Quinta 90 - Gasketel Remeha - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Quinta 90 Remeha in PDF-formaat.
| Type product | Hoog rendement gasgestookte wandketel |
| Merk | Remeha |
| Model | Quinta 90 |
| Nominaal vermogen (50/30°C) | 89,5 kW |
| Nominaal vermogen (80/60°C) | 84,2 kW |
| Rendement bij lage temperatuur | 97,3% |
| Toestelcategorie | II2EK3P (G20, G25.3, G31) |
| Rookgasafvoer diameter | 100 mm |
| Rookgasafvoertypes | B23P, C13, C33, C53, C63, C93 |
| CV aansluitingen (aanvoer/retour) | 1 1/4" buitendraad |
| Gasaansluiting | 3/4" buitendraad |
| Condensaansluiting | 22,5 mm |
| Elektrische voeding | 230 V / 50 Hz |
| Elektrisch verbruik (vollast) | 0,111 kW |
| Stand-by verbruik | 0,004 kW |
| Waterinhoud | 9,4 liter |
| Max. waterdruk | 6 bar |
| Max. watertemperatuur | 110 °C |
| Gewicht (zonder verpakking) | ca. 67 kg |
| Afmetingen (hoogte × breedte × diepte) | Zie afbeelding 145 in de handleiding |
| Bediening | e-Smart platform met HMI I-control display |
| Onderhoudsinterval | Jaarlijks door erkend installateur |
| Veiligheidsvoorzieningen | Vorstbeveiliging, gasdrukschakelaar, oververhittingsbeveiliging, CO-detector aanbevolen |
| Geluidsvermogensniveau (LwA) | 59,5 dB(A) |
Veelgestelde vragen - Quinta 90 Remeha
Gebruikersvragen over Quinta 90 Remeha
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Gasketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Quinta 90 - Remeha en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Quinta 90 van het merk Remeha.
GEBRUIKSAANWIJZING Quinta 90 Remeha
Installatie- en gebruikershandleiding Hoog rendement gasgestookte wandketel
Quinta
45 - 65 - 90 - 115
Geachte klant,
Dank u voor de aanschaf van dit apparaat. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het product gebruikt en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik. Om te zorgen voor een voortdurende veilige en goede werking, raden wij aan het product regelmatig te laten onderhouden. Onze Service en klantenservice-organisatie kan hierbij helpen. Wij hopen dat u jarenlang plezier zult beleven aan het product.
Inhoudsopgave
1 Veiligheid....6
1.1 Algemene veiligheidsvoorschriften 6
1.2 Veiligheidsinstructies voor de installateur 7
1.3 Veiligheidsinstructies voor de eindgebruiker ....7
1.4 Aansprakelijkheden....8
1.4.1 Aansprakelijkheid van de fabrikant 8
1.4.2 Aansprakelijkheid van de installateur 8
1.4.3 Aansprakelijkheid van de gebruiker 9
2 Over deze handleiding 9
2.1 Algemeen 9
2.2 Aanvullende documentatie 9
2.3 In de handleiding gebruikte symbolen 9
3 Beschrijving van het product 10
3.1 Verwarmingsketeltypen 10
3.2 Voornaamste componenten 10
3.3 Inleiding tot het e-Smart besturingsplatform 12
4 Voor de installatie 13
4.1 Installatievoorschriften 13
4.2 Locatie-eisen 13
4.3 Eisen aan de wateraansluitingen 14
4.3.1 Eisen aan de CV-aansluitingen 14
4.4 Eisen aan de condensafvoer 15
4.5 Eisen aan de gasaansluiting 15
4.6 Eisen aan het rookgasafvoersysteem 15
4.6.1 Classificatie 15
4.6.2 Materiaal 18
4.6.3 Afmetingen rookgasafvoerleiding 19
4.6.4 Lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen 19
4.6.5 Aanvullende richtlijnen 21
4.7 Eisen aan de elektrische aansluitingen....21
4.8 Waterkwaliteit en waterbehandeling 21
4.9 Installatievoorbeelden 22
4.9.1 Toegepaste symbolen 22
4.9.2 Cascade van twee verwarmingsketels - 1 circuit (Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitair-warmwaterboiler met één sensor .... 23
4.9.3 Cascade van twee verwarmingsketels - 2 circuits (Direct circuit, Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitair-warmwaterboiler met twee sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
4.9.4 Cascade van twee verwarmingsketels - 2 circuits (Direct circuit, Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitair-warmwaterboiler met één sensor....26
5 Installatie 27
5.1 Positionering van de verwarmingsketel 27
5.2 Installatie doorspoelen 28
5.3 Verwarmingssysteem aansluiten 28
5.4 Aansluiten van de afvoer 29
5.5 De gaspijp aansluiten 29
5.6 Aansluiting van de luchtinlaat en rookgasafvoer 29
5.7 De buitentemperatuursensor monteren 29
5.8 Elektrische aansluitingen 30
5.8.1 Quick connect locatie .30
5.8.2 Printplaatlocaties 31
5.8.3 Toegang tot de controlbox 32
5.8.4 Toegang tot de uitbreidingsbox (optioneel) 34
5.8.5 Inleiding tot de CB-25 aansluitprintplaat 34
5.8.6 De aansluitprint CB-25 .36
6 Voor inbedrijfstelling 45
6.1 Controlelijst vóór inbedrijfstelling 45
6.1.1 De sifon vullen 45
6.1.2 Installatie vullen 45
6.1.3 Gascircuit voorbereiden 46
6.2 Beschrijving van het bedieningspaneel 46
6.2.1 Componenten van het bedieningspaneel 46
6.2.2 Beschrijving van het hoofdscherm 46
6.2.3 Beschrijving van het zonescherm 48
6.2.4 Beschrijving van het hoofdmenu 49
6.2.5 Beschrijving van het stand-byscherm 49
7 Inbedrijfstelling 50
7.1 Inbedrijfstellingsprocedure 50
7.2 Gasinstellingen 50
7.2.1 Fabrieksinstelling 50
7.2.2 Aanpassing aan een ander gastype 51
7.2.3 Controle en instelling van de gas/lucht-verhouding 52
7.3 Laatste aanwijzingen 56
8 Instellingen 57
8.1 Inleiding op parametercodes .....57
8.2 Toegang tot het installateursniveau 57
8.3 Parameters, tellers en signalen zoeken 57
8.4 De vaste combinaties instellen 58
8.4.1 Cascademanagement activeren 58
8.4.2 SWW circulatie activeren 58
8.4.3 SWW mengen activeren 59
8.4.4 Gelaagd SWW activeren 59
8.4.5 Ventilatie van verwarmingsketelruimte activeren ....60
8.5 De ingangen en uitgangen instellen 60
8.5.1 De ingang instellen 60
8.5.2 De uitgang instellen 64
8.6 Parameterlijst 66
8.6.1 CU-GH22-regeleenheid parameters 66
9 Onderhoud 78
9.1 Onderhoudsvoorschriften 78
9.2 Onderhoudsmelding 79
9.3 Voorbereiding 79
9.4 Verwarmingsketel openen 80
9.5 Standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamheden 80
9.5.1 Controle van de waterkwaliteit 81
9.5.2 De sifon reinigen 81
9.6 Afsluitende werkzaamheden 81
9.7 Verwijdering en recycling 82
9.7.1 Verwijdering 82
10 Bij storing 82
10.1 Storingscodes 82
10.1.1 Weergave van storingscodes 82
10.1.2 Waarschuwing 83
10.1.3 Blokkering 85
10.1.4 Vergrendeling 88
10.2 Fouthistorie 92
10.2.1 Het storingsgeheugen weergeven en wissen 92
11 Gebruikersinstructies ....92
11.1 Opstarten 92
11.2 Vakantiemodus voor alle zones activeren 93
11.3 De verwarmingstemperatuur van een zone wijzigen 93
11.3.1 Definitie van zone 93
11.3.2 De naam en het pictogram van een zone wijzigen 93
11.3.3 De bedrijfsmodus van een zone wijzigen 94
11.3.4 Klokprogramma om de zonetemperatuur te regelen 95
11.3.5 Verwarmingstemperaturen wijzigen 98
11.3.6 Zonetemperatuur tijdelijk wijzigen 98
11.4 De sanitair-warmwatertemperatuur wijzigen 99
11.4.1 Sanitair warm water in-/uitschakelen 99
11.4.2 Instellingen sanitair warm water 99
11.4.3 De comfort- en verlaagde warmwatertemperaturen wijzigen 99
11.4.4 De bedrijfsmodus van het sanitair warm water wijzigen 100
11.4.5 Tijdprogramma om de SWW-temperatuur te regelen 100
11.4.6 De sanitair-warmwatertemperatuur tijdelijk verhogen 102
11.5 De centrale verwarming in-/uitschakelen 103
11.6 Zomermodus....103
11.6.1 Zomermodus handmatig activeren 103
11.6.2 Zomermodus automatisch activeren 104
11.7 Bedrijfsmodus wijzigen 104
11.8 Wijzigen van de instellingen van het bedieningspaneel 104
11.8.1 Land, taal en tijd instellen 105
11.8.2 Informatie installateur weergeven 106
11.8.3 Contrastwaarde van de gebruikersinterface wijzigen 106
11.8.4 Kinderslot in- of uitschakelen 106
11.9 Douchetijdfunctie wijzigen 107
11.10 Vorstbeveiliging 108
11.11 Ommanteling reinigen 108
11.12 Uitschakelen 108
12 Technische specificaties 108
12.1 Goedkeuringen 108
12.1.1 Certificeringen 108
12.1.2 Toestelcategorieën 109
12.1.3 Richtlijnen 109
12.1.4 Fabriekstest 109
12.2 Afmetingen en aansluitingen 110
12.3 Elektrisch schema....111
12.4 Technische gegevens 112
12.5 Hydraulische weerstand 114
13 Bijlage 115
13.1 ErP-informatie 115
13.1.1 Productkaart 115
13.1.2 Pakketkaart 116
13.2 EG-conformiteitsverklaring 117
1 Veiligheid
1.1 Algemene veiligheidsvoorschriften

Gevaar
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel voor niet-gekwalificeerde gebruikers.
- Dit toestel is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of worden geïnstrueerd over het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Kinderen moeten onder toezicht staan om te voorkomen dat ze met het toestel spelen.

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Plaats een CO-detector in de buurt van het toestel.

Gevaar
Gasgestookt toestel
Risico op brand.
- Installeer rookmelders op geschikte locaties.

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en buitenbedrijfstelling van het toestel en systeem mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, in overeenstemming met de voorschriften en de informatie in de handleiding.

Gevaar voor elektrische schok
Hoge spanningen
Risico van elektrische schok door onjuist geïnstalleerde voedingskabel.
- Een beschadigde voedingskabel moet vervangen worden door de oorspronkelijke fabrikant, de dealer van de fabrikant of een erkend installateur.

Gevaar voor elektrische schok
Hoge spanningen
Gevaar voor elektrische schok.
- De voeding van het toestel moet te allen tijde uitgeschakeld kunnen worden.
- De contactdoos waarop het toestel aangesloten is, moet te allen tijde toegankelijk zijn.

Aanwijzing
Schade door bevriezing
Schade aan het product.
- Installeer het toestel in een vorstvrije ruimte.

Belangrijk
Het toestel moet altijd toegankelijk zijn.

Belangrijk
Houd alle meegeleverde documentatie in de buurt van het toestel.

Belangrijk
Instructie- en waarschuwingslabels mogen nooit verwijderd of afgedekt worden. Ze moeten tijdens de hele levensduur van het toestel duidelijk leesbaar blijven. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk.

Belangrijk
Wijzigingen aan het toestel mogen alleen worden uitgevoerd na schriftelijke toestemming van Remeha.
1.2 Veiligheidsinstructies voor de installateur

Gevaar
Gaslek
Risico op explosie.
- Als u gas ruikt, doe dan altijd het volgende:
- Gebruik geen vuur, rook niet en gebruik geen elektrische contacten zoals een deurbel, lichtknop of liftknop.
- Sluit de gastoevoer af.
- Open de ramen.
- Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.
- Waarschuw het gasbedrijf als het lek voor de gasmeter zit.

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Als u rookgassen ruikt, doe dan altijd het volgende:
• Zet de verwarmingsketel uit. - Open de ramen.
- Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.

Waarschuwing
Incompatibiliteit van componenten
Gevaarlijke situaties vanwege niet-combineerbare componenten.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Als dit niet het geval is, vervalt de garantie.
1.3 Veiligheidsinstructies voor de eindgebruiker

Gevaar
Gaslek
Risico op explosie.
- Als u gas ruikt, doe dan altijd het volgende:
- Gebruik geen vuur, rook niet en gebruik geen elektrische contacten zoals een deurbel, lichtknop of liftknop.
- Sluit de gastoevoer af.
- Open de ramen.
- Ontruim de woning.
- Neem contact op met een erkend installateur.

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Als u rookgassen ruikt, doe dan altijd het volgende:
• Zet de verwarmingsketel uit. - Open de ramen.
- Ontruim de woning.
- Neem contact op met een erkend installateur.

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel voor niet-gekwalificeerde gebruikers.
- Het gebruik van het toestel en de installatie door u als eindgebruiker dient zich te beperken tot de handelingen zoals omschreven in het hoofdstuk voor de gebruiker. Alle andere handelingen mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur/technicus.

Opgelet
Hete onderdelen
Verbrandingsgevaar.
- Raak de rookgaspijpen niet aan. De temperatuur van de rookgasleidingen kan meer dan 60 °C worden.

Opgelet
Hete onderdelen
Verbrandingsgevaar.
- Raak radiatoren niet langdurig aan. De temperatuur van de radiatoren kan meer dan 60 °C worden.

Opgelet
Warm water
Verbrandingsgevaar.
- Wees voorzichtig met het sanitair warm water. De temperatuur van het sanitair warm water kan meer dan 65 °C worden.

Opgelet
Slijtage van componenten
Gevaarlijke situaties vanwege versleten componenten.
- Zorg ervoor dat het toestel periodiek onderhouden wordt. Neem contact op met een erkend installateur of sluit een onderhoudscontract af voor de servicebeurt van het toestel.

Aanwijzing
Geblokkeerde condensafvoer
Schade aan het product.
- Wijzig of dicht de condensafvoer niet af.
- Wanneer een condensaat-neutralisatiesysteem is toegepast, dient dit regelmatig volgens de voorschriften van de fabrikant te worden gereinigd.

Aanwijzing
Laag waterniveau
Schade aan het product.
- Controleer regelmatig de waterdruk van de cv-installatie.
- Vul de installatie bij als de waterdruk te laag is.

Aanwijzing
Schade door bevriezing
Schade aan het product.
- Laat het toestel ingeschakeld staan, zodat de vorstbeveiliging kan werken. De vorstbeveiliging werkt niet als het toestel is uitgeschakeld.
- Tap het toestel en de CV-installatie af als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst.
1.4 Aansprakelijkheden
1.4.1 Aansprakelijkheid van de fabrikant
Onze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende toepasselijke richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de C-markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.
In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:
- Het niet-opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het product.
- Het niet-opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het product.
- Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het product.
1.4.2 Aansprakelijkheid van de installateur
De installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het product. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:
- Lees en volg de instructies in de handleidingen van het product.
- Installeer het product overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.
- Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.
- Leg de installatie uit aan de gebruiker.
- Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het product.
• Overhandig alle bij het product geleverde veiligheidsinstructies en gebruikershandleidingen aan de gebruiker.
1.4.3 Aansprakelijkheid van de gebruiker
Om het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:
- Lees en volg de instructies in de handleidingen van het product.
- Vraag de hulp van een erkende installateur voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling.
- Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.
- Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkende installateur.
- Bewaar de verstrekte handleidingen in goede staat en in de buurt van het product.
2 Over deze handleiding
2.1 Algemeen
Deze handleiding is bestemd voor de installateur en de eindgebruiker van een Quinta toestel.
2.2 Aanvullende documentatie
Naast deze handleiding is de volgende documentatie beschikbaar:
- Productinformatie
• Servicehandleiding
2.3 In de handleiding gebruikte symbolen
Deze handleiding bevat bijzondere aanwijzingen, gemarkeerd met specifieke symbolen. Let extra goed op wanneer deze symbolen worden gebruikt.

Gevaar voor elektrische schok
Duidt op een onmiddellijke gevaarlijke situatie.
Gevolg als deze niet wordt vermeden: Zal tot de dood of ernstig letsel leiden.
- Zo moet het gevaar vermeden worden.

Gevaar
Duidt op een onmiddellijke gevaarlijke situatie.
Gevolg als deze niet wordt vermeden: Zal tot de dood of ernstig letsel leiden.
- Zo moet het gevaar vermeden worden.

Waarschuwing
Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie.
Gevolg als deze niet wordt vermeden: Kan tot de dood of ernstig letsel leiden.
- Zo moet het gevaar vermeden worden.

Opgelet
Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie.
Gevolg als deze niet wordt vermeden: Kan tot licht of matig letsel leiden.
- Zo moet het gevaar vermeden worden.

Aanwijzing
Duidt op een potentieel risico op beschadiging van het ondersteunde product.
Gevolg als deze niet wordt vermeden: Kan tot beschadiging van het product of andere materiële schade leiden.
- Zo moet het gevaar vermeden worden.

Belangrijk
Let op, belangrijke informatie.
De onderstaande symbolen zijn van minder belang, maar zij kunnen u helpen bij het navigeren of nuttige informatie geven.

Zie
Verwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.

Nuttige informatie of extra begeleiding.
Rechtstreekse menunavigatie, zonder bevestiging. Te gebruiken door wie vertrouwd is met het systeem.
3 Beschrijving van het product
3.1 Verwarmingsketeltypen
De volgende verwarmingsketeltypen zijn leverbaar:
Tab.1 Verwarmingsketeltypen
| Naam | Vermogen(1) | Vermogen(2) |
| Quinta 45 42,4 kW 40,0 kW | ||
| Quinta 65 65,0 kW 60,9 kW | ||
| Quinta 90 89,5 kW 84,2 kW | ||
| Quinta 115 109,7 kW 103,9 kW | ||
| (1) Nominaal vermogen Pnc 50/30 °C.(2) Nominaal vermogen Pn 80/60 °C | ||
3.2 Voornaamste componenten
Afb.1 Algemeen

1 Luchtinlaat-aansluiting
2 Aansluiting rookgasafvoer
3 Typeplaat
4 Bedieningspaneel
5 Aan/uit-knop
6 Quick connect
7 Retouraansluiting
8 Condensaansluiting
9 Aanvoeraansluiting

10 Gasaansluiting
11 Gaskraan
12 Sifon
13 Pomp
Systeemretourleiding

Condensafvoerleiding

Systeemaanvoerleiding

Gastoevoerpijp

1 Warmtewisselaar
2 Brander
3 Binnenverlichting
4 Ontstekings-/ionisatie-elektrode
5 Vlamkijkglas
6 Terugslagklep
7 Ontstekings-/ionisatietrafo
8 Automatische ontluchter

1 Frontplaat met mengbuis
2 Ventilator
3 Venturi
4 Gasblok
5 Gastoevoerbuis
6 Luchtinlaatdemper
Afb.4 Sensoren en boxen

1 Aanvoertemperatuursensor
2 Rookgastemperatuursensor
3 Waterdruksensor
4 Warmtewisselaartemperatuursensor
5 Retourtemperatuursensor
6 Instrumentenbox
7 Uitbreidingsbox (optioneel)
3.3 Inleiding tot het e-Smart besturingsplatform
De verwarmingsketel Quinta is voorzien van het e-Smart besturingsplatform. Dit is een modulair systeem dat garant staat voor compatibiliteit en verbinding tussen alle producten die gebruikmaken van hetzelfde platform.
Afb.5 Algemeen voorbeeld
![graph TD A["SCB"] --> B["CU"] B --> C["CB"] C --> D["L-Bus"] D --> E["R-Bus"] E --> F["RU"] G["GTW"] --> H["MC"] I["MC"] --> J["MC"] K["S-Bus"] --> L["GTW"] M["C"] --> N["Output"] O["B"] --> P["Output"] Q["A"] --> R["Output"]](/content/2026/06/1165084/images/819afa67379ef0327cb2dfdb2e252c46d7c251fafc91476722d0401c80ed4dda.jpg)
AD-3001366-02
Tab.2 Componenten in het voorbeeld
| Item Beschrijving Functie | ||
| CU Control Unit: Besturingseenheid De regelaar regelt alle basisfuncties van het toestel. | ||
| CB | Connection Board: aansluitprintplaat | De aansluitprintplaat biedt gemakkelijke toegang tot alle connectoren van de besturingsautomaat. |
| SCB | Smart Control Board: Uitbreidingsprint | Een uitbreidingsprint zorgt voor extra functies, zoals een interne boiler of meerdere zones. |
| GTW Gateway: | Conversieprintplaat Een gateway kan worden g | gemonteerd op een toestel of installatie voor een van de volgende zaken:Extra (draadloze) verbindingServiceaansluitingenCommunicatie met andere platforms |
| MK | Control panel: Bedieningspaneel en display | Het bedieningspaneel is de gebruikersinterface van het toestel. |
| RU Room Unit: | Slimme thermostaat (bijvoorbeeld een thermostaat) | Een slimme thermostaat meet de temperatuur in een referen-tieruimte. |
| L-bus | Local Bus: Verbinding tussen apparaten | De lokale bus zorgt voor de communicatie tussen apparaten. |
| Item Beschrijving | Functie | |
| S-bus | System Bus: Verbinding tussen toestellen | De systeembus zorgt voor de communicatie tussen toestellen. |
| R-bus Room unit | Bus: Verbinding met een slimme thermostaat | De slimme thermostaattbus zorgt voor de communicatie met een slimme thermostaat. |
| A Apparaat Een | apparaat is een printplaat, bedieningspaneel of | een slim-me thermostaat. |
| B Toestel Een | toestel is een reeks apparaten die verbonden is | via de-zelfde L-bus |
| C Systeem Een | systeem is een reeks toestellen die verbonden | is via de-zelfde S-bus |
Tab.3 Specifieke apparaten die worden geleverd met de Quinta-verwarmingsketel
| Naam zicht-baar in dis-play | Softwareversie | Beschrijving Functie | |
| CU-GH22 | 1.0 | Besturingseenheid CU-GH22 | De regelaar CU-GH22 regelt alle basisfuncties van de verwarmingsketel Quinta. |
| MK2.1 1.15 Bedieningspaneel | HMI I-control | De HMI I-control is de gebruikersinterface naar de Quinta verwarmingsketel. | |
4 Voor de installatie
4.1 Installatievoorschriften

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- De installatie van het toestel mag alleen door een erkende installateur worden uitgevoerd volgens de regelgeving en de informatie in de meegeleverde handleiding.
4.2 Locatie-eisen

Gevaar
Brandbaar element
Risico op brand
- Bewaar nooit, zelfs niet tijdelijk, brandbare producten of stoffen in of nabij het toestel.

Waarschuwing
Schade door hitte
Schade aan het product.
- Plaats het toestel niet boven een warmtebron of een kooktoestel.

Waarschuwing
UV-schade
Schade aan het product.
- Plaats het toestel niet in direct of indirect zonlicht.

Aanwijzing
Schade door bevriezing
Schade aan het product.
- Installeer het toestel in een vorstvrije ruimte.

Aanwijzing
Onvoldoende ondersteuning
Schade aan het product.
- Zorg ervoor dat de muur of constructie het gewicht van het toestel kan dragen.

Belangrijk
- Bij het toestel moet een geaarde elektrische aansluiting aanwezig zijn.
- Dicht bij het toestel moet een aansluiting op de afvoer aanwezig zijn.
Bij de keuze van de beste installatielocatie moet u rekening houden met:
- De richtlijnen.
- De benodigde opstellingsruimte.
- De benodigde ruimte rond het toestel voor een goede bereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.
- De benodigde ruimte onder het toestel voor het plaatsen en verwijderen van de sifon.
- De toegestane positie van de rookgasuitlaat en/of luchttoevoeropening.
- De vlakheid van de ondergrond.
Houd bij installatie in een gesloten kast (of iets dergelijks) rekening met het volgende:
- De minimumafstand tussen het toestel en de wanden van de kast.
- De vereiste ventilatieopeningen met een minimale doorsnede: S1 + S2 = 150 cm2 . Dit voorkomt de volgende gevaren:
- Ophoping van gas in de gesloten kast.
- Verwarming van de gesloten kast.
Afb.6 Locatie-eisen

4.3 Eisen aan de wateraansluitingen
- Controleer voor de installatie of de aansluitingen aan de gestelde eisen voldoen.
- Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van het toestel.
- Volg bij gebruik van kunststof leidingen de aanwijzingen van de fabrikant op.
4.3.1 Eisen aan de CV-aansluitingen
- Wij adviseren om een afsluiter in de aanvoer- en retourleiding te installeren om onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken.
- Wij adviseren om een vul- en aftapkraan in de retourleiding te installeren om onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken. Monteer deze tussen de afsluiter en het toestel.
• We adviseren om een expansievat in de retourleiding te installeren. Monteer deze tussen de afsluiter en het toestel. - Installeer vanwege het lage inwendige watervolume een overstortklep in de aanvoer- of retourleiding. Monteer deze tussen de afsluiter en het toestel. De pomp heeft geen effect op de overstortklep.
- We adviseren om een CV-filter in de retourleiding te installeren om verstopping inwendige componenten te voorkomen.
4.4 Eisen aan de condensafvoer
- De afvoerpijp dient ∅ 32 mm of groter te zijn, uitkomend op het riool.
- Gebruik alleen kunststofmateriaal als afvoerleiding, vanwege de zuurgraad (pH 2 tot 5) van het condenswater.
- Monteer een sifon in de afvoerbuis.
- Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter, maximale horizontale lengte 5 meter.
- Maak geen vaste verbinding om overdruk in de sifon te voorkomen.
4.5 Eisen aan de gasaansluiting
- Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de verwarmingsketel.
- Controleer voor montage of de gasmeter voldoende capaciteit heeft. Houd daarbij rekening met het verbruik van alle toestellen. Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als de gasmeter te weinig capaciteit heeft.
- Een geïnstalleerde ketelgaskraan moet altijd toegankelijk zijn.
- Wij raden aan een gasfilter te installeren om vervuiling van het gasblok te voorkomen.
4.6 Eisen aan het rookgasafvoersysteem
4.6.1 Classificatie

Belangrijk
- De installateur is verantwoordelijk voor de keuze van het correcte type, diameter en de lengte van het rookgasafvoersysteem.
- Gebruik altijd aansluitmateriaal, dakdoorvoeren en/of geveldoorvoeren van dezelfde fabrikant. Raadpleeg de fabrikant voor compatibiliteit.
- Het gebruik van rookgasafvoersystemen van andere fabrikanten, in aanvulling op die van de in deze handleiding aanbevolen fabrikanten, is toegestaan. Het gebruik is alleen toegestaan als aan al onze eisen is voldaan en als de beschrijving van het rookgasafvoersysteem C63 in acht wordt genomen.
Tab.4 Type rookgasafvoersysteem: B23P
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(1) | |
| Open uitvoering.Zonder trekonderbreker.Rookgasafvoer bovendaks.Luchttoevoer uit de opstellingsruimte.De luchtinlaataansluiting van de verwarmingsketel moet geopend blijven.De opstellingsruimte moet geventileerd zijn om de toevoer van voldoende lucht te waarborgen. De ventilatieopeningen mogen niet worden geblokkeerd of afgesloten.De IP-codering van de verwarmingsketel is verlaagd tot IP20. | Aansluitmateriaal en dakdoor-voer:BurgerhoutCox GeelenUbbink | |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.5 Type rookgasafvoersysteem: B 33
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(1) | |
0925-01 | Open uitvoering.Zonder trekonderbreker.Gemeenschappelijke rookgasafvoer bovendaks, met gegarandeerde natuurlijke trek (te allen tijde onderdruk in het gemeenschappelijke afvoerkanaal).Rookgasafvoer luchtomspoeld, lucht uit de opstellingsruimte (speciale constructie).De IP-codering van de verwarmingsketel is verlaagd tot IP20. | Aansluitmateriaal:• Burgerhout• Cox Geelen• Ubbink |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.6 Type rookgasafvoersysteem: C 13
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten (1) | |
1 | Gesloten uitvoering.Rookgasafvoer in de gevel.De luchtinlaat ligt in hetzelfde drukgebied als de rookgasaf-voer (bijvoorbeeld een geveldoorvoer).Parallelle geveldoorvoer niet toegestaan. | Geveldoorvoer en aansluitma-teriaal:Remeha, te combineren met aansluitmateriaal van Burger-houtBurgerhoutCox Geelen |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.7 Type rookgasafvoersysteem: C 33
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(1) | |
1 | Gesloten uitvoering.Rookgasafvoer bovendaks.De luchtinlaat ligt in hetzelfde drukgebied als de rookgasafvoer (bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer). | Dakdoorvoer en aansluitmateriaalBurgerhoutCox GeelenUbbink |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.8 Type rookgasafvoersysteem: C 53
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(1) | |
![]() | Aansluiting in verschillende drukzones.Gesloten toestel.Gescheiden luchtinlaat en rookgasafvoer.Uitmondend in verschillende drukvlakken.De luchtinlaat en de rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst. | Aansluitmateriaal en dakdoor-voer:BurgerhoutCox GeelenUbbink |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.9 Type rookgasafvoersysteem: C 63
| Principe Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(1) | |
AD-3003358-01 | Dit systeem wordt door ons geleverd zonder luchtinlaat en rookgasafvoer.Houd bij het selecteren van het materiaal rekening met de volgende eigenschappen:Condenswater dient terug te stromen naar de verwarmingsketel.Het materiaal dient bestand te zijn tegen de rookgastemperatuur van deze verwarmingsketel.Maximaal toegestane recirculatie van 10%.De luchtinlaat en de rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst.Minimaal toegestaan drukverschil tussen luchtinlaat en rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk).Een CLV-systeem met overdruk is niet toegestaan. | Het gebruik is alleen toege-staan als aan al onze eisen is voldaan en als de beschrijving van dit type rookgasafvoersysteem in acht wordt genomen. |
| (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.10 Type rookgasafvoersysteem: C 93
| Principe(1) | Beschrijving | Aanbevolen fabrikanten(2) |
AD-3000931-02 | Gesloten uitvoering.Luchtinlaat en rookgasafvoer in schacht of in kanaal:- Concentrisch.- Luchttoevoer uit bestaande schacht of kanaal.- Rookgasafvoer bovendaks.- Luchtinlaat ligt in hetzelfde drukgebied als de rookgasaf-voer. | Aansluitmateriaal en dakdoor-voer:• Burgerhout• Cox Geelen• Ubbink |
| (1) Zie tabel voor eisen aan schacht of koker.(2) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. | ||
Tab.11 Minimale afmeting schacht of koker C 93
| Uitvoering (D) Zonder luchttoevoer Met luchttoevoer | ||||
| Star 80 mm ∅ 130 mm □ 130 x 130 mm ∅ 140 | mm □ 130 x 130 m | m | ||
| Star 100 mm ∅ 160 mm □ 160 x 160 mm ∅ 170 | mm □ 160 x 160 mm | mm | ||
| Concentrisch 80/125 mm ∅ 145 mm □ 145 x 145 mm ∅ 145 mm □ 145 x 145 mm | ||||
| Concentrisch 100/150 mm ∅ 170 mm □ 170 x 170 mm ∅ 170 mm □ 170 x 170 mm | ||||
Afb.7 Minimale afmetingen van schacht of koker C93

De schacht moet voldoen aan de luchtdichtheidseisen van NPR 3378, deel 46, hoofdstuk 5.

Belangrijk
- Als rookgasvoeringen worden toegepast, moeten deze bestaan uit een luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalen constructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalen voeringpijpen zijn toegestaan. Aluminium is toegestaan, mits er geen contact is met het bouwkundige gedeelte van het rookgasafvoerkanaal.
- Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing van rookgasvoeringen en/of luchtinlaat-aansluiting.
- Inspectie van de rookgasvoering moet mogelijk zijn.
- Zie voor aanvullende richtlijnen NPR 3378, deel 46.
4.6.2 Materiaal

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Combineer geen leidingen, dakdoorvoeren en koppel- of verbindingsmethodes van verschillende fabrikanten. Dit geldt ook voor gemeenschappelijke rookgaskanalen.
- Volg de instructies van de fabrikant van het rookgasmateriaal.
- De toegepaste materialen moeten voldoen aan de geldige voorschriften en normen.
- Neem bij de toepassing van flexibel rookgasafvoermateriaal contact met ons op.
Controleer met de tekenreeks op het rookgasafvoermateriaal of het geschikt is voor toepassing op dit toestel.
Afb.8 Voorbeelden tekenreeks

AD-3001120-01
1 EN 14471 of EN 1856-1: Het materiaal is CE-gekeurd volgens deze norm. Voor kunststof is dit EN 14471, Voor aluminium en roestvast staal is dit EN 1856-1.
2 T120 : Het materiaal heeft temperatuurklasse T120. Een hoger getal is ook toegestaan, lager niet.
3 P1 : Het materiaal valt in drukklasse P1. H1 is ook toegestaan.
4 W : Het materiaal is geschikt om condenswater af te voeren (W='wet'). D is niet toegestaan (D='dry').
5 E : Het materiaal valt in brandbestendigheidsklasse E. Klasse A t/m D zijn ook toegestaan, F is niet toegestaan. Alleen van toepassing op kunststof.
Tab.12 Overzicht materiaaleigenschappen
| Uitvoering Rookgasafvoer Luchttoevoer | ||||
| Materiaal Materiaaleigenschappen Materiaal Materiaaleigenschappen | ||||
| Enkelwandig, star | Plastic(1)Roestvast staal(2)Dikwandig alu-minium(2) | MetmarkeringCETemperatuurklasse T120 of hogerCondensaatklasse W (Wet)Drukklasse P1 of H1Brandbestendigheidsklasse E of beter(3) | KunststofRoestvrij staalAluminium | MetmarkeringCEDrukklasse P1 of H1Brandbestendigheidsklasse E of beter(3) |
| (1) volgens EN 14471.(2) volgens EN 1856.(3) volgens EN 13501-1. | ||||
4.6.3 Afmetingen rookgasafvoerleiding
Afb.9 Afmetingen parallelle aansluiting

AD-3000963-01

Gevaar Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Sluit op de rookgasadapter alleen leidingen aan die voldoen aan de maateisen.
d1 Uitwendige afmetingen rookgasafvoerleiding
D1 Uitwendige afmetingen luchttoevoerleiding
Tab.13 Afmetingen leiding
| d1 (min-max) D | 1 (min-max) | |
| 80/80 mm 79,3 – 80,3 mm 79,3 – 80,3 mm | ||
| 100/100 mm 99,3 – 100,3 mm 99,3 – 100,3 mm | ||
4.6.4 Lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen
De maximum lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen variëren per toesteltype. Raadpleeg het relevante hoofdstuk voor de juiste lengtes.
- Als een ketel niet compatibel is met een specifiek rookgassysteem of diameter, wordt dit aangegeven met "-" in de tabel.
- Bij het gebruik van bochten moet de maximale lengte (L) verkort worden volgens de reductietabel.
- Gebruik goedgekeurde verloopstukken voor aanpassing aan een andere diameter.
- De ketel ondersteunt ook andere rookgasafvoerleidingen en diameters dan die in de tabel staan aangegeven. Neem contact met ons op voor meer informatie.
■ Maximale lengtes voor rookgasafvoer voor B23P , B33
Afb.10 Lengte rookgasafvoersysteem

LB Lengte vanaf de rookgasaansluiting tot aan de doorvoer.
Berekening: L = LB
AD-3002009-01
Tab.14 Maximale lengte (L)
| Diameter(1) | 80 mm(2) | 80 mm(3) | 100 mm(2) | 100 mm(3) |
| Quinta 45 39 m | 40 m(1) | 40 m(1) | 40 m(1) | |
| Quinta 65 11 m 23 m 26 m | 40 m(1) | |||
| Quinta 90 10 m 21 m 24 m 40 m | ||||
| Quinta 115 8 m 17 m 19 m 39 m | ||||
| (1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90° of 10 maal 45° bochtstukken worden toegepast (aangegeven voor elk verwarmingsketeltype en diameter).(2) Maximale lengte (L) bij nominale belasting.(3) Maximale lengte (L) bij 10% belastingreductie. | ||||
■ Maximale lengtes voor rookgasafvoer C13 , C33 , C63 , C93
Afb.11 Lengte rookgasafvoersysteem

LA Lengte vanaf de doorvoer tot aan de luchtinlaat-aansluiting.
LB Lengte vanaf de rookgasaansluiting tot aan de doorvoer.
Berekening: L = LA + LB
AD-3002010-01
Tab.15 Maximale lengte (L)
| Diameter(1) | 80 mm(2) | 80 mm(3) | 100 mm(2) | 100 mm(3) |
| Quinta 45 34 m | 40 m(1) | 40 m(1) | 40 m(1) | |
| Quinta 65 2 m 16 m 20 m 40 m | ||||
| Quinta 90 - 14 m 16 m 40 m | ||||
| Quinta 115 - 8 m 12 m 34 m | ||||
| (1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90° of 10 maal 45° bochtstukken worden toegepast (aangegeven voor elk verwarmingsketeltype en diameter).(2) Maximale lengte (L) bij nominale belasting.(3) Maximale lengte (L) bij 10% belastingreductie. | ||||
■ Maximale lengtes voor rookgasafvoer voor C 53
Afb.12 Lengte rookgasafvoersysteem

LA Lengte vanaf de doorvoer tot aan de luchtinlaat-aansluiting.
LB Lengte vanaf de rookgasaansluiting tot aan de doorvoer.
Berekening: L = LA + LB

Belangrijk
Het maximaal toegestane hoogteverschil tussen de luchtinlaat en de dakdoorvoer bedraagt 36 m.
AD-3002013-01
Tab.16 Maximale lengte (L)
| Diameter(1) | 80 mm(2) | 80 mm(3) | 100 mm(2) | 100 mm(3) |
| Quinta 45 29 m | 40 m(1) | 40 m(1) | 40 m(1) | |
| Quinta 65 5 m 17 m 16 m 40 m | ||||
| Quinta 90 - 17 m 17 m 40 m | ||||
| Quinta 115 - 13 m 14 m 34 m | ||||
| (1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90° of 10 maal 45° bochtstukken worden toegepast (aangegeven voor elk verwarmingsketeltype en diameter).(2) Maximale lengte (L) bij nominale belasting.(3) Maximale lengte (L) bij 10% belastingreductie. | ||||
■ Reductietabel
Tab.17 Leidingreductie voor elke bocht - straal ½D (parallel)
4.6.5 Aanvullende richtlijnen
■ Installatie
- Voor de installatie van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant van het materiaal.
- Controleer na montage tenminste alle rookgasvoerende en luchtvoerende delen op dichtheid.
- Installeer de rookgasafvoerleiding naar de verwarmingsketel met een toereikende helling (minimaal 50 mm per meter).
- Installeer een toereikende condenscollector en -afvoer minimaal 1 m vóór de uitlaat van de verwarmingsketel.
- De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° om de helling en een goede afdichting op de lippenringen te waarborgen.
Condensatie
- Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundige kanalen is niet toegestaan in verband met condensatie.
- Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststof of roestvast stalen leidingdeel terug kan stromen naar een aluminium deel, dan dient dit condens via een sifon afgevoerd te worden, voordat dit het aluminium bereikt.
- Nieuw geïnstalleerde aluminium rookgasleidingen met grotere lengtes kunnen relatief grotere hoeveelheden corrosieproducten produceren. Ook door gietzand en metaalbewerkingsspanen uit nieuwe ketels kan de ketelsifon kort na de installatie vol raken. Controleer en reinig de sifon om deze redenen vaker.
4.7 Eisen aan de elektrische aansluitingen
- Breng de elektrische aansluitingen tot stand in overeenstemming met alle huidige lokale en nationale voorschriften en normen.
- Elektrische aansluitingen mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde installateurs en alleen als de voeding is ontkoppeld.
- Het toestel is volledig voorbedraad. Wijzig nooit de interne aansluitingen van het bedieningspaneel.
- Sluit het toestel altijd aan op een goed geaarde installatie.
- Bedrading moet worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in de elektrische schema's.
• Volg de aanbevelingen in deze handleiding. - Scheid de sensorkabels van de 230 V kabels
Zorg ervoor dat aan de volgende eisen wordt voldaan bij de aansluiting van de kabels op de printplaatconnectoren:
Tab.18 Printplaatconnectoren
| Draaddoorsnede Striplengte Aanhaalmoment | ||
| Massieve draad: 0,14–4,0 mm2 (AWG 26–12)Gevlochten draad: 0,14–2,5 mm2 (AWG 26–14)Gevlochten draad met klemring: 0,25–2,5 mm2 (AWG 24–14) | 8 mm 0,5 N·m |
4.8 Waterkwaliteit en waterbehandeling

Aanwijzing
Waterkwaliteit
Schade aan het product.
Garantie ongeldig.
- Zorg ervoor dat voldaan wordt aan de waterkwaliteitseisen.
Bij dit toestel moet de kwaliteit van het verwarmingswater voldoen aan alle in VDI 2035 genoemde eisen. Als er eisen aan de waterkwaliteit van andere componenten genoemd worden, gelden de strengste eisen.
Raadpleeg een deskundige als er niet aan de eisen van de waterkwaliteit wordt voldaan.
Tab.19 Eisen aan de waterkwaliteit conform VDI 2035
| Warmtewisselaarmateriaal Eenheid Aluminium | ||
| Zuurgraad bij 25 °C pH 6,5 - 8,5 | ||
| Elektrische geleidbaarheid bij 25 °C (voor water met laag zoutgehalte) μS/cm ≤ 100 | ||
| Elektrische geleidbaarheid bij 25 °C (voor zilt water) μS/cm 100 - 1500 | ||
| Zuurstof (voor water met laag zoutgehalte) mg/l ≤ 0,1 | ||
| Zuurstof (voor zilt water) mg/l ≤ 0,02 | ||
| Hoeveelheid aardalkalimetalen | mmol/l | ≤ 0,02 |
4.9 Installatievoorbeelden
4.9.1 Toegepaste symbolen
Afb.13 Regelaars

Afb.14 Toestellen

Afb.15 Verbruikers
![graph TD A["1"] --> B["2"] B --> C["3"] C --> D["4"] D --> E["5"] E --> F["6"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#cff,stroke:#333 style F fill:#ffc,stroke:#333](/content/2026/06/1165084/images/1932fe7018796f95ff2eaff22c3a313df818cf891a1fc19ddeb03c37f00c5a81.jpg)
Afb.16 Sanitair warm water

De schema's bevatten de volgende symbolen:
1 Kamerunit (thermostaat) (R)
2 Regelaar (R)
3 Wandbox (R)
4 Gebouwbeheersysteem (R)
1 Gasketel (A)
2 Gasketel met interne pomp (A)
3 Warmtepomp (A)
4 Warmtepomp met interne pomp (A)
5 Ongedefinieerd toestel (A)
6 Ongedefinieerd toestel met interne pomp (A)
1 Radiator
2 Vloerverwarming
3 Afleverset
4 Ventilatorconvector
5 Zwembad
6 Proceswarmte (algemene verwarming)
1 Sanitair-warmwaterboiler met enkele spiraal
2 Sanitair-warmwaterboiler met dubbele spiraal
3 Sanitair-warmwaterboiler met hygiënische spiraal
4 Douche
5 Interne regelsensor (S)
6 Dompelaar (B)
7 Opofferingsanode (D)
1 Zonnecollector
2 Open verdeler (H)
3 Platenwarmtewisselaar (H)
4 Buffertank (H)
1 Pomp (P)
2 Terugslagklep
3 Inregelventiel
4 Afsluiter (V)
5 3-wegklep (V)
Afb.19 Sensoren

Afb.20 Leidingwerk

1 Buitentemperatuursensor (S)
2 Temperatuursensor (S)
3 Veiligheidstemperatuurbegrenzer (S)
1 Aanvoerleiding
2 Retourleiding
3 Verwarmings- of koelleiding
4 Aanvoer-naar-retourleiding
5 Watertoevoer
6 Aanvoerverzamelleiding
7 Retourverzamelleiding
4.9.2 Cascade van twee verwarmingsketels - 1 circuit (Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitairwarmwaterboiler met één sensor
Afb.21 Schema en componenten - 6000143

CircA Circuit A (Mengcircuit voor vloerverwarming)
DHW SWW circuit (Sanitair-warmwaterboiler met één sensor)
Aux Aanvullend circuit (Circulatielus sanitair warm water)
A1 Hoofdverwarmingsketel met CB-25 en SCB-04
A2 Volgverwarmingsketel met CB-25
H1 Open verdeler
P1 Pomp van toestel A1
P2 Pomp van toestel A2
P8 Pomp van circuit A
P13 SWW-laadpomp
P15 SWW circulatieleiding pomp
R1 Circuit A kamerthermostaat
S1 Buitentemperatuursensor
S3 Aanvoertemperatuursensor open verdeler
S8 Circuit A veiligheidstemperatuurbegrenzer
S9 Circuit A aanvoertemperatuursensor
S18 Onderste temperatuursensor SWW boiler
S28 Temperatuursensor SWW circulatie
V7 Mengklep circuit A
Afb.22 Elektrische aansluitingen - Hoofdverwarmingsketel A1

AD-60 00149-01

AD-60 00150-01
Afb.23 Elektrische aansluitingen - Volgverwarmingsketel A2

AD-60 00077-01
Afb.24 S-Bus-aansluitingen - Hoofdverwarmingsketel A1 naar Volgverwarmingsketel A2

N1 S-Bus-afsluitweerstand N2 S-Bus-verbinding tussen toestellen
AD-6000157-01
Tab.20 Parameterlijst
| Code(1) | Displaytekst Instellen op apparaat | Instellen op | |
| Cascade regeling B(2) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Cascade regeling B = IngeschakeldToestel als master = Ja | |
| SWW circulatie(3) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Menging/circul. SWW = Inge-schakeldSWW circulatie = Aan | |
| DP140 Type lading SW | WW CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Solo | |
| DP474 SWW boiler als zone CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Ja | ||
| CP020 Groepfunctie SCB-04 2 = Menggroep | |||
| (1) Gebruik deze parametercode met de zoekfunctie (Zoeker) van het bedieningspaneel voor toegang tot de parameter.(2) Voor meer informatie zie: Cascademanagement activeren, pagina 58.(3) Voor meer informatie zie: SWW circulatie activeren, pagina 58. | |||
4.9.3 Cascade van twee verwarmingsketels - 2 circuits (Direct circuit, Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitair-warmwaterboiler met twee sensoren
Afb.25 Schema en componenten - 6000142
![graph TD A["A1"] --> P1["P1"] B["A2"] --> P2["P2"] P1 --> H1["H1"] P2 --> H1 H1 --> S3["S3"] S3 --> H1 H1 --> R1["R1"] H1 --> R2["R2"] R1 --> CircA["CircA"] R2 --> CircB["CircB"] CircA --> S11["S11"] CircB --> S12["S12"] S11 --> V9["V9"] S12 --> V9 V9 --> P8["P8"] P8 --> H1 S17["S17"] --> DHW["DHW"]…](/content/2026/06/1165084/images/258eb96ba518255135d5db65e9607c8db5a54c72148f9d7c1992131be44031da.jpg)
CircB Circuit B (Mengcircuit voor vloerverwarming)
DHW SWW circuit (Sanitair-warmwaterboiler met twee sensoren)
Aux Aanvullend circuit (Circulatielus sanitair warm water)
A1 Hoofdverwarmingsketel met CB-25 en SCB-04
A2 Volgverwarmingsketel met CB-25
H1 Open verdeler
P1 Pomp van toestel A1
P2 Pomp van toestel A2
P8 Pomp van circuit A
P10 Pomp van circuit B
P13 SWW-laadpomp
P15 SWW circulatieleiding pomp
R1 Circuit A kamerthermostaat
R2 Circuit B kamerthermostaat
S1 Buitentemperatuursensor
S3 Aanvoertemperatuursensor open verdeler
S11 Circuit B veiligheidstemperatuurbegrenzer
S12 Circuit B aanvoertemperatuursensor
S17 Bovenste temperatuursensor SWW boiler
S18 Onderste temperatuursensor SWW boiler
V9 Circuit B mengklep
Afb.26 Elektrische aansluitingen - Verwarmingsketel A1

Afb.27 Elektrische aansluitingen - Volgverwarmingsketel A2

Afb.28 S-Bus-aansluitingen - Hoofdverwarmingsketel A1 naar Volgverwarmingsketel A2

N1 S-Bus-afsluitweerstand
N2 S-Bus-verbinding tussen toestellen
Tab.21 Parameterlijst
| Code(1) | Displaytekst | Instellen op apparaat | Instellen op |
| Cascade regeling B(2) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Cascade regeling B = Ingescha-keldToestel als master = Ja | |
| Multifunct. uitgang 1(3) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Directe zonepomp aan | |
| DP050(4) | Circulatiemodus CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Pomp in tijdprogr. | |
| DP140 | Type lading SWW | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 2 = Gelaagde cilinder |
| DP473 | Circul.temp.sensor | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 0 = Nee |
| DP474 | SWW boiler als zone | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Ja |
| CP020 | Groepfunctie | SCB-04 | 2 = Menggroep |
| (1) Gebruik deze parametercode met de zoekfunctie (Zoeker) van het bedieningspaneel voor toegang tot de parameter.(2) Voor meer informatie zie: Cascademanagement activeren, pagina 58.(3) Voor meer informatie zie: De uitgang instellen, pagina 64.(4) Creëer een tijdprogramma om de SWW-temperatuur te regelen. | |||
4.9.4 Cascade van twee verwarmingsketels - 2 circuits (Direct circuit, Mengcircuit voor vloerverwarming) - Sanitair-warmwaterboiler met één sensor
Afb.29 Schema en componenten - 6000144
![graph TD A["A1"] --> B["V14"] C["A2"] --> D["V15"] E["S1"] --> F["Valve"] G["S2"] --> H["Valve"] I["CircA"] --> J["R1"] K["CircB"] --> L["R2"] M["DHW"] --> N["P13"] O["Aux"] --> P["S18"] Q["P8"] --> R["S11"] S["P10"] --> T["S12"] U["P9"] --> V["S10"]](/content/2026/06/1165084/images/0f1eaaa55e0e1fbb800deaa6b51dbac33457fb398a7dc523fe2187a5205432eb.jpg)
CircB Circuit B (Mengcircuit voor vloerverwarming)
DHW SWW circuit (Sanitair-warmwaterboiler met één sensor)
Aux Aanvullend circuit (Sanitair warm water (direct))
A1 Hoofdverwarmingsketel met CB-25 en SCB-10
A2 Volgverwarmingsketel met CB-25
P8 Pomp van circuit A
P10 Pomp van circuit B
P13 SWW-laadpomp
R1 Circuit A kamerthermostaat
R2 Circuit B kamerthermostaat
S1 Buitentemperatuursensor
S2 Aanvoertemperatuursensor
S11 Circuit B veiligheidstemperatuurbegrenzer
S12 Circuit B aanvoertemperatuursensor
S18 Onderste temperatuursensor SWW boiler
V9 Circuit B mengklep
V14 Afsluiter (elektronisch bediend)
V15 Afsluiter (elektronisch bediend)
Afb.30 Elektrische aansluitingen - Hoofdverwarmingsketel A1
![graph TD subgraph A1 A11["Power Input"] --> A12["Switch"] A12 --> A13["Control Panel"] A13 --> A14["Aux"] A14 --> A15["Status"] A15 --> A16["LIN-Bus"] A16 --> A17["+ - D"] A17 --> A18["Control Panel"] A18 --> A19["0-10"] A19 --> A20["+ 0 +"] A20 --> A21["R-Bus"] A21 --> A22["Tstyst"] A22 --> A23["S1…](/content/2026/06/1165084/images/dc08008ede5183090794484c4d0dd74bdf16fab2d0742d5da2352b3641789035.jpg)
Afb.31 Elektrische aansluitingen - Volgverwarmingsketel A2

AD-60 00156-01
Afb.32 S-Bus-aansluitingen - Hoofdverwarmingsketel A1 naar Volgverwarmingsketel A2

AD-6000157-01
N1 S-Bus-afsluitweerstand N2 S-Bus-verbinding tussen toestellen
Tab.22 Parameterlijst
| Code(1) | Displaytekst Instellen op apparaat | Instellen op | |
| Cascade regeling B(2) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Cascade regeling B = Ingescha-keldToestel als master = Ja | |
| Multifunct. uitgang 1(3) | CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | Afsluiter | |
| Multifunct. uitgang 1(3) | CU-GH22 Volgverwarmingsketel A2 | Afsluiter | |
| DP140 Type lading SW | WW CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Solo | |
| DP474 SWW boiler als zone CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 0 = Nee | ||
| DP480 Pomp aan als SWW CU-GH22 Hoofdverwarmingske-tel A1 | 1 = Ja | ||
| CP020 Groepfunctie SCB-10 1 = Direct | |||
| CP021 Groepfunctie SCB-10 2 = Menggroep | |||
| (1) Gebruik deze parametercode met de zoekfunctie (Zoeker) van het bedieningspaneel voor toegang tot de parameter.(2) Voor meer informatie zie: Cascademanagement activeren, pagina 58.(3) Voor meer informatie zie: De uitgang instellen, pagina 64. | |||
5 Installatie
5.1 Positionering van de verwarmingsketel
Afb.33 De verwarmingsketel transporteren

Afb.34 De muurbeugel monteren

- Transporteer de verwarmingsketel naar de installatieplaats:
1.1. Verwijder de bevestigingsbanden.
1.2. Verwijder de doos.
1.3. Verwijder de doos met aanvullende onderdelen.
In deze doos zit de muurbeugel met bevestigingsmateriaal en de montagesjabloon voor de volgende stappen.
- Monteer de muurbeugel:
2.1. Plak de montagesjabloon van de verwarmingsketel met plakband op de muur.
Belangrijk Zorg ervoor dat de montagesjabloon perfect horizontaal hangt.
2.2. Boor 2 gaten van ∅ 10 mm op de gemarkeerde punten op de sjabloon.
De extra gaten in de beugel kunnen worden gebruikt als één van de gaten niet geschikt is voor een correcte bevestiging.
2.3. Verwijder de montagesjabloon.
2.4. Monteer de pluggen.
2.5. Bevestig de muurbeugel aan de muur met de bijgeleverde schroeven en ringen.
Afb.35 Positionering van de verwarmingsketel

- Til de verwarmingsketel op en positioneer hem:
3.1. Verwijder de andere onderdelen van de verpakking.
3.2. Til de verwarmingsketel uit de laagste bak.
3.3. Hang de verwarmingsketel aan de muurbeugel.
Voor de gewenste positie van de verwarmingsketel kunt u de verwarmingsketel 30 mm naar links of rechts vanaf het midden van de muurbeugel verplaatsen.
Afb.36 Stroomkabel leiden

- Leid de stroomkabel door de clips op de bodem van de verwarmingsketel.
5.2 Installatie doorspoelen
Voordat er een nieuw toestel op een installatie kan worden aangesloten, moet de gehele installatie grondig worden gereinigd en doorgespoeld. Door het spoelen worden resten en vuil uit het installatieproces verwijderd. Indien van toepassing:
- Spoel de verwarmingsinstallatie door met minimaal 3 keer de inhoud van de leidingen.
- Spoel de sanitair-warmwaterleidingen door met minimaal 20 keer de inhoud van de leidingen.
5.3 Verwarmingssysteem aansluiten
Afb.37 Verwarmingssysteem aansluiten

- Verwijder de stofdoppen van de aanvoer- en retouraansluitingen.
- Monteer de aanvoerleiding van de installatie op de aanvoeraansluiting.
- Monteer de retourleiding van de installatie op de retouraansluiting.
- Monteer een pomp in de retourleiding van de installatie.
- Monteer de retourleiding van de installatie aan de pomp.
5.4 Aansluiten van de afvoer
Afb.38 Aansluiten van de afvoer

- Verwijder de stofkap van de condensaataansluiting
- Monteer de flexibele condensafvoerslang op de condensaatuitgang.
- Leid deze afvoerslang naar een kunststof afvoerbuis ∅ 32 mm of groter, uitkomend op het riool.
5.5 De gaspijp aansluiten
Afb.39 De gaspijp aansluiten

- Verwijder de stofkap van de gasaansluiting.
- Monteer de gasaanvoerleiding op de gasaansluiting.
- Monteer een gaskraan in de buurt van de verwarmingsketel.
- Monteer de gasaanvoerleiding op de gaskraan.
5.6 Aansluiting van de luchtinlaat en rookgasafvoer
Afb.40 Aansluiting van de luchtinlaat en rookgasafvoer

- Sluit de luchtinlaat en de rookgasafvoer aan op de verwarmingsketel.
S Insteekdiepte 25 mm - Monteer de opvolgende rookgasafvoerleidingen volgens de voorschriften van de fabrikant.

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- De leidingen mogen niet steunen op de verwarmingsketel.
- Monteer de horizontale delen aflopend richting verwarmingsketel, met een helling van 50 mm per meter.
5.7 De buitentemperatuursensor monteren
Plaats de buitentemperatuursensor op een locatie die aan de volgende kenmerken voldoet:
- Op een gevel van de te verwarmen ruimte, indien mogelijk op het noorden.
- Halverwege de muur van de te verwarmen ruimte.
- Onder invloed van wisselende weersomstandigheden.
- Beschermd tegen direct zonlicht.
- Makkelijk toegankelijk.
Afb.41 Aangeraden montageplaatsen

1 Optimale locatie 2 Mogelijke locatie

H Bewoonde hoogte gecontroleerd door de sensor Z Bewoond oppervlak gecontroleerd door de sensor
Plaats de buitentemperatuursensor best niet op een locatie met de volgende kenmerken:
- Afgeschermd door een deel van het gebouw (balkon, dak, enz.).
- Dicht bij een storende warmtebron (zon, schoorsteen, ventilatierooster, enz.).
Afb.42 Afgeraden locaties

Afb.43 Montage van de
buitentemperatuursensor

- Boor twee gaten met diameter van 6 mm.
- Plaats de twee pluggen.
- Bevestig de sensor met twee schroeven.
- Sluit de kabel aan op de buitentemperatuursensor.
5.8 Elektrische aansluitingen

Zie ook
Verwarmingsketel openen, pagina 80
5.8.1 Quick connect locatie
De Quick connect heeft L-Bus- en S-Bus-aansluitingen voor externe aansluitingen. U kunt eenvoudig externe apparaten en andere toestellen aansluiten zonder de verwarmingsketel te openen.
Afb.44 Quick connect locatie

1 L-Bus-aansluiting voor een 4 pins Molex Micro-Fit plug
2 S-Bus-aansluiting voor een RJ12 plug
3 S-Bus-aansluiting voor een RJ12 plug

Waarschuwing
Kabelkwaliteit
Risico op elektrische brand
- Gebruik uitsluitend originele kabels die als accessoire verkrijgbaar zijn of bij een accessoire worden geleverd.
Afb.45 L-Bus-connector

AD-3003126-01
■ Quick connect L-Bus-connector
U kunt een extern apparaat aansluiten op de connector. Dit breidt de lokale bus uit tot een muurbox of gateway. Verwijder de L-Bus-afsluitweerstand om deze connector te gebruiken.

- De L-Bus-afsluitweerstand heeft een bevestigingssluiting. Druk op de sluiting om de afsluitweerstand te verwijderen.
- Als u het externe apparaat afkoppelt, sluit dan de L-Busafsluitweerstand weer aan.
■ Quick connect S-Bus-connectoren
Afb.46 S-Bus-connectoren (RJ12)

AD-3003127-01
U kunt een cascade met verwarmingsketels bouwen met de connectoren. Gebruik de S-Bus-connectoren om maximaal 4 of 8 verwarmingsketels in een cascadesysteem te koppelen. Bij meer dan vier verwarmingsketels in een cascadesysteem dient u gebruik te maken van een externe cascademanager of SCB-10-uitbreidingsprinten.
U kunt de verwarmingsketels koppelen om een cascadesysteem te maken:
Afb.47 Cascadesysteem
![graph TD subgraph Network N1_1["N1"] --> X3_1["X3"] N1_1 --> X1_1["X1"] N2_1["N2"] --> X3_2["X3"] N2_1 --> X1_2["X1"] N2_2["N2"] --> X3_3["X3"] N2_2 --> X1_3["X1"] N2_3["N2"] --> X3_4["X3"] N2_3 --> X1_4["X1"] N2_4["N2"] --> X3_5["X3"] N2_4 --> X1_5["X1"] N2_5["N2"] --> X3_6["X3"] N2_5 --> X1_6["X1"…](/content/2026/06/1165084/images/dab61494584543df706215842b50c4ff6172f84c6213b49cdae7df2de82f6d5c.jpg)
A1 Hoofdverwarmingsketel met Quick connect
A2 Volgverwarmingsketel met Quick connect
A3 Volgverwarmingsketel met Quick connect
A4 Volgverwarmingsketel met Quick connect
A5 Volgverwarmingsketel met Quick connect
Mogelijk met SCB-10-uitbreidingsprint (optioneel).
A6 Volgverwarmingsketel met Quick connect
Mogelijk met SCB-10-uitbreidingsprint (optioneel).
A7 Volgverwarmingsketel met Quick connect
Mogelijk met SCB-10-uitbreidingsprint (optioneel).
A8 Volgverwarmingsketel met Quick connect
Mogelijk met SCB-10-uitbreidingsprint (optioneel).
N1 S-Bus-afsluitweerstand
N2 S-Bus-verbinding tussen toestellen
5.8.2 Printplaatlocaties
Deze afbeelding geeft de locatie voor elke printplaat weer. Beide in de fabriek gemonteerde en optionele printplaten worden weergegeven.
Afb.48 Printplaatlocaties

Tab.23 Primaire en optionele locaties
| Apparaat Standaardlocatie Optionele locatie | ||
| CU-GH22 1 - | ||
| CB-25 2 - | ||
| CB-08 (optioneel) 9 - | ||
| SCB-02 (optioneel) 8 - | ||
| SCB-04 (optioneel) 9 - | ||
| SCB-09 (optioneel) 10 11 / 12 | ||
| SCB-10 (optioneel) 6 - | ||
| SCB-13 (optioneel) 10 11 / 12 | ||
| SCB-17+ (optioneel) | 6 - | |
| GTW-08 Modbus (optioneel) | 3 4 | |
| GTW-21 BACNet (optioneel) | 3 4 |
5.8.3 Toegang tot de controlbox
Afb.49 Kantel de controlbox naar voren

- Druk de clips aan de zijkanten van de controlbox iets naar binnen.
- Kantel de controlbox naar voren.
Afb.50 Til de kap op

-
Trek de clips aan de voorkant 10n achterkant van de kap voorzichtig tegelijkertijd naar voren.
-
Til de kap op.
→ De connectoren op de aansluitprint zijn nu toegankelijk.

U hebt nu ook toegang tot de besturingseenheid. Herhaal de stappen met de clips aan de voorzijde een achterzijde van de andere kap.
Afb.51 Kabelloop

Afb.52 De kabel aansluiten

■ Kabelloop naar de controlbox
De verwarmingsketel heeft acht kabelwartelposities. U kunt de kabelwartels gebruiken om de kabel naar de controlbox te voeren.
- Kies de gewenste kabelwartelpositie en verwijder de doorvoertule.
- Bevestig de kabelwartel.
-
Voer de kabel naar de controlbox.
-
Sluit de kabel aan op de aansluitprintplaat.
- De kabel bevestigen:
5.1. Open de klem in de controlbox.

De klem openen: Duw in het midden en draai.
5.2. Sluit de klem in de controlbox.
5.3. Draai de afdichtmoer op de kabelwartel vast.
5.8.4 Toegang tot de uitbreidingsbox (optioneel)
Afb.53 Toegang tot de uitbreidingsbox

- Trek de clips aan de voorzijde van de kap voorzichtig naar voren.
- Verwijder het deksel.
■ Kabelloop naar de uitbreidingsbox (optioneel)
De uitbreidingsbox heeft twee mogelijke openingen voor kabels. U kunt deze openingen gebruiken om de kabel naar de uitbreidingsbox te voeren.
- Snij de rubberen afdichting in de gewenste opening.
A Kabelopening voor laagspanningskabels (≤ 24 V)
B Kabelopening voor voedingskabel (≈ 230 V)
- Voer de kabel naar de uitbreidingsbox.
Afb.54 Kabelloop

Afb.55 De kabel aansluiten

- Sluit de kabel aan op de uitbreidingsprint.
- Bevestig de kabel met de clips in the uitbreidingsbox.
5.8.5 Inleiding tot de CB-25 aansluitprintplaat
De Quinta verwarmingsketel is voorzien van een nieuwe generatie aansluitprintplaat. De CB-25 biedt meer aansluitmogelijkheden en vermindert de behoefte aan uitbreidingsprinten.
Tab.24 Beschikbare opties
| Opties Beschrijving | |
| Configureerbare ingang en uitgang Deze optie maakt het mogelijk om de in- en uitgangsconnectoren te configureren.Afhankelijk van het gewenste systeem kunt u de beschikbare configuraties selecteren en combineren. U kunt het gedrag van de connectoren wijzigen met een parameterinstelling. | |
| 0-10 V ingang Deze optie maakt het mogelijk om een externe 0-10 V warmtevraagregeling aan te sluiten. U kunt de verwarmingsketel regelen op basis van temperatuur- of vermogenssetpunt. | |
| LIN-Bus Deze optie maakt het mogelijk om | een LIN pomp aan te sluiten. Het LIN-Bus-proto-col geeft u meer inzicht over de prestaties, diagnostiek en storingsdetectie van de pomp. |
| Cascaderegeling Deze optie maakt het mo | mogelijk om verwarmingsketels in een cascadesysteem te koppelen. De S-Bus-aansluitingen kunnen extern op de Quick connect worden ge- maakt. |
| Sanitair warm water Deze optie maakt het | mogelijk om een SWW boiler aan te sluiten. Afhankelijk van het gewenste SWW systeem kunt u verschillende soorten pompen en sensoren aansluiten. |
Door de combinatie van de uitgebreide aansluitingen en softwarefuncties heb je standaard meer mogelijkheden. De tabellen geven een overzicht van de mogelijke combinaties.
- U kunt de gewenste vaste combinatie toepassen.
- U kunt de vaste combinatie uitbreiden met optionele in- en uitgangen.
Tab.25 Configureerbare ingangen en uitgang - vaste combinaties
| Connector(1) | ||||||
| Cascaderegeling:• Systeemtemperatuursensor ( F5 ) | 5 | |||||
| SWW circulatie:• SWW circulatiepomp ( F1 )• SWW circulatietemperatuursensor ( F6 ) | F1 | 6 | ||||
| SWW menging:• SWW-mengpomp ( F1 )• SWW mengtemperatuursensor ( F6 ) | F1 | 6 | ||||
| SWW gelaagd:• SWW boiler bovenste temperatuursensor ( F6 ) | F | 6 | ||||
| Ventilatie verwarmingsketelruimte:• Afzuigventilator ( F2 )• Afzuigventilatorsignaal ( F4 ) | F2 | F4 | ||||
| (1) De letter F geeft een vaste combinatie van twee connectoren voor elke configuratie aan. | ||||||
Tab.26 Configureerbare ingangen en uitgang - uitgebreide opties
| Connector(1)(2) | ||||||
| AUXN L | StatusNc C No | 1 | 2 | Tsyst | Tsyst | |
| Cascadesysteempomp B | 1 | A2 | ||||
| Directe zonepomp B | 1 | A2 | ||||
| Secundaire pomp B | 1 | A2 | ||||
| Afsluiter B | 1 | A2 | ||||
| Externe gasklep B | 1 | A2 | ||||
| Statuscontact B | 1 | A2 | ||||
| Warmtevraagsignaal A | 3 | B4 | ||||
| Verwarmingsketelontlastingssignaal | A | 3 | B4 | |||
| Blokkerende ingang | A | 3 | B4 | |||
| Vrijgave-ingang | A | 3 | B4 | |||
| Gasdrukschakelaar | A | 3 | B4 | |||
| (1) De letter A geeft de eerste optie aan voor de aansluiting van elke ingang of uitgang.(2) De letter B geeft de tweede optie aan voor de aansluiting van elke ingang of uitgang. | ||||||
Tab.27 Voorbeeld van mogelijke combinaties
| Aansluitconnector | AUXN L | StatusNc C No | 1 | 2 | 1Tsyst | 2Tsyst |
| Vaste combinatie: Ventilatie verwarmingsketelruimte:• Afzuigventilator ( F2 )• Afzuigventilatorsignaal ( F4 )Uitgebreid met:• Gasdrukschakelaar ( A3 ) | F2 | A3 | F4 | |||
| Vaste combinatie: Cascaderegeling:• Systeemtemperatuursensor ( F5 )Vaste combinatie: Ventilatie verwarmingsketelruimte:• Afzuigventilator ( F2 )• Afzuigventilatorsignaal ( F4 )Uitgebreid met:• Cascadesysteempomp ( B1 )• Verwarmingsketelontlastingssignaal: (A3) | B1 | F2 | A3 | F4 | F5 |
Voor het aansluiten en configureren van de gewenste installatie verwijzen wij u naar:
- Het volgende hoofdstuk voor de beschikbare connectoren.
- De aansluitschema's in de handleiding of online.
5.8.6 De aansluitprint CB-25
De CB-25 is geplaatst in de instrumentenbox. Deze biedt gemakkelijke toegang tot alle standaardconnectoren.
Afb.56 Aansluitprintplaat CB-25

AD-3002742-02
1 Pompconnector, pagina 37
Sluit een ketelpomp aan.
2 SWW-pomp connector, pagina 37
Sluit een SWW-laadpomp aan.
3 AUX connector, pagina 37
Sluit een:
- Cascadesysteempomp, pagina 38
- SWW circulatiepomp, pagina 38
- SWW-mengpomp, pagina 38
- Directe zonepomp, pagina 38
- Secundaire pomp, pagina 38
- Afsluiter, pagina 38
- Externe gasklep, pagina 38
- Statuscontact, pagina 39
4 Statusconnector, pagina 39
Sluit een:
- Afzuigventilator, pagina 39
- Cascadesysteempomp, pagina 39
- Directe zonepomp, pagina 39
- Secundaire pomp, pagina 39
- Afsluiter, pagina 40
- Externe gasklep, pagina 40
- Statuscontact, pagina 40
5 LIN-Bus-connector, pagina 40
Sluit een LIN-pomp aan.
6 Programmeerbare invoerconnectoren, pagina 40 Sluit een:
- Afzuigventilatorsignaal, pagina 40
-
Warmtevraagsignaal, pagina 41
-
Verwarmingsketelontlastingssignaal, pagina 41
- Blokkerende ingang, pagina 41
- Vrijgave-ingang, pagina 41
- Gasdrukschakelaar, pagina 41
7 Pomp PWM connector, pagina 42 Sluit een PWM signaal voor de ketelpomp aan.
8 0–10 V connector, pagina 42 Sluit een 0-10 V signaal aan.
9 Connector Tout, pagina 42 Sluit een buitentemperatuursensor aan.
10 R-Bus-connector, pagina 43
Sluit een kamerthermostaat aan.
11 Tsyst-connectoren, pagina 43
Sluit een:
- Systeemtemperatuursensor, pagina 43
- Temperatuursensor SWW circulatie, pagina 44
- SWW mengtemperatuursensor, pagina 44
- Bovenste temperatuursensor SWW boiler, pagina 44
12 Connector Tdhw, pagina 44
Sluit een onderste temperatuursensor SWW boiler aan.
13 SWW pomp PWM connector, pagina 44
Sluit een PWM signaal voor de SWW pomp aan.
14 Servicepoort connector, pagina 44
Sluit een servicetool aan.
15 Connector L-Bus, pagina 44
Sluit een uitbreidingsbox (L-Bus) aan.
16 S-Bus-connectoren, pagina 45
Niet gebruiken.
17 Zekering F1
Beschermt alle aangesloten componenten (bijvoorbeeld pompen, kleppen en printplaten).
■Pompconnector
U kunt een ketelpomp op de connector aansluiten.
Afb.57 Pompconnector

AD-3001306-02
Sluit de pomp als volgt aan:
± Aarde N Nulleider L Fase
Belangrijk Het maximale stroomverbruik is 300 VA.
U kunt de nalooptijd, het maximum en minimum toerental van de pomp wijzigen met de parameters PP015, PP016 en PP018.
Zie ook Pomp PWM connector, pagina 42
■ SWW-pomp connector
U kunt een SWW laadpomp op de connector aansluiten.
Afb.58 SWW-pomp connector

AD-4000123-02
Sluit de pomp als volgt aan:
± Aarde N Nulleider L Fase
Belangrijk Het maximale stroomverbruik is 300 VA.
U kunt de nalooptijd, het maximum en minimum toerental van de pomp wijzigen met de parameters DP020, DP037 en DP038.
■ AUX connector
U kunt een serie pompen, twee typen kleppen of een contact op de connector aansluiten. U kunt deze naar behoefte configureren. Elke configuratie heeft een specifieke instelling.
Eén connector is beschikbaar op de aansluitprintplaat. Voor meer aansluitingen moet u een uitbreidingsprint gebruiken.
Afb.59 AUX connector

AD-3002666-01
Sluit de pomp, de klep of het contact als volgt aan:
± Aarde N Nulleider L Fase
Afb.60 Cascadesysteempomp

AD-3002666-01
Belangrijk Het maximale stroomverbruik is 300 VA.
- Cascadesysteempomp
U kunt een cascadesysteempomp op de connector aansluiten. Als het toestel deel uitmaakt van een cascadesysteem en geen interne pomp heeft, moet deze pomp aangesloten worden. Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de primaire zijde van het systeem.
Sluit deze pomp altijd aan op het hoofdtoestel.
Zie ook Cascademanagement activeren, pagina 58
- SWW circulatiepomp
U kunt een secundaire SWW circulatiepomp op de connector aansluiten. Deze pomp circuleert het sanitair warm water door het systeem.
Afb.61 SWW circulatiepomp

AD-3002666-01
Zie ook SWW circulatie activeren, pagina 58
Afb.62 SWW-mengpomp

AD-3002666-01
- SWW-mengpomp
U kunt een SWW-mengpomp op de connector aansluiten. Deze pomp mengt het water in de SWW boiler om de temperatuur gelijkmatig te verdelen.
Zie ook SWW mengen activeren, pagina 59
- Directe zonepomp
U kunt een directe zonepomp op de connector aansluiten. Deze pomp zorgt voor aanvoer naar de zone. De pomp is actief wanneer er een warmtevraag is in de directe zone.
Afb.63 Directe zonepomp

AD-3002666-01
Sluit deze pomp altijd aan op het hoofdtoestel.
Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
- Secundaire pomp
U kunt een secundaire pomp op de connector aansluiten. Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de secundaire zijde van het systeem.
Afb.64 Secundaire pomp

AD-3002666-01
Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
- Afsluiter
U kunt een afsluiter aansluiten op de connector. Deze klep isoleert het toestel van het systeem.
Afb.65 Afsluiter

AD-3002666-01
Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
- Externe gasklep
U kunt een externe gasklep aansluiten op de connector. Deze klep volgt het gedrag van het gasblok in het toestel.
Afb.66 Externe gasklep

AD-3002666-01
Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
Afb.67 Statuscontact

- Statuscontact
U kunt een statuscontact op de connector aansluiten. Dit contact meldt de actuele status van het toestel aan een extern apparaat of een gebouwbeheersysteem.
AD-3002666-01

Zie ook
De uitgang instellen, pagina 64
■ Statusconnector
U kunt een ventilator, serie pompen, twee typen kleppen of een contact op de connector aansluiten. U kunt deze naar behoefte configureren. Elke configuratie heeft een specifieke instelling.
Afb.68 Statusconnector

Sluit de ventilator, pomp, klep of het contact als volgt aan:
Nc Normaal gesloten contact (contact opent wanneer status optreedt) C Hoofdcontact
No Normaal geopend contact (contact sluit wanneer status optreedt)
AD-3002781-01

Belangrijk
De statusconnector functioneert als potentiaalvrij contact. Sluit een externe 230 V-voeding aan voor een ventilator, pomp en klep.
Afb.69 Afzuigventilator

- Afzuigventilator
U kunt een afzuigventilator voor verwarmingsketelruimte op de connector aansluiten. Als het toestel actief is, ventileert de ventilator de ruimte.
AD-3002781-01

Zie ook
Ventilatie van verwarmingsketelruimte activeren, pagina 60
Afb.70 Cascadesysteempomp

- Cascadesysteempomp
U kunt een cascadesysteempomp op de connector aansluiten. Als het toestel deel uitmaakt van een cascadesysteem en geen interne pomp heeft, moet deze pomp aangesloten worden. Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de primaire zijde van het systeem.
AD-3002781-01

Sluit deze pomp altijd aan op het hoofdtoestel.

Zie ook
Cascademanagement activeren, pagina 58
Afb.71 Directe zonepomp

- Directe zonepomp
U kunt een directe zonepomp op de connector aansluiten. Deze pomp zorgt voor aanvoer naar de zone. De pomp is actief wanneer er een warmtevraag is in de directe zone.
AD-3002781-01

Sluit deze pomp altijd aan op het hoofdtoestel.

Zie ook
De uitgang instellen, pagina 64
- Secundaire pomp
U kunt een secundaire pomp op de connector aansluiten. Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de secundaire zijde van het systeem.
Afb.72 Secundaire pomp

AD-3002781-01

Zie ook
De uitgang instellen, pagina 64
Afb.73 Afsluiter

Afb.74 Externe gasklep

Afb.75 Statuscontact

Afb.76 LIN-Bus-connector

Afb.77 Programmeerbare invoerconnectoren

Afb.78 Afzuigventilatorsignaal

- Afsluiter
U kunt een afsluiter aansluiten op de connector. Deze klep isoleert het toestel van het systeem.
AD-3002781-01

Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
- Externe gasklep
U kunt een externe gasklep aansluiten op de connector. Deze klep volgt het gedrag van het gasblok in het toestel.
AD-3002781-01

Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
- Statuscontact
U kunt een statuscontact op de connector aansluiten. Dit contact meldt de actuele status van het toestel aan een extern apparaat of een gebouwbeheersysteem.
AD-3002781-01

Zie ook De uitgang instellen, pagina 64
LIN-Bus-connector
U kunt een LIN-Bus-pomp op de connector aansluiten. De LIN-Bus regelt de pomp en ontvangt gegevens van de pomp.

De LIN-Bus-pompen van Grundfos zijn getest en goedgekeurd om met het toestel te werken. Andere merken pompen kunnen ook werken, maar zijn niet getest.
Sluit de LIN-Bus-draden als volgt aan:
+ Plus
- Min
D Signaal
■ Programmeerbare invoerconnectoren
Op elke connector kunt u een reeks ingangssignalen aansluiten. De programmeerbare ingangsconnectoren functioneren als een potentiaalvrij contact.

Twee programmeerbare connectoren zijn beschikbaar op de aansluitprintplaat. Voor meer aansluitingen moet u een uitbreidingsprint gebruiken.
U kunt deze naar behoefte configureren. Afhankelijk van de instelling kan er een type ingangssignaal worden aangesloten.

De draden kunnen onderling worden verwisseld. Het maakt niet uit welke draad in welke klem wordt aangesloten.
AD-3002780-01
- Afzuigventilatorsignaal
U kunt een afzuigventilator-feedbacksignaal voor verwarmingsketelruimte op de connector aansluiten. Als de afzuigventilator aan is, sluit het contact.
AD-3002780-01

Zie ook Ventilatie van verwarmingsketelruimte activeren, pagina 60
Afb.79 Warmtevraagsignaal
| 1 |
| 2 |
AD-3002780-01
Afb.80 Verwarmingsketelontlastingssignaal
| 1 |
| 2 |
AD-3002780-01
Afb.81 Blokkerende ingang
| 1 |
| 2 |
AD-3002780-01
Afb.82 Vrijgave-ingang
| 1 |
| 2 |
AD-3002780-01
Afb.83 Gasdrukschakelaar
| 1 | 2 |
AD-3002780-01
- Warmtevraagsignaal
U kunt een aan-uitcontact voor centrale verwarming aansluiten op de connector. Hierdoor ontstaat er een warmtevraag voor de centrale verwarming van het systeem.

Zie ook
De ingang instellen, pagina 60
- Verwarmingsketelontlastingssignaal
U kunt een GBS op de connector aansluiten. Hierdoor wordt het toestel aangesloten op een gebouwbeheersysteem dat meerdere verwarmingstoestellen regelt. Gebruik dit aan-uitcontact om het toestel voor warmteaanvragen te ontplasten. De andere toestellen in het systeem kunnen nog steeds warmte produceren. Bijvoorbeeld:
- Wanneer de ingang actief is, produceert het toestel geen warmte voor de centrale verwarming.
- Wanneer de ingang actief is, produceert het toestel geen warmte voor sanitair warm water.
- Wanneer de ingang actief is, produceert het toestel geen warmte centrale verwarming en sanitair warm water.
De ingang kan voor de vrijgave van de warmtevraag ingesteld worden op geopend of gesloten.

Zie ook
De ingang instellen, pagina 60
- Blokkerende ingang
U kunt de connector als blokkerende ingang gebruiken. Hierdoor wordt het toestel op verzoek geblokkeerd voor specifieke warmtevraagtypen. U kunt deze naar behoefte configureren. Bijvoorbeeld:
- Het toestel blokkeert warmtevragen voor centrale verwarming.
- Het toestel blokkeert warmtevragen voor sanitair warm water.
- Het toestel blokkeert warmtevragen voor centrale verwarming en sanitair warm water.
De ingang kan voor de blokkering van de warmtevraag ingesteld worden op geopend of gesloten. Ook is het mogelijk om het toestel een foutcode te laten weergeven.

Zie ook
De ingang instellen, pagina 60
- Vrijgave-ingang
U kunt de connector als vrijgave-ingang gebruiken. Hierdoor wordt het toestel op verzoek vrijgegeven voor specifieke warmtevraagtypen. U kunt deze naar behoefte configureren. Bijvoorbeeld:
- Het toestel wordt geactiveerd voor sanitair warm water en moet vrijgegeven worden voor een centrale-verwarmingsvraag.
- Het toestel wordt niet geactiveerd voor centrale verwarming of sanitair warm water en moet vrijgegeven worden voor beide warmtevragen.
De ingang kan voor de vrijgave van de warmtevraag ingesteld worden op geopend of gesloten.

Zie ook
De ingang instellen, pagina 60
- Gasdrukschakelaar
U kunt een gasdrukschakelaar aansluiten op de connector.
- Als de gasdruk te laag is, wordt de schakelaar geactiveerd. Hierdoor wordt het toestel gedurende 10 minuten geblokkeerd en wordt de foutcode H.01.09 weergegeven.
Afb.84 Pomp PWM connector

AD-3002782-01
Afb.85 0–10 V connector

AD-3001304-03
Afb.86 0-10 V regeling

- Als de gasdruk te hoog is, wordt de schakelaar geactiveerd. Hierdoor wordt het toestel gedurende 10 minuten geblokkeerd en wordt de foutcode H.01.26 weergegeven.
De ingang kan voor de activering van de schakelaar ingesteld worden op geopend of gesloten.

Zie ook
De ingang instellen, pagina 60
■ Pomp PWM connector
U kunt een signaaldraad van de PWM-pomp op de connector aansluiten. Het PWM signaal moduleert en regelt de ketelpomp.
Sluit de PWM signaaldraden als volgt aan:
0 Nul
+ Plus
■ 0–10 V connector
U kunt een 0-10 V warmtevraag op de connector aansluiten. Het 0-10 V signaal heeft twee modi:
- Regeling gebaseerd op temperatuursetpunt.
- Regeling gebaseerd op vermogensetpunt.
Sluit het 0-10 V signaal als volgt aan:
- Min
- Plus
U kunt de modus van de analoge invoer wijzigen met parameter EP014:
Temperatuurregeling: De 0-10 volt regelt de aanvoertemperatuur van het toestel. Het vermogen varieert tussen de minimale en maximale waarde op basis van de richtwaarde van de aanvoertemperatuur met een vaste vermogensetpunt.
Vermogensregeling: De 0-10 volt regelt de warmteafgifte van het toestel. Het vermogen wordt omgezet naar een 0 – 100% relatief vermogensetpunt met een vast temperatuursetpunt. Het minimale vermogen is gekoppeld aan de modulatiediepte van het toestel.
1 Minimumsetpunt voor temperatuur (parameter EP030) of vermogen (parameter EP032)
2 Maximumsetpunt voor temperatuur (parameter EP031) of vermogen (parameter EP033)
3 Minimumsetpunt voor spanning (parameter EP034)
4 Maximumsetpunt voor spanning (parameter EP035)
De gemeten waarden kunnen met signalen worden gelezen:
EM010 De spanning op de 0-10V ingang.
EM018 Indien regeling gebaseerd op temperatuur is ingesteld: het berekende temperatuursetpunt.
EM021 Indien regeling gebaseerd op warmteafgifte is ingesteld: het berekende vermogensetpunt.
Connector Tout

Sluit de buitentemperatuursensor altijd aan op de printplaat die de zones regelt. Bijvoorbeeld: als de zones worden bestuurd door een SCB-02 of SCB-10, sluit dan de sensor aan op die printplaat.
U kunt een buitentemperatuursensor aansluiten op de connector. De volgende sensors zijn beschikbaar:
AF60 NTC 470 Ω/25 °C
Afb.87 Connector Tout

AD-4000006-04
De draden kunnen onderling worden verwisseld. Het maakt niet uit welke draad in welke klem wordt aangesloten.
U kunt het type buitentemperatuursensor, de traagheid van het gebouw en het type sensoraansluiting wijzigen met parameters AP056, AP079 en AP091.
Alleen buitentemperatuursensor: De aanvoertemperatuur wordt bepaald door de buitentemperatuur, samen met de interne stooklijn van het toestel.
Wanneer u alleen een buitentemperatuursensor aansluit, plaatst u een brug op de R-Bus-connector. Wijzig ook de regelstrategieparameter CP780 naar Weersafhankelijk (2).
Buitentemperatuursensor met een thermostaat: De aanvoertemperatuur wordt bepaald door de buitentemperatuur, samen met de interne stooklijn van het toestel. Deze interne stooklijn wordt naar boven verschoven wanneer de gemeten ruimtetemperatuur afwijkt van de gewenste ruimtetemperatuur. Met een OpenTherm-thermostaat moet de gewenste stooklijn worden ingesteld op de thermostaat.
U kunt de invloed van de kamertemperatuur wijzigen met parameter CP240. Wijzig ook de regelstrategieparameter CP780 naar Buiten&ruimte gebas. (3).
■ R-Bus-connector
U kunt een kamerthermostaat op de connector aansluiten. De volgende typen zijn mogelijk:
• R-Bus-thermostaat (bijv. de eTwist)
- OpenTherm thermostaat
- OpenTherm Smart Power thermostaat
• Aan/uit-thermostaat
Afb.88 R-Bus-connector

AD-3001314-03
Sluit de kamerthermostaat als volgt aan:
De draden kunnen onderling worden verwisseld. Het maakt niet uit welke draad in welke klem wordt aangesloten.
Sluit de gewenste thermostaat aan, en het type thermostaat wordt automatisch herkend.
■ Tsyst-connectoren
U kunt een systeemtemperatuursensor op elke connector aansluiten. De volgende typen zijn mogelijk:
- Systeemtemperatuursensor (NTC 10k Ω/25 °C)
• Temperatuursensor SWW circulatie (NTC 10k Ω/25 °C)
• Temperatuursensor SWW meng (NTC 10k Ω/25 °C) - Bovenste temperatuursensor SWW boiler (NTC 10k Ω/25 °C)
U kunt deze naar behoefte configureren. Afhankelijk van de instelling kan er een sensortype worden aangesloten.
Sluit de sensor als volgt aan:
Afb.89 Tsyst-connectoren

AD-4000008-03
De draden kunnen onderling worden verwisseld. Het maakt niet uit welke draad in welke klem wordt aangesloten.
Afb.90 Systeemtemperatuursensor

AD-3003105-01
- Systeemtemperatuursensor
U kunt een systeemtemperatuursensor aansluiten op de Tsyst 1-connector.
Zie ook Cascademanagement activeren, pagina 58
Afb.91 Temperatuursensor SWW circulatie
| 1 | 2 |
| Tsyst | Tsyst |
AD-3003349-01
Afb.92 SWW mengtemperatuursensor
| 1 | 2 |
| Tsyst | Tsyst |
AD-3003349-01
Afb.93 Bovenste temperatuursensor SWW boiler
| 1 | 2 |
| Tsyst | Tsyst |
AD-3003349-01
- Temperatuursensor SWW circulatie
U kunt een temperatuursensor SWW circulatie aansluiten op de Tsyst 2-connector.

Zie ook
SWW circulatie activeren, pagina 58
- SWW mengtemperatuursensor
U kunt een SWW mengtemperatuursensor aansluiten op de Tsyst 2-connector.

Zie ook
SWW mengen activeren, pagina 59
- Bovenste temperatuursensor SWW boiler
U kunt een bovenste temperatuursensor SWW boiler aansluiten op de Tsyst 2-connector.

Zie ook
Gelaagd SWW activeren, pagina 59
Connector Tdhw

Belangrijk
Voor toestellen met een SCB-10 uitbreidingsprint, zie de aansluitschema's in deze handleiding.
Op de connector kunt u een onderste temperatuursensor SWW boiler (NTC 10k Ω/25 °C) aansluiten.

De draden kunnen onderling worden verwisseld. Het maakt niet uit welke draad in welke klem wordt aangesloten.
■ SWW pomp PWM connector
U kunt een PWM signaaldraad van de SWW pomp op de connector aansluiten. Het PWM signaal moduleert en regelt de SWW pomp.
Sluit het PWM signaal als volgt aan:
- Min
- Plus
■ Servicepoort connector
U kunt een servicetool op de connector aansluiten. De servicetool verbindt de volgende apparaten:
U kunt de Recom Smart Service-app gebruiken om diverse instellingen in te voeren, te wijzigen of uit te lezen.
- Connector L-Bus
U kunt de kabel van de uitbreidingsbox op de connector aansluiten. Dit breidt de lokale bus uit naar de uitbreidingsbox.
Afb.98 S-Bus-connectoren (RJ12)

■ S-Bus-connectoren
Gebruik niet deze interne S-Bus-connectoren. U kunt de Quick connect gebruiken voor de S-Bus-aansluitingen.
AD-3003114-01
6 Voor inbedrijfstelling
6.1 Controlelijst vóór inbedrijfstelling
6.1.1 De sifon vullen
Afb.99 De sifon vullen

Risico op CO-vergiftiging.
- De sifon moet altijd voldoende gevuld zijn met water.
- Vul de sifon met water.
- Bevestig de sifon
- Controleer op lekkages.
6.1.2 Installatie vullen
Geadviseerde waterdruk tussen 1,5 en 2 bar.
Ga als volgt te werk bij het vullen van de installatie:
- Vul de CV-installatie met schoon water.

Schakel de ketel in om de waterdruk op het display weer te geven.
- Controleer de waterzijdige aansluitingen op dichtheid.
6.1.3 Gascircuit voorbereiden
Afb.100 Meetpunt gasvoordruk


Gevaar voor elektrische schok Hoge spanningen Gevaar voor elektrische schok.
- Ontkoppel altijd de netvoeding vóór werkzaamheden aan het toestel.
1 Gasblok op de Quinta 45 - 65 - 90
2 Gasblok op de Quinta 115
- Open de hoofdgaskraan.
- Open de gaskraan van de ketel.
- Controleer de dichtheid van het gascircuit.
- Ontlucht de gastoevoerleiding door het meetpunt P1 los te schroeven.
⇒ De gastoevoerleiding is goed ontlucht als er een gaslucht kan worden waargenomen.
- Controleer de gasvoordruk op het meetpunt P1. De geadviseerde voordruk staat op het typeplaatje.

Gevaar Gaslek
Risico op explosie.
- De voordruk mag nooit de maximumdruk overschrijden die in de tabel met technische gegevens is vermeld.
- Schroef het meetpunt weer dicht.
6.2 Beschrijving van het bedieningspaneel
6.2.1 Componenten van het bedieningspaneel
Afb.101 Componenten van het bedieningspaneel

De functies van de draaiknop en de selectietoetsen worden uitgevoerd door hetzelfde onderdeel van het bedieningspaneel. Draai of druk op de knop om het gewenste resultaat te bekomen.
1 Draaiknop: draaien om items op het scherm, menu of de instelling te markeren
2 Selectietoets ⚙drukken om de gemarkeerde selectie te bevestigen
3 Terugtoets
- Kort drukken op de toets : Terugkeren naar het vorige niveau of vorige menu
- Toets lang ingedrukt houden: Terug naar hoofdscherm
4 Menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan
5 Scherm
6.2.2 Beschrijving van het hoofdscherm
Dit scherm verschijnt automatisch na de start van het toestel. Het bedieningspaneel gaat automatisch in de stand-bymodus als de toetsen 5 minuten lang niet worden gebruikt. Druk op een van de toetsen op het bedieningspaneel om het scherm weer te activeren.
U kunt van elk menu navigeren naar het hoofdscherm door de terugtoets
enkele seconden ingedrukt te houden.
Zone- en storinginformatie zijn toegankelijk vanaf het hoofdscherm. Gebruik de draaiknop om tussen schermen te scrollen.
Afb.102 Beschrijving van het hoofdscherm

1 Datum en tijd
2 Pictogrammen die de status van het toestel weergeven
3 Toestelpictogram en aanvoertemperatuur
4 Waterdruk
5 Pictogrammen van de actueel actieve en beschikbare schermen
6 Status van het toestel
7 Buitentemperatuur (als een buitentemperatuursensor aangesloten is)
Tab.28 Beschrijving statuspictogrammen
| Pictogram | Beschrijving |
| Automatische schakeling tussen verwarmings- en koelmodus. | |
| Verwarming aangesloten op een warmtepomp.Continu symbool: verwarmingsmodus actief.Knipperend symbool: verwarming in uitvoering. | |
| Koeling aangesloten op een warmtepomp.Continu symbool: koelmodus actief.Knipperend symbool: koeling in uitvoering. | |
| Verwarming aangesloten op een gasgestookte- of oliegestookte ketel.Continu symbool: verwarmingsmodus actief.Knipperend symbool: verwarming in uitvoering. | |
| SWW is ingeschakeld.Symbool brandt ononderbroken: SWW is actief.Symbool knippert: SWW-productie in uitvoering. | |
| Vorstbeveiligingsmodus geactiveerd. | |
| Zomermodus geactiveerd. Er is geen verwarming. | |
| Storingsindicator. Navigeer naar het storingsscherm voor meer informatie. | |
| De brander is aan. | |
| De warmtepomp is ingeschakeld. Weergegeven bij verwarmings- of koelvraag. | |
| Elektrische back-up aangesloten op een warmtepomp. De elektrische back-up is in werking. | |
| Schoorsteenvegersmodus is geactiveerd. Deze optie wordt gebruikt om de verbranding te meten. U vindt dit in het Schoorst.vegermodus menu. | |
| Installateursmodus geactiveerd. |
■ Beschrijving van het hoofdmenu met snelle toegang
Een menu met enkele functies is rechtstreeks toegankelijk vanaf het hoofdscherm. Druk op de selectietoets voor snelle toegang tot het menu.
Tab.29 Beschrijving van het hoofdmenu met snelle toegang
| Menu Functie | |
| Systeem vakantiemodus Stel de begin- en einddatum van uw vakantie in om de kamer-en SWW-temperaturen van alle zones te verlagen. | |
| Werkingsmodus Wijzig de verwarmingsbedrijfsmodus. | |
| Sanitair warm water Aan/Uit Activeer of deactiveer sanitair warm water. | |
| Geforceerde zomermodus Aan/Uit Activeer of deactiveer de geforceerde zomermodus. Wanneer dit is ingesteld op Aan, is de verwarming gedeactiveerd en blijft warm water actief. | |
6.2.3 Beschrijving van het zonescherm
Afb.103 Beschrijving van het zonescherm

Informatie over de verschillende zones in uw installatie is toegankelijk vanaf het hoofdscherm. Draai aan de draaiknop om de informatieschermen te bekijken.
1 Naam van de zone
2 Bedrijfsmodus nu actief
3 Buitentemperatuur
4 Kamertemperatuur (als er een thermostaat is geïnstalleerd)
5 Zonesymbool
6 Pictogrammen voor het navigatieniveau tussen het hoofdscherm, de zone en storinginformatie.
7 Informatie over de circuitstatus
Tab.30 Beschrijving van de zonepictogrammen
| Pictogram-men | Zones |
| Alle | |
| Slaapkamer | |
| Woonkamer | |
| Studeer-/werkkamer | |
| Buiten | |
| Keuken | |
| Kelder | |
| SWW(1) | |
| (1) Het SWW-pictogram wordt automatisch geselecteerd voor het SWW-zone-scherm en kan niet handmatig worden geselecteerd of gewijzigd. | |
■ Beschrijving van het zonemenu met snelle toegang
Een menu met enkele functies is rechtstreeks toegankelijk vanaf het zonescherm. Druk op de selectietoets voor snelle toegang tot het menu.
Tab.31 Beschrijving van het zonemenu met snelle toegang
| Menu Functie | |
| Verwarmingstemperaturen instellen Activiteitstemperaturen weergeven en instellen | |
| Werkingsmodus Selecteer een bedrijfsmodus om verwarming te regelen. Schema, Handmatig, Tijdelijk, Vakantie of Uit. | |
| Klokprogramma's verwarming Programmeer of selecteer een verwarmingstijdprogramma. | |
■ Beschrijving van het SWW-menu met snelle toegang
Een menu met enkele functies is rechtstreeks toegankelijk vanaf het SWW-zonescherm. Druk op de selectietoets voor snelle toegang tot het menu.
Tab.32 Beschrijving van het SWW-menu met snelle toegang
| Menu Functie | |
| Stel SWW-temperaturen in Raadpleeg en stel het SWW-comfortsetpunt in. | |
| Werkingsmodus Selecteer een bedrijfsmodus om SWW te regelen: Schema,Comfort, Warmwaterboost, Vakantie of Uit. | |
| Klokprogramma's Programmeer of selecteer een SWW-tijdprogramma. | |
6.2.4 Beschrijving van het hoofdmenu
Het hoofdmenu biedt toegang tot de opties van het bedieningspaneel.
Welke menupictogrammen worden weergegeven in de carrousel, is afhankelijk van de systeemconfiguratie.
Geef de menucarrousel weer door op de hoofdmenutoets 📄 drukken.
Doorloop het menu door aan de draaiknop te draaien. Druk op de selectietoets ⚙ om de selectie te bevestigen.
Afb.104 Beschrijving van het hoofdmenu

1 Menupictogram
2 Scheidingsbalk: geeft het begin van de carrousel aan en is afhankelijk van de systeemconfiguratie wel of niet zichtbaar.
3 Gemarkeerde menu-optie
Tab.33 Beschrijving van het hoofdmenu
| Pictogram Menutitel Beschrijving | ||
| AUTO | Werkingsmodus Naar bedieningsregelingen gaan. | |
| Sanitair warm waterAan/Uit | Naar regelingen voor sanitair warm water gaan. | |
| Verwarmingstemperatuur Activiteitstemperaturen in de zonetijdprogramma's wijzigen. | ||
| Watertemperatuur Wijzig het comfortsetpunt van het sanitair warm water. | ||
| Tijdelijke verandering verwarmingstemp. | Een geactiveerd tijdprogramma tijdelijk opheffen. De kamertemperatuur wordt tot een ingestelde eindtijd gewijzigd. | |
| Warmwaterboost Een geactiveerd tijdprogramma tijdelijk opheffen. De sanitair-warmwatertemperatuur wordt tot een ingestelde eindtijd gewijzigd. | ||
| Systeem vakantiemodus Vakantieprogramma activeren of deactiveren (inclusief vorstbeveiliging). De kamer-temperatuur wordt verlaagd tijdens uw vakantie om energie te besparen. | ||
| Gebruikersinstellingen Naar gebruikersniveau-opties gaan. | ||
| Schoorst.vegermodus Schoorsteenvegermodus activeren of deactiveren. | ||
| Installateur Naar installateursopties gaan. Installateurscode vereist. | ||
| Zoeker Parameter zoeken op code. Installateurscode vereist. | ||
| Geeft overzicht Systeemsignalen, statusen en setpunten weergeven. Installateurscode vereist. | ||
| Bluetooth | Bluetooth-verbinding activeren of deactiveren. | |
| Systeeminstellingen | Systeeminstellingen wijzigen en installateursinformatie weergeven. | |
| Versie-informatie Versie-informatie weergeven. | ||
6.2.5 Beschrijving van het stand-byscherm
Het stand-byscherm wordt automatisch geactiveerd na 5 minuten inactiviteit. De achtergrondverlichting wordt gedeactiveerd en informatie over de algemene status van het toestel wordt weergegeven.
Druk op een willekeurige toets van het bedieningspaneel op de gebruikersinterface om het stand-byscherm te verlaten.
Afb.105 Beschrijving van het standbyscherm

1 Buitentemperatuur (als een buitentemperatuursensor aangesloten is)
2 Bericht inactief systeem
3 Datum en tijd
4 Waterdruk
Tab.34 Beschrijving van berichten inactief systeem
| Melding Beschrijving | |
| SYSTEEM OK Systeem is in normale werking. | |
| SYSTEEMFOUT Storing | aanwezig in het systeem. Het stand-byscherm is rood zolang de storing niet is opgelost. Controleer de informatie over de storing in:Het storingscherm dat toegankelijk is vanaf het hoofdscherm.De optie Storingsgeschiedenis in het menu Installateur. Installateurstoegang vereist. |
7 Inbedrijfstelling
7.1 Inbedrijfstellingsprocedure

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en buitenbedrijfstelling van het toestel en systeem mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, in overeenstemming met de voorschriften en de informatie in de handleiding.

Aanwijzing
Gas-/luchtfout
Schade aan het product.
- Bij gebruik van een andere gassoort moet het gasblok aangepast worden voordat de verwarmingsketel wordt ingeschakeld.
- Open de hoofdgaskraan.
- Open de gaskraan van het apparaat.
- Schakel de spanning in met de aan/uit-schakelaar van de ketel.
- Configureer de instellingen die op het display worden weergegeven. ⇒ Het opstartprogramma begint en kan niet onderbroken worden.
- Stel de onderdelen (thermostaten, regelaar) zodanig in dat er warmte wordt gevraagd.

Belangrijk
In geval van een storing tijdens het opstarten wordt een bericht met de bijbehorende code weergegeven. De betekenis van de storingscodes is terug te vinden in de storingstabel.
7.2 Gasinstellingen
7.2.1 Fabrieksinstelling
De fabrieksinstelling van de ketel is bedoeld voor gebruik met de aardgasgroep G25.3 (K-gas).
Tab.35 Fabrieksinstellingen G25.3 (K-gas)
| Code Display | tekst Beschrijving | Instelbereik 45 65 90 115 | |||||
| DP003 Afw. | max. vent.SWW | Maximum ventilatortoerental voorSWW | 1400 - 7500 Rpm 5600 5800 6300 | 7000 | |||
| GP007 Max. | toeren.vent CV | Maximum ventilatortoerental inCV-modus | 1400 - 7500 Rpm 5600 5800 6300 | 7000 | |||
| GP008 Min. | toeren.vent. | Minimum ventilatortoerental inCV- en SWW-modus | 1000 - 4000 Rpm 1550 1600 1650 | 1800 | |||
| GP009 Start | toerental Ventilato | ortoerental bij het startenapp. | 900 - 5000 Rpm 2500 2500 2500 2500 | 2500 |
7.2.2 Aanpassing aan een ander gastype

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en buitenbedrijfstelling van het toestel en systeem mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, in overeenstemming met de voorschriften en de informatie in de handleiding.

Belangrijk
Wanneer de ketel wordt ingesteld op een andere gassoort, moet dit worden vermeld op de meegeleverde sticker. Deze sticker moet naast de typeplaat geplakt worden.
Voer voor werking met een andere gassoort de volgende handelingen uit.
■ Afstelling van het gasblok voor propaan
1 Gasblok op de Quinta 45 - 65 - 90
2 Gasblok op de Quinta 115

Belangrijk
Voor de Quinta 90-ketel: Vervang het huidige gasblok voor het propaangasblok volgens de bij de ombouwset propaan meegeleverde instructies.
- Gebruik afstelschroef A, stel de fabrieksinstelling in op propaan. De slagen voor elk type ketel staan in de tabel vermeld.
Afb.106 Positie van stelschroef A

Tab.36 Instellingen voor propaan
| Keteltype Actie | |
| Quinta 45 Draai de stelschroef | A op de venturi 43/4 slagen met de klok mee. |
| Quinta 65 Draai de stelschroef | A op de venturi 61/2 slagen met de klok mee. |
| Quinta 115 | Draai de stelschroef A met de klok mee totdat deze helemaal open is. Draai de stelschroef A op het gasblok 54 slagen tegen de klok in. |
■ Ventilatortoerentalparameters instellen voor verschillende gassoorten
De ventilatortoerentalinstellingen af fabriek kunnen op installateursniveau worden ingesteld voor een ander type gas.
▶▶ Hoofdmenu > Zoeker
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets één naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Zoeker menu Gebruik code 0012 om de installateurstoegang te activeren.
- Selecteer de parameter die u wilt configureren.
■ Ventilatortoerental voor verschillende gassoorten
- Stel de toerentalparameters van de ventilator in zoals aangegeven in de tabel voor de toegepaste gassoort.
Als een ketel niet geschikt is voor een bepaalde gassoort, wordt dit in de tabel aangegeven met "-".
Tab.37 Instelling voor gassoort G20 (H-gas)
| Code Display | tekst Beschrijving | Instelbereik 45 65 90 115 | |||||
| DP003 Afw. | max. vent.SWW | Maximum ventilatortoerental voorSWW | 1400 - 7500 Rpm 5400 5600 6300 | 6800 | |||
| GP007 Max. | toeren.vent CV | Maximum ventilatortoerental inCV-modus | 1400 - 7500 Rpm 5400 5600 6300 | 6800 | |||
| GP008 Min. | toeren.vent. | Minimum ventilatortoerental inCV- en SWW-modus | 1000 - 4000 Rpm 1550 1600 1600 | 1800 | |||
| GP009 Start | toerental Ventilato | ortoerental bij het startenapp. | 900 - 5000 Rpm 2500 2500 | 2500 | 2500 |
Tab.38 Aanpassing aan gassoort G31 (propaan)
| Code Display | tekst Beschrijving | Instelbereik 45 65 90 115 | |||||
| DP003 Afw. | max. vent.SWW | Maximum ventilatortoerental voorSWW | 1400 - 7500 Rpm 5100 5400 6000 | 6700 | |||
| GP007 Max. | toeren.vent CV | Maximum ventilatortoerental inCV-modus | 1400 - 7500 Rpm 5100 5400 6000 | 6700 | |||
| GP008 Min. | toeren.vent. | Minimum ventilatortoerental inCV- en SWW-modus | 1000 - 4000 Rpm 1550 1600 2000 | 1800 | |||
| GP009 Start | toerental Ventilato | ortoerental bij het startenapp. | 900 - 5000 Rpm 3000 2500 2500 3500 |
- Controleer de instelling van de gas-/luchtverhouding.
7.2.3 Controle en instelling van de gas/lucht-verhouding
Afb.107 De meetsensor voor de rookgasanalysator insteken

De rookgasanalysator moet een minimale nauwkeurigheid hebben van ±0,25% O₂ en ±20 PPM CO.
- Verwijder de dop van het rookgasmeetpunt.
- Steek de meetsensor van de rookgasanalysator in de meetopening.

Gevaar Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- Dicht de opening rond de meetsensor tijdens de meting volledig af.
- Meet het percentage O₂ en CO-waarden in de rookgassen. Voer een meting uit bij vollast en bij laaglast.

Belangrijk
- Dit toestel is geschikt voor categorie I2E en I2H en I2K met maximaal 20% waterstofgas ( H2 ). Door variaties in het H2 -percentage kan het O2 -percentage na verloop van tijd variëren. (Bijvoorbeeld: een percentage van 20% H2 in het gas kan leiden tot een toename van 1,5% O2 in de rookgassen)
- Een aanzienlijke bijstelling van het gasblok kan nodig zijn. Afstelling kan uitgevoerd worden met de standaard O₂-waarden van het gebruikte gas.
■ Vollasttest uitvoeren
U kunt de Functieteststatus wijzigen om een vollasttest uit te voeren.

Hoofdmenu > Schoorst.vegermodus > Functieteststatus

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
-
Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
-
Navigeer naar het Schoorst.vegermodus menu

-
Selecteer Functieteststatus.
-
Selecteer Gemiddeld vermogen.
De vollasttest begint. De geselecteerde laadtestmodus wordt weergegeven in het menu en het pictogram verschijnt rechtsboven in het scherm.
-
Controleer de instellingen vollasttest.
-
Druk op de terugtoets om de test te beëindigen.
■ Controle-/instelwaarden voor O₂ bij vollast
-
Stel de verwarmingsketel in op vollast.
-
Meet het percentage O₂ in de rookgassen.
-
Vergelijk de gemeten waarde met de controlewaarden in de tabel. Als een ketel niet geschikt is voor een bepaalde gassoort, wordt dit in de tabel aangegeven met "-".
Tab.39 Controle-/instelwaarden O 2 bij vollast voor G25.3 (K-gas)
| Waarden bij vollast voor G25.3 (K-gas) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 45 4,1 - 4,6 | (1) |
| Quinta 65 4,1 - 4,6 | (1) |
| Quinta 90 3,7 - 4,1 | (1) |
| Quinta 115 4,0 - 4,4 | (1) |
| (1) Nominale waarde. | |
Tab.40 Controle-/instelwaarden O 2 bij vollast voor G20 (H-gas)
| Waarden bij vollast voor G20 (H-gas) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 45 4,3 - 4,8 | (1) |
| Quinta 65 4,3 - 4,8 | (1) |
| Quinta 90 4,3 - 4,7 | (1) |
| Quinta 115 3,9 - 4,4 | (1) |
| (1) Nominale waarde. | |
Tab.41 Controle-/instelwaarden O 2 bij vollast voor G31 (propaan)
| Waarden bij vollast voor G31 (Propaan) O | 2 (%) (1) |
| Quinta 45 4,4 - 4,9 | (1) |
| Quinta 65 4,6 - 4,9 | (1) |
| Waarden bij vollast voor G31 (Propaan) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 90 4,9 - 5,2 | (1) |
| Quinta 115 4,4 - 4,9 | (1) |
| (1) Nominale waarde. | |

Aanwijzing
Onjuiste instellingen
Schade aan het product.
- De O2-waarden bij volle belasting moeten lager zijn dan de O2-waarden bij lage belasting.
- Valt de gemeten waarde buiten de gegeven waarden in de tabel, corrigeer dan de gas/lucht-verhouding.

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en buitenbedrijfstelling van het toestel en systeem mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, in overeenstemming met de voorschriften en de informatie in de handleiding.
- Stel met behulp van de stelschroef A het percentage O₂ van de toegepaste gassoort in op de nominale waarde. Dit moet altijd tussen de hoogste en laagste instelgrens liggen. Door het gasdebiet te verhogen, zal O₂ afnemen. Zie tekening voor de positie van de afstelschroef Avoor vollast.
1 Gasblok op de Quinta 45 - 65 - 90
2 Gasblok op de Quinta 115
-
Controleer de vlam via het kijkglas. De vlam mag niet afblazen.
-
Meet de CO-waarde van de rookgassen. Voer de volgende acties uit als de CO-waarde hoger is dan 400 ppm:

Belangrijk
De CO-concentratie van de rookgassen moet altijd in overeenstemming zijn met de installatievoorschriften in het land waar de verwarmingsketel is geïnstalleerd.
7.1. Controleer of het rookgasafvoersysteem correct geïnstalleerd is.
7.2. Controleer of de gebruikte gassoort overeenkomt met de verwarmingsketelinstellingen.
7.3. Controleer de brander op beschadiging en reinig hem.
7.4. Controleer de gas/lucht-verhouding opnieuw.
7.5. Neem contact op met uw leverancier als de CO-waarde nog steeds hoger is dan 400 ppm.

Aanwijzing
Onjuiste instellingen
Schade aan het product.
- Als de CO-waarde hoger is dan 1000 ppm, schakel de verwarmingsketel uit en neem contact op met uw leverancier.
■ Test op laaglast uitvoeren
U kunt de Functieteststatus wijzigen om een laaglasttest uit te voeren.

Hoofdmenu > Schoorst.vegermodus > Functieteststatus

Gebruik de draaiknop om te selecteren.
Gebruik de toets Ⓞm de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets één naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Schoorst.vegermodus menu
- Selecteer Functieteststatus.

Afb.108 Positie van stelschroef A

AD-3002831-01
4. Selecteer Laag vermogen.
De test op laaglast begint. De geselecteerde laadtestmodus wordt weergegeven in het menu en het pictogram verschijnt rechtsboven in het scherm.
5. Controleer de instellingen vollasttest.
6. Druk op de terugtoets om de test te beëindigen.
■ Controle-/instelwaarden O₂ bij laaglast
- Stel de verwarmingsketel in op laaglast.
- Meet het percentage O 2 in de rookgassen.
- Vergelijk de gemeten waarde met de controlewaarden in de tabel. Als een ketel niet geschikt is voor een bepaalde gassoort, wordt dit in de tabel aangegeven met "-".
Tab.42 Controle-/instelwaarden O 2 bij laaglast voor G25.3 (K-gas)
| Waarden bij laaglast voor G25.3 (K-gas) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 45 5,5 | (1) - 6,0 |
| Quinta 65 4,6 | (1) - 5,1 |
| Quinta 90 5,3 | (1) - 5,6 |
| Quinta 115 5,7 | (1) - 6,2 |
| (1) Nominale waarde. | |
Tab.43 Controle-/instelwaarden O 2 bij laaglast voor G20 (H-gas)
| Waarden bij laaglast voor G20 (H-gas) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 45 5,7 | (1) - 6,2 |
| Quinta 65 4,8 | (1) - 5,3 |
| Quinta 90 5,2 | (1) - 5,5 |
| Quinta 115 5,7 | (1) - 6,2 |
| (1) Nominale waarde. | |
Tab.44 Controle-/instelwaarden O 2 bij laaglast voor G31 (Propaan)
| Waarden bij laaglast voor G31 (Propaan) O | 2 (%)(1) |
| Quinta 45 5,7 | (1) - 6,2 |
| Quinta 65 5,4 | (1) - 5,7 |
| Quinta 90 5,5 | (1) - 5,8 |
| Quinta 115 6,1 | (1) - 6,6 |
| (1) Nominale waarde. | |

Aanwijzing
Onjuiste instellingen
Schade aan het product.
- De O2-waarden bij lage belasting moeten hoger zijn dan de O2-waarden bij volle belasting.
- Valt de gemeten waarde buiten de gegeven waarden in de tabel, corrigeer dan de gas/lucht-verhouding.

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel.
- Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en buitenbedrijfstelling van het toestel en systeem mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur, in overeenstemming met de voorschriften en de informatie in de handleiding.
Afb.109 Positie van stelschroef B

- Stel met behulp van de stelschroef B het percentage O 2 van de toegepaste gassoort in op de nominale waarde.
Door het gasdebiet te verhogen, zal O₂ afnemen.
Zie tekening voor de positie van de afstelschroef B voor laaglast.
1 Gasblok op de Quinta 45 - 65 - 90
2 Gasblok op de Quinta 115
- Controleer de vlam via het kijkglas. De vlam mag niet afblazen.
- Herhaal de test op vollast en de test op laaglast tot de juiste waarden verkregen zijn.
- Meet de CO-waarde van de rookgassen. Voer de volgende acties uit als de CO-waarde hoger is dan 400 ppm:
Belangrijk
De CO-concentratie van de rookgassen moet altijd in overeenstemming zijn met de installatievoorschriften in het land waar de verwarmingsketel is geïnstalleerd.
8.1. Controleer of het rookgasafvoersysteem correct geïnstalleerd is.
8.2. Controleer of de gebruikte gassoort overeenkomt met de verwarmingsketelinstellingen.
8.3. Controleer de brander op beschadiging en reinig hem.
8.4. Controleer de gas/lucht-verhouding opnieuw.
8.5. Neem contact op met uw leverancier als de CO-waarde nog steeds hoger is dan 400 ppm.
Aanwijzing
Onjuiste instellingen
Schade aan het product.
- Als de CO-waarde hoger is dan 1000 ppm, schakel de verwarmingsketel uit en neem contact op met uw leverancier.
- Breng de verwarmingsketel in de normale bedrijfstoestand terug.
7.3 Laatste aanwijzingen
Afb.110 Voorbeeld van ingevulde sticker

- Verwijder de meetapparatuur.
- Draai de dop op het rookgasmeetpunt.
- Verzegel het gasblok.
- Plaats de frontmantel terug.
- Warm de CV-installatie op tot ongeveer 70 °C.
- Schakel de ketel uit.
- Ontlucht de CV-installatie na circa 10 minuten.
- Zet de ketel aan.
-
Controleer de waterdruk. Indien nodig: vul de CV-installatie bij.
-
Vul de volgende gegevens in op de meegeleverde sticker en bevestig deze naast het typeplaatje op het apparaat.
-
De gassoort, indien aangepast aan een andere gassoort;
- De gasaanvoerdruk;
- Type rookgasaansluiting, indien ingesteld op overdruktoepassing;
- De gewijzigde parameters voor de hierboven vermelde wijzigingen;
-
Ventilatorsnelheidparameters gewijzigd voor andere doeleinden.
-
Optimaliseer de instellingen zoals vereist voor het systeem en de gebruikersvoorkeuren.

Zie
Voor meer informatie; Instellingen, pagina 57 en
Gebruikersinstructies, pagina 92.
- Instrueer de gebruiker over de werking van de installatie, ketel en regelaar.
- Informeer de gebruiker over het uit te voeren onderhoud.
- Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.
- Vul samen met de eindgebruiker de meegeleverde Garantiekaart in.
8 Instellingen
8.1 Inleiding op parametercodes
Afb.111 Code op een HMI I-control
![graph TD A["CP010"] --> B["Auto"] B --> C["Home"] C --> D["Car"] D --> E["Utility"] E --> F["Switch"] F --> G["Light Bulb"] G --> H["Light Bulb"]](/content/2026/06/1165084/images/29e19ef7e009905126f7e339842e024aa0500e71b058a36b7a23af7c02ddd99f.jpg)
AD-3002323-01
Het besturingsplatform maakt gebruik van een geavanceerd systeem voor het categoriseren van parameters, metingen en tellers. Kennis van de logica achter deze codes vergemakkelijkt de herkenning. De code bevat twee letters en drie cijfers.
Afb.112 Eerste letter
CP010
AD-3001375-01
De eerste letter is de categorie waarop de code betrekking heeft.
A Appliance: Toestel
De codes uit categorie D worden uitsluitend door het toestel geregeld. Wanneer het sanitair warm water geregeld wordt door een SCB, wordt het behandeld als een circuit met codes uit categorie C.
Afb.113 Tweede letter
CP010
AD-3001376-01
De tweede letter is het type.
P Parameter: Parameters
C Counter: Tellers
Het getal bestaat altijd uit drie cijfers. In bepaalde gevallen verwijst het laatste van deze drie cijfers naar een zone.
8.2 Toegang tot het installateursniveau
Afb.115 Code voor installateurstoegang

Sommige instellingen zijn beveiligd door de installateurstoegang. Schakel de installateurstoegang in om deze instellingen te wijzigen.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
-
Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
-
Navigeer naar het Installateur menu
-
Gebruik code: 0012.
→ Installateurstoegang is nu ingeschakeld: Het Installateur pictogram wordt actief in de statusbalk.
Als het bedieningspaneel gedurende 30 minuten niet wordt gebruikt, wordt de installateurstoegang automatisch uitgeschakeld. U kunt de installateurstoegang handmatig uitschakelen door Installateursmodus afsluiten te selecteren.
8.3 Parameters, tellers en signalen zoeken
U kunt datapunten van het toestel (parameters, tellers en signalen), aangesloten printplaten en sensoren zoeken en wijzigen.
▶▶ Hoofdmenu > Zoeker
Afb.116 Datapunt zoeken

Afb.117 Datapunt zoekresultaten


Gebruik de draaiknop om te selecteren.
Gebruik de toets Ⓞm de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets ém naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Zoeker menu Gebruik code 0012 om de installateurstoegang te activeren.
- Selecteer de zoekcriteria (code):
3.1. Selecteer de eerste letter (datapuntcategorie).
3.2. Selecteer de tweede letter (datapunttype).
3.3. Selecteer het eerste cijfer.
3.4. Selecteer het tweede cijfer.
3.5. Selecteer het derde cijfer.

Het symbool * kan worden gebruikt om elk teken binnen het zoekveld aan te geven.
⇒ De lijst met datapunten verschijnt in het display.
- Selecteer het gewenste datapunt.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.4 De vaste combinaties instellen
U kunt de functionaliteit van de configureerbare ingangs- en uitgangsconnectoren met de volgende voorgeconfigureerde instellingen configureren.

Belangrijk
Sommige configureerbare ingangs- en uitgangsconnectoren worden door deze configuraties gebruikt. U kunt deze ingangen/uitgangen niet meer handmatig configureren wanneer deze configuraties geactiveerd worden.
8.4.1 Cascademanagement activeren
Activeer de cascademanagerfunctie door Cascade regeling B te activeren en de relevante parameters te configureren

Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Cascade regeling B > Ingeschakeld > Ja

Gebruik de draaiknop om te selecteren.
Gebruik de toets Ⓞ om de selectie te bevestigen.
- Druk op de toets ≡
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Cascade regeling B.
- De cascademanagerfunctie activeren:
4.1. Selecteer Ingeschakeld. - De hoofdfunctie activeren:
5.1. Selecteer Ja.
Activeer deze functie alleen op het hoofdtoestel. Controleer de configuratie van elk toestel in het cascadesysteem.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.4.2 SWW circulatie activeren
Activeer SWW circulatie door de functie SWW circulatie in te schakelen.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Menging/circul. SWW > Ingeschakeld > SWW circulatie > Aan
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets √om de selectie te bevestigen.
Belangrijk Deze functie maakt gebruik van Multifunct. uitgang 1.
- Druk op de toets ≡
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Menging of circulatie van SWW.
- Selecteer Menging/circul. SWW.
- Selecteer Inschakelfunctie.
- Selecteer Ingeschakeld.
- Selecteer SWW circulatie.
- Selecteer Aan.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.4.3 SWW mengen activeren
Activeer SWW mengen door de functie SWW boilermenging in te schakelen.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Menging/circul. SWW > Ingeschakeld > SWW boilermenging > Aan
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets √om de selectie te bevestigen.
Belangrijk Deze functie maakt gebruik van Multifunct. uitgang 1.
- Druk op de toets ≡
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Menging of circulatie van SWW.
- Selecteer Menging/circul. SWW.
- Selecteer Inschakelfunctie.
- Selecteer Ingeschakeld.
- Selecteer SWW boilermenging.
- Selecteer Aan.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.4.4 Gelaagd SWW activeren
U kunt de functionaliteit voor gelaagd SWW inschakelen door de Type lading SWW te configureren.
▶▶ Hoofdmenu > Zoeker > DP140 > Type lading SWW > Gelaagde cilinder
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets √om de selectie te bevestigen.
- Druk op de toets ≡
- Navigeer naar het Zoeker menu
- Voer DP140 in als de zoekwaarde.
- Selecteer Type lading SWW.
- Selecteer Gelaagde cilinder.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.4.5 Ventilatie van verwarmingsketelruimte activeren
Activeer de ventilatie van de verwarmingsketelruimte door de functie Verwarmingsketelruimte ventilatie in te schakelen.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Verwarmingsketelruimte ventilatie > Ingeschakeld
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
Belangrijk Deze functie maakt gebruik van Digitale ingang 2 en Multifunct. uitgang 2.
- Druk op de toets :≡
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Verwarmingsketelruimte ventilatie.
- Selecteer Ingeschakeld.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
8.5 De ingangen en uitgangen instellen
U kunt de functionaliteit van de configureerbare ingangs- en uitgangsconnectoren handmatig configureren.
Belangrijk Sommige configureerbare ingangs- en uitgangsconnectoren kunnen gebruikt worden door de voorgeconfigureerde vaste combinaties. Deactiveer de conflicterende vaste configuratie als u tijdens het configureren van de ingangen of uitgangen een fout tegenkomt.
8.5.1 De ingang instellen
U kunt de ingang configureren ter ondersteuning van een groot aantal verschillende functionaliteiten.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Multifunct. ingang
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de toets
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Multifunct. ingang.
Dit menu bevat alle parameters voor het configureren van de ingang.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
■ Ingangsinstellingen
Tab.45 Ingangsinstelling - Geen
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Geen Geen functie geselecteerd. |
Tab.46 Ingangsinstelling - Gasdrukschakelaar
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Minimale gasdrukFunctie van gasdrukschakelaar voor minimale gasdruk. | Aan-uitcontact om een gasdrukschakelaar voor de detectie van een lage gasdruk aan te sluiten.Wanneer de gasdruk te laag is, worden alle warmtevragen geblokkeerd.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open De verwarmingsketel is geblokkeerd als de ingang open is1 = Normaal gesloten De verwarmingsketel is geblokkeerd als de ingang gesloten isGPS controle aan/uit Controle externe gasdrukschakelaar (GPS) activeren.0 = Nee Gasdruk wordt niet bewaakt1 = Ja Gasdruk wordt bewaakt |
| Max gasdrukFunctie van gasdrukschakelaar voor maximale gasdruk. | Aan-uitcontact om een gasdrukschakelaar voor de detectie van een hoge gasdruk aan te sluiten.Wanneer de gasdruk te hoog is, worden alle warmtevragen geblokkeerd.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open De verwarmingsketel is geblokkeerd als de ingang open is1 = Normaal gesloten De verwarmingsketel is geblokkeerd als de ingang gesloten isGPS controle aan/uit Controle externe gasdrukschakelaar (GPS) activeren.0 = Oee Gasdruk wordt niet bewaakt1 = Ja Gasdruk wordt bewaakt |
Tab.47 Ingangsinstelling - Blokkeeringang
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Blokkering CVBlokkering CV. | Aan-uitcontact om de centrale-verwarmingsfunctie van het toestel te blokkeren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming zijn geblokkeerd als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming zijn geblokkeerd als de ingang gesloten isWeergave fout Selecteert of deze functie een fout weergeeft wanneer de functie actief is0 = Nee Foutcode wordt niet getoond als warmtevragen voor centrale verwarming geblokkeerd zijn1 = Ja Foutcode wordt getoond als warmtevragen voor centrale verwarming geblokkeerd zijnBlokkering vorstbev. Selecteert of deze functie vorstbeveiliging blokkeert0 = Nee Vorstbescherming voor centrale verwarming is niet geblokkeerd als Blokkering CV actief is1 = Ja Vorstbescherming voor centrale verwarming is geblokkeerd als Blokkering CV actief is |
| Blokkering SWWBlokkering SWW. | Aan-uitcontact om de sanitair-warmwaterfunctie van het toestel te blokkeren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor SWW zijn geblokkeerd als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor SWW zijn geblokkeerd als de ingang gesloten isWeergave fout Selecteert of deze functie een fout weergeeft wanneer de functie actief is0 = Nee Foutcode wordt niet getoond als warmtevragen voor SWW geblokkeerd zijn1 = Ja Foutcode wordt getoond als warmtevragen voor SWW geblokkeerd zijnBlokkering vorstbev. Selecteert of deze functie vorstbeveiliging blokkeert0 = Nee Vorstbescherming voor SWW is niet geblokkeerd als Blokkering SWW actief is1 = Ja Vorstbescherming voor SWW is geblokkeerd als Blokkering SWW actief is |
| Blokkering CV+SWWBlokkering CV+SWW. | Aan-uitcontact om zowel de centrale-verwarmingsfunctie als de sanitair-warmwaterfunctie van het toestel te blokkeren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn geblokkeerd als de in-gang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn geblokkeerd als de in-gang gesloten isWeergave fout Selecteert of deze functie een fout weergeeft wanneer de functie actief is0 = Nee Foutcode wordt niet getoond als warmtevragen voor centrale verwarming en SWW geblokkeerd zijn1 = Ja Foutcode wordt getoond als warmtevragen voor centrale verwarming en SWW ge-blokkeerd zijnBlokkering vor- Selecteert of deze functie vorstbeveiliging blokkeert stbev.0 = Nee Vorstbescherming voor centrale verwarming en SWW is niet geblokkeerd als Blokkering CV+SWW actief is1 = Ja Vorstbescherming voor centrale verwarming en SWW is geblokkeerd als Blok-kering CV+SWW actief is |
| Vergrend. toestelVergrendeling toe-stel. | Aan-uitcontact om vergrendelingsfout te genereren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Het toestel is geblokkeerd als de ingang open is1 = Normaal gesloten Het toestel is geblokkeerd als de ingang gesloten isOm de vergrendelingsfout op te lossen, moet u het toestel resetten. |
Tab.48 Ingangsinstelling - Ingang vrijgeven
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Vrijgave CVVrijgave CV | Aan-uitcontact om de centrale-verwarmingsfunctie vrij te geven. Door vrijgave van het contact kan het toestel warmte voor centrale verwarming produceren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming zijn vrijgegeven als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming zijn vrijgegeven als de ingang gesloten isTime-out Tijdsduur vóór time-out van functie0 - 65535 Sec Stel de tijd in tussen de warmtevraag en de time-out van het toestel. Wanneer het toestel niet binnen de tijd wordt vrijgegeven, wordt het toestel 10 minuten lang geblokkeerdBlokkering vorstbev. Selecteert of deze functie vorstbeveiliging blokkeert0 = Nee Vorstbescherming voor centrale verwarming is nooit geblokkeerd1 = Ja Vorstbescherming voor centrale verwarming is geblokkeerd tot het toestel wordt vrijgegeven |
| Vrijgave CV+SWWVrijgave CV+SWW | Aan-uitcontact om de centrale-verwarmings- en sanitair-warmwaterfunctie vrij te geven. Door vrijgave van het contact kan het toestel warmte voor centrale verwarming en sanitair warm water produceren.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn vrijgegeven als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn vrijgegeven als de ingang gesloten isTime-out Tijdsduur vóór time-out van functie0 - 65535 Sec Stel de tijd in tussen de warmtevraag en de time-out van het toestel. Wanneer het toestel niet binnen de tijd wordt vrijgegeven, wordt het toestel 10 minuten lang geblokkeerdBlokkering vorstbev. Selecteer of deze functie vorstbeveiliging blokkeert0 = Nee Vorstbescherming voor centrale verwarming en SWW is nooit geblokkeerd1 = Ja Vorstbescherming voor centrale verwarming en SWW is geblokkeerd tot het toestel wordt vrijgegeven |
Tab.49 Ingangsinstelling - Verwarmingsketelontlastingssignaal
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Ontlasting van CVOntlasting van CVvraag. | Aan-uitcontact om het toestel voor centrale verwarming te ontlasten. Gebruik dit wanneer andere toestellen ook warmte voor centrale verwarming kunnen produceren. Wanneer het toestel ontlast wordt voor een warmtevraag, wordt alleen de pomp actief en produceert het toestel geen warmte.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming zijn vrijgegeven door andere toestellen als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming zijn vrijgegeven door andere toestellen als de ingang gesloten is |
| Ontlasting van SWWOntlasting van SWWvraag. | Aan-uitcontact om het toestel voor sanitair warm water te ontlasten. Gebruik dit wanneer andere toestellen ook warmte voor sanitair warm water kunnen produceren. Wanneer het toestel ontlast wordt voor een warmtevraag, wordt alleen de pomp actief en produceert het toestel geen warmte.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor SWW zijn vrijgegeven door andere toestellen als de in-gang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor SWW zijn vrijgegeven door andere toestellen als de in-gang gesloten is |
| Ontlasting CV+SWWOntlasting van CV+SWW vraag. | Aan-uitcontact om het toestel voor centrale verwarming en sanitair warm water te ontlasten. Gebruik dit wanneer andere toestellen ook warmte voor centrale verwarming en sanitair warm water kunnen produceren. Wanneer het toestel ontlast wordt voor een warmtevraag, wordt alleen de pomp actief en produceert het toestel geen warmte.Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn vrijgegeven door andere toestellen als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevragen voor centrale verwarming en SWW zijn vrijgegeven door andere toestellen als de ingang gesloten is |
Tab.50 Ingangsinstelling - Warmtevraagsignaal
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Externe warmtevraag | Aan-uitcontact om warmtevraag van het toestel te genereren. |
| Externe warmte-vraag. | Logisch niveau Logisch niveau van de multifunctionele ingangen0 = Normaal open Warmtevraag voor centrale verwarming is actief als de ingang open is1 = Normaal gesloten Warmtevraag voor centrale verwarming is actief als de ingang gesloten isTemperatuursetpunt Gevraagd temperatuursetpunt als de ingang actief is0 - 100 °C Stel het temperatuursetpunt in voor de warmtevraag van het toestel |
8.5.2 De uitgang instellen
U kunt de uitgang configureren ter ondersteuning van een groot aantal verschillende functionaliteiten.

Hoofdmenu > Installateur > Systeeminstallatie > Multifunct. uitgang

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de toets :≡
- Selecteer Systeeminstallatie.
- Selecteer Multifunct. uitgang.
Dit menu bevat alle parameters voor het configureren van de uitgang.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
■ Uitgangsinstellingen
Tab.51 Uitgangsinstellingen - Geen
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Geen Geen functie geselecteerd. |
Tab.52 Uitgangsinstelling - Externe gasklep
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Externe gasklepFunctie voor externe gasklep (EGV). | Contact om een externe gasklep aan te sluiten.De externe gasklep opent en sluit gelijktijdig met het gasblok in het toestel.Geen extra instelling beschikbaar. |
Tab.53 Uitgangsinstelling - Afsluiter
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| AfsluiterFunctie voor afsluiter (HDV). | Contact om een afsluiter aan te sluiten.Wanneer het toestel geen warmte produceert, isoleert deze klep het toestel van het (cascade)systeem. Dit voorkomt dat er water door het inactieve toestel stroomt in een systeem met een enkele cascadepomp.Wachttijd afsluiter Wachttijd warmtegenerator voor het openen van de afsluiter0 - 255 Sec Stel de wachttijd in voor de te openen afsluiter. Na de wachttijd produceert het toestel warmte |
Tab.54 Uitgangsinstelling - Secundaire pomp
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Secundaire pompSecondaire pomp-functie | Aan-uitcontact om een secundaire pomp aan te sluiten.Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de secundaire zijde van het systeem. Bij elke warmtevraag voor de centrale verwarming binnen het systeem wordt de pomp geactiveerd.Geen extra instelling beschikbaar. |
Tab.55 Uitgangsinstelling - Statuscontact
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| VergrendelingWaarschuw extern systeem als er een vergrendelingsfout is. | Statuscontact om vergrendelingsfout te melden.Geen extra instelling beschikbaar. |
| Vergr. of blokkeringWaarschuw extern systeem als er een vergrendelings- of blokkeringsfout is. | Statuscontact om vergrendelings- of blokkeringsfout te mel-den.Geen extra instelling beschikbaar. |
| BrandenWaarschuw extern systeem als de brander brandt. | Statuscontact om te melden dat de brander actief is.Geen extra instelling beschikbaar. |
| OnderhoudsverzoekWaarschuw extern systeem als er een serviceaanvraag is. | Statuscontact om te melden dat er een serviceverzoek is.Geen extra instelling beschikbaar. |
| Verwarm.ketel op CVWaarschuw extern systeem als de verwarmingsketel produ-ceert voor centrale verwarming. | Statuscontact om te melden dat er een verzoek voor centrale verwarming is.Geen extra instelling beschikbaar. |
| Verw.ketel aan SWWWaarschuw extern systeem als de verwarmingsketel produ-ceert voor sanitair warm water. | Statuscontact om te melden dat er een verzoek voor sanitair warm water is.Geen extra instelling beschikbaar. |
| CV pomp aanWaarschuw extern systeem als de centrale verwarmings-pomp aan is. | Statuscontact om te melden dat de centrale-verwarmings-pomp ingeschakeld is.Geen extra instelling beschikbaar. |
| SWW pomp aanWaarschuw extern systeem als de SWW pomp aan is. | Statuscontact om te melden dat de sanitair-warmwaterpomp ingeschakeld is.Geen extra instelling beschikbaar. |
Tab.56 Uitgangsinstelling - Directe zonepomp
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Directe zonepomp aan Regel de directe zo-nepomp. | Aan-uitcontact om de pomp van een directe zone aan te sluiten.Wanneer de ketelpomp actief is, is de zonepomp ook actief. U kunt dit gebruiken wanneer er een hydraulische scheiding is tussen de primaire en secundaire zijde van het systeem (bijv. een open verdeler of platenwarmtewisselaar). Bij gebruik in een cascadesysteem is deze functie alleen beschikbaar op de hoofdverwarmingsketel.Geen extra instelling beschikbaar. |
Tab.57 Uitgangsinstelling - Cascadepomp
| Instelling Gebruik en mogelijke instellingen | |
| Cascadepomp | Aan-uitcontact om een cascadepomp aan te sluiten. |
| Cascadepomp | Als u een open verdeler of een platenwarmtewisselaar gebruikt, creëert deze pomp aanvoer aan de primaire zijde van het systeem. Bij elke warmtevraag van een toestel binnen het cascadesysteem wordt de pomp geactiveerd. |
| Geen extra instelling beschikbaar. | |
8.6 Parameterlijst
8.6.1 CU-GH22-regeleenheid parameters
Alle tabellen geven de fabrieksinstelling van de parameters weer.

Belangrijk
De tabellen beschrijven ook parameters die alleen van toepassing zijn als de verwarmingsketel gecombineerd wordt met andere apparaten.
Tab.58 Navigatie voor basisinstallateursniveau
| Niveau Toegangspad | |
| Installateur | ≡> Installateur > Systeeminstallatie > Submenu (1)(2) |
| (1) Zie de kolom "Submenu" in de volgende tabel voor de correcte navigatie. De parameters zijn in specifieke functies gegroepeerd.(2) De parameters zijn ook rechtstreeks toegankelijk via de functie Zoeker: ≡Zoeker | |
Tab.59 Fabrieksinstellingen op basisinstallateursniveau
| Code Displaytekst Beschrijving Instelbereik Submenu 45 65 90 115 | ||||||||
| AP016 CV-functie aan/uit | Verwerking van CV-vraag in-schakelen | 0 = Uit1 = Aan | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 1 1 1 1 | ||||
| AP017 SW-W-functie aan/uit | Warm water functie activeren 0 | = Uit1 = Aan | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 1 1 1 1 | ||||
| AP073 Temp zomerbedrijf | Buitentemperatuur voor zo-merbedrijf: bovengrens voor verwarming | 15 – 30.5°C Buiten- | temp voeler | 22 22 22 22 | ||||
| AP074 Geforc. zo-mermodus | De CV-functie is uitgeschakeld. Warm water blijft aan. Zomerbedrijf forceren. | 0 = Uit1 = Aan | Buiten-temp voeler | 0 0 0 0 | ||||
| AP083 Toestel als master | Toestel als master instellen 0 = | Nee1 = Ja | Verplichtebus-mast.Produ-centmanagerCascaderegeling BCascaderegeling B | 0 0 0 0 | ||||
| AP089 Naam installateur | Naam installateur Verplichte | bus-mast. | None None None | |||||
| AP090 Tel | nr installateur | Telefoonnummer installateur Verplichte | bus-mast. | 0 0 0 0 | ||||
| CP080CP081CP082CP083CP084CP085 | Groep,setpunt ruimte | Activiteittemperatuur per groep | 5 – 30°C CIRCA 16 | 20 162066212220 | 162066212220 | 162066212220 | 16206212220 | |
| CP200 | Groep,stpnt Tk handm | Gewenste ruimtetemperatuurtijdens handmatig bedrijf | 5 – 30°C CIRCA 20 20 | 20 20 | ||||
| CP320 | Bedrijfs-mGroepModus | Bedrijfsmodus van de groep 0 = | Schema1 = Handmatig2 = Uit | CIRCA 1 1 | 1 1 | |||
| CP510 | Tijdel. ruimte-setpt | Tijdelijk gewenste ruimtetemperatuur | 5 – 30°C CIRCA 20 20 | 20 20 | ||||
| CP550 | Groep, haar-dmodus | Openhaardmodus is actief | 0 = Uit1 = Aan | CIRCA 0 0 | 0 0 | |||
| CP570 | GroepTijd-Prog Select | Door de gebruiker geselec-teerd klokprogramma van de groep | 0 = Klokprogramma 11 = Klokprogramma 22 = Klokprogramma 3 | CIRCA 0 0 | 0 0 | |||
| CP660 | Icoon weerg groep | Kies icoon voor deze groep 0 = | Geen1 = Alle2 = Slaapkamer3 = Woonkamer4 = Studeer-/werkka-mer5 = Buiten6 = Keuken7 = Kelder | CIRCA 0 0 | 0 0 | |||
| CP750 | Groep, max aanwarmtd | Maximale aanwarmtijd groep | 0 – 240Min | CIRCA 0 0 | 0 0 | |||
| DP045 | Mix pomp hysteresse | SWW mengpomp hysteresetemperatuur | 0 – 20°C SWW | mengingMenging/circul.SWW | 2 2 2 2 | |||
| DP060 | SWW tijdprog gekozen | Geselecteerde klokprogramma voor warmwater | 0 = Klokprogramma 11 = Klokprogramma 22 = Klokprogramma 3 | Warm wa-ter klok-progr | 0 0 0 0 | |||
| DP070 | Comfort set-punt SWW | Comfort temperatuur warm-water | 35 – 65°C | Warm wa-ter klok-progrProces-warmte | 60 60 60 | 60 | ||
| DP080 SW | W eco-setpunt | Eco-temperatuursetpunt van de SWW-tank | 7 – 50°C Warm wa- | ter klok-progr | 10 10 10 10 | |||
| DP200 SW | W modus Warm water modus 0 = Schema | 1 = Handmatig2 = Uit | Warm wa-ter klok-progr | 1 1 1 1 | ||||
| DP337 SW | W-vakan-tiesetpunt | Vakantierichttemperatuur uit sanitair-warmwaterboiler | 10 – 60°C Warm wa- | ter klok-progr | 10 10 10 10 | |||
| DP410 SW | W anti-leg. looptd | Looptijd van het SWW anti-le-gionellaprogramma | 5 – 600Min Warm wa- | ter klok-progrSww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | 10 10 10 10 | |||
| DP455 Naloop SWW laadpomp | Nalooptijd van de SWW laad-pomp | 0 – 99Sec Sww-boi- | lerGelaagdeSWW-tankProces-warmte | 15 15 15 15 | ||||
Tab.60 Navigatie voor installateursniveau
| Niveau Toegangspad | |
| Installateur | ≡> Installateur > Systeeminstallatie > Submenu (1)(2) |
| (1) Zie de kolom "Submenu" in de volgende tabel voor de correcte navigatie. De parameters zijn in specifieke functies gegroepeerd.(2) De parameters zijn ook rechtstreeks toegankelijk via de functie Zoeker: ≡> Zoeker | |
Tab.61 Fabrieksinstelling op installateursniveau
| Code Displaytekst Beschrijving Instelbereik Submenu 45 65 90 115 | ||||||||
| AP004 | Wachttijd af-sluiter | Wachttijd warmtegenerator voor het openen van de afsluiter | 0 – 255Sec | Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 1 1 1 1 | |||
| AP006 | Min. water-druk | Het toestel zal beneden deze waarde een lage waterdruk-melding geven | 0 – 2bar | Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 0.4 | 0.4 | 0.4 | 0.4 |
| AP009 | Bedrijfsuren brander | Aantal branduren voor het ge-nereren vóór een servicemel-ding | 0 – 51000Uren | Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 8750 8750 | 8750 8750 | 8750 8750 | 8750 8750 |
| AP010 | Servicemel-ding | Servicemelding apparaat on-derhoudsafd. | 0 = Geen1 = Zelf ingesteld2 = ABC melding3 = D melding | Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 3 3 3 3 | |||
| AP011 Bedrijfsuren netsp. | Aantal uren dat het toestel onder spanning staat tussen twee service meldingen. | 0 - 51000Uren Gasge-stookt apparaatGasgestookt toestel | 17500 | 17500 | 17500 | 17500 | ||
| AP056 Tout sensor aanw | Buitentemperatuur sensor aanwezig | 0 = Gn buiten-temp.sensor1 = AF602 = QAC34 | Buiten-temp voeler | 0 0 0 0 | ||||
| AP063 CV | instelpt max. sys | instelpunt van maximum aan-voertemperatuur voor stoken in centrale-verwarmingsmodus | 20 - 90°C Warmte- | bronbe-heerGasgestookt apparaatGasgestookt toestel | 90 90 90 | 90 | ||
| AP079 Tau | gebouw WAR | Instelling aanwarm- en afkoelsnelheid. Tijdconstante van het gebouw voor weersafhan-kelijk regelen. | 0 - 10 Buiten- | temp voeler | 3 3 3 3 | |||
| AP080 Tout voor vorstbev | Buitentemperatuur waaronder de vorstbeveiliging wordt ge-activeerd | -30 - 20°C Buiten- | temp voeler | -10 -10 | -10 -10 | |||
| AP082 Autom. zo-mertijd | Klok automatisch aan zomer-tijd aanpassen | 0 = Uit1 = Aan | Verplichtebus-mast. | 1 1 1 1 | ||||
| AP091 Buit Tempsensor bron | Type te gebruiken buitentem-peratuursensorverbinding | 0 = Auto1 = Bedrade sensor2 = Draadloze sensor3 = Internet gemeten4 = Geen | Buiten-temp voeler | 0 0 0 0 | ||||
| AP178 Pompvermo-gensprofiel | Vermogensprofiel van de 0-10V/PWM pomp | 0 = 0-10 Volts 1 (Wilo)1 = 0-10V 2 (Gr. GE-NI)2 = PWM signaal (So-lar)3 = 0-10V 1 beperkt4 = 0-10V 2 beperkt5 = PWM-signaal be-perkt6 = PWM-signaal (UPMXL) | Pompconfiguratie | 0 0 0 0 | ||||
| CP000 Taan | nv setp max groep | Instelpunt maximale aanvoer-temperatuur groep | 25 - 90°C CIRCA 80 80 | 80 80 | ||||
| CP020 Groepfunctie Functionaliteit van de groep 0 = Uitschakelen1 = Direct | CIRCA 1 1 1 1 | |||||||
| CP060 Groep, setpunt vak. | Gewenste ruimtetemperatuur in vakantieperiode | 5 - 20°C | CIRCA 6 6 6 6 | |||||
| CP070 Groep, nacht-setpunt | Gewenste ruimtetemperatuur tijdens nachtbedrijf | 5 - 30°C | CIRCA 16 16 16 16 | |||||
| CP210 Groep, STLvo etpnt dag | Voetpunt stooklijn (dagbedrijf) | 15 - 90°C CIRCA 15 15 | 15 15 | |||||
| CP220 Groep, STLvo etpnt nch | Voetpunt stooklijn (nachtbedrijf) | 15 - 90°C CIRCA 15 15 | 15 15 | |||||
| CP230 Groep, hoek stookln | Helling stooklijn | 0 - 4 | CIRCA | 1.5 | 1.5 | 1.5 | 1.5 | |
| CP240 Groep, invloed Tk | Ruimteinvloed op stooklijn | 0 - 10 CIRCA 3 3 3 3 | ||||||
| CP250 Kalibratie sensor | Aanpassing van gemeten kamertemperatuur | -5 - 5°C CIRCA 0 0 0 0 | ||||||
| CP340 Groep, nachtbedrijf | Nachtbedrijf 0 = Stop warmtevraag | 1 = Continue warmte-vraag | CIRCA 1 1 | 1 1 | ||||
| CP730 Groep, op-warmsnlhd | Opwarmsnelheid 0 = Extra langzaam | 1 = Langzaamst | CIRCA 3 3 | 3 3 | ||||
| 2 = Langzamer | ||||||||
| 3 = Normaal | ||||||||
| 4 = Sneller | ||||||||
| 5 = Snelst | ||||||||
| CP740 Groep, af-koelsnlhd | Afkoelsnelheid 0 = Langzaamst | 1 = Langzamer | CIRCA 2 2 | 2 2 | ||||
| 2 = Normaal | ||||||||
| 3 = Sneller | ||||||||
| 4 = Snelst | ||||||||
| CP780 Regelstrategie groep | Selecteer de manier van regelen voor de groep | 0 = Automatisch | CIRCA 0 0 | 0 0 | ||||
| 1 = Ruimteregeling | ||||||||
| 2 = Weersafhankelijk | ||||||||
| 3 = Buiten&ruimte ge-bas. | ||||||||
| DP024 Mix | anti-leg modus | SWW mengpomp antilegio-nellamodus | 0 = Uit | SWW | 0 0 0 0 | |||
| 1 = Tijdens laden | mengingMenging/circul.SWW | |||||||
| 2 = Laden + anti leg. | ||||||||
| DP025 SWW-meng-pomp | SWW-mengpomp inschakelen | 0 = Uit | SWW | 0 0 0 0 | ||||
| 1 = Aan | mengingMenging/circul.SWW | |||||||
| DP026 Delta SWWBoiler-temp | Maximumtemperatuurverschiltussen bovenkant en bodemvan de SWW-boiler | 0 - 100°C SWW | mengingMenging/circul.SWW | 6 6 6 6 | ||||
| DP035 Start pomp SWWboiler | Start pomp voor warmwater-boiler | -20 - 20°C Sww-boi-ler Gelaagde SWW-tank | -3 | -3 | -3 | -3 | -3 | |
| DP044 Min | SWW boilertemp | Minimum bodemtemperatuur SWW-boiler | 0 - 120°C SWW | mengingMenging/circul.SWW | 70 70 70 | 70 | ||
| DP049 SWW boiler-menging | Activeer/deactiveer mending in SWW boiler | 0 = Uit | SWW | 0 0 0 0 | ||||
| 1 = Aan | mengingMenging/circul.SWW | |||||||
| DP050 Circulatiemo-dus | SWW selectie circulatiepomp-modus | 0 = De pomp is uit | SWW cir-culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | ||||
| 1 = Pomp in tijdprogr. | ||||||||
| 2 = Pomp aan SWWcomf | ||||||||
| DP052 Circ. pompAAN tijd | SWW circulatiepomp cyclischAAN tijd | 0 - 20Min | SWW cir-culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | ||||
| DP053 Circ. | pompUIT tijd | SWW circulatiepomp cyclischUIT tijd | 0 - 20Min SWW cir- | culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | |||
| DP054 Circ. | pompanti leg | SWW circulatiepomp antile-gionella | 0 = Uit1 = Aan | SWW cir-culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | |||
| DP057 CirculatieToffset | SWW circulatie offsettempe-ratuur | 0 - 20°C SWW cir- | culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | ||||
| DP150 SWW thermo-staat | Activeer SWW laden metaan/uit contact | 0 = Uit1 = Aan | Sww-boi-lerProces-warmte | 1 1 1 1 | ||||
| DP160 Setbount Anti-leg SWW | Anti legionella setpunt 60 - 90°C Warm wa- | ter klok-progrSww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | 65 65 65 65 | |||||
| DP336 SWW pomphysterese T | SWW circulatiepomp hystere-setemperatuur | 1 - 60°C SWW cir- | culatieMenging/circul.SWW | 6 6 6 6 | ||||
| DP430 Startdag anti-leg. | Startdag SWW anti-legionella-programma | 1 = Maandag2 = Dinsdag3 = Woensdag4 = Donderdag5 = Vrijdag6 = Zaterdag7 = Zondag | Warm wa-ter klok-progrSww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | 6 6 6 6 | ||||
| DP440 Starttijd anti-leg. | Starttijd voor SWW anti-legio-nellaprogramma | 0 - 143Uren-Minuten W | warm wa-ter klok-progrSww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | 18 18 18 18 | ||||
| DP450 SWW circula-tie | SWW circulatiezone inge-schakeld | 0 = Uit1 = Aan | SWW cir-culatieMenging/circul.SWW | 0 0 0 0 | ||||
| DP452 SWW prioriteit Selecteer de SWW prioriteit 0 = Absoluut | Sww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | 0 0 0 0 | ||||||
| DP473 Cir-cul.temp.sensor | SWW circulatietemperatuur-sensor aangesloten | 0 = Nee1 = Ja | SWW cir-culatieMenging/circul.SWW | 1 1 1 1 | ||||
| EP014 0-10V ingang Selecteer de functie van de 0-10V ingang. | 0 = Uit1 = Temperatuur2 = Vermogen | 0-10V in-gang | 0 0 0 0 | |||||
| EP030 Tsetp.Min.0-10V | Minimaal temperatuursetpunt voor 0-10V ingang | 0 - 100°C 0-10V in-gang | gang | 0 0 0 0 | ||||
| EP031 Tsetp.Max.0-10V | Maximaal temperatuursetpunt voor 0-10V ingang | 0.5 - 100°C 0-10V in-gang | gang | 100 100 | 100 100 | |||
| EP032 Psetp.Min.0-10V | Minimaal vermogensetpunt voor 0-10V ingang | 0 - 100% 0-10V in-gang | gang | 0 0 0 0 | ||||
| EP033 Psetp.Max.0-10V | Maximaal vermogensetpunt voor 0-10V ingang | 5 - 100% 0-10V in-gang | gang | 100 100 | 100 100 | |||
| EP034 Vol-tage setp.Min. | Spanning van de 0-10V in-gang waarvoor de minimale waarde geldt. | 0.5 - 10V 0-10V in-gang | gang | 0.5 0.5 | 0.5 0.5 | |||
| EP035 Vol-tage setp.Max. | Spanning van de 0-10V in-gang waarvoor de maximale waarde geldt. | 0 - 10V | 0-10V in-gang | 10 10 10 | 10 | |||
| GP094 | Vermogen sch.veger | Aangepast vermogensinstel-punt voor de schoorsteenve-germodus | 0 - 100% Gasge-stookt ap-paraat | stockt ap-paraat | 50 50 50 | 50 | ||
| NP005 Startend toe-stel | Selecteer toestel dat eerst be-gint, standaard = elke 7 dagen verandering van volgorde | 0 - 127 | Cascade regeling B Cascade regeling B | 0 0 0 0 | ||||
| NP006 Startmethodecasc. | Selecteer hoe de toestellen opstarten. | 0 = Traditioneel1 = Parallel | Cascade regeling B Cascade regeling B | 0 0 0 0 | ||||
| NP007 CascTbuiten-VerwParl | Buitentemperatuur waarbij al-le toestellen starten voor ver-warming in parallel bedrijf | -10 - 20°C | Cascade regeling B Cascade regeling B | 10 10 10 | 10 | |||
| NP008 Nadraaitijdpri.pomp | Pompnadraaitijd van toestel-pomp | 0 - 30Min | Cascade regeling B Cascade regeling B | 4 4 4 4 | ||||
| NP009 Wachttijd bij/af | Wachttijd voor bij- en afscha-kelen van een toestel | 1 - 60Min | Cascade regeling B Cascade regeling B | 10 10 10 | 10 | |||
| NP010 CascTbuiten-KoelParl | Buitentemperatuur waarbij al-le toestellen starten te koelen in parallel bedrijf | 10 - 40°C Cascade | regeling B Cascade regeling B | 30 30 30 | 30 | |||
| NP011 Cascadealgo-ritme | Selecteer type cascaderege-ling | 0 = Temperatuur1 = Vermogen | Cascade regeling B Cascade regeling B | 0 0 0 0 | ||||
| NP012 Tijd setp. ha-len | Stel de tijd in die gebruikt mag worden om het setpunt te be-reiken | 1 - 10 | Cascade regeling B Cascade regeling B | 1 1 1 1 | ||||
| NP013 Pri. Pomp stop Selecteer of de primaire pomp geforceerd gestopt wordt. | 0 = Nee1 = Ja | Cascade regeling B Cascade regeling B | 0 0 0 0 | |||||
| NP014 Cascade mode | Selecteer de bedrijfsmodus van de cascade | 0 = Automatisch1 = Verwarming2 = Koeling | Cascade regeling B Cascade regeling B | 0 0 0 0 | ||||
| PP015 Nadraaitijd CV pomp | Nadraaitijd van CV pomp 1 – 99 | Min Gasge- | stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 3 3 3 3 | ||||
Tab.62 Navigatie voor geavanceerd installateursniveau
| Niveau Toegangspad | |
| Geavanceerde installateur | ≡ > Installateur > Systeeminstallatie > Submenu (1) > Geavanceerd (2) |
| (1) Zie de kolom "Submenu" in de volgende tabel voor de correcte navigatie. De parameters zijn in specifieke functies gegroepeerd.(2) De parameters zijn ook rechtstreeks toegankelijk via de functie Zoeker: ≡ Zoeker | |
Tab.63 Fabrieksinstellingen op geavanceerd installateursniveau
| Code Displaytekst Beschrijving Instelbereik Submenu 45 65 90 115 | ||||||||
| AP002 Handm.warmtevraag | Activeren handmatige warm-tevraag | 0 = Uit1 = Setpunt | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 0 0 0 0 | ||||
| AP026 Taanv setpnt.hand-bed | Setpunt aanvoertemperatuur voor handbediening warmte-vraag | 7 - 90°C Gasge- | stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 40 40 40 40 | ||||
| AP061 Max corr syst.sensor | Maximale correctie van sys- teemtemperatuur als er een systeemtemperatuursensor beschikbaar is | 0 - 20°C SWWU | iAB Multifunct. sensorenGasge-stookt ap-paraat | 10 10 10 10 | ||||
| AP062 P-factor syst.sensor | P-factor (versterkingsfactor) voor de correctie van de sys- teemtemperatuur | 0.5 - 5 | SWWU iAB Multifunct. sensorenGasge-stookt ap-paraat | 1 1 1 1 | ||||
| AP102 Functie toe-stelpomp | Configuratie van de toestel-pomp als zonepomp of sys-teempomp (voeding open ver-deler) | 0 = Nee1 = Ja | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 0 0 0 0 | ||||
| AP153 parApCfgOutputPinFun | parApCfgOutputPinFunction | 0 - 2 | Gasge-stookt toestel | 0 0 0 0 | ||||
| AP173 Pompregeling Signaal-/communicatietypenpompregeling | 0 = LIN-pomp1 = PWM-pomp2 = Profielen PWM/0-10 V3 = Aan-uitregelingpomp | Pompcn-figuratie | 1 1 1 1 | |||||
| AP200 Temperatuursetpunt | Gevraagd temperatuursetpuntals de ingang actief is | 0.7 – 100°C Multifunct. | ingang | 90 90 90 90 | ||||
| AP201 Temperatuursetpunt | Gevraagd temperatuursetpuntals de ingang actief is | 0.7 – 100°C Multifunct. | ingang | 90 90 90 90 | ||||
| CP010 Taanv setpuntgroep | Aanvoertemperatuur setpuntvoor groep bij afwezigheidvan ruimte- en buitentemperatuurvoeler | 25 – 90°C CIRCA 90 90 90 90 | ||||||
| CP450 Pompconfigu-ratie | Het aangesloten pomptype 0 = | Aan/uit1 = Modulerend2 = Modulerende LIN | CIRCA 1 1 | 1 1 | ||||
| CP680 Selectie bus-kanaal | Selectie buskanaal RU v.d.groep | 0 – 1 CIRCA 0 0 0 0 | ||||||
| CP850 Hydraul. inregelen | Hydraulisch inregelen mogelijk | 0 = Nee1 = Ja | CIRCA 0 0 | 0 0 | ||||
| DP003 Afw. max.vent. SWW | Maximum ventilatortoerentalvoor SWW | 1400 – 7500Rpm Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookttoestelGVC Ge-neric | 5600 5800 6300 7000 | |||||
| DP004 Antlegionella Legionellapreventie van deboiler | 0 = Gedeactiveerd1 = Wekelijks2 = Dagelijks | Warm wa-ter klok-progrSww-boi-lerGelaagdeSWW-tank | ||||||
| DP005 Taanv. offsetboiler | Aanvoersetpunt verhogingvoor externe boilertank | 0 – 50°C | Sww-boi-lerGelaagdeSWW-tankProces-warmte | |||||
| DP006 Hystereseboiler | Hysterese voor inschakelenboilertank verwarming | 2 – 15°C | Sww-boi-lerGelaagdeSWW-tankProces-warmte | |||||
| DP007 Standby stand3wk | Stand van driewegklep tijdensstandby | 0 = CV positie1 = Warmwater | Sww-boi-lerGelaagdeSWW-tankProces-warmte | |||||
| DP010 Hysterese SWW | Temperatuurhysterese voor generator om bereiding sani-tair warmwater te starten | 0.2 - 10°C Proces- | warmte Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 5.5 5.5 | 5.5 5.5 | |||
| DP011 Stop offset SWW | Temperatuur offset om ver-warmingsgenerator voor be-reiding sanitair warmwater te stoppen | 0 - 20°C Sww-boi- | ler Gelaagde SWW-tank Proces-warmte Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 5 5 5 5 | ||||
| DP020 Nadraaitijd SWW pomp | Nadraaitijd van de SWW-pomp/3-wegklep na SWW-productie | 0 - 180Sec Gasge- | stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 10 10 10 | 10 | |||
| DP034 Offset SWW-sensor | Offset voor boilersensor 0 - 10°C Sww-boi- | ler Gelaagde SWW-tank Proces-warmte | 2 2 2 2 | |||||
| DP140 Type lading SWW | Type warmwaterbereider warmwater | 1 = Solo2 = Gelaagde cilinder3 = Proces warmte | Warm wa-ter klok-progr Sww-boi-ler Gelaagde SWW-tank Proces-warmte Gasge-stookt ap-paraat Gasge-stookt toestel | 1 1 1 1 | ||||
| DP474 SWW boiler als zone | Sanitair-warmwaterboiler aan-gesloten als zone | 0 = Nee1 = Ja | Sww-boi-ler Gelaagde SWW-tank Proces-warmte | 0 0 0 0 | ||||
| DP480 Pomp aan als SWW | Schakel de pomp direct in voor SWW warmtevraag | 0 = Nee1 = Ja | Sww-boilerGelaagdeSWW-tankProces-warmte | 1 1 1 1 | ||||
| DP481 Activ. max.temp SWW | Activeer de maximumtemperatuursensor van de SWW boiler | 0 = Nee1 = Ja | GelaagdeSWW-tank | 0 0 0 0 | ||||
| GP007 Max. toeren.vent CV | Maximum ventilatortoerental in CV-modus | 1400 - 7500Rpm Gasge-stookt apparaatGasge-stookt toestelGVC Ge-neric | 5600 5800 6300 7000 | |||||
| GP008 Min. toeren.vent. | Minimum ventilatortoerental in CV- en SWW-modus | 1000 - 4000Rpm Gasge-stookt apparaatGasge-stookt toestelGVC Ge-neric | 1550 1600 1650 1800 | |||||
| GP009 Starttoerental Ventilatortoerental bij het star-ten app. | 900 - 5000Rpm Gasge-stookt apparaatGasge-stookt toestelGVC Ge-neric | 2500 2500 2500 2500 | ||||||
| GP010 GPS controle aan/uit | Controle externe gasdruk-schakelaar (GPS) activeren. | 0 = Nee1 = Ja | Gasge-stookt apparaatGasge-stookt toestel | 0 0 0 0 | ||||
| GP017 Max.vermo-gen in kW | Maximum vermogenspercentage in kW | 0 - 800kW Gasge- | stookt apparaatGasge-stookt toestel | 56.7 82.2 104.4 115.4 | ||||
| GP021 Terugmodule-ren dT> | Terug moduleren wanneer temperatuurverschil groter is dan deze drempelwaarde | 5 - 45°C Gasge- | stookt apparaatGasge-stookt toestel | 25 25 25 20 | ||||
| GP050 Min vermogen verbr | Minimumvermogen in kilowatt voor berekening energiever-bruik | 0 - 80kW Gasge- | stookt apparaatGasge-stookt toestel | 3.7 | 5.1 | 4.6 | 6.2 | |
| GP082 SVM voorrang tov SWW | Activeer het SWW-circuit tij-dens schoorsteenvegermodus | 0 = Uit1 = Aan | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 0 0 0 0 | ||||
| NP001 PROD Man.Hys. Hoog | Hysterese hoog voor Producer Manager | 0.5 – 10°C Cascade | regeling B Cascade regeling B | 3 3 3 3 | ||||
| NP002 Prod. Man.Hys. Laag | Hysterese laag voor Producer Manager | 0.5 – 10°C Cascade | regeling B Cascade regeling B | 3 3 3 3 | ||||
| NP003 Prod. Man.Foutvrst. | Maximale foutversterking voor Producer Manager | 0 – 10°C Cascade | regeling B Cascade regeling B | 10 10 10 10 | ||||
| NP004 P factor cascade T | Proportionele factor voor cascade op temperatuurregeling | 0 – 10 Cascade | regeling B Cascade regeling B | 1 1 1 1 | ||||
| PP007 Min anticy-clustijd | Minimum verwarmingsgeneratorwachttijd die kan worden bereikt na meerdere starts/stops | 1 – 20Min Gasge- | stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 3 3 3 3 | ||||
| PP012 Stabilisatietijd Stabilisatietijd na verwarmingsgenerator start voor centrale verwarming | 0 – 180Sec Gasge- | stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 30 30 30 30 | |||||
| PP014 dT reductie CV pomp | Reductie temp.verschil modu-latie voor pompmodulatie ter voorkoming stop groot temp.verschil | 0 – 40°C Gasge- | stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 18 18 18 18 | ||||
| PP016 Max. rpm CV pomp | Maximum pomptoerental CV bedrijf | 20 – 100% | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 100 | 100 | 100 | 100 | |
| PP018 Min. rpm CV pomp | Minimum pomptoerental voor CV-bedrijf | 20 – 100% | Gasge-stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 30 30 30 30 | ||||
| PP023 CV hysteresse Temperatuurhysteresse voor verwarmingsgenerator om centrale verwarming te starten | 1 – 25°C Gasge- | stookt ap-paraatGasge-stookt toestel | 10 10 10 10 | |||||
| PP039 Brander offset verw | Offset om branderverwarming te stoppen in verwarmingsmodus | 0 – 10°C Gasge- | stookt toestel | 5 5 5 5 | ||||
| Code Displaytek Beschrijving Instelbereik Submenu 45 65 90 115 | |||||||
| ZP000 Vloerdroging-tijd 1 | Instelling van het aantal da-gen van de eerste stap van vloerdroging | 0 - 30Dagen Onge- | mengde groep | 3 3 3 3 | |||
| ZP010 Vloer start-temp 1 | Instelling van de starttemperatuur voor de eerste stap van vloerdroging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 20 20 20 20 | |||
| ZP020 Vloer eind-temp 1 | De eindtemperatuur voor de eerste stap van de vloerdro-ging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 32 32 32 32 | |||
| ZP030 Vloerdroging-tijd 2 | Instelling van het aantal da-gen van de tweede stap van vloerdroging | 0 - 30Dagen Onge- | mengde groep | 11 11 11 11 | |||
| ZP040 Vloer start-temp 2 | Instelling van de starttemperatuur voor de tweede stap van vloerdroging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 32 32 32 32 | |||
| ZP050 Vloer eind-temp 2 | De eindtemperatuur voor de tweede stap van vloerdroging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 32 32 32 32 | |||
| ZP060 Vloerdroging-tijd 3 | Instelling van het aantal da-gen van de derde stap van vloerdroging | 0 - 30Dagen Onge- | mengde groep | 2 2 2 2 | |||
| ZP070 Vloer start-temp 3 | Instelling van de starttemperatuur voor de derde stap van vloerdroging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 32 32 32 32 | |||
| ZP080 Eindtemp vloer 3 | De eindtemperatuur voor de derde stap van vloerdroging | 7 - 60°C Onge- | mengde groep | 24 24 24 24 | |||
| ZP090 Vloerdroging insch. | Vloerdroging van de zone in-schakelen | 0 = Uit1 = Aan | Onge-mengde groep | 0 0 0 0 | |||
9 Onderhoud
9.1 Onderhoudsvoorschriften

Gevaar voor elektrische schok
Hoge spanningen
Gevaar voor elektrische schok.
- Ontkoppel altijd de netvoeding vóór werkzaamheden aan het toestel.

Gevaar
Gaslek
Risico op explosie.
- Sluit altijd de hoofdgaskraan bij werkzaamheden aan het toestel.

Gevaar
Lek
Risico op vergiftiging, explosie en materiële schade.
- Vervang altijd alle pakkingen op de verwijderde onderdelen.
- Zorg ervoor dat alle pakkingen goed zijn geplaatst.
- Controleer de hele installatie na onderhouds- en servicewerkzaamheden op lekkages.

Waarschuwing
Gevaarlijk toestel
Risico op letsel voor niet-gekwalificeerde gebruikers.
- Manteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicewerkzaamheden.
- Plaats alle manteldelen onmiddellijk terug als de werkzaamheden voltooid zijn.

Waarschuwing
Incompatibiliteit van componenten
Gevaarlijke situaties vanwege niet-combineerbare componenten.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Als dit niet het geval is, vervalt de garantie.

Opgelet
Schadelijke stofdeeltjes
Risico op oogletsel of inademing van schadelijke deeltjes.
- Draag tijdens werkzaamheden met perslucht altijd een veiligheidsbril en stofmasker.

Aanwijzing
Waterzijdige lekkage
Beschadigde componenten vanwege lekkend water.
- Laat nooit water in contact komen met elektrische onderdelen.

Belangrijk
Pas de frequentie van inspectie en onderhoud aan naar de gebruiksomstandigheden, met name als het toestel:
- Constant in gebruik is (bijv. voor procesverwarming).
- Wordt gebruik met een lage aanvoertemperatuur.
- Wordt gebruikt met een hoge ΔT .
9.2 Onderhoudsmelding
Het toestel geeft aan wanneer er preventief onderhoud vereist is. U kunt de meldingen gebruiken om mogelijke problemen tot een minimum te beperken.

Belangrijk
- De onderhoudsmelding moet binnen 2 maanden opgevolgd zijn.
- De onderhoudsmelding moet na elke servicebeurt gereset worden. Door de reset worden alle tellers voor service-uren op nul gezet.
De melding geeft aan welke serviceset gebruikt moet worden. Deze sets bevatten alle onderdelen en zijn verkrijgbaar bij Remeha leveranciers van reserveonderdelen.
Tab.64 Meldingsoverzicht
| Melding Volgorde | Serviceset | ||||
| A 1 3 5 7 A De eerste | onderhoudsmelding A verschijnt na 8750 uur. | ||||
| B 2 6 B De eerste onderhoudsmelding B verschijnt na 17500 uur. | |||||
| C 4 8 C De eerste onderhoudsmelding C verschijnt na 35000 uur. | |||||
De onderhoudsmelding D heeft geen specifieke serviceset. Het is verplicht om de warmtewisselaar en de condenscollector te reinigen wanneer deze verschijnt. U kunt deze specifieke actie combineren met de servicesets (A, B of C) die aangegeven worden door de volgende melding in de reeks. De volgende service-indicatie kan afgelezen worden met teller AM033.
De onderhoudsmelding D verschijnt wanneer het maximumaantal uren is bereikt voor de warmtewisselaar in de condensmodus. De eerste melding verschijnt na 6000 uur. De actuele condensuren kunnen afgelezen worden met teller AC022.
De uren voor service en het aantal starts kunnen afgelezen worden met tellers AC002, AC003 en AC004.

Als de eTwist aangesloten is, kan deze thermostaat ook de melding tonen. Zie de handleiding van de thermostaat.

Zie
De servicehandleiding van het toestel. Deze handleiding is te vinden op de website.
9.3 Voorbereiding
Voer de volgende stappen uit voordat u met de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden begint:
-
Laat de ketel op vollast draaien tot de retourtemperatuur ongeveer 65 °C is om de warmtewisselaar aan rookgaszijde te drogen.
-
Controleer de waterdruk.
De minimale waterdruk is 0,8 bar. De aanbevolen waterdruk ligt tussen 1,5 bar en 2,0 bar.
2.1. Indien nodig: vul de CV-installatie bij.
- Controleer de ionisatiestroom bij vollast en laaglast.
De waarde is na 1 minuut stabiel.
3.1. Als de waarde lager dan 4 μA is, reinigt of vervangt u de ionisatie- en ontstekingselektrode.
-
Controleer het rookgasafvoer- en het luchttoevoersysteem op conditie en dichtheid.
-
Controleer de verbranding door meting van het O 2 -percentage in het rookgasafvoerkanaal.

Belangrijk
- Dit toestel is geschikt voor categorie I2E en I2H en I2K met maximaal 20% waterstofgas ( H2 ). Door variaties in het H2 -percentage kan het O2 -percentage na verloop van tijd variëren. (Bijvoorbeeld: een percentage van 20% H2 in het gas kan leiden tot een toename van 1,5% O2 in de rookgassen)
- Een aanzienlijke bijstelling van het gasblok kan nodig zijn. Afstelling kan uitgevoerd worden met de standaard O₂-waarden van het gebruikte gas.

Zie ook
Controle en instelling van de gas/lucht-verhouding, pagina 52
9.4 Verwarmingsketel openen
Afb.118 Het paneel verwijderen

-
Schroef de twee schroeven een kwartslag los.
-
Maak de twee clips los.
-
Verwijder het paneel.
9.5 Standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamheden
Verricht bij een onderhoudsbeurt altijd de hierna volgende standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamheden.

Zie
De servicehandleiding voor de specifieke onderhoudswerkzaamheden. Deze handleiding is te vinden op de website.
9.5.1 Controle van de waterkwaliteit

Aanwijzing
Waterkwaliteit
Schade aan het product.
Garantie ongeldig.
- Zorg ervoor dat voldaan wordt aan de waterkwaliteitseisen.
- Vul een schone fles met wat water uit het systeem (aangesloten op de ketel).
- Controleer of laat dit watermonster controleren op kwaliteit.
9.5.2 De sifon reinigen

Gevaar
Rookgaslekkage
Risico op CO-vergiftiging.
- De sifon moet altijd voldoende gevuld zijn met water.
Afb.119 De sifon reinigen

- Verwijder de sifon.
- Reinig de sifon met water.
- Vul de sifon met water.
- Bevestig de sifon.
- Controleer op lekkages.
9.6 Afsluitende werkzaamheden
- Monteer alle losgenomen delen in omgekeerde volgorde, maar sluit de behuizing nog niet.

Gevaar
Lek
Risico op vergiftiging, explosie en materiële schade.
- Vervang altijd alle pakkingen op de verwijderde onderdelen.
- Zorg ervoor dat alle pakkingen goed zijn geplaatst.
-
Controleer de hele installatie na onderhouds- en servicewerkzaamheden op lekkages.
-
Vul de sifon met water.
- Plaats de sifon terug.
- Open voorzichtig alle systeem- en toevoerkranen die gesloten waren om het onderhoud uit te kunnen voeren.
- Vul de CV-installatie indien nodig met water.
- Ontlucht de CV-installatie.
- Vul eventueel water bij.
- Controleer de gas- en wateraansluitingen op dichtheid.
- Neem de ketel weer in bedrijf.
- Voer een automatische detectie uit wanneer een besturingsprint is vervangen of van de ketel is verwijderd.
- Stel de ketel in op vollast en voer een gaslekcontrole en een grondige visuele controle uit.
- Stel de ketel in op normaal bedrijf.
- Sluit de behuizing.
9.7 Verwijdering en recycling
Afb.120


Belangrijk
Het verwijderen en afvoeren van het toestel moeten door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd volgens de plaatselijk en nationaal geldende regelgeving.
9.7.1 Verwijdering
Ga als volgt te werk om de verwarmingsketel te verwijderen:
- Koppel de verwarmingsketel los van de netvoeding.
- Sluit de gasaanvoer af.
- Sluit de watertoevoer af.
- Tap het systeem af.
- Verwijder de sifon.
- Verwijder de luchttoevoer-/rookgasafvoerleidingen.
- Ontkoppel alle leidingen van de verwarmingsketel.
- Verwijder de verwarmingsketel.
10 Bij storing
10.1 Storingscodes
Het Quinta is uitgevoerd met een elektronische regel- en besturingsunit. Het hart van de besturing is een e-Smart microprocessor, die zowel beveiligt als bestuurt. In geval van een storing wordt een bijbehorende code weergegeven.
Tab.65 Storingscodes worden weergegeven op drie verschillende niveaus
| Code Type | Beschrijving | |
| A.00.00(1) | Waarschuwing De besturing blijft in bedrijf, maar de oorzaak van de waarschuwing moet worden onderzocht. Een waarschuwing kan veranderen in een blokkering of vergrendeling. | |
| H .00.00 (1) | Blokkering De besturing stopt de normale werking en controleert met vaste intervallen of de oorzaak van de blokkering nog aanwezig is.(2) Normale werking wordt hervat als de oorzaak van de blokkering is verholpen. Een blokkering kan veranderen in een vergrendeling. | |
| E .00.00 (1) | Vergrendeling De besturing stopt de normale werking. De oorzaak van de vergrendeling moet verholpen worden, en de besturing moet handmatig gereset worden. | |
| (1) De eerste letter geeft het type storing aan.(2) Voor sommige blokkerende storingen is het controle-interval 10 minuten. In dergelijke gevallen, lijkt het of de besturing niet automatisch start. Wacht tien minuten alvorens te resetten. | ||
De betekenis van de code is terug te vinden in de verschillende storingscodetabellen.

Belangrijk
De storingscode is belangrijk voor het correct en snel opsporen van de aard van de storing en bij eventuele ondersteuning door Remeha.
10.1.1 Weergave van storingscodes
Afb.121 Weergave van storingscode

Als er een fout optreedt in de installatie, zal het bedieningspaneel:
A Navigeer naar de pagina met storingsgegevens.
B Een overeenkomstige code en bericht weergeven.
C Het foutpictogram weergeven in de statusbalk van het bedieningspaneel.
Als een storing optreedt, ga dan als volgt te werk:
- Lees de storingscode en het bericht.

U kunt altijd teruggaan naar de informatie van een actieve storing vanaf het hoofdscherm.
- Druk op de selectietoets om meer informatie weer te geven.
- Volg de instructies in de informatie over de storingscode.
⇒ De storingscode blijft zichtbaar tot het probleem is opgelost. - Noteer de storingscode als het probleem niet kan worden opgelost en neem contact op met uw installateur.

Belangrijk
Alleen een erkende installateur mag werkzaamheden aan het toestel en het systeem verrichten.
10.1.2 Waarschuwing
Tab.66 Waarschuwingscodes
| Code Display | Tekst Beschrijving Oplossing | ||
| A.00.34 Tbu | iten ontbreekt Buitentemp | eratuursensor was ver-wacht maar niet gedetecteerd | Buitensensor niet gedetecteerd:• Buitensensor is niet aangesloten: Sluit de sen-sor aan• De buitensensor is niet op juiste wijze aange-sloten: Sluit de sensor correct aan |
| A.00.40 Lage | waterdruk Gemeten wa | erdruk is onder het ge-definieerde bereik. Controleer water-druk en sensor | Geen geldige waterdruk gedetecteerd:• Waterdruksensor is niet aangesloten: Sluit de sensor aan.• Waterdruksensor heeft een waarde gemeten die onder het bereik ligt: Controleer de water-aansluiting van het toestel. |
| A.00.57 T S | WW boven open Bovenste | temp.sensor sanitair warm water is verwijderd of meet een tem- peratuur beneden het bereik | SWW is geconfigureerd als gelaagde boiler met 2 sensoren. De bovenste temperatuursensor SWW boiler heeft een open aansluiting:• Los contact: Controleer de bedrading en con-nectors.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor.• Sensor is niet aanwezig: Zorg ervoor dat para-meter DP481 is ingesteld op Nee (0). |
| A.00.58 T S | WW boven dicht Bovenste | temp.sensor sanitair warm water is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | SWW is geconfigureerd als gelaagde boiler met 2 sensoren. De bovenste temperatuursensor SWW boiler is kortgesloten:• Los contact: Controleer de bedrading en con-nectors.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor.• Sensor is niet aanwezig: Zorg ervoor dat para-meter DP481 is ingesteld op Nee (0). |
| A.00.107 Bodemtemp. SWW gesl. | Bodemtemperatuursensor van SWW boiler is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | De onderste temperatuursensor SWW boiler is kortgesloten:• Los contact: Controleer de bedrading en con-nectors.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor. | |
| A.00.108 Bodemtemp. SWW openCode Displayytekst Beschrijving Oplossing | Bodemtemperatuursensor van SWW boiler ontbreekt of meet een tempe-ratuur beneden het bereik | De onderste temperatuursensor SWW boiler heeft een open aansluiting:• Los contact: Controleer de bedrading en con-nectors.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor. | |
| A.01.23 Slechte verbranding Slechte verbranding Configuratiefout: Vlamwegval tijdens bedrijf:Geen ionisatiestroom:- Ontlucht de gasleiding.- Controleer of de gaskraan goed geopend is.- Controleer de gasaanvoerdruk.- Controleer correcte werking en afstelling gasblok.- Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping.- Controleer op rookgasrecirculatie. | |||
| A.02.06 Waarschuw. waterdr Waarschuwing waterdruk actief Waterdruk waarschuwing:Waterdruk te laag; controleer de waterdruk | |||
A.02.18 Fout OBD Fout woordenboekobject Configuratiefout:CN1 en CN2 opnieuw instellen ZieDe typeplaat voor de CN1 en CN2 waarden. | |||
| A.02.36 Funct. appar. mist Functioneel apparaat is ontkoppeld SCB niet gevonden:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenDefecte SCB: Vervang SCB | |||
| A.02.37 Niet krit. app. mist Niet kritisch apparaat is ontkoppeld SCB niet gevonden:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenDefecte SCB: Vervang SCB | |||
| A.02.45 CAN-verb.matrix vol CAN-verbindingsmatrix vol SCB niet gevonden:Voer een automatische detectie uit | |||
| A.02.46 CAN-admin. app. vol CAN-admin. apparaat vol SCB niet gevonden:Voer een automatische detectie uit | |||
| A.02.49 Init.node mislukt Initialisatiendode misluktSCB niet gevonden:Voer een automatische detectie uit | |||
| A.02.55 Ongel of ontbr SerNR Ongeldig of ontbrekend serienr. apparaatNeem contact op met uw leverancier. | |||
| A.02.69 Demomodus actiefDemo-modus actiefNeem contact op met uw leverancier. | |||
| A.02.76 Geheugen vol Degeres geheugenruimte voor aan-gepaste parameterw is vol. Gebruikerswijzigingen nt mr mogelijkConfiguratiefout:CN1 en CN2 opnieuw instellenDefecte CSU: Vervang CSUVervang de CU-GH | |||
| A.02.80 Ontbrekende Casc.RegOntbrekende cascaderegelaarCascaderegelaar niet gevonden:Sluit de cascademaster weer aanVoer een automatische detectie uit | |||
| A.08.06 Waarsch. LIN pomp 1 Waarschuwing voor beperkingen bij LIN pomp 1LIN pomp 1 werkt onder beperkingen:[zykk]ZieZie probleemoplossing LIN-pomp voor oplossingen | |||
10.1.3 Blokkering
Tab.67 Blokkeringscodes
| Code Displaytekst Beschrijving Oplossing | |||
| H.00.81 KamerTempOntbreekt De kamertemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd | Ruimtetemperatuursensor niet gedetecteerd:• Kamertemperatuursensor is niet aangesloten:Sluit de sensor aan• Kamertemperatuursensor is niet correct aangesloten: Sluit de sensor correct aan | ||
| H.01.00 Comm.fout Communicatiefout opgetreden Communicatiefout met de veiligheidskern:Herstart de ketelVervang de CU-GH | |||
| H.01.05 Max Delta TA-TR Maximaal verschil tussen aanvoer-temperatuur en retourtemperatuur | Maximaal verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur overschreden:• Geen of te weinig doorstroming:- Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren- Controleer de waterdruk- Controleer warmtewisselaar op vervuiling• Sensorfout:- Controleer de goede werking van de sensors- Controleer of de sensor goed gemonteerd is | ||
| H.01.06 Max Delta TWW-TA Maximaal verschil tussen tempera-tuur warmtewisselaar en aanvoer-temperatuur | Maximaal verschil tussen warmtewisselaar- en aanvoertemperatuur overschreden:• Geen of te weinig doorstroming:- Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen).- Controleer de waterdruk.- Controleer warmtewisselaar op vervuiling.- Controleer of de installatie ontlucht is.- Controleer of de waterkwaliteit aan de speci-ficaties van de leverancier voldoet.• Sensorfout:- Controleer de goede werking van de sen-sors.- Controleer of de sensor goed gemonteerd is. | ||
| H.01.07 Max Delta TWW-TR Maximaal verschil tussen temp.warmtewisselaar en retourtemperatuur | Maximaal verschil tussen warmtewisselaar- en retourtemperatuur overschreden:• Geen of te weinig doorstroming:- Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen).- Controleer de waterdruk.- Controleer warmtewisselaar op vervuiling.- Controleer of de installatie correct is ontlucht.• Sensorfout:- Controleer de goede werking van de sen-sors.- Controleer of de sensor goed gemonteerd is. | ||
| H.01.08 TempGrad CV niveau 3 Maximale CV-temperatuurgradiëntniveau 3 overschreden | Maximale stijging van de warmtewisselaartempe-ratuur is overschreden:• Geen of te weinig doorstroming:- Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen)- Controleer de waterdruk- Controleer warmtewisselaar op vervuiling- Controleer of de cv-installatie correct is ontlucht• Sensorfout:- Controleer de goede werking van de sensors- Controleer of de sensor goed gemonteerd is | ||
| H.01.09 Gasdrukschakelaar Gasdrukschakelaar Gasdruk te laag: | • Geen of te weinig doorstroming:- Zorg ervoor dat de gaskraan volledig is geopend- Controleer de gastoevoerdruk- Als er een gasfilter is: Zorg ervoor dat het filter schoon is• Verkeerde afstelling van de gasdrukschakelaar:- Zorg ervoor dat de schakelaar goed is gemonteerd- Vervang de schakelaar indien nodig• Geen gasdrukschakelaar beschikbaar:- Zorg ervoor dat parameter GP010 is ingesteld op Nee (0) | ||
| H.01.13 Max TWW Temperatuur van warmtewisselaar heeft de maximale bedrijfswaarde overschreden | Maximale warmtewisselaartemperatuur overschreden:• Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen).• Controleer de waterdruk.• Controleer de goede werking van de sensors.• Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Controleer warmtewisselaar op vervuiling.• Controleer of de cv-installatie correct is ontlucht. | ||
| H.01.14 Max T Aanv De aanvoertemperatuur heeft de maximale bedrijfswaarde overschreden | Aanvoertemperatuursensor boven normaal bereik:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Geen of te weinig doorstroming:- Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen)- Controleer de waterdruk- Controleer warmtewisselaar op vervuiling | ||
| H.01.15 Max T Rookgas De rookgastemperatuur heeft de maximale bedrijfswaarde overschreden | Maximum rookgastemperatuur overschreden:• Controleer het rookgasafvoersysteem• Controleer de warmtewisselaar op rookgaszijdige vervuiling• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| H.01.21 SWW Temp.GradLevel3 | Maximale SWW-temperatuurgradient Level3 overschreden | De aanvoertemperatuur is te snel gestegen:• Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren• Controleer de goede werking van de pomp | |
| H.01.26 Gasdruk max Gasdruk overschreden Gasdruk te hoog: | • Controleer de gastoevoerdruk• Verkeerde afstelling van de gasdrukschakelaar:- Zorg ervoor dat de schakelaar goed is gemonteerd- Vervang de schakelaar indien nodig• Geen gasdrukschakelaar beschikbaar:- Zorg ervoor dat parameter GP010 is ingesteld op Nee (0) | ||
| H.02.00 Reset wordt uitgev. Reset wordt uitgev. Resetprocedure actief: | • Geen actie | ||
| H.02.02 Wacht op config.nr. Wacht op configuratienummer Configuratiefout of configuratienummer onbekend:• CN1 en CN2 opnieuw instellen | |||
| H.02.03 Conf.fout Configuratiefout Configuratiefout of configuratienummer onbe-kend:CN1 en CN2 opnieuw instellen | |||
| H.02.04 Parameterfout Parameterfout | Fabrieksinstellingen niet in orde: | • Parameters staan niet goed:- Herstart de ketel- CN1 en CN2 opnieuw instellen- Vervang de CU-GH print | |
| H.02.05 CSU & CU kmn nt ovrn CSU | komt niet overeen met CU-type Configuratiefout:CN1 en CN2 opnieuw instellen | ||
| H.02.12 Vrijgavesignaal Ingang vrijgavesignaal van de regel-eenheid van externe apparaatomge-ving | Wachttijd vrijgave signaal is verlopen:• Externe oorzaak: neem externe oorzaak weg• Fout ingestelde parameter: controleer parame-ters• Slechte verbinding: controleer de verbinding | ||
| H.02.91 CV | geblokkeerd Warmtevraag | van CV is geblokkeerddoor de multifunctionele ingang | De blokkerende ingang (Blokkering CV) is actief.• Als de foutcode niet moet worden weergege-ven: Zorg ervoor dat de Weergave fout correctis ingesteld op Nee (0). |
| H.02.92 SWW | geblokkeerd Warmtevraag | van SWW is geblok-keerd door de multifunctionele in-gang | De blokkerende ingang (Blokkering SWW) is ac-tief.• Als de foutcode niet moet worden weergege-ven: Zorg ervoor dat de Weergave fout correctis ingesteld op Nee (0). |
| H.02.93 CV | en SWW geblokk. De warmtevraag van de CV en hetSWW is geblokkeerd door de multi-functionele ingang | De blokkerende ingang (Blokkering CV+SWW) isactief.• Als de foutcode niet moet worden weergege-ven: Zorg ervoor dat de Weergave fout correctis ingesteld op Nee (0). | |
| H.03.00 Parameterfout Veiligheidsparameters niveau 2, 3, 4zijn niet correct of ontbreken | Veiligheidskern parameterfoutHerstart de ketelVermang de CU-GH | ||
| H.03.01 CU | naar GKR datafout Geen | geldige data v CU nr GRK ont-vangen | Communicatiefout met de CU-GH:Herstart de ketel |
| H.03.02 Vlamverlies gedetect Gemeten ionisatiestroom is onder li-miet | Vlamwegval tijdens bedrijf:• Geen ionisatiestroom:- Ontlucht de gasleiding- Controleer of de gaskraan goed geopend is- Controleer de gastoevoerdruk- Controleer correcte werking en afstellinggasblok- Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer opverstopping- Controleer op rookgasrecirculatie | ||
| H.03.05 Interne blokkering | Gasklepregeling interne blokkeringopgetreden | Fout in veiligheidskern:Herstart de ketelVermang de CU-GH | |
| H.03.09 Voedingsspann. laag | Voedingsspanning onder de mini-mum bedrijfswaarde | • When the device is switched on or off, an entryis made in the error memory | |
| H.08.07 | Fout LIN pomp 1 | Fout in werking van LIN pomp 1 | LIN pomp 1 werkingsfout:[xwch]ZieZie probleemoplossing LIN-pompvoor oplossingen |
| H.08.08 Vergr. LIN pomp 1 Fout vergrendeling LIN pomp 1 Fout vergrendeling LIN pomp 1:Defecte pomp, vervang LIN pomp 1 | |||
| H.08.09 Geen com. LIN pomp 1 Geen communicatie LIN pomp 1 vanwege communicatiefout bij busmaster (BDR-apparaten) | Geen communicatie LIN pomp 1 vanwege communicatiefout met databusmaster:Slechte verbinding: controleer verbindingDefecte pomp, controleer de werking van de LIN pomp | ||
10.1.4 Vergrendeling
Tab.68 Vergrendelingscodes
| Code Displaytekst Beschrijving Oplossing | |||
| E.00.04 T Retour open Retourtemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Retourtemperatuursensor open:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.00.05 T Retour kortgsl De retourtemperatuursensor is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Retourtemperatuursensor kortgesloten:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.00.06 T Retour ontbreekt De retourtemperatuursensor werd verwacht maar is niet gedetecteerd | Geen verbinding met retourtemperatuursensor:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren.• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.00.08 T warmtewiss open Temperatuursensor warmtewisse-laar is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Warmtewisselaar-temperatuursensor open:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: vervang de sensor. | ||
| E.00.09 T WW kortgesl Temperatuursensor van warmtewis-selaar is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Warmtewisselaar-temperatuursensor kortgesloten:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: vervang de sensor. | ||
| E.00.16 SWW sensor open Temperatuursensor tank sanitairwarm water is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Boilersensor open:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.00.17 SWW sensor kortgesl. Temperatuursensor tank sanitairwarm water is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Boilersensor kortgesloten:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.00.18 SWW sensor ontbreekt Temperatuursensor tank sanitairwarm water werd verwacht maar is niet gedetecteerd | De onderste temperatuursensor SWW boiler heeft een open aansluiting:• Los contact: Controleer de bedrading en connectors.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor. | ||
| E.00.20 T Rookgas open De rookgastemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur beneden het bereik | Rookgassensor open:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: vervang de sensor. | ||
| E.00.21 Trookgas kortgsl De rookgastemperatuursensor is kortgesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Rookgassensor kortgesloten:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: vervang de sensor. | ||
| E.01.04 5x vlamverliesfout 5x onbedoeld vlamverliesfout opge-treden | 5 keer vlamverlies:• Ontlucht de gasleiding• Controleer of de gaskraan goed geopend is• Controleer de gastoevoerdruk• Controleer correcte werking en afstelling gas-blok• Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping• Controleer op rookgasrecirculatie | ||
| E.01.12 Retour hoger aanvoer Retourtemperatuur heeft hogere temperatuurwaarde dan de aanvoer-temperatuur | Aanvoer en retour verwisseld:• Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Doorstroomrichting verkeerd: controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen)• Slecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd is• Slecht werkende sensor: controleer de weer-standswaarde van de sensor• Defecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.01.24 Verbrandingsfout Meerdere verbrandingsfouten opge-treden binnen 24 uur | Lage ionisatiestroom:• Ontlucht de gasleiding.• Controleer of de gaskraan goed geopend is.• Controleer de gastoevoerdruk.• Controleer de correcte werking en afstelling van het gasblok.• Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping• Controleer op rookgasrecirculatie. | ||
| E.02.13 Blokkerende ingang Blokkerende ingang van besturings-automaat door buitenomgeving van apparaat | Blokkerende ingang is actief:• Externe oorzaak: neem externe oorzaak weg• Fout ingestelde parameter: controleer parame-ters | ||
| E.02.15 Ext CSU time-out Time-out externe CSU CSU time-out: | • Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren• Defecte CSU: Vervang CSU | ||
| E.02.17 GKR comm.time-out Gasklepregeleenheid communicatie heeft feedbacktijd overschreden | Communicatiefout met de veiligheidskern:• Herstart de ketel• Vervang de CU-GH | ||
| E.02.35 Veiligheidsapp. mist Kritisch veiligheidsapparaat is ont-koppeld | Communicatiestoring• Voer een automatische detectie uit | ||
| E.02.47 Verbin functieg misl Verbinding functiegroepen mislukt Functiegroep niet gevonden:• Voer een automatische detectie uit• Herstart de ketel• Vervang de CU-GH | |||
| Code Display | ytekst Beschrijving Oplossing | ||
| E.02.90 Kam | nerventilatie Time-out van | stookruimteventilatie.De ventilator is niet op tijd gestart of gestopt. | De ruimte werd niet binnen de geconfigureerde tijdslimiet geventileerd:Verkeerde configuratie:- Controleer de instellingen voor Verwarmings-ketelruimte ventilatie.- Controleer de instelling voor Ventilatie time-out. Zorg ervoor dat de tijdslimiet voldoende is voor de ketelruimte.Los contact: Controleer de bedrading en connectors.Defecte ventilator: Vervang de ventilator. |
| E.04.00 Parameterfout Veiligheidspar | ameters niveau 5 zijn niet correct of ontbreken | Vervang de. CU-GH | |
| E.04.01 Aan | vtempsens kortgs Aanvoertemperatuursensor is kort-gesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Aanvoertemperatuursensor kortgesloten:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenSlecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd isDefecte sensor: vervang de sensor | |
| E.04.02 Aan | vtempsens open Aanvoertemperatuursensor is verwijderd of meet een temperatuur bene-den het bereik | Aanvoertemperatuursensor open:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenDefecte sensor: vervang de sensor | |
| E.04.03 Max | Aanv.temp Gemeten temperatuur boven veilig-heidslimiet | Geen of te weinig doorstroming:Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen)Controleer de waterdrukControleer warmtewisselaar op vervuiling | |
| E.04.04 TRook | gesloten Rookgastemperatuursensor is kort-gesloten of meet een temperatuur boven het bereik | Rookgastemperatuursensor kortgesloten:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenSlecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd isDefecte sensor: vervang de sensor | |
| E.04.05 TRook | open Rookgastemperatuursensor is ver-wijderd of meet een temperatuur be-neden het bereik | Rookgastemperatuursensor open:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenSlecht gemonteerde sensor: controleer of de sensor goed gemonteerd isDefecte sensor: vervang de sensor | |
| E.04.06 Max | Rooktemp Gemeten rooktemperatuur boven li-miet | Maximum rookgastemperatuur overschreden:Controleer de gasblokinstellingen.Fout rookgastemperatuursensor:- Controleer de goede werking van de sensor.- Controleer of de sensor goed gemonteerd is.Controleer de warmtewisselaar:- Controleer het rookgastraject.Vervang de warmtewisselaar. | |
| E.04.07 TAanv | sensor Afwijking in aan | voersensor 1 en aanvoersensor 2 gedetecteerd | Afwijking van aanvoertemperatuursensor:Slechte verbinding: controleer de verbindingDefecte sensor: vervang de sensor |
| Code Displaytekst Beschrijving Oplossing | |||
| E.04.08 Veiligheidsingang Veiligheidsingang is open Luchtdrukverschilschakelaar geactiveerd:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenDruk in het rookgaskanaal is te hoog of te hoog geweest:- Terugslagklep opent niet- Verstopte of lege sifon- Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping- Controleer warmtewisselaar op vervuiling | |||
| E.04.09 TRook sensor Afwijking in rooksensor 1 en rook-sensor 2 gedetecteerd | Afwijking van rookgastemperatuursensor:Slechte verbinding: controleer de verbindingDefecte sensor: vervang de sensor | ||
| E.04.10 Mislukte start 5 mislukte branderstarts gedetec-teerd | Vijf mislukte branderstarts:Geen ontstekingsvonk:- Controleer de bekabeling tussen de CU-GH en de ontstekingstrafo- Controleer de ionisatie-/ontstekingselektrode- Controleer de doorslag naar massa / aarde- Controleer de conditie van het branderdek- Controleer aarding- Vervang de CU-GHWel ontstekingsvonk maar geen vlamvorming:- Ontlucht de gasleidingen- Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping- Controleer of de gaskraan goed geopend is- Controleer de gastoevoerdruk- Controleer correcte werking en afstelling gasblok- Controleer de bekabeling van het gasblok- Vervang de CU-GHWel vlam maar geen of onvoldoende ionisatie:- Controleer of de gaskraan goed geopend is- Controleer de gastoevoerdruk- Controleer de ionisatie-/ontstekingselektrode- Controleer aarding- Controleer de bekabeling ionisatie-/ontstekingselektrode. | ||
| E.04.12 Valse vlam Valse vlam gedetecteerd voor branderstart | Vals vlamsignaal:Brander gloeit na: Stel O2 afWel ionisatiestroom gemeten, terwijl er geen vlam mag zijn: controleer ionisatie-/ontstekingselektrodeDefecte gasklep: vervang de gasklepDefecte ontstekingstrafo: vervang de ontstekingstrafo | ||
| E.04.13 Ventilator Ventilatortoerentaloverschrijdt nor-maal werkingsbereik | Ventilator storing:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectoren.Ventilator draait terwijl hij niet mag draaien: controleer of er teveel schoorsteentrek isDefecte ventilator: vervang de ventilator | ||
| E.04.15 Rooog.leiding verst De rookgasleiding zit verstopt Rookgasafvoer isgeblokkeerd:Controleer de rookgasafvoer op verstoppingHerstart de ketel | |||
| E.04.17 Gasklep aandr. fout De aandrijving voor de gasklep is defect | Gasblok storing:Slechte verbinding: controleer de bedrading en connectorenDefect gasblok: Vervang het gasblok | ||
| Code Display | Tekst Beschrijving Oplossing | |
| E.04.18 Min | Temp Aanv Fout De aanv. temperature is lager dan het min. gedefinieerd door de GKR-parameter | De aanvoertemperatuursensor heeft een waarde gemeten die lager is dan de door de gasklepre-gelaar toegestane minimumtemperatuur:• Temperatuur is gestegen: Reset de fout.• Verkeerd gemonteerde sensor: Controleer of de sensor goed gemonteerd is.• Defecte sensor: Vervang de sensor. |
| E.04.23 Interne storing Interne vergrendeling gaskleprege-ling | • Herstart de ketel• Vervang de CU-GH | |
| E.04.29 Resets overschreden Maximumaantal veiligheidsresetsoverschreden | Er zijn binnen 24 uur meer dan 5 vergrendelings-fouten gereset:• Start het toestel opnieuw en reset de fout. | |
| E.04.254 Onbekend Onbekend Onbekende fout: | • Vervang de PCB. | |
10.2 Fouthistorie
Het controlepaneel heeft een fouthistorie die de laatste 32 storingen opslaat. Specifieke details worden voor elke storing opgeslagen, bijvoorbeeld:
- Status
- Substatus
• Aanvoertemperatuur - Retourtemperatuur
Deze en andere details kunnen bijdragen aan de storingsoplossing.
10.2.1 Het storingsgeheugen weergeven en wissen
U kunt het storingsgeheugen op het bedieningspaneel weergeven. De diagnose op het moment dat de storing optrad, wordt samen met de storingscodes opgeslagen. Dit omvat de uptime, status, substatus, relevante parameters, tellers en signalen. De storingshistorie kan ook worden gewist.
▶▶ Hoofdmenu > Installateur > Storingsgeschiedenis
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
Afb.122 Storingshistorielijst

- Druk op de menutoets ém naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Installateur menu Gebruik code 0012 om de installateurstoegang te activeren.
- Selecteer Storingsgeschiedenis
- Selecteer de gewenste storing.
- Houd de selectietoets ingedrukt om het storingsgeheugen te wissen.
11 Gebruikersinstructies
11.1 Opstarten
Start de ketel als volgt op:
- Open de gaskraan van de ketel.
-
Steek de stekker van de ketel in een geaard stopcontact.
-
Controleer de waterdruk van de installatie. Vul indien nodig de installatie bij.
De actuele bedrijfssituatie van de ketel wordt op het display weergegeven.
11.2 Vakantiemodus voor alle zones activeren
Tijdens een vakantieperiode kunnen de zonetemperatuur en de SWW-temperatuur worden verlaagd om energie te besparen. Met de volgende procedure kunt u de vakantiemodus voor alle zones en de SWW-temperatuur activeren.
▶▶ Hoofdmenu > Systeem vakantiemodus
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
-
Druk op de menutoets 📄m naar het hoofdmenu te gaan.
-
Navigeer naar het Systeem vakantiemodus menu
-
Stel de begindatum en -tijd van de vakantie in.
-
Stel de einddatum en -tijd van de vakantie in.
-
Bevestig de begin- en einddatum.
De vakantiemodus kan worden gedeactiveerd door in het Systeem vakantiemodus menu Uitschakelen te selecteren.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.3 De verwarmingstemperatuur van een zone wijzigen
11.3.1 Definitie van zone
Afb.123 Twee zones

Zone is de term die gegeven wordt aan de diverse hydraulische circuits CIRCA, CIRCB etc. Deze duidt meerdere delen aan van een gebouw dat door hetzelfde circuit wordt bediend.
Meerdere zones zijn alleen mogelijk met een uitbreidingsprintplaat.
Tab.69 Voorbeeld van twee zones
| Zone | Fabrieksnaam | |
| 1 Zone | 1 CIRCA | |
| 2 Zone | 2 CIRCB |
AD-3001404-01
11.3.2 De naam en het pictogram van een zone wijzigen
De zones hebben een pictogram en naam die in de fabriek zijn ingesteld. U kunt het symbool en de naam voor de zones wijzigen afhankelijk van het toestel en het type zone.
Afb.124 Type teken selecteren

Afb.125 Tekens selecteren voor de nieuwe naam
![! @^&()_/A[0]";?+-=%#><.,~ AD-3002304-01](/content/2026/06/1165084/images/0bd31df1a11c30928ff9eac1c1ce0dcaeb611d5302da92884a5a6ef14cecad17.jpg)
Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Algemeen > Gebrksvr naam groep of Icoon weerg groep
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets om naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Instellingen zones-.
- Selecteer de gewenste zone.
Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Selecteer Algemeen.
- Selecteer Gebrksvr naam groep.
- Selecteer het type teken met de draaiknop: hoofdletters, kleine letters, cijfers, symbolen of speciale tekens.
-
Selecteer Del om de actuele Gebrksvr naam groep te verwijderen.
-
Selecteer nieuwe tekens, cijfers of symbolen voor de nieuwe Gebrksvr naam groep.
U kunt naar links scrollen terwijl u door de tekens bladert om terug te keren naar de selectie van het type teken.
- Selecteer OK.
⇒ De nieuwe Gebrksvr naam groep wordt weergegeven.
- Selecteer Icoon weerg groep.
- Selecteer het gewenste pictogram voor de zone.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.3.3 De bedrijfsmodus van een zone wijzigen
U kunt kiezen tussen 5 bedrijfsmodi om de zonetemperatuur in verschillende delen van het gebouw te regelen.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Werkingsmodus
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Instellingen zones-.
- Selecteer de gewenste zone.
Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Selecteer Werkingsmodus.
6. Selecteer de gewenste bedrijfsmodus:
Tab.70 Zonebedrijfsmodi
| Modus Beschrijving | |
| Schema De zonetemperatuur wordt geregeld door een tijdprogramma. | |
| Handmatig De zonetemperatuur is op een vaste waarde ingesteld. | |
| Tijdelijk De zonetemperatuur is tijdelijk gewijzigd. | |
| Vakantie De zonetemperatuur wordt verlaagd tijdens uw vakantie om energie te besparen. | |
| Uit De zontemperatuur wordt verlaagd en de vorstvrije modus is actief. Deze modus beschermt de boiler en de installatie tegen bevriezing. | |
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.3.4 Klokprogramma om de zonetemperatuur te regelen
■ Tijdprogramma voor zonetemperatuur creëren
Met een tijdprogramma kunt u de zonetemperatuur per uur en per dag variëren. De zonetemperatuur wordt gekoppeld aan de activiteit van het tijdprogramma. U kunt maximaal drie tijdprogramma's per zone creëren. U kunt bijvoorbeeld een programma creëren voor een week met normale werkuren en een programma voor een week als u grotendeels thuis bent.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Klokprogramma's verwarming
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Instellingen zones-.
- Selecteer de gewenste zone.
Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Selecteer Klokprogramma's verwarming.
- Selecteer het tijdprogramma dat u wilt wijzigen.
⇒ De geplande activiteiten worden weergegeven. De laatste geplande activiteit van een dag is actief tot de eerste activiteit op de volgende dag. Bij de eerste opstart hebben alle weekdagen twee standaard activiteiten in Klokprogramma 1.
- Selecteer de weekdag die u wilt wijzigen.
Afb.126 Selecteer de weekdag om de wijzigen door te voeren

Afb.127 Selecteer het tijdvenster om de wijzigen door te voeren

- Selecteer het tijdvenster dat u wilt wijzigen.
Na het selecteren van het tijdvenster, kunt u de begintijd instellen, het type activiteit wijzigen of de activiteit verwijderen.
Afb.128 Beschrijving van tijdvenster wijzigen

A Begintijd instellen
B Type activiteit selecteren
C Temperatuur activiteit weergeven
D Activiteit verwijderen
E Wijzigingen bevestigen
-
Stel de begintijd van de activiteit in.
-
Selecteer het type activiteit.
- Bevestig uw wijzigingen.

Als u de wijzigingen in een activiteit niet wilt opslaan, druk op de terugtoets ➤ Als u de activiteit uit het programma wilt verwijderen, selecteer Verwijderen.
- Zoneweekdagprogramma kopiëren
U kunt een weekdagprogramma kopiëren en toepassen op andere dagen.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Klokprogramma's verwarming

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
Afb.129 Selecteer de weekdag om de wijzigen door te voeren

- Selecteer de weekdag die u wilt wijzigen.
- Gebruik de draaiknop om naar het einde van de activiteitenlijst te scrollen.
Afb.130 Scrol omlaag en selecteer kopieren naar andere dagen

- Selecteer Naar andere dagen kopieren.
Afb.131 Selecteer de weekdagen om het programma te kopieren

- Selecteer de weekdagen waarnaar u het programma wilt kopieren.
- Bevestig uw selectie.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
■ Definitie van activiteit
Activiteit is de term die gebruikt wordt voor tijdvensters in een tijdprogramma. Het tijdprogramma stelt de zonetemperatuur in voor verschillende activiteiten gedurende de dag. Een temperatuursetpunt is met elke activiteit verbonden. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag.
Afb.132 Voorbeelden van activiteiten van een tijdprogramma

AD-3001403-01
Tab.71 Voorbeeld van activiteiten
| Begin | van de activiteit Activiteitname | Temperatuursetpunt |
| 1 6:30 | Ochtend 20 °C | |
| 2 9:00 | Weg 19°C | |
| 3 17:00 | Thuis 20 °C | |
| 4 20:00 | Avond 22 °C | |
| 5 23:00 | Slapen 16 °C |
■ Naam van een activiteit wijzigen
U kunt de naam van een activiteit wijzigen in het zonetijdprogramma.
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Activiteitnamen
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets ≡om naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer Activiteitnamen.
- Selecteer de activiteit die u wilt wijzigen.
- Selecteer het type teken met de draaiknop: hoofdletters, kleine letters, cijfers, symbolen of speciale tekens.
- Selecteer Del om de actuele naam te verwijderen.
Afb.133 Type teken selecteren

Afb.134 Tekens selecteren voor de nieuwe naam

- Selecteer letters, cijfers of symbolen voor de nieuwe naam van de activiteit.
U kunt naar links scrollen terwijl u door de tekens bladert om terug te keren naar de selectie van het type teken.
- Selecteer OK.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop ≡ in te drukken.
■ Zonetijdprogramma activeren
Om een zonetijdprogramma te gebruiken, moet de bedrijfsmodus Schema worden geactiveerd. Deze activering wordt voor elke zone apart uitgevoerd.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Werkingsmodus > Schema
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets ≡om naar het hoofdmenu te gaan.
-
Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
-
Selecteer Instellingen zones-.
- Selecteer de gewenste zone.

Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Selecteer Werkingsmodus.
- Selecteer Schema.
- Selecteer het zonetijdprogramma Klokprogramma 1, Klokprogramma 2 of Klokprogramma 3.
- Bevestig het geselecteerde programma.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.3.5 Verwarmingstemperaturen wijzigen
U kunt de verwarmingstemperaturen van elke activiteit wijzigen.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen zones- > Een zone selecteren > Verwarmingstemperaturen instellen

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets Ⓞ om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Instellingen zones-.
- Selecteer de gewenste zone.

Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Selecteer Verwarmingstemperaturen instellen.
- Selecteer de activiteit die u wilt wijzigen.
- Stel de verwarmingstemperatuur in.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.3.6 Zonetemperatuur tijdelijk wijzigen
Ongeacht de bedrijfsmodus voor een zone is het mogelijk om de zonetemperatuur voor een korte periode te wijzigen. Als deze periode is verstreken, wordt de eerder geselecteerde bedrijfsmodus hervat.

Hoofdmenu > Tijdelijke verandering verwarmingstemp. > Een zone selecteren

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.

Belangrijk De zonetemperatuur kan alleen op deze manier worden ingesteld als een zonetemperatuursensor/-thermostaat is geïnstalleerd.
- Druk op de menutoets om naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Tijdelijke verandering verwarmingstemp. menu
- Selecteer de gewenste zone.

Als er slechts één zone in de installatie is, selecteert het display automatisch deze zone.
- Stel de tijdelijke temperatuur in.
- Stel de eindtijd voor de temperatuurwijziging in.
6. Bevestig de geselecteerde eindtijd.
⇒ De zonetemperatuur wordt gewijzigd tot het ingestelde eindpunt.

De temperatuurwijziging kan altijd worden gedeactiveerd door terug te keren naar de pagina Tijdelijke verandering verwarmingstemp. en Uitschakelen te selecteren.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.4 De sanitair-warmwatertemperatuur wijzigen
11.4.1 Sanitair warm water in-/uitschakelen
▶▶ Hoofdmenu > Sanitair warm water Aan/Uit
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Sanitair warm water Aan/Uit menu
- Selecteer een van de volgende instellingen:
- Uit sanitair-warmwaterfunctie deactiveren.
- Aan sanitair-warmwaterfunctie activeren.
- Bevestig uw selectie.
11.4.2 Instellingen sanitair warm water
U kunt de instellingen voor sanitair warm water wijzigen via het Gebruikersinstellingen menu
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater
Tab.72 Menu om het sanitair-warmwatercircuit te configureren
| Menu Functie | |
| Stel SWW-temperaturen in | Stel afhankelijk van het toestel de Comfort setpunt SWW of SWW eco-setpunt in.(1) |
| Werkingsmodus Selecteer een bedrijfsmodus om het sanitair warm water te regelen. | |
| Klokprogramma's Programmeer of selecteer een tijdprogramma voor het sanitair warm water. | |
| (1) Deze functie is ook snel toegankelijk via de Watertemperatuur hoofdmenuoptie [IMAGE] | |
11.4.3 De comfort- en verlaagde warmwatertemperaturen wijzigen
Afhankelijk van het toestel kunt u de temperaturen van de Comfort setpunt SWW en SWW eco-setpunt aanpassen.
▶▶ Hoofdmenu > Watertemperatuur
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Watertemperatuur menu
- Selecteer het setpunt dat u wilt aanpassen:
Tab.73 Beschrijving van sanitair-warmwatersetpunt
| Setpunt Beschrijving | |
| Comfort setpunt SWW Gewenste temperatuur van het sanitair warm water voor comfortmodus. | |
| SWW eco-setpunt Gewenste SWW-temperatuur voor de eco-modus. | |
4. Stel de gewenste temperatuur in.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.4.4 De bedrijfsmodus van het sanitair warm water wijzigen
U kunt de bedrijfsmodus voor warmwaterbereiding wijzigen. U kunt uit 5 bedrijfsmodi kiezen.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater > Werkingsmodus
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets ém naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer de optie Instellingen sanitair warmwater instellingen.
- Selecteer Werkingsmodus.
- Selecteer de gewenste bedrijfsmodus:

Tab.74 SWW-bedrijfsmodi
| Modus Beschrijving | |
| Schema De SWW-temperatuur | wordt geregeld door een tijdprogramma. |
| Comfort De SWW-temperatuur | wordt op een vaste waarde ingesteld. |
| Warmwaterboost De SWW-temperatuur | wordt tijdelijk verhoogd. |
| Vakantie De SWW-temperatuur | wordt verlaagd tijdens uw vakantie om energie te besparen. |
| Uit Vorstvrije modus is actief. | Deze modus beschermt het toestel en de installatie tegen bevrie-zing. |
11.4.5 Tijdprogramma om de SWW-temperatuur te regelen
■ Tijdprogramma creëren voor SWW-temperatuur
Met een tijdprogramma kunt u de SWW-temperatuur per uur en per dag variëren. De warmwatertemperatuur wordt gekoppeld aan de activiteit van het tijdprogramma. U kunt maximaal drie tijdprogramma's creëren. U kunt bijvoorbeeld een programma creëren voor een week met normale werkuren en een programma voor een week als u grotendeels thuis bent.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater > Klokprogramma's
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer de optie Instellingen sanitair warmwater instellingen.
- Selecteer Klokprogramma's.
- Selecteer het tijdprogramma dat u wilt wijzigen.
De geplande activiteiten worden weergegeven. De laatste geplande activiteit van een dag is actief tot de eerste activiteit op de volgende dag. Bij de eerste opstart hebben alle weekdagen twee standaard activiteiten in Klokprogramma 1: Comfort en Eco.

Afb.135 Selecteer de weekdag om de wijzigen door te voeren

Afb.136 Selecteer het tijdvenster om de wijzigen door te voeren

Afb.137 Beschrijving van tijdvenster wijzigen

Afb.138 Selecteer de weekdag die u wilt kopieren.

Afb.139 Scrol omlaag en selecteer kopieren naar andere dagen

-
Selecteer de weekdag die u wilt wijzigen.
-
Selecteer het tijdvenster dat u wilt wijzigen.

Na het selecteren van de activiteit, kunt u de begintijd instellen, het type activiteit selecteren of de activiteit verwijderen.
A Begintijd instellen
B Type activiteit selecteren
C Activiteit verwijderen
D Wijzigingen bevestigen
-
Stel de begintijd van de activiteit in.
-
Selecteer het type activiteit: Comfort of Eco.
-
Bevestig uw wijzigingen.

Als u de wijzigingen in een activiteit niet wilt opslaan, druk op de terugtoets Als u de activiteit uit het programma wilt verwijderen, selecteer Verwijderen.
- SWW-weekdagprogramma kopiëren
U kunt een weekdagprogramma kopiëren en toepassen op andere dagen.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater > Klokprogramma's

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Selecteer de weekdag die u naar andere dagen wilt kopieren.
-
Gebruik de draaiknop om naar het einde van de activiteitenlijst te scrollen.
-
Selecteer Naar andere dagen kopieren.
Afb.140 Selecteer de weekdagen om het programma te kopieren

- Selecteer de weekdagen waarnaar u het programma wilt kopieren.
- Bevestig uw selectie.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
■ Tijdprogramma voor SWW activeren
Om een tijdprogramma voor SWW te gebruiken, is het nodig om de bedrijfsmodus Schema te activeren. Deze activering wordt apart voor elke zone uitgevoerd.
Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater > Werkingsmodus > Schema
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer de optie Instellingen sanitair warmwater instellingen.
- Selecteer Werkingsmodus.
- Selecteer Schema.
- Selecteer het SWW tijdprogramma Klokprogramma 1, Klokprogramma 2 of Klokprogramma 3.
- Bevestig het geselecteerde programma.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.4.6 De sanitair-warmwatertemperatuur tijdelijk verhogen
Ongeacht de bedrijfsmodus geselecteerd voor de bereiding van sanitair warm water, is het mogelijk om de SWW-temperatuur voor een korte periode te wijzigen. Hierna wordt de eerder geselecteerde bedrijfsmodus herstart.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Instellingen sanitair warmwater > Werkingsmodus > Warmwaterboost
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
Belangrijk De temperatuur van sanitair warm water kan alleen op die manier worden ingesteld als een sanitair-warmwatersensor is geïnstalleerd.
- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer de optie Instellingen sanitair warmwater instellingen.
- Selecteer Werkingsmodus.
- Selecteer Warmwaterboost.
- Stel de eindtijd voor de temperatuurverhoging in.
- Bevestig de geselecteerde eindtijd.
De temperatuur wordt verhoogd tot het SWW-comfortsetpunt voor de duur van de verhoging.
De temperatuurverhoging kan altijd worden gedeactiveerd door terug te keren naar de pagina Warmwaterboost en Uitschakelen te selecteren.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.5 De centrale verwarming in-/uitschakelen

Aanwijzing Schade door bevriezing Schade aan het product.
- Houd de centrale verwarmingsfunctie ingeschakeld zodat de vorstbeveiliging kan werken.
U kunt de centrale-verwarmingsfunctie uitschakelen om energie te sparen.

Wanneer op de installatie een buitensensor is aangesloten, kunt u met de zomermodusfunctie ook actief verwarmen voorkomen.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > CV-functie aan/uit

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.

- Druk op de menutoets ém naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer CV-functie aan/uit.
- Selecteer een van de volgende instellingen:
- Uit om de centrale-verwarmingsfunctie te deactiveren.
- Aan om de centrale-verwarmingsfunctie te activeren.
- Selecteer Bevestigen.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.6 Zomermodus
Met de zomermodus kunt u actieve verwarming voorkomen. Als de zomermodus actief is, produceert de centrale verwarming geen verwarming, maar blijft warm water beschikbaar. U kunt de zomermodus handmatig activeren of een drempelwaarde instellen voor automatisch schakelen.

De functies voor handmatige en automatische zomermodus zijn alleen beschikbaar wanneer op de installatie een buitentemperatuursensor is aangesloten.
11.6.1 Zomermodus handmatig activeren
U kunt de zomermodus handmatig activeren. Als de zomermodus actief is, produceert de centrale verwarming geen verwarming, maar blijft warm water beschikbaar.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Buitentemperatuur > Geforc. zomermodus

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.

- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Buitentemperatuur.
- Selecteer Geforc. zomermodus.
- Selecteer een van de volgende instellingen:
- Aan om de zomermodus in te schakelen.
- Uit om de zomermodus uit te schakelen.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.6.2 Zomermodus automatisch activeren
U kunt de zomermodus automatisch activeren door de drempelwaarde voor de buitentemperatuur in te stellen. Wanneer de buitentemperatuur deze drempel overschrijdt, staat het toestel in de zomermodus en zal het niet starten voor centrale verwarming. Wanneer de buitentemperatuur onder deze drempelwaarde ligt, is het toestel in de wintermodus.
▶▶ Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Buitentemperatuur > Temp zomerbedrijf
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Buitentemperatuur.
- Selecteer Temp zomerbedrijf.
- Stel de drempelwaarde voor de buitentemperatuur in.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.7 Bedrijfsmodus wijzigen
U kunt de bedrijfsmodus van het toestel instellen. De beschikbare modi kunnen per toestel variëren.
▶▶ Hoofdmenu > Werkingsmodus
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets ém naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Werkingsmodus menu
-
Selecteer een van de volgende instellingen:
-
Uit om de bedrijfsmodus te deactiveren, heeft geen invloed op sanitair warm water.
- Verwarmen (auto) om verwarmen te activeren.
• Gedwongen koeling om koelen te activeren. - Verwarmen/koelen (auto) om zowel verwarmen als koelen te activeren.
- Bevestig uw selectie.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.8 Wijzigen van de instellingen van het bedieningspaneel
U kunt de instellingen van het bedieningspaneel wijzigen binnen Systeeminstellingen.
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets om naar het hoofdmenu te gaan.
-
Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
-
Voer een van de handelingen uit zoals beschreven in de tabel:
Tab.75 Instellingen van het bedieningspaneel
| Menu systeeminstellingen Instellingen | |
| Land en taal Selecteer uw land en taal. | |
| Datum en tijd Stel de huidige datum en de tijd in. Schakel de zomertijdfunctie in of uit. | |
| Installateursgegevens Geef de naam en het telefoonnummer van de installateur weer. | |
| Activiteitnamen Verander de namen van de activiteiten in het tijdprogramma. | |
| Display-instellingen Stel het contrast van de gebruikersinterface in. Schakel het kinderslot in of uit. | |
11.8.1 Land, taal en tijd instellen

Belangrijk
Stel eerste het gewenste land, de taal en tijd in voordat u het bedieningspaneel verder gebruikt.
■ Land en taal instellen
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Land en taal
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer de optie Land en taal instellingen.
Afb.141 Selecteer land en taal.

Afb.142 Het land selecteren

Afb.143 Selecteer datum en tijd.

- Selecteer het gepaste land. ⇒ De taalselectie verschijnt nadat u het land hebt geselecteerd.
- Selecteer de gewenste taal.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
■ Tijd en datum instellen
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Datum en tijd
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer de optie Datum en tijd instellingen.
Afb.144 Datum en tijd wijzigen

- Wijzig de instellingen in de juiste datum en tijd.
⇒ Het menu navigeert automatisch naar het Autom. zomertijd scherm nadat de datum en tijd zijn ingevoerd.
-
Selecteer een van de volgende instellingen:
-
Uit om de zomertijd te deactiveren.
- Aan om de zomertijd te activeren.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
De installateur kan zijn naam en telefoonnummer op het bedieningspaneel instellen. U kunt deze informatie lezen als u contact wilt opnemen met de installateur.
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Installateursgegevens
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer Installateursgegevens. ⇒ De naam en het telefoonnummer van de installateur worden weergegeven.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.8.3 Contrastwaarde van de gebruikersinterface wijzigen
U kunt de Contr.inst. bed.pan. regelen in Systeeminstellingen.
▶▶ Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Display-instellingen > Contr.inst. bed.pan.
Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets om naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer Display-instellingen.
- Selecteer Contr.inst. bed.pan..
- Gebruik de draaiknop om Contr.inst. bed.pan. te regelen.
⇒ De contrastwijziging wordt als voorbeeld op het display weergegeven.
- Bevestig uw wijzigingen.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.8.4 Kinderslot in- of uitschakelen
Het kinderslot voorkomt dat kinderen per ongeluk de instellingen kunnen veranderen. Wanneer het geactiveerd is, wordt het scherm na 5 minuten inactiviteit geblokkeerd.
Wanneer het kinderslot geactiveerd is, verschijnt het ♗lotpictogram op het stand-byscherm. Het ontgrendelpictogram ♖verschijnt wanneer het kinderslot is geactiveerd, maar het scherm tijdelijk is ontgrendeld.

U kunt het scherm ontgrendelen en toegang krijgen tot de instellingen door te drukken op het hoofdmenu ≡en de ⚙ toetsen tegelijk te selecteren.

Hoofdmenu > Systeeminstellingen > Display-instellingen > Kinderslot

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets :em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Systeeminstellingen menu
- Selecteer de optie Display-instellingen instellingen.
- Selecteer Kinderslot
- Selecteer een van de volgende instellingen:
- Nee om het kinderslot te deactiveren.
- Ja om het kinderslot te activeren.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.9 Douchetijdfunctie wijzigen
De Douche timer laat u het SWW regelen door een tijdslimiet op het gebruik te zetten. De toegang tot de Douche timer hangt af het type toestel.

Hoofdmenu > Gebruikersinstellingen > Douche timer

Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.
- Druk op de menutoets em naar het hoofdmenu te gaan.
- Navigeer naar het Gebruikersinstellingen menu
- Selecteer Douche timer.
- Stel de gebruiksduur in.
4.2. Selecteer de gebruiksduur in minuten.
- Selecteer de actie die na de tijdsduur moet gebeuren.
5.1. Selecteer Actie bij douchetijd.
5.2. Kies een van de volgende acties: Uit, Waarschuwing of Verlaag setpunt.
- Stel de verlaagde SWW-temperatuur in.
6.1. Selecteer Lager setpunt douche.
6.2. Selecteer het verlaagde SWW-setpunt.
U kunt nu naar het hoofdscherm navigeren door de terugknop ingedrukt te houden, of het hoofdmenu openen door de menuknop te drukken.
11.10 Vorstbeveiliging

Aanwijzing Schade door bevriezing Schade aan het product.
- Laat het toestel ingeschakeld staan, zodat de vorstbeveiliging kan werken. De vorstbeveiliging werkt niet als het toestel is uitgeschakeld.
- Open de kranen van alle radiatoren om de hele CV-installatie te beschermen.
- Installeer een temperatuursensor op de meest vorstgevoelige locatie om de gehele CV-installatie te beschermen. De ingebouwde toestelbeveiliging wordt alleen geactiveerd om het toestel te beschermen.
- Tap het toestel en de CV-installatie af als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst.
Zet de temperatuurregeling laag, bijvoorbeeld op 10 °C.
Als het CV-water in de ketel te ver in temperatuur daalt, treedt de ingebouwde toestelbeveiliging in werking. Deze werkt als volgt:
- Bij een watertemperatuur lager dan 7 °C start de pomp.
- Bij een watertemperatuur lager dan 4 °C start het toestel.
- Bij een watertemperatuur hoger dan 10 °C stopt de verwarming en draait de pomp kort na.
Om bevriezing van het systeem en de radiators op vorstgevoelige plaatsen te voorkomen, kan er een vorstbeveiligingsthermostaat of, indien mogelijk, een buitentemperatuursensor worden aangesloten op het toestel.
11.11 Ommanteling reinigen
- Reinig de buitenzijde van het apparaat met een vochtige doek en een zacht schoonmaakmiddel
11.12 Uitschakelen
Schakel de ketel als volgt uit:
- Schakel de ketel uit met de aan/uit-schakelaar op de ketel.
- Sluit de gasaanvoer af.
- Houd de installatie vorstvrij. Sluit de ketel niet af als de installatie niet vorstvrij gehouden kan worden.
12 Technische specificaties
12.1 Goedkeuringen
12.1.1 Certificeringen
Tab.76 Certificeringen
| CE-identificatienummer PIN 0063DP3280 | |
| NOx-klasse (1) | 6 |
| Type rookgasaansluiting | B23P , B33 (2) C13 , C33 , C53 , C63 , C93 |
| (1) EN 15502–1(2) Als een ketel wordt geïnstalleerd met een aansluiting van het type B23P , B33 , dan wordt de IP-codering van de ketel verlaagd tot IP20. | |
12.1.2 Toestelcategorieën
Tab.77 Toestelcategorieën
| Land | Categorie(1) | Gassoort Aansluitdruk (mbar) | |
| Nederland II | 2EK3P, I2H , I2E(43,46 - 45,3 MJ/m3) (0 °C) | G20 (H-gas)G25.3 (K-gas)G31 (propaan) | 202530-50 |
| (1) Dit toestel is geschikt voor categorie I2E en I2H en I2K met maximaal 20% waterstofgas ( H2 ). | |||
II2EK3P . Dit toestel is afgesteld voor de toestelcategorie K ( I2K ) en is hiermee geschikt voor het gebruik van G en G+ distributiegassen volgens de specificaties zoals die zijn weergegeven in de NTA 8837:2012 Annex D met een Wobbe-index van 43,46 – 45,3 MJ/m 3 (droog, 0°C, bovenwaarde) of 41,23 – 42,98 (droog, 15°C, bovenwaarde).
Dit toestel kan daarnaast opnieuw worden afgeregeld voor de toestelcategorie E (I 2E ) en is dan geschikt voor het gebruik van hoogcalorische distributiegassen met een Wobbe-index van 52,07 – 54,18 MJ/m 3 (droog, 0°C, bovenwaarde) of 49,4 – 51,4 MJ/m 3 (droog, 15°C, bovenwaarde). Voorwaarde voor het hoogcalorische distributiegas is dat de samenstelling niet meer dan 7% propaan, 12% ethaan, 1,5% koolstofdioxide, 0,5% waterstof en 1,8% waterdamp bevat. Het totale PE getal (propaanequivalent) mag niet hoger dan 7% zijn.

Belangrijk
Bovengenoemde grenswaarden voor de Wobbe-index zijn de waarden die gewaarborgd worden door de tests volgens de toestelnorm EN 15502-2-1 met de extreme grensgassen die voor de genoemde toestelcategorieën gelden.
12.1.3 Richtlijnen
Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd. Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in deze handleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.
12.1.4 Fabriekstest
Iedere ketel wordt voor het verlaten van de fabriek optimaal ingesteld en getest op:
- Elektrische veiligheid.
- Afstelling van O2 .
- Waterdichtheid.
- Gasdichtheid.
• Parameterinstelling.
12.2 Afmetingen en aansluitingen
Afb.145 Afmetingen

AD-3002811-01
Tab.78 Aansluitingen
| Quinta 45 65 | 90115 | ||
| Aansluiting rookgasafvoer ∅ 80 mm ∅ 100 mm | |||
| Luchtinlaat-aansluiting ∅ 80 mm ∅ 100 mm | |||
| Condensaansluiting 22,5 mm 22,5 mm | |||
| Aanvoeraansluiting 1 1⁄4" buitendraad 1 1⁄4" buitendraad | |||
| Retouraansluiting | 1 1⁄4" buitendraad 1 1⁄4" buitendraad | ||
| GAS/GAZ | Gasaansluiting | 3⁄4" buitendraad | 3⁄4" buitendraad |
| A | Afmeting | 120 mm | 140 mm |
12.3 Elektrisch schema
Afb.146 Elektrisch schema

A Besturingseenheid - CU-GH22
B Aansluitprint - CB-25
C Snelaansluitprint - Quick connect
1 Aan/uit-schakelaar
2 Gasblok
3 Ventilatorvoeding
4 Voeding ontstekingstransformator
5 PWM-signaal ventilator
6 Retourtemperatuursensor
7 Warmtewisselaartemperatuursensor
8 Aanvoertemperatuursensor
9 Binnenverlichting
10 Rookgastemperatuursensor
11 Waterdruksensor
12 Luchtdrukverschilschakelaar (optioneel)
13 Configuratieopslageenheid (CSU)
14 Bedieningspaneel (HMI)
15 CAN aansluiting voor printplaat
16 CAN aansluiting voor printplaat
17 CAN aansluiting voor printplaat
18 CAN aansluiting voor printplaat
| Quinta 45 65 90 115 | |||||||
| Waterinhoud I 4,3 6,4 | 9,4 9,4 | ||||||
| Waterbedrijfsdruk | bar | min | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | |
| Waterbedrijfsdruk | PMS | bar | max | 6,0 | 6,0 | 6,0 | 6,0 |
| Watertemperatuur | °C | max | 110,0 | 110,0 | 110,0 | 110,0 | |
| Bedrijfstemperatuur | °C max 90,0 90,0 90,0 90,0 | ||||||
| Waterzijdige weerstand (ΔT=20 K) | mbar 114 163 | 153 250 | |||||
| Behuizingsverliezen | ΔT 30 °C | ΔT 50 °C | W | 101 | 110 | 123 | 123 |
| 201 | 232 | 254 | 254 | ||||
Tab.83 Gegevens overige
| Quinta 45 65 90 115 | |||||||
| Totaal gewicht met verpakking | kg 61 67 76 77 | ||||||
| Minimaal montagegewicht | Zonder frontmantel | kg | 52 | 58 | 67 | 68 | |
| Gemiddeld geluidsniveau op een afstand van 1 meter van de verwarmingsketel(1) | LpA | dB(A) | 45,1 46,7 | 51,6 51,1 | |||
| Gemiddelde geluidsniveau(1) | LwA | dB(A) | 53,1 54,7 | 59,5 59,1 | |||
| (1) Voor een gesloten installatie. | |||||||
Tab.84 Technische parameters
| Quinta 45 65 90 115 | ||||||
| Condenserende verwarmingsketel Ja Ja Ja Ja | ||||||
| Lagetemperatuurverwarmingsketel(1) | Nee Nee | Nee Nee | ||||
| B1-verwarmingsketel Nee Nee Nee Nee | ||||||
| Ruimteverwarmingstoestel met warmtekrachtkoppeling | Nee Nee | Nee Nee | ||||
| Combinatieverwarmingstoestel Nee Nee Nee Nee | ||||||
| Nominale warmteafgifte | Pnom | kW 40 61 84 104 | ||||
| Nuttige warmteafgifte bij nominale warmteafgifte en werking op hoge temperatuur(2) | P4 | kW 40,0 60,9 84,2 103,9 | ||||
| Nuttige warmteafgifte bij 30% van de nominale warm-teafgifte en werking op lage temperatuur(1) | P1 | kW 13,4 20,2 27,9 34,7 | ||||
| Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimtever-warming | ηs | % 93 93 - - | ||||
| Nuttig rendement bij nominale warmteafgifte en werk-ing op hoge temperatuur(2) | η4 | % 87,5 88,5 88,2 87,4 | ||||
| Nuttig rendement bij 30% van de nominale warmteaf-gifte en werking op lage temperatuur(1) | η1 | % 97,6 98,1 97,3 97,3 | ||||
| Supplementair elektriciteitsverbruik | ||||||
| Vollast | elmax | kW 0,071 0,083 0,111 | 0,169 | |||
| lage last | elmin | kW 0,018 0,023 0,023 | 0,019 | |||
| Stand-by stand | PSB | kW 0,004 0,004 0,004 | 0,005 | |||
| Andere kenmerken | ||||||
| Warmteverlies in stand-by stand | Pstby | kW 0,101 0,110 0,123 | 0,123 | |||
| Energieverbruik van ontstekingsbrander | Pign | kW - - - - | ||||
| Jaarlijks energieverbruik | QHE | kWhGJ | 124 | 189 | - - | |
| Geluidsvermogensniveau, binnen | LWA | dB | 53 55 60 59 | |||
| Emissies van stikstofoxiden | NOx | mg/kWh 39 | 40 54 51 | |||
| (1) Lage temperatuur betekent voor verwarmingsketels met rookgascondensor een temperatuur van 30 °C, voor lagetemperatuurverwar-mingsketels 37 °C en voor andere verwarmingstoestellen 50 °C (bij de inlaat van het verwarmingstoestel).(2) Werking op hoge temperatuur betekent een retourtemperatuur van 60 °C bij de inlaat van het verwarmingstoestel en een toevoertempe-ratuur van 80 °C bij de uitlaat van het verwarmingstoestel. | ||||||

Zie
Zie de achterzijde voor contactgegevens.
Houd bij de keuze van de pomp rekening met de ketelweerstand en de installatieweerstand. De grafiek toont de hydraulische weerstand bij verschillende debietwaarden. De tabel toont belangrijke nominale debietwaarden en de bijbehorende hydraulische weerstand.
| Unit 45 65 90 115 | |||||
| Q bij ΔT = 10\ °C | m3/u | 3,50 5,28 7,20 9,0 | |||
| H bij ΔT = 10\ °C mbar 456 652 612 | 1000 | ||||
| Q bij ΔT = 20\ °C | m3/u | 1,75 2,64 3,60 4,50 | |||
| H bij ΔT = 20\ °C mbar 114 163 153 | 250 | ||||
| Q bij ΔT = 35\ °C | m3/u | --- 2,55 | |||
| H bij ΔT = 35\ °C mbar --- 72 | |||||
| Q bij ΔT = 40\ °C | m3/u | 0,90 1,32 1,80 - | |||
| H bij ΔT = 40\ °C mbar 30 45 40 - |
13 Bijlage
13.1 ErP-informatie
13.1.1 Productkaart
Tab.86 Productkaart
| Remeha – Quinta 45 65 | 90 | 115 | |||
| Seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse voor ruimteverwarming | A | A | - | - | |
| Nominale warmteafgifte (Pnom of Psup) | kW | 40 | 61 | 84 | 104 |
| Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming | % | 93 | 93 | - | - |
| Jaarlijks energieverbruik | GJ | 124 | 189 | - | - |
| Geluidsvermogensniveau LWA binnen | dB | 53 | 55 | 60 | 59 |

Zie
Voor specifieke voorzorgsmaatregelen voor assemblage, installatie en onderhoud: Veiligheid, pagina 6
13.1.2 Pakketkaart
Afb.148 Pakketkaart voor verwarmingsketels met vermelding van de energie-efficiëntie voor ruimteverwarming van het pakket
Seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming door ruimteverwarmingstoestel met ketel

Temperatuurregelaar
overeenkomstig productkaart temperatuurregelaar
Klasse I = 1%, Klasse II = 2%, Klasse III = 1,5%, Klasse IV = 2%, Klasse V = 3%, Klasse VI = 4%, Klasse VII = 3,5%, Klasse VIII = 5%

Tweede ketel
overeenkomstig productkaart ketel
Seizoesgebonden energie-effi ciëntie van ruimteverwarming (in %)

Bijdrage zonne-energie
overeenkomstig productkaart zonne-energie-installatie
Klasse warmwatertank
Collectoroppervlak (in m²)
Collectoreffi ciëntie (in %)
(1) Als de klasse van de warmwatertank boven A is, gebruik dan 0,95
Aanvullende warmtepomp
overeenkomstig productkaart warmtepomp
Seizoensgebonden energie-effi ciëntie van ruimteverwarming (in %)


Bijdrage zonne-energie EN aanvullende warmtepomp
selecteer kleinste waarde


Seizoensgebonden energie-efficiëntie van ruimteverwarming door pakket

Seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse van ruimteverwarming door pakket

Ketel en aanvullende warmtepomp geïnstalleerd met lagetemperatuurwarmtestralers bij 35 °C?
overeenkomstig productkaart warmtepomp


De energie-efficiëntie van het pakket producten waarop deze kaart betrekking heeft, stemt eventueel niet overeen met de feitelijke energie-efficiëntie na installatie in het gebouw aangezien deze efficiëntie ook door andere factoren wordt beïnvloed, zoals het warmteverlies in het distributiesysteem en de dimensionering van de producten in verhouding tot de grootte van het gebouw en de kenmerken ervan.
AD-3000743-01
I De waarde van de seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming van de hoofdverwarming, uitgedrukt in %.
II De factor voor het wegen van de warmteafgifte van hoofd- en aanvullende verwarmingstoestellen van een pakket zoals aangegeven in de volgende tabel.
III De waarde van de wiskundige formule: 294/(11 · Prated), waarbij "Prated" is gerelateerd aan het ruimteverwarmingstoestel als hoofdverwarming.
IV De waarde van de wiskundige formule 115/(11 · Prated), waarbij "Prated" is gerelateerd aan het ruimteverwarmingstoestel als hoofdverwarming.
Tab.87 Weging van verwarmingsketels
| Psup / (Prated + Psup)(1)(2) | II, pakket zonder warmwatertank II, pakket met warmwatertank | |
| 0 0 0 | ||
| 0,1 0,3 0,37 | ||
| 0,2 0,55 0,70 | ||
| 0,3 0,75 0,85 | ||
| 0,4 0,85 0,94 | ||
| 0,5 0,95 0,98 | ||
| 0,6 0,98 1,00 | ||
| ≥ 0,7 1,00 1,00 | ||
| (1) De tussenliggende waarden worden berekend door lineaire interpolatie tussen de twee aangrenzende waarden.(2) Prated is gerelateerd aan het ruimteverwarmingstoestel of het combinatieverwarmingstoestel als hoofdverwarming. | ||
13.2 EG-conformiteitsverklaring
Dit toestel is conform het in de EG-conformiteitsverklaring beschreven standaardtype. Het is vervaardigd en in bedrijf genomen overeenkomstig de Europese richtlijnen.

Voor de conformiteitsverklaring kunt u naar de website gaan: https://declaration-of-conformity.bdrthermeagroup.com
Afb.149 QR-code

Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing - © Copyright
Alle technische en technologische informatie in deze handleiding, evenals door ons ter beschikking gestelde tekeningen en technische beschrijvingen, blijven ons eigendom en mogen zonder onze toestemming niet worden vermenigvuldigd. Wijzigingen voorbehouden.
Remeha B.V.
Marchantstraat 55
7332 AZ Apeldoorn
P.O. Box 32
7300 AA Apeldoorn

T +31 (0)55 549 6969
E remeha@remeha.nl
remeha.nl

CE
0925-01
1
1
AD-3003358-01
AD-3000931-02
ZieDe typeplaat voor de CN1 en CN2 waarden.