant van het grafisch display staan twee getallen. Het eerste getal is de positie van de geselecteerde steek in het programma. Het tweede getal, dat tussen haakjes staat, is het totale aantal steken van het programma. Het nummer boven het stekenprogramma aan de rechterkant van het grafische display is het nummer van de geselecteerde steek.
Letters toevoegen
- Druk op de toets Font Menu (lettertypemenu). Gebruik de pijltoetsen om een lettertype te selecteren en druk op OK. De machine geeft het alfabet in hoofdletters weer in de programmeermodus.
- Gebruik de pijltoetsen om een letter te selecteren en druk op OK om de letter aan het programma toe te voegen.
- Kies voor hoofdletters, kleine letters of cijfers door het indrukken van de daarvoor bestemde toets.
Letters programmeren
Zowel hoofdletters als kleine letters worden genaaid met een steekbreedte van 7 mm. Als er letters onder de basislijn van het programma gaan (zoals j, p, y), wordt de hoogte van de hoofdletters verminderd.
Alle tekst die op hetzelfde werkstuk moet worden genaaid, moet in hetzelfde programma staan om ervoor te zorgen dat alle letters met dezelfde hoogte worden genaaid.
Een naam en een adres moeten bijvoorbeeld in hetzelfde programma staan met een STOP achter de naam.

Programmeermodus

4.

6.
Husqvarna VIKING
"Husqvarna" en "VIKING" zijn apart geprogrammeerd.
Husqvarna VIKING
"Husqvarna" en "VIKING" staan in hetzelfde programma.
Steken of letters toevoegen op andere posities
Als u een steek of een letter wilt toevoegen op een andere positie in het programma, verplaatst u de cursor met de pijltoetsen. De steek of letter wordt rechts van de cursor ingevoegd.
Let op: Druk bij het programmeren van letters op de pijltoets omlaag om de cursor in het stekenprogramma te activeren in plaats van in het alfabet.
Dezelfde steek meerdere malen toevoegen
Als u dezelfde steek meerdere malen na elkaar wilt toevoegen, kunt u gewoon op de OK-toets drukken meteen nadat de eerste steek is ingevoegd. Dezelfde steek wordt, met alle eventuele aanpassingen die u eraan hebt gemaakt, steeds ingevoegd wanneer u op OK drukt.
U kunt ook de cursor verplaatsen om een andere steek te selecteren en op de OK-toets drukken. De steek of letter wordt nogmaals rechts van de cursor ingevoegd.
Steken of letters wissen
Om een steek van het programma te verwijderen, selecteert u de steek met de cursor door op de pijltoetsen te drukken en drukt u op de toets Clear (CLR).
Om het hele programma te wissen, verplaatst u de cursor naar links van de eerste positie en drukt u op de toets Clear (CLR). Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK.
Opdrachten toevoegen
De opdrachten FIX, STOP en Selecteerbare draadafsnijder* kunnen aan het programma worden toegevoegd. Elke opdracht neemt één geheugenplaats van het programma in.
Let op: Als AUTO FIX is ingeschakeld op uw machine, hoeft u geen FIX toe te voegen aan het begin van het programma.
Twee stekenprogramma's in één samenvoegen
U kunt een eerder opgeslagen programma toevoegen aan een nieuw programma in de programmeermodus. Druk op de toets Stekenmenu, selecteer Mijn steken en het programma dat u wilt toevoegen. Druk op OK en het programma wordt in de programmeermodus rechts van de cursor toegevoegd.
Een enkele steek of letter aanpassen
Om de instellingen van een enkele steek in een programma aan te passen, moet u de steek selecteren in de programmeermodus. U kunt de steekbreedte, steeklengte, dichtheid, naald- of steekpositie* aanpassen of de steek spiegelen. De instellingen voor de geselecteerde steek staan op het grafische display. Druk op de toets Weergave afwisselen om tussen verschillende instellingen te schakelen.


Opdrachten toevoegen

Een enkele steek of letter aanpassen
*Alleen op model 30
Het hele stekenprogramma aanpassen
In de naaimodus maakt u aanpassingen die invloed hebben op het hele programma en niet alleen op afzonderlijke steken. Druk op de toets PROG, op de Start/ Stop-toets of druk op het voetpedaal om de programmeermodus te verlaten en naar de naaimodus te gaan. In de naaimodus kunt u de breedte en de lengte aanpassen of het hele programma spiegelen.
Er zijn een aantal zaken die u moet weten bij het aanpassen van het stekenprogramma in de naaimodus.
De aanpassingen die u aan het programma maakt in de naaimodus, kunnen worden opgeslagen in My Stitches. Die aanpassingen kunnen echter niet terug worden gebracht naar de programmeermodus. Als u aanpassingen hebt gemaakt in de naaimodus en op de PROG-toets drukt om terug te gaan naar de programmeermodus, worden die veranderingen geannuleerd. Dat gebeurt ook als u een opgeslagen programma van My Stitches naar de programmeermodus laadt.
Als u een STOP, FIX of Selecteerbare draadafsnijder* hebt geprogrammeerd en het programma verticaal spiegelt*, veranderen de opdrachten net als de steken van positie. Dat geeft misschien niet het resultaat dat u verwachtte
Het stekenprogramma naaien
Wanneer u klaar bent met uw programma, drukt u op de toets My Stitches om het op te slaan (zie volgende pagina) of, als u nog in de programmeermodus bent, drukt u op de PROG-toets, op de Start/ Stop-toets of duwt u het voetpedaal in om naar de naaimodus te gaan.
Wanneer u het voetpedaal in de naaimodus indrukt, naait de machine uw stekenprogramma. Het programma wordt doorlopend genaaid als er geen STOP is geprogrammeerd. Druk op de STOP-toets om uw stekenprogramma slechts één keer te naaien.
U kunt bij iedere steek in het programma beginnen te naaien. Gebruik de pijltoetsen links/ rechts om door het programma te lopen in de naaimodus.

Naaimodus

Menu Mijn steken
Mijn steken is uw eigen persoonlijke menu waar u uw programma's of favoriete steken met persoonlijke instellingen kunt opslaan en oproepen.
Model 20 heeft 15 geheugens en model 30 heeft 20 geheugens.
Elk geheugen heeft ruimte voor maximaal 40 steken.
Een steek of een programma opslaan
Druk op de toets Mijn steken vanuit de programmeer- of de naaimodus. Daarmee wordt het menu Mijn steken geopend. Selecteer een leeg geheugen met de pijltoetsen omhoog/ omlaag. Bevestig uw selectie met de OK-toets. Als het geselecteerde geheugen niet leeg is, verschijnt er een pop-up die vraagt of u de steek/ het programma dat u eerder hebt opgeslagen wilt overschrijven. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op de OK-toets. Druk opnieuw op de toets Mijn steken om terug te keren naar de naaimodus of de programmeermodus.
Een opgeslagen steek of programma laden
Om een opgeslagen steek of programma te laden uit My Stitches, drukt u op de toets van het stekenmenu en opent u het menu My Stitches. Gebruik de pijltoetsen om de steek of het programma te selecteren en druk op OK. De steek/ het programma verschijnt in de naaimodus klaar om te worden genaaid.
Opgeslagen steken of programma's wissen
Om een steek of programma uit Mijn steken te wissen, drukt u op de toets Clear (CLR) wanneer de steek/ het programma is geselecteerd. Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK. Druk opnieuw op de toets My Stitches om terug te gaan naar het vorige menu.




Pop- upberichtenvoor het naaien
Spoelen op (model 20)
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer de spoelas naar rechts wordt geduwd en spoelen wordt ingeschakeld.
Spoelen op (model 30)
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer de spoelgeleider naar de spoel wordt geduwd en spoelen wordt ingeschakeld. Druk op de OK-toets om te starten/ stoppen met spoelen en gebruik de pijltoetsen links/ rechts om de spoelsnelheid aan te passen.
Naaivoet te hoog
Uw machine zal niet verder naaien als er teveel stof onder de naaivoet zit. Verwijder wat stof of gebruik een andere stof. Druk op de OK-toets of tik op het voetpedaal om de pop-up te sluiten.
Machine ingesteld op tweelingnaald
Wanneer u de machine in het SET-menu hebt ingesteld voor een tweelingnaald, verschijnt er een pop-up om u aan de instelling te herinneren wanneer u uw machine aanzet. Druk op de OK-toets of tik op het voetpedaal om de pop-up te sluiten.
Steekbreedte voor tweelingnaald beperkt
U krijgt dit bericht ook wanneer de machine is ingesteld voor een tweelingnaald en u de steekbreedte probeert aan te passen tot breder dan mogelijk is met de tweelingnaald. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Machine ingesteld op rechte steek
Dit bericht verschijnt wanneer steekbreedtebeveiliging aan staat en u de machine aanzet of probeert de steekbreedte aan te passen. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.





Deze steek kan niet met de tweelingnaald worden gemaakt
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer de machine is ingesteld voor een tweelingnaald en u een steek selecteert die niet met een tweelingnaald kan worden genaaid. Druk op de OK-toets om de pop-up te sluiten.
Deze steek kan niet worden genaaid met steekbreedtebeveiliging aan
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer de machine is ingesteld op steekbreedtebeveiliging en u een steek selecteert die breder is dan 0 mm.
Het knoopsgat opnieuw starten?
Als u een knoopsgat aan het naaien bent en stopt om de lengte-instelling aan te passen, krijgt u deze vraag zodra u weer begint te naaien. Als u "Ja" selecteert, start de machine opnieuw en naait het knoopsgat vanaf het begin met de nieuwe instellingen. Als u "Nee" selecteert, wordt de verandering geannuleerd en gaat de machine door met de rest van het knoopsgat met de vorige instellingen. Gebruik de pijltoetsen om "Ja" of "Nee" te selecteren en druk op de OK-toets.
Eenstaps-knoopsgatsensorvoet uitlijnen – "W itte gedeelte afstellen op witte lijn"
Wanneer u de stof voor het naaien van een knoopsgat onder de naaivoet legt, zou het wieltje van de eenstaps-knoopsgatsensorvoet kunnen worden bewogen. Een pop-upbericht vraagt u het witte gedeelte uit te lijnen met de witte marking op de naaivoet. Lijn de witte gedeelten uit en sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Eenstaps-knoopsgatsensorvoet aangesloten
De eenstaps-knoopsgatsensorvoet kan alleen worden gebruikt voor de knoopsgaten die worden aanbevolen voor de naaivoet. Als de eenstaps-knoopsgatsensorvoet is aangesloten en u een steek selecteert die niet met de naaivoet kan worden genaaid, verschijnt het volgende bericht wanneer u begint te naaien. Verwijder de naaivoet of selecteer een knoopsgat dat met de eenstaps-knoopsgatsensorvoet kan worden genaaid. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Machine gereed voor Free Motion voet
Dit bericht verschijnt wanneer de machine op Free motion Zwevende of Free Motion Verend staat ingesteld en u de machine aanzet. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.

Weinig onderdraad
Uw machine stopt wanneer het spoeltje bijna leeg is. Vervang de lege spoel door een volle en sluit de pop-up door op de OK-toets te drukken.
Let op: A is u het hele spoeltje leeg wilt maken, naait u gewoon verder zonder de pop-up te sluiten.
Verwijder draden onder de steekplaat en in het spoelhuis (alleen bij model 30)
Wanneer deze pop-up verschijnt, moet u al het garen en alle pluisjes uit het gedeelte onder de steekplaat verwijderen om ervoor te zorgen dat de selecteerbare draadafsnijder goed kan snijden. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Controleer de bovendraad
Uw machine stopt automatisch als de bovendraad op is of breekt. Rijg de bovendraad opnieuw in en sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.
Overbelasting hoofdmotor
Als u op zeer dikke stof naait of als de machine geblokkeerd raakt tijdens het naaien, kan de hoofdmotor overbelast raken. De pop-up sluit wanneer de hoofdmotor en de stroomtoevoer veilig zijn.
De steek kan niet worden geprogrammeerd
Dit bericht wordt getoond als u probeert een knoopsgat, trens, stopsteek of lapse steek* of de steek voor het aannaaien van knopen aan een programma toe te voegen. Alle steken in uw naaimachine zijn te programmeren, behalve deze. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
De steek kan niet worden opgeslagen
Dit bericht wordt getoond als u probeert een knoopsgat, trens, stopsteek of lapse steek* of de steek voor het aannaaien van knopen in Mijn steken op te slaan. Alle steken in uw machine kunnen in Mijn steken worden opgeslagen, behalve deze. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
*Alleen op model 30

Programma te lang om meer steken toe te kunnen voegen
Als u probeert meer dan 40 steken of letters in hetzelfde programma toe te voegen, verschijnt dit bericht. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Let op: A is u een FIX, STOP of een Selecteerbare draadafsnijder* toevoegt aan het programma, gebruiken die allemaal een geheugenruimte in het programma.
Programma verwijderen?
Dit pop-upbericht vraagt u om bevestiging wanneer u hebt gekozen dat u een heel programma wilt verwijderen in de programmeermodus. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK.
Opdrachtcombinatie is onjuist
Als u steken of letters programmeert en één van de opdrachten STOP, FIX of Selecteerbare draadafsnijder* probeert in te voegen in een stekenprogramma in een volgorde die niet is toegestaan, verschijnt dit bericht. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Commando's verwijderd uit programma
Als u probeert een eerder opgeslagen programma in een nieuw programma in te voegen of als u de functie voor verticaal spiegelen* gebruikt op het hele programma, kan het resultaat zijn dat de opdrachten in een volgorde worden gezet die niet is toegestaan. Om dat te voorkomen, worden de opdrachten uit het programma verwijderd. Sluit het pop-upvenster door op OK te drukken.
Overschrijven?
Als u ervoor kiest een steek of programma op te slaan in een geheugen dat niet leeg is, verschijnt dit bericht dat u vraagt of u de eerder opgeslagen steek/programma wilt overschrijven met de nieuwe. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op de OK-toets.
Verwijderen?
Dit bericht vraagt u om bevestiging wanneer u hebt geselecteerd dat u een steek of programma uit My Stitches wilt verwijderen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op de OK-toets.
*Alleen op model 30

3. Basis-naaitechnieken
Naad
Een naad naait twee stukken stof aan elkaar met een naadtoeslag die gewoonlijk wordt opengeperst. In de meeste gevallen worden de randen van de naadtoeslag afgewerkt met een afwerksteek voordat de naad wordt genaaid.
Naden in elastische stof moeten met de stof mee rekken. De stretchsteek maakt een elastische naad die geschikt is voor het aan elkaar naaien van stukken dunne elastische stof.

1:1 Rechte steek
Stof: geweven, normaal, doormidden geknipt
Selecteer: geweven normale stof en techniek Naaien (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert een rechte steek).
Gebruik: naaivoet A en naald maat 80, zoals aanbevolen.
Leg de rand van de stof tegen de naadgeleider van 15 mm.

1:2 Stretchsteek
Stof: elastisch, dun, doormidden geknipt
Selecteer: elastische, dunne stof en de techniek Naaien (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de elastische steek).
Gebruik: naaivoet A en stretchnaald maat 75, zoals aanbevolen.
Leg de rand van de stof tegen de naadgeleider van 10 mm.

Afwerken
De zigzagsteek in drie stappen is tot 6 mm breed en is geschikt voor alle soorten stof. Gebruik deze steek om af te werken, twee randen aan elkaar te maken, scheuren te repareren en voor andere speciale afwerkingen.
Gebruik kantsteekvoet J voor het afwerken.

1:13 Driestaps-zigzag
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de techniek Afwerken (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de driestaps-zigzag).
Gebruik: naaivoet J en de aanbevolen naald voor uw stof.
Laat de "teen" van de naaivoet de stof geleiden zoals op de afbeelding te zien is.

Naaien en afwerken
De naai-/ afwerksteek naait de naad en werkt de rand tegelijkertijd af. Er zijn een aantal verschillende naai-/ afwerksteken op uw naaimachine om het beste resultaat te leveren voor de stof die u hebt gekozen.

1:7 Afwerksteek
Stof: elastisch, dun of geweven, dun/ normaal, doormidden geknipt.
Selecteer: elastische, dunne of geweven, dunne/ normale stof en de techniek Naaien/ afwerken (De Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de afwerksteek).
Gebruik: naaivoet J en de aanbevolen naald voor uw stof.
Laat de "teen" van de naaivoet de stof geleiden zoals op de afbeelding te zien is.

1:8 Elastische stof naaien/afwerken
Stof: elastisch, dik, doormidden geknipt
Selecteer: elastische, dikke stof en de techniek Naaien/ afwerken (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de afwerksteek).
Gebruik: naaivoet B en stretch-naald maat 90, zoals aanbevolen.

1:10 Dubbele afwerksteek
Stof: geweven, dik, doormidden geknipt
Selecteer: geweven, dikke stof en de techniek Naaien/ afwerken (de Exclusive SEWING ADVISORTM- functie selecteert de dubbele afwerksteek).
Gebruik: naaivoet B en naald maat 80, zoals aanbevolen.

Rijgen
Rijgen is tijdelijk naaien om kledingstukken in elkaar te zetten, te rimpelen en door te slaan.
De Exclusive SEWING ADVISOR™-functie stelt automatisch een lange steeklengte in en vermindert de spanning zodat de draden eenvoudig kunnen worden verwijderd of aangetrokken voor rimpelen.
Leg de stoffen met de goede kanten op elkaar. Leg de stof onder de naaivoet met een naadtoeslag van 15 mm (5/8"). Naai langs de naad.
Trek aan de onderdraad om de steken te verwijderen.

1:15 Rijgsteek
Stof: Alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en rijgen. (De Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de rijgsteek)
Gebruik: naaivoet A en de aanbevolen naald voor uw stof.

Stoppen en verstellen
Een gaatje of scheurtje stoppen voordat het groter wordt kan een kledingstuk redden. Kies een dunne draad in een kleur die zo dicht mogelijk bij de kleur van uw kledingstuk in de buurt komt.
- Leg de stof onder de naaivoet.
- Begin te naaien boven het gat en er overheen.
- Druk op de achteruitnaitoets wanneer u over het gat heen bent. Naai verder. De machine naait 14 keer heen en weer over het gat en stopt dan.
- Om de steek te herhalen met dezelfde grootte, drukt u op de STOP-toets. Verplaats uw stof en duw het voetpedaal dan in om verder te naaien. De steek herhaalt dan het stopvierkant met dezelfde grootte en de machine stopt automatisch wanneer de steek klaar is.
1:21 Stopsteek
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en steek 1:21.
Gebruik: naaivoet A en de aanbevolen naald voor uw stof.

Zoom
De techniek Zomen op uw Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de zichtbare of doorgestikte zoom die het beste bij uw stofdikte en -type past. Voor geweven stof en leer en vinyl wordt een rechte steek geselecteerd. Voor elastische steken worden steken die meerekken geselecteerd.
Jeanszoom
Bij het naaien over naden in zeer dikke stof of een zoom in spijkerstof, kan de voet kantelen wanneer de machine over de naad gaat. Gebruik het multifunctionele gereedschap om de hoogte van de naaivoet tijdens het naaien gelijk te houden.
Druk op Naald omhoog/ omlaag om naald omlaag te selecteren. Begin de onderste zoom te naaien in of bijna in het midden van de achterkant. Stop met naaien als u bij de naad aan de zijkant komt. Uw machine stopt met de naald in de stof en brengt de naaivoet omhoog. Breng het multifunctionele gereedschap aan vanaf de achterkant.
De beide zijden van het multifunctionele gereedschap zijn verhoogd. Gebruik de zijde die het dichtst bij de dikte van de zoom in de buurt komt. Druk het voetpedaal in om de naaivoet omlaag te brengen en naai langzaam over de dikke zoom heen.
Stop weer net voor de naad met naaien (kijk hoe de naald in de stof staat). Haal het het multifunctionele gereedschap weg en steek het nu vanaf de voorkant onder de naaivoet.
Naai enkele steken totdat de hele naaivoet over de naad is en op het multifunctionele gereedschap rust. Stop weer met naaien. De naald staat in de stof en de naaivoet gaat omhoog. Verwijder het multifunctionele gereedschap. Naai de zoom verder af.
Elastische zoom
Selecteer Elastische, normale stof en de Exclusive SEWING ADVISORT™-functie selecteert een flatlocksteek. Volg de andere aanwijzingen van het grafi sche display op.
Vouw een zoom naar de verkeerde kant en naai met de fl atlocksteek vanaf de goede kant. Knip het teveel aan stof weg. Gebruik deze techniek ook voor riemlussen.

1:1 Jeanszoom
Stof: Denimstof.
Selecteer: geweven dikke stof en Zomen (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert een rechte steek).
Gebruik: naaivoet B en jeansnaald maat 80, zoals aanbevolen.

Selecteer: elastische, normale stof en Zomen (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert de af atlocksteek 1:6).
Gebruik: naaivoet B en jeansnaald maat 90, zoals aanbevolen.

Blindzomen
De blinde zoom maakt een onzichtbare zoom op kledingstukken. Er zijn twee soorten blinde zomen; één wordt aanbevolen voor normale tot dikke elastische stof, de andere voor normale tot dikke geweven stof.
Vouw de stof zoals is afgebeeld. Zorg ervoor dat de gevouwen rand van de stof de binnenkant van de rechter "teen" van blindzoomvoet D volgt.
De beweging naar links van de naald moet de rand van de gevouwen stof net grijpen.
Stel indien nodig de steekbreedte af totdat de vouw precies wordt "gepakt".
Let op: De blindzoomtechniek wordt niet aanbevolen voor dunne stoffen of leer/vinyl. Als u blindzomen en dunne geweven stof, dunne elastische stof of leer en vinyl selecteert, hoort u een piep en blijft de techniek ongeselecteerd.

1:16 Blindzoomsteek voor elastische stoffen 1:17 Blindzoomsteek voor geweven stoffen
Stof: elastisch, normaal/ dik of geweven, normaal/ dik
Selecteer: de stof die u gebruikt en de techniek Blindzomen (de Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert de blindzoomsteek nr. 1:16 of 1:17).
Gebruik: blindzoomvoet D en de aanbevolen naald voor uw stof.

De knoopsgaten in uw naaimachine worden speciaal aangepast voor verschillende soorten stof en kleding. In de stekentabel op de laatste pagina's van dit boek vindt u beschrijvingen van de knoopsgaten.
De Exclusive SEWING ADVISOR™-functie selecteert het beste knoopsgat en de beste steekinstellingen voor uw stof. De stof moet worden verstevigd op de plaats waar de knoopsgaten moeten worden genaaid.
Perfect uitgebalanceerd eenstaps- sensorknoopsgat
Wanneer u een knoopsgatsteek selecteert met de eenstaps-knoopsgatsensorvoet aangesloten, kunt u de maat van de knoop op het grafisch display instellen met de pijltoetsen omhoog en omlaag. Uw naaimachine naait het knoopsgat automatisch lang genoeg voor de geselecteerde maat knoop. Omdat de eenstaps-knoopsgatsensorvoet meet tijdens het naaien, wordt ieder knoopsgat even groot.
Let op: De benodigde knoopsgatgrootte hangt af van de dikte en stijl van uw knoop. Maak altijd eerst een voorbeeldknoopsgat op een proej/l apje.
- Bevestig de eenstaps-knoopsgatsensorvoet.
- Steek het stekkertje in het contact boven het naaldgedeelte, achter het lampje.
-
Meet de diameter van de knoop met de knoopmeter op de voorkant van de machine.
-
Gebruik de pijltoetsen omhoog en omlaag om de grootte van de knoop (A) in te stellen op het display. De grootte kan worden ingesteld tussen 0 en 50 mm.
-
Leg de stof en de versteviging onder de eenstaps-knoopsgatsensorvoet. Het meetwieltje kan worden opgetild, waardoor de stof makkelijker onder de naaivoet kan worden gelegd. Gebruik de streepjes op de linker "teen" van de eenstaps-knoopsgat-sensorvoet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Leg de rand van het kledingstuk bij het middelste streepje om 15 mm vanaf de rand tot het knoopsgat te hebben.
-
Voordat u gaat naaien brengt u het witte gedeelte op de zijkant van het wieltje in lijn met de witte markering op de voet.
-
Duw het voetpedaal in. De eenstaps-knoopsgatsensorvoet gaat automatisch omlaag. Er wordt een rechte steek genaaid van u af om de linker kolom van het knoopsgat te bepalen. De kolom wordt dan in cordonsteek naar u toe genaaid. Dit wordt herhaald voor de rechter kolom. Ook de trenzen worden automatisch genaaid. De pijlen op het grafi sche display geven aan wanneer ieder gedeelte van het knoopsgat wordt genaaid en in welke richting. Houd het voetpedaal ingedrukt totdat het knoopsgat klaar is. De machine stopt automatisch wanneer het knoopsgat klaar is.

1:0, 1:23, 1:25, 1:26, 1:27 Knoopsgatsteken
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de techniek Knoopsgaten (de Exclusive SEWING ADVISORTM-functie selecteert een knoopsgatsteek die geschikt is voor uw stof).
Gebruik: de eenstaps-knoopsgatsensorvoet en de aanbevolen naald voor uw stof.

Een knoopsgat kan ook stap voor stap worden genaaid zonder dat de eenstaps-knoopsgatsensorvoet is aangesloten. Gebruik de achteruitnaaitoets om de lengte van het knoopsgat in te stellen.
- Klik naaivoet C op de machine.
- Leg de stof en de versteviging onder de naaivoet. Gebruik de streepjes op de linker "teen" van de knoopsgatvoet om de rand van het kledingstuk te plaatsen. Leg de rand van het kledingstuk bij het middelste streepje om 15 mm vanaf de rand tot het knoopsgat te hebben.
- Begin het knoopsgat te naaien. De naaimachine naait de linker kolom achteruit. Een achteruitnaaipictogram (B) op het grafisch display geeft u aan dat u op de achteruitnaaitoets moet drukken om naar het volgende gedeelte van de steek te gaan. Wanneer het knoopsgat de gewenste lengte heeft bereikt, drukt u op de achteruitnaaitoets. Uw naaimachine maakt een trens aan het einde en naait de rechterkant.
- Naai naar het startteken en druk op de achteruitnaaitoets om de tweede trens te naaien. Houd het voetpedaal ingedrukt totdat het knoopsgat klaar is. De machine stopt automatisch wanneer het knoopsgat klaar is.
1:0, 1:23-28 Knoopsgatsteken
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de techniek Knoopsgaten (de Exclusive SEWING ADVISORTM.-functie selecteert een knoopsgatsteek die geschikt is voor uw stof).
Gebruik: naaivoet C en de aanbevolen naald voor uw stof.

Knoopsgat met inlegdraad (elastische stoffen)
Bij het naaien van knoopsgaten in elastische stoffen raden we aan een inlegdraad te gebruiken voor meer stabiliteit en om te voorkomen dat het knoopsgat uitrekt.
- Maak een lus van dik garen of perlékatoen over het hieltje aan de achterkant van naaivoet C.
- Maak een knoopsgat. Laat de cordonsteken van de kolom van het knoopsgat over de draad heen naaien.
- Stop met naaien voordat het laatste einde van het knoopsgat is genaaid. Til de draad van het hieltje en trek de draad strak.
- Kruis de draad voor de naald en naai het einde van het knoopsgat over de draad heen.

Knopen, drukknopen, haakjes en oogjes aannaaien gaat snel met uw naaimachine.
- Klik de naaivoet los en verzink de transporteur.
- Plaats de stof, het multifunctionele gereedschap en de knoop onder de houder met de gaten in de knoop op de plaatsen waar de naald in steekt. Controleer de beweging van de naald door op de toets voor horizontaal spiegelen te drukken zodat u zeker bent dat de naald de knoop niet raakt. Breng de naald met het handwiel omlaag in de gaten van de knoop om het te controleren.
Let op: Voor de meeste knopen is de aanbevolen breedte van 3,0 ingesteld. Als u een klein knoopje of een zeer grote jasknoop aannaait, verklein (-) of vergroot (+) dan de steekbreedte totdat de beweging van de naald in de gaten van de knoop naait.
-
Stel het aantal op de knoop te naaien steken (C) in met de pijltoetsen omhoog en omlaag. Zes tot acht steken is normaal.
-
Druk het voetpedaal in. De naaimachine naait het aantal steken dat op het display is ingesteld en hecht dan af en stopt.
Tip: Leg het dunne einde van het multifunctionele gereedschap onder de knoop bij het naaien op dunne stoffen. Gebruik het dikke uiteinde voor zwaardere stoffen. Houd de stof op zijn plaats met doorzichtig plakband.
1:9 Knoop aannaaien
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de steek voor het aannaaien van knopen, 1:9.
Gebruik: geen naaivoet en de aanbevolen naald voor uw stof.
Ritssluitingen naaien
De ritsvoet E kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor de beide kanten van de rits gemakkelijk kunnen worden genaaid. Plaats de ritsvoet aan de andere kant om de andere kant van de rits te naaien.
Beweeg de naaldpositie helemaal naar links of helemaal naar rechts om dicht bij de tanden of de contourdraad van de rits te naaien.

- Naai de twee lappen met de goede kanten op elkaar langs de naadlijn van 15 mm en stop bij de uitsparing waarin de rits moet komen.
- Rijg de rest van de naad waar de rits komt. Pers de naad open. Leg de rits met de goede kant op de opengeperste naadtoeslag met de ritsstop bij de uitsparing. Speld de rits op de goede kant vast op zijn plaats (zie fi g.1).
- Selecteer een rechte steek en verplaats de naaldpositie naar links. Klik de ritsvoet E op de machine, zodat de naald aan de linkerkant van de voet is. Leg de stof met de goede kant omhoog onder de voet met de ritsvoet op de goede kant van de rits.
- Begin met naaien aan de onderkant, draai de stof om en naai de rechterkant van de rits tot bovenaan (zie fi g. 2).
- Naai de linkerkant van de rits in dezelfde richting om te voorkomen dat de stof verschuift. Klik de ritsvoet E op de machine, zodat de naald aan de rechterkant van de voet is. Verplaats de naaldpositie naar rechts.
- Begin te naaien langs de onderkant, draai de stof en naai de linkerkant van de rits van beneden naar boven (zie fi g. 3).
- Verwijder de rijgsteken.
Let op: Om de positie van de steeklijn aan te passen, past u de naaldpositie aan met de toetsen +/-

De taperingsteek past automatisch tapering toe op de cordonsteek voor hoeken en punten. De steek kan worden gebruikt voor tekst in cordonsteek.
- Leg de stof onder de naaivoet.
-
Begin met naaien. De machine naait de getaperde punt en gaat dan door met een cordonsteek met de geselecteerde steekbreedte. Een achteruitnaaipictogram (D) op het graïsche display geeft u aan dat u op de achteruitnaaitoets moet drukken om naar het volgende gedeelte van de steek te gaan. Wanneer de cordonsteek zo lang is als gewenst, drukt u op de achteruitnaaitoets. Zo wordt tapering van het einde gestart. Wanneer de taperingfunctie is voltooid, stopt de machine automatisch.
-
Om de steek te herhalen met dezelfde grootte, drukt u op de STOP-toets. Verplaats uw stof en duw het voetpedaal dan in om verder te naaien. De machine stopt automatisch wanneer de steek klaar is.
Tip: Pas voor een smallere cordonsteek de steekbreedte aan.
Druk op de achteruitnaaitoets voordat u begint te naaien om met een cordonsteek met plat uiteinde te beginnen.
1:30, 1:31 Taperingsteken
Stof: alle soorten stof.
Selecteer: de stof die u gebruikt en de taperingsteek1:30 of 1:31, afhankelijk van welk soort begin en einde u wilt hebben voor de steek.
Gebruik: naaivoet B zoals aanbevolen en de aanbevolen naald voor uw stof.

Instructies voor nog veel meer naitechnieken kunt u vinden op de website van HUSQVARNA VIKING®: www.husqvarnaviking.com
4. Instellen voor borduren
Overzicht borduureenheid
(Voor model 30 type BE18, voor model 20 type BE19)
- Aansluiting borduureenheid
- Ontkoppelingstoets borduureenheid
- Borduurarm
- Borduurringaansluiting
- Afstelpootjes

Borduurring overzicht
- Aansluiting borduurring
- Buitenring
- Binnenring
- Quick release
- Klemschroef
- Ribben voor bevestiging van de clips

Motieven
er staan 75 motieven en 1 borduurlettertype op de USB embroidery stick die bij uw machine wordt geleverd. Al deze motieven staan ook op de DESIGNER TOPAZ™-cd als back-up voor als u ze tijdelijk van de USB embroidery stick wilt verwijderen. Bij model 30 wordt ook een cd met 25 bonusmotieven bij de machine geleverd.
Let op: Zet de bonusmotieven op uw USB embroidery stick zodat u ze op uw machine kunt laden.
DESIGNERTOPAZ™ voorbeelden-boekje
Blader door het DESIGNER TOPAZ™ voorbeeldenboek voor motieven.
Het motiefnummer, de stekentelling (aantal steken in het motief) en de grootte van het motief staan naast ieder motief. De voorgestelde garenkleuren voor ieder kleurnummer worden weergegeven.
Op de bonus-cd voor model 30 vindt u .pdf-bestanden met dezelfde informatie over de 25 bonusmotieven voor dit model.
De borduureenheid aansluiten
- Schuif de accessoiredoos van de machine.
- Aan de achterkant van de machine bevindt zich een afgedekte aansluiting. Draai het klepje naar rechts om het te openen. De borduureenheid past op deze aansluiting.
- Schuif de borduureenheid op de vrije arm van de machine totdat de eenheid goed in de aansluiting zit. Gebruik als dat nodig is de afstelpootjes, zodat de machine en de borduureenheid even hoog staan. Zet de machine aan als die uit stond.
- Een pop-upbericht vraagt u het borduurgebied vrij te maken en de borduurring te verwijderen voor kalibratie. Druk op OK. De machine wordt gekalibreerd en de borduurarm gaat naar de startpositie. Deze kalibratie stelt iedere keer dat u de borduureenheid bevestigt uw borduurfuncties in.
Let op: Let erop dat u de machine NIET kalibreert als de borduurring bevestigd is. De naald, naaivoet, borduurring en/of de borduureenheid kunnen daardoor beschadigen. Verwijder alle materialen rond de machine voordat het kalibreren start, zodat de borduurarm nergens tegenaan stoot tijdens het kalibreren.

De borduureenheid verwijderen
- Om de borduureenheid op te slaan, verwijdert u de borduurring en brengt u de borduurarm naar de parkeerpositie door op de toets Naald omhoog/omlaag te drukken. U kunt ook Parkeerpositie selecteren in het menu Borduurringopties. Druk op de toets Borduurringopties om het menu te openen.
Let op: Het is zeer belangrijk dat de borduurring wordt verwijderd, anders kunnen de borduurring, de naald of de naaivoet worden beschadigd.
-
Druk op de knop links, onder de borduureenheid (A) en schuif de eenheid naar links van de machine af.
-
Sluit het kapje op de aansluiting.

De stof in de borduurring spannen
Leg een laag versteviging onder de stof voor de beste borduurresultaten. Zorg ervoor dat u de versteviging en de stof glad en stevig in de borduurring opspant.
- Open de quick release (A) op de buitenring. Verwijder de binnenring. Leg de buitenring op een stevige platte ondergrond met de schroef rechts onder. Er staat een pijltje in het midden van de onderste rand van de borduurring dat gelijk moet komen met een pijltje op de binnenring.
- Leg de versteviging en de stof, met de goede kanten omhoog, op de buitenring. Leg de binnenring op de stof met het pijltje aan de onderste rand.
- Druk de binnenring stevig in de buitenring.
- Sluit de quick release. Pas de druk van de buitenring aan door aan de klemschroef (B) te draaien. De stof moet strak in de ring zijn gespannen voor het beste resultaat.
Let op: A is u extra motieven op dezelfde stof wilt borduren, open dan de quick release, breng de ring naar de nieuwe positie op de stof en sluit de quick release. A is u een ander type stof gaat gebruiken, kan het nodig zijn de druk aan te passen met de klemschroef. Forceer de quick release niet.
Borduurring plaatsen
Schuif de borduurring van voor naar achteren op de borduureenheid totdat de ring op zijn plaats klikt.
Het gemarkeerde middelpunt op het motief moet overeenkomen met het startpunt van de naald. Als er slechts kleine aanpassingen nodig zijn, kunt u de pijltoetsen gebruiken (zie pagina 62).
Om de ring van de borduurarm te verwijderen, drukt u op de grijze toets op de borduureenheid en schuift u de ring naar u toe.


Aan de slag met borduren
- Bevestig de borduureenheid. De machine schakelt automatisch over naar Borduurmotief bewerken. Een pop-upbericht vraagt u het borduurgebied vrij te maken voor kalibratie. Druk op OK om te kalibreren en de borduurarm naar de startpositie te brengen.
- Het laadmenu gaat automatisch open. Controleer of de USB embroidery stick is aangesloten. Selecteer uw motief met de pijltoetsen en bevestig met OK. Het motief wordt in het midden van de ring geplaatst.
- Bevestig de borduurvoet en breng een spoel aan met dunne onderdraad.
- Span een stuk stof en versteviging in de borduurring en schuif de borduurring op de borduurarm.
- Uw machine selecteert automatisch de kleinste borduurringmaat die bij het motief past. Controleer of de bevestigde borduurring overeenkomt met de borduurringgrootte die op het grafi sche display staat of verander de borduurringgrootte door op de toets Borduurringopties te drukken en de correcte grootte te selecteren in de lijst (zie pagina 63).
- Rijg de machine in met de eerste kleur van de kleurbloklijst. Om de complete kleurbloklijst op het grafische display te bekijken, drukt u op de toets Borduurinfo.
- Maak voldoende ruimte vrij voor de beweging van de borduurarm en de borduurring. Houd de bovendraad vast en druk op de start/stoptoets of op het voetpedaal. De machine begint te borduren.
- Na een paar steken houdt de machine op en ziet u een pop-upbericht met de mededeling dat u het draadeinde moet afknippen. Snijd de draad af en druk op start/ stop om door te gaan met borduren.
Let op: Als "Automatisch sprongsteken afsnijden" is ingeschakeld in het SET Menu op model 30, snijdt de machine automatisch het draaduiteinde af terwijl de machine doorgaat. Houd het draaduiteinde vast wanneer u begint te borduren, zodat u het gemakkelijk kunt verwijderen nadat het is afgesneden.
- Wanneer de eerste kleur af is, stopt de machine. Er verschijnt een pop-upbericht op het grafische display dat u vraagt van garenkleur te veranderen. Rijg de machine opnieuw in met de volgende kleur en druk op start/ stop om door te gaan met borduren. Elk kleursegment wordt aan het einde afgehecht op model 30 en de bovendraad wordt afgesneden.
Let op: Als "Automatisch sprongsteken afsnijden" is ingeschakeld in het SET Menu op model 30, snijdt de machine de draad ook af nadat u met een nieuwe garenkleur bent begonnen. Wanneer u weer doorgaat met borduren, houdt u het uiteinde van de draad vast zodat u die gemakkelijk kunt verwijderen na het afsnijden.
Niet alle motieven zijn geprogrammeerd voor Automatisch sprongsteken afsnijden. Afsnij- opdrachten voor sprongsteken kunnen aan ieder motief worden toegevoegd met de 5D ^TM Embroidery Software.
- Wanneer het borduurmotief is voltooid, stopt de machine automatisch. Bij model 30 worden de onder- en bovendraad afgesneden. De naald en de naaivoet gaan automatisch omhoog zodat u de borduurring eenvoudig kunt verwijderen. Een pop-upbericht meldt u dat uw borduurmotief voltooid is. Sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken.





5. Borduurmodus
In de borduurmodus kunt u de positie en grootte van uw motieven aanpassen en ze borduren. De machine schakelt automatisch over naar de borduurmodus wanneer de borduureenheid wordt bevestigd. De functies die bij het borduren worden gebruikt, zijn nu te zien.
Overzicht borduurmodus
In de borduurmodus zijn er twee verschillende weergaven op het grafi sche display; borduurmotief bewerken en borduren. Gebruik de toets Alternatieve weergave om tussen de weergaven af te wisselen.
Weergave bewerken
- Borduurgebied
- Borduursnelheid aangegeven door drie of, voor model 30, vijf niveaus.
- Huidige weergave
- Motief roteren
- Horizontale positie van het motief
- Verticale positie van het motief
- Hoogte van het motief
- Breedte van het motief
Borduurweergave
- Naam van het geladen motief
- Voorbeeld ontwerp
- Geselecteerde borduurring
- Resterende steken in borduurmotief
- Huidig kleurblok en totaal aantal kleurblokken in het borduurmotief
- Huidige steek in het huidige kleurblok
- Aantal steken in het huidige kleurblok



Een motief laden
Om een motief te laden, drukt u op de toets Stekenmenu terwijl de USB embroidery stick is aangesloten. Uw machine kan .vp3-borduurmotiefbestanden en .vf3- borduurlettertypebestanden laden.
Selecteer een motief uit de bestanden en mappen die in het menu staan. Gebruik de pijltoetsen omhoog/ omlaag om een map te selecteren en druk dan op de OK-toets of op de rechter pijltoets om de map te openen. Om terug te gaan naar de vorige map, drukt u op de linker pijltoets.
Selecteer het motief dat u wilt laden en druk op OK om te bevestigen. Het motief wordt op het borduurgebied geladen.
Let op: A is u al een motief op het borduurgebied hebt geladen, vervangt het volgende motief dat u laadt automatisch het eerste.
Wanneer u motieven opslaat op de USB embroidery stick, maak dan niet te veel niveaus submappen, omdat er dan een te lang bestandspad kan ontstaan. Houd ook de bestandsnaam kort. Wanneer u zo'n bestand of map probeert te openen, hoort u een alarmtoon en gaat het bestand of de map niet open.


Zet uw motieven om in verschillende borduurformaten met de HUSQVARNA VIKING® 5D™ Organizer software die bij uw machine is geleverd.
Een lettertype laden
Bij aankoop staat er één lettertype op de USB embroidery stick. Om een lettertype te laden, drukt u op de toets Stekenmenu terwijl de USB embroidery stick is aangesloten. Lettertypebestanden zijn gemarkeerd met een pictogram (A) in de lijst. U kunt kiezen uit drie verschillende bestanden met verschillende grootten van het lettertype dat erin staat: 12 mm, 20 mm en 30 mm. Selecteer het lettertypebestand dat u wilt laden en druk op OK om het te bevestigen. Er wordt een teksteditor geopend.
U kunt extra borduurlettertypen maken van lettertypen die op uw pc staan met de HUSQVARNA VIKING® 5D™ QuickFont software, die bij uw machine wordt geleverd.
Een letter toevoegen
Tijdens het laden van een lettertype staat het alfabet in hoofdletters weergegeven in de teksteditor. Gebruik de pijltoetsen om een letter te selecteren en druk op OK om de letter aan het programma toe te voegen. Druk op de Shift-toets om naar kleine letters of cijfers om te schakelen.
Als u een steek of een letter wilt toevoegen op een andere positie in het programma, verplaatst u de cursor met de pijltoetsen. De letter wordt rechts van de cursor ingevoegd.
Let op: Druk op de pijltoets omlaag om de cursor in het programma te activeren in plaats van in het alfabet.
Boven het programma aan de linkerkant van het grafi sche display staan twee getallen (B). Het eerste getal is de positie van de geselecteerde letter in het programma. Het tweede getal, dat tussen haakjes staat, is het totale aantal letters van het programma. De hoogte en breedte van het programma staan ook op het grafi sche display.


Een letter verwijderen
Om een letter te verwijderen, selecteert u de letter met de cursor door op de pijltoetsen te drukken en drukt u op de toets Clear (CLR).
Om het hele programma te wissen, verplaatst u de cursor naar links van de eerste positie en drukt u op de toets Clear (CLR). Er verschijnt een pop-upbericht dat u vraagt of u echt wilt wissen. Selecteer Ja of Nee met de pijltoetsen en druk op OK.
Tekst naar 'borduren' laden
Wanneer u de tekst wilt borduren, drukt u op de toets PROG om de tekst naar de borduurmodus te laden. Nu wordt de tekst behandeld als één motief en kunt u aanpassingen maken aan de hele tekst. Als u terug wilt gaan naar de teksteditor om nog meer aanpassingen te maken aan de tekst voordat u de tekst gaat borduren, drukt u op de toets PROG in de borduurmodus.
Let op: Alle aanpassingen die in de borduurmodus zijn gemaakt, worden geannuleerd als u teruggaat naar de teksteditor.

Borduurinformatie
Om informatie te bekijken over een motief voordat u het naar de borduurmodus laadt, selecteert u het bestand in het menu Laden en drukt u op de toets Borduurinfo. Er wordt een infovenster geopend waarin u de grootte van het motief en het aantal steken en kleurblokken van het motief kunt zien.
Druk op de linker pijltoets om de informatieweergave te sluiten en terug te gaan naar het menu Laden.
Wanneer u een motief naar de borduurmodus hebt geladen, drukt u op de toets Borduurinfo om informatie over het huidige motief te zien.
- Naam van het motief
- Het aantal kleurblokken in het borduurmotief.
- Het aantal steken in het borduurmotief.
- Lijst met kleurblokken Alle kleuren in het geladen motief worden weergegeven in de volgorde waarin ze worden geborduurd. Het huidige kleurblok staat altijd bovenaan de lijst en is gemarkeerd met een garenklosje. Bij iedere kleur in de lijst staan de volgorde, de naam, de garenfabrikant en de kleurcode. Gebruik de toetsen omhoog/ omlaag om door de lijst te bladeren.
Let op: A is u vragen hebt over afkortingen van garenfabrikanten, gaat u naar het programma 5D™ Embroidery Software Configure (geïnstalleerd bij het programma Machine Communication) en opent u de Thread Manager. Daar kunt u informatie vinden over garenfabrikanten en afkortingen van garentypes.
Druk nogmaals op de toets Borduurinfo om de informatieweergave te sluiten.



Motieven aanpassen
Er zijn veel opties voor het aanpassen van uw motieven. Maak altijd eerst aanpassingen voordat u begint te borduren. De instellingen zijn te zien op het grafische display. Als u het nummer voor breedte en hoogte verandert, komen de cijfers tegen een zwarte ondergrond te staan. De veranderingen zijn ook te zien op het grafi sche display.
Hoogte van het motief (1)
U kunt de grootte van het motief tot 20 % vergroten of verkleinen. U kunt de hoogte van het motief vergroten of verkleinen met de toetsen + en - onder de instelling op het grafische display. De hoogte van het motief wordt iedere keer dat u op de toets drukt met 5 % vergroot of verkleind. Het aantal steken blijft hetzelfde.
Steekbreedte (2)
U kunt de grootte van het motief tot 20 % vergroten of verkleinen. U kunt de breedte van het motief vergroten of verkleinen met de toetsen + en - onder de instelling op het grafische display. De breedte van het motief wordt iedere keer dat u op de toets drukt met 5 % vergroot of verkleind. Het aantal steken blijft hetzelfde.
Let op: U kunt het motief resizen in de 5D™ Embroidery Software (apart verkocht).
Motieven naar een positie verplaatsen (3)
U kunt uw motief overal waar u wilt in het borduurgebied verplaatsen met de pijltoetsen. De cijfers rechts van de pictogrammen Motiefpositie op het grafi sche display geven in millimeters weer hoe ver het motief verticaal en horizontaal is verplaatst vanaf de originele positie in het midden.

Roteren (4)
U kunt het motief om zijn middelpunt roteren. Steeds wanneer u op de toets Roteren drukt, wordt het motief 90 graden naar rechts geroteerd. Rechts naast het pictogram Roteren op het graësche display kunt u zien hoeveel graden het motief is geroteerd vanaf de originele positie.
Let op: Sommige motieven zijn te groot om 90 graden te kunnen roteren. Met iedere druk op de toets wordt het motief dan 180 graden geroteerd.

Verticaal spiegelen (Alleen op model 30)
Druk op toets Verticaal spiegelen om het geladen motief verticaal te spiegelen. Er verschijnt een pictogram op het grafische display dat aangeeft dat Verticaal spiegelen is geselecteerd.

Horizontaal spiegelen
Druk op de toets Horizontaal spiegelen om het geladen motief horizontaal te spiegelen. Er verschijnt een pictogram op het grafische display dat aangeeft dat Horizontaal spiegelen is geselecteerd.





Borduurringopties
Druk op de toets Borduurringopties om een lijst met borduur- ringopties te openen. Gebruik de pijltoetsen omhoog/ omlaag om een selectie te maken en bevestig met de OK-toets. Sluit het menu Borduurringopties door nogmaals op de toets Borduurringopties te drukken of door de huidige steekpositie te selecteren.
Borduurringgrootte
Wanneer een motief op het borduurgebied wordt geladen, wordt automatisch de kleinste borduurring geselecteerd waar het motief in past.
Gebruik de rechter pijltoets om een lijst met beschikbare borduurringgrootten te openen, inclusief borduurringen die te koop zijn bij uw erkende dealer. Afhankelijk van de grootte van het motief, kunnen sommige borduurringen mogelijk niet worden geselecteerd.
Als u de borduurringen die u bezit in de lijst My Hoops hebt gezet in het SET Menu, selecteert uw machine de meest geschikte borduurring van de borduurringen die u hebt ingesteld. Alleen de borduurringen die u bezit, zijn beschikbaar in de borduurringenlijst, zie pagina 30.
Gebruik de pijltoetsen omhoog/ omlaag om een andere borduurring te selecteren en bevestig uw selectie met de OK-toets.
Let op: A Is u begint te borduren terwijl de borduurring die u hebt geselecteerd niet dezelfde is als de borduurring die aan de borduureenheid is bevestigd, verschijnt er een pop-upbericht dat u daarover informeert. Bevestig de juiste borduurring of selecteer een andere borduurring van de lijst.
Huidige steek
Als u een van de borduurringpositions hebt geselecteerd en terug wilt keren naar de huidige steek om te beginnen met borduren waar dat was onderbroken, selecteert u Huidige steek. U kunt ook eenmaal op de start/ stoptoets drukken om terug te keren naar de huidige steek en te beginnen met borduren.
Parkeerpositie
Wanneer u uw borduurmotief hebt voltooid, verwijdert u de borduurring en selecteert u Parkeerpositie. De borduurarm wordt in een positie geplaatst waarin de eenheid kan worden opgeborgen.
Let op: Het is zeer belangrijk dat de borduurring wordt verwijderd, anders kunnen de borduurring, de naald of de naaivoet worden beschadigd.
Spoelpositie
Selecteer Spoelpositie om de spoel eenvoudiger te kunnen vervangen. De borduurring beweegt van u af, waardoor u het spoelhuisdeksel kunt openen en de spoel kunt vervangen.
Afsnijpositie
Met Afsnijpositie komt de borduurring naar u toe, zodat u makkelijker sprongsteken kunt afknippen en stof kunt bijknippen.
Middenpositie
Gebruik de middenpositie als u wilt controleren waar de middenpositie van de borduurring op de stof wordt geplaatst.


Borduurfuncties

Parkeerpositie/ Afsnijpositie
Verwijder de borduurring en druk op de toets Naaldstop boven/onder om de borduureenheid in de parkeerpositie te zetten om hem eenvoudig op te kunnen slaan.
Druk op de toets Naaldstop omhoog/ omlaag terwijl de borduurring is bevestigd; de borduurring komt dan naar u toe zodat u makkelijk sprongsteken kunt afsnijden of stof kunt bijknippen. Snijd de sprongdraden af en druk opnieuw op de toets. De borduurring gaat terug naar de huidige steek. Druk op Start/ Stop om door te gaan met borduren.
Let op: Het menu Borduurringopties gaat open om de huidige positie te laten zien.

Borduren in één kleur
Druk op STOP om de kleurstops te annuleren als u een motief in één kleur wilt borduren.
Let op: Als de functie Automatisch sprongsteken afsnijden is geselecteerd in het SET Menu, is de functie ook actief tussen de kleurblokken.

Rijgen
Druk op de toets FIX en de machine naait een rijgsteek om het motiefgebied heen. Met rijgen kunt u uw stof op een versteviging vastmaken. Het is vooral handig wanneer de stof waarop u gaat borduren niet in de borduurring kan worden gespannen. Rijgen geeft steun aan elastische stoffen en laat ook zien waar het motief op de stof zal komen te staan.

Hoekcontrole
Hoekcontrole kan worden gebruikt om de vier hoeken van het motief aan te geven. Steeds wanneer u op de OK-toets drukt, gaat de borduurring naar één van de hoeken in deze volgorde: linksboven, rechtsboven, rechtsonder en linksonder. Bij de vijfde druk op de toets gaat de borduurring naar het midden van het motief en bij de zesde druk terug naar de huidige steekpositie.
De hoekcontrolefunctie laat ook zien waar het motief op de stof zal worden geborduurd. Zo wordt het eenvoudiger om motieven te plaatsen wanneer u verschillende motieven na elkaar borduurt.


eek voor steek door het motief
Gebruik de toetsen Steek voor steek door het motief – en + om steek voor steek door het motief te lopen. Als de boven- of onderdraad bijna op is of is gebroken, stapt u een paar steken achteruit voordat u weer doorgaat met borduren. Het huidige steeknummer staat op het grafi sche display in de borduurweergave.


eur voor kleur door het motief
Gebruik de toetsen Kleur voor kleur door het motief – en + om naar de eerste steek van de vorige of de volgende kleur te gaan. In de weergave borduren wordt op het grafische display het huidige kleurbloknummer weergegeven, naast het totale aantal kleurblokken van het motief, dat tussen haakjes staat. Druk op de toets Borduurinfo om de complete kleurblokkenlijst te zien.

Rijgen
Pop-upberichten voor het borduren
Borduureenheid kalibreren
Wanneer de borduureenheid wordt bevestigd, vraagt een pop- upbericht u om de borduurring eraf te schuiven en het gebied om de machine vrij te maken voor het kalibreren van de borduurarm. U wordt er ook aan herinnerd dat u borduurvoet R op de machine moet bevestigen. Druk op de OK-toets om te kalibreren.
Let op: Het is zeer belangrijk dat u de borduurring verwijdert, anders kunnen de ring of de borduureenheid worden beschadigd tijdens het kalibreren.
Borduureenheid niet ondersteund. Vervang de borduureenheid.
U kunt alleen het type borduureenheid gebruiken dat bij uw machine wordt geleverd. Bevestig de juiste borduureenheid.
Bevestig de correcte borduurring
Wanneer de afmeting van de borduurring op de machine niet overeenkomt met de afmeting die op het grafische display staat, zal de machine niet borduren. Vervang de borduurring door een ring met de weergegeven afmeting of verander de instelling voor de borduurringafmeting zodat die bij uw geselecteerde borduurring past, zie pagina 63.
Controleer de bovendraad
Uw machine stopt automatisch als de bovendraad op is of breekt. Rijg de bovendraad opnieuw in en sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken. Druk op de start/stop-toets om door te gaan.
Draaduiteinde afsnijden
Wanneer u begint te borduren of nadat u de draad hebt vervangen, naait de machine enkele steken en stopt dan zodat u het uiteinde van de draad kunt afknippen.
Let op: Deze functie wordt geannuleerd als "Automatisch sprongsteken afsnijden" wordt ingeschakeld in het SET Menu op model 30, zie pagina 30.
Onderdraad bijna op
Uw machine stopt wanneer de spoel bijna leeg is. Vervang de lege spoel door een volle en sluit het pop-upbericht door op de OK-toets te drukken. Trek overtollige bovendraad naar achteren. Stap enkele steken achteruit met de toets Steek voor steek door het motief -. Druk op Start/ Stop om door te gaan met borduren.
Let op: Selecteer Spoelpositie in het menu Borduurringopties wanneer u de spoel gaat vervangen. De borduurring gaat opzij zodat u gemakkelijk bij het spoelhuis kunt. Wanneer de spoel is vervangen, drukt u op Huidige steek in het menu Borduurringopties om de borduurring terug te brengen naar waar het borduren is gestopt.

Garenkleur veranderen
Wanneer de bovendraad moet worden vervangen, stopt de machine en wordt op model 30 de bovendraad afgesneden. Vervang de spoel en rijg de machine opnieuw in. De volgende aanbevolen kleur staat aangegeven in het pop-upbericht.
Het motief bevat elementen die niet kunnen worden geopend
Sommige motieven kunnen gegevens bevatten die te complex zijn voor deze borduurmachine. Gebruik uw 5D™ Organizer software om het motief opnieuw op te slaan.
Verwijder de borduurring
Deze pop-up verschijnt wanneer er een functie is gekozen waardoor de borduureenheid buiten de limieten voor de bevestigde borduurring moet gaan. Verwijder de borduurring en druk op de OK-toets zodat de borduurarm vrij kan bewegen.
USB embroidery stick aansluiten
Als u de borduureenheid aansluit of op de toets Stekenmenu drukt in de borduurmodus zonder dat er een USB stick is aangesloten, verschijnt dit pop-upbericht. Sluit een USB stick aan en druk op de OK-toets zodat u een motief kunt laden. Dit pop-upbericht verschijnt ook als de USB stick wordt verwijderd terwijl er een motief wordt geladen of geborduurd.
De gegevens op de USB embroidery stick zijn niet leesbaar
Dit pop-upbericht verschijnt wanneer uw naaimachine de informatie op de USB embroidery stick niet kan openen. De USB stick kan zijn beschadigd of u kunt een USB stick gebruiken die niet compatibel is met de naaimachine. Druk op de OK-toets om het pop-upbericht te sluiten.
Borduurmotief voltooid
Een pop-upbericht meldt u dat uw borduurmotief voltooid is. Druk op de OK-toets om het pop-upbericht te sluiten.

Borduurmotief te groot
Dit pop-upbericht verschijnt als het motief dat u probeert te laden te groot is om op de machine te kunnen worden geborduurd. Druk op de OK-toets om de pop-up te sluiten en een ander motief te selecteren.
Kan correcte broduurring niet selecteren
Als u probeert een motief te laden dat te groot is voor de selecteerbare borduurringen, verschijnt dit pop-upbericht. Als u de borduurringen die u bezit hebt ingesteld in de lijst My Hoops in het SET Menu kunt u geen motieven laden die te groot zijn voor de borduurringen die u hebt ingesteld. Controleer of u de juiste borduurringen hebt geselecteerd in de My Hoops lijst of laad een ander motief.
Stopopdracht in motief
Uw machine stopt automatisch zodat u de stof kunt afknippen bij opengewerkte borduurmotieven, applicaties, enz. In het Borduur- voorbeeldenboekje staat een uitleg voor ieder motief.
Zo start u opnieuw en wist u alle aanpassingen; terugkeren naar borduren?
Dit pop-upbericht verschijnt als u in de borduurmodus op de PROG-toets drukt om terug te gaan naar de teksteditor om een bestaande borduurtekst te veranderen. Als u "Nee" selecteert, wordt de teksteditor geopend en worden alle aanpassingen die u in de borduurmodus hebt gemaakt geannuleerd. Als u "Ja" selecteert, gaat u terug naar de borduurmodus en blijven al uw aanpassingen behouden. Gebruik de pijltoetsen om "Ja" of "Nee" te selecteren en druk op de OK-toets.

6. De machine onderhouden
De lampjes vervangen
Uw naaimachine heeft twee lampjes. Het ene lampje bevindt zich onder de naaikop en het andere boven de vrije arm. Gebruik alleen lampjes van het type dat op de voorkant van de machine staat aangegeven (24 V, 5 W). De lampjes zijn te koop bij uw offi ciële HUSQVARNA VIKING®-dealer. Vervang de lampjes zoals hieronder wordt beschreven.

Zet de AAN/UIT schakelaar uit.
- Plaats de gloeilamphulp met het diepe gat, gemarkeerd met OUT, om het lampje. Draai niet aan het lampje, trek het er gewoon uit.
2 Plaats bij het aanbrengen van een nieuw lampje de gloeilamphulp met het kleine gat, gemarkeerd met IN, om het nieuwe lampje. Duw het nieuwe lampje omhoog op zijn plaats.
De machine schoonmaken
Om ervoor te zorgen dat uw machine goed blijft werken dient hij regelmatig te worden schoongemaakt. De machine hoeft niet te worden gesmeerd.
Neem de buitenkant van uw naaimachine af met een zachte doek om eventueel opgehoopt stof of textielresten te verwijderen.

Zet de AAN/UIT schakelaar uit.
Maak het spoelhuis schoon
Verwijder het naaivoetje en schuif het spoelhuisdeksel open. Verzink de tanden van de transporteur. Plaats een schroevendraaier onder de steekplaat zoals te zien is op de afbeelding en draai de schroevendraaier voorzichtig om de steekplaat los te wrikken. Reinig de tanden van de transporteur met het borsteltje.
Het spoelgedeelte schoonmaken
Nadat u verschillende projecten heeft genaaid of wanneer u merkt dat zich stof in het gedeelte van het spoelhuis heeft opgehoopt, moet het spoelgedeelte worden gereinigd.
Verwijder de spoelhuishouder (1) die het voorste deel van het spoelhuis afdekt. Verwijder het spoelhuis (2) door dit op te tillen. Reinig met het borsteltje. Het verzamelde stof en vuil kan goed worden verwijderd met een klein opzetstuk van de stofzuiger.

Op model 30: Wees voorzichtig wanneer u om het draadmesje schoonmaakt.
Plaats het spoelhuis en de spoelhuishouder weer terug.
Let op: Blaas geen lucht in het spoelhuisgedeelte. Het stof en de pluisjes worden dan in uw machine geblazen.
De steekplaat terugplaatsen
Plaats de steekplaat met de transporteur omlaag zodat de steekplaat in de gleuf aan de achterkant past. Duw de steekplaat omlaag totdat hij op zijn plaats klikt. Schuif het spoelhuisdeksel weer op zijn plaats.

In geval van een storing tijdens het naaien:
- Selecteer de juiste soort en dikte van de stof in de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie.
- Voer de op het grafi sch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of horizontaal)
- Gebruik draadnetjes en kwaliteitsgaren. We bevelen voor "gewoon" naaien aan om dezelfde boven- en onderdraad te gebruiken. Voor decoratief naaien en borduren raden we aan borduurgaren te gebruiken als bovendraad en gewoon garen op de spoel.
Bij problemen met het naaien van het sensor-knoopsgat
- Zorg ervoor dat het witte gedeelte op de zijkant van het wieltje in lijn is met de witte markeringslijn op de voet.
- Controleer of het stekkertje van de eenstaps-knoopsgatsensorvoet goed in de aansluiting boven het naaldgedeelte achter het lampje zit.
De stof trekt?
- Selecteer de juiste soort en dikte van de stof in de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie.
- Controleer de naald, die kan beschadigd zijn.
- Voer de op het grafi sch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Kies een ander soort garen dat beter bij de stof en naaitechniek past.
- Gebruik kwaliteitsgaren.
- Kies een kortere steeklengte.
- Gebruik versteviging.
- Controleer de draadspanning.
De machine slaat steken over?
- Controleer de naald – die kan beschadigd zijn.
- Plaats een naald van de aanbevolen maat en soort.
- Controleer of de naald goed en helemaal tot boven in de naaldklem is gestoken.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik de aanbevolen naaivoet.
- Zet de machine uit en weer aan voor een reset.
- Raadpleeg uw dealer.
De naald breekt?
- Probeer tijdens het naaien niet aan de stof te trekken.
- Voer de op het grafi sch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Plaats de naald op de juiste manier, volgens de beschrijving in de gebruiksaanwijzing.
Onvoldoende draadspanning?
- Voer de juiste soort en dikte van de stof in in de Exclusive SEWING ADVISOR™ functie.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in – gebruik een goede kwaliteit garen.
- Voer de op het grafi sch display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Zet de machine uit en aan om de automatische draadspanning te resetten.
• Volg de adviezen voor versteviging op.
De bovendraad breekt?
- Wordt de draad soepel aangevoerd/ blijft hij nergens steken?
- Gebruik draadnetjes en kwaliteitsgaren. Raadpleeg voor speciaal garen, zoals metallic enz. de gebruiksaanwijzing van de accessoires voor speciaal aanbevolen naalden.
- Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in – controleer of ze goed zijn ingeregen. Als u borduurgaren als bovendraad gebruikt, gebruik dan spoeldraad in de spoel en geen gewoon naigaren.
- Voer de op het grafische display aanbevolen naaldgrootte en -type in.
- Zet de machine uit en aan om de automatische draadspanning te resetten.
- Gebruik een andere garenpenpositie (verticaal of horizontaal)
- Vervang de steekplaat wanneer de opening in de steekplaat is beschadigd.
- Wordt het juiste schijfje gebruikt voor de draad?
Stof wordt niet getransporteerd?
- Controleer of de machine niet is ingesteld op Naaien uit de vrije hand in het SET Menu.
- Kies een grotere steeklengte.
- Zorg ervoor dat de transporteur omhoog is.
De onderdraad breekt?
- Spoel garen op een ander spoeltje.
- Plaats het spoeltje terug in de machine, controleer of de machine correct is ingeregen.
- Vervang de steekplaat wanneer de opening in de steekplaat is beschadigd.
- Maak het spoelhuis schoon.
Het spoeltje wordt onregelmatig opgespoeld?
- Controleer de loop van de draad bij het spoelen.
Spoelsignaal werkt niet?
- Verwijder textielresten uit het spoelgedeelte.
- Gebruik alleen de originele HUSQVARNA VIKING®-spoelen die voor dit model zijn goedgekeurd.
De draadafsnijder werkt niet? (Alleen op model 30)
- Verwijder de steekplaat en verwijder textielresten uit het spoelgedeelte.
- Controleer of Selecteerbare automatische draadafsnijder aan is gezet in het SET Menu.
Verkeerde steek, onregelmatige of smalle steken?
- Annuleer tweelingnaald of steekbreedtebeveiliging in het SET Menu.
- Zet de machine uit en weer aan voor een reset.
- Vervang de naald, rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
- Gebruik versteviging.
Machine naait langzaam?
- Controleer de snelheid.
- Verwijder de steekplaat en borstel textielresten van spoel en transporteur.
- Laat de naaimachine nakijken bij uw dealer.
Machine naait niet?
- Op model 20: zet de spoelas naar links in de naaipositie.
- Op model 30: zet de spoelgeleider naar rechts in de naaipositie.
- Controleer of de stekkers helemaal in de machine zitten.
- Controleer de stekker in het stopcontact en de netspanning op het stopcontact.
- Controleer of het voetpedaal goed is aangesloten
Borduurwerk trekt?
- Gebruik de juiste versteviging – zie Gebruiksaanwijzing Accessoires.
- Span de stof strak in de ring, zoals staat beschreven op pagina 57.
Machine borduurt niet?
- Druk de borduureenheid stevig in zijn aansluiting op de machine.
- Schuif de juiste borduurring op de machine
De functietoetsen van de naai- en borduurmachine reageren niet op aanrakingen?
- De contacten en functietoetsen van de machine kunnen gevoelig zijn voor statische elektriciteit. Als de functietoetsen niet op aanrakingen reageren, zet u de machine uit en weer aan. Neem contact op met uw erkende HUSQVARNA VIKING® dealer als het probleem blijft bestaan.
Laat uw naaimachine regelmatig door uw HUSQVARNA VIKING® dealer controleren!
Als u deze aanwijzingen voor het oplossen van problemen hebt opgevolgd en nog steeds problemen hebt met naaien, breng de naaimachine dan naar uw dealer. Als er een specifiek probleem is, is het erg handig om met het gebruikte garen en met een restlapje van de gebruikte stof een proeflapje te maken en dat naar uw dealer te brengen. Een proeflapje geeft vaak veel betere informatie dan woorden.
Niet-originele onderdelen en accessoires
De garantie geldt niet voor defecten of beschadigingen die veroorzaakt zijn door het gebruik van niet-originele accessoires of onderdelen.
Stekentabel – menu 1. Nuttige steken
| Steek | Steek-nummer | Steeknaam Naaivoet | Toepassing | ||
| 20 30 | |||||
| 0 | 0 | Knoopsgat met trens | Eenstaps-knoopsgat sensorvoet / C | Standaardknoopsgat voor de meeste stoffen. | |
| 1 | 1 | Rechte steek, naaldpositie in het midden | A/ B Voor alle soorten naaiwerk. Selecteer 29 verschillende naaldposities. | ||
| 2 | 2 | Stretchsteek, naaldpositie links | A/ B Voor naden in tricot en elastische stof. | ||
| 3 | 3 | Versterkte rechte steek, naald in het midden | A/ B Voor naden die erg onder spanning staan. Drievoudig en elastisch voor versterkte naden. Gebruikt om sportkleding en werkkleding te verstevigen en door te stikken. Vergroot de steeklengte voor doorstikken. 29 naaldposities. | ||
| 4 | 4 | Driestaps-zigzag A/ B | Voor repareren, lapjes opnaaien en elastische stoffen. Geschikt voor lichte en normale stoffen. Selecteer steek 1:13 voor het afwerken. | ||
| 5 | 5 | Zigzag A/ B Voor appli caties, kanten randen, het opnaaien van band, enz. De steekbreedte neemt links enrechts evenveel toe. | |||
| 6 | 6 | Platte locksteek B Decoratieve zomen en overlappende naden, ceintuurs en banden. Voor normale/ dikke elastische stoffen. | |||
| 7 | 7 | Afwerksteek | J | In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor dunne elastische en niet-elastische stoffen. | |
| 8 | 8 | Afwerksteek voor elastische naad | B In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor normale en normale/zware elastische stoffen. | ||
| 9 | 9 | Automatisch knopen aannaaien | Geen naaivoet | Voor het aannaaien van knopen. Stel het aantal steken in op het graïsch display. | |
| 10 | 10 | Dubbele afwerksteek | B | In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor dikke elastische en dikke geweven stoffen. | |
| 11 | 11 | Afwerksteek | B | In één stap naaien en afwerken langs de rand of later afknippen. Voor normale elastische stoffen. | |
| 12 | 12 | Elastische/tunnelsteek | B Voor overlappen de naden in tricot. Om een tunnel te naaien over een smal elastiek. | ||
| 13 | 13 | Driestaps-zigzag-afwerksteek | J/ B | Voor het afwerken van alle soorten stof | |
| 14 | 14 | Zigzag-siersteek | B | Om stof rand tegen rand aan elkaar te naaien of overlappen bij leer. Voor decoratief naaien. | |
| 15 | 15 | Rijgsteek | A/ B | Om twee stukken stof aan elkaar te naaien met een lange steeklengte. | |
| 16 | 16 | Blindzoomsteek voor elastische stoffen | D | Blinde zomen in normale en dikke elastische stoffen. | |
| 17 | 17 | Blinde zoom voor geweven stoffen | D | Blinde zomen in normale en dikke geweven stoffen. | |
| 18 | 18 | Schulprand | A/ B | Voor randen, over de rand naaien op dunne elastische stoffen, geweven stoffen op biaisband naaien. | |
| 19 19 | Elastische steek of smokwerk | A/ B Naai over twee rijen elastische draad voor elastisch rimpelen. | ||
| 20 20 | Fagotsteek A/ B Om twee stukken stof met afgewerkte randen aan elkaar te naaien en voor elastisch rimpelen. | |||
| 21 21 | Stopsteek (heen en terug) | A/ B Stop en repareer gaatjes in werkkleding, jeans, tafelkleden en dergelijke. Naai over het gat heen, druk op de achteruitnaaitoets voor doorlopend stopwerk en een automatische stop. | ||
| 22 22 | Trens (handmatig) | A/ B Verstevig zakken, openingen van shirts, riemlusjes en het onderste deel van ritssluitingen. | ||
| 23 | 23 | Sierknoopsgat Eenstaps-knoopsgat sensorvoet / C | Voor blouses en kinderkleding. | |
| 24 | 24 | Normaal versterkt knoopsgat | C Voor normale en dikke stoffen. | |
| 25 | 25 | Knoopsgaten met nostalgische suitstraling | Eenstaps-knoopsgat sensorvoet / C | |
| 26 | 26 | Sleutelgat-knoopsgat | Eenstaps-knoopsgat sensorvoet / C | |
| 27 | 27 | Extra stevig knoopsgat | Eenstaps-knoopsgat sensorvoet / C | |
| 28 | 28 | Knoopsgat met rechte steek voor leer | A/ B Voor leer en suède. | |
| 29 | 29 | Oogje B Voor ceintuurs, kant, enz. | ||
| - | 30 | Tapse steek B Begint en eindigt met een punt. Gebruikt voor hoeken, punten en letters met cordonsteek.Druk op achteruitnaaien om de steek taps te maken. | ||
| - | 31 | Tapse steek B Begint en eindigt met een punt. Gebruikt voor hoeken, punten en letters met cordonsteek.Druk op achteruitnaaien om de steek taps te maken. | ||
| 30 | Cordonsteek, smal32 | B Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen. | ||
| 31 33 | Cordonsteek, normaal | B Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dunne en normale stoffen. | ||
| 32 34 | Cordonsteek, breed | B Voor applicaties, koord aannaaien en afgeknipte randen. Voor dikke stoffen. | ||
| - | 35 | Schulpranden B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 33 36 | Smalle zigzag-siersteek | B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 34 37 | Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | |||
| - | 38 | Schulpsteek B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
| 35 39 | Cordon-pijlpunt | B Voor het afwerken van randen. Knip de stof buiten de schulprand weg. | ||
Steken-overzicht
Menu 1: Nuttige steken, Menu 2: Quiltsteken,
Menu 3: Cordonsteken en nostalgische steken, Menu 4: Decoratieve steken
DESIGNERTOPAZ™ 20

De steken 0-9 zijn dezelfde in alle stekenmenu's.

DESIGNERTOPAZ™ 30

Lettertypen
Block (model 20 en 30)
$$ \begin{array}{l} \text{ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ} \ \text{abcdefghijklmnopqrstuvwxyz} \ \text{1234567890AEae∅∅àáçèééíóùúÑñB&?!}. \end{array} $$
Russisch en Japans alfabet. Zie de lettertypen op het grafisch display van uw naaimachine.
Index
+/- toetsen....27, 35, 62
A
Aan de slag met borduren ....58
AAN/ UIT-schakelaar 6,10
Aanbeveling – glijplaatje 32
Aanbeveling – Glijplaatjes met antikleeftaag....32
Aanbeveling - knoopsgat met inlegdraad ....32
Aanbeveling – naaivoet ......32
Aanbeveling – naald 32
Aanbeveling – transporteur verzinken ....29
Aanbeveling - transporteur 32
Aanbevelingen – naaien 32
Aanbevelingen....32
Aanraakscherm 6,27
Aansluiten op de voedingsspanning ....10
Aansluiten op USB-poort 23
Aansluiting borduureenheid 7, 55, 56
Aansluiting borduurring 55
Aansluiting eenstaps-knoopsgatsensorvoet 6, 50
Aansluiting voor netsnoer 6
Aansluiting voor voetpedaal 6
Aantal kleuren in borduurmotief ....59
Aantal kleuren 61
Aantal steken in het huidige kleurblok 59
Accessoiredoos....7
Accessoiredoos, verwijderen 11
Accessoires 8
Achteruitnaaien 26, 47, 51, 54
Afhechten....26
Afmeting tweelingnaald 29
Afmetingen knoop ....50
Afsnij-opdrachten....30,58
Afsnijpositie 25, 63, 64
Afstelpootjes 7,55,56
Afwerken....34,45
Alarm....31
Alfabetten 73
Automatisch sprongsteken afsnijden 30,58
B
Balans knoopsgat 30
Bestandsformaten....60
Bevestig de correcte borduurring 63, 65
Bijgeleverde accessoires 8–9
Bijgeleverde borduurringen 8
Naaivoeten....9
Bijgeleverde borduurringen 8
Binnenring 55, 57
Blindzoom 34, 49
Blindzoomvoet D 9
Block alfabet 73
Bodemplaat....6
Borduur-/ stopvoet R 9, 29, 58
Borduurarm....7,55
Borduureenheid aansluiten 56
Borduureenheid niet ondersteund 65
Borduureenheid verwijderen 56
Borduureenheid
Aansluiten....56
Kalibreren 56, 58, 65
Overzicht 55
Verwijderen ....56
Borduurfuncties 64
Borduurgaren 8,22
Borduurgebied.... 59, 60
Borduurinformatie....61
Borduurinfotoets 27, 58, 61
Borduurlettertypen 23, 24, 55, 60
Borduurmodus....59–66
Borduurmotief in één kleur 25, 64
Borduurmotief te groot....67
Borduurmotief voltooid 66
Borduurmotiefformaten 24,60
Borduurring aansluiten 7, 55, 57
Borduurring
Opschuiven ....57
Overzicht 55
Borduurringgrootte 30, 58, 63, 67
Borduurringklemmen....8,55
Borduurringopties 27, 58, 63
Borduurringpositie 63
Borsteltje 8,68
Bovenklep 6,33
Breedte van het motief 59, 62
Brush Line alfabet 73
Buitenring 55, 57
C
Cijfers....27, 37, 60
Contrast....31
Controleer de bovendraad 43, 65
Cordon- en nostalgische steken 33, 73
Cyrillic alfabet 73
D
De borduurring plaatsen....57
De bovendraad inrijgen 13
De bovendraad inrijgen 14
De draad afsnijden 14
De lampjes vervangen 68
De machine opbergen na het naaien 11
De naaimachine reinigen 68
De programma's starten 24
De spoel opwinden als de machine ingeregen is 16, 17
De steekplaat terugplaatsen 68
De transporteur verzinken 20
Aanbeveling....32
Decoratieve naaivoet B Transparant 9
Decoratieve naaivoet B 9
Decoratieve steken 33,73
Denimnaald 21
DESIGNER TOPAZ™ 30 Bonus voorbeelden-cd ....8, 55
DESIGNER TOPAZ™ voorbeeldenboekje 8,55
DESIGNER TOPAZ™ voorbeelden-cd 8,55
DESIGNER™ Crown Hoop....8
DESIGNER™ Royal Hoop 8
DESIGNER™ Splendid Square Hoop ....8
Dezelfde steek meerdere malen toevoegen 38
Draadafsnijder voor spoeldraad 6
Draadafsnijder 6, 14, 16, 17, 18, 26
Draadhefboom....6,13
Draadinsteker 14
Draadinvoergleuven 6
Draadsensor....15,43
Draadspanning voor spoelen 6, 16, 17, 18
Draadspanning 19,28
Draadspanningsplaatjes 6,13
Draaduiteinde afsnijden 65
Draagkoffer 8
Draaihoogte....28
Draaipositie....25
Draden....22
E
Een enkele steek of letter toevoegen in een programma ....38
Een letter toevoegen op een andere positie ....60
Een letter toevoegen 37,60
Een letter verwijderen 61
Een lettertype laden....60
Een motief laden 58,60
Een opgeslagen steek of programma laden ....40
Een stekenprogramma aanmaken 37
Een tweelingnaald inrijgen 15
Eenstaps-knoopsgatsensorvoet .....9, 14, 30, 42, 50, 51
Elastisch dik 34
Elastisch dun 34
Elastisch normaal....34
Elastische zoom 48
Naaitechnieken 27, 32, 34
Functietoetsen....25
Functietoetsenbord 6,25
G
Garantiekaart....8
Garen verwijderen 43
Garenschijven 6,8,12
Gebreide stof 34
Gebruikershandleiding....8
Gebruiksaanwijzing accessoires 8
Geheugens 40
Geselecteerde borduurring ....59
Geweven dik 34
Geweven dun 34
Geweven normaal 34
Geweven of gebreid 34
Geweven stof 34
Glijplaatjes met antikleeftaag....8
Gloeilamphulp....8, 68
Grafisch display....6
H
Handmatig knoopsgat 51
Handvat....7
Handwiel....6
Het hele stekenprogramma aanpassen ....39
Het spoelgedeelte schoonmaken 68
Het spoelhuis schoonmaken 68
Het stekenprogramma naaien 39
Het voetpedaal aansluiten 10
Hiragana alfabet 73
Hoekcontrole....64
Hoofdgarenpen....6,12
Horizontale positie 12, 13, 16, 17
Hoofdletters 27, 37, 60
Hoogte van het motief 59, 62
Horizontaal spiegelen 27, 36, 62
Horizontale positie 12, 13, 16, 17
Huidige kleur 59
Huidige steek 59,63
Huidige weergave ....59
|
Ingebouwd meetlint ....6
Ingebouwde draadinsteker 6
Ingebouwde USB-poort 6
Installatiecode....24
Instellen voor borduren ....55–56
J
Jeanszoom....48
K
Kalibreren 56, 58
Kantsteekvoet J 9
Kleine letters 27, 37, 60
Klemschroef....55,57
Kleur voor kleur door het motief 27,64
Kleurblok 61, 64
Knippen 26, 29, 38
Knoopsgat met inlegdraad 51
Knoopsgat 34,50
Knoopsgat, opnieuw beginnen 42
Knoopsgatbalans ....30
Knoopsgatvoet C 9
Knopen aannaaien 52
Knopen, aanzetten....52
Knopenhulpstuk....8
L
Laat de naaivoet zakken 25
Lampjes....6
Vervangen....68
Lapjes stof en versteviging....8
Leer 34
Letters programmeren ....37
Letters....37,60
Lettertypebestanden....60
Lettertypeformaat....60
Lettertypemenu....27, 33
Lettertypen....33
Laden....60
Selecteren....33
Lijst met kleurblokken 61
M
Machineoverzicht....6-7
Mappen....60
Middenpositie....63
Motief roteren 27, 59, 62
Motieven aanpassen 62
Motieven omzetten 24
Motieven plaatsen 62
Motieven 23,55
Aanpassen....62
Converteren....24
Horizontaal spiegelen 62
Laden....58,60
Plaatsen 59,62
Roteren....62
Schaalverdeling 62
Stopopdracht....67
Verticaal spiegelen 62
Multifunctioneel gereedschap 8, 20, 48, 52
Aanbeveling....32
My Hoops 30,63
My Stitches 33,40
N
Naad....34,45
Naaien/ afwerken 34, 46
Naaimodus....32–42
Naaisnelheid 32
Naaitechnieken 27, 32, 34, 45–52
Naaivoet A 9
Naaivoet C. 51
Naaivoet- en spoelhouder 7
Naaivoet Free Motion zwevend 29
Naaivoet met antiklee Haag H....9
Naaivoet omhoog brengen 25
Naaivoet te hoog 41
Naaivoet verwisselen 20
Naaivoet, omhoog brengen 6, 25
Naaivoet, omlaag brengen 25
Naaivoet, vervangen 20
Naaivoeten Free Motion verend....29
Naaivoeten....9
Naaivoethouder....6,20
Naaivoetstang....6
Naald vervangen 20
Naalden 8,14,21
Naaldklem....20
Naaldpositie....32,35
Naaldstang 6
Naaldstop boven/ onder 25, 64
Naaldstoppositie 25
Naam van het geladen motief ....59
Naam van het motief 61
Netsnoer....8
Aansluiten 10
Niet-originele onderdelen en accessoires ....70
Nummer van het motief ....55
Nuttige steken 33, 71, 73
0
OK 27,64
Onderdraad bijna op 43, 65
Onderhoud 68
Ontkoppelingstoets borduureenheid 7, 55, 56
Opdrachten in programma 44
Opdrachten toevoegen in een programma ....38
Opgeslagen steken of programma's wissen 40, 44
Opslaan in My Stitches 27,40
Opstrijkversteviging 22
Overbelasting hoofdmotor....43
Overzicht borduurmodus 59
Overzicht naaimodus ....32
P
Parkeerpositie 25, 56, 63, 64
Perfect uitgebalanceerd eenstaps-sensorknoopsgat ....50
Persvoetdruk....19,28
Pictogrampen 8,22
Pijltoetsen....27
Plakversteviging 22
Pop-upmeldingen voor het borduren 65
Pop-upmeldingen voor het naaien 41
Pop-upmeldingen.... 41, 65
Problemen oplossen 69
Programmeermodus....27
Programmeren 37
PROG-toets....37,61
Q
Resterende steken in borduurmotief ....59
Ribben voor bevestiging van de clips 55
Rijgen 26, 34, 47, 64
Ritsen....53
Ritssluitingen naaien 53
Ritsvoet E 9,53
Ruimte voor accessoires ....7
S
Schaalverdeling....62
Schaar 8
Schakelaar voor het verzinken van de transporteur 6,20
Schroevendraaier 8, 20, 68
Script alfabet 73
Selecteerbare draadafsnijder autom. 29
Selecteerbare draadafsnijder 26,38
Selecteren van een lettertype ....33
Selecteren van een steek ....33
Sensorvoet auto 28
Sensorvoet Omhoog en Extra hoog....25
Sensorvoet omhoog 19,25
Sensorvoet omlaag en draaipositie 25
Sensorvoetdruk....19
SET Menu 27, 28
Shifttoets 27, 37, 60
Snelgids....8
Snelheid 25
Borduurmotief 25,59
Naaien 25,32
Spoelen 17, 18, 22
Snoer voetpedaal 8,10
Software 24,30
5D ^TM Configure....24
5D ^TM Organizer....24, 60
5D ^TM QuickFont 24, 60
De programma's openen 24
Installeren....24
PDF-gidsen 24
Startershandleiding....24
Softwareversie ....31
Speciaal garen opspoelen 16, 17
Spoel plaatsen 18
Spoelen als de machine ingeregen is 16, 17
Spoelen tijdens het borduren of naaien 18
Spoelgeleider voor opspoelen 6, 16, 17
Spoelsnelheid....17,18
Start/Stop 26
Steek opnieuw starten 27,36
Steek voor steek door het motief 27,64
Steekbreedte 32, 35
Steekbreedtebeveiliging 29, 41, 42
Steekdichtheid 32,35
Steek-instellingen 35
Steeklengte 32,35
Steeknummer....32,33
Steekplaat 68
Steekpositie 35
Steken of letters toevoegen op andere posities ....38
Steken of letters wissen 38
Stekenaantal 55, 59, 61
Stekenmenu 27,33,60
Stekenoverzicht 73
Stekenpaneel 6
Stekenselectietoetsen....27,33
Stekentabel....71
Stekenveld 32
Stof in de borduurring spannen 57
Stopopdracht in motief 67
Stoppen 47
Stopvoet R 9
Stretchnaald 21
Stroomtoevoer 10
T
Taal....31
Tapse cordonsteek 54
Tekst naar borduurmotief laden 61
Teksteditor 60
Toetsen op de machine 25
Tornmesje 8
Transparant garen 22
Twee stekenprogramma's tot één samenvoegen ....38
Tweelingnaald 15, 29, 41, 42
Tweelingnaald, inrijgen 15
U
Uit USB-poort halen 23
Uitgebreid naaioppervlak ....11
Uitpakken....10
Universeel naaigaren....22
Universele naald 21
USB embroidery stick 8,23,24,55,60
Gebruiken....23
USB-poort 23
Uw machine registreren 24
Uw machine updaten 24
Uw software installeren 24
V
Vergrootglas....14
Verstellen....47
Verstevigers....22,57
Versteviging die vanzelf uit elkaar valt 22
Verticaal spiegelen 27, 36, 62
Voorbeeldenboekje....55
Voorspanningsdraadgeleider 6,13
Vrije arm 6,11
W
Wateroplosbare versteviging 22
Weergave afwisselen 27, 35, 59
Weergave Borduren 59
Weergave Borduurmotief bewerken 59
Wij behouden ons het recht voor de machine-uitrusting en het assortiment accessoires zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen of wijzigingen aan te brengen in de prestaties of het ontwerp. Dergelijke wijzigingen zullen echter altijd in het voordeel zijn van de gebruiker en ten goede komen aan het product.
Intellectueel eigendom
De octrooien die op dit product rusten staan vermeld op een etiket op de onderkant van de naaimachine.
VIKING, KEEPING THE WORLD SEWING & bijbehorend ontwerp, DESIGNER, DESIGNER TOPAZ, 5D, SEWING ADVISOR en EXCLUSIVE SENSOR SYSTEM zijn handelsmerken van KSIN Luxembourg II, S.ar.l.
HUSQVARNA en het "gekroonde H" merkteken zijn handelsmerken van Husqvarna AB.
Alle handelsmerken worden onder licentie gebruikt door VSM Group AB.
5D ^TM Embroidery Machine Communication-cd
(Voor personal computer. Zie pagina 24)










