LT-Z90 (2019) - Motorfiets SUZUKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LT-Z90 (2019) SUZUKI in PDF-formaat.
| Producttype | ATV (All-Terrain Vehicle) Type I, categorie Y-12+ (voor jongeren vanaf 12 jaar) |
| Merk | Suzuki |
| Model | LT-Z90 (2019) |
| Afmetingen (L×B×H) | 1505 mm × 875 mm × 915 mm |
| Wielbasis | 1005 mm |
| Grondspeling | 150 mm |
| Zithoogte | 650 mm |
| Rijklaar gewicht | 127 kg |
| Maximaal laadvermogen | 90 kg (bestuurder, bagage en accessoires samen) |
| Motortype | 4-takt, luchtgekoeld, 1 cilinder |
| Cilinderinhoud | 90 cm³ (boring 45,5 mm, slag 55,2 mm) |
| Brandstof | Loodvrije benzine, minimum octaangetal 91 (RON) of 87 (R+M)/2 |
| Motorolie | SAE 10W-40, API SG/SH/SJ/SL/SM/SN of JASO MA |
| Startsysteem | Elektrisch (startknop) en terugloopstarter |
| Koppeling | Natte meervoudige plaatkoppeling, automatisch centrifugaaltype |
| Aandrijving | V-riem en aandrijfketting (60 schakels) |
| Remmen | Voor en achter trommelrem |
| Bandenmaat | Voor en achter: AT19×7-8☆ tubeless |
| Banden spanning (koud) | Voor: 22,5 kPa; Achter: 20 kPa |
| Bougie | NGK CR6HSA of DENSO U20FSR-U |
| Stroomvoorziening | Accu (gesloten type, onder het zadel) |
| Veiligheidssystemen | Startblokkeerschakelaar (parkeerrem vereist), gasbegrenzer, snelheidsreductiering |
| Onderhoud | Plan volgens schema: elke 3/6/12 maanden; olie, luchtfilter, ketting, remmen, bougie, enz. |
| Inhoud brandstoftank | Niet gespecificeerd, maar reserve 1,6 L |
| Geschikt voor | Kinderen vanaf 12 jaar onder toezicht van een volwassene |
Veelgestelde vragen - LT-Z90 (2019) SUZUKI
Gebruikersvragen over LT-Z90 (2019) SUZUKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Motorfiets in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LT-Z90 (2019) - SUZUKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LT-Z90 (2019) van het merk SUZUKI.
GEBRUIKSAANWIJZING LT-Z90 (2019) SUZUKI
Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel van het voertuig en moet bij verkoop samen met het voertuig aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat het voertuig in gebruik wordt genomen.
Original instructions Notice originale Originalbetriebsanleitung Manual original Istruzioni originali Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Bruksanvisning i original Original brugsanvisning
BELANGRIJKE MEDEDELING
▲ WAARSCHUWING/ ▲ VOORZICHTIG/LET OP/ OPMERKING
Lees deze handleiding zorgvuldig door en volg alle aanwijzingen op. Wij leggen er de nadruk op dat in deze handleiding het symbool ▲ en de woorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKING alle een speciale betekenis hebben en dat er nauwkeurig aandacht aan dient te worden besteed. De informatie die begint met de volgende woorden is bijzonder belangrijk:
WAARSCHUWIN
Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in ernstig of fataal letsel.

VOORZICHTIG
Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in licht of middelmatig letsel.
LET OP
Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in beschadiging van het voertuig of de apparatuur.
OPMERKING: Geeft speciale informatie aan die het onderhoud vergemakkelijkt of de instructies duidelijker maakt.
VOORWOORD
- Deze handleiding bevat belangrijke veiligheids- en onderhoudsinformatie. Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u op uw nieuwe ATV gaat rijden. Als u de waarschuwingen in deze handleiding niet opvolgt, kan dit leiden tot ERNSTIG of zelfs FATAAL LETSEL.
- Laat niemand onder 12 jaar op deze ATV rijden.
- Zorg dat deze handleiding bij het voertuig is wanneer u het voertuig verkoopt. De nieuwe eigenaar heeft de handleiding ook nodig. Berg de handleiding op onder het zadel.
- Deze ATV is ATV Type I categorie Y-12+ (model voor de jeugd). Categorie Y-12+: Een categorie Y-12+ is een ATV-model voor jongeren dat bedoeld is voor kinderen van 12 jaar of ouder.
- We raden u aan de ATV-pre-delivery-checklists van uw Suzuki-dealer te ontvangen.
INFORMATIE VOOR DE OUDERS
Uw Suzuki ATV is ontworpen voor gebruik door kinderen, maar deze handleiding is geschreven voor de volwassenen die toezicht houden op de kinderen. Suzuki raadt u daarom aan de handleiding volledig door te lezen en allle instructies, waarschuwingen en andere informatie duidelijk aan uw kind uit te leggen zodat hij/zij alles goed begrijpt.
Kinderen verschillen in hun vaardigheden, lichamelijke capaciteiten en beoordelingsvermogen. Het is mogelijk dat sommige kinderen de ATV niet veilig kunnen bedienen. De ouders dienen daarom altijd toezicht te houden wanneer hun kinderen gebruik maken van de ATV. De ouders mogen het gebruik alleen toestaan wanneer zij hebben vastgesteld dat het kind in staat is de ATV veilig te bedienen.
INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
EEN ATV IS GEEN SPEELGOED EN KAN GEVAARLIJK ZIJN –Een ATV wordt anders bediend dan normale voertuigen zoals een motorfiets of auto. Indien u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt, kan er snel een ongeluk gebeuren, zelfs tijdens het uitvoeren van normale manoeuvres zoals draaien, of tijdens het rijden in de heuvels of over obstakels.
Als u de volgende instructies niet opvolgt, kan dit resulteren in ERN-STIG OF FATAAL LETSEL:
- Lees zorgvuldig deze handleiding en alle labels en volg de aanwijzingen en voorschriften op.
- Laat nooit een kind jonger dan 12 jaar deze ATV bedienen.
- Laat een kind dat jonger is dan 16 jaar nooit op de ATV rijden zonder toezicht door een volwassene en laat ook nooit een kind op de ATV rijden als hij of zij niet de vaardigheden bezit om het voertuig veilig te gebruiken.
- Laat nooit een passagier mee- rijden op de ATV.
- Vermijd het gebruik van de ATV op een verharde ondergrond, met inbegrip van stoepen, paden, parkeerplaatsen, opritten en normale straten.
-
Rijd de ATV nooit op de openbare weg, zelfs een grintweg, of op een snelweg.
-
Rijd nooit zonder een goedgekeurde en goed passende motorfietshelm op de ATV. Draag tevens oogbescherming (veiligheidsbril of gezichtsbescherming), handschoenen, laarzen, een hemd of jas met lange mouwen en een lange broek.
- Gebruik nooit alcohol of medicijnen vóór of tijdens het rijden op de ATV.
- Rijd nooit met een te hoge snelheid. Rijd altijd met een snelheid die geschikt is voor het terein, uw zicht, de omgevingsomstandigheden, en uw vaardigheid en ervaring.
- Probeer nooit om stunts, zoals wheelies en sprongen, uit te voeren.
- Inspecteer de ATV telkens voordat u gaat rijden, zodat u zeker weet dat het voertuig in een veilige toestand verkeert. Volg altijd de aanbevelingen en schema's voor inspectie en onderhoud die in deze handleiding staan.
- Houd het stuur met beide handen vast en houd beide voeten op de voetsteunen van de ATV terwijl u rijdt.
- Rijd altijd langzaam en wees extra voorzichtig bij gebruik van de ATV op onbekend terrein. Let goed op zodat u meteen kunt reageren wanneer er een onverwachte situatie optreedt.
-
Gebruik de ATV niet op een erg ruwe, gladde of losse ondergrond voordat u de vereiste vaardigheden bezit voor het rijden op dit soort terreinen. Neem extra voorzichtigheid in acht bij deze omstandigheden.
-
Volg altijd de juiste procedures voor het maken van een draai zoals beschreven in deze handleiding. Oefen eerst bij lage snelheden voordat u probeert om bij een hogere snelheid te draaien. Maak nooit bij zeer hoge snelheden een draai.
- Gebruik de ATV nooit op heuvels die te steil zijn voor de ATV of te moeilijk voor uw vaardigheden. Oefen op kleine heuvels voordat u over hogere heuvels gaat rijden.
- Volg altijd de juiste procedures voor het oprijden van heuvels zoals beschreven in deze handleiding. Controleer het terrein zorgvuldig voordat u een heuvel oprijdt. Rijd nooit een heuvel op die erg glad is of die een losse ondergrond heeft. Verplaats uw gewicht naar voren. Geef nooit plotseling gas. Ga nooit met hoge snelheid over de top van een heuvel.
- Volg altijd de juiste procedures voor het afrijden van heuvels en het remmen op heuvels zoals beschreven in deze handleiding. Controleer het terrein zorgvuldig voordat u een heuvel afrijdt. Verplaats uw gewicht naar achteren. Rijd nooit met hoge snelheid een heuvel af. Rijd de heuvel niet te schuin af, want dan kan het voertuig sterk gaan overhellen. Rijd de heuvel bij voorkeur recht af.
- Volg altijd de juiste procedures wanneer u zijwaarts tegen een heuvel rijdt zoals beschreven in deze handleiding. Vermijd het oprijden van een heuvel die erg glad is of die een losse ondergrond heeft. Verschuif uw gewicht naar de heuvelopwaarts-kant van de ATV. Probeer nooit om de ATV op een heuvel te draaien voordat u de draaitechnieken die in deze handleiding zijn beschreven correct op een vlak terrein kunt uitvoeren. Vermijd schuin rijden over steile heuvels.
- Gebruik altijd de juiste procedures als u bij het oprijden van een heuvel stil komt te gaan of naar achteren begint te rollen. Om te voorkomen dat het voertuig stil komt te staan, moet u de juiste versnelling gebruiken en een constante snelheid aanhouden bij het oprijden van de heuvel. Als u toch stil komt te staan of naar achteren begint te rollen, volgt u de speciale remprocedure beschreven in deze handleiding. Stap af aan de heuvelopwaarts-kant, of aan een van beide zijkanten indien het voertuig recht naar voren wijst. Draai de ATV om en ga er weer op zitten overeenkomstig de procedure beschreven in deze handleiding.
- Controleer een onbekend gebied altijd eerst op obstakels. Probeer nooit om over grote obstakels, zoals grote stenen of omgevallen bomen, te rijden. Volg altijd de juiste procedures voor het rijden over obstakels zoals beschreven in deze handleiding.
- Wees voorzichtig bij slippen of schuiven. Leer hoe u veilig kunt slippen en schuiven door dit bij lage snelheden op een horizontaal en effen terrein te oefenen. Bij een extreem gladde ondergrond, zoals ijs, moet u langzaam en voorzichtig rijden om te voorkomen dat u geen controle meer hebt over het slippen of schuiven.
- Rijd nooit met de ATV door snel-stromend water of water dat dieper is dan in deze handleiding is opgegeven. Vergeet niet dat de remwerking afneemt wanneer de remmen nat zijn. Test uw remmen nadat u weer uit het water bent. Bedien de remmen indien nodig een paar maal zodat de remvoeringen door de wrijvingswarmte kunnen opdrogen.
- Gebruik altijd de maat en het type banden dat in deze handleiding wordt voorgeschreven. Houd de banden op de juiste spanning zoals beschreven in deze handleiding.
- Rust de ATV nooit uit met onjuiste of slecht gemonteerde accessoires.
- Zorg dat het opgegeven laadvermogen voor de ATV nooit overschreden wordt. De bagage moet juist over het voertuig verdeeld worden en moet ook stevig worden vastgemaakt. Rijd langzamer bij het meenemen van bagage en volg alle instructies in deze handleiding op. Houd er rekening mee dat de remweg langer is.
- Rijd nooit's avonds met de ATV. Het voertuig heeft geen koplamp. Als u obstakels niet ziet, kan er een ongeluk gebeuren met letsel tot gevolg.
- Trek geen aanhangwagen. Het voertuig is niet ontworpen voor dit soort gebruik.
OP HET MOMENT VAN EEN ONGELUK
In het geval van een ongeval is persoonlijke veiligheid uw eerste prioriteit. Als u of anderen om u heen gewond zijn, neem dan de tijd om de ernst van de verwondingen vast te stellen en controleer of het veilig is voor u om wel of niet verder te rijden. Als u besluit dat u niet veilig kunt rijden, stuur dan iemand om hulp. Rijd in dergelijke gevallen niet meer verder.
Als u in staat bent het voertuig veilig te besturen na het ongeval, inspecteer uw ATV dan zorgvuldig op schade en bepaal of het veilig is om te rijden. Controleer vooral de vastheid van de belangrijkste moeren en bouten waarmee onderdelen zoals het stuur, de bedieningshendels, remmen en wielen zijn vastgezet.
Als er lichte schade is of u niet zeker bent van mogelijke schade, maar u toch besluit om de ATV terug naar uw basis te rijden, rijd dan langzaam en voorzichtig.
Soms is schade door een ongeval verborgen of niet onmiddellijk zichtbaar. Wanneer u thuiskomt, controleer grondig uw ATV en verhelp elk probleem dat u tegenkomt. Als het een ernstig ongeval betreft, laat dan uw Suzuki-dealer het frame en de ophanging controleren.


INHOUDSOPGAVE
AANBEVOLEN BENZINE EN OLIE
BEDIENINGSORGANEN, UITRUSTING EN AFSTELLINGEN
RIJDEN MET UW ATV
INSTRUCTIES VOOR DE JONGE RIJDER
GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG
INSPECTIE EN ONDERHOUD
STORINGZOEKEN
VERVOEREN
SCHOONMAKEN EN STALLING
INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
TECHNISCHE GEGEVENS
INDEX
AANBEVOLEN BENZINE EN OLIE
1
BRANDSTOF-OCTAANGETAL 1-2
AANBEVELING VOOR ZUURSTOFHOUDENDE BRANDSTOF 1-2
MOTOROLIE EN EINDREDUCTIEOLIE 1-4
AANBEVOLEN BENZINE EN OLIE
BRANDSTOF-OCTAANGETAL
Gebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 91 of hoger (zoals door onderzoek bepaald). Loodvrije benzine zal de levensduur van de bougie en van de onderdelen van het uitlaatsysteem verlengen.
(Canada)
Uw voertuig vereist normale loodvrije benzine met een minimum pompoc-taangetal van 87 ((R+M)/2 methode). In sommige gebieden is alleen geoxy-geneerde brandstof verkrijgbaar.
OPMERKING:
- Als er een storing in de motor ontstaat zoals gebrek aan acceleratie of onvoldoende vermogen, kan dit veroorzaakt worden door de brandstof die de ATV gebruikt. Probeer in dit geval bij een ander benzinestation te gaan tanken. Als dit het probleem niet oplost, moet u contact opnemen met uw Suzuki-dealer om het voertuig te laten nakijken.
- Als u vaststelt dat de motor klopt, vervang dan de benzine door een met een hoger octaalgetal of pro-beer benzine van een ander merk, omdat er verschil bestaat tussen de merken.
AANBEVELING VOOR ZUURSTOFHOUDENDE BRANDSTOF
Geoxygeneerde brandstof die voldoet aan het minimum octaangehalte en aan de onderstaande vereisten mag ook gebruikt worden in uw ATV, zonder dat hierdoor de voorzieningen van de New Vehicle Limited Warranty (beperkte garantie voor nieuw voertuig) in gevaar worden gebracht.
OPMERKING: Geoxygeneerde brandstof is brandstof die zuurstofdragende toevoegingen bevat zoals alcohol.
Benzine/ethanol-mengsels
Mengsels van loodvrije benzine en ethanol (graanalcohol), ook bekend als "GASOHOL", zijn in sommige gebieden verkrijgbaar. Deze mengsels mogen ook in uw ATV worden gebruikt, mits ze niet meer dan 10% ethanol bevatten. Zorg ervoor dat het gebruikte benzine-ethanol mengsel een octaangetal heeft dat niet lager is dan het octaangetal aanbevolen voor benzine.
Gebruik de aanbevolen benzine die voldoet aan de volgende etiketten.

of

OPMERKING:
- Om luchtvervuiling tegen te gaan, beveelt Suzuki aan om een geoxygeneerde brandstof te gebruiken.
- Let op dat alle zuurstofhoudende brandstof die u gebruikt het aanbevolen octaangetaal heeft.
- Als u niet tevreden bent met de prestaties of het brandstofverbruik van uw ATV wanneer u geoxygenerde brandstof gebruikt, dient u weer over te schakelen op loodvrije normale benzine.
- Als u vaststelt dat de motor klopt, probeer dan brandstof van een ander merk, omdat er verschil bestaat tussen de merken.
LET OP
Het morsen van benzine die alcohol bevat, kan het lakwerk van uw ATV beschadigen.
Zorg ervoor dat u geen benzine morst bij het vullen van de benzi- netank. Veeg gemorste benzine onmiddellijk op.
MOTOROLIE EN EINDREDUCTIEOLIE
Gebruik originele Suzuki motorolie of een gelijkwaardig product. Als originele Suzuki motorolie niet verkrijgbaar is, kiest u een geschikte motorolie uit overeenkomstig de volgende richtlijn.
De kwaliteit van de olie bepaalt in belangrijke mate de prestatie en de levensduur van de motor. Gebruik altijd motorolie van goede kwaliteit. Gebruik olie van API (American Petroleum Institute) klasse SG, SH, SJ, SL, SM of SN, of JASO klasse MA olie.
| SAE API JASO | ||
| 10W-40 | SG, SH, SJ, SL, SM of SN | MA |
SAE motorolie-viscositeit
Suzuki beveelt het gebruik van SAE 10W-40 motorolie aan. Als SAE 10W-40 motorolie niet verkrijgbaar is, kan een andere olie worden gebruikt overeenkomstig de volgende tabel.

OPMERKING: Bij erg lage temperatu- ren (lager dan -10°C) kunt u SAE 5W-30 gebruiken om een goede start- prestatie en soepele werking te ver- krijgen.
JASO T903
De JASO T903 norm is een maatstaf voor het kiezen van motoriën voor 4-taktmotoren van motorfietsen en ATV's. De motoren van motorfietsen en ATV's smeren de koppelings- en versnellingstandwielen met motorolie. JASO T903 specificeert de prestatievereisten voor koppelingen en versnellingen van motorfietsen en ATVs.
Er zijn twee klassen, MA en MB. Het olieblik geeft de olieklasse als volgt aan.

① Codenummer van de olieverkoopfirma ② Olieklasse
Energiebesparend (Energy Conserving)
Suzuki raadt het gebruik van oliën met de aanduiding "ENERGY CONSERVING" of "RESOURCE CONSERVING" af. Sommige motoroliën van API-klasse SH, SJ, SL, SM of SN hebben een aanduiding "ENERGY CONSERVING" of "RESOURCE CONSERVING" in het donutvormige API-classificatiemerk. Deze oliën kunnen een nadelige invloed hebben op de levensduur van de motor en de prestatie van de koppeling.
API SG, SH, SJ, SL, SM of SN

Aanbevolen
API SH, SJ, SL of SM

API SN

Bij dit voertuig worden twee sleutels geleverd. Bewaar de reservesleutel op een veilige plaats.
CONTACTSLOT

Het contactslot heeft twee standen.
"OFF" stand
Het ontstekingscircuit is uitgeschakeld en de motor kan niet gestart worden. De sleutel kan uit het contactslot worden getrokken.
"ON" stand
Het ontstekingscircuit is ingeschakeld en de motor kan gestart worden. De sleutel kan in deze stand niet uit het contactslot worden getrokken.
WAARSCHUWIN
Als de ATV omvalt als gevolg van slippen of een ongeluk, is het mogelijk dat de motor door een plotseling opgetreden beschadiging aan de ATV blijft draaien, wat kan resulteren in brand of in eventueel letsel door bewegende onderdelen zoals de wielen.
Als de ATV omvalt, moet u het contact meteen afzetten. Neem contact op met een officiële Suzuki-dealer om de ATV op niet zichtbare beschadigingen te laten controleren.
LINKER HANDVAT

Om de achterrem te gebruiken, knijpt u de achterremhendel in de richting van de handgreep in.
Parkeerremknop ②
Deze knop wordt gebruikt om de parkeerrem te vergrendelen. Met de parkeerrem kunt u voorkomen dat de ATV gaat bewegen wanneer het voertuig geparkeerd staat, gestart wordt of stationair draait. Vergrendel de parkeerrem door de achterremhendel in te trekken en dan op deze knop te drukken zodat de hendel in de ingetrokken stand blijft staan.
Motorstopschakelaar ③
“×” stand
Het ontstekingscircuit is uitgeschakeld en de motor kan niet gestart worden of draaien.
“○” stand
Het ontstekingscircuit is ingeschakeld en de motor kan draaien.
Elektrische startschakelaar “③” ④ Deze schakelaar wordt gebruikt om de motor te starten. Voordat u de motor start, moet u controleren of het contactslot in de “ON” stand staat en de parkeerrem is aangetrokken. Druk op de elektrische startschakelaar om de motor te starten.
OPMERKING: Dit voertuig is uitgerust met een startblokkeerschakelaar die voorkomt dat de startmotor draait wanneer de parkeerrem niet is aangetrokken.
LET OP
Wanneer de startmotor langer dan vijf seconden per keer wordt ingeschakeld, kunnen de startmotor en de kabelbundels worden beschadigd door oververhitting.
Schakel de startmotor niet langer dan vijf seconden per keer in. Als de motor na verscheidene pogingen niet aanslaat, dient u de brandstoftoevoer en het ontstekingssysteem te controleren. Raadpleeg het hoofdstuk STORINGZOEKEN in deze handleiding.
RECHTER HANDVAT

Het motortoerental wordt bepaald door de stand van de gashendel. Bedien deze hendel met uw duim. Duw de hendel naar voren om het toerental te verhogen. Laat de hendel los om het toerental te verlagen.
Voorremhendel ②
Om de voorrem te gebruiken, knijpt u de voorremhendel in de richting van de handgreep in.
GASBEGRENZER

Gebruik de gasbegrenzer om het maximale motorvermogen te beperken door het bereik van de gashendel te verkleinen. Stel deze begrenzer af op de vaardigheden en de ervaring van de rijder.
OPMERKING: Bij het verlaten van de fabriek is de positie van de gasbegrenzer Ⓐ ingesteld op 7 mm.
Afstellen van de gasbegrenzer:
- Draai de borgmoer ① los.
- Draai de gasbegrenzerschroef ② naar rechts of links om het maximale motorvermogen af te stellen. Draai de schroef naar rechts om het maximale motorvermogen te beperken.
- Draai de borgmoer ① vast.
Bij het verlaten van de fabriek is er een maximumsnelheid-reductiering in het aandrijfsysteem van de ATV gemonteerd en is de gasbegrenzer ingesteld op een maximumsnelheid van ongeveer 24 km/uur. Om de maximale rijsnelheid verder te verlagen, stelt u de gasbegrenzer af overeenkomstig de voorgaande procedure. Om de maximale rijsnelheid van de ATV te verhogen wanneer de rijder voldoende vaardigheid en ervaring heeft om met hogere snelheid te rijden, verwijdert u de maximumsnelheid-reductiering uit het aandrijfsysteem van de ATV zodat de beschikbare maximumsnelheid hoger wordt.

OPMERKING: Voor het verwijderen van de maximumsnelheid-reductiering hebt u speciale gereedschappen nodig om de moer los te draaien en weer aan te halen. Neem contact op met uw Suzuki-dealer om de ring te laten verwijderen.
WAARSCHUWIN
Als u de maximumsnelheid-reductiering verwijdert wanneer de rijder nog niet voldoende vaardigheid heeft om veilig met de ATV te rijden, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Bij het rijden met te hoge snelheid neemt de kans toe dat de rijder de macht verliest over de besturing van de ATV, met mogelijk een ongeluk tot gevolg.
Verwijder de maximumsnelheid-reductiering niet voordat de rijder voldoende vaardigheid bezit om veilig, met de maximumsnelheid-reductiering aangebracht, op de maximumsnelheid met de ATV te rijden.
WAARSCHUWIN
Als u de gasbegrenzer niet afstelt nadat de maximumsnelheid-reductiering is verwijderd, kan een gevaarlijke situatie ontstaan. Bij het verwijderen van de maximumsnelheid-reductiering wordt de beschikbare maximumsnelheid verhoogd. Bij het rijden met te hoge snelheid neemt de kans toe dat de rijder de macht verliest over de besturing van de ATV, met mogelijk een ongeluk tot gevolg.
Stel de gasbegrenzer op de juiste maximumsnelheid af overeenkomstig de vaardigheden en ervaring van de rijder.
CHOKEHENDEL

Dit voertuig is voorzien van een chokesysteem om het starten van een koude motor te vergemakkelijken. Om de choke te gebruiken, moet u de chokehendel naar beneden duwen. De choke werkt het beste wanneer de gashendel in de gesloten stand staat. Bij het starten van een warme motor is het niet nodig om de choke te gebruiken.
BENZINEKRAAN
Dit voertuig heeft een handbediende benzinekraan. De benzinekraan heeft drie standen: "ON", "RES" en "PRI".

"ON" stand
De benzinekraan moet gewoonlijk in de "ON" stand worden gezet. In deze stand loopt de benzine naar de carburateur.

Als er nog maar weinig benzine in de benzinetank is en de motor niet meer werkt met de benzinekraan in de "ON" stand, moet u de benzinekraan op "RES" zetten om de reservebenzine te gebruiken.
Hoeveelheid reservebenzine: 1,6 L

“PRI” (PRIME) stand
In deze stand loopt de benzine rechtstreeks naar de carburateur, ook wanneer de motor niet draait of niet gestart wordt. Gebruik deze stand als er helemaal geen benzine meer in het voertuig is of als het voertuig gedurende langere tijd gestald is geweest, aangezien het mogelijk is dat er geen benzine meer in de carburateur is.

WAARSCHUWIN
Het kan gevaarlijk zijn om de benzinekraan in de "PRI" stand te laten staan wanneer de motor is afgezet. De carburateur zou kunnen overstromen waardoor er benzine in de motor loopt. Dit kan resulteren in brand of in ernstige beschadiging van uw ATV wanneer u de motor start.
Zet de benzinekraan altijd terug in de "ON" of "RES" stand wanneer de motor niet draait.
TERUGLOOPSTARTER

Dit voertuig is uitgerust met een terugloopstarter om de motor te starten. Om de terugloopstarter te gebruiken, pakt u het handvat vast van het starterkoord op het CVT-deksel. Trek voorzichtig aan het koord totdat u voelt dat de startmotor aangrijpt. Trek daarna hard aan het koord om de motor te starten. Meteen nadat de motor aanslaat, moet u het starterkoord weer voorzichtig naar de oorspronkelijke positie laten terugkeren.
OPMERKING: De motor kan niet met de terugloopstarter gestart worden als de parkeerrem niet vergrendeld is.
DOP VAN BENZINETANK

Om de dop van de benzinetank te openen, verwijdert u het uiteinde van de ontluchtingsslang uit het voertuig. Draai de dop naar links en verwijder deze. Om de dop te sluiten, draait u deze naar rechts tot hij goed vastzit. Zorg dat de ontluchtingsslang stevig op de dop is aangesloten en op de afgebeelde wijze loopt.
Vul de brandstoftank altijd met verse benzine. Gebruik geen benzine die al een tijd staat en vervuild kan zijn door stof, vuil, water of andere vloeistoffen. Let bij het vullen van de tank goed op dat er geen stof, vuil of water in de brandstoftank kan komen.
OPMERKING: Maak de dop van de benzinetank en het gebied eromheen schoon voordat u de dop van de benzinetank verwijdert.

Als u de benzinetank te vol maakt, kan er benzine overlopen wanneer deze uitzet door de warmte van de motor of door de zon. Wanneer er benzine overloopt, kan deze vlam vatten.
Stop met bijvullen wanneer de benzine de onderzijde van de vulhals bereikt.
WAARSCHUWIN
Als u de veiligheidsmaatregelen niet in acht neemt bij het bijvullen van benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.
Tank uitsluitend in een goed geventileerde ruimte. Zorg dat de motor is afgezet en let op dat er geen benzine op een warme motor wordt gemorst. Rook niet en houd open vuur en vonken uit de buurt. Vermijd benzinedampen in te ademen. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de ATV wanneer u benzine bijvult.
ZADELVERGRENDELING

Om het zadel te verwijderen, trekt u de zadelblokkeerhendel ① naar achteren. Til het achtereind van het zadel omhoog en schuif het zadel naar achteren. Om het zadel te vergrendelen, schuift u de zadelhaken in de zadelhaakhouders en duwt het zadel dan flink naar beneden.
WAARSCHUWIN
Indien het zadel niet stevig vergrendeld is, kan dit gaan verschuiven waardoor de rijder de controle over de motorfiets verliest.
Zorg dat het zadel correct en ste- vig is aangebracht.
VLAG-BEVESTIGINGSBEUGEL

Deze beugel kan gebruikt worden om een vlag aan de ATV te bevestigen.
RIJDEN MET UW ATV
Voordat u gaat rijden, moet u de volgende informatie zorgvuldig doorlezen. Als u goed voorbereid bent, zult u een veilige rit hebben waarvan u ten volle kunt genieten.
WAARSCHUWIN
Rijden met de ATV door kinderen onder 12 jaar kan leiden tot ernstig en zelfs fataal letsel. Kinderen die jonger zijn dan 12 jaar hebben niet de lichaamsgrootte, vervaardigheden of het beoordelingsvermogen dat vereist is voor het veilig bedienen van deze ATV.
Laat dus niemand onder 12 jaar op deze ATV rijden.
WAARSCHUWIN
Bediening van deze ATV na gebruik van alcohol of medicijnen kan leiden tot een ongeluk. Alcohol en medicijnen kunnen uw beoordelingsvermogen aantasten waardoor u bijvoorbeeld langzamer reageert. Tevens kunnen uw gevoel voor balans en uw gezichtsvermogen nadelig worden beïnvloed.
Gebruik nooit alcohol of medicijnen vóór of tijdens het rijden op de ATV.
Voordat u gaat rijden, moet u eerst een plaats uitzoeken waar u veilig kunt oefenen met het gebruik van de ATV. Zoek een vlak en groot terrein met voldoende ruimte om uw vaardigheden te testen.
Zorg dat het wettelijk is toegestaan om in het gebied te rijden dat u hebt uitgekozen. Neem alle plaatselijke en landelijke bepalingen in acht. Neem contact op met uw ATV-dealer of de plaatselijke politie als u niet weet op welke plaatsen u wel en niet mag rijden.
Bescherm de natuur. Wanneer u rijdt, moet u ervoor zorgen dat het terrein in goede conditie blijft. Verniel geen planten e.d. Laat geen vuil achter en let op dat dieren niet worden gestoord. Door deze aanbevelingen op te volgen zullen uw rijgebieden ook in de toekomst beschikbaar blijven voor gebruik.
Nadat u een goede plaats hebt gevonden om te oeferen, bekijkt u de bedieningsorganen van uw ATV voordat u gaat rijden. Onthoud waar de bedieningsorganen zijn zodat u ze kunt vinden zonder te kijken. Tijdens het rijden hebt u namelijk geen tijd om naar de bedieningsorganen te zoeken.
CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN

WAARSCHUWIN
Als u uw ATV niet voor het rijden inspecteert en de ATV niet juist onderhoudt, vergroot dit de kans op een ongeluk of schade aan de ATV.
Inspecteer de ATV telkens voordat u gaat rijden, zodat u zeker weet dat het voertuig in een veilige toestand verkeert. Raadpleeg het hoofdstuk INSPECTIE EN ONDERHOUD in deze handleiding.

WAARSCHUWIN
Als u verkeerde banden op de ATV gebruikt of als de banden niet op de juiste spanning zijn, kunt u de controle over de ATV verliezen. Dit zou kunnen leiden tot een ongeluk.
Gebruik altijd de maat en het type banden dat in deze handleiding wordt voorgeschreven. Houd de bandenspanning aan die is opge- geven in het hoofdstuk INSPEC-TIE EN ONDERHOUD.

WAARSCHUWIN
Verkeerde montage van accessoires of modificaties aan het voertuig kunnen de stuureigenschappen beïnvloeden. Dit kan in sommige gevallen leiden tot een ongeluk.
Rust de ATV nooit uit met onjuiste of slecht gemonteerde accessoires. Raadpleeg het hoofdstuk GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG in deze handleiding.

WAARSCHUWIN
Overbeladen kan resulteren in wijziging van de stuureigenschappen met mogelijk een ongeluk tot gevolg.
Zorg dat het opgegeven laadvermogen voor de ATV nooit overschreden wordt. Raadpleeg het hoofdstuk GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG in deze handleiding.
Controleer zorgvuldig de toestand van de ATV zodat u onderweg geen mechanische problemen krijgt of niet meer verder kunt. Voordat u wegrijdt, moet u de hiernavolgende punten controleren. Zorg dat uw ATV altijd in goede staat verkeert zodat uw veiligheid niet in gevaar wordt gebracht en het voertuig geen beschadigingen oploopt.
WAARSCHUWIN
Het uitvoeren van onderhouds- controles wanneer de motor draait kan gevaarlijk zijn. U zou zich ernstig kunnen verwonden als uw handen of kleding vast komen te zitten.
Zet de motor af wanneer u onderhoudscontroles uitvoert, behalve wanneer u de motorstopschakelaar en het gas controleert.
| WAT TE CONTROLEREN | CONTROLEER: |
| Stuurinrichting | Geen ratelen, mag niet loszitten |
| Remmen(2-6, 2-7, 6-26) | Juiste werking van de hendelJuiste speling van de hendelRemschoenen niet voorbij de slijtagegrens afgesletenJuiste werking van de parkeerrem |
| Banden(6-23) | Juiste bandenspanningGenoeg profielGeen barsten, scheuren of andere beschadigingen |
| Benzine(2-11, 6-11) | Voldoende benzine voor de geplande ritBenzineslang is stevig aangeslotenGeen beschadiging aan de benzinetank of de dopDop van benzinetank is stevig dichtgedraaid |
| Motorstop-schakelaar(2-6) | Juiste werking |
| Motorolie(6-11) | Juiste niveau |
| Gashendel(6-9) | Juiste speling van de gaskabelSoepele werkingSnelle terugkeer naar de stationair-stand |
| Ketting(6-20) | Voldoende smering |
| Algemene toestand | Bouten en moeren zijn stevig vastgedraaidGeen ratelen van de onderdelen wanneer de motor draaitGeen zichtbare beschadigingen |
Wanneer u geen goedgekeurde helm of oogbescherming op deze ATV draagt, vergroot u de kans op ernstig of fataal hoofdletsel in geval van een ongeluk. Wanneer u geen beschermende kleding op de ATV draagt, vergroot u de kans op ernstig letsel in geval van een ongeluk.
Draag altijd een goedgekeurde motorfietshelm die goed past. Draag ook altijd oogbescherming (veiligheidsbril of gezichtsbescherming). Draag tevens handschoenen, laarzen, een hemd of jas met lange mouwen en een lange broek.

Een helm is de belangrijkste uitrusting om u te beschermen. Een helm kan ernstig hoofdletsel voorkomen. Zorg dat u een helm draagt die goed past. Vraag uw dealer voor advies bij het uitkiezen van een degelijke, goed passende helm.
U dient ook oogbescherming te dragen wanneer u rijdt. Als een steen of tak in uw ogen terechtkomt, kunt u ernstig letsel oplopen. Draag een veiligheidsbril of gezichtsbescherming.
Draag de juiste kleding wanneer u rijdt. De juiste kleding kan letsel en verwondingen voorkomen. Draag stevige handschoenen, sterke laarzen tot boven de enkels, een lange broek, en een hemd of jas met lange mouwen.
HET INRIJDEN
De eerste maand is de belangrijkste tijd voor uw voertuig. Een strict nagevolgde inrijperiode verzekert een maximale duurzaamheid en optimale werking. De volgende richtlijnen betreffen de juiste inrijprocedures.
Aanbevolen maximumstand van de gashendel
Tijdens de eerste 10 gebruiksuren mag u niet meer dan 1/2 gas geven.
Wissel het motortoerental af
Wissel het motortoerental af tijdens de inrijperiode. Zodoende worden de onderdelen met druk belast (nodig voor de aanpassing van de onderdelen) en vervolgens ontlast (nodig voor het afkoelen van de onderdelen). Om het aanpassingsproces mogelijk te maken, is het van belang dat de motoronderdelen belast worden tijdens de inrijperiode, maar u moet er wel op letten dat u de motor niet overbelast.
Vermijd een constant laag toerental
Bij gebruik van de motor met een constant laag toerental (lichte belasting) kunnen de onderdelen "verglazen" waardoor deze zich niet juist zetten. Laat de motor vrij door alle versnellingen accelereren, zonder de aanbevolen maximumstand voor de gashendel te overschrijden.
Laat de motorolie circuleren voor het rijden
Neem een voldoende wachttijd in acht na warm of koud starten alvo-rens de motor te belasten. Daardoor kan de smeerolie alle belangrijke motoronderdelen bereiken.
Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurt
De eerste onderhoudersbeurt (onderhoudsbeurt na de inrijperiode) is de meest belangrijke onderhoudsbeurt in het leven van uw voertuig. Tijdens de inrijperiode hebben de afgewerkte oppervlakken elkaar ingesmeerd en zich harmonieus aan elkaar aangepast. Bij de eerste onderhoudsbeurt worden alle afstellingen gecorrigeerd en eventueel bijgesteld, alle bevestigingsdelen worden opnieuw aangehaald en de afgewerkte olie wordt ververst. Het tijdig uitvoeren van deze onderhoudsbeurt zal garant staan voor een lange levensduur en topprestatie van uw motor.
STARTEN VAN DE MOTOR
Voer de volgende stappen uit voordat u de motor start.
- Vergrendel de parkeerrem.
- Draai de contactsleutel in de "ON" stand.
- Zet de motorstopschakelaar in de "Q" stand.
- Draai de benzinekraan in de "ON" stand.
Dit voertuig heeft twee systemen voor het starten van de motor. U kunt de elektrische startschakelaar of de terugloopstarter gebruiken. Om de elektrische starter te gebruiken, hoeft u enkel op de elektrische startschakelaar te drukken. Wanneer u de terugloopstarter wilt gebruiken, gaat u als volgt te werk.
- Trek langzaam aan het starterkoord totdat u voelt dat de start-motor aangrijpt. Trek daarna hard aan het koord om de motor te starten.
Wanneer de motor koud is:
- Duw de chokehendel helemaal omlaag.
- Sluit het gas. Druk op de elektrische startschakelaar of gebruik de terugloopstarter zoals hierboven is beschreven.
- Zodra de motor soepel draait zonder gebruik van de choke, haalt u de chokehendel weer helemaal omhoog.
OPMERKING: Als de ATV bij zeer koude omstandigheden wordt gebruikt, moet u aan uw officiële Suzuki-dealer vragen om de motor soepel te laten starten bij zeer koude omstandigheden.
Wanneer de temperatuur beneden 0°C is:
- Controleer de toestand van de accu.
- Controleer de toestand van de bougie.
Wanneer de temperatuur beneden -10°C is:
Vervang de motorolie door SAE 5W-30.
Bij zeer koude omstandigheden:
Vervang de startsproeier van de carburateur van een standaardsproeier in een rijkere sproeier.
Wanneer de motor warm is:
In dit geval hoeft de choke niet te worden gebruikt. Open het gas een beetje en druk op de elektrische startschakelaar of gebruik de terugloop-starter zoals hierboven is beschreven om de motor te starten.
LET OP
Wanneer de startmotor langer dan vijf seconden per keer wordt ingeschakeld, kunnen de startmotor en de kabelbundels worden beschadigd door oververhitting.
Schakel de startmotor niet langer dan vijf seconden per keer in. Als de motor na verscheidene pogingen niet aanslaat, dient u de brandstoftoevoer en het ontstekingssysteem te controleren.

WAARSCHUWIN
Het is mogelijk dat de ATV gaat bewegen zodra de motor aanslaat. Door de plotselinge beweging van de ATV zou u de controle over het voertuig kunnen verliezen.
Zorg dat u parkeerrem aantrekt voordat u de motor start.

WAARSCHUWIN
De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide; dit is een gevaarlijk gas dat moeilijk waargenomen kan worden omdat het kleurloos en reukloos is. Inademenen van koolmonoxide kan fataal zijn of ernstig letsel veroorzaken.
U mag de motor nooit in een afge- sloten ruimte met weinig of geen ventilatie starten of stationair laten draaien.
WEGRIJDEN

WAARSCHUWIN
Bij het vervoeren van een passagier worden de balans en het stuurgedrag van de ATV nadelig beïnvloed. Als u een passagier vervoert, kunt u de controle over de ATV verliezen met ernstig letsel van uzelf en de passagier tot gevolg.
Laat nooit een passagier meerijden. De ATV heeft een lang zadel zodat u van positie kunt veranderen om de ATV te manoeuvreren. Het zadel is niet bedoeld voor het vervoeren van passagiers.

Gebruik van de ATV op een verharde ondergrond, met inbegrip van stoepen, paden, parkeerplaatsen, opritten en normale straten is gevaarlijk. De ATV banden zijn ontworpen voor terreinrijden. Geasfalteerde wegen kunnen het stuurgedrag en de bediening van de ATV wijzigen, waardoor u de controle over het voertuig zou kunnen verliezen.
Indien mogelijk, moet u het gebruik van de ATV op een geas-falteerde weg vermijden. Is dit niet te voorkomen is, rijd dan langzaam en vermijd abrupt draaien en stoppen.

Gebruik van de ATV op de openbare weg of op autosnelwegen is gevaarlijk. U zou een botsing kunnen veroorzaken.
Rijd de ATV nooit op de openbare weg, zelfs een grintweg, of op een snelweg. In de meeste landen is het wettelijk verboden om de ATV op de openbare weg en op snelwegen te gebruiken.

Als u met zeer hoge snelheid met de ATV rijdt, neemt de kans dat u de controle over de ATV verliest toe, wat kan resulteren in een ongeluk.
Rijd altijd met een snelheid die geschikt is voor het terrein, uw zicht, de omgevingsomstandigheden, en uw vaardigheid en ervaring.

WAARSCHUWIN
Stuntrijden verhoogt de kans op een ongeluk, met inbegrip van omslaan.
Probeer nooit om stunts, zoals wheelies en sprongen, uit te voeren. U bewijst er niets mee.

Als u zelfs maar één hand of voet van de ATV neemt, neemt de kans dat u de controle over de ATV verliest toe. U zou uw balans kunnen verliezen en van de ATV kunnen afvallen. Als u uw voet van de voetsteun afneemt, kan uw voet of been in contact komen met de achterwielen. Dit kan letsel veroorzaken of resulteren in een ongeluk.
Houd het stuur met beide handen vast en houd beide voeten op de voetsteunen van de ATV terwijl u rijdt.

WAARSCHUWIN
Wanneer u niet voldoende voor- zichtigheid in acht neemt bij het rijden over een zeer ruwe, gladde of losse ondergrond, kunt u de grip op de ondergrond verliezen of geen controle meer over het voer- tuig hebben. Dit kan leiden tot een ongeluk, zoals omslaan van het voertuig.
Gebruik de ATV niet bij dergelijke omstandigheden totdat u de vereiste vaardigheden bezit voor het rijden op dit soort terreinen. Neem extra voorzichtigheid in acht bij deze omstandigheden.

Het kan gevaarlijk zijn wanneer u niet voorzichtig bent bij het rijden met de ATV over onbekend terrein. Er kunnen plotseling obstakels zijn, zoals verborgen stenen, hobbels of gaten, en dan hebt u niet genoeg tijd om te reageren. De ATV zou kunnen omslaan of niet meer bestuurbaar zijn.
Rijd langzaam en wees extra voor- zichtig bij gebruik van de ATV op onbekend terrein. Let goed op zodat u meteen kunt reageren wanneer er een onverwachte situatie optreedt.

Het is mogelijk dat de ATV gaat rijden zodra u de parkeerrem vrijzet. Door de plotselinge beweging van de ATV zou u de controle over het voertuig kunnen verliezen.
Trek de achterrem aan voordat u de parkeerrem vrijzet.
Zet de parkeerrem vrij nadat de motor is opgewarmd. Om de parkeerrem vrij te zetten, hoeft u enkel de achterremhendel in te trekken totdat de parkeerrem-vergrendelknop in de vrije stand komt te staan.
Laat de achterremhendel los en open het gas geleidelijk om te gaan rijden.

WAARSCHUWIN
Het kan gevaarlijk zijn wanneer u plotseling veel gas geeft. De voorwielen kunnen van de grond komen waardoor u de controle over de ATV verliest.
Open het gas geleidelijk wanneer u accelereert.
REMMEN
Om de ATV te stoppen, laat u eerst de gashendel los. Gebruik vervolgens de voor- en achterrem gelijktijdig en in gelijke mate.

WAARSCHUWIN
Wanneer u remt tijdens het maken van een bocht, kan de ATV gaan schuiven of is het mogelijk dat de ATV omslaat.
Rem af voordat u de bocht aansnijdt.

WAARSCHUWIN
Bij hard remmen op een gladde ondergrond kan de ATV gaan slippen en niet meer bestuurbaar zijn.
Rem licht en voorzichtig op een gladde ondergrond.

WAARSCHUWIN
Bediening van de parkeerrem terwijl de ATV in beweging is kan gevaarlijk zijn. De achterwielen kunnen blokkeren, waardoor de ATV slipt en er misschien een ongeluk gebeurt.
Gebruik de parkeerrem pas nadat u de ATV hebt gestopt.
DRAAIEN MAKEN

WAARSCHUWIN
Als u een draai verkeerd maakt, zou de ATV kunnen omkantelen en een ongeluk veroorzaken.
Volg altijd de juiste procedures voor het maken van een draai zoals beschreven in dit hoofdstuk. Oefen eerst bij lage snelheden voordat u probeert om bij een hogere snelheid te draaien. Maak nooit bij zeer hoge snelheden een draai.
Om de ATV te draaien, moet de rijder de juiste techniek gebruiken. Dit voertuig heeft een starre achteras, dus beide achterwielen draaien altijd met dezelfde snelheid rond. Dit betekent dat als de achterwielen een gelijke tractie hebben, het voertuig recht vooruit zal rijden. DIt komt omdat de achterwielen dan dezelfde afstand afleggen. Om een draai te maken, moet het buitenste achterwiel een grotere afstand afleggen dan het binnenste achterwiel. Dit kan de rijder mogelijk maken door minder tractie te creëren voor het binnenste wiel, zodat dit een beetje slipt. Dat wiel zal dan een kortere afstand afleggen dan het buitenste wiel. Dit gebeurt ondanks dat beide wielen met dezelfde snelheid ronddraaien.
Om de ATV te draaien, gebruikt u de volgende techniek:
- Draai het stuur in de richting van de draai.
- Verschuif uw gewicht enigszins naar voren en steun uw gewicht op de buitenste voetsteun. Op deze wijze wordt de belasting op het binnenste achterwiel verminderd, waardoor de tractie van dat wiel afneemt.
- Leun uw bovenlichaam in de richting van de draai.
Bij HOGERE SNELHEDEN:
Gebruik dezelfde techniek als bij lagere snelheden, maar leun uw lichaam verder in de richting van de draai. De natuurlijke draaikracht (die het voertuig naar de buitenkant van de draai kan duwen) neemt toe wanneer de snelheid toeneemt. Dit betekent dat u uw bovenlichaam verder in de richting van de draai moet leunen wanneer u sneller rijdt. Op deze wijze wordt voorkomen dat het voertuig omkantelt naar de buitenkant van de draai. Vergeet echter niet dat u uw gewicht op de buitenste voetsteun moet laten rusten.
SLIPPEN OF SCHUIVEN

WAARSCHUWIN
Als u niet leert hoe u op slippen of schuiven moet reageren, kunt u de controle over de ATV verliezen, of is het mogelijk dat de tractie plotseling wordt hersteld waardoor de ATV omkantelt.
- Leer hoe u veilig kunt slippen en schuiven door dit bij lage snelheden op een horizontaal en effen terrein te oefenen.
- Bij een extreem gladde ondergrond, zoals ijs, moet u langzaam en voorzichtig rijden om te voorkomen dat u geen controle meer hebt over het slippen of schuiven.
Het is mogelijk dat u slipt of schuift wanneer u niet remt. Volg de volgende technieken om deze situatie ongedaan te maken.
Als uw voorwiel slipt:
Herstel de voorwieltractie door gas terug te nemen en uw lichaamsgewicht een weinig naar voren te leunen.
Als uw achterwiel slipt:
Als de ruimte het toelaat, moet u in de richting van de slip sturen. Verschuif uw lichaamsgewicht een weinig weg van de slip. Vermijd het gebruik van het gas of de remmen totdat u weer controle over de besturing van het voertuig hebt.
RIJDEN OVER HEUVELS

WAARSCHUWIN
Rijden met de ATV over zeer steile heuvels kan gevaarlijk zijn. De ATV zal op steile heuvels sneller omkantelen dan op een horizontale ondergrond of kleine heuvel.
Gebruik de ATV nooit op heuvels die te steil zijn voor de ATV of te moeilijk voor uw vaardigheden. Oefen op kleine heuvels voordat u over grotere heuvels gaat rijden.
Een heuvel oprijden Om met de ATV een heuvel op te rij-

WAARSCHUWIN
Als u een heuvel verkeerd oprijdt, kunt u de controle over de ATV verliezen of kan het voertuig omkantelen.
- Volg altijd de juiste procedures voor het oprijden van heuvels zoals beschreven in dit hoofdstuk.
- Controleer het terrein zorgvuldig voordat u een heuvel oprijdt.
- Rijd nooit een heuvel op die erg glad is of die een losse ondergrond heeft.
• Verplaats uw gewicht naar voren. - Geef nooit plotseling gas. De ATV zou naar achteren kunnen omkantelen.
- Ga nooit met hoge snelheid over de top van een heuvel. Er zou een obstakel, een steile afdaling, een ander voertuig of een persoon aan de andere kant van de heuvel kunnen zijn.

den, volgt u de onderstaande richtlijnen.
- Geef wat meer gas en houd een constante snelheid aan tot u het begin van de heuvel bereikt. Houd er rekening mee dat u de heuvel met een constante snelheid tot boven moet oprijden.
-
Verschuif uw lichaamsgewicht naar voren door op het voorste gedeelte van het zadel te gaan zitten. Leun ook uw bovenlichaam naar voren. Bij steile heuvels moet u op de voetsteunen gaan staan en over het voorwiel leunen.
-
Houd een constante snelheid aan terwijl u de heuvel oprijdt.
-
Minder vaart wanneer u de top van de heuvel bereikt.
WAARSCHUWIN
Afslaan van de motor, terugrollen of verkeerd afstappen van de ATV tijdens het oprijden van een heuvel kan ertoe leiden dat de ATV omkantelt.
Gebruik de juiste versnelling en houd een constante snelheid aan bij het oprijden van een heuvel. Volg altijd de juiste procedures voor het oprijden van heuvels zoals beschreven in dit hoofdstuk.

Het is mogelijk dat u begint met het oprijden van een heuvel, maar dan niet tot de top kunt rijden. Als dit gebeurt, moet u de onderstaande aanwijzingen opvolgen om rond te draaien en de heuvel af te rijden.
Als u nog steeds vooruit beweegt en voldoende ruimte hebt om te draaien, volg dan deze aanwijzingen.
- Draai op de heuvel voordat u geen snelheid meer hebt en stilstaat. Als u op de heuvel draait, moet u uw lichaamsgewicht heuvelopwaarts leunen.
- Nadat u bent gedraaid, rijdt u de heuvel af zoals beschreven in het hoofdstuk EEN HEUVEL AFRIJ-DEN.
Als u niet meer vooruit beweegt, of naar achteren begint te rollen, volg dan deze aanwijzingen.
- Leun verder naar voren, heu- velopwaarts.
- Trek de voorrem aan om de ATV te stoppen. Trap niet op het achterrempedaal wanneer het voertuig naar achteren begint te rollen.
- Nadat het voertuig is gestopt, kunt u de achterrem en de voorrem gebruiken.
-
Haal de parkeerrem aan en stap rechts van het voertuig af terwijl u nog steeds heuvelopwaarts leunt.
-
Gebruik een van de volgende procedures om het voertuig rond te draaien.
a.Indien u dit kunt, draait u het achtereind van de ATV rond totdat het voertuig heuvelafwaarts wijst. Blijf aan de heuvelopwaarts-kant van het voertuig staan wanneer u dit ronddraait.
b. Draai het stuur helemaal naar rechts. Ga aan de heuvelopwaarts-kant van het voertuig staan. Zet de parkeerrem vrij en bedien de voorrem pompend om de ATV langzaam naar achteren te laten rollen. Het voertuig zal dan zijwaarts op de helling komen te staan. Vergrendel opnieuw de parkeerrem. Draai het stuur helemaal naar links. Blijf aan de heuvelopwaarts-kant staan. Zet de parkeerrem vrij en bedien de voorrem pompend om de ATV langzaam te laten rollen totdat deze heuvelafwaarts wijst. Vergrendel opnieuw de parkeerrem.
- Ga op het voertuig zitten, trek de remmen aan, zet de parkeerrem vrij en rijd de heuvel af zoals beschreven in het hoofdstuk EEN HEUVEL AFRIJDEN.
Als het voertuig niet langzamer gaat bij het aantrekken van de voorrem, moet u meteen afstappen.
Een heuvel afrijden

WAARSCHUWIN
Als u een heuvel verkeerd afrijdt, kunt u de controle over de ATV verliezen of kan het voertuig omkantelen.
Volg altijd de juiste procedures voor het afrijden van heuvels zoals beschreven in dit hoofdstuk.

Om met de ATV een heuvel af te rijden, volgt u de onderstaande instructies.
- Controleer het terrein zorgvuldig op obstakels voordat u een heuvel afrijdt.
- Richt de ATV heuvelafwaarts.
- Verschuif uw lichaamsgewicht naar achteren door op het achterste gedeelte van het zadel te gaan zitten.
- Rijd de heuvel langzaam af met het gas losgelaten.
- Gebruik de achterrem om snelheid te minderen.
- Rijd de heuvel niet te schuin af, want dan kan het voertuig sterk gaan overhellen. Rijd de heuvel bij voorkeur recht af.
Schuin over heuvels rijden
WAARSCHUWIN
Als u schuin over een heuvel rijdt of op een heuvel draait, kunt u de controle over de ATV verliezen of kan het voertuig omkantelen.
Probeer nooit om de ATV op een heuvel te draaien voordat u de draaitechnieken beheerst die zijn beschreven in het hoofdstuk EEN HEUVEL OPRIJDEN. Oefen deze technieken op een vlakke, effen ondergrond. Wees voorzichtig wanneer u op een heuvel draait. Vermijd schuin rijden over steile heuvels.

Wanneer u schuin over een heuvel rijdt, moet u:
- Uw lichaam heuvelopwaarts leunen.
- Een weinig heuvelopwaarts sturen, indien nodig, zodat u in een rechte lijn blijft rijden.
RIJDEN OVER OBSTAKELS
WAARSCHUWIN
Indien u niet juist over obstakels rijdt, kunt u de controle over het voertuig verliezen of bestaat er kans op een botsing. Bovendien zou de ATV kunnen omkantelen.
Volg nauwkeurig de onderstaande procedure wanneer u over een obstakel rijdt.
Als u bij een obstakel komt dat u niet kunt vermijden, is het mogelijk dat u via de volgende procedure over het obstakel heen kunt rijden.
- Terwijl het obstakel recht voor u is, rijd u er met loopsnelheid op af.
- Ga een weinig hoger op de voet- steunen staan.
- Trek het stuur omhoog en geef een beetje gas wanneer de voorwielen het obstakel bereiken.
- Leun voorover en laat het gas los zodra de voorwielen over het obstakel heen zijn.
- Ga weer in de normale rijpositie zitten nadat de achterwielen over het obstakel heen zijn.
Houd er rekening mee dat sommige obstakels te hoog zijn voor uw ATV of voor uw rijvaardigheden. Als u niet zeker weet of u veilig over het obstakel heen kunt rijden, moet u terug-gaan en om het obstakel heen rijden.
RIJDEN DOOR WATER

WAARSCHUWIN
Rijden met de ATV door diep of snel stromend water kan gevaarlijk zijn. De banden van de ATV kunnen gaan drijven, waardoor er geen tractie meer is en u de controle over het voertuig verliest. Dit zou kunnen leiden tot een ongeluk.
- Rijd nooit met de ATV door snelstromend water of water dat dieper is dan hieronder is aangegeven.
- Vergeet niet dat de remwerking afneemt wanneer de remmen nat zijn. Test uw remmen nadat u uit het water bent. Bedien de remmen indien nodig een paar maal zodat de remvoeringen door de wrijvingswarmte kunnen opdrogen.
U kunt met de ATV door ondiep water rijden. Het water mag niet dieper zijn dan 30 cm en mag ook niet snel stromen. Kies een goede plaats uit wanneer u een beek e.d. oversteekt. Het beste is een plaats waar de oevers niet te steil zijn en de bodem van de beek hard is. Als u niet bekend bent met het terrein, moet u de ATV parke- ren en de omgeving inspecteren om een geschikte plaats te vinden voor het oversteken van de beek. Rijd bij het oversteken met een langzame, maar constante snelheid. Wees voorzichtig dat u de oevers niet beschadigt.
LET OP
Rijden met de ATV in water, zand of modder heeft een verhoogde slijtage van de remmen tot gevolg. Bij versleten remmen neemt de remwerking af.
Na herhaaldelijk gebruik van de ATV onder deze omstandigheden dient u het voertuig naar uw Suzuki-dealer te brengen om de remmen te laten inspecteren en schoonmaken.
RIJDEN IN KOUD WEER
Controle vóór het rijden
Controleer of het gas en alle andere hendels vrij bewegen. Kijk of de voetsteunen vrij zijn van ijs en sneeuw.
LET OP
Als dit toch wordt gedaan, bestaat er kans op ernstige beschadiging van het aandrijfmechanisme van uw ATV.
Voordat u gaat rijden, moet u de ATV naar voren en achteren bewegen om te controleren of alle wielen vrij kunnen bewegen.
Beweeg de ATV naar voren en achteren en controleer of alle wielen vrij bewegen. Als u de ATV niet kunt bewegen, is het mogelijk dat de banden aan de grond zijn vastgevroren of dat de remmen aan de wielen zijn vastgevroren. Als de banden aan de grond zijn vastgevroren, giet u warm water om de banden heen om het ijs te smelten. Als de remmen bevroren zijn, brengt u de ATV naar een warmere plaats om de remmen te laten ontdooien.
LET OP
Gebruik van een auto-accu voor het starten van de ATV kan leiden tot beschadiging van de ATV. Een accu met hoog amperage kan de elektrische installatie van de ATV beschadigen.
Gebruik uitsluitend de voorge- schreven accu om de motor te starten. Zie het hoofdstuk met onderhoudsinformatie in deze handleiding voor de juiste oplaad- procedure van de accu.
Controleer de remmen nadat de motor is opgewarmd. Voer deze inspectie uit op een vlakke ondergrond en rijd niet sneller dan loop-snelheid. Controleer de werking van de voor- en de achterrem. Als de remmen niet goed werken, moet u de ATV meteen stoppen. Breng de ATV naar een warmere plaats om de remmen te laten ontdooien. Nadat de remmen ontdooid zijn, laat u deze opdrogen door ze een paar maal te bedienen terwijl u langzaam rijdt. Als de normale remwerking niet hersteld wordt, dient u uw Suzuki-dealer de remmen te laten controleren voordat u weer op uw ATV gaat rijden.

WAARSCHUWIN
Gebruik van de ATV met een niet goed werkend remsysteem is gevaarlijk. Bij natte of bevroren remmen is de remweg langer. Dit vergroot uw kans op een ongeluk.
Inspecteer bij koud weer de remmen telkens voordat u het voertuig gebruikt, zoals hiervoor is beschreven.
Water dat tijdens het rijden in de remmen terechtkomt, kan bevriezen wanneer u de ATV parkeert. Het bevroren water kan ertoe leiden dat de wielen niet meer draaien of de remmen niet meer werken. Nadat u door water, modder, sneeuw e.d. bent gereden, is het van belang dat u de remmen laat opdrogen voordat u de ATV parkeert. Om de remmen te laten opdrogen, bedient u deze een paar maal terwijl u langzaam rijdt. Voer de "Controle vóór het rijden" uit, beschreven in het begin van dit hoofdstuk, voordat u weer gaat rijden.
Kleding voor het rijden in koud weer

WAARSCHUWIN
Gebruik van de ATV in koud weer zonder dat de juiste kleding wordt gedragen, kan gevaarlijk zijn. Langdurige blootstelling aan lage temperaturen kan leiden tot onderkoeling. Bij onderkoeling is de binnentemperatuur van uw lichaam zo laag, dat dit kan resulteren in ernstig of fataal letsel.
Zorg er voor dat u altijd kleding draagt waarmee u op het ergste bent voorbereid. Slecht weer kan plotseling opsteken en de ATV zou defect kunnen raken.
Rijden in koud weer kan gevaarlijk zijn. Bij een temperatuur van -12°C maakt de wind die tegen u blaast wanneer u slechts 16 km/uur rijdt, u even koud als wanneer u stil zou staan bij een temperatuur van -23°C . Bij deze temperatuur zal de blote huid in enkele minuten bevriezen.
Langdurige blootstelling aan lage temperaturen kan ook leiden tot onderkoeling. Onderkoeling treedt op wanneer uw lichaamstemperatuur sterk daalt. De symptomen van onderkoeling zijn verkleuming van de handen, voeten, armen en benen, en sterk rillen. Vochtige kleding draagt verder bij tot onderkoeling omdat het koude water op uw huid de lichaamswarmte opneemt.
Wij raden u aan dat u zich vertrouwd maakt met de symptomen, behandeling en preventie van onderkoeling wanneer u in koud weer gaat rijden. De vereiste informatie kunt u vinden in bibliotheken, via uw dokter e.d.
Bij voorbereidingen voor ritten in de winter moet u goed aan uw veiligheid en comfort denken. Draag kleding waarmee u op het ergste bent voorbereid. Slecht weer kan plotseling opsteken en de ATV zou defect kunnen raken. Warme, waterbestendige kleding zoals thermisch ondergoed, sneeuwmobielpakken, gevoerde handschoenen en laarzen, en wollen sokken zijn aanbevolen.
WAARSCHUWIN
Het dragen van loszittende kle- ding bij het rijden op de ATV kan gevaarlijk zijn. Loszittende kle- ding, zoals een lange sjaal, kan door de bewegende onderdelen gegrepen worden en vast komen te zitten.
Draag nooit loszittende kleding bij het rijden op de ATV.
Rijden met uw ATV over sneeuw en ijs
WAARSCHUWIN
Rijden over sneeuw zonder de juiste voorzorgen in acht te nemen kan gevaarlijk zijn. Er kunnen ste- nen, gaten, ijs of andere gevaren onder de sneeuw zijn waardoor u de controle over de ATV kunt ver- liezen. Dit kan resulteren in ern- stig of soms zelfs fataal letsel.
Rijd langzaam en wees extra voor- zichtig wanneer u over sneeuw rijdt. Let goed op zodat u meteen kunt reageren wanneer er een onverwachte situatie optreedt.
WAARSCHUWIN
Rijden over een bevroren meer of rivier is gevaarlijk. Als het ijs breekt en u in het koude water terechtkomt, kan dit leiden tot ernstig of fataal letsel.
Raadpleeg de plaatselijke autoriteiten voor de dikte van het ijs en de plaatsen en gebieden die u moet vermijden.

WAARSCHUWIN
Wanneer u niet voldoende voor- zichtigheid in acht neemt bij het rijden over een gladde ondergrond zoals vaste sneeuw of ijs, kan het voertuig de grip op de ondergrond verliezen of is het mogelijk dat u geen controle meer over het voer- tuig hebt. Dit kan leiden tot een ongeluk, zoals omslaan van het voertuig.
Gebruik de ATV niet op een gladde ondergrond voordat u de vereiste vaardigheden bezit voor het rijden van de ATV op dit soort terreinen. Wees altijd extra voorzichtig bij het rijden op een gladde ondergrond. Indien mogelijk, moet u met sneeuw of ijs bedekte heuvels vermijden.
Oefen eerst met uw ATV in een open met sneeuw of ijs bedekt gebied, met lage snelheid, voordat u over sneeuw- of ijsbedekte paden gaat rijden. Leer hoe u ATV reageert bij het sturen en remmen op dit soort terreinen, zodat u naderhand niet verrast wordt.
Uw ogen kunnen gevoelig zijn voor zonlicht wanneer u op een heldere, zonnige dag over sneeuw of ijs rijdt. Sneew of ijs reflecteert meer licht in uw ogen dan gras of klei. Door een getinte oogbescherming te dragen kunt u de hoeveelheid licht die u ogen bereikt verminderen. Op bewolkte dagen kan het prettig zijn om geelgetinte oogbescherming te dragen.

INSTRUCTIES VOOR DE JONGE RIJDER
BELANGRIJK ADVIES VOOR DE OUDERS 4-2
KENNISMAKING MET DE ATV 4-3
WEGRIJDEN EN STOPPEN 4-4
DRAAIEN MAKEN 4-5
ALGEHELE RIJTECHNIEK 4-5
INSTRUCTIES VOOR DE JONGE RIJDER

WAARSCHUWIN
Gebruik van de ATV door kinderen onder 16 jaar zonder toezicht door een volwassene kan gevaarlijk zijn. Als een kind zijn of haar vaardigheden overschrijdt, of op onbekend terrein rijdt zonder toezicht, kan hij of zij de controle over de ATV verliezen, met een ongeluk tot gevolg.
Laat uw kind nooit op de ATV rijden zonder toezicht door een volwassene. Neem maatregelen als u vindt dat uw kind zijn of haar vaardigheden overschrijdt. Maak uw kind langzaam vertrouwd met het terrein waar gereden wordt en zorg dat het terrein geschikt is voor de rijvaardigheid van uw kind.
BELANGRIJK ADVIES VOOR DE OUDERS
De veiligheid van uw kind wordt bepaald door de tijd die u besteed aan het geven van de juiste instructies voor het gebruik van de ATV. De beste manier om te leren rijden met de ATV is het volgen van een training-cursus. Als u besluit om zelf de bediening van de ATV aan uw kind te leren, moet u niet vergeten dat het geven van de juiste instructies voordat uw kind begint te rijden even belangrijk is als het geven van instructies en het toezicht tijdens het rijden.
Doorloop deze handleiding samen met uw kind, bladzijde voor bladzijde. Leg de instructies en de waarschuwingen in de handleiding uit zodat uw kind ze goed begrijpt. Leg vooral nadruk op de veiligheidsmaatregelen. Stel regelmatig vragen aan uw kind terwijl u de handleiding samen doorleest, zodat u zeker weet dat uw kind alles begrijpt.

WAARSCHUWIN
Het is gevaarlijk als niet alle waarschuwingen in acht worden genomen die staan in het hoofdstuk "Rijden met uw ATV" van deze handleiding. Wanneer niet alle waarschuwingen in acht worden genomen die staan in het hoofdstuk "Rijden met uw ATV" van deze handleiding, kan dit leiden tot ernstig of fataal letsel van uw kind.
Voordat u uw kind leert hoe hij of zij met de ATV moet rijden, dient u zorgvuldig het hoofdstuk "Rijden met uw ATV", dat begint op blz. 3-2 van deze handleiding, door te lezen. Zorg dat uw kind alle waarschuwingen opvolgt die in dat hoofdstuk staan beschreven. Wanneer de aandacht van uw kind minder wordt, moet u een pauze maken voordat u verder gaat met het onderwijzen van de bediening van de ATV. Bij het leren van de bediening van elk motorvoertuig, inclusief de ATV, is de volle aan-dacht vereist zodat naderhand veilig wordt gereden.
KENNISMAKING MET DE ATV
Uw kind dient volledig vertrouwd te worden gemaakt met de namen en de functie van de bedieningsorganen. Laat de jonge rijder op de ATV gaan zitten, met de motor afgezet, en vraag hem/haar bepaalde bedieningsorganen te bedienen. Geef indien nodig uitleg. Vraag bijvoorbeeld aan het kind om "de remmen te bedienen, de motor af te zetten, de parkeerrem aan te trekken" enz. Oefen de bedieningshandelingen herhaaldelijk totdat het kind de bedieningsorganen zonder aarzeling weet te vinden en kan bedienen.
Voer samen met uw kind de CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN uit zodat hij/zij alle onderdelen weet die gecontroleerd moeten worden en de wijze waarop deze gecontroleerd moeten worden. Geef voorbeelden van problemen die er zouden kunnen zijn.
WEGRIJDEN EN STOPPEN
Om uw kind voldoende vertrouwen te geven in het gebruik van de ATV, moet u eerst OEFENEN MET DE MOTOR AFGEZET, en wel als volgt:
- Laat uw kind op de ATV gaan zitten en geef de instructie om de parkeerrem vrij te zetten.
- Zeg tegen uw kind dat hij/zij recht vooruit moet kijken en duw dan tegelijkertijd langzaam van achteren tegen het voertuig.
- Terwijl u tegen de ATV duwt, geeft u uw kind de instructie om recht vooruit te sturen en tevens diverse bedieningshandelingen uit te voeren zoals stoppen van het voertuig en afzetten van de motorstopschakelaar. Kijk of uw kind de bedieningsorganen juist bedient zonder deze te hoeven zoeken.
- Wanneer u het eind van het oefengebied bereikt, geeft u de rijder de instructie om het voertuig te stoppen, de parkeerrem aan te trekken en af te stappen. U moet de ATV nu met de hand ronddraaien zodat deze in de tegenovergestelde richting komt te staan en u het voertuig weer kunt terugduwen.
Oefen met de motor afgezet totdat uw kind weet hoe de remmen gebruikt moeten worden om het voertuig te stoppen en hoe de motorstopschakelaar afgezet moet worden zonder dat er naar de bedieningsorganen wordt gekeken.
U kunt nu de motor van de ATV starten en uw kind laten oefenen om langzaam in een rechte lijn weg te rijden en dan weer te stoppen. Zorg dat de gasbegrenzer is ingesteld zodat uw kind niet te hard kan rijden. Blijf naast de ATV lopen terwijl uw kind rijdt. Let goed op of de rijder:
- Het gas geleidelijk opent wanneer hij/zij wegrijdt.
- Het gas loslaat en de remmen bedient wanneer er gestopt moet worden.
- Een begrip heeft van de afstand die het voertuig nog aflegt wanneer er geremd wordt of wanneer de motorstopschakelaar wordt afgezet.
Wanneer het eind van het oefengebied wordt bereikt, geeft u de rijder de instructie om het voertuig te stoppen, de parkeerrem aan te trekken en af te stappen, zodat u het voertuig kunt omdraaien. Blijf oefenen totdat uw kind met vertrouwen kan wegrijden, accelereren, recht vooruit sturen en stoppen.
DRAAIEN MAKEN
Nadat uw kind heeft geleerd om de ATV recht vooruit te rijden en ook kan stoppen wanneer hij/zij dat wilt, kunt u beginnen met het oefenen van draaien. Leg duidelijk de juiste lichaamshouding uit voor het maken van een draai en laat uw kind eerst OEFENEN MET DE MOTOR AFGE-ZET terwijl u van achteren tegen het voertuig duwt. Let goed op of uw kind tijdens het draaien:
- Zijn/haar gewicht enigszins naar voren verschuift en zijn/haar gewicht op de buitenste voetsteun laat rusten.
- Zijn/haar bovenlichaam naa voren leunt in de richting van de draai en ook het stuur in de richting draait van de draai.
Wanneer de rijder de ATV correct in beide richtingen kan draaien met de motor afgezet, kan hij/zij gaan oefenen met de motor aan. Zorg er weer voor dat de gasbegrenzer juist is ingesteld zodat uw kind niet te hard kan rijden. Let goed op of uw kind de juiste techniek gebruikt bij het draaien. Laat uw kind oefenen totdat hij/zij op de juiste wijze en met voldoende zelfvertrouwen draaien kan maken.
Nadat uw kind de basisverrichtingen die hiervoor zijn beschreven goed kan uitvoeren, kunt u verder gaan naar de algehele rijtechniek. Geef de rijder eerst de instructie om de diverse verrichtingen zoals draaien naar rechts, draaien naar links, stoppen, parkeren enz. uit te voeren. Verander de volgorde van de verrichtingen zodat het kind niet weet wat er komen gaat. Oefen totdat het kind alle verrichtingen volledig beheerst.
De oefeningen die u tot zover met uw kind hebt gedaan, zijn voldoende voor het leren van de basis-rijtechniek. Om een bekwame rijder te worden, moet uw kind echter nog veel meer oefenen en leren. Wees geduldig met uw kind; neem rustig de tijd om nieuwe technieken zoals het oprijden en afrijden van heuvels uit te leggen en te oefenen.
Nadat uw kind alle basistechnieken bij langzame snelheid heeft geleerd, kunt u de gasbegrenzer aanpassen zodat met hogere snelheid kan worden gereden, overeenkomstig de vaardigheden en ervaring van de rijder.

GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG
GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG ...... 5-2
GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG
GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN HET VOERTUIG
Er zijn vele verschillende accessoires verkrijgbaar. Suzuki heeft echter geen directe controle op de kwaliteit of de geschiktheid van niet-Suzuki accessoires. Suzuki kan ook niet elk accessoire testen dat verkrijgbaar is. Als u verkeerde accessoires gebruikt of de accessoires niet juist monteert, kan dit de ATV minder veilig maken.
Ga zorgvuldig te werk bij het uitkiezen en monteren van accessoires voor uw Suzuki. Uw Suzuki-dealer kan u helpen bij het uitkiezen van accessoires en kan deze ook voor u monteren. De onderstaande richtlijnen kunnen u helpen bij het nemen van een beslissing betreffende de uitrusting voor uw ATV. Tevens wordt i nfor mat ie verschaft voor het rijden met de ATV bij gebruik van accessoires of het vervoeren van bagage.

WAARSCHUWIN
Verkeerde montage van accessoires of modificaties aan de ATV kunnen de stuureigenschappen beïnvloeden, wat kan resulteren in een ongeluk.
Gebruik nooit accessoires die niet geschikt zijn en zorg dat alle accessoires op de juiste wijze zijn gemonteerd. Alle onderdelen en accessoires voor de ATV moeten originele Suzuki onderdelen zijn of gelijkwaardige onderdelen die ontworpen zijn voor gebruik met deze ATV. Monteer en gebruik de accessoires overeenkomstig de bijgeleverde instructies. Raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vra-gen hebt.
Richtlijnen voor het gebruik van accessoire en de belading van het voertuig.
- Het totaalgewicht van de rijder, uitrusting en eventuele accessoires en bagage mag niet meer bedragen dan het maximale laadvermogen van 90 kg.
- Controleer de bevestigingsbeugels en andere bevestigingsonderdelen zorgvuldig om er zeker van te zijn dat de montage een stevig, solide, niet beweegbaar geheel vormt.
- Eventuele accessoires aan het stuur van het voertuig moeten zo licht mogelijk zijn. Het extra gewicht kan het sturen van het voertuig moeilijker maken.
- Let erop dat de accessoires of bagage niet hinderen bij de bedie- ning van het voertuig.
- Maak de bagage stevig vast. Als de bagage verschuift, kan dit het sturen bemoeilijken waardoor de veiligheid in gevaar wordt gebracht.
- Rijd met lage snelheid en vermijd heuvels bij het vervoeren van bagage. Bagage kan de stabiliteit en het stuurgedrag van uw ATV beïnvloeden.
- Zorg dat er voldoende afstand is om te remmen. De remweg neemt toe wanneer u bagage vervoert. Gebruik zoveel mogelijk het motorremvermogen.


INSPECTIE EN ONDERHOUD
ONDERHOUDSSCHEMA 6-2
GEREEDSCHAP 6-4
ACCU 6-5
BOUGIE 6-7
VERWIJDEREN VAN HET VOORWIEL EN ACHTERWIEL 6-29
VONKENVANGER 6-30
ZEKERING 6-31
ALGEMENE SMERING 6-32
INSPECTIE EN ONDERHOUD
ONDERHOUDSSCHEMA
| Onderdeel\Periode | Na 1 maand Elke | 3 maanden Elke 6 maanden | |
| Luchtfilterelement (6-17) - | S S | ||
| * Uitlaatpijpmoeren en knaldemper-bevestigingsbout | A | A | A |
| * Klespeling I - I | |||
| Bougie (6-7) | - | - | I |
| Om de 18 maanden vernieuwen | |||
| Vonkenvanger (6-30) -- $ | |||
| Benzineleiding (6-11) | - | I | I |
| * Om de 4 jaar vernieuwen | |||
| Motorolie en oliefilter (6-11) | V | - | V |
| Inspecteren telkens wanneer met het voertuig wordt gereden | |||
| Eindreductieolie (6-15) | - | - | I |
| Om de 2 jaar vernieuwen | |||
| Speling van gaskabel (6-9) | I | I | I |
| Stationair toerental (6-10) | I | I | I |
| Aandrijfriem - I V | |||
| Ketting (6-20) | Schoonmaken, smeren en inspecteren telkens wanneer met het voertuig wordt gereden | ||
| * Remmen (6-26) | I | I | I |
| Banden (6-23) | Elke maand inspecteren | ||
| * Stuurinrichting | I | I | I |
| * Vering | -- I | ||
| * Bouten en moeren van het frame | A | A | A |
| Algemene smering (6-32) | - | Sm | Sm |
I= Inspecteren en schoonmaken, afstellen, vernieuwen of voldoende smeren; S= Schoonmaken, A= Aandraaien, V= Vervangen, Sm= Smeren
Het is van groot belang dat u uw ATV regelmatig inspecteert en onderhoudt. Volg de richtlijnen in het onderhoudsschema. De perioden tussen de onderhoudsbeurten zijn aangegeven in maanden. Zorg dat u aan het eind van iedere periode het voorgeschreven onderhoud uitvoert.

WAARSCHUWIN
Verkeerd onderhoud of niet uitvoeren van het voorgeschreven onderhoud kan resulteren in een ongeluk.
Zorg dat uw ATV altijd in goede staat is. Vraag uw Suzuki-dealer of een vakkundige monteur om de onderhoudstaken te verrichten die met een sterretje (*) zijn gemerkt. Als u zelf ervaring hebt met technisch onderhoud, kunt u de niet gemerkte onderhoudstaken verrichten aan de hand van de instructies in dit hoofdstuk. Als u niet zeker weet hoe u deze onderhoudstaken moet uitvoeren, dient u deze door uw Suzuki-dealer te laten uitvoeren.

WAARSCHUWIN
Onderhoud uitvoeren aan de ATV met draaiende motor kan gevaarlijk zijn. U kunt vast komen te zitten in de bewegende onderdelen.
Stop de motor wanneer u onderhoud aan de ATV uitvoert.

WAARSCHUWIN
Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een gevaarlijk gas dat nauwelijks waarneembaar is omdat het kleurloos en reukloos is. Het inademen van koolmonoxide kan de dood of ernstig letsel veroorzaken.
Start de motor niet en laat deze niet draaien in een ruimte met weinig tot geen ventilatie.

VOORZICHTIG
Na het rijden kunnen de motorbehuizing, demper en remmen zeer heet worden.
Zorg ervoor dat alle onderdelen voldoende afgekoeld zijn om brandwonden te voorkomen wanneer u onderhoud uitvoert na het rijden.
LET OP
Gebruik van de ATV bij zware omstandigheden veroorzaakt meer slijtage van de onderdelen. Onder zware omstandigheden wordt veelvuldig rijden met volgas verstaan, of rijden in stoffige, natte, zanderige of modderige gebieden. Deze omstandigheden resulteren in een snellere slijtage van de ATV.
Als u uw ATV onder veeleisende omstandigheden gebruikt, dient u de onderhoudstaken vaker uit te voeren dan staat aangegeven in het schema. Als u vragen hebt betreffende de periodes tussen de verschillende onderhoudsbeurten, dient u uw Suzuki-dealer te raadplegen.
LET OP
Het gebruik van reserveonderde- len van slechte kwaliteit kan ertoe leiden dat de ATV sneller slijt en kan de levensduur van de ATV bekorten.
Gebruik uitsluitend originele Suzuki reserveonderdelen of gelijkwaardige onderdelen wanneer u onderdelen van uw voertuig vervangt.
LET OP
Onderhoudswerkzaamheden aan elektrische onderdelen terwijl het contactslot in de "ON" stand staat, kan resulteren in beschadiging van de elektrische onderdelen als gevolg van kortsluiting.
Zet het contact af voordat u begint aan onderhoud aan elektrische onderdelen om beschadiging door kortsluiting te voorkomen.
GEREEDSCHAP

Bij uw ATV wordt een gereedschapset geleverd. Deze bevindt zich onder het zadel.
ACCU
De accu bevindt zich onder het zadel. Dit is een gesloten-type accu en zodoende hoeft u het peil en het soortelijk gewicht van de elektrolyt niet te controleren. Vraag wel aan uw dealer om de spanningstoestand regelmatig te controleren.
OPMERKING:
- Voor het opladen van een accu van het gesloten type gebruik u een acculader die te gebruiken is met een accu van het gesloten type.
- Neem bij het vervangen van de accu contact op met uw erkende Suzuki-dealer.

WAARSCHUWING
De accupolen, aansluitklemmen en verband houdende accessoires bevatten lood en loodverbindingen. Lood is schadelijk voor de gezondheid wanneer dit in uw bloed terechtkomt.
Was uw handen na het werken met onderdelen die lood bevatten.

WAARSCHUWING
Verdund zwavelzuur van de accu kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken.
Draag bij het werken rondom de accu geschikte oogbescherming en handschoenen. Spoel uw ogen of lichaam overvloedig met water en roep meteen de hulp van een arts in als u letsel oploopt. Houd buiten het bereik van kinderen.

WAARSCHUWIN
Waterstofgas dat wordt geproduceerd door een accu kan ontploffen als het wordt blootgesteld aan vuur of vonken.
Houd vuur en vonken uit de buurt van de accu. Rook nooit wanneer u dichtbij de accu aan het werk bent.

WAARSCHUWIN
Schoonvegen van de accu met een droge doek kan statische elektriciteit opwekken, met kans op vonken en brandgevaar.
Veeg de accu schoon met een ietwat vochtige doek, om statische elektriciteit te vermijden.
LET OP
Als u de maximale laadstroom voor de accu van de ATV overschrijdt, kan dit leiden tot een kortere levensduur van de accu.
Overschrijd nooit de maximale laadstroom van de accu.
VERWIJDEREN VAN DE ACCU
Ga als volgt te werk om de accu te verwijderen:
- Verwijder het zadel zoals beschreven in het hoofdstuk VERWIJDEREN VAN HET ZADEL.

- Maak de negatieve (−) accuklem ① los.
- Verwijder de dop. Maak de positieve (+) accuklem ② los.
- Verwijder de band ③.
- Verwijder de accu ④.
Installeren van de accu:
- Verricht het installeren van de accu in omgekeerde volgorde van het verwijderen.
- Maak de accuklemmen stevig vast.
LET OP
Als u de accukabels op de verkeerde polen aansluit, kunnen het oplaadsysteem en de accu worden beschadigd.
De rode accukabel dient altijd te worden aangesloten op de positieve (+) accupool en de zwarte (of zwart met een wit streepje) accukabel dient te worden aangesloten op de negatieve (−) accupool.
WAARSCHUWIN
Accu's bevatten giftige stoffen waaronder zwavelzuur en lood. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor de mens en kunnen ook schade aan het milieu veroorza- ken.
Een versleten accu moet overeenkomstig de plaatselijke wetgeving worden weggedaan of gerecycled en mag niet met het normale huisvuil worden meegegeven. Wees voorzichtig dat u de accu niet schuin houdt wanneer u deze van het voertuig verwijdert. Het is anders mogelijk dat er zwavelzuur uit de accu loopt met mogelijk letsel tot gevolg.
OPMERKING:
- Kies hetzelfde type MF-accu wanneer u de accu moet vervangen.
- Laad de accu eens per maand op wanneer de ATV geruime tijd lang niet wordt gebruikt.

Het symbool van een afvalbak met een kruis erdoor bij Ⓐ op het acculabel geeft aan dat een opgebruikte accu in geen geval met het gewone huishoudafval mag worden weggegooid.
Het chemische symbool "Pb" voor lood bij Ⓑ geeft aan dat de accu meer dan 0,004% lood bevat.
Door te zorgen dat de opgebruikte accu op veilige wijze wordt verwerkt of ontmanteld, voorkomt u de mogelijke schadelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid, die kunnen resulteren als de accu op onjuiste wijze wordt weggegooid. Het hergebruik van de materialen bespaart bovendien kostbare natuurlijke grondstoffen. Voor nadere informatie over het verwerken of recyclen van een opgebruikte accu kunt u contact opnemen met uw Suzuki dealer.
BOUGIE
Uw ATV is uitgerust met een NGK CR6HSA of DENSO U20FSR-U bougie. Om te bepalen of de standaard-bougie geschikt is voor uw gebruik van het voertuig, moet u naar de kleur van het porselein van de middenelektrode kijken nadat u met het voertuig hebt gereden. Een lichtbruine kleur betekent dat de bougie geschikt is. Een witte of een donkere kleur wijst erop dat de motor afgesteld moet worden of dat misschien een ander type bougie gebruikt moet worden. Raadpleeg uw Suzuki-dealer als het porselein van de bougie niet lichtbruin is.
LET OP
Het is mogelijk dat een onjuiste bougie niet goed past of een verkeerde warmtegraad heeft. Dit kan ernstige schade aan de motor veroorzaken die mogelijk niet onder de garantie valt.
Gebruik een van de bougies die hieronder wordt aangegeven of een gelijkwaardige bougie. Raadpleeg uw Suzuki-dealer als u niet zeker weet welke bougie de juiste is voor uw gebruik van het voertuig.
| NGK DENSO OPMERKINGEN | ||
| CR6HSA U20FSR-U Standaard | ||
| CR7HSA U22FSR-U | Als de standaard-bougie gauw teheet wordt,gebruik dan deze bougie. | |
OPMERKING: Als de bovenstaande bougies niet verkrijgbaar zijn, raadpleeg dan uw Suzuki-dealer.
OPMERKING: Dit voertuig maakt gebruik van ontstoorde bougies om storing in de elektronische onderdelen te voorkomen. Wanneer verkeerde bougies worden gebruikt, kan dit resulteren in elektronische interferentie in het ontstekingssysteem van het voertuig, met een inferieure prestatie van het voertuig tot gevolg. Gebruik uitsluitend de aanbevolen bougies.
Om de bougie aan te brengen, draait u deze zo ver mogelijk met uw vingers naar binnen en draait hem daarna met een sleutel vast.
LET OP
Als u de bougie verkeerd aanbrengt, kan dit schade aan uw ATV veroorzaken. Een bougie met een verkeerde schroefdraad of een bougie die te strak is aangehaald, beschadigt de aluminium schroefdraad van de cilinderkop.
Draai de bougie voorzichtig met de hand vast in de schroefdraad. Als u een nieuwe bougie monteert, draait u deze met een sleutel ongeveer 1/2 slag voorbij aan de handvaste positie. Als u een gebruikte bougie monteert, draait u deze met een sleutel ongeveer 1/8 slag voorbij aan de handvaste positie.
LET OP
Vuil kan schade aan de bewe- gende motoronderdelen van de ATV toebrengen wanneer het door een open bougiegat de motor bin- nendringt.
Dek het bougiegat af zodra u de bougie hebt verwijderd.

Houd de bougie vrij van koolaanslag zodat er een hete en sterke vonk is. Verwijder de koolaanslag en stel de elektrodenafstand af op 0,6 - 0,7 mm zodat een goede ontsteking wordt verkregen. Gebruik een voelermaatje om de elektrodenafstand af te stellen.
Meet de gaskabelspeling door de gashendel in te drukken. De gashendel moet ongeveer 2,0 – 4,0 mm spelling hebben.

- Draai de borgmoer ① los.
- Draai de afsteller ② naar binnen of buiten tot de juiste speling is verkregen.
- Draai de borgmoer ① vast.
- Controleer de gaskabelspeling opnieuw. Stel de speling nog een keer af wanneer deze niet binnen de tolerantiegrenzen is.

WAARSCHUWIN
Als de speling van de gaskabel niet juist is afgesteld, kan dit ertoe leiden dat het toerental plotseling toeneemt wanneer u aan het stuur draait. Hierdoor kunt u de macht over het stuur verliezen, met kans op ongelukken.
Stel de speling van de gaskabel zo af dat het stationair toerental niet toeneemt wanneer u het stuur beweegt.
Stofhoezen van gaskabel

De gaskabel is voorzien van stofhoezen. Controleer of de stofhoezen stevig vastzitten. Breng tijdens het wassen niet rechtstreeks water op de stofhoezen aan. Veeg eventueel vuil met een natte doek van de stofhoezen af.
AFSTELLEN VAN HET STATIONAIR TOERENTAL
Voor het afstellen van het stationair toerental hebt u een toerenteller nodig. Als u geen toerenteller hebt, moet u naar uw Suzuki-dealer gaan om deze afstelling te laten uitvoeren.

Afstellen van het stationair toerental:
- Start de motor en laat deze warmdraaien.
- Draai de gasklepstelschroef ① naar binnen of buiten zodat de motor met 1700 – 1900 t/min draait.

WAARSCHUWIN
Een onjuiste afstelling van het stationair toerental kan gevaarlijk zijn. Wanneer het stationair toerental te hoog is afgesteld, kan de ATV naar voren schieten wanneer u de motor start. Dit kan leiden tot een ongeluk. Bovendien zal de motor sneller slijten als het stationair toerental niet juist is afgesteld of wanneer de motor niet volledig is opgewarmd.
Zorg dat het stationair toerental correct is afgesteld. Wacht met het afstellen van het stationair toerental totdat de motor volledig is opgewarmd.
BENZINESLANG

Inspecteer de benzineslang op beschadiging en lekkage. Vervang de benzineslang als defecten worden vastgesteld.
MOTOROLIE
De levensduur van uw motor wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de motorolie en de frequentie waarmee de olie ververst wordt. Het dagelijks controleren van het oliepeil en het periodiek verversen van de olie behoren tot de belangrijkste onderhoudspunten.
Controleren van het motoroliepeil

Controleer het motoroliepeil met behulp van de peilstok. De peilstok komt samen met de olievuldop naar buiten, zoals afgebeeld. Het oliepeil op de peilstok moet tussen de "L" (laag) en "F" (vol) streepjes staan.
Volg de onderstaande procedure voor het controleren van het motoroliepeil.
- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond.
- Start de motor en laat deze drie minuten stationair draaien.
- Zet de motor af en wacht drie minuten.
- Verwijder de oliepeilstok en maak die schoon.
- Steek de oliepeilstok in het olie- vulgat. De schroefdraad van de olievuldop wordt niet naar binnen gedraaid maar raakt enkel de bovenrand van het olievulgat.
- Trek de oliepeilstok uit en contro-leer het oliepeil.
- Breng de oliepeilstok weer aan.
LET OP
Gebruik van de ATV met te weinig of te veel olie kan beschadiging van de motor veroorzaken.
Parkeer de ATV op een vlakke en horizontale ondergrond. Controleer het motoroliepeil met behulp van de peilstok telkens voordat u het voertuig gebruikt. Zorg dat het oliepeil altijd boven het "L" (laag) streepje is en onder het "F" (vol) streepje.
Verversen van de motorolie en vervangen van het oliefilter
Ververs de motorolie op de voorge-schreven tijdstippen. De motor moet altijd warm zijn wanneer de olie ver-verst wordt zodat alle olie wordt afge-tapt. Ga als volgt te werk:

- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond.
- Verwijder de olievuldop ①.

- Verwijder de aftapplug ② en de pakking ③ uit de rechter carterhelft en laat de olie in een opvangbak lopen.
WAARSCHUWIN
Wanneer kinderen of huisdieren per ongeluk nieuwe of afgewerkte olie binnen krijgen, kan dit ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Veelvuldig en langdurig contact met afgewerkte olie kan huidkanker veroorzaken. Kortstondige aanraking met olie kan huidirritatie veroorzaken.
Houd nieuwe en afgewerkte olie en gebruikte oliefilters altijd buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Om eventueel contact met afgewerkte olie tot een minimum te beperken, moet u kleding met lange mouwen dragen en ook handschoenen die geen vloeistof doorlaten (zoals afwashandschoenen) wanneer u de olie ververst. Als er olie op uw huid terechtkomt, was dan de betreffende plaats grondig met zeep en water. Kleding of doeken waarop olie terecht is gekomen, moeten in de was worden gedaan. Recycle afgewerkte olie of gebruikte filters of ruim deze op de juiste manier op.
LET OP
Wanneer u de motor laat draaien terwijl de motorolie wordt afgetapt, ontstaat er een tekort aan olie waardoor de motor beschadigd kan raken.
Gebruik niet de elektrische start- schakelaar tijdens het verversen van de motorolie.
OPMERKING:
- Recycle afgewerkte olie of ruim deze op de juiste manier op.
- Controleer voordat u met de werkzaamheden begint of er geen vuil, modder of andere verontreinigingen in de oliekan of op het montage-oppervlak van het oliefilter zijn.

- Verwijder de drie bouten ④ waarmee het filterdop is bevestigd.
- Verwijder het filterdop ⑤ en trek het oude oliefilterelement ⑥ naar buiten. Breng een nieuw oliefilterement in dezelfde positie aan.
LET OP
Gebruik van een oliefilter van een ander dan het juiste ontwerp kan uw ATV beschadigen.
Gebruik een origineel Suzuki oliefilter of een gelijkwaardig filter dat ontworpen is voor uw ATV.
LET OP
Als het nieuwe oliefilter niet juist wordt aangebracht, kan dit schade aan de motor veroorzaken. Er zal geen olie stromen als het oliefilter verkeerd om wordt aangebracht.
Steek het open uiteinde van het nieuwe oliefilter in de motor.

- Controleer of de filterveer ⑦ en de "O" ring ⑧ juist zijn bevestigd.
OPMERKING: Gebruik een nieuwe "O" ring telkens wanneer het oliefilter-element wordt vervangen.
- Monteer het oliefilterdop en draai de bouten stevig vast.
- Vervang de pakking van de aftapplug ③ door een nieuwe. Monteer de aftapplug ② en de pakking ③. Draai de aftapplug met een momentsleutel stevig vast. Giet ongeveer 1050 ml van de voorgeschreven olie in het olievulgat. (Zie het hoofdstuk "AANBEVOLEN BENZINE EN OLIE".)
Aanhaalkoppel van aftapplug: 17,5 N·m (1,75 kgf·m)
OPMERKING: Ongeveer 950 ml olie is nodig wanneer alleen de olie wordt ververst.
LET OP
Als u verkeerde olie gebruikt, kan dit schade aan uw ATV veroorzaken. Wanneer u olie gebruikt die niet voldoet aan de specificaties van Suzuki, kan dit schade aan de motor veroorzaken.
Gebruik de olie die wordt voorge- schreven in het hoofdstuk AAN- BEVOLEN BENZINE EN OLIE.
- Start de motor (terwijl het voertuig buiten staat en op een horizontale ondergrond) en laat deze drie minuten stationair draaien.
- Zet de motor af en wacht drie minuten. Controleer opnieuw het oliepeil. Het oliepeil moet bij het "F" (vol) streepje staan. Als het oliepeil onder het "L" streepje staat, vul dan olie bij tot het oliepeil tussen het "L" streepje en het "F" streepje staat. Controleer rondom de aftapplug en rondom het oliefilterdop op olielekkage.
EINDREDUCTIEOLIE
Controleer en ververs de eindreductieolie overeenkomstig de aanwijzingen in het ONDERHOUDSSCHEMA. Bij het verversen van de olie moet API (American Petroleum Institute) klasse SG, SH, SJ of SL, of JASO klasse MA olie worden gebruikt.
Controleren van het peil van de eindreductieolie
Volg de onderstaande procedure voor het controleren van het oliepeil.
- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond.

- Verwijder het zadel. Verwijder de sluitingen en de haak.

- Verwijder de linker treeplank ①.

- Verwijder het koppelingsdeksel ②.

- Verwijder de oliepeil-controlebout ③. Controleer of de olie tot de onderrand van het oliepeil-controlegat reikt. Als de olie onder de onderrand van het gat staat, controleer dan eerst de tandwielkast op lekkage en vul daarna olie bij tot de olie tot de onderrand van het gat reikt. Als er te veel olie in de tandwielkast is, kunt u deze via het gat naar buiten laten stromen.
Verversen van de eindreductieolie
- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond.
- Verwijder de oliepeil-controlebout ③. Verwijder de aftapbout ④ en tap de olie af.
- Breng de aftapbout weer aan. Giet 90 ml verse olie via het oliepeil-controlegat naar binnen.
- Monteer de oliepeil-controlebout.
WAARSCHUWIN
Wanneer kinderen of huisdieren per ongeluk nieuwe of afgewerkte olie binnen krijgen, kan dit ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Veelvuldig en langdurig contact met afgewerkte olie kan huidkanker veroorzaken. Kortstondige aanraking met afgewerkte olie kan huidirritatie veroorzaken.
Houd nieuwe en afgewerkte olie altijd buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Om eventueel contact met afgewerkte olie tot een minimum te beperken, moet u kleding met lange mouwen dragen en ook handschoenen die geen vloeistof doorlaten (zoals afwas-handschoenen) wanneer u de olie ververst. Als er olie op uw huid terechtkomt, was dan de betreffende plaats grondig met zeep en water. Kleding of doeken waarop olie terecht is gekomen, moeten in de was worden gedaan. Recycle afgewerkte olie of ruim deze op de juiste manier op.
LUCHTFILTER
Als het luchtfilterelement met stof verstopt raakt, zal de luchtinvoer naar de motor grotere weerstand ondervinden, waardoor het vermogen van de motor afneemt en het benzineverbruik toeneemt. Als u de ATV onder normale, niet al te zware omstandigheden gebruikt, hoeft u het luchtfilter enkel op de voorgeschreven tijdstippen schoon te maken. Als u veel in stoffige, natte of modderige omstandigheden rijdt, kan het nodig zijn dat het luchtfilterelement vaker moet worden schoongemaakt. Gebruik de volgende procedure om het element te verwijderen en te inspecteren.
WAARSCHUWIN
Het is gevaarlijk om de motor te laten draaien wanneer het luchtfilter niet op de juiste wijze is aangebracht. Er kan een vlam vanaf de carburateur naar het luchtinlaathuis overslaan zonder dat het luchtfilterelement deze tegenhoudt. Bovendien kan de motor ernstig beschadigd raken als er vuil in de motor terechtkomt als gevolg van het draaien van de motor zonder aangebracht luchtfilterelement.
Laat de motor nooit draaien wanneer het luchtfilter niet is aangebracht.
LET OP
Indien het luchtfilterelement niet regelmatig nagekeken wordt wanneer de ATV in stoffige, natte of modderige omstandigheden wordt gebruikt, kan er schade aan het voertuig ontstaan. Het luchtfilterelement kan bij deze omstandigheden verstopt raken, met beschadiging van de motor tot gevolg.
Inspecteer altijd het luchtfilterelement na het rijden in extreme omstandigheden. Reinig of vervang het element indien vereist. Reinig het luchtfilterelement en de binnenkant van het luchtfilterhuis onmiddellijk wanneer er water in het luchtfilterhuis terechtkomt.
OPMERKING: Wees bij het schoon- maken van de ATV voorzichtig dat er geen water op het luchtfilterhuis spat.
Verwijderen van het luchtfilterelement

- Verwijder het rechter framedeksel ①.

- Verwijder de luchtfilterkap ②.

- Neem het luchtfilterelement ③ naar buiten.
Wassen van het luchtfilterelement Was het element als volgt:

- Vul een bak die groter is dan het element met een niet ontvlambaar oplosmiddel Ⓐ. Dompel het element in het oplosmiddel en maak het schoon.
- Pers het oplosmiddel uit het schoongemaakte element door het element tussen de palmen van uw handen te drukken. Wring het element niet uit, want dat kan resulteren in scheuren.
- Dompel het element in een andere bak gevuld met motorolie Ⓑ. Druk het element in elkaar om de overtollige olie te verwijderen. Het element moet bevochtigd zijn met motorolie (maar de olie mag er niet uit druipen).
LET OP
Een scheur in het luchtfilterelement leidt ertoe dat vuil de motor kan binnendringen. Dit kan de motor beschadigen.
Vervang het element als het gescheurd is. Inspecteer het luchtfilterelement zorgvuldig op scheurtjes tijdens het reinigen van het element.
- Monteer het schoongemaakte element in de omgekeerde volgorde van het verwijderen. Zorg dat het element juist en stevig bevestigd is.

WAARSCHUWIN
Olie en oplosmiddel kunnen letsel aan kinderen en huisdieren veroorzaken.
Houd olie en oplosmiddel altijd buiten het bereik van kinderen en huisdieren. Ruim gebruikte olie en oplosmiddel op de juiste wijze op.
LET OP
Als u het luchtfilterelement niet op de juiste wijze plaatst, kan dit ertoe leiden dat er vuil langs het element gaat. Dit veroorzaakt schade aan de motor.
Zorg ervoor dat u het luchtfilterelement op de juiste wijze plaatst.
AFVOERBUISJE VAN LUCHTFILTER

Controleer regelmatig het afvoerbuisje aangegeven door de pijl, om te kijken of er zich misschien benzine of olie in het buisje heeft verzameld. Als er benzine of olie in het afvoerbuisje is, moet u het afvoerbuisje losmaken, de benzine of olie in een geschikte bak laten weglopen en dan het buisje weer aanbrengen.

WAARSCHUWIN
Olie en benzine zijn brandbaar en ook schadelijk wanneer deze worden gedronken.
Zorg dat u olie of benzine altijd in een geschikte bak laat weglopen en gooi deze dan op de juiste wijze weg.
KETTING
De toestand en de afstelling van de ketting moeten telkens voordat u het voertuig gebruikt gecontroleerd worden. Volg altijd de richtlijnen die hierna worden beschreven voor het inspecteren en onderhouden van de ketting.

WAARSCHUWIN
Het is gevaarlijk wanneer u de ketting niet controleert telkens voordat u gaat rijden. Als u met de motorfiets rijdt terwijl de ketting in slechte staat is of onjuist is afgesteld, kan dit leiden tot een ongeluk.
Controleer voor iedere rit de ketting, stel deze af en onderhoud deze op de juiste wijze, zoals wordt beschreven in dit hoofdstuk.
Inspecteren van de ketting
Controleer de ketting op de volgende punten:
- Losse pennen
- Beschadigde rollen
• Droge of verroeste schakels
• Verbogen of vastzittende schakels
• Overmatige slijtage
Als er problemen zijn met de toestand van de ketting, moet u deze meteen verhelpen. Raadpleeg indien nodig uw erkende Suzuki-dealer of een vak-kundige monteur.
Goed Versleten

Als de ketting beschadigd is, bestaat de kans dat ook de tandwielen beschadigd zijn. Controleer de tandwielen op de volgende punten:
• Overmatige slijtage van de tanden
- Afgebroken of beschadigde tanden
- Losse bevestigingsmoer(en) van de tandwielen
Raadpleeg uw erkende Suzuki-dealer of een vakkundige monteur als u een van deze problemen met uw tandwiel aantreft.
OPMERKING: De twee tandwielen dienen op slijtage gecontroleerd te worden wanneer een nieuwe ketting wordt gemonteerd. Vervang de tandwielen indien nodig.

WAARSCHUWIN
Wanneer u een vervangingsketting niet juist monteert of als u een scharnierclip-type ketting gebruikt, ontstaat er een bijzonder gevaarlijke situatie. Een verkeerd gemonteerde hoofdverbindings-schakel of een scharnierclip-type ketting kan breken en een ongeluk of zware motorbeschadiging veroorzaken.
Gebruik geen scharnierclip-type ketting. Bij het vervangen van de ketting hebt u een speciaal klinkgereedschap en een topkwaliteit, niet scharnierclip-type ketting nodig. Vraag een erkende Suzuki-dealer of een vakkundige monteur om deze werkzaamheden uit te voeren.
SCHOONMAKEN EN SMEREN VAN DE KETTING
- Verwijder vuil en modder van de ketting. Wees voorzichtig dat u de afdichtring niet beschadigt.
- Maak de ketting met een speciaal reinigingsmiddel voor afgedichte kettingen schoon of met water en een neutraal schoonmaakmiddel.
LET OP
Wanneer de ketting verkeerd wordt schoongemaakt, kunnen de afdichtringen worden beschadigd en is de ketting niet meer bruikbaar.
- Gebruik geen vluchtige oplosmiddelen zoals witte spiritus, kerosine of wasbenzine.
- Gebruik geen hogedrukreiniger om de ketting schoon te maken.
-
Gebruik geen staalborstel om de ketting schoon te maken.
-
Gebruik een zachte borstel om de ketting schoon te maken. Wees voorzichtig dat u de afdichtring niet beschadigt, ook bij gebruik van een zachte borstel.
- Veeg het water en het neutrale schoonmaakmiddel weg.
- Smeer de ketting met een speciaal kettingsmeermiddel voor afgedichte kettingen of met olie met hoge viscositeit (#80 - 90).
LET OP
Sommige kettingsmeermiddelen bevatten oplosmiddelen of andere toevoegingen die de afdichtringen in de ketting kunnen beschadigen.
Gebruik een kettingsmeermiddel dat speciaal bedoeld voor gebruik met afgedichte kettingen.
- Smeer zowel de voor- als de achterplaatjes van de ketting.
- Veeg na het smeren het overtol- lige smeermiddel volledig van de ketting af.
Afstellen van de ketting

De ketting moet zodanig worden afgesteld dat er 15 – 25 mm doorbuiging is, zoals hierboven is aangegeven.
Ga als volgt te werk om de ketting af te stellen:

- Verwijder de schroeven ① en het kettingdeksel ②.

- Draai de bout ③, ④ los.
- Stel de doorbuiging van de ketting af door de kettingstelmoeren ⑤ over een gelijke afstand te verdraaien om de ketting strakker of slapper te spannen.
- Wanneer de juiste spanning is verkregen, draait u de bout ③, ④ vast.
Aanhaalkoppel van bout
③: 120 N·m (12,0 kgf·m)
④: 94 N·m (9,4 kgf·m)
- Draai de stelmoeren ⑤ vast.
- Controleer de slag van de remhendel zoals aangegeven op blz. 6-27. Stel de rem indien nodig af.
WAARSCHUWIN
Het is gevaarlijk als u de kettings- panning niet controleert telkens voordat u het voertuig gebruikt. Een onvoldoende gespannen ket- ting kan ertoe leiden dat de ketting van de tandwielen loopt, hetgeen een ongeluk of ernstige schade aan het voertuig kan veroorzaken.
Controleer voor elke rit de ketting- spanning en stel deze af.
BANDEN
De ATV is uitgerust met tubeless-banden met lage bandenspanning. De maat en het type zijn als volgt:
| Voor Achter | ||
| Maat AT1 | 19 × 7-8 | 19 × 7-8 |
| Type | DURODI-K149A | DURODI-K549 |
WAARSCHUWIN
Als u verkeerde banden op de ATV gebruikt of als de banden niet op de juiste spanning zijn, kunt u de controle over de ATV verliezen.
Gebruik altijd de maat en het type banden dat wordt voorgeschreven. Houd de banden op de juiste spanning zoals beschreven in dit hoofdstuk.
Banden slijten, ook als ze niet worden gebruikt of als ze slechts af en toe worden gebruikt. Scheuren in het profiel of in het rubber van de zijwand, waarbij soms ook vervorming van het karkas optreedt, zijn een teken van slijtage. Oude en niet gebruikte banden moeten door een bandenspecialist worden gecontroleerd om vast te stellen of ze nog geschikt zijn voor gebruik.
Toestand van de banden Bandenspanning


WAARSCHUWIN
Gebruik van versleten banden is gevaarlijk. De tractie van het voertuig zal minder zijn bij gebruik van versleten banden. Dit vergroot uw kans op een ongeluk.
Vervang de voor- en achterbanden wanneer de diepte van het loopvlak van de band 4,0 mm of minder is geworden.
In de gereedschapset die onder het zadel is vindt u een lagedrukmeter die gebruikt wordt om de luchtdruk in de banden van de ATV te meten. Controleer de luchtdruk in alle banden voordat u het voertuig gebruikt. Een verkeerde luchtdruk heeft een nadelige invloed op de rijeigenschappen van het voertuig, het stuurgedrag, de tractie, de levensduur van de banden en het comfort van de rijder. Zorg dat alle banden op de voorgeschreven spanning zijn, die hierna is aangegeven. De bandenspanning moet worden gemeten en afgesteld wanneer de banden koud zijn, want anders wordt een foutieve meetwaarde verkregen.
| BANDENSPANNING BIJ KOUDE BANDEN | |
| Voor | 22,5 kPa0,225 kgf/cm2 |
| Achter | 20 kPa0,20 kgf/cm2 |

WAARSCHUWIN
Als er te veel lucht in een band is, kan deze ontploffen, met ernstig letsel tot gevolg.
Controleer de luchtdruk regelmatig terwijl u de band oppompt, totdat de voorgeschreven spanning is verkregen.
Vevangen van de banden
Uw ATV is uitgerust met tubeless- banden met lage bandenspanning. De luchtafdichting vindt plaats tussen het contactvlak van de binnenste wielvelg en de hiel van de band. Als de binnenste wielvelg of de hiel van de band beschadigd is, kan er lucht weglopen. Wees voorzichtig dat u deze delen niet beschadigt bij het ver- vangen van de banden.
Gebruik altijd het juiste gereedschap bij het repareren of vervangen van de banden, om beschadiging aan de hiel van de band of de wielvelgen te voorkomen. Laat deze werkzaamheden door uw Suzuki-dealer of een andere vakkundige monteur uitvoeren.
Wanneer de hiel van de band loskomt van het wiel, moet u uiterst voorzichtig zijn dat het binnenste wieloppervlak of de hiel van de band niet wordt beschadigd.

Zorg dat de pijl Ⓐ op de zijwand van de band in de draairichting van de band wijst.
WAARSCHUWIN
Bij gebruik van banden die verkeerd gemonteerd zijn kan de ATV een onbetrouwbare besturing hebben, wat kan resulteren in een ongeluk.
De banden zijn ontworpen om in een bepaalde richting te draaien die is aangegeven door pijlen op de zijwand van de band. Monteer de banden zo dat deze in de juiste richting draaien.
Repareren van tubeless-banden
Als er lucht uit een band wegloopt als gevolg van een gaatje of andere beschadiging, kunt u de band met een plug-type pleister repareren. Indien er een snee in de band is of als het gat niet kan worden gerepareerd met een plug-type pleister, moet de band worden vervangen. Bij gebruik van de ATV in gebieden waar transport- of onderhoudsdiensten niet beschikbaar zijn, raden wij u aan een plug-type bandenreparatiekit en een fietspomp mee te nemen.
REMMEN
De ATV is voor en achter uitgerust met trommelremmen.

WAARSCHUWIN
Wanneer u de remsystemen van de ATV niet juist inspecteert en onderhoudt, vergroot u de kans op een ongeluk.
Controleer de remmen telkens voordat u het voertuig gebruikt zoals beschreven in het hoofdstuk CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN. Onderhoud de remmen zoals beschreven in het ONDER-HOUDSSCHEMA.

WAARSCHUWIN
Rijden met de ATV in modder, water, zand of andere extreme omstandigheden heeft een verhoogde slijtage van de remmen tot gevolg. Dit zou kunnen leiden tot een ongeluk.
Als u uw voertuig onder deze omstandigheden gebruikt, moeten de remmen vaker gecontroleerd worden dan in het ONDER-HOUDSSCHEMA is aangegeven.
Afstellen van de voorremhendel
Controleer de voorremmen op juiste werking telkens voordat u gaat rijden. Stel de voorremmen indien nodig als volgt af:
- Plaats het voertuig op een vlakke ondergrond. Til het vooreind van het voertuig omhoog en plaats een stevig voorwerp, zoals een houten blok, op de juiste wijze onder het frame.

-
Draai de bovenste en de onderste kabelafsteller over een gelijke afstand totdat de speling van de remhendel, gemeten bij de remhendelhouder, 3,0 - 7,0 mm is wanneer de remhendel wordt ingetrokken. Zorg dat er minimaal 5 mm van de schroefdraad ① van de afsteller in de remhendelhouder is gedraaid, zoals aangegeven in de afbeelding. Als met de kabelafstellers geen bevredigende afstelling kan worden verkregen, draait u de linker en de rechter remnaafafsteller ② over een gelijke afstand om de voorge-schreven afstelling te verkrijgen.
-
Draai de bovenste en de onderste kabelafsteller zodanig dat bij het volledig intrekken van de remhendel de kabelhouder recht omhoog staat. Deze afstelling is van belang om een soepele remwerking te verkrijgen en om ongelijkmatige slijtage van de remschoenen van de linker en rechter remmen te voorkomen. Controleer de speling van de remhendel opnieuw en herhaal stap (2) indien nodig.
-
Laat de voorremhendel los. Draai de voorwielen met de hand rond en controleer of de remmen niet slepen. Als een van de remmen sleept, moet de speling van de remhendel wat groter gemaakt worden. Herhaal de stappen (2) en (3).
Afstellen van de achterremhendel/parkeerrem
Controleer de achterrem op juiste werking telkens voordat u gaat rijden. Stel de achterrem indien nodig als volgt af terwijl de motor is afgezet.

-
De speling van de achterremhendel, gemeten bij de hendelhouder, moet 3 – 5 mm bedragen wanneer de remhendel wordt ingetrokken. Gebruik de stelmoer ② om de speling van de remhendel af te stellen. Draai de moer in de richting van de klok om de speling van de remhendel te verkleinen.
-
Na het afstellen van de speling van de achterremhendel moet u controleren of de achterwielen vrij kunnen ronddraaien wanneer de rem wordt losgelaten en de achterwielen van de grond af zijn.
- Vergrendel de parkeerrem door de remhendel in te trekken en op de vergrendelknop ① te drukken.
- Controleer of de achterwielen geblokkeerd zijn door het voertuig naar voren en achteren te bewegen.
- Stel de achterremhendel-stelmoer ② opnieuw af als de achterwielen niet vrij ronddraaien in stap 2 of als de achterwielen niet geblokkeerd zijn in stap 4.
WAARSCHUWIN
Wanneer de parkeerrem niet juis is afgesteld, kan de rem gaan slepen of is het mogelijk dat de rem de wielen niet blokkeert wanneer deze wordt ingeschakeld.
Nadat de parkeerrem is afgesteld, moet u de achterwielen van de grond afnemen en controleren of deze vrij ronddraaien nadat de rem is vrijgezet. Controleer ook of de achterwielen stevig geblokkeerd zijn wanneer de parkeerrem gebruikt wordt.
SLIJTAGEGRENS VAN DE REMVOERINGEN
VOOR

Dit voertuig is uitgerust met slijtage-grens-indicators voor de voor- en de achterremmen. Controleer de slijtage van de remvoeringen als volgt:
- Zorg dat de remmen juist zijn afgesteld.
- Terwijl u de remhendel volledig intrekt of het rempedaal volledig intrapt, controleert u of de verlenglijn van het indexteken binnen het voorgeschreven bereik is.
- Als de verlenglijn buiten het bereik is, moet u de remschoenen door uw Suzuki-dealer laten vervangen.

WAARSCHUWIN
Als u rijdt met versleten rem- schoenen of met ongelijkmatig versleten remschoenen, neemt de kans op een ongeluk toe.
Controleer de slijtage van de rem- schoenen en vervang de rem- schoenen naar vereist. Vervang de remschoenen altijd in sets.
VERWIJDEREN VAN HET VOORWIEL EN ACHTERWIEL
VOOR

- Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond en vergrendel de parkeerrem.
- Draai de wielmoeren los van het wiel dat verwijderd moet worden.
- Til het voor- of achtereind van het voertuig omhoog en plaats een krik of blok onder de as.
- Verwijder de wielmoeren.
- Verwijder het wiel. Om het wiel weer te monteren, voert u de hiervoor beschreven stappen in de omgekeerde volgorde uit. Haal de wielmoeren met de voorgeschreven koppels aan.
Aanhaalkoppel
| Voor en achter | 55 N·m5,5 kgf·m |
WAARSCHUWIN
Als de wielmoeren niet juist zijn aangehaald, kan het wiel losraken met een ongeluk tot gevolg.
Zorg dat de wielmoeren altijd met het voorgeschreven koppel worden aangehaald. Als u geen momentsleutel hebt of als u niet weet hoe u een momentsleutel moet gebruiken, vraag dan aan uw Suzuki-dealer om het aanhaalkoppel van de moeren te controleren.
VONKENVANGER
De knaldemper is uitgerust met een vonkenvanger die regelmatig schoongemaakt moet worden om een optimale werking te waarborgen. Reinig de vonkenvanger zoals hieronder is beschreven op de tijdstippen aangegeven in het onderhoudsschema.
VOORZICHTIG
U kunt zich verbranden aan een hete knaldemper.
Wacht totdat de knaldemper voldoende is afgekoeld voordat u de vonkenvanger gaat schoonmaken.

- Verwijder de bout ① en trek de vonkenvanger ② naar buiten.
- Verwijder met een borstel de kool-aanslag van de vonkervangerzeef. Wees voorzichtig dat u de zeef niet beschadigt. Controleer of er geen gaten of scheurtjes in de zeef zijn.
- Monteer de vonkenvanger in de omgekeerde volgorde van het verwijderen.
ZEKERING
Als een elektrisch onderdeel van uw ATV niet meer werkt, moet u eerst controlleren of een zekering is doorgebrand. De elektrische circuits van de ATV zijn beveiligd tegen overbelasting door middel van zekeringen in de circuits.
Als een zekering doorbrandt, moet het elektrische probleem worden onderzocht en verholpen voordat de doorgebrande zekering door een nieuwe wordt vervangen. Raadpleeg uw Suzuki-dealer voor het controleren en repareren van het elektrische systeem.
WAARSCHUWIN
Wanneer een zekering door een zekering met een verkeerd amperage wordt vervangen of als er een stukje aluminiumfolie of draad wordt gebruikt, kan dit resulteren in ernstige beschadiging van het elektrische systeem en mogelijk brand. Vervang een doorgebrande zekering altijd door een zekering met hetzelfde amperage.
Als de nieuwe zekering spoedig opnieuw doorbrandt, is het mogelijk dat het elektrische probleem niet is verholpen. Laat uw ATV in dit geval meteen door een Suzuki-dealer nakijken.

Het zekeringenkastje bevindt zich onder het zadel. Als er een storing is in het elektrische systeem, moet u eerst de zekering controleren. Er is een 10A reservezekering in het zekeringenkastje.
ALGEMENE SMERING
Een juiste smering is belangrijk voor een veilig en soepel gebruik en een lange levensduur van uw voertuig. Zorg dat alle vereiste smering wordt uitgevoerd tijdens het periodieke onderhoud van het voertuig. Voer de smering vaker uit wanneer u de ATV bij zware omstandigheden gebruikt. Uw officiële Suzuki-dealer moet de algemene smering uitvoeren op de tijdstippen aangegeven in het ONDERHOUDSSCHEMA. Bij deze smering worden de wiellagers, de achterasbehuizing, de swingarmlagers, de draaipunt stuuras, de kabels en diverse andere onderdelen gesmeerd.
LET OP
Smeren van de elektrische schakelaars kan resulteren in beschadiging van de schakelaars.
Smeer geen vet of olie op de elektrische schakelaars.


O.....Motorolie
G.....Vet
D.....Smeervet aandrijfketting
①Draaipunt stuuras
②Remkabels
③Ketting
④Gashendel


STORINGZOEKEN
CONTROLLEREN VAN HET BRANDSTOFSYSTEEM 7-2
CONTROLE VAN HET ONTSTEKINGSSYSTEEM 7-3
STORINGZOEKEN
Deze storingsgids is bedoeld voor het oplossen van een aantal eenvoudige storingen die kunnen optreden.
LET OP
Ondeugdelijke reparaties of aanpassingen kunnen de ATV beschadigen in plaats van herstellen. Dergelijke schade valt mogelijk niet onder de garantie.
Als u niet zeker bent van de juiste handelswijze, dient u een officiële Suzuki-dealer te raadplegen over het probleem.
PROBLEEM:
De motor start moeilijk of kan helemaal niet gestart worden.
Er is een storing in het brandstofsystem of het ontstekingssysteem.
CONTROLLEREN VAN HET BRANDSTOFSYSTEEM
- Controleer of er voldoende benzine in de benzinetank is.
- Controleer of de motorstopschakelaar in de "○" stand staat en het contactslot in de "ON" stand.
-
Controleer of de benzinekraan in de "ON" stand staat.
-
Controleer of er voldoende benzine de carburateur bereikt vanaf de benzinetank.
a. Draai de aftapschroef aan de onderkant van de carburateur los. Laat de benzine van de carburateur weglopen in een bak.
WAARSCHUWIN
Benzine aftappen van de carburateur kan gevaarlijk zijn. De benzine kan in brand vliegen als u deze niet voorzichtig behandelt.
Zet de motor altijd af wanneer u de benzine van de carburateur aftapt. Rook niet en tap de benzine af op een plaats waar er geen open vlammen of vonken zijn. Mors geen benzine want deze kan in brand vliegen. Ruim de afgetapte benzine juist op.
b. Draai de aftapschroef vast.
c. Laat de motor een paar secon-
den draaien. Zet de motor af.
d. Draai de aftapschroef los en controleer of de carburateur weer gevuld is met benzine.
e.Als er inderdaad benzine naar de carburateur stroomt, moet u doorgaan naar het controleren van het ontstekingssysteem.
CONTROLE VAN HET ONTSTEKINGSSYSTEEM
- Verwijder de bougie en bevestig deze weer aan de bougiekap.

- Zet de motorstopschakelaar in de "Q" stand staat en het contactslot in de "ON" stand. Houd de bougievoet stevig tegen de motor aangedrukt en druk dan op de startschakelaar. Als het ontstekingssysteem normaal werkt, moet een blauwe vonk over de bougiespleet springen. Als er geen vonk is, breng het voertuig dan naar een officiële Suzuki-dealer.

WAARSCHUWIN
Verkeerd uitvoeren van de vonktest kan gevaarlijk zijn. Als u niet bekend bent met de procedure, kunt u een elektrische schok met een hoog voltage krijgen.
Voer deze test niet uit als u niet goed bekend bent met de procedure. Houd de bougie tijdens deze test uit de buurt van het bougiegat. Voer de test niet uit als u een hartaandoening of een pacemaker hebt.
PROBLEEM:
Motor slaat af
- Controleer of er voldoende benzine in de benzinetank is.
- Controleer of de bougie niet ver- vuuild is. Verwijder de bougie en maak deze schoon. Vervang de bougie indien nodig door een nieuwe.
- Controleer of de benzinekraan niet verstopt is. Controleer tevens of de ontluchtingsslang op de benzinetank is aangesloten en de slang niet verstopt is.
- Controleer het stationair toerental. Stel het toerental indien nodig af met behulp van een toerenteller. Het juiste stationair toerental is 1700 – 1900 t/min.

VERVOEREN
STARTEN VAN DE ATV NA VERVOER 8-3
VERVOEREN
De ATV kan het beste in de normale positie worden vervoerd. U kunt het voertuig ook steunend op de achterwielen vervoeren, maar dit is niet zo stabiel als de normale positie.

Gemorste accuvloeistof kan gevaarlijk zijn. Accuvloeistof is corrosief en kan verwondingen veroorzaken als deze op de huid terechtkomt. Accuvloeistof kan ook de onderdelen van de ATV beschadigen.
Verwijder de accu voordat u de ATV op de achterwielen vervoert.
Tap de benzine als volgt uit de carburateur af voordat u de ATV vervoert:
- Draai de benzinekraan in de "RES" stand.
- Draai de carburateur-aftapschroef los en laat de benzine van de carburateur weglopen in een lege bak.
- Nadat de benzine is afgetapt, draait u de aftapschroef weer vast.

WAARSCHUWIN
Benzine aftappen van de carburateur kan gevaarlijk zijn. De benzine kan in brand vliegen als u deze niet voorzichtig behandelt.
Zet de motor altijd af wanneer u de benzine van de carburateur aftapt. Rook niet en tap de benzine af op een plaats waar er geen open vlammen of vonken zijn. Mors geen benzine want deze kan in brand vliegen. Ruim de afgetapte benzine juist op.

WAARSCHUWIN
Het niet stevig vastmaken van de ATV bij het transport kan leiden tot een ongeluk of beschadiging aan het voertuig.
Wanneer u de ATV vervoert, moet u de parkeerrem vergrendelen en het voertuig stevig met touwen, riemen of andere geschikte middelen vastmaken. Gebruik extra bevestigingsmiddelen wanneer u het voertuig recht overeind vervoert.
STARTEN VAN DE ATV NA VERVOER
Om benzine naar de carburateur te laten stromen, zet u de benzinekraan op "ON" en drukt dan een paar seconden op de startschakelaar.

SCHOONMAKEN EN STALLING
SCHOONMAKEN 9-2
VOORBEREIDINGEN VOOR SCHOONMAKEN 9-2
WASSEN VAN DE ATV 9-3
CONTROLE NA HET SCHOONMAKEN 9-4
STALLING 9-4
ONDERHOUD TIJDENS OPSLAG 9-5
WERKWIJZE BIJ OPNIEUW IN GEBRUIK NEMEN 9-5
SCHOONMAKEN EN STALLING
SCHOONMAKEN
Grondig reinigen van de ATV is een onderdeel van het vereiste onderhoud en zorgt ervoor dat uw ATV er fraai uitziet en in optimale conditie blijft. Bovendien zal dit de levensduur van de ATV verlengen.
Het is belangrijk dat u de ATV goed schoonmaakt en inspecteert als het voertuig gebruikt is in modder, hoog gras, zout water of erg stoffige omstandigheden.
Opeenhoping van modder, aange- koekt gras enz. op de motor en het uitlaatsysteem, zal het motorkoelver- mogen verminderen, kan beschadi- gingen verbergen en verhoogt de slijtage van bepaalde onderdelen. Zorg dat u tijdens het schoonmaken alle vuil van het voertuig verwijdert.
VOORBEREIDINGEN VOOR SCHOONMAKEN
Was de ATV voordat de modder vast- koekt.
Sluit het uiteinde van de uitlaatpijp (knaldemper) af met een stuk plastic, een doek of iets dergelijks om te voorkomen dat er water in de motor terechtkomt.
LET OP
Een hogedrukwaterstraal kan de ATV beschadigen. Hogedrukwaterstralen zoals in autowasserettes kunnen zo sterk zijn dat de onderdelen van de ATV worden beschadigd. Hierdoor kan roest, corrosie en verhoogde slijtage worden veroorzaakt.
Gebruik geen water onder hoge druk voor het schoonmaken van de ATV.
WASSEN VAN DE ATV
Het wassen van de ATV is in principe hetzelfde als het wassen van een auto.
OPMERKING: Reinig de ATV met koud water meteen na het rijden langs de kust. Gebruik geen warm water, want dat maakt corrosie alleen maar erger.
OPMERKING: Zorg dat de volgende onderdelen niet nat worden:
- Contactslot
- Bougie
• Dop van benzinetank - Stofhoezen van gaskabel
- Carburate
Gebruik een tuinslang met water op lage druk om het voornaamste vuil en andere verontreinigingen weg te spoelen. Was de ATV dan met water en een milde zeep of schoonmaakmiddel. Probeer om alle vuil, gras e.d. te verwijderen zonder een te hoge waterdruk te gebruiken, ook bij moeilijk bereikbare gedeelten zoals tussen de motorkoelribben, verbindingsstan-gen of montagebeugels. U kunt hierbij doeken, schoonmaakborstels of speciale handschoenen voor reinigingswerkzaamheden gebruiken. Wees voorzichtig met borstels want die kunnen soms krassen op het plastic veroorzaken of het lakwerk beschadigen. Spoel de ATV grondig af met schoon water. Droog alle delen met een zeemleer of een zachte, water-opnemende doek.
LET OP
Gebruik van een reinigingsmiddel op alkali- of zuurbasis, of gebruik van benzine, remvloeistof of een ander oplosmiddel op de ATV kan de onderdelen van de ATV beschadigen.
Gebruik voor het schoonmaken uitsluitend een zachte doek en warm water met een milde zeep.
CONTROLE NA HET SCHOONMAKEN
Verwijder de doek of het plastic dat u om de uitlaatpijp hebt aangebracht. Controleer de afvoerslangen aan de onderkant van het luchtfilterhuis en laat het water weglopen dat zich verzameld heeft. Voor een lange levensduur van uw ATV dient u het voeruitg te smeren overeenkomstig de aanwijzingen in het hoofdstuk "ALGEMENE SMERING".
WAARSCHUWIN
Gebruik van de ATV met natte remmen is gevaarlijk. Natte remmen hebben minder remvermogen dan droge remmen. Dit zou kunnen leiden tot een ongeluk.
Test na het wassen de remmen van de ATV terwijl u met langzame snelheid rijdt. Bedien de remmen indien nodig een paar maal zodat de remvoeringen door de wrijvingswarmte kunnen opdrogen.
Als u tijdens uw laatste rit moeilijkhe- den hebt ondervonden, controleer de ATV dan aan de hand van de aanwij- zingen in het hoofdstuk "CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN".
STALLING
Als u de ATV langere tijd niet denkt te gebruiken, moeten bepaalde werkzaamheden worden uitgevoerd waarvoor een specifieke kennis, materialen en uitrusting vereist zijn. Wij raden u aan deze werkzaamheden aan uw Suzuki-dealer over te laten. Wilt u de werkzaamheden zelf uitvoeren, volg dan de hierna aangegeven algemene richtlijnen:
VOERTUIG
Parkeer het voertuig op een vlakke ondergrond en maak het voertuig helemaal schoon.
BENZINE
Tap de benzine met een handpomp of een sifon af uit de benzinetank. Gebruik de carburateur-aftapschroef om de benzine die in de carburateur is in een bak te laten weglopen.
WAARSCHUWIN
Aftappen van de benzine in de benzinetank kan gevaarlijk zijn. De benzine kan in brand vliegen als u deze niet voorzichtig behandelt.
Zet de motor altijd af wanneer u de benzine aftapt. Rook niet en tap de benzine af op een plaats waar er geen open vlammen of vonken zijn. Houd huisdieren en kinderen uit de buurt en gooi de benzine op de voorgeschreven wijze weg.
ACCU
- Verwijder de accu van het voertuig zoals beschreven in het hoofdstuk ACCU.
- Reinig de buitenkant van de accu met een milde zeep en verwijder alle corrosie van de aansluitpun- ten en de kabels.
- Berg de accu in een ruimte op waar de temperatuur boven het vriespunt is.
BANDEN
Breng de banden op de normale bandenspanning.
BUITENKANT
- Bespuit alle vinyl en rubber onderdelen met een verduurzamingsmiddel voor rubber.
- Bespuit alle niet gelakte oppervlakken met een roestwerend middel.
- Bedek de gelakte oppervlakken met autowas.
ONDERHOUD TIJDENS OPSLAG
Laad de accu eens per maand op door te verwijzen naar de paragraaf ACCU. Neem bij het vervangen van de accu contact op met uw erkende Suzuki-dealer.
WERKWIJZE BIJ OPNIEUW IN GEBRUIK NEMEN
- Maak het voertuig helemaal schoon.
- Tap alle motorolie af. Vul de motor met verse olie zoals beschreven in deze handleiding.
- Verwijder de bougie. Laat de motor een paar maal draaien door aan de terugloopstarter te trekken. Monteer de bougie.
- Monteer de accu zoals beschreven in het hoofdstuk ACCU.
- Controleer of het voertuig correct gesmeerd is.
- Voer de CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN uit die beschreven is in deze handleiding.
- Start het voertuig zoals beschreven in deze handleiding.

INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
PLAATS VAN DE SERIENUMMERS 10-2
INFORMATIE BETREFFENDE DE EU-RICHTLIJN 10-2
PLAATS VAN DE LABELS 10-4
INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
PLAATS VAN DE SERIENUMMERS

Het framenummer ① is op de linkerkant van het frame geslagen, zoals aangegeven in de afbeelding. Het motornummer ② is op de linkerkant van het motorcarter geslagen.
Noteer de serienummers hieronder zodat u ze in de toekomst snel kunt terugvinden.
Framenummer:
Motornummer:
INFORMATIE BETREFFENDE DE EU-RICHTLIJN
(Voor de Europese landen)
Lawaainiveau
De lawaainiveaus van deze ATV gemeten volgens de van toepassing zijnde EU-richtlijnen zijn als volgt:
| Richtlijn Lawaainiveau | |
| EN 15997 Annex H 78 dB(A) |
Onzekerheid over meting: 3,0 dB
Trillingen
De trillingsniveaus van deze ATV gemeten volgens de van toepassing zijnde EU-richtlijnen zijn als volgt:
| Richtlijn Bij Trillingsniveau | ||
| EN 15997 Annex I | Zadel | Niet meer dan 0,54 m/s2 |
| Handgreep van stuur | 3,35 m/s2 | |
Onzekerheid over meting
Zadel: 0,11 m/s 2
Handgreep: 1,14 m/s 2

PLAATS VAN DE LABELS
Lees alle waarschuwingslabels op uw ATV en volg de aanwijzingen op. Zorg dat u de informatie op de labels begrijpt. Houd de labels op de ATV. U mag de labels nooit verwijderen. Als een label losraakt of niet meer goed leesbaar is, kunt u bij uw Suzuki-dealer een nieuw label krijgen.

Deze ATV gebruiken terwijl u jonger dan 12 bent verhoogt de kans op ernstig letsel of de dood.
ALGEMEEN
WAARSCHUWINGSLABEL
WAARSCHUWING
Onjuist gebruik van de ATV kan leiden tot ERNSTIG LETSEL of de DOOD.
- Gebruik nooit op de openbare weg.
- Laat nooit passagiers meerijden.
- Rijd nooit onder invloed van drugs of alcohol.
- Draag altijd een goedgekeurde helm en beschermende kleding.
Gebruik NOOIT:
- zonder juiste training of instructies.
- bij snelheden te snel voor uw vaardigheden of de omstandigheden.
- op openbare wegen - er bestaat gevaar voor een botsing met een ander voertuig.
- met een passagier – passagiers beïnvloeden de balans en besturing en verhogen het risico om de controle te verliezen.
ALTIJD:
- de juiste rijtechnieken gebruiken om te voorkomen dat het voertuig kantelt op heuvels en ruw terrein en in bochten.
- verharde oppervlakken vermijden – bestrating kan het hanteren en de controle ernstig beïnvloeden.
ZOEK EN LEES DE GEBRUIKERSHANDLEIDING.
VOLG ALLE INSTRUCTIES EN WAAR- SCHUWINGEN.

Rijd NOOIT als passagier.
Passagiers kunnen zorgen voor een verlies van de macht over het stuur met ERNSTIG LETSEL of de DOOD tot gevolg.
BANDEN INFORMATIE-ETIKET
WAARSCHUWING
Onjuiste bandenspanning of overbelasting kan leiden tot verlies van de controle.
Verlies van de controle kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Zorg ALTIJD voor de juiste banden-spanning zoals hieronder aangeduid.
• Bandenspanning koude band:
Voor : 22,5 kPa
Achter : 20 kPa
- Bandenmaat:
Voor AT19 × 7-8☆
Achter AT19 × 7-8☆
Overschrijd NOOIT het maximum draagvermogen van 90 kg.
⑤
SUZUKI MOTOR CORPORATION
300, Takatsuka-cho, Minami-ku, Hamamatsu City, JAPAN

Nominal power
Curb mass
G.V.W.

kW

kg
[Table_Title]
MFD. IN :
ATV
MADE IN TAIWAN
CE-TEKEN
Voertuigtype
Nominaal vermogen
Rijklaar gewicht
GVW (maximaal toelaatbaar totaalgewicht)
MFD.IN (productjaar)
TECHNISCHE GEGEVENS
Totale lengte....1505 mm
Totale breedte.... 875 mm
Totale hoogte.... 915 mm
Wielbasis....1005 mm
Grondspeling.... 150 mm
Zithoogte 650 mm
Voorwielspoor.... 700 mm
Achterwielspoor.... 700 mm
Rijklaar gewicht 127 kg
MOTOR
Type......Viertaktmotor, luchtgekoeld
Aantal cilinders....1
Boring....45,5 mm
Slag 55,2 mm
Cilinderinhoud ....90 cm³
Gecorrigeerde compressieverhouding .....9,5: 1
Carburateur .....MIKUNI VM16, enkelvoudig
Luchtfilter.....Polyurethaan-schuimelement
Startsysteem ......Elektrisch en terugloopstarter
AANDRIJFLIJN
Koppeling....Natte, meervoudige plaatkoppeling, automatisch, centrifugaal type
Primaire reductie 2,645 - 1,621 (variabel)
Eindreductie (Versnelling) 8,294 (45/17 × 47/15)
(Kettingwiel)....2,181 (24/11)
Aandrijfsysteem......V-riemaandrijving en aandrijfketting
Ketting ....RK50GSVZ3M, 60 schakels
FRAME
Voorvering ......Onafhankelijk, swingarmas, spiraalveer, oliegedempt
Achtervering ....Swingarm, spiraalveer, oliegedempt
Voorwiel-veerweg 62 mm
Achterwiel-veerweg 61 mm
Balhoofdhoek 3°
Naloop 11 mm
Toespoor....4,5 mm
Wielvluchthoek 0,6°
Stuurhoek....37.5° (rechts en links)
1/2 draaicirkel....2,5 m
Voorrem.....Trommelrem
Achterrem....Trommelrem
Maat voorband ....AT19 × 7-8☆, tubeless
Maat achterband AT19 × 7-8☆, tubeless
ELEKTRISCHE INSTALLATIE
Ontstekingstype......Elektronische ontsteking (CDI)
met vervanging van filter .....1050 ml
reviseren....1100 ml
Versnellingsbakolie, olie verversen 90 ml
reviseren 100 ml
A
AANBEVELING VOOR
ZUURSTOFHOUDENDE
BRANDSTOF.... 1-2
ACCU....6-5