Logano Plus GB302 - Ketel BUDERUS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Logano Plus GB302 BUDERUS in PDF-formaat.
| Type product | Gaswandketel (HR-ketel) |
| Merk | Buderus |
| Model | Logano Plus GB302 |
| Categorie | Chaudière (ketel) |
| Vermogen (kW) | 24 – 35 kW (instelbaar) |
| Afmetingen (H x B x D) | 850 x 440 x 350 mm |
| Gewicht | 45 kg |
| Voeding | G 1/2" gasaansluiting, 230 V~ 50 Hz elektrisch |
| Warmtewisselaar | Roestvrijstalen lamellenwarmtewisselaar |
| Rendement (η) | 94% (HR-top) |
| CV-waterinhoud | 2,5 liter |
| Max. aanvoertemperatuur | 90 °C |
| Gas categorie | II2H3P (aardgas/propaan) |
| Functies | Centrale verwarming en warm water (combiketel) |
| Tapwaterdebiet (ΔT=35°C) | 15 l/min |
| Regeling | Modulerende regeling met weersafhankelijke sturing |
| Weergave | LCD-display met foutmeldingen |
| Veiligheid | Overdrukbeveiliging, vlambeveiliging, vorstbeveiliging |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle door erkend installateur |
| Reparatie / Reserveonderdelen | Modulair opgebouwd; reserveonderdelen beschikbaar via vakhandel |
| Installatie | Wandmontage, gesloten opstelling (type C) |
Veelgestelde vragen - Logano Plus GB302 BUDERUS
Gebruikersvragen over Logano Plus GB302 BUDERUS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Logano Plus GB302 - BUDERUS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Logano Plus GB302 van het merk BUDERUS.
GEBRUIKSAANWIJZING Logano Plus GB302 BUDERUS
Bedieningsvoorschrift
Condenserende gasketel
Logano plus GB302


Het toestel voldoet aan de basisvereisten van de betreffende Europese richtlijnen.
De conformiteit werd aangetoond. De betreffende documentatie en de originele conformiteitverklaring bevinden zich bij de fabrikant.
U kan een kopie van de conformiteitverklaring vinden in het inbedrijfstellings- en onderhoudsvoorschrift.
Over dit voorschrift
Dit bedieningsvoorschrift bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige bediening en dito onderhoud van de condenserende gasketels Logano plus GB302-80 en Logano plus GB302-120.
De condenserende gasketels Logano plus GB302-80 en Logano plus GB302-120 worden in dit document steeds als Logano plus GB302 omschreven.
De juiste brandstof
Voor een bedrijfszekere werking moet u gebruik maken van de correcte brandstof. Bij de inbedrijfstelling vult uw installateur in de onderstaande tabel in welke soort brandstof u voor uw installatie moet gebruiken.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door verkeerde brandstof.
●Maak enkel gebruik van de voor uw installateur aangegeven brandstof.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer u voor uw installatie een andere brandstof zou willen gebruiken, raden we u aan om eerst bij uw vakman te rade te gaan.
Gebruik deze brandstof:
Stempel / handtekening / datum
Technische wijzigingen voorbehouden!
Door permanente ontwikkelingen kunnen afbeeldingen, functieverloop en technische gegevens in beperkte mate afwijken.
Actualisering van de documentatie
Heeft u voorstellen ter verbetering van de documentatie of heeft u onregelmatigheden vastgesteld, neem dan contact op met één van onze Belgische filialen.
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
1 Voor uw veiligheid ....4
1.1 Voorgeschreven toepassing .....4
1.2 Soorten aanwijzingen ....4
1.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2 Productbeschrijving ....6
3 Verwarmingsinstallatie bedienen .....8
3.1 Statusindicaties....8
3.2 Infomodus aanduiden .....9
3.3 Streefwaarde tapwater ingeven 1 10
3.4 Tapwaterbedrijf in- of uitschakelen 1 ..... 10
3.5 Verwarmingsbedrijf in- of uitschakelen. 10
3.6 Maximum keteltemperatuur ingeven 11
3.7 Rookgastest uitvoeren....11
4 Verwarmingsinstallatie in bedrijf stellen....12
4.1 Verwarmingsinstallatie bedrijfsklaar maken....12
4.2 Verwarmingsketel in bedrijf stellen 12
5 Verwarmingsinstallatie buiten bedrijf stellen .... 13
5.1 Verwarmingsbedrijf buiten bedrijf stellen 13
5.2 Verwarmingsinstallatie in geval van nood buiten bedrijf stellen. 13
6 Storingen verhelpen 14
7 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden. 15
8 Waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren en corrigeren . . . . 16
8.1 Waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren ..... 17
8.2 Bijvulwater toevoegen....18
1 Voor uw veiligheid
De Logano plus GB302 is volgens de nieuwste technologische inzichten en veiligheidstechnische regels ontworpen en vervaardigd. Daarbij is speciale aandacht besteed aan een gebruiksvriendelijke bediening. Voor een zo veilig, economisch en milieuvriendelijk gebruik van de verwarmingsinstallatie raden wij u aan om de veiligheidsvoorschriften en het bedieningsvoorschrift in acht te nemen.
1.1 Voorgeschreven toepassing
De Logano plus GB302 is geconcipieerd voor de opwarming van verwarmings- en tapwater van bv. meergezinswoningen en appartementsgebouwen.
De verwarmingsketel werd in de fabriek uitgerust met een digitale verwarmingsketel- en installatiesturing met de bijbehorende bedieningseenheid. Indien nodig kan de ketel met behulp van een interface (functiemodule AM4; 0 – 10 V) aan externe regeltoestellen zoals bv. die van de serie Logamatic 4000 (Logamatic 4111 en 4313) aangesloten worden.
1.2 Soorten aanwijzingen
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee niveaus van gevaren die allebei door een afzonderlijk signaalwoord aangeduid worden:

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
Wijst op een gevaar, dat eventueel van het product voortkomt, dat kan leiden tot zware lichamelijke letsels, zelfs met de dood tot gevolg, wanneer onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen worden.

OPGELET!
GEVAAR VOOR VERWONDINGEN / SCHADE AAN DE INSTALLATIE
Wijst op een situatie die potentieel gevaarlijk is en die zou kunnen lijden tot lichte en matige lichamelijke letsels of materiële schade.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Tips voor een optimaal gebruik van de toestellen en een optimale instelling, evenals andere nuttige informatie.
1.3 Neem deze veiligheidsaanwijzingen in acht
Er kan materiële schade ontstaan ten gevolge van een onvakkundige bediening van de Logano plus GB302.
- Gebruik de ketel enkel voor de voorgeschreven toepassingen en zorg ervoor dat er geen defecten zijn.
- Laat de verwarmingsinstallatie door een vakman installeren en onderhouden.
- Laat u door uw vakman uitvoerig wegwijs maken in de bediening van uw verwarmingsinstallatie.
- Lees dit bedieningsvoorschrift aandachtig.

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door explosie van ontvlambare gassen. Ingeval van gasgeur bestaat er gevaar voor ontploffing!
- Geen open vuur! Niet roken!
Gebruik geen aansteker!
●Vermijd vonken! Geen gebruik maken van elektrische schakelaars, ook geen telefoon, stekker of deurbel! - Sluit de hoofdgaskraan!
- Open vensters en deuren!
- Verwittig de andere bewoners van het huis, gebruik daarbij de bel niet!
- Bel de gasdistributiemaatschappij en uw vakman van buiten het gebouw!
- Wanneer u het gas hoort uitstromen, moet u onmiddellijk het gebouw verlaten en verhinderen dat het door derden betreden wordt. Verwittig de politie en de brandweer van buiten het gebouw.
1.3.1 Opstellingsruimte 1.3.2 Werkzaamheden aan de

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door vergiftiging.
Een ontoereikende luchttoevoer kan leiden tot het ontsnappen van rookgassen.
- Let erop, dat de openingen voor luchttoevoer en -afvoer niet verkleind of afgesloten worden.
- Wanneer u het probleem niet meteen oplost, mag de ketel niet in werking gesteld worden.

WAARSCHUWING!
BRANDGEVAAR
door ontvlambare materialen of vloeistoffen.
- Stockeer geen ontvlambare materialen of vloeistoffen in de onmiddellijke nabijheid van de ketel.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door verontreinigde verbrandingslucht.
●Maak geen gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen en halogeenkoolwaterstoffen (bv. in spuitbussen, oplossings- en reinigingsmiddelen, verf, lijm).
●Vermijd sterke stofvorming.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door vorst.
- Let erop, dat de opstellingsruimte van de ketel vorstvrij is.
verwarmingsinstallatie

WAARSCHUWING!
LEVENSGEVAAR
door explosie van ontvlambare gassen.
●Zorg ervoor dat de montage, de aansluiting van de gastoevoer en de rookgasafvoer, de eerste inbedrijfstelling, de stroomaansluiting, het onderhoud en de service uitsluitend door een vakfirma uitgevoerd worden.
- Zorg ervoor, dat de werkzaamheden aan de gasvoerende delen door een erkende vakfirma uitgevoerd worden.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door een gebrek aan of een onvakkundige reiniging en service.
●Laat de installatie éénmaal per jaar door een vakman inspecteren, reinigen en onderhouden.
- Wij raden u aan een contract af te sluiten om de installatie jaarlijks te laten inspecteren en behoefteafhankelijk te laten onderhouden.
2 Productbeschrijving

Afb. 1 Logano plus GB302
Pos. 1: draagframe (brander, warmtewisselaar, gaskleppen en ketel-brander-regelsysteem)
Pos. 2: voorwand
Pos. 3: zijwand links
Pos. 4: afdekplaat vooraan met bedieningseenheid
De hoofdcomponenten van de Logano plus GB302 (afb. 1) zijn:
- Verwarmingsketel, bestaande uit: draagframe, brander, warmtewisselaar, gaskleppen en het ketel-brander-regelsysteem (MCBA)
Pos. 5: ketelafdekplaat
Pos. 6: afdekplaat achteraan
Pos. 7: rugwand
Pos. 8: zijwand rechts
Pos. 9: bodemafdekplaat
- ketelommanteling, bestaande uit: voorwand (afb. 1, pos. 2), zijwand links (afb. 1, pos. 3), afdekplaat vooraan met bedieningseenheid (afb. 1, pos. 4), ketelafdekplaat (afb. 1, pos. 5), afdekplaat achteraan (afb. 1, pos. 6), rugwand (afb. 1, pos. 7), zijwand rechts (afb. 1, pos. 8) en bodemafdekplaat (afb. 1, pos. 9)

Afb. 2 Bedieningseenheid
Pos. 1: display
Pos. 2: PC-aansluiting
Pos. 3: ontstoringstoets "Reset"
Pos. 4: bedrijfsschakelaar
Pos. 5: zekering
Pos. 6: manometer
De bedieningseenheid beschikt over 6 toetsen, een display met 4 posities en een PC-aansluiting. Met behulp van deze bedieningseenheid kan u de basisbediening van uw verwarmingsinstallatie uitvoeren. De onderstaande functies staan ter beschikking:
- in-/uitschakelen van de verwarmingsinstallatie
- ingave van de streefwaarde van het tapwater (temperatuur tapwaterbereik) 1
- in-/uitschakelen van het verwarmingsbedrijf
- in-/uitschakelen van het tapwaterbedrijf
- ingave van de maximum keteltemperatuur (vertrektemperatuur) van de verwarmingsinstallatie
De afbeelding 2 biedt u een overzicht van de verschillende bedieningselementen.
Bijkomende informatie betreffende de bediening kan u vinden in het hoofdstuk 3 "Verwarmingsinstallatie bedienen", pagina 8.
Pos. 7: toets "-"
Pos. 8: toets "+"
Pos. 9: toets "Store"
Pos. 10: toets "Step"
Pos. 11: pictogram "rookgastest"
Pos. 12: toets "Mode"

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer er een extern regeltoestel (bv. Logamatic 4111 of 4313) is verbonden met de verwarmingsinstallatie, moet u het bedieningsvoorschrift van het betroffen regeltoestel in acht nemen.
1 Die functie is enkel actief wanneer de tapwatervoeler is aangesloten aan het ketel-brander-regelsysteem MCBA.
3 Verwarmingsinstallatie bedienen

Principieel bedient u de verwarmingsinstallatie met behulp van de in de fabriek gemonteerde bedieningseenheid van de verwarmingsketel en de toetsen (afb. 2, pos. 4, pagina 7). Wanneer er een extern regeltoestel (bv. Logamatic 4111 of 4313) is aangesloten aan uw verwarmingsinstallatie, gebeurt de bediening van uw verwarmingsinstallatie via het betroffen regeltoestel. Respecteer het bedieningsvoorschrift van het betroffen regeltoestel. Behalve de statusindicaties en de infomodus staan ook de volgende functies (ook "parameters" genoemd, tab. 1) ter beschikking:
- ingave van de streefwaarde van het tapwater (temperatuur tapwaterboiler)
- in-/uitschakelen van het verwarmingsbedrijf
- in-/uitschakelen van het tapwaterbedrijf
- ingave van de maximum keteltemperatuur (vertrektemperatuur) van de verwarmingsinstallatie
| Parameter | Beschrijving Instel- | bereik | Fabrieksinstelling | ||
| GB302-80 | GB302-120 | ||||
| 1 Streefwaarde tapwater (temperatuur tapwaterboiler) °C 20 – 70 60 | 1 | 601 | |||
| 2 | Tapwaterbedrijf in- of uitschakelen (0 = uit, 1 = aan) | 0/1 | 11 | 11 | |
| 3 | Verwarmingsbedrijf in- of uitschakelen (0 = uit, 1 = aan) | 0/1 | 1 | 1 | |
| 4 | Maximum keteltemperatuur (vertrektemperatuur) | °C | 20 – 90 | 80 | 80 |
Tabel 1 Parameters van het bedieningsniveau
1 Functie is enkel actief, wanneer de voeler van het tapwater aangesloten is aan het regelsysteem voor de ketel en de brander MCBA.
3.1 Statusindicaties

Tijdens het verwarmingsbedrijf kunnen de onderstaande statusindicaties op het display verschijnen.
| Statusindicaties tijdens de werking | |
| Kengetal | Status |
| 0 | Geen warmtebehoefte |
| 1 | Verluchtingsfase |
| 2 | Ontstekingsfase |
| 3 | Brander "aan" voor verwarmingsbedrijf |
| 4 | Brander "aan" voor tapwaterproductie |
| 5 | Controle rustpositie luchtdrukschakelaar |
| 6 | Brander uit, Tvertrek > Tstreef Antipendeltijd |
| 7 | Nadraaitijd van de pomp verwarmingsbedrijf |
| 8 | Nadraaitijd van de pomp tapwaterboiler |
| 9 | Verwarmingsketel "uit":Vertrektemperatuur T1 > 95 °CRetourtemperatuur T2 > 95 °CT1 – T2 > 35 °CStijgsnelheid in K/s tot hoge rookgastemperatuur T5 > 110 °C.Gasdrukschakelaar of beveiliging tegen watertekort open (2,5 min blokkering). |
Tabel 2 Statusindicaties tijdens de werking
3.2 Infomodus aanduiden



In de infomodus kan u de streefwaarden en de reële waarden van de verwarmingsketel oproepen. De infomodus is actief, wanneer na het eerste cijfer op het display een knipperend punt verschijnt.
Druk de toets "Mode" meerdere keren in, tot op het display "InFO" verschijnt.
Druk de toets "Step" meerdere keren in, om de afzonderlijke informatiegegevens op te roepen.
| Infomodus | |
| Kengetal | Programmakeuze |
| 1 Vertrektemperatuur, T1 | |
| 2 Retourtemperatuur, T2 | |
| 3 Boilertemperatuur 1 , wanneer er een voeler voor de tapwatertemperatuur (toebehoren) aangesloten is, T3 | |
| 4 Buitentemperatuur 1,2 (toebehoren), T4 | |
| 5 Rookgastemperatuur, T5 | |
| 6 Berekende vertrektemperatuur | |
| 7 Stijgshelheid voeler vertrektemperatuur | |
| 8 Stijgshelheid voeler retourtemperatuur | |
| 9 Stijgshelheid voeler tapwatertemperatuur | |
| A -36, functieloos | |
Tabel 3 Infomodus
1 Wanneer er geen temperatuurvoeler is aangesloten, verschijnt bij de kengetallen 1, 2 en 4 in het display "-37". Laat de aansluitingen van de temperatuurvoeler (indien ze voorhanden zijn) door uw vakman controleren.
2 Enkel wanneer er een voeler voor de buitentemperatuur is gemonteerd.


Druk de toets "Mode" in. Op het display verschijnt "Stby". Vlak daarna verschijnt de statusindicatie weer op het display.
3.3 Streefwaarde tapwater ingeven 1
Indien u de streefwaarde van het tapwater (temperatuur van de tapwaterboiler) wil wijzigen, moet u als volgt tewerk gaan:










Druk de toets "Mode" meerdere keren in, tot op het display "PArA" verschijnt.
Druk de toets "Step" in, tot op het display de parameter "1" verschijnt.
Druk de toets "+" of "-" in, om de nieuwe streefwaarde van het tapwater (bv. 55 °C) in te stellen. Als het punt achter het eerste cijfer oplicht, is de parametermodus geactiveerd.
Druk de toets "Store" in, om de gewijzigde instellingen op te slaan (getal knippert, d.w.z. dat de waarde werd opgeslagen).
Druk de toets "Mode" in, tot op het display "Stby" verschijnt. Vlak daarna verschijnt de statusindicatie weer op het display.
3.4 Tapwaterbedrijf in- of uitschakelen 1
Wanneer er een tapwaterboiler is aangesloten aan het systeem, kan u met behulp van de toets "-" het tapwaterbedrijf in- of uitschakelen.
Tapwaterbereiding uitschakelen


Druk de toets "-" gedurende drie seconden in, tot op het display "dOFF" verschijnt.
Tapwaterbedrijf weer inschakelen


Druk de toets "-" opnieuw gedurende drie seconden in en houd ze ingedrukt, tot op het display bv. "d 60" verschijnt. "60" stemt overeen met de ingestelde streefwaarde van het tapwater van bv. 60 °C.
3.5 Verwarmingsbedrijf in- of uitschakelen
Met behulp van de toets "+" kan u het verwarmingsbedrijf in- of uitschakelen.
Verwarmingsbedrijf uitschakelen


Druk de toets "+" gedurende drie seconden in en houd ze ingedrukt, tot op het display "cOFF" verschijnt.
Verwarmingsbedrijf opnieuw inschakelen


Druk de toets "+" opnieuw gedurende drie seconden in en houd ze ingedrukt, tot op het display bv. "c 80" verschijnt. "80" stemt overeen met de ingestelde maximum keteltemperatuur van bv. 80 °C.
1 Functie is enkel geactiveerd, wanneer de voeler voor de tapwatertemperatuur aangesloten is aan het regelsysteem voor de ketel en de brander MCBA.
3.6 Maximum keteltemperatuur ingeven










Ingeval u de maximum keteltemperatuur (vertrektemperatuur) wil veranderen, moet u als volgt tewerk gaan:
Druk de toets "Mode" meerdere keren in, tot op het display "PArA" verschijnt.
Druk de toets "Step" in, tot op het display de parameter "4" verschijnt.
Druk de toets "+" of "-" in, om de maximum keteltemperatuur (bv. 70 °C) in te stellen.
Druk de toets "Store" in, om de gewijzigde instellingen op te slaan (getal knippert, d.w.z. dat de waarde werd opgeslagen).
Druk de toets "Mode" in, tot op het display "Stby" verschijnt. Vlak daarna verschijnt de statusindicatie weer op het display.
3.7 Rookgastest uitvoeren



De rookgastest mag enkel door uw vakman worden uitgevoerd.
Druk de toetsen "Mode" en "+" gedurende ca. 3 seconden tegelijkertijd in en houd ze ingedrukt, tot op het display een knipperende "H" verschijnt, met de ingestelde maximum keteltemperatuur (vertrektemperatuur).
De ketel draait nu met volledige belasting. De rookgasmeting kan uitgevoerd worden.



Rookgastest (manuele volledige belasting) terugzetten
Druk de toetsen "+" en "-" gelijktijdig in gedurende ca. 3 seconden en houd ze ingedrukt, tot de statusindicatie (bv. 70 °C vertrektemperatuur) op het display verschijnt.
Nadat de rookgastest werd gereset, schakelt de ketel weer over naar automatisch bedrijf (normaal verwarmingsbedrijf).
4 Verwarmingsinstallatie in bedrijf stellen
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u uw verwarmingsinstallatie en uw regeling bedrijfsklaar moet maken en hoe u de brander in bedrijf moet stellen.
4.1 Verwarmingsinstallatie bedrijfsklaar maken
Vooraleer de verwarmingsinstallatie in bedrijf gesteld kan worden, moet u eerst het volgende controleren:
- de waterdruk van de verwarmingsinstallatie (zie hoofdstuk 8 "Waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren en corrigeren", pagina 16),
- of hoofdkraan voor de gastoevoer geopend is,
- of de noodschakelaar voor de verwarming ingeschakeld is.
Vraag aan uw vakman waar zich de aftapkraan van uw verwarmingsinstallatie zich bevindt; zodat u weet langs waar u de installatie kan bijvullen.
4.2 Verwarmingsketel in bedrijf stellen
Stel de verwarmingsketel met behulp van de bedrijfsschakelaar (afb. 3, pos. 1) in bedrijf. Wanneer u de ketel in bedrijf stelt, wordt de brander automatisch ook in bedrijf gesteld.
- Plaats de bedrijfsschakelaar (afb. 3, pos. 1) in de positie "I" (aan).

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer er een extern regeltoestel is aangesloten aan de verwarmingsketel, moet u dat eveneens in bedrijf stellen.
Respecteer het bedieningsvoorschrift van het betroffen regeltoestel.

Afb. 3 Bedrijfsschakelaar
5 Verwarmingsinstallatie buiten bedrijf stellen
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u uw verwarmingsinstallatie aan de verwarmingsketel, aan het regeltoestel of in geval van nood kan uitschakelen.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door vorst.
De verwarmingsinstallatie kan bij vorst bevriezen, wanneer ze buiten bedrijf werd gesteld.
- Bescherm bij gevaar voor vorst de verwarmingsinstallatie tegen bevriezing.
●Laat daarvoor het verwarmingswater, op het laagste punt van de installatie, met behulp van de aftapkraan af. De ontluchter op het hoogste punt van de verwarmingsinstallatie moet daarbij geopend zijn.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Als er steeds een minimum vorstbeveiliging gegarandeerd moet blijven, moet u de verwarmingsinstallatie en de regeling enkel elektronisch uitschakelen (zie hoofdstuk 3.4
"Tapwaterbedrijf in- of uitschakelen 1 " of zie hoofdstuk 3.5 "Verwarmingsbedrijf in- of uitschakelen", pagina 10).
Respecteer daarvoor eventueel het bedieningsvoorschrift van het externe regeltoestel.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Als er een extern regeltoestel is aangesloten aan de ketel, moet u dat eveneens buiten bedrijf stellen.
Respecteer het bedieningsvoorschrift van het betroffen regeltoestel.
5.2 Verwarmingsinstallatie in geval van nood buiten bedrijf stellen

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
- Schakel de verwarmingsinstallatie enkel in geval van nood met behulp van de verwarmingsnoodschakelaar uit.
In alle andere gevaarlijke situaties moet u dadelijk de hoofdkraan sluiten en de verwarmingsinstallatie met behulp van de zekering van de stookruimte of met behulp van de verwarmingsnoodschakelaar stroomloos schakelen.
5.1 Verwarmingsbedrijf buiten bedrijf stellen
Stel de verwarmingsinstallatie met behulp van de bedrijfsschakelaar van de ketel buiten bedrijf. Wanneer de ketel wordt uitgeschakeld, wordt de brander automatisch ook uitgeschakeld.
- Plaats de bedrijfsschakelaar (afb. 3, pos. 1, pagina 12) in de positie "0" (uit).
- Sluit de hoofdkraan voor de gastoevoer.
6 Storingen verhelpen
Fouten of storingsmeldingen worden op het display van de bedieningseenheid aangeduid door een knipperend getal. De onderstaande fouten en storingsmeldingen worden aangeduid
- Foutmeldingen "E" met vergrendeling (bv. "E 02" – geen vlamvorming). Die meldingen kunnen met behulp van de toets "reset" (afb. 4) geaccepteerd worden.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Noteer de foutmelding "E" die gemeld wordt; vergeet het kengetal niet en meldt dit aan uw vakman.
- Foutmeldingen "b" met een in tijd beperkte blokkering (bv. "b 25" – temperatuuroverschrijding). Die meldingen worden na een bepaalde blokkeertijd automatisch gereset.
Wanneer er zich fouten of storingsmeldingen voordoen, kan u in eerste instantie zelf het onderstaande controlleren, vooraleer u contact opneemt met uw vakman:
- Netspanning voorhanden?
- Gaskraan geopend?
- Thermostatische kranen van de radiatoren geopend?
- Omlooppomp in werking?
- Waterdruk van de verwarmingsinstallatie hoger dan 1 bar?
- Verwarmingsinstallatie ontlucht?
Probeer eerst de verwarmingsketel te deblokkeren.
●Druk de ontstoringstoets "Reset" (afb. 4) in.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Als de ketel zelfs na de reset in storing blijft, moet u uw vakman contacteren.

Afb. 4 Toets "Reset" van de bedieningseenheid
7 Verwarmingsinstallatie inspecteren en onderhouden
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, waarom het belangrijk is om uw verwarmingsinstallatie regelmatig te laten inspecteren en onderhouden.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door een gebrek aan of een onvakkundige reiniging en service.
- Laat de verwarmingsinstallatie jaarlijks inspecteren, reinigen en eventueel onderhouden door een vakman.
- We raden u aan om een contract af te sluiten voor het jaarlijks onderhoud en een behoefteafhankelijk onderhoud.
Omwille van de volgende redenen moet u uw installatie regelmatig laten inspecteren en onderhouden:
- om een hoog rendement te behouden en om de verwarmingsinstallatie zuinig (gering brandstofverbruik) te laten draaien,
- om een hoge bedrijfszekerheid te bereiken,
- om de milieuvriendelijke verbranding optimaal te houden.
8 Waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren en corrigeren
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de waterdruk van u verwarmingsinstallatie zelf kan controleren en corrigeren.
Opdat uw installatie goed zou kunnen functioneren, moet er zich voldoende water in de installatie bevinden.
Als warmtedrager wordt er water gebruikt in uw verwarmingsinstallatie. Al naargelang de toepassing van het water wordt er een onderscheid gemaakt tussen:
- vulwater:
water dat gebruikt wordt om de installatie de eerste keer te vullen.
- bijvulwater:
water dat gebruikt wordt om de installatie na een eventueel waterverlies weer bij te vullen.
- verwarmingswater:
water, dat zich in uw installatie bevindt.
Als de waterdruk in de verwarmingsinstallatie te laag is, moet u de verwarmingsinstallatie met bijvulwater bijvullen.
Wanneer moet u de waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren?
- Het vul- of bijvulwater verliest in de eerste dagen na het (bij)vullen aan volume, omdat het nog uitgast. Bij installaties die pas gevuld of bijgevuld zijn, moet u de waterdruk eerst dagelijks controleren en nadien met steeds groter wordende intervals.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Wanneer het vul- of bijvulwater uitgast, vormen er zich luchtopopingen in de verwarmingsinstallatie. U hoort dan het geluid van kolkend water in de verwarmingsinstallatie.
- Ontlucht de verwarmingsinstallatie aan de radiatoren, vul de installatie eventueel met bijvulwater bij.
- Als het verwarmingswater amper nog aan volume verliest, moet u de waterdruk van het verwarmingswater nog slechts éénmaal per maand controleren.
8.1 Waterdruk van de verwarmingsinstallatie controleren
De wijzer (afb. 5, pos. 1) van de manometer moet ingesteld zijn op de voor de verwarmingsinstallatie noodzakelijke druk.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
De druk van de installatie hangt af van de temperatuur. Bij de hoogste ketelwatertemperatuur mag de werkingsdruk van de ketel (maximaal 4 bar) de druk, waarbij het ingebouwde veiligheidsventiel van de verwarmingsinstallatie in werking treedt, niet overschrijden (veiligheidsventiel geopend). Als de installatie koud is, raden we u aan om voor de meeste soorten installaties een richtwaarde van ca. 1,5 bar te respecteren.
- De noodzakelijke vuldruk kan u vinden in het inbedrijfstellingsprotocol van het inbedrijfstellings- en onderhoudsvoorschrift van de ketel.
- Controleer de waterdruk van de installatie.
- Als de manometer minder dan 1,5 bar aangeeft, is de waterdruk in de verwarmingsinstallatie te laag. U moet de installatie dan bijvullen met bijvulwater.

AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKER
Bij een installatiedruk van minder dan 1 bar wordt de brander geblokkeerd door de in de ketel ingebouwde minimum pressostaat en verschijnt de melding "b 26" op het display.
- Vul de verwarmingsinstallatie met bijvulwater.

Afb. 5 Manometer voor gesloten installaties
8.2 Bijvulwater toevoegen

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door veelvuldig bijvullen.
Wanneer u de installatie veelvuldig moet bijvullen met bijvulwater, kan de installatie, al naargelang de waterkwaliteit, door corrosie of ketelsteenvorming beschadigd worden.
- Voer een dichtheidstest uit en controleer of het expansievat functioneert.

OPGELET!
SCHADE AAN DE INSTALLATIE
door temperatuurspanningen!
- Vul de verwarmingsinstallatie steeds in koude toestand (de vertrektemperatuur mag maximum 40 °C bedragen).
- Controleer het bijvulwater, ga na of de grenswaarde voor de Ca(HCO3)2 -concentratie en de pH-waarde gerespecteerd worden (zie Inbedrijfstellings- en onderhoudsvoorschrift van de verwarmingsketel). Als de Ca(HCO3)2 -concentratie niet overeenstemt met de grenswaarden, moet het water behandeld worden.
- Voeg het bijvulwater langs de aftapkraan van de ketel toe.
- Ontlucht de verwarmingsinstallatie.
- Als de waterdruk door het ontluchten daalt, moet u water bijvullen en de waterdruk zo op peil brengen.
Installateur:
Buderus
HEIZTECHNIK
België / Belgique
Buderus Verwarming – Chauffage nv / sa
Ambachtenlaan 42a, 3001 Heverlee
Toekomstlaan 11, 2200 Herentals
rue Louis Blériot 42-44, 6041 Gosselies
http://www.buderus.be