PEUGEOT Indenor DTP-50 - Moteur diesel marine

Indenor DTP-50 - Moteur diesel marine PEUGEOT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Indenor DTP-50 PEUGEOT in PDF-formaat.

📄 22 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice PEUGEOT Indenor DTP-50 - page 2
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeScheepsdieselmotor
MerkPeugeot
ModelIndenor DTP-50
Aantal cilinders4
Vermogen (DIN-PK)45 pk
Toerental (omw/min)2600
Cilinderinhoud (cc)2112
Compressieverhouding1:22,8
Max. koppel (kgm bij omw/min)13,8 bij 2400
Gewicht (kg)242
Max. installatiehoek18°
Keerkoppeling typeHurth HBW 15 of Velvet
Vertraging keerkoppeling2:1
BrandstofinspuitpompCAV DPA
VerstuiversCAV RDN 12 SD 6517
Injectievolgorde1-3-4-2
BrandstoffilterCAV 7111-296
Motoroliecapaciteit (liter)6
MotoroliefilterPurflux LS 1275
Smeerolie motorSAE 30, MIL-L-2104 A of C, API-CD
Olie keerkoppelingAutomatic Transmission Fluid Type A Suffix A
KoelingInterkoeling via warmtewisselaar en buitenboordwater
Stationair toerental (Velvet)800-900 omw/min
Stationair toerental (Hurth HBW 15)700-800 omw/min

Veelgestelde vragen - Indenor DTP-50 PEUGEOT

Hoe start ik de Peugeot Indenor DTP-50 motor?
Zet de startsleutel in stand 1 (contact), controleer of het oliedruklampje brandt. Bij koude motor 50 seconden voorgloeien in de voorgloeistand, daarna de sleutel indrukken en naar startstand draaien. Na starten loslaten; de sleutel keert terug naar stand 1.
Wat moet ik controleren voor het starten?
Controleer het waterniveau in de expansietank, het oliepeil met de peilstok, het brandstofniveau en open de brandstoftoevoerkraan. Open de buitenboordwaterkraan en controleer het brandstoffilter op water.
Hoe ontlucht ik het brandstofsysteem?
Open de brandstoftoevoerkraan. Sluit de retourleidingkraan. Draai de ontluchtingsbout op het filter los en pomp met de handpomp tot er brandstof komt. Draai de bout vast. Ontlucht vervolgens de inspuitpomp via de banjobout en de plugjes. Start de motor en na 5 minuten nogmaals het bovenste plugje ontluchten.
Wat is de juiste motorolie en hoeveelheid?
Gebruik SAE 30 olie met specificatie MIL-L-2104 A of C (API-CD). De inhoud is 6 liter. Ververs de olie volgens onderhoudsschema, eerste keer na 20 bedrijfsuren.
Hoe stel ik de klepspeling af?
De klepspeling moet bij koude motor worden gemeten: inlaat 0,15 mm, uitlaat 0,25 mm. Stel de kleppen volgens de tabel: bij volledig geopende klep stel de bijbehorende klep af.
Wat te doen als de motor niet start en de startmotor draait wel?
Controleer of de brandstoftank leeg is, de toevoerkraan gesloten, het filter verstopt, de stopknop niet is teruggedrukt, of er lucht in het brandstofsysteem zit. Ontlucht het systeem indien nodig.
Hoe onderhoud ik de motor tijdens de inloopperiode?
Na 20 bedrijfsuren: motorolie verversen, oliefilter vernieuwen, kopbouten aandraaien (momentsleutel 6,5-7,5 mkg), kleppen stellen, V-snaar bijstellen en alle aansluitingen controleren.
Hoe bereid ik de motor voor op winterberging?
Voeg 1/4 liter boorolie aan koelwater toe. Tap oude motorolie af en vul met conserveringsolie. Laat motor draaien op conserveringsbrandstof. Tap koelsysteem af (pluggen en kraantjes). Vul brandstoftank volledig. Smeer zuigers via gloeibougie-gaten.
Hoe ververs ik de olie in de keerkoppeling?
Bij Velvet: tap olie via aftapplug (en zeefje reinigen), vul met Automatic Transmission Fluid Type A Suffix A. Bij Hurth HBW 15: draai vuldop en aftapplug los, tap olie, reinig magnetische plug, vul met dezelfde vloeistof.
Wat is het maximale installatiehoek en hoe lijn ik de motor uit?
De maximale hoek is 18° achterover. Uitlijnen gebeurt met schip in het water, zonder flexibele koppeling. Gebruik een hulpcontraflens: flenzen moeten in elkaar vallen met maximaal 0,05 mm verschil.

Gebruikersvragen over Indenor DTP-50 PEUGEOT

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Moteur diesel marine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Indenor DTP-50 - PEUGEOT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Indenor DTP-50 van het merk PEUGEOT.

GEBRUIKSAANWIJZING Indenor DTP-50 PEUGEOT

Onderhoud tijdens inloopperiode 12

Klaarmaken voor winterberging 13

Opnieuw inbedrijfstellen 13

Ontluchten van het brandstofsysteem 14

Storing kontrolelijst 15

Het startslot heeft 4 standen, uit, bedrijf, voorgloeien en starten. Na 50 sekonden voorgloeien op de voorgloeistand wordt de sleutel ingedrukt en in de startstand gedraaid. Zodra de motor loopt wordt de sleutel losgelaten waarna deze vanzelf in de bedrijfsstand 1 terugkomt.

Instrumentenpaneel.

2 VOLTmeter

Deze geeft bij draaiende motor de spanning aan waarmee de akku wordt opgeladen (max. 14,8 V).

Wordt vóór het starten van de motor het startslot in stand 1 gezet, dan zal de naald zich bewegen tot in het gearceerde gedeelte van de schaalverdeling. Zodra de motor loopt beweegt de naald zich verder tot in het witte gedeelte en zal hier een evenwichtsstand vinden.

3 TOERENTELLER

De toerenteller geeft het aantal omwentelingen per minuut van de motor aan.

De schaalverdeling is in honderdtallen.

4 KOELWATER-KONTROLELAMPJE

Het koelwater-kontrolelampje licht op zodra het koelwater een temperatuur van ca. 92 graden Celcius bereikt. Gelijktijdig zal dan de zoemer van het alarm in werking treden.

De motor dient in dat geval onmiddellijk te worden gestopt.

5 BEDRIJFSURENTELLER

Zodra het startslot op stand 1 gedraaid wordt, wordt de bedrijfsurenteller ingeschakeld.

In 1 uur maakt de wijzer één omwenteling. Het tellertje onderaan de schaal geeft het totaal aantal uren aan dat de motor gedraaid heeft.

6 OLIEDRUKKONTROLELAMPJE

Het oliedrukkontrolelampje en de zoemer van het oliedrukalarm reageren zodra het contact wordt aangezet (stand 1). Direct na het starten van de motor dooft het lampje en valt de zoemer uit. Stop de motor direct indien dit niet het geval mocht zijn aangezien geen of onvoldoende smeeroliedruk de oorzaak zou kunnen zijn. Ook indien tijdens het varen het lampje oplicht en/of de zoemer in werking treedt is het zaak de motor onverwijld te stoppen.

7 ALARM SYSTEEM

In de kast van het instrumentenpaneel bevinden zich de twee zoemers, welke samen de alarm-unit vormen. De zoemers, welke parallel geschakeld staan aan de kontrole lampjes (4) en (6), reageren resp. op de temperatuur van het motorkoelwater en op de smeeroliedruk van de motor.

8 SPANNINGSREGELAAR

Eveneens onder het instrumentenpaneel is de spanningsregelaar geplaatst, welke tot taak heeft de overspanning van de dynamo t.o.v. de laadtoestand van de akku af te regelen.

Gebruik.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

pagina - 5 -

CONTROLE VOOR STARTEN

  1. Controleer waterniveau in expansietank.
  2. Controleer smeerolieniveau in motor met behulp van peilstok.
  3. Draai de hoofdschakelaar op de motor aan.
  4. Controleer brandstofniveau in de tank en open de brandstoftoevoerkraan.
  5. Open de buitenboordwaterkraan. (Interkoeling)
  6. Controleer brandstofffilterhuis op water.

STARTEN

  1. Controleer of de stopknop goed terug gedrukt is.
  2. Geef gas zonder de keerkoppeling in te schakelen.
  3. Draai de startsleutel naar stand 1. Het oliedrukcontrolelampje moet nu branden.
  4. Draai de startsleutel naar de voorgloeistand en houd hem in deze stand gedurende 50 sekonden als de motor koud is. Als de motor warm is, is voorgloeien overbodig.
  5. Druk de sleutel in en draai hem naar de startstand waardoor de startmotor ingeschakeld wordt. Laat de startsleutel los zodra de motor loopt. Start niet langer dan 10 seconden achtereen. Als de motor niet aanslaat of direct afslaat, gloei dan weer voor alvorens opnieuw te starten. Laat een koude motor nooit snel draaien.

CONTROLE NA HET STARTEN

  1. Als het oliedrukkontrolelampje niet gedoofd is, stop de motor dan onmiddellijk.
  2. Controleer of de dynamo bijlaadt.
  3. Controleer of het buitenboordwater via de uitlaat uitstroomt. Zo niet, stop de motor onmiddellijk om te voorkomen, dat de rubber waaier in het pomphuis langer droog draait en defekt raakt.

VAREN

  1. Controleer de temperatuur, de oliedruk en de dynamo aan de hand van het instrumentenpaneel.
  2. Controleer regelmatig of het buitenboordwater via de uitlaat naar buiten komt.
  3. 3 Keerkoppeling. Geef na het inschakelen iets meer gas zodat de keerkoppeling rustig loopt. Schakel niet als het motortoerental meer dan 1000 omw./ min. bedraagt.
  4. 4 Draai nooit de hoofdschakelaar of het startslot uit terwijl de motor draait!

Gebruik.

STOPPEN

  1. Zet de bedieningshandel in de neutraalstand.
  2. Trek de stopknop uit en houdt deze uitgetrokken totdat de motor stilstaat. Druk de stop knop in.
  3. Draai de startsleutel linksom naar stand 0 waarmee tevens het alarm buiten werking gesteld wordt.
  4. Wordt de motor voor langere tijd stilgezet. sluit dan de brandstoftoevoerkraan en draai de hoofdschakelaar uit. Sluit de buitenboordwaterkraan.
    5.

INLOPEN

Een nieuwe motor heeft onderdelen die zich op elkaar moeten instellen. Dit duurt ongeveer 50 bedrijfsuren. Laat de motor slechts voor korte momenten sneller draaien dan 3/4 van het maximum toerental.

Geef de motor de tijd om op bedrijfstemperatuur te komen voordat hij vermogen moet leveren.

Onderhoud.

PEUGEOT Indenor DTP-50 - Onderhoud. - 1

(Minimaal een keer per jaar)

HANDELING

ZIE ONDERHOUDDagelijks75 uur150 uur300 uur
Controlcin motor1*
Vernieuwen olicfilter2*
Verversen van motorolie3*
Controle olieniveau keerkoppeling4*
Verversen olie keerkoppeling5*
Controle V-snaar6*
Controle brandstofleidingen7*
Controle klepspeeling8*
Controle stationair toerental9*
Vernieuwen brandstofffilter10*
Aftappen water uit brandstofffilter11*
Aftappen waterzak aan brandstoftank12*
Controle koelwaterniveau13*
Controle wierbak14*
Controle niveau accuvlocistof15*
Controle afstelling bedieningskabels16*

1 CONTROLE VAN HET OLIENIVEAU IN MOTOR

Controleer met behulp van de peilstok (1) het olieniveau in de motor. Het niveau mag nooit onder de onderste inkeping komen. De olie moet tussen de twee inkepingen staan. Laat nooit de motor draaien als dit niet het geval is. Als het niveau te laag is vul dan olie bij. echter nooit tot boven de bovenste inkeping. Meng geen verschillende oliesoorten door elkaar.

2 VERNIEUWING VAN HET SMEEROLIEFILTER

Vernieuw het filter (2) steeds tegelijk met het verversen van de motorolie. Let op of de rubber pakkingring in het nieuwe filter goed gemonteerd is en schroef het filter met de hand op volgens de aanwijzingen vermeld op het filterhuis. Controleer op lekkage zodra de motor draait.

3 VERVERSEN VAN DE MOTOROLIE

Laat de motor warmdraaien. Stop de motor. Met het carterpompje (3) wordt de motorolie uit het carter gepompt. Vul de motor door de olievuldop (4) met olie van een bekend merk. Gebruik nooit spoelolie. Type motorolie: SAE 30 Supplement 1 MIL-L-2104A. (Zie smeermiddelen)

4 CONTROLE VAN HET OLIENIVEAU IN KEERKOPPELING

Draai de vuldop-peilstok uit de keerkoppeling en veeg hem schoon. Steek hem weer in de opening echter zonder hem er in te schroeven. De olie moet nu precies op de kerf staan. (Bij Velvet Keerkoppeling aangeduid door "Full"). Als dit niet het geval is, vul dan bij.

5 VERVERSEN VAN SMEEROLIE IN KEERKOPPELING

A) VELVET:

Draai de vuldop-peilstok eruit. Demonteer de aftapplug (19) en het zeefje wat er achter zit. Maak het zeefje goed schoon. Monteer het zeefje en zet de aftapplug vast. Vul de keerkoppeling met Automatic Transmission Fluid, type A Suffix-A.

B) HURTH HBW 15

Draai de vuldop-peilstok (5) uit de keerkoppeling. Tap de olie af door de plug (6) onderaan de keerkoppeling eruit te draaien. De aftapplug is magnetisch. Reinig en monteer de aftapplug. Vul de keerkoppeling met Automatic Transmission Fluid, type A Suffix-A.

6 CONTROLE VAN DE V-SNAAR

Neem de V-snaar tussen twee pulleys vast met duim en wijsvinger en beweeg hem heen en weer. Als het mogelijk is hem meer dan 2 cm naar iedere kant te drukken staat hij te slap. Span de V-snaar door de dynamo van de motor af te verplaatsen, wat mogelijk is door het losdraaien van de twee bevestigingsbouten. De speling moet echter minstens 1 cm naar iedere kant bedragen.

* De tussen haakjes geplaatste nummers verwijzen noor tekeningen op blz. 6 en 7.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

pagina - 10 -

7 CONTROLE VAN DE BRANDSTOFLEIDINGEN

Kijk of er geen koppelingen lekken. Zet de klemmen op de brandstofinspuitleidingen vast. Controleer banjo-nippels en slangklemmen.

8. CONTROLE VAN DE KLEPSPELING

De motor moet koud zijn als de klepspeling gemeten wordt. De klepspeling bedraagt bij koude motor:

Inlaat: 0,15 mm.

Uitlaat: 0,25 mm.

Stel klep:Open klep:
1 en U3U2
I3 en U4U1
I4 en U2U3
I2 en U1U4

I4 U4 U3 I3 I2 U2 U1 I1 4 3 2 1

lledig geopend

Om de kleppen in de eerste kolom STEL KLEP te stellen zijn.

9. CONTROLE VAN STATIONNAIR TOERENTAL

Het stationnair toerental wordt gecontroleerd met de toerenteller, het is afhankelijk van het type keerkoppeling.

Velvet: 800 - 900 omw./min.
Hurth HBW 15: 700 - 800 omw./min.

Het afstellen gebeurt met de niet-verzegelde aanslagschroef op de brandstofpomp.

10 VERNIEUWING VAN HET BRANDSTOFFILTER

Draai de centrale bout (B) bovenop het filterhuls los met sleutel 11. Het Filter (7) kan nu uit elkaar genomen worden. Maak het glas (F) goed schoon in gasolie. Monteer het filter met een nieuw filterelement (E) en nieuwe rubber ringen. Draai de ontluchtingsbout (A) bovenop het filterhuis los en pomp met de handbediening van de brandstofopvoerpomp (8) alle lucht uit het filter totdat er gasolie bij de ontluchtingsbout te voorschün komt. Draai de bout weer vast.

11 AFTAPPEN VAN WATER UIT BRANDSTOFFILTER

Controleer of er in het brandstofffilter, wat op de motor gemonteerd is, water staat. Dit is gemakkelijk te zien door het glas. Aftappen gebeurt door het kraantje (G) aan de onderkant open te draaien. Draai ook de ontluchtingsbout (A) bovenop het filterdeksel los. Na het aftappen het kraantje sluiten en met de hand brandstof aanpompen tot het er bij de ontluchtingsbout uitkomt. Draai de ontluchtingsbout.weer vast.

12 AFTAPPEN VAN WATERZAK AAN BRANDSTOFTANK

Draai het kraantje onderaan de waterzak van de brandstof tank open en sluit dit pas wanneer watervrije gasolie uitstroomt. Hetzelfde dient te worden gedaan indien i.p.v. een waterzak een waterafscheider is gemonteerd.

13 CONTROLE VAN HET WATERNIVEAU

Draai de dop (9) van de expansietank. Bij koude motor moet het water 2 cm onder de bovenkant van de tank staan. Vul indien nodig bij met schoon water.

14 CONTROLE VAN DE WIERBAK

Door het plastic deksel van de wierbak is gemakkelijk te zien of deze gereinigd moet worden. Draai de vleugelmoer los en neem het deksel af. Spoel het filter schoon. Monteer de wierbak met de twee o-ringen in hun groeven. Draai de vleugelmoer weer aan.

15 CONTROLE NIVEAU AKKU VLOEISTOF

Draai de doppen van de akku af. Het vloeistofniveau moet 5 - 10 mm boven de platen in de akku staan. Vul alleen bij met gedistilleerd water. Akku-zuur is schadelijk voor huid en kleding. Het gas dat zich bovenin de akku verzamelt is brandbaar.

16 CONTROLE AFSTELLING BEDIENINGSKABEL

Het schakelhandel op de keerkoppeling moet volledig zijn uiterste posities bereiken. In ieder van de drie standen moet de bedieningskabel spanningvrij zijn. Het motortoerental moet constant blijven bij het schakelen.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

pagina - 12 -

Smeermiddelen.

Motor: MIL-L-2104 C, API-CD, SAE 30

GULF: DS30

SHELL: RIMULA CT

BP: BP Vanellus C3

Keerkoppeling:

Automatic Transmission Fluid Type A Suffix A, bijvoorbeeld GULF Dexron of SHELL Donax T6.

Onderhoud tijdens de inloopperiode.

Na 20 Bedrijfsuren:

  • Motorolie verversen.
    • Smeeroliefilter vernieuwen.
    • Kopbouten aanhalen.
  • Kleppen stellen.
    • V-Snaar bijstellen

Afstelling eenhandelbediening controleren.

Aansluitingen, bouten en moeren controleren.

- Het aanhalen van de cilinderkopbouten moet gebeuren bij koude motor, d.w.z. wanneer deze tenminste 6 uur niet gedraaid heft. Gebruik hiervoor een momentsleutel. Draai de bouten ¼ slag los en zet ze vervolgend vast in de aangegeven volgorde met een moment van 6.5 to 7.5 mkg. Stel daarna de kleppen af als vermeld onder punt 8 van de onderhoudsvoorschriften.

14 8 4 2 6 10 16 20 18 9 1 7 17 22 15 12 5 3 11 13 21

Gerekend vanaf de 20-uurs-servicebeurt wordt na 75 bedrijfsuren het onderhoudsschema gevolgd. (zie bladzijde 7). Gelijkttijdig wordt dan de olie in de keerkoppeling ververst. Dit laatste gebeurt vervolgens iedere 300 bedrijfsuren, maar minstens 1 maal per jaar overeenkomstig het onderhoudsschema. De 20-uurs servicebeurt wordt uitgevoerd door DIN of door een door haar aangewezen agent.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

pagina - 13 -

KLAARMAKEN VOOR WINTERBERGING

• Voeg 1/4 liter boorolie aan het motorkoelwater toe. (Gulf 'soluble oil' of Shell 'Donax C').
- Laat de motor warm draaien, stop de motor en tap de motorolie af.
- Vul het carter tot het onderste merk op de peilstok met conserveringssmeerolie (Gulf 'No Rust Grade 2' of Shell 'Ensis Oil 20').
- Laat de motor warm draaien, Stop de motor en sluit de brandstoftoevoerkraan.
- Draai de brandstoftoevoerslang los bij de inspuitpomp en verbind deze met een blik gevuld met 1 liter conserveringsbrandstof. Zorg dat er geen lucht in de slang komt. Gebruik bijvoorbeeld Gulf Calibrating Oil A-45.
- Start nu de motor en laat deze draaien totdat de conserveringsbrandstof bijna op is. Zorg dat er geen lucht aangezogen wordt.
- Stop de motor en tap het koelsysteem af, door de pluggen (14) (15) (16) en het aftapkraantje (17) open te draaien. Tap ook aqualift af.
- Pluggen niet meer monteren en kraantje open laten staan, Brandstoftank geheel vullen met gasolie.
- Breng via de gloeibougie-gaten een weinig conserveringsolie op de zuigers en torn de motor enige slagen.
- Deksel en waaier van buitenboordwaterpomp demonteren, (indien interkoeling).

OPNIEUW INBEDRIJFSTELLEN

  • Waterzak aan brandstof tank of/en waterafscheider aftappen.
  • Aftappluggen monteren, aftapkraantje sluiten, eventueel losgemaakte slijngklemmen vastzetten.
  • Nieuw smeeroliefilter en brandstofffilterelement monteren.
    • Koelsysteem vullen met water dat 1/4 liter boorolie hevat. (Gulf 'Soluble Oil' of Shell 'Donax C')
  • Controleer bouten en moeren.
  • Open de brandstoftoevoerkraan en ontlucht het systeem.
  • Torn de motor met uitgeschroefde gloeibougies tot olie op zuigers weg is.
  • Monteer deksel en waaier van buitenboord-waterpomp (indien interkoeling) en open de buitenboordkraan.
    • Motor warm draaien.
  • Motor stoppen en conserveringsolie aftappen.
  • Motorcarter vullen met voorgeschreven smeerolie.
  • Smeerolie keerkoppeling verversen.
  • Start de motor en controleer brandstof- en koelwatersysteem op lekkages.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

pagina - 14 -

ONTLUCHTEN VAN HET BRANDSTOFSYSTEEM

  • Open brandstoftoevoerkraan.
  • Sluit de kraan (11) in de retourleiding op het brandstofffilter.
  • Draai de ontluchtingsbout (A) bovenop het filter los en pomp met de handbediening van de brandstofopvoerpomp (8) net zolang totdat de gasolie langs de ontluchtingsbout komt. Torn de motor als de slag van de brandstofopvoerpomp te klein is.
  • Draai de bout (A) weer dicht.
  • Draai de banjobout van de brandstoftoevoer op de inspuitpomp 1 à 2 slagen los en ontlucht de toevoorleiding m.b.v. de hefboom aan de opvoerpomp.
  • Draai de banjobout weer vast zodra uitsluitend brandstof uitstroomt.
  • Ontlucht nu het onderste plugje (12) op de brandstofinspuitpomp op dezelfde wijze als boven omschreven.
  • Ontlucht het bovenste plugje (13) op de brandstofinspuitpomp.
  • Draai de kraan (11) in de retourleiding weer open.
  • Pomp met de handbediening van de brandstofopvoerpomp totdat brandstof door de retourleiding van het filter naar de tank stroomt.
  • Start de motor.
  • Ontlucht, nadat de motor ca. 5 minuten gedraaid heeft, nogmaals het bovenste plugje (13) op de brandstofinspuitpomp, terwijl de motor stilstaat.
  • Indien de motor is stilgevallen door lucht in brandstofsysteem of door het niet juist uitvoeren van bovenstaande handelingen is het gewenst de inspuitleidingen aan de verstuivers los te nemen en de motor met de startmotor te draaien totdat brandstof uit de leidingen komt. Zet de leidingen weer vast en start de motor opnieuw, met inachtneming van de voorgeschreven gloeperiode.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

STORING CONTROLELIJST

pagina - 15 -

STARTMOTOR DRAAIT WEL, MAAR MOTOR SLAAT NIET AAN EN GEEFT GEEN UITLAATROOK
Oorzaak: Oplossing:
Brandstoftank leeg.Tank vullen en brandstofsysteem ontluchten.
Brandstoftoevoerkraan gesloten.Kraan openen en brandstofsysteem ontluchten.
Brandstofffilter verstopt.Filterelement vervangen.
Stopknop is niet teruggedrukt.Knop indrukken.
Brandstoftankontluchting verstopt.Doorsteken en schoonmaken.
Brandstofaanzuigleiding lekt.Verhelpen en brandstofsysteem ontluchten.
Lucht in brandstofsysteem.Ontluchten.
STARTMOTOR DRAAIT TRAAG OF HELEMAAL NIET.
Oorzaak: Oplossing:
Accu leeg Accu opladen.
Slechte electrische verbindingElectrische verbinding schoonmaken
MAXIMUM BELASTE TOERENTAL TE LAAG
Oorzaak: Oplossing:
Brandstofffilter verstopt. Brandstofffilter reinigen.
De tankontluchting is gedeeltelijk verstopt.Luchtinlaat schoonmaken.
Schroef is vervuild of beschadigd.Vuil verwijderen, schroef laten repareren.
Stopknop niet ver genoeg teruggedrukt. Stopknopindrukken.
Luchtfilters verstopt. Luchtfilters reinigen.
MOTORTOERENTAL DAALT
Oorzaak: Oplossing:
Brandstofffilter / waterafscheider bevat water.Brandstofffilter / waterafscheider schoon maken.
Lucht in brandstofsysteem.Brandstofsysteem ontluchten.
Schroef is vervuild of beschadigd.Vuil verwijderen of schroef laten repareren.
Luchtfilters verstopt. Schoonmaken.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,
pagina - 16 -

STATIONNAIR DRAAIT DE MOTOR NIET REGELMATIG
Oorzaak: Oplossing:
Brandstofpomp is defect.Brandstofpomp laten repareren.
Koppeling in verstuiverleiding lekt.Koppeling in verstuiverleiding aandraaien.
Te laag stationnair toerental. Toerental opvoeren.
Verstuiver defect.Verstuiver vervangen.
Brandstofpomp staat niet op juist inspuitmoment.Brandstofpomp laten stellen.
Luchtbellen in brandstofsysteem.Brandstofsysteem ontluchten.
Lekolieleiding verstopt. Lekolieleiding schoonmaken.
Kraan op brandstofffilter geslotenKraan openen.

MOTOR WORDT TE WARM.

Oorzaak: Oplossing:
Koelwaterniveau in expansietank te laag.Koelwater bijvullen.
Interkoeling: wierbak of warmtewisselaar verstopt.Wierbak of warmtewisselaar schoonmaken.
Schroef is vervuild of beschadigd.Schroef schoonmaken of repareren.
V-snaar slipt of is gebroken.V-snaar spannen of vernieuwen.
Thermostaat is defect. Vervangen.
Buitenboordkraan gesloten.Kraan openen
Waaier buitenboordwaterpomp defect. Waaier vernieuwen.

ACCU LAADT NIET OP.

Oorzaak: Oplossing:
V-snaar slipt of is gebroken.V-snaar spannen of vervangen.
Slechte electrische aansluitingen.Aansluitingen schoonmaken.
Dynamo of regelaar defect. Vervangen of repareren.

ProAquaMeppel.nl, handleiding Peugeot Indenor scheepsmotoren,

TECHNISCHE GEGEVENS

AlgemeenDTP-40DTP-50DTP-62DTP-70
Aantal cilinders4444
Vermogen D.I.N.-PK.40455560
Toerental omw./min.2600260034004000
Boring x Slag mm88 x 8090 x 8390 x 8390 x 83
Cil. Inhoud cc.1946211221122112
max. koppel kgm12 / 230013,8/240013,8 / 240013,8 / 2400
Compr. verhoudina1 : 22.21 : 22.81 : 22.81 : 22.8
Max Installatiehoek18°18°18°18°
KeerkoppelingHBW 15HBW 15HBW ISVELVETHWB 15VELVET
Vertraging2 : 12 : 12 : 11,91:12,1 :12,91:12 : 11,91:12,1 :12,91:1
Gewicht kg.231242246292246292
Brandstofsysteem
InspuitpompCAV.DPACAV.DPACA V.DPACAV OPA
TypeR 3442-28013442-491R 3442-491R 3442-491
VerstuiversCAVCAVCAVCAV
TypeRDN 12 SD 6517RDN 12 SD 6517RDN 12 SD 6517RDN 12 SD 6517
Injectie volgorde1-3-4-21-3-4-21-3-4-21-3-4-2
Type brandstofffilter7111-296 CAV7111-296 CAV7111-296 CAV7111-296 CAV
Smeeroliesysteem
Inhoud motor max.6 liter6 liter6 liter6 liter
Inhoud keerkopp.:
Hurth HBW 15 2,0:10,85 liter0,85 liter0,85 liter0,85 liter
Velvet2,5 liter2,5 liter2,5 liter2,5 liter
MotoroliefilterPurflux LS 1275Purflux LS 1275Purflux LS 1275Purflux LS 1275

TECHNISCHE GEGEVENS

De motorfundatie moet voldoende sterkte en stijfheid bezitten. De aftapplug van de keerkoppeling moet goed bereikbaar zijn.

INBOUWHOEK

De maximum hoek waaronder de motor kan functioneren is 18° achterover. Bij de inbouwhoek van de motor moet dus de vaarhoek van het schip opgeteld worden.

FLEXIBELE OPSTELLING

Om te voorkomen dat hinderlijke motortrillingen op het schip worden overgebracht zijn alle Peugeot motoren voorzien van een flexibele opstelling. De 4 trillingdempers en de flexibele koppeling nemen de stuwdruk van de schroef op, zodat geen extra druklager nodig is. De motor- en keerkoppelingvoeten mogen niet gewijzigd worden omdat hierdoor de juiste verhouding motor/rubber dempers verstoord wordt, hetgeen trillen of schudden van de motor veroorzaakt.

100 cm 30 kg

UITLIJNEN

Het uitlijnen van de motor moet gebeuren terwijl het schip in het water ligt. Het juiste uitlijnen van de motor is alleen mogelijk zonder flexibele koppeling. Een op de motor passende hulp-contraflens wordt op de schroefas gemonteerd. De motor moet nu zodanig gesteld worden dat bij het naar voren brengen van de schroefas de pasranden van de flenzen in elkaar vallen en de afstand tussen de flenzen over de gehele omtrek gelijk is (maximale verschil 0.05 mm). Tijdens het stellen controleren of de belasting van de 2 voorste trillingdempers gelijk blijft; hetzelfde geldt voor de belasting van de 2 achterste

PEUGEOT Indenor DTP-50 - UITLIJNEN - 1

Dit kan gebeuren door de indrukking van het rubber op te meten. Na demontage van de contraflens wordt de flexibele koppeling met een klempassing op de as gemonteerd. De spie moet alleen aan de zijkanten dragen, aan de bovenkant moet hij vrij liggen. Op de plaats waar de stelbouten van de naaf de as raken moeten centreerpuntjes geboord worden. Dit om beschadigingen aan de as te voorkomen, die de demontage kunnen bemoeilijken.

Inbouwadviezen:

SCHROEFAS

De constructie van schroefas en koker is afhankelijk van het type schip. De door DTN geleverde schroeven en flexibele schroefas koppelingen zijn voor een asdiam. van 35 mm.

SCHROEF

Voor de levensduur van de motor en de vaareigenschappen van het schip is het noodzakelijk een gebalanceerde schroef met de juiste afmetingen toe te passen. De ruimte tussen de schroef en het vlak van het schip moet minstens 10% van de schroefdiameter zijn. Voor demontage van motor of keerkoppeling moet het mogelijk zijn dat de schroefas 7 cm naar achter verschuifbaar is, zonder dat de schroef gedemonteerd wordt.

KOELING

Peugeot 4-cil. motoren worden geleverd met opgebouwde interkoeling. Direct met buitenboordwater gekoelde motoren worden gezien de hieraan verbonden nadelen niet geleverd. VERWIJDER DE PLASTIC AFSLUITDOPPEN VOOR DE KOELWATERLEIDINGEN AAN TE SLUITEN!

Het motorkoelwater wordt gekoeld d.m.v. een opgebouwde warmtewisselaar. Het buitenboordwater bereikt de warmtewisselaar via de huiddoorvoering met afsluiter, de wierbak en de buitenboordwaterpomp. De diameter van alle waterdoorlaten moet minstens 3/4" (19 mm) zijn. De wierbak moet boven de waterlijn en op een goed bereikbare plaats gemonteerd worden. Via de uitlaatgassenleiding wordt het buitenboordwater naar buiten afgevoerd. Het verdient aanbeveling bij het voor langere perioden stoppen van de motor de buitenboordkraan te sluiten. Het systeem, waarbij het buitenboordwater uit de warmtewisselaar via een aansluiting (I) aan het motorspruitstuk in de uitlaat wordt geïnjecteerd, impliciert dat na de tewaterlating van het

schip of zo mogelijk reeds vooraf de plaatsing van de motor t.o.v, het buitenwater niveau moet worden gecontroleerd.

Het aansluitpunt (I) moet vertikaal gemeten teminste 10 cm.

PEUGEOT Indenor DTP-50 - KOELING - 1

boven de waterlijn komen. Is dit niet het geval dan moet de koelwaterpijp (W) aan de voorzijde van de motor worden verwijderd en het koelwater uit de bultenboordwaterpomp via een boven de waterlijn te plaatsen metalen bochtstuk in de warmtewisselaar worden gebracht. Het bochtstuk, dat voorzien is van een beluchtingsventiel om hevelwerking bij niet in bedrijf zijnde motor tegen te gaan, kan op aanvraag compleet met aansluitdelen als toeleveringsset door DTN worden geleverd.

UITLAAT

Nevenstaande tekeningen zijn voorbeelden van het verloop van de uitlaatleiding. Deze bestaat uit een gietijzeren uitlaatpot (aqualift), twee rubber slangen en een bronzen huiddoorvoering. De opstelling moet zodanig zijn dat het uit de motor komende buitenboordwater onder alle omstandigheden naar de aqualift afloopt.

Een eenvoudige oplossing is de aqualift achter de motor of naast de fundatie te plaatsen.

De huiddoorvoering dient boven de waterlijn uit te monden en wordt met het gebogen

slangaansluitstuk naar boven gericht. Hierdoor zal afhankelijk van de plaatsing van de aqualift de achterste rubber slang geheel of gedeeltelijk tot een zwanenhals worden gevormd waarmee wordt voorkomen dat bij niet-draaiende motor water van buitenboord via de uitlaat in de cylinder komt.

De juiste doorstroomrichting van de aqualift

wordt aangegeven door de pijlen op de aansluitingen. Hiervan mag niet worden afgeweken.

Alle slangverbindingen moeten van slangklemmen

worden voorzien. Met nadruk moet er nogmaals op worden gewezen dat bij toepassing van dit uitlaatsysteem de wierbak boven de waterlijn moet zijn gemonteerd.

pagina - 22 -
PEUGEOT Indenor DTP-50 - UITLAAT - 1

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PEUGEOT

Model : Indenor DTP-50

Categorie : Moteur diesel marine