GNP 2313-21 - Vriezer LIEBHERR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GNP 2313-21 LIEBHERR in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer |
| Merk | Liebherr |
| Model | GNP 2313-21 |
| Afmetingen (hoogte) | 1447 mm |
| Klimaatklasse | SN, N, ST, T (tot 43 °C) |
| Koelmiddel | R 600a (brandbaar) |
| NoFrost (automatisch ontdooien) | Ja |
| SuperFrost (snel invriezen) | Ja |
| Kinderbeveiliging | Ja |
| Deuralarm | Ja |
| Temperatuuralarm | Ja |
| VarioSpace (verwijderbare plateaus en laden) | Ja |
| Kruiden- en bessenlade | Ja |
| Max. belasting per lade | 25 kg |
| Max. belasting per plateau | 35 kg |
| Draairichting deur | Omkeerbaar |
| Stroomvoorziening | 220-240 V, 50 Hz (typisch) |
| Energie-efficiëntieklasse | Zie typeplaatje |
| Invriescapaciteit | Zie typeplaatje |
Veelgestelde vragen - GNP 2313-21 LIEBHERR
Gebruikersvragen over GNP 2313-21 LIEBHERR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GNP 2313-21 - LIEBHERR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GNP 2313-21 van het merk LIEBHERR.
GEBRUIKSAANWIJZING GNP 2313-21 LIEBHERR
1 Het apparaat in vogelvlucht.... 2
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht.... 2
1.2 Toepassingsgebied van het apparaat.... 2
1.3 Conformiteit.... 3
1.4 Opstelafmetingen.... 3
1.5 Energie sparen.... 3
1.6 Isolatieplaat.... 3
2 Algemene veiligheidsvoorschriften.... 3
3 Bedienings- en controle-elementen.... 5
3.1 Bedienings- en controle-elementen.... 5
3.2 Temperatuurweergave....5
4 In gebruik nemen.... 5
4.1 Apparaat transporteren.... 5
4.2 Apparaat opstellen.... 5
4.3 Draairichting deur veranderen.... 6
4.4 Inbouw in het keukenblok....7
4.5 Afvalverwerking van de verpakking.... 7
4.6 Apparaat aansluiten....8
4.7 Apparaat inschakelen....8
5 Bediening....8
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay.... 8
5.2 Kinderbeveiliging....8
5.3 Deuralarm....9
5.4 Temperatuuralarm....9
5.5 Levensmiddelen invriezen....9
5.6 Bewaartijden....9
5.7 Levensmiddelen ontdooien....9
5.8 Temperatuur instellen....9
5.9 SuperFrost....9
5.10 Laden.... 10
5.11 Plateaus.... 10
5.12 VarioSpace.... 10
5.13 Kruiden- en bessenlade.... 10
6 Onderhoud.... 10
6.1 Ontdooien met NoFrost.... 10
6.2 Apparaat reinigen.... 10
8.1 Apparaat uitschakelen.... 12
8.2 Buiten werking stellen.... 12
9 Apparaat afdanken.... 12
De fabrikant werkt voortdurend aan de verdere ontwikkeling van alle typen en modellen. Daarom vragen wij om uw begrip voor het feit dat wij wijzigingen in vorm, uitvoering en techniek moeten voorbehouden.
Om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen, de instructies in deze handleiding aandachtig doorlezen a.u.b.
De handleiding geldt voor meerdere modellen, afwijkingen zijn mogelijk. Paragrafen die alleen voor bepaalde apparaten van toepassing zijn, zijn gekenmerkt met een sterretje (*).
Gebruiksaanwijzingen zijn gekenmerkt met een ▶, gebruiksresultaten met een ▷.
1 Het apparaat in vogelvlucht
1.1 Apparaten- en uitrustingsoverzicht
Aanwijzing
▶ Plateaus, schuifladen of manden zijn in de geleverde toestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.

(9) Stelpootjes, transport-grepen voor, transport-wieltjes achter
1.2 Toepassingsgebied van het apparaat
Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik
- in privékeukens, ontbijtgelegenheden,
- door gasten in landhuizen, hotels, motels en andere accommodaties.
- bij catering en vergelijkbare service in de groothandel.
Alle andere toepassingen zijn niet toegestaan.
Voorzienbaar verkeerd gebruik
De volgende toepassingen zijn uitdrukkelijk verboden:
- Opslag en koeling van medicijnen, bloedplasma, laboratoriumpreparaten of vergelijkbare, overeenkomstig de Europese richtlijn 2007/47/EG medische hulpmiddelen, ten grondslag liggende stoffen en producten
- Gebruik in explosiegevaarlijke gebieden
Verkeerd gebruik van het apparaat kan tot beschadigingen van de opgeslagen goederen of het bederf hiervan leiden.
Klimaatklassen
Het apparaat kan afhankelijk van de klimaatklasse, bij begrensde omgevingstemperaturen, worden gebruikt. De voor uw apparaat betreffende klimaatklasse staat op het typeplaatje vermeld.
Aanwijzing
▶ Om een probleemloze werking te waar- borgen, moet de aangegeven omgevingstem- peratuur worden aangehouden.
| Klimaat-klasse | voor omgevingstemperaturen |
| SN, N t/m 32 °C | |
| ST t/m 38 °C | |
| T t/m 43 °C |
Een probleemloze werking van het apparaat is gewaarborgd tot een omgevingstemperatuur van 5 °C.
1.3 Conformiteit
Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op dichtheid. Het apparaat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsvoorschriften alsmede de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU.
1.4 Opstelafmetingen
![[mm] 600 630x 614x 640 1180x H 56.5](/content/2026/06/1161440/images/47e5e96d73c3cc5793dde8214d34e7e6f5f3873936398111a7fd95ae68c64cde.jpg)
Fig. 2
| H (mm) | |
| GN 1923, GNP 1913 | 1250 |
| GN(sl) 2323, GN 2303, GNP(ef) 2313, GNP 2303 | 1447 |
^* Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordt de afmeting 35 mm groter. (zie 4.2).
1.5 Energie sparen
- Let altijd op de be- en ontluchting. Dek de ventilatieopeningen resp. -roosters niet af.
- Plaats het apparaat niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke, en stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Het energieverbruik is afhankelijk van de plaatsingscondities zoals bijv. de omgevingstemperatuur (zie 1.2). Bij een van de normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van 25°C kan het energieverbruik veranderen.
- Open het apparaat, indien mogelijk zo kort mogelijk.
- Hoe lager de temperatuur wordt ingesteld, hoe hoger het energieverbruik.
- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen.
- Warme gerechten plaatsen: eerst tot op kamertemperatuur laten afkoelen.
Stof verhoogt het energieverbruik:
- De koelmachine met warmtewisselaar - metalen roosters aan de achterkant van het apparaat - eenmaal jaarlijks afstoffen.

1.6 Isolatieplaat
De isolatieplaat, waarmee u slechts een gedeelte van het apparaat gebruikt, is apart te verkrijgen bij de vakhandelaar.
Wanneer u niet veel levensmiddelen in de vrieskast heeft, kunt u met behulp van de isolatieplaat het energieverbruik tot 50% verlagen. Afhankelijk van het model, kunnen er tot 5 schuilfaden worden uitgeschakeld. Om te koelen zijn minstens 3 schuifladen nodig. Meer informatie vindt u op de bijsluiter van de isolatieplaat.

2 Algemene veiligheidsvoorschriften
Gevaren voor de gebruiker:
- Dit apparaat kan door kinderen alsmede door personen met verminderde psychische, sensorische of mentale bekwaamheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt onder toezicht van een derde of met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat zijn onderwezen en de gevaren kennen en begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De reiniging en het onderhoud mag niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogen het apparaat inladen en uitladen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, als het apparaat niet continu onder toezicht staat.
- Als u het stroomsnoer van het apparaat uit het stopcontact trekt, altijd bij de stekker nemen. Niet aan het snoer trekken.
- Trek, in geval van een storing, de stekker uit het stopcontact of schakel de beveiliging uit.
-
Beschadig het netsnoer niet. Gebruik het apparaat niet wanneer het netsnoer defect is.
-
Reparaties en ingrepen aan het apparaat en het vervangen van de netaansluiting mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice of ander vakpersoneel dat hiervoor is opgeleid.
- Het apparaat alleen conform de beschrijving in de handleiding monteren, aansluiten en afvoeren.
- Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef hem eventueel aan de volgende eigenaar door.
Brandgevaar:
- Het gebruikte koudemiddel R 600a is milieu-vriendelijk maar brandbaar. Uitstromend koelmiddel kan ontbranden.
- Pijpleidingen van het koelcircuit niet beschadigen.
- Gebruik binnen in het apparaat nooit open vuur of ontstekingsbronnen.
- Binnen het apparaat geen elektrische toestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers, verwarmingen, ijsmakers, enz.).
-
Als koudemiddel weglekt: Open vuur of ontstekingsbronnen vlakbij het lek verwijderen. Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst.
-
Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren. Zulke spuitbussen zijn herkenbaar aan de op de verpakking vermelde inhoudsstoffen of een vlammensymbool. Eventueel ontsnappende gassen kunnen door elektrische componenten vlam vatten.
- Houd brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vlammen uit de buurt van het apparaat, zodat ze geen brand veroorzaken.
- Alkoholische dranken of andere verpakkingen die alcohol bevatten, mogen uitsluitend goed afgesloten worden bewaard. Eventueel uittredende alcohol kan door elektrische componenten vlam vatten.
Gevaar voor vallen en omkiepen:
- Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen.
Gevaar voor voedselvergiftiging:
- Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen.
Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn:
- Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en gekoelde of ingevroren levensmid-
delen vermijden of veiligheidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen. Consumptie-ijs, met name waterijs of ijsblokjes niet onmiddellijk en niet te koud consumeren.
Gevaar voor verwonding en beschadiging:
- Hete stoom kan letsel tot gevolg hebben. Voor het ontdooien geen elektrische kachel- tjes of stoomreinigers, open vuur of ontdoois- pray gebruiken.
- IJs niet met scherpe voorwerpen verwijderen.
Klemgevaar:
- Bij het openen en sluiten van de deur niet in het scharnier grijpen. Vingers kunnen ingeklemd raken.
Symbolen op het apparaat:
| Het symbool kan zich op de compressor bevinden. Het heeft betrekking op de olie in de compressor en wijst op het volgende gevaar: Kan bij het inslikken en indringen in de luchtwegen dodelijk zijn. Deze aanwijzing is alleen voor het recyclingproces van belang. In de normale modus bestaat er geen gevaar. |
Neem de specifieke aanwijzingen in de overige hoofdstukken in acht:
| GEVAAR | duidt een direct gevaar aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| WAAR-SCHUWING | duidt een gevaarlijke situatie aan, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| VOORZICHTIG | duidt een gevaarlijke situatie aan, die lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| LET OP | duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. | |
| Aanwijzing | geeft aan dat praktische aanwijzingen en tips gegeven worden. |
3 Bedienings- en controle-elementen
3.1 Bedienings- en controle-elementen

flowchart
graph TD
A["On/Off"] --> B["①"]
C["SuperFrost"] --> D["②"]
C --> E["③"]
F["MENU"] --> G["-15 °C"]
F --> H["-18"]
F --> I["-21"]
F --> J["-25"]
F --> K["-32"]
L["Up/Down"] --> M["⑥"]
N["Alarm"] --> O["⑦"]
style A fill:#fff,stroke:#000
style C fill:#fff,stroke:#000
style F fill:#fff,stroke:#000
style L fill:#fff,stroke:#000
style N fill:#fff,stroke:#000
Fig. 3
(1) Toets On/Off (6) Insteltoets
(2) Toets SuperFrost (7) Toets Alarm
(3) Symbool Helderheid (8) Symbool Kinderbeveiling
(4) Symbool SuperFrost (9) Symbool Menu
(5) Temperatuurdisplay (10) Symbool Alarm
3.2 Temperatuurweergave
In de normale modus worden:
- de ingestelde vriestemperatuur
De temperatuurweergave knippert:
- de temperatuurinstelling wordt veranderd;
- na het inschakelen is de temperatuur nog niet koud genoeg;
- de temperatuur is met meerdere graden gestegen.
4 In gebruik nemen
4.1 Apparaat transporteren

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport!
▶ Het apparaat verpakt transporteren.
▶ Het apparaat rechtop transporteren.
▶ Het apparaat niet alleen transporteren.
4.2 Apparaat opstellen

WAARSCHUWING
Brandgevaar door vocht!
Wanneer stroomgeleidende delen of de stroomaansluiting vochtig worden, kan dat leiden tot kortsluiting.
▶ Het apparaat is ontworpen voor gebruik in een gesloten ruimte. Het apparaat niet buiten, in een vochtige omgeving of binnen bereik van spatwater plaatsen.

WAARSCHUWING
Brandgevaar door kortsluiting!
Wanneer netsnoer/stekker van het apparaat of een ander apparaat en de achterzijde van het apparaat tegen elkaar liggen, kunnen netsnoer/stekker door trillen van het apparaat worden beschadigd, wat tot kortsluiting kan leiden.
▶ Apparaat zo opstellen, dat stekker of netsnoer niet tegen het apparaat liggen.
▶ Stopcontacten die zich aan de achterzijde van het apparaat bevinden niet gebruiken om het apparaat of andere apparaten aan te sluiten.

WAARSCHUWING
Brandgevaar door koelmiddel!
Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Ontsnappend koelmiddel kan vlam vatten.
▶ De buisleidingen van het koelmiddelcircuit niet beschadigen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging!
▶ Plaats geen warmte afgevende apparaten, bijv. magnetron, toaster enz. op het apparaat!

WAARSCHUWING
Gevaar voor brand en beschadiging door verstopte ventilatie- openingen!
▶ De ventilatieopeningen regelmatig schoonmaken. Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer!
LET OP
Gevaar voor beschadiging door condenswater!
▶ het apparaat niet strak naast een ander koel-/vriesapparaat zetten.
□ Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - nog voor het aansluiten - contact op met de leverancier.
□ De vloer waar het apparaat komt te staan moet waterpas en vlak zijn.
□ Stel het apparaat niet op in direct zonlicht en ook niet naast een fornuis, verwarming of dergelijke.
□ Optimale standplaats is een droge en goed geventileerde ruimte.
□ Het apparaat met de achterkant en indien gewenst inclusief de meegeleverde wandafstandhouders (zie beneden) direct tegen de muur plaatsen.*
□ Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand worden verschoven.
□ De ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogte hebben als de omgeven bodem.
□ Stel het apparaat niet op zonder hulp.
☐ Hoe meer koelmiddel R 600a er in het apparaat is, des te groter moet de ruimte zijn, waarin het apparaat staat. In te kleine ruimtes kan bij een lek een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Volgens de norm EN 378 moet per 11 g koelmiddel R 600a de plaatsingsruimte ten minste 1 m ^3 groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel van uw apparaat staat op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat. Verwijder hierbij de snoerhouder, anders kunnen trillingsgeluiden ontstaan!
▶ Verwijder alle transportbeveiligingsonderdelen.
In gebruik nemen
Om ervoor te zorgen dat het opgegeven energieverbruik wordt bereikt, moeten de afstandhouders worden gebruikt die bij sommige apparaten zijn gevoegd. Hierdoor wordt de apparaat-diepte ca. 35 mmgroter. Het apparaat functioneert zonder gebruik van de afstandhouders goed en volledig, maar heeft een iets hoger energieverbruik.
▶ Bij een apparaat met meegeleverde wandafstandhouders deze wandafstandhouders links en rechts boven aan de achterkant van het apparaat monteren.*

▶ Stel het apparaat met de meegeleverde steeksleutel en met behulp van de stelpootjes (A) en een waterpas stevig en vlak op.

Als het apparaat in een erg vochtige omgeving staat, kan er condens worden gevormd op de buitenkant van het apparaat.
Zorg altijd goed voor een goede ventilatie van de plaatsingsruimte.
4.3 Draairichting deur veranderen
Indien nodig kunt u de draairichting van de deur veranderen:
Controleer of volgend gereedschap klaar ligt:
Torx 25
□ Torx 15
□ Steeksleutel SW 6
Schroevendraaier
□ meegeleverde steeksleutel
□ eventueel een tweede persoon voor de montage

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding wanneer de deur eruit valt!
▶ Deur goed vasthouden.
▶ Deur voorzichtig neerzetten.
▶ Rechts onder aan de lagerbus de borgschroef Fig. 4 (1) uitdraaien.
▶ Deur openen.
▶ Deur aan de greepzijde en onderkant vastpakken en optillen.
▷ De lagerbout Fig. 4 (21)komt uit de lagerbus Fig. 5 (2) los.
Indien de lagerbout Fig. 4 (21) niet kan worden losgedraaid, de bout van onderaf naar buiten drukken.
▶ Deur aan de onderkant uitdraaien en loshalen.

Fig. 5
▶ Lagerbus Fig. 5 (2) losschroeven.
Lagerdeel Fig. 5 (3) losschroeven en in het tegenoverliggende opnamegat van de lagerbus omzetten en weer vastschroeven.
▶ Stop Fig. 5 (4)uit de lagerbus verwijderen en in de tegen-overliggende opening van de lagerbus omzetten.
▶ Afdekking Fig. 5 (5) aan kant van de greep voorzichtig wegnemen.
▶ Schroef Fig. 5 (6) uitdraaien en aan de andere kant weer indraaien.
▶ Afdekking Fig. 5 (5) weer terugplaatsen.
Lagerbus Fig. 5 (2) aan de nieuwe scharnierzijde evt. met behulp van een accuschroevendraaier weer goed (met 4 Nm) vastschroeven.

Fig. 6
Aan de bovenkant afdekking Fig. 6 (7) en afdekking Fig. 6 (8) met een schroevendraaier losklikken en schuin naar beneden verwijderen.
▶ Lagerbout Fig. 6 (9) uitdraaien en aan de andere kant goed (min. 4 Nm) vastschroeven.
▶ Afdekking Fig. 6 (7) aan de kant van de lagerbout weer aanbrengen: achteraan inzetten, vooraan vastklikken.
▶ Afdekking Fig. 6 (8) op de tegenoverliggende kant monteren: achteraan inzetten, vooraan vastklikken.

Fig. 7
▶ Til de stop Fig. 7 (12)uit de deurlagerbus en plaats hem om.
▶ Monteer deurgreep, stop Fig. 7 (10) en drukplaten Fig. 7 (11) af en monteer ze aan de tegenoverliggende kant.
▶ Let er bij het monteren van de drukplaten op, dat deze goed vastklikken.
▶ Veerklem Fig. 8 (20) verplaatsen: Sluitnok omlaag drukken, veerklem eroverheen en eraf trekken.
▶ Veerklem aan de nieuwe scharnierkant weer erin schuiven totdat hij inklikt.
Lagerbout Fig. 8 (21) uit de deurbus nemen en samen met het plaatje aan de tegenoverliggende kant aanbrengen. De sluitnok moet naar de binnenkant van de deur wijzen, de kerf naar de buitenkant.
▶ Deur boven in de lagerbout Fig. 6 (9) hangen.
▶ Deur aan de onderkant vastzetten en de lagerbout Fig. 8 (21) in de lagerbus aanbrengen. Evt. de lagerbout draaien om deze te laten vastklikken.
▶ Borgschroef Fig. 4 (1) onder in de lagerbout draaien en vast-schroeven (met 4 Nm).
De deur eventueel via de beide langsgaten in de lagerbus ten opzichte van de kast uitlijnen. Daartoe middelste schroef uitdraaien.

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door eruit vallende deur! Als de lageronderdelen niet goed zijn vastgeschroefd, kan de deur eruit vallen. Dit kan zwaar letsel tot gevolg hebben. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet goed koelt.
▶ De lagerbussen/lagerbouten goed (met 4 Nm) vast-schroeven.
▶ Alle schroeven controleren en evt. aandraaien.
4.4 Inbouw in het keukenblok
![580 min. 300 cm² 630° min. 50 [mm] ① ② ③ ④ ca. 40](/content/2026/06/1161440/images/1f3f385bbfcbc8c18819d95af463aee8acce0b59cfe31c7c72d1afa912477867.jpg)
Fig. 9
(1) Opbouwkast
(3) Keukenkast
(2) Apparaat
(4) Wand
* Bij apparaten met meegeleverde wandafstandhouders wordt de afmeting 35 mm groter. (zie 4.2).
Het apparaat kan in keukenkasten worden ingebouwd. Om het apparaat Fig. 9 (2) aan de hoogte van het keukenblok aan te passen, kan boven het apparaat een opzetkast Fig. 9 (1) worden aangebracht.
Bij een ombouw met keukenkasten (diepte max. 580 mm) kan het apparaat direct naast de keukenkast Fig. 9 (3) worden geplaatst. Het apparaat steekt aan de zijkant 34 mm ^x en in het midden 50 mm ^x uit ten opzichte van het keukenkastfront.
Ventilatie-eisen:
- Houd achter de gehele breedte van de opbouwkast een ruimte van minstens 50 mm diepte vrij voor luchtafvoer.
- De ontluchtingsdoorsnede onder het plafond moet minimaal 300 cm² bedragen.
- Hoe groter de ventilatieruimte, hoe energiezuiniger het apparaat werkt.
Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur Fig. 9 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur.
4.5 Afvalverwerking van de verpakking

WAARSCHUWING
Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!
▶ Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:
- Golfkarton/karton
- Onderdelen uit geschuimd polystyreen

- Folies en zakken uit polyetheen
- Spanbanden uit polypropeen
- Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*
▶ Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
4.6 Apparaat aansluiten
LET OP
Verkeerd aansluiten!
Beschadiging van de elektronica.
▶ Geen omvormer gebruiken.
▶ Geen energiespaarstekker gebruiken.

WAARSCHUWING
Verkeerd aansluiten!
Brandgevaar.
▶ Geen verlengkabel gebruiken.
▶ Geen verdeeldozen gebruiken.
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard en een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom van de zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A.
Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat de stroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaat bevinden.
▶ Elektrische aansluiting controleren.
▶ Steek de stekker in het stopcontact.

4.7 Apparaat inschakelen
▶ Toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken.
▷ Het apparaat is ingeschakeld. Het temperatuurdisplay en het symbool Alarm Fig. 3 (10) knipperen tot de temperatuur koud genoeg is.
▷ Wanneer op het display „DEMO” wordt aangegeven, is de demonstratiemodus geactiveerd. U kunt contact opnemen met de Technische Dienst.
5 Bediening
5.1 Helderheid van het temperatuurdisplay
U kunt de helderheid van het temperatuurdisplay aanpassen aan het omgevingslicht.
5.1.1 Helderheid instellen
De achtergrondverlichting kan worden uitgeschakeld of op een van de 5 lichtsterktes worden ingesteld. Bij levering is de achtergrondverlichting uitgeschakeld.
▶ Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 s indrukken.
▷ Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert.
▶ Insteltoets Fig. 3 (6) indrukken om de helderheidsfunctie op te roepen.
▷ Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) gaat uit en het symbool Helderheid Fig. 3 (3) knippert.
▶ Bevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken.
▷ Het symbool Helderheid Fig. 3 (3) is verlicht.

▶ Met de insteltoets Fig. 3 (6) uitschakelen of de gewenste helderheid kiezen. Hoe meer velden van het temperatuur-display oplichten, hoe feller de verlichting. Geen enkel veld verlicht betekent "uit".
▶ Bevestigen: toets SuperFrost Fig. 3 (2) indrukken.
▷ Het symbool Helderheid Fig. 3 (3) knippert.
▷ De helderheid is op de nieuwe waarde ingesteld.
▶ Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken.
-of-
▶ 5 min. wachten.
▷ Het symbool Helderheid Fig. 3 (3) en het symbool Menu Fig. 3 (9) gaan uit.
▷ Op het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur aangegeven.
5.2 Kinderbeveiliging
Met de kinderbeveiliging zorgt u ervoor dat kinderen bij het spelen het apparaat niet onbedoeld uitschakelen.

5.2.1 Kinderbeveiliging inschakelen
▶ Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 s indrukken.
▷ Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert.
▶ De toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functie Kinderbeveiliging op te roepen.
▷ Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. In het temperatuurdisplay zijn de LED's -15 °C en -21 °C verlicht.

▶ De toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinderbeveiliging in te schakelen.
▷ Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert. De LED's -15 °C en -21 °C gaan uit.
▶ Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken.
-of-
▶ 5 min. wachten.
▷ Het symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt.
5.2.2 Kinderbeveiliging uitschakelen
▶ Instelmodus activeren: toets SuperFrost Fig. 3 (2) ca. 5 s indrukken.
▷ Het symbool Menu Fig. 3 (9) is verlicht en het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert.
▶ De toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de functie Kinderbeveiliging op te roepen.
▷ Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) brandt. In het temperatuurdisplay is de LED -18 °C verlicht.

▶ De toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken om de kinderbeveiliging uit te schakelen.
▷ Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) knippert.
▶ Instelmodus deactiveren: toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken.
-of-
▶ 5 min. wachten.
▷ Het symbool Menu Fig. 3 (9) gaat uit en in het temperatuur-display wordt de temperatuur weer aangeven. Het symbool Kinderbeveiliging Fig. 3 (8) is niet meer verlicht.
5.3 Deuralarm
Als de deur langer dan 60 seconden open staat, klinkt er een geluidssignaal.
Het geluidssignaal dooft automatisch, als de deur wordt gesloten.

5.3.1 Deuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan bij geopende deur worden uitgeschakeld. Het deactiveren werkt zolang de deur open staat.
▶ Toets Alarm Fig. 3 (7) indrukken.
▷ Het akoestisch alarm gaat uit.
5.4 Temperatuuralarm
Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat het akoestisch alarm af.
Tegelijkertijd knipperen de temperatuurdisplay en het symbool Alarm Fig. 3 (10).

De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn:
- warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer gelegd
- bij het sorteren en uitnemen van de levensmiddelen is teveel warme lucht binnengekomen
- de stroom is voor langere tijd uitgevallen
- het apparaat is defect
Het akoestisch alarm stopt automatisch, het symbool Alarm Fig. 3 (10) gaat uit en de temperatuurdisplay houdt op met knipperen, wanneer de temperatuur weer laag genoeg is.
Wanneer het alarm niet uitgaat (zie Storingen).
Aanwijzing
Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levensmiddelen bederven.
▶ De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen.
5.4.1 Temperatuuralarm deactiveren
Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief.
▶ Toets Alarm Fig. 3 (7) indrukken.
▷ Het akoestisch alarm is gedeactiveerd.
5.5 Levensmiddelen invriezen
U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder „Invriescapaciteit ... kg/24h” is aangegeven.
De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.

VOORZICHTIG
Gevaar voor verwonding door glasscherven!
Flessen en blikjes drinken kunnen bij het invriezen springen. Dit geldt met name voor koolzuurhoudend drinken.
▶ Flessen en blikjes met drinken niet invriezen!
Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente max. 1 kg
- vlees max. 2,5 kg
▶ Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium.
5.6 Bewaartijden
| Richtwaardes voor de opslagduur van de verschillende levensmiddelen: | |
| Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden | |
| Worst, ham 2 tot 6 maanden | |
| Brood en banket | 2 tot 6 maanden |
| Wild, varkensvlees | 6 tot 10 maanden |
| Vis, vet | 2 tot 6 maanden |
| Vis, mager | 6 tot 12 maanden |
| Kaas | 2 tot 6 maanden |
| Gevogelte, rundvlees | 6 tot 12 maanden |
| Groente, fruit | 6 tot 12 maanden |
De aangegeven bewaartijden zijn richtwaardes.
5.7 Levensmiddelen ontdooien
- in het koelgedeelte
- in een magnetron
- in een oven/heteluchtoven
- bij kamertemperatuur
▶ Neem alleen zoveel levensmiddelen als u nodig heeft. Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken.
▶ Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen.
5.8 Temperatuur instellen
Aanbevolen temperatuurinstelling: -18 °C
U kunt de temperatuur doorlopend veranderen. Is de instelling -32 °C bereikt dan wordt opnieuw bij -15 °C begonnen.
▶ Temperatuurverstelling oproepen: druk eenmaal op de insteltoets Fig. 3 (6).
▷ In het temperatuurdisplay knippert de LED van de huidige temperatuur.
Druk net zo vaak op de insteltoets Fig. 3 (6) tot de LEDs de gewenste temperatuur aangeven.
Aanwijzing
▶ Door de insteltoets lang in te drukken wordt binnen een kleine temperatuurzone (b.v.: tussen -15 °C en -18 °C) een iets koudere waarde ingesteld. In het temperatuurdisplay is dan de LED van de eerstvolgende lagere temperatuurzone verlicht.
5.9 SuperFrost
Met deze functie kunt u nieuwe levensmiddelen snel tot op de kern invriezen. Het apparaat werkt met maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van het koelaggregaat tijdelijk luider zijn.

U kunt maximaal zoveel nieuwe levensmiddelen binnen 24 h invriezen, als op het typeplaatje onder „invriescapaciteit ... kg/24h” is aangegeven. De invriescapaciteit is afhankelijk van het model en de klimaatklasse van het apparaat.
Afhankelijk van de hoeveel nieuwe levensmiddelen die worden ingevroren, moet SuperFrost bijtijds worden ingeschakeld: bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen ca. 6h, bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen 24h voordat u de levensmiddelen in de vriezer legt.
Verpak de levensmiddelen en leg ze zo breed mogelijk uit. In te vriezen levensmiddelen niet met reeds ingevroren producten in contact brengen om ontdooien van deze producten te voorkomen.
SuperFrost hoeft u in de volgende gevallen niet in te schakelen:
- wanneer u reeds ingevroren waren in de diepvriezer legt
- bij het invriezen van max. ca. 2 kg nieuwe levensmiddelen per dag
5.9.1 Met SuperFrost invriezen
▶ Toets SuperFrost Fig. 3 (2) kort indrukken.
▷ Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) is verlicht.
▷ De temperatuur daalt; het apparaat werkt met maximale koeling.
Bij een kleine hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen:
▶ Ca. 6 u wachten.
▶ Verpakte levensmiddelen in de diepe onderste laden leggen.
Bij de maximale hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen (zie typeplaatje):
▶ ca. 24 u wachten.
▶ Onderste diepe laden uitschuiven en de levensmiddelen direct op de onderste plateaus leggen.
▷ SuperFrost schakelt na ca. 65 u automatisch uit.
▷ Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) gaat uit, wanneer het invriezen is afgesloten.
▶ Levensmiddelen in de laden legen en deze weer inschuiven.
▷ Het apparaat werkt in de energiebesparende normale modus verder.
5.10 Laden
Aanwijzing
Het energieverbruik stijgt en de koelprestatie vermindert bij onvoldoende ventilatie.
Bij apparaten met NoFrost:
▶ Laat de onderste schuiflade in het apparaat zitten!
▶ Houd de luchtspleet binnen aan de achterkant steeds vrij!

▶ Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit.
5.11 Plateaus
▶ Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken.
▶ Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven.

5.12 VarioSpace
Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt.
▶ De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast.

Dankzij de kruiden- en bessenlade kunt u bessen, kruiden, groenten en andere kleine diepvriesproducten invriezen zonder dat ze aan elkaar vriezen. De diepvriesproducten behouden hun vorm en zijn later makkelijker in porties te verdelen.
5.13.1 Het kruiden- en bessenvak gebruiken
▶ Verdeel de diepvriesproducten losjes over het kruiden- en bessenvak.
▶ Laat de diepvriesproducten 10 tot 12 uur invriezen.
▶ Doe de diepvriesproducten over in diepvrieszakjes of -bakjes.
▶ Diepvrieszakjes of -bakjes in een lade plaatsen.
- Om te ontdooien spreidt u de ingevroren diepvriesproducten losjes naast elkaar uit.*

6.1 Ontdooien met NoFrost
Het NoFrost-systeem ontdooit het apparaat automatisch.
Het vocht slaat neer op de verdamper, wordt regelmatig ontdooid en verdampt dan.
▶ U hoeft het apparaat niet handmatig te ontdooien.
6.2 Apparaat reinigen\*

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! Hete stoom kan brandwonden veroorzaken en de oppervlakken beschadigen.
▶ Gebruik geen stoomreinigers!
LET OP
Verkeerd reinigen kan het apparaat beschadigen!
▶ Gebruik reinigingsmiddelen niet in geconcentreerde vorm.
▶ Gebruik geen schurende of krassende sponsjes of staalwol.
▶ Geen scherpe, schurende, zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen gebruiken.
▶ Gebruik geen chemische oplosmiddelen.
▶ Beschadig of verwijder het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat niet. Dit is belangrijk voor de Technische Dienst.
▶ Kabels of andere onderdelen niet afbreken, knikken of beschadigen.
▶ Laat geen reinigingswater in de afvoergoot, de ventilatie-roosters en elektrische delen terecht komen.
- Gebruik zachte poetsdoeken en een allesreiniger met een neutrale pH-waarde.
Gebruik in de binnenruimte van het apparaat alleen levensmiddelenvriendelijke reinigings- en onderhoudsproducten.
▶ Apparaat uitruimen.
▶ Trek de stekker uit.
▶ Uit- en inwendige oppervlaktes van kunststof met lauwwarm water en een beetje afwasmiddel met de hand reinigen.
LET OP
Beschadigingsgevaar door reinigingsmiddelen voor roestvrij staal!
De roestvrijstalen deuren en roestvrijstalen zijwanden zijn behandeld met een hoogwaardige oppervlakcoating.
Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal tasten de oppervlakken

aan.
▶ Gecoate deur- en zijwandoppervlakken alsmede gelakte deur- en zijwandoppervlakken uitsluitend afvegen met een zachte, schone doek. Bij sterke vervuiling een beetje water of een neutraal reinigingsmiddel gebruiken. Optioneel kan ook een microvezeldoek worden gebruikt.
▶ Onderdelen met lauwwarm water en een beetje afwas-middel met de hand reinigen.
Na het reinigen:
▶ Apparaat en onderdelen droogwrijven.
▶ Apparaat weer aansluiten en inschakelen.
▶ SuperFrost inschakelen (zie 5.9) .
Wanneer de temperatuur voldoende koud is:
▶ de levensmiddelen er weer in leggen.
Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen). Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de Technische Dienst. Het adres vindt u in het bijgevoegd overzicht.

WAARSCHUWING
Gevaar voor verwonding door onvakkundige reparatie!
▶ Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie Onderhoud), uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
Apparaataanduiding Fig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de linkerkant binnen in het apparaat.

Fig. 10
▶ Contact opnemen met de Technische Dienst en het probleem, apparaataanduiding Fig. 10 (1), service-nr. Fig. 10 (2) en serie-nr. Fig. 10 (3) mededelen.
▷ Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk.
▶ Het apparaat gesloten laten, totdat de Technische Dienst komt.
▷ De levensmiddelen blijven langer koel.
▶ Trek de stekker uit het stopcontact (daarbij niet aan het snoer trekken) of de draai de zekering uit.
7 Storingen
Uw apparaat is zo ontworpen en gebouwd, dat een veilige werking en lange levensduur gegarandeerd zijn. Mocht er desondanks een storing optreden, dan svp eerst controleren of de storing door een bedieningsfout werd veroorzaakt. In dit geval moeten wij de ontstane kosten ook in de garantieperiode in rekening brengen. Volgende storingen kunt u zelf verhelpen:
Het apparaat functioneert niet.
→ Het apparaat is niet ingeschakeld.
▶ Apparaat inschakelen.
→ De stekker zit niet goed in het stopcontact.
▶ Stekker controleren.
→ De zekering van het stopcontact is niet in orde.
▶ Zekering controleren.
De compressor blijft lopen.
→ De compressor schakelt bij een verminderde koudebehoefte over op een lager toerental. Hoewel de looptijd daardoor langer is, wordt energie bespaard.
▶ Dat is bij energiebesparende modellen normaal.
→ SuperFrost is ingeschakeld.
▶ Om de levensmiddelen snel af te koelen, draait de compressor langer. Dit is normaal.
Een led aan de onderachterkant van het apparaat (bij de compressor) knippert regelmatig om de 15 seconden\*.
→ De inverter is met een foutdiagnose led uitgevoerd.
▶ Het knipperen is normaal.
Geluiden zijn te luid.
→ Toerentalgeregelde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken.
▶ Het geluid is normaal.
Een borrelen en klateren
→ Dit geluid komt van het koelmiddel, dat door het koelcircuit stroomt.
▶ Het geluid is normaal.
Een zacht klikken
→ Het geluid ontstaat bij het automatisch in- en uitschakelen van het koelaggregaat (de motor).
▶ Het geluid is normaal.
Een brommend geluid. Kan voor korte tijd iets luider zijn, wanneer het koelaggregaat (de motor) inschakelt.
→ Bij ingeschakelde SuperFrost, nieuw opgeslagen levensmiddelen of na lang geopende deur wordt het koelvermogen automatisch verhoogd.
▶ Het geluid is normaal.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
▶ Oplossing: (zie 1.2)
Trilgeluiden
→ Het apparaat staat niet vast op de vloer. Daardoor gaan voorwerpen en meubels in de buurt van het lopende koelaggregaat trillen.
▶ Lijn het apparaat via de stelvoeten uit.
▶ Flessen en bakken uit elkaar drukken.
Het symbool SuperFrost Fig. 3 (4) knippert tegelijkertijd met de temperatuurdisplay.
→ Het betreft een storing.
▶ Neem contact op met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
In de temperatuurdisplay brandt DEMO.
→ De demonstratie-modus is geactiveerd.
▶ Neem contact op met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
Het apparaat is aan de buitenkant warm\*.
→ De warmte van het koelmiddelcircuit wordt gebruikt om condenswater te voorkomen.
▶ Dit is normaal.
Temperatuur is niet laag genoeg.
→ De deur is niet goed gesloten.
▶ Deur van het apparaat sluiten.
→ Niet voldoende be- en ontluchting.
▶ Ventilatieroosters vrijmaken en reinigen.
→ De omgevingstemperatuur is te hoog.
▶ Oplossing: (zie 1.2)
→ Het apparaat werd te vaak of te lang geopend.
▶ Afwachten of de benodigde temperatuur weer vanzelf wordt bereikt. Zo niet, contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud).
→ U heeft teveel nieuwe levensmiddelen zonder SuperFrost opgeslagen.
▶ Oplossing: (zie 5.9)
→ Het apparaat staat te dicht bij een warmtebron (fornuis, verwarming enz.).
▶ Verander de standplaats van het apparaat of van de warmtebron.
De deurafdichting is defect of moet om andere redenen worden vervangen.\*
→ De deurafdichting is bij enkele apparaten verwisselbaar. Het kan zonder overig gereedschap worden verwisseld.
▶ Neem contact op met de Technische Dienst. (zie Onderhoud).
Het apparaat is bevoren of er vormt zich condenswater.\*
→ De deurafdichting kan uit de sleuf zijn weggegleden.
▶ De deurafdichting controleren op juiste bevestiging in de sleuf.
8 Uitzetten
8.1 Apparaat uitschakelen
▶ Toets On/Off Fig. 3 (1) indrukken, totdat het display donker wordt. Toets loslaten.
▷ Wanneer het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, is de kinderbeveiliging actief (zie 5.2).
8.2 Buiten werking stellen
▶ Apparaat leegmaken.
▶ Apparaat uitschakelen (zie Uitzetten).
▶ Netstekker eruit halen.
▶ Apparaat reinigen (zie 6.2) .

▶ Laat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaan- gename geuren kunnen ontstaan.
9 Apparaat afdanken
Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en mag niet met het gewoon huis- of grofvuil worden meegegeven. Het recyclen van afgedankte apparaten moet vakkundig gebeuren overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften en wetten.


Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrij- komen.
▶ Apparaat onbruikbaar maken.
▶ Trek de stekker uit.
▶ Snijd het aansluitsnoer door.
NL

